doom metal

Gaistaz – Gaistaz

Laat je niet misleiden door het black metal uitziende logo dat Christophe Szpajdel voor Gaistaz ontwierp, want wat deze Nederlanders laten horen valt volgens hen eerder in het “doom”-hokje te plaatsen. “Supernatural doom metal” menen ze zelf. Twee nummers werden op een eerste op zesenzestig stuks gelimiteerde tape uitgebracht. Ik heb nummer éénenzestig weten bemachtigen. Gaistaz’ kijk op doom resulteert gelukkig niet in de cleane, afgelikte variant, maar heeft een zekere bovennatuurlijke necro feel over zich. De riffs van Krem klinken lekker ruw en duister. Aan “Altijd hier” zit ook een psychedelisch en ritueel kantje, wat de twaalf kaarsen in het logo dan weer hinten. Een Urfaust is hier niet zo veraf. Wanneer de plechtstatige heldere vocalen een uitzichtloos bestaan portretteren, wordt meteen duidelijk dat Alfschijn hier de vocalen voor zijn rekening neemt. Jullie kennen hem waarschijnlijk wel van Wederganger (RIP), Bezwering, :Nodfyr: en Knoest. Wat een unieke stem heeft die man toch! Sporadisch gooit Krem een krijs in de strijd wat voor een aangenaam contrast zorgt en opnieuw een link legt met black metal. “De tocht omlaag” neigt meer naar pure doom. Het uitzicht is kleurloos maar toch bombastisch dankzij majestueus toetsenwerk van Baluw. Gaistaz levert een – in mijn ogen – vrij frisse aanpak van het doom genre. De interesse is gewekt.

JOKKE: 82/100

Gaistaz – Gaistaz (Eigen beheer 2019)
1. Altijd hier
2. De tocht omlaag

October Tide – In splendour below

Iedereen die zich ooit heeft afgevraagd hoe Katatonia had kunnen klinken indien ze een hardere weg hadden ingeslagen, moet maar eens luisteren naar October Tide. Opgericht in de eerste helft van de jaren negentig door Jonas Renkse en Frederik Norrman mag dat eigenlijk ook niet verbazen. Na een decennium lange winterslaap maakte de band in 2010 een comeback -zonder Renkse – met “A thin Shell“. En sindsdien kunnen we ons ongeveer elke drie jaar aan een nieuwe plaat tegoed doen. Deze “In splendor below” is de zesde langspeler en gaat verder in de inmiddels vertrouwde richting, namelijk melodische death metal met vleugjes doom en black. Er zijn echter wel een paar verschillen ten opzichte van voorganger “Winged waltz“. Iets waar ik best wel mee kan leven. Zo is het gitaarwerk harder nu broer Mattias Norrman van vier naar zes snaren is gegaan en is de ritmesectie wat gestroomlijnder met nieuwkomers Johan Jönsegård op bas en Jonas Sköld achter de drumkit. De productie is een pak helderder, wat alles mooi tot zijn recht laat komen. De opener “I, the polluter” is een steengoede song die de kracht van sterke riffs combineert met catchy melodie. De geweldige strot van Alexander Högbom (Demonical, …) speelt hier en gedurende het hele album een voorname rol. Deuntje drie “Ögonblick av nåd” flirt wat meer met black metal, terwijl “Guide my pulse” eerder de doom richting opzoekt. Ondanks de vele invloeden past elk nummer netjes op de release. Het enige wat me soms stoort is dat er hier en daar een gitaarnoot wringt. Hoewel deze band steeds in de schaduw van Zweedse collegae heeft moeten staan, vind ik dat ze, bij deze, nog maar eens bewijzen consequent ijzersterk materiaal te kunnen neerzetten.

