doom metal

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness

Hoog tijd om nog eens een death metal-plaatje te laten passeren ook al is het ‘slechts’ een 10″ split waarvoor Inisans en Sepulchral Frost de handen in mekaar sloegen. Het Zweedse Inisans is al wat langer actief dan landgenoten Sepulchral Frost die pas in 2017 vanachter het hoekje kwamen piepen en eigenlijk nog in hun demofase zitten. Inisans leverde twee jaar geleden nog diens puike debuut “Transition” via Blood Harvest af en komt nu met twee nieuwe composities op de proppen die in het verlengde van die langspeler liggen. De heren spelen death metal op old school-wijze met lekker echoënde vocalen die de hoogdagen van Morbid Angel of Malevolent Creation terug oproepen. Lekker hakken met die drums, scheuren met die gitaren en molenwieken met die lange haren (als je dat nog kan)! Niets nieuws onder de zon maar wel verdomd lekker! De brok energie die Inisans weet op te roepen, valt bij Sepulchral Frost als een kaartenhuisje in mekaar naarmate “Blessed by fire” vordert. Met diens zes minuten speeltijd is dit nummer wat langer dan de Inisans-composities. Na de met heavy/speed metal-invloeden geïnfuseerde inleidende riffs schakelt het Stockholmse kwartet na een minuut of twee enkele versnellingen terug om in death/doom-regionen te belanden. Een wat diepere rochel, trage drums en riffs en een op het randje van vals klinkende lead kunnen ons niet langer bij de les houden ook al wakkert de waakvlam naar het einde toe terug aan. Productioneel gezien gaat het er hier ook wat rauwer aan toe, maar dat stoort niet. Op deze split is het vooral Inisans dat weet te imponeren.

JOKKE: 78/100 (Inisans: 85/100; Sepulchral Frost: 71/100)

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness (Helter Skelter/Regain Records 2020)
1. Inisans – Holocaust winds
2. Inisans – Circle of the serpent
3. Sepulchral Frost – Blessed by fire

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard

De bandnaam zette me initieel op het verkeerde been daar ik black metal verwachtte, maar Dwaellicht situeert zich in de traagste regionen van het extreme metal genre. Funeral doom dus, lang geleden dat er hier nog zo’n traag plaatje passeerde. Dwaellicht is het project van twee leden van de progressieve death metal band Moss Upon The Skull die middels Dwaellicht hun voorliefde voor al wat traag is botvieren. De Brusselaars brachten in 2016 de digitale single “Het duistere licht” uit en vervolgen hun parcours nu met de EP “Te vuur en te zwaard” die qua fysieke uitgave momenteel op tape te scoren valt dankzij “Back From The Grave Tapes” en op CD via Cavernous Records. De EP bevat drie échte nummers en het korte folky akoestische instrumentaaltje “De dans der vlammen“, maar wie iets afweet van funeral doom weet dat drie songs toch al gauw een half uur kunnen omspannen, wat hier dus ook het geval is. Vanaf de openingstonen van het titelnummer druipen de weemoed en tristesse van de uitgesponnen riffs, wijds gespreide drumaanslagen en lang aangehouden grunts af. Somber klinkend akoestisch gitaargetokkel en treurige orgelklanken waarover verhalende heldere vocalen gedrapeerd zijn, versterken de begrafenissfeer en even later hakt een meeslepende gitaarlead verder op onze emoties in. “Het duistere licht“, dat dus een tweede leven krijgt op deze EP, is pakkend in zijn eenvoud en zal fans van Mournful Congregation en Evoken ongetwijfeld kunnen bekoren. Gitaarriffs moeten niet complex zijn om iets los te maken, dat bewijzen de heren ook in het bijna twaalf minuten durende “Vorst” dat een kille en gitzwarte ondertoon heeft en alle opgewekte emoties instant bevriest. Dwaellicht slaagt erin mij niet in slaap te wiegen met hun slepende death/doom, een hele prestatie! Dat komt niet alleen door het feit dat het duo pakkende nummers schrijft, maar ook door de speeltijd van een half uur, want bij funeral doom platen van meer dan uur maak ik het einde meestal niet meer bewust mee. Veelbelovende start voor Dwaellicht!

