Denemarken

Gjendød – Motstand / Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde

Het uit Trondheim afkomstige Gjendød is sinds 2015 actief en heeft in die tijd al best een aardig palmares bijeen geschreven bestaande uit twee full-lengths een hele resem demo’s en een split met het fantastische Múspellzheimr. Ik had links en rechts wel al eens wat flarden van het Noorse duo zijn muziek gehoord, maar heb me er nooit echt verder in verdiept. De split met het Deense Múspellzheimr schatte ik echter als een need to have in en besloot dan ook maar Gjendød’s recente “Motstand” EP aan te schaffen. Voor de gemakkelijkheid krijg je hier dus twee reviews aangeboden voor de prijs van één. Laten we van start gaan met de witte 7″ EP waarop drie nummers prijken. De heren K (snaarinstrumenten en synths) en KK (zang en drums) kozen ervoor om “Graver meg opp” middels akoestische gitaren in te zetten waarover drumroffels gestaag aanzwellen totdat het nummer uit de startblokken schiet, waarbij meteen opvalt dat er een heuse rol is weggelegd voor de basgitaar. Het duurt even voordat het blackmetalkrijswerk boven gehaald wordt, maar eens dat het geval is, zijn alle ingrediënten voor een lekkere bak meeslepende, heroïsch klinkende Scandinavische black aanwezig. Het titelnummer is mid-tempo qua opzet maar bevat weeral een lekker stuwende en swingende basgitaar die een absolute meerwaarde is en haar melodielijnen vrolijk doorheen de gure gitaaronderlaag laat dartelen. Subtiele toetsen kleuren dit aanstekelijke nummer verder in alvorens het tempo nog verder de dieperik instuikt en er haast een doomy grafstemming wordt bereikt, om uiteindelijk terug te keren naar het muzikale patroon waarmee “Motstand” ingezet werd. “Frosne fangehull” is een uit duistere ambient, noise en spookachtige synths opgetrokken nummer dat een compleet andere gemoedsinstelling laat horen, want dit is echt wel een deprimerende uitsmijter. “Ferkse lik” wat zoveel betekent als ‘vers lijk’ is het nummer dat het duo aanleverde voor de split. Het komt vanuit de verte langzaam aangewaaid en ontpopt zich tot een mid-tempo song waar de neerslachtigheid en gevoelens in mineur van afspatten. Ook Múspellzheimr start aanvankelijk traag maar gestaag maar zet even later de voet op het gaspedaal. De verstikkende atmosfeer die we van deze Denen gewend zijn is weer volop aanwezig maar de razernij durft ook plaats te maken voor bevreemdende intermezzi vol disonnante gitaren. Het feit dat niet alle instrumenten tegelijkertijd volle gas vooruit gaan, creëert een onbehagelijk spanningsveld en de getergde krijsstem gaat door merg en been. Doorheen het chaotische klankenspectrum weten zich gek genoeg ook nog enkele akoestische gitaarklanken en heldere zangkoren te priemen. Op basis van deze twee releases heeft het Noorse Gjendød me weten prikkelen om ook het ouder materiaal op te snorren. Múspellzheimr bevestigt nogmaals mijn voorliefde voor hun auditieve geweld.

JOKKE: 81/100

Gjendød – Motstand (Darker Than Black Records 2020)
1. Graver meg opp
2. Motstand
3. Frosne fangehull

JOKKE: 82/100

Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde (Darker Than Black Records 2020)
1. Gjendød – Ferske lik
2. Múspellzheimr – Elde

