doom metal

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness

Hoog tijd om nog eens een death metal-plaatje te laten passeren ook al is het ‘slechts’ een 10″ split waarvoor Inisans en Sepulchral Frost de handen in mekaar sloegen. Het Zweedse Inisans is al wat langer actief dan landgenoten Sepulchral Frost die pas in 2017 vanachter het hoekje kwamen piepen en eigenlijk nog in hun demofase zitten. Inisans leverde twee jaar geleden nog diens puike debuut “Transition” via Blood Harvest af en komt nu met twee nieuwe composities op de proppen die in het verlengde van die langspeler liggen. De heren spelen death metal op old school-wijze met lekker echoënde vocalen die de hoogdagen van Morbid Angel of Malevolent Creation terug oproepen. Lekker hakken met die drums, scheuren met die gitaren en molenwieken met die lange haren (als je dat nog kan)! Niets nieuws onder de zon maar wel verdomd lekker! De brok energie die Inisans weet op te roepen, valt bij Sepulchral Frost als een kaartenhuisje in mekaar naarmate “Blessed by fire” vordert. Met diens zes minuten speeltijd is dit nummer wat langer dan de Inisans-composities. Na de met heavy/speed metal-invloeden geïnfuseerde inleidende riffs schakelt het Stockholmse kwartet na een minuut of twee enkele versnellingen terug om in death/doom-regionen te belanden. Een wat diepere rochel, trage drums en riffs en een op het randje van vals klinkende lead kunnen ons niet langer bij de les houden ook al wakkert de waakvlam naar het einde toe terug aan. Productioneel gezien gaat het er hier ook wat rauwer aan toe, maar dat stoort niet. Op deze split is het vooral Inisans dat weet te imponeren.

JOKKE: 78/100 (Inisans: 85/100; Sepulchral Frost: 71/100)

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness (Helter Skelter/Regain Records 2020)
1. Inisans – Holocaust winds
2. Inisans – Circle of the serpent
3. Sepulchral Frost – Blessed by fire

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard

De bandnaam zette me initieel op het verkeerde been daar ik black metal verwachtte, maar Dwaellicht situeert zich in de traagste regionen van het extreme metal genre. Funeral doom dus, lang geleden dat er hier nog zo’n traag plaatje passeerde. Dwaellicht is het project van twee leden van de progressieve death metal band Moss Upon The Skull die middels Dwaellicht hun voorliefde voor al wat traag is botvieren. De Brusselaars brachten in 2016 de digitale single “Het duistere licht” uit en vervolgen hun parcours nu met de EP “Te vuur en te zwaard” die qua fysieke uitgave momenteel op tape te scoren valt dankzij “Back From The Grave Tapes” en op CD via Cavernous Records. De EP bevat drie échte nummers en het korte folky akoestische instrumentaaltje “De dans der vlammen“, maar wie iets afweet van funeral doom weet dat drie songs toch al gauw een half uur kunnen omspannen, wat hier dus ook het geval is. Vanaf de openingstonen van het titelnummer druipen de weemoed en tristesse van de uitgesponnen riffs, wijds gespreide drumaanslagen en lang aangehouden grunts af. Somber klinkend akoestisch gitaargetokkel en treurige orgelklanken waarover verhalende heldere vocalen gedrapeerd zijn, versterken de begrafenissfeer en even later hakt een meeslepende gitaarlead verder op onze emoties in. “Het duistere licht“, dat dus een tweede leven krijgt op deze EP, is pakkend in zijn eenvoud en zal fans van Mournful Congregation en Evoken ongetwijfeld kunnen bekoren. Gitaarriffs moeten niet complex zijn om iets los te maken, dat bewijzen de heren ook in het bijna twaalf minuten durende “Vorst” dat een kille en gitzwarte ondertoon heeft en alle opgewekte emoties instant bevriest. Dwaellicht slaagt erin mij niet in slaap te wiegen met hun slepende death/doom, een hele prestatie! Dat komt niet alleen door het feit dat het duo pakkende nummers schrijft, maar ook door de speeltijd van een half uur, want bij funeral doom platen van meer dan uur maak ik het einde meestal niet meer bewust mee. Veelbelovende start voor Dwaellicht!

JOKKE: 78/100

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard (Back From The Grave Tapes/Cavernous Records 2020)
1. Te vuur en te zwaard
2. Het duistere licht
3. De dans der vlammen
4. Vorst