Xavier: 90/100

October Tide – In splendour below (Agonia Records 2019)
1. I, the polluter
2. We died in October
3. Ögonblick av nåd
4. Stars starve me
5. Our famine
6. Guide my pulse
7. Seconds
8. Envy of the moon

Kostnatění – Hrůza zvítězí

Dat er de laatste jaren een heuse trend was om black metal met hopen dissonante klanken te doorspekken, is een understatement. Op de vorig jaar verschenen demo “Konec je všude” werd de USBM soloband Kostnatění nog beïnvloed door black metal-buitenbeetjes Odz Manouk en Tukaaria van het Rhinocervs-label, maar op de eerste volwaardige langspeler “Hrůza zvítězí” (Tsjechisch voor “horror overwint”) haalde D.L. toch ook wel wat mosterd bij de dissonanten van het onvolprezen Deathspell Omega. Mare Cognitum’s Jacob Buczarski stond de man bij met het programmeren van de drumpatronen en verzorgde ook de mix en mastering. D.L. werd een tijd lang gekweld door paniekaanvallen omtrent zijn eigen dood en het schrijven van deze plaat was gelukkig voor hem een bevrijdend en meditatief proces. Zijn beklemmende doodsangst wordt perfect gecapteerd door de kakofonie aan verwrongen klanken die we 37 minuten lang voorgeschoteld krijgen. Regelmatig verkennen D.L.’s vocalen diepere regionen, wat in combinatie met de zwaardere sound, een iets groter death metal-randje aan het geheel geeft wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt en aan doom refereert in de slome passages. De elf minuten durende binnenkomer “Hrůza zvítězí” is meteen een zwaar te verduren brok razende chaos die zich alle kanten uit murwt en opgesmukt wordt met (deels door de mangel gehaalde) trompetpartijen. “Jedna generace” piept, kraakt en knarst dat het een lieve lust is en is een heuse aanval op mijn zenuwstelsel, niet altijd in de positieve zin weliswaar door de bij momenten te groten tsjingeltsjangel-factor. Er wordt met cleane avantgardistische zang geëxperimenteerd en in de tweede helft ontwaar ik wat Cobalt-invloeden die mij beter afgaan. Aan het einde krijgen we nog clean gitaargetokkel dat eventjes rust lijkt te brengen maar waarbij de gekozen noten toch ook weer niet meteen de voor de hand liggende zijn die je in de muziekles hebt aangeleerd gekregen. “Každé zranění předurčeno” en “Únik z existencestaat” staan bol van de krankzinnige leads die mijn tronie in allerlei verwrongen grimassen trekken (op die manier heb ik wel wat weg van de figuur op de hoes) waarbij ik mijn trommelvliezen menig maal moet samenpersen om de schade te beperken. En alsof dat nog niet genoeg is, worden in afsluiter “Donekonečna v přítomném čase” alle registers open getrokken en het aantal BMP vertienvoudigd wat de intensiteits- en maniakaliteitsfactor compleet in het rode duwt. Voeg hier nog wat noise aan toe en het feestje kan niet meer stuk voor zij die over stalen zenuwen beschikken. Na de ontmanteling van Fallen Empire Records, staat Kostnatění er momenteel alleen voor. Labels die niet vies zijn van bands die buiten de lijntjes kleuren (want zelfs naar FER-begrippen is dit zware toebak), zien hier misschien wel potentieel in. Voor mij bijwijlen te enerverend en een plaat die me haast onverwijld klaar maakt voor het gesticht.