Sunken – Livslede

De Deense blackmetalscene is duidelijk aan een opmars bezig getuige de grote hoeveelheid bands die er de laatste jaren ontsproten. Sunken draait al sinds 2013 mee en was ervoor kort actief onder de naam Arescet. Onder de huidige noemer werden een demo (“The cracling of embers“) en een niet onaardig volwaardig debuut (“Departure“) uitgebracht. Na drie jaar komt het vijfkoppige gezelschap terug boven water met een opvolger getiteld “Livslede“. Ook nu weer vijf songs op de tracklist maar als je weet dat deze met de tienminutengrens flirten, krijg je waar voor je geld. “Livslede” is een reis door eenzaamheid, zelfhaat, ijle dromen en suïcidale gedachten, er broedt met andere woorden heel wat negativiteit onder het wateroppervlak. “Forlist” neemt de rol van piano-intro op zich en zet meteen een droevige teneur neer die een kleine drie kwartier lang niet meer zal verdwijnen. Wel vreemd dat “Ensomhed” niet meteen uit de startblokken vliegt, maar opnieuw door een ingetogen intro ingeluid wordt. Eens Sunken op kruissnelheid is, dompelen ze ons onder in een stortbad aan atmosferische blackmetal met een veel hoger postrock gehalte dan weleer. Gitarist en stichtend lid Simon Skotte Krogh (ook actief als live-lid bij Afsky) levert, bijgestaan door de in 2018 ingelijfde Kasper Deichmann, enkele kippenvelopwekkende melodieën, melancholische cleane gitaarpartijen en beklijvende leads af die mede dankzij een warme, organische shoegaze sound hun effect niet missen. Zoals het een post-blackmetalband betaamt wordt er met een eb- en vloedtechniek gemusiceerd waarbij je het ene moment op rustige kabbelende golven meedeint om even later kopje onder geduwd te worden door een tsunami aan blackmetalgrootsheid. Het ondertussen uitgekauwde post-blackmetalrecept wordt gelukkig niet in elk nummer gehanteerd. Zo is er in “Foragt” ook plaats voor soundscapes en een drumbeat die een stuwende haast elektronica-achtige hartslag vormt. “Delirium” kan je met diens diepe vervormde verhalende stem en glooiende synthwavetapijten (hoewel op gitaar middels tonnen effecten uitgevoerd) dan weer eerder als donkere etherische dreampop omschrijven. Gewaagd en geslaagd! In afsluiter “Dødslængsel” komt het blackmetalverleden van Sunken terug bovendrijven, hoewel nog steeds doorspekt met ferme ladingen shoegaze, en meen ik ook vrouwelijke, haast engelachtige zang te horen die een ijl gitaarriedeltje vergezelt. Vallen er ook minpuntjes te bespeuren? Wel, zanger Martin Skyum Thomasen heeft spijtig genoeg een vrij eentonige scream die wat aan kracht mist, maar gooit ook regelmatig een fluisterende stem of heldere vocalen in de strijd. Melancholische en romantische zielen die naast stuwende blackmetal (hoewel het scherp randje er vergeleken met het debuut wat afgevijld is) niet vies zijn van dromerige klanken, zullen met Sunken ongetwijfeld aan hun trekken komen. Als blackmetal voor jou echter synoniem staat voor duivelaanbiddende grafherrie, loop je hier best in een grote boog omheen.

JOKKE: 81/100

Sunken – Livslede (Vendetta Records 2020)
1. Forlist
2. Ensomhed
3. Foragt
4. Delirium
5. Dødslængsel