The Rite – Liturgy of the black

De recensie van The Rite’s “The brocken fire” EP sloot ik af met de conclusie dat ik op basis van het gebodene niet zou wakker liggen van een navolgende langspeler. Maar kijk, die opvolger ligt er nu in de vorm van “Liturgy of the black” en passeerde hier wel eens tijdens de vele uren home office tijdens de lockdownperiode. Meteen viel me op dat de mix van klassieke doom en black die het Italiaans/Deense combo hier voorschotelt nu wel beter smaakte. De muzikale uitspattingen van The Rite zijn nog steeds verre van complex, maar het betere en meer pakkende songmateriaal verbloemt de soms eenvoudige opzet en structuur. De riffs van gitarist A.Th (Black Oath) zijn kwalitatiever, de melodieën pakkender, de narratieve stem van Denial Of God’s Ustumallagam klinkt sepulchraler dan ooit en het Hammer Horror-achtige orgel tovert de atmosfeer bij wijlen om tot een spookachtige bedoening. Langere composities als “Necromancy” en “Echoes of past lives” blijven ons nu wel van begin tot eind boeien. Halfweg “Liturgy of the black” maakt de mid-tempo kraker “Famadihanan” het meeste indruk. Het nummer verwijst naar de ‘herbegrafenis’ een funeraire traditie van de Malagassische bevolking in Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, bekend als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders tevoorschijn uit de familiegraven, wikkelen de lijken in verse doeken en herschrijven hun namen op de doek zodat ze altijd zullen worden herinnerd. Vervolgens dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken over hun hoofd dragen en gaan ze om het graf heen voordat ze de lichamen terugbrengen naar het familiegraf. Deze – in onze ogen lugubere – aangelegenheid wordt door The Rite perfect in bezwerende en meeslepende muziek omgezet. Clean gitaargetokkel creëert een funeraire sfeer en de fluisterende vocalen lijken haast van de doden zelf afkomstig te zijn. The Rite weet ons dan ook positief te verrassen met dit debuut.

JOKKE: 79/100

The Rite – Liturgy of the black (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The initiation
2. The black effigy
3. Children of Belial
4. Necromancy
5. Famadihanan
6. The bornless one
7. Echoes of past lives
8. Sinister minister
9. Trespassing the chapel
10. Past lives

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split

Belgians finest Moenen Of Xezbeth – groot was mijn verbazing dat dit hun debuut is op Addergebroed – trok voor de gelegenheid naar Hongarije om een partner in crime te zoeken voor diens nieuwste split. Het mij onbekende Оброк werd de uitverkorene. Maar laten we met onze landgenoten beginnen. “Temple gates invocation” klinkt op en top als Moenen Of Xezbeth: mid-tempo proto-black met sinistere keyboards en onheilspellende gitaarmelodieën, een vuige (kelder)sound, verdorven screams, mysterieus gefluister en een incidentele klokslag. We worden steevast 25 à 30 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Het Hongaarse Оброк koos een bandnaam die verwijst naar een oude heilige plaats waar goden of overleden familieleden aanbeden werden en had tot dusver een drietal rehearsal opnames op haar naam staan. Het duo A. (zang en drum) en N. (gitaar, bas en orgel) speelt naar eigen zeggen “primitive old-school black/doom mysticism“. Een vlag die de lading dekt want ook hier is het tempo eerder aan de lage kant, wat verder niet wil zeggen dat er geen groove in de riffs verwerkt zit. Een naar stoner neigende groove bijna door het nogal bassige gitaargeluid. Orgeltoetsen zetten een mystiek begrafenissfeertje neer en halfweg wordt de distortionpedaal losgelaten om een rustpunt in te bouwen waarbij clean gitaargetokkel en fluisterende stemmen het mooie weer maken. De normale scream heeft een vrij diep stemtimbre en door de effecten die erop gezet zijn, neigt deze wel wat naar een obscuur death metal stemgeluid. Ook Оброк en diens duidelijk uit het Oostblok afstammende sound kreeg een passende underground “productie” aangemeten. Erg geslaagde split voor liefhebbers van old-school black en doom!

JOKKE: 84/100 (Moenen Of Xezbeth: 83/100 – Оброк: 85/100)

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split (Medieval Records/Terozin 2020)
1. Moenen Of Xezbeth – Temple gates invocation
2. Оброк – Светилище