JOKKE: 78/100

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard (Back From The Grave Tapes/Cavernous Records 2020)
1. Te vuur en te zwaard
2. Het duistere licht
3. De dans der vlammen
4. Vorst

The Rite – Liturgy of the black

De recensie van The Rite’s “The brocken fire” EP sloot ik af met de conclusie dat ik op basis van het gebodene niet zou wakker liggen van een navolgende langspeler. Maar kijk, die opvolger ligt er nu in de vorm van “Liturgy of the black” en passeerde hier wel eens tijdens de vele uren home office tijdens de lockdownperiode. Meteen viel me op dat de mix van klassieke doom en black die het Italiaans/Deense combo hier voorschotelt nu wel beter smaakte. De muzikale uitspattingen van The Rite zijn nog steeds verre van complex, maar het betere en meer pakkende songmateriaal verbloemt de soms eenvoudige opzet en structuur. De riffs van gitarist A.Th (Black Oath) zijn kwalitatiever, de melodieën pakkender, de narratieve stem van Denial Of God’s Ustumallagam klinkt sepulchraler dan ooit en het Hammer Horror-achtige orgel tovert de atmosfeer bij wijlen om tot een spookachtige bedoening. Langere composities als “Necromancy” en “Echoes of past lives” blijven ons nu wel van begin tot eind boeien. Halfweg “Liturgy of the black” maakt de mid-tempo kraker “Famadihanan” het meeste indruk. Het nummer verwijst naar de ‘herbegrafenis’ een funeraire traditie van de Malagassische bevolking in Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, bekend als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders tevoorschijn uit de familiegraven, wikkelen de lijken in verse doeken en herschrijven hun namen op de doek zodat ze altijd zullen worden herinnerd. Vervolgens dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken over hun hoofd dragen en gaan ze om het graf heen voordat ze de lichamen terugbrengen naar het familiegraf. Deze – in onze ogen lugubere – aangelegenheid wordt door The Rite perfect in bezwerende en meeslepende muziek omgezet. Clean gitaargetokkel creëert een funeraire sfeer en de fluisterende vocalen lijken haast van de doden zelf afkomstig te zijn. The Rite weet ons dan ook positief te verrassen met dit debuut.

JOKKE: 79/100

The Rite – Liturgy of the black (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The initiation
2. The black effigy
3. Children of Belial
4. Necromancy
5. Famadihanan
6. The bornless one
7. Echoes of past lives
8. Sinister minister
9. Trespassing the chapel
10. Past lives

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split

Belgians finest Moenen Of Xezbeth – groot was mijn verbazing dat dit hun debuut is op Addergebroed – trok voor de gelegenheid naar Hongarije om een partner in crime te zoeken voor diens nieuwste split. Het mij onbekende Оброк werd de uitverkorene. Maar laten we met onze landgenoten beginnen. “Temple gates invocation” klinkt op en top als Moenen Of Xezbeth: mid-tempo proto-black met sinistere keyboards en onheilspellende gitaarmelodieën, een vuige (kelder)sound, verdorven screams, mysterieus gefluister en een incidentele klokslag. We worden steevast 25 à 30 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Het Hongaarse Оброк koos een bandnaam die verwijst naar een oude heilige plaats waar goden of overleden familieleden aanbeden werden en had tot dusver een drietal rehearsal opnames op haar naam staan. Het duo A. (zang en drum) en N. (gitaar, bas en orgel) speelt naar eigen zeggen “primitive old-school black/doom mysticism“. Een vlag die de lading dekt want ook hier is het tempo eerder aan de lage kant, wat verder niet wil zeggen dat er geen groove in de riffs verwerkt zit. Een naar stoner neigende groove bijna door het nogal bassige gitaargeluid. Orgeltoetsen zetten een mystiek begrafenissfeertje neer en halfweg wordt de distortionpedaal losgelaten om een rustpunt in te bouwen waarbij clean gitaargetokkel en fluisterende stemmen het mooie weer maken. De normale scream heeft een vrij diep stemtimbre en door de effecten die erop gezet zijn, neigt deze wel wat naar een obscuur death metal stemgeluid. Ook Оброк en diens duidelijk uit het Oostblok afstammende sound kreeg een passende underground “productie” aangemeten. Erg geslaagde split voor liefhebbers van old-school black en doom!

JOKKE: 84/100 (Moenen Of Xezbeth: 83/100 – Оброк: 85/100)

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split (Medieval Records/Terozin 2020)
1. Moenen Of Xezbeth – Temple gates invocation
2. Оброк – Светилище