Glemsel – Unavngivet

There’s something rotten in the state of Denmark. Dat heeft ook Stefan Klose, Vendetta Records baas, in het snuitje. Met Ligfaerd, Liosber, Sunken, Witchcult en natuurlijk het fantastische Afsky brengt hij zo nu en dan blackmetalbands uit het land van het smørrebrød onder de aandacht van ons metalliefhebbers. Ook Glemsel (Deens voor ‘vergetelheid’), een nieuw trio bestaande uit drummer Joachim Højer, gitarist Sune Pedersen en zanger/gitarist/bassist Asmund Iversen, mogen we aan dat rijtje toevoegen. De “Unavngivet” EP (“Ongetiteld“) is het eerste wapenfeit van de heren en laat het in een sierlijk handschrift geschreven bandlogo je niet op het verkeerde been zetten, want voor romantiek is hier een klein half uur lang geen plaats. De kort maar krachtige opener “Dødsværk” (“Doodsproblemen“) en de wat langere mid-tempo opvolger “Ligegyldigheden” (“Onverschilligheid“) laten me spijtig genoeg ook ietwat onverschillig want beide nummers klinken als goed geproduceerde doorsnee Scandinavische blackmetal met een moderne kijk op het verleden, maar het ontbreekt simpelweg aan memorabele riffs. Maar dan is er plots de grimmige openingsriff van “Efterårsvinde” die op het einde van de zomer reeds gure “herfstwinden” op ons afvuurt en ons uit onze luie zetel doet rechtveren. In deze song komen de repetitieve snelle drums en weemoedige, vaalgrijze riffmuur wel tot hun recht. Net zoals in het voorgaande nummer wordt er even op een treurig en ingetogen clean gitaarstukje overgeschakeld om twee ruigere passages aan mekaar te breien. Nu lijkt het in Kopenhagen gebaseerde trio gelanceerd te zijn want ook het van overtollig vet ontdane “Moders gråd” (“Huilende moeders“) gaat op hetzelfde wanhoop uitstralende elan verder. In “Afsked” (“Afscheid“) laat Glemsel het tempo aanvankelijk zakken om wat later Carpathian Forest gewijs een aanstekelijke black ’n roll bridge uit zijn mouw te schudden en vervolgens opzwepende riffs op ons af te vuren. Er gebeurt met andere woorden heel wat in een goeie drie minuten tijd. Plots zijn we met “En sidste bøn” (“Een laatste gebed“), dat met zeven en een halve minuut het langste nummer op deze EP is, al bij de voorlaatste song aangekomen. Pakkend tremelogitaarwerk, het beste vocaal werk van de EP en een dynamische aanpak zorgen voor een waardige bijna-afsluiter want het compacte en vurige “Rædsel” (“Verschrikking“) krijgt de eer deze EP uit te luiden. Glemsel start “Unavngivet” ietwat aarzelend maar weet ons daarna met meer beklijvende songs vol neerslachtige stemmingen en moedeloosheid toch bij de les te houden.

JOKKE: 79/100

Glemsel – Unavngivet (Vendetta Records 2020)
1. Dødsværk
2. Ligegyldigheden
3. Efterårsvinde
4. Moders gråd
5. Afsked
6. En sidste bøn
7. Rædsel

Fanebærer – Den første ild

“Punky” en “triomfantelijk” zijn twee woorden die van toepassing zijn op de sound van tal van black metal-acts die deel uitmaken van de Korpsånd-cirkel. Fanebærer heeft het hier echter blijkbaar wat mee gehad. De tweede langspeler “Den første ild” (“Het eerste vuur”) klinkt dus best anders dan debuut “Fra hånd til jord” en omarmt meer atmosferische en paganachtige elementen. Dat wil echter niet zeggen dat de schwung er volledig uit is, want nummers als het openende “Visdom” of “Morgenrød” krijgen de armen en benen nog met gemak in de lucht. Taake doemt soms op uit de mist en wanneer het tempo naar mid-tempo regionen zakt, lijkt ook de black ’n roll van een Khold niet zo gek veraf. De nieuwe koers wordt voor het eerst echt duidelijk hoorbaar in het slepende, maar bij momenten ook vurige “Som alt under solen” waarin subtiele akoestische gitaren hun opwachting maken. In “Æt” wordt deze lijn nog verder doorgetrokken. Zanger/drummer Skrog schroeft het tempo nog verder terug en zanger/gitarist Skravl tovert de ene na de andere aanstekelijke riff uit zijn elektrische en akoestische gitaar. Het titelnummer zwelt traag op uit de dichte nevel die over het platte Deense landschap verspreid ligt en vertelt zijn verhaal middels heldere zang die ietwat religieus aanvoelt. Deze song voelt echter wat ‘onaf’ aan en kon misschien nog wat verder uitgewerkt worden. In het daaropvolgende “Hævn” en “På en høj af jord” gaat het er terug wat grimmiger en meer up-tempo aan toe. Een pakkende leadpartij waait tussen onze armhaartjes en krijgt deze met gemak overeind. De meer atmosferische aanpak van het duo resulteert niet in langere composities want op de meer uitgesponnen afsluiter “Lad ørne kun rives” na, werden de zeven overige songs met drie à vier minuten speeltijd kort en bondig gehouden. De hekkensluiter vind ik echter het best uitgewerkt qua compositie, terwijl ik bij de kortere nummers soms nog wat op mijn honger blijf zitten. Bij een meer atmosferische benadering komen extra minuten speeltijd nu eenmaal goed van pas, hoewel het zaakje natuurlijk ook niet onnodig lang gerokken hoeft te worden. Qua sound kozen de twee heren van Fanebærer ook voor een wat cleanere productie vergeleken met het oudere materiaal, hoewel “Den første ild” nog steeds de undergroundfanaten zal kunnen aanspreken.