My Dying Bride – The ghost of Orion

My Dying Bride is na bijna dertig jaar uitgegroeid tot een icoon binnen de metal wereld. Met afwisselende albums, sterke live performances en een goed contact met de fanschare, heeft deze Engelse doom metal band meer dan eens de lat gelegd. Een introductie is dus niet nodig. Het is geen geheim dat ik een fan ben, al moet ik bekennen dat het van “A line of deathless kings” uit 2009 geleden is dat ik nog heel warm heb gelopen voor één van hun releases. Iets wat niet aan de kwaliteit per se ligt, maar vooral aan mijn eigen voorkeuren. Gezien de complicaties in het persoonlijke leven van frontman Aaron Stainthorpe zijn deelname aan het schrijfproces bemoeilijkten, had ik dus geen hoge verwachtingen voor “The ghost of Orion“. Iets wat helaas deels terecht is gebleken, want hoewel het album enkele erg sterke nummers bevat, verdrinken deze in de iets minder geslaagde deuntjes zoals de totaal overbodige en vrij amateuristische titeltrack. De productie is natuurlijk niet slecht, al klinken de gitaren hier en daar nu niet bepaald stabiel. Wat ik vreemd vind voor een band in dit stadium van zijn carrière. Het eerste nummer “Your broken shore” is een moderne versie van de klassieke My Dying Bride standaard en laat horen dat de heren het ook in 2020 nog klaargespeeld krijgen. “To Outlive the Gods” en “Tired of tears” zijn dan weer typische nummers in de nieuwere stijl. Minder mijn ding, maar zeker en vast van degelijk niveau. Dan gaat het echter mis bij “The solace“, een gitaar gebaseerde song zonder percussie die me helaas veel te veel doet denken aan een twijfelachtig nummer dat ik zelf ooit heb geschreven, maar dan hier geïmpregneerd met vrouwelijke vocalen die niet passen bij de melodie. “The long black land” en “The old earth” trekken weer wat steviger van leer en zijn zeker niet slecht, maar toch net iets te standaard om potten te breken. Het titelnummer is, zoals aangegeven, weinig meer dan een saaie rotsong en werpt een schaduw over het hele album. Iets wat in combinatie met “The solace” en de degelijke maar totaal onnodige outro “Your woven shore” het gevoel geeft dat de band gewoon “iets” van full-length moest uitbrengen om hun contractuele verplichtingen na te komen. Dus hoewel “The ghost of Orion” zeker flarden van de genialiteit van My Dying Bride laat horen, is het een erg gemengde release geworden. Ligt misschien deels aan de nieuwe gitarist Neil Blanchett en vooral aan de nieuwe drummer Jeff Singer die net dat tikkeltje mist of aan de zang die zich soms te hard lijkt in te spannen, maar wat de reden ook moge zijn, als fan heb je er gewoon niet veel aan. Met pijn in het hart kan ik dit niet meer geven dan een, voor de meeste bands respectable 79 op 100.

Xavier: 79/100

My Dying Bride – The ghost of Orion (Nuclear Blast 2020)
1. Your broken shore
2. To outlive the gods
3. Tired of tears
4. The solace
5. The long black land
6. The ghost of Orion
7. The old earth
8. Your woven shore

Treurwilg – An end to rumination

Of het nou lag aan de Nederlandse bandnaam of het logo, om één of andere reden nam ik aan dat dit een black metal schijf zou zijn. Ik was dus enigszins verbaasd toen bleek dat de Tilburgers van Treurwilg eigenlijk een soort slepende doom metal spelen. Met deze release in eigen beheer zijn ze, naar vier jaar stilte, toe aan hun tweede studio album. Hoewel je op basis van hun bijgevoegde biografie, de term “studio album” moet nuanceren. De heren delen namelijk mee dat het allemaal min of meer live werd opgenomen met een minimum aan overdubs of opsmuk en dat de vijf nummers dienen gezien te worden als één enkel stuk over angst, zwakte en de mogelijke overwinning op deze emoties. Vandaar waarschijnlijk ook het unieke cover artwork, welke vermoedelijk een kunstzinnige representatie is van de voornoemde gevoelens, maar voor mijn ogen teveel lijkt op een eindwerk aan de kunsthumaniora. Kortom, een ambitieuze aanpak, die niet helemaal heeft geloond. Hoewel ik veel respect heb voor bands die dit doen en daarmee het verschil tussen opname en live performance verkleinen, heb ik daar als luisteraar en recensent gewoon niet geweldig veel aan. Zeker niet als het muziek betreft die had kunnen profiteren van een betere sound en een paar extra takes. Begrijp me niet verkeerd, het is allemaal zeker niet slecht en als dit niveau effectief live wordt gehaald, dan prima… maar onder deze omstandigheden, ben ik toch niet geheel overtuigd. Daarvoor is de sound soms wat te modderig, het spel hier en daar niet strak genoeg en zijn de nummers vaak wat te langdradig. Dit laatste is, volgens mij dan, vooral te wijten aan de lang uitgerokken tokkels en de nogal eentonige drums. Deze zijn ook weer absoluut niet slecht te noemen, maar ze missen gewoon de inventieve afwisseling en sfeervolle klank die broodnodig is om dergelijke lange tracks interessant te houden. Iets wat misschien anders was geweest met een modernere aanpak achter de knoppen. De zeer sterke strot van zanger/gitarist Rens draagt heel veel op dit album. Enkel wat sneu dat er geen cleane zang te horen is. Goede toonvaste vocalen, op die tokkels bijvoorbeeld, hadden een meerwaarde kunnen betekenen. Een speciale vermelding blijkbaar voor Faal- en Fenadorn keyboardiste Catía, die de nummers aan elkaar rijgt met synth outros die, jammer genoeg, niet bijzonder indrukwekkend zijn qua sound of compositie. Weliswaar met als uitzondering, de laatste twee mooie minuten van afsluiter “Shallow pools of Grief“. De beste stukken op het album vind ik terug in het meer up-tempo “The fragility of mankind“, een nummer dat dan toch wat flirt met atmosferische black, en het funeral doom geïnspireerde “Myosotis“. Dit is een album dat, ondanks enkele tekortkomingen, veel belooft voor de toekomst en ik hoop dan ook van harte dat Treurwilgs volgende opus de knaller is waar “An end to rumination” naar hint.

Xavier: 69/100

Treurwilg – An end to rumination (Eigen beheer 2020)
1. Fragility of mankind
2. In ruin and misery
3. Myosotis
4. I
5. Shallow pools of grief