JOKKE: 80/100

Fanebærer – Den første ild (Nattetale 2020)
1. Visdom
2. Morgenrød
3. Som alt under solen
4. Æt
5. Den første ild
6. Hævn
7. På en høj af jord
8. Lad ørne kun rives

Ascendency – Birth of an eternal empire

We hebben een zwak voor al wat gaande is in de hedendaagse Deense extreme metal-scene (en dan vooral het zwartmetaal), dat had u waarschijnlijk al opgemerkt. Ascendency is een nieuwe speler en ging oorspronkelijk als soloproject van Simon Daniel Larsen (o.a. Phrenelith) van start. Na de inlijving van een competente slagwerker (Taphos’ Ugur) werd in 2018 de demo “Ascending primacy” uitbracht waarna een tweede gitarist gerecruteerd werd om extra kracht aan het bandgeluid toe te voegen. Als trio wordt nu, via Iron Bonehead, de mini-EP “Birth of an eternal empire“gepresenteerd. De EP omvat vier nummers en beschrijft in een klein half uur de opkomst van een despotische tiran. Het is de eerste van een trilogie van korte releases met een doorlopend conceptueel verhaal dat vertelt over het verlangen naar macht en hegemonie en het ultieme verraad van het ego en arrogantie. Muzikaal gezien primeert bij Ascendency eerder doodsmetaal, hoewel de vier nummers zeker ook een dik vet zwartgeblakerd randje hebben. Het powertrio maakt zijn naam waar, want Ascendency combineert heftig en uitbundig gitaarwerk met een donderende bassound, een bombardement aan drumroffels en ritmische versnellingen en indrukwekkende, krankzinnige screamende zang. Het trio gaat niet enkel aan volle snelheid te keer, maar geeft op tijd en stond ook een andere dimensie aan zijn geluid door het tempo te doen zakken en een griezelige atmosfeer neer te zetten. Geslaagde EP vol energieke, sombere, zieke en verwoestende geluiden. Benieuwd naar het vervolg!

JOKKE: 80/100

Ascendency – Birth of an eternal empire(Iron Bonehead Productions 2020)
1. Altered beast
2. Culling the weak
3. Tread the path to supreme veneration
4. A birth in fire

The Rite – Liturgy of the black

De recensie van The Rite’s “The brocken fire” EP sloot ik af met de conclusie dat ik op basis van het gebodene niet zou wakker liggen van een navolgende langspeler. Maar kijk, die opvolger ligt er nu in de vorm van “Liturgy of the black” en passeerde hier wel eens tijdens de vele uren home office tijdens de lockdownperiode. Meteen viel me op dat de mix van klassieke doom en black die het Italiaans/Deense combo hier voorschotelt nu wel beter smaakte. De muzikale uitspattingen van The Rite zijn nog steeds verre van complex, maar het betere en meer pakkende songmateriaal verbloemt de soms eenvoudige opzet en structuur. De riffs van gitarist A.Th (Black Oath) zijn kwalitatiever, de melodieën pakkender, de narratieve stem van Denial Of God’s Ustumallagam klinkt sepulchraler dan ooit en het Hammer Horror-achtige orgel tovert de atmosfeer bij wijlen om tot een spookachtige bedoening. Langere composities als “Necromancy” en “Echoes of past lives” blijven ons nu wel van begin tot eind boeien. Halfweg “Liturgy of the black” maakt de mid-tempo kraker “Famadihanan” het meeste indruk. Het nummer verwijst naar de ‘herbegrafenis’ een funeraire traditie van de Malagassische bevolking in Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, bekend als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders tevoorschijn uit de familiegraven, wikkelen de lijken in verse doeken en herschrijven hun namen op de doek zodat ze altijd zullen worden herinnerd. Vervolgens dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken over hun hoofd dragen en gaan ze om het graf heen voordat ze de lichamen terugbrengen naar het familiegraf. Deze – in onze ogen lugubere – aangelegenheid wordt door The Rite perfect in bezwerende en meeslepende muziek omgezet. Clean gitaargetokkel creëert een funeraire sfeer en de fluisterende vocalen lijken haast van de doden zelf afkomstig te zijn. The Rite weet ons dan ook positief te verrassen met dit debuut.

JOKKE: 79/100

The Rite – Liturgy of the black (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The initiation
2. The black effigy
3. Children of Belial
4. Necromancy
5. Famadihanan
6. The bornless one
7. Echoes of past lives
8. Sinister minister
9. Trespassing the chapel
10. Past lives

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Múspellzheimr – Múspellzheimr

Vierde langspeler al weer voor het Deense Múspellzheimr en zoals elke band op een bepaald punt in zijn levensloop wel doet, was het tijd voor de self titled plaat. Na een grijze, rode en groene cover primeert deze keer de gele kleur op het hoesontwerp. Of hier een filosofie achter zit, is me niet duidelijk, maar het viel me gewoon op. Oh ja, voor de eerste keer is er ook eens werk gemaakt van songtitels. In mijn review van “Hyldest til trolddommens flamme/Demo compilation” haalde ik de evolutie die de band doormaakte al aan. Op deze nieuwe telg borduren de Denen verder op de meer psychedelische koers die met “Raukn” uit 2018 ingezet werd, maar dan aan de duizelingwekkende snelheden die op de split met Aiwīgaz Unðergangaz neergezet werden. Vanaf de openingstonen van “Søkkdalir” worden we in een bedwelmend black metal stoombad ondergedompeld waarvan de dampen op onze longen pakken. In het meer dan tien minuten durende met dissonanten doorspekte “Selvæder” komt een band als Oranssi Pazuzu zelfs even vanachter het hoekje piepen. De gitaren creëren een bijna warmbloedige gloed die als een gigantische troep bijen zoemt en doorheen de lucht zwermt. Deze waas is het ene moment best verstikkend want Múspellzheimr heeft nog steeds dat chaotische in zich, maar kan even later ook verheffend werken. In “Drømme om sten, om storm, om ild” wordt het contrast opgezocht tussen labyrintische complexiteit en meer ingetogen passages waarbij pianotoetsen voor een serene sfeer tussen de hectiek door zorgen. “Gabet og tordenklang” hangt opnieuw aaneen van de atonale klanken, zwartgeblakerde spasmen en ijzingwekkende screams en het afsluitende “Draugen” lijkt daar nog een schepje bovenop te doen. Múspellzheimr slaagt erin een erg beklemmende en bevreemdende toon neer te zetten, vergelijkbaar met die van een Knokkelklang maar dan op een tempo dat doorsnee vele malen hoger ligt. Deze self titled is misschien wel hun meest beklijvende werk tot op heden.

JOKKE: 88/100

Múspellzheimr – Múspellzheimr (Amor Fati Productions 2020)
1. Søkkdalir
2. Selvæder
3. Drømme om sten, om storm, om ild
4. Gabet og tordenklang
5. Draugen

Eternal Insurrection – Eternal insurrection

De Deense black metal-scene is haar achterstand ten opzichte van de rest van Scandinavië de laatste tijd aan het inhalen, vooral de Kopenhaagse Korpsånd-cirkel draagt hier een steentje toe bij. Ik blijf de deelnemende bands aan dit kliekje niet tot in den treure herhalen, wie dit portaal volgt, zal ze ondertussen wel bijna uit het hoofd kunnen opsommen. Eternal Insurrection is een nieuw orkestje met leden van Vaabnet die tot hiertoe enkele coole demo’s en de geweldige langspeler “Det hellige mod” hebben uitgebracht. Op de eerste tot 60 stuks gelimiteerde demo van Eternal Insurrection prijken vier songs die haatvolle en rauwe black mengen met punk-invloeden waarbij in dat geheel toch ook oog behouden wordt voor melodie. De demo werd in ware tijdloze stijl op tape geknald en heeft een eerlijke sound die misschien wel wat power lakt. Wat ik zo heerlijk vind aan die Deense jongens is dat er in hun zwartmetaal plaats is voor de basgitaar. Vanaf opener “Guardians of the north” galoppeert een aanstekelijk basloopje doorheen de met een heuse punk-vibe doorspekte oer-black. Ook de hese zang ademt één en al punk uit. In “Black storms” vervoegen meer black metal en door de mangel gehaalde screams zich bij de punky vocalen en we ontwaren een subtiel keyboard-tapijt op de achtergrond. In “A luciferian quest” krijgen we voor het eerst typische black metal-drumblasts voor de kiezen. Keyboards, klokkenspel en de basgitaar – die hier bijwijlen wel soms een loopje lijkt te nemen – vervolledigen het iel klinkende gitaargeluid. Het afsluitende met meer death metal-achtige vocalen opgesmukte “Arise” klinkt wat rommelig omdat ook hier de drummer en de bassist niet altijd even strak samenspelen, maar het stoort niet gigantisch en draagt wel bij tot de charme. Al bij al een erg fijne demo van dit Eternal Insurrection. Graag wat meer opzwepend spul als de opener schrijven en het komt helemaal goed. Mijn kop eraf – naar analogie met het cover design – dat het kleinood alweer uitverkocht is tegen de tijd dat u dit leest.

JOKKE: 75/100

Eternal Insurrection – Eternal insurrection (Hævngær/Brutalist tapes 2020)
1. Guardians of the north
2. Black storms
3. A luciferian quest
4. Arise

Skravl – En higen mod tilintetgørelsen

In oktober waren we nog lovend over “Fire besværgelser mod menneskeheden“, de eerste langspeler van het Deense Skravl. Het soloproject van het gelijknamige individu dat hierachter schuilgaat laat er duidelijk geen gras over groeien want de multi-instrumentalist klopt al opnieuw op onze voordeur aan met de nieuwe EP “En higen mod tilintetgørelsen” die met twintig minuten speeltijd eigenlijk dezelfde speelduur heeft als de langspeler. Songtitels verzinnen is blijkbaar wel nog steeds te veel moeite. Skravl klinkt productioneel gezien een tikkeltje rauwer dan op de voorganger maar focust op deze EP stilistisch meer op melodie en zet nóg meer in op atmosfeer. Zo zorgen de pakkende haast post-rockerige tremolo-riffs die in het openingsnummer meteen in de strijd gegooid worden en verderop gelukkig nog eens passeren keer op keer voor kippenvel. Wanneer de melodielijnen verdampen en de focus op de grimmige basisriffs komt te liggen, moet ik soms aan héél oude Taake denken, wat maakt dat er best wel een Noors gevoel in het gitaarwerk schuilgaat. Vocaal gezien neigt dit dan weer meer naar USBM zoals bv. een Ash Borer. Vooraleer het gaspedaal in het tweede nummer ingedrukt wordt, zorgt de groezelige openingsriff die op een haast depressief traag tempo gespeeld wordt voor een droeftoeterige sfeer. Het is de meest ruwe bolster van het viertal dat hier gepresenteerd wordt. Voor de subtiele toetsen die hun opwachting maakten op “Fire besværgelser mod Menneskeheden” is deze keer geen ruimte, of het moet in het derde nummer zijn, ik ben niet helemaal zeker. Hier is terug wat meer heroïek ingeslopen die we nog kennen van de split met War Is Aer. Een kort maar krachtige en enorm pakkende song. Het laatste nummer is terug wat grimmiger, laat opnieuw oude Taake-invloeden horen en heeft nog een beklijvende melodieuze en melancholische finale in petto. Sterk werk!

JOKKE: 84/100

Skravl – En higen mod tilintetgørelsen (Nattetale 2020)
1. –
2. –
3. –
4. –