JOKKE: 70/100

Kostnatění – Hrůza zvítězí (Eigen beheer 2019)
1. Hrůza zvítězí
2. Jedna generace
3. Každé zranění předurčeno
4. Únik z existence
5. Donekonečna v přítomném čase

Arkhaaik – *dʰg̑ʰm̥tós

Dat het Zwitserse Arkhaaik qua bandnaam een eigen draai aan het woord ‘archaic‘ heeft gegeven vind ik nog enigszins leuk gevonden, maar wat het trio bezielt om je plaat en songs onuitspreekbare titels mee te geven snap ik niet. Zoals te verwachten was, zit hier natuurlijk wel een heel verhaal achter. Bij dit trio draait het immers om het doen heropleven van lang vergeten rites en het aanbidden van primitieve goden in tijden lang voor de mens op deze aardkloot rondliep. We spreken dan over het Bronzen Tijdperk en de vreemde titels zouden ontleend zijn aan een oeroude Indo-Europese taal. Allemaal mooi en wel, maar hoe vertaalt zich dat naar de muziek van Arkhaaik? Wel, in 33 minuten tijd krijgen we drie songs voorgeschoteld waarbij de eerste en de laatste uit een mix aan barbaarse en sepulchrale death metal, bestiale black en pompende doom opgetrokken zijn. Alleen passeert er geen enkele noemenswaardige riff, wat van nummers van tien à vijftien minuten een lange rit maakt. De mix aan extreme genres klinkt vrij plat en gaat het ene oor in en het andere oor uit zonder dat er onderweg vonken overslagen. “u̯rsn̥gwhé̄nIn” heeft nog wel enkele aanvaardbare momenten, maar over het algemeen is dit maar een zwakke meug. Voor het titelnummer besloten de heren een blik aan rituele geluidjes en tierlantijnen open te trekken, maar beklijven doet ook deze aanpak allerminst. Sterker nog, heel deze band voelt als aanstellerij en interessantdoenerij aan. Het concept mag dan wel goed gevonden zijn, zonder sterke nummers valt heel het occulte bouwwerkje als een kaartenhuisje in mekaar. De heren behoren – zoals dat tegenwoordig blijkbaar moet – ook tot een clubje gelijkgestemde zielen. In dit geval is dat het Helvetic Underground Committee waartoe o.a. ook Dakhma en Death.Void.Terror behoren. Allemaal heel trvu ende kvlt maar Arkhaaik klinkt in mijn oren “arkie-saai“.

JOKKE: 55/100

Arkhaaik – *dʰg̑ʰm̥tós (Iron Bonehead Productions 2019)
1. u̯iHrós i̯émos-kʷe
2. *dʰg̑ʰm̥tós
3. u̯rsn̥gwhé̄n

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light

Muziek is een vehikel voor vele emoties. Het zal de doorwinterde doom fanaat, alsook de liefhebbers van menig soft rock ballade, niet verbazen dat vooral verdriet tot zijn recht komt. Na het overlijden van zijn partner, zangeres Aleah Stanbridge, kroop Swallow The Sun gitarist Juha Raivo dus in zijn pen en snaren om dit gemis van zich af te proberen schrijven. Alle respect en deelneming dus. Ik hoop echter voor de beste man dat hij er zich beter door is gaan voelen, want het nieuwe Swallow the Sun album is zeker niet zijn beste werk. Laten we beginnen bij wat er wel goed zit, namelijk de atmosfeer van “When a shadow is forced into the light“. Die is naar goede gewoonte behept met nogal wat meeslepende tristesse en pathos, welke worden uitgewerkt in de vele rustige passages met cleane zang, zuivere gitaren en etherische keyboardklanken. Helaas ligt daar ook het zwakke punt van dit album dat dermate introspectief is dat het elke vorm van spanning en kracht ontbeert. Lekker om een potje op je janken zou je dus kunnen zeggen? Eigenlijk niet, want de oninteressante vocalen, die vooral bestaan uit semi-parlando met Fins accent en zwakke screams, zijn slaapverwekkend op de momenten dat ze niet storen. Daarenboven is de productie aan de dunne kant, zijn de songs net iets te eenvoudig en is het ergens een pijnlijk voorbeeld dat rauwe gevoelens geen garantie zijn voor originaliteit. Zowat iedereen die ik ken, valt over zijn/haar voeten om dit opus te loven, maar voor mij persoonlijk is “When a shadow is forced into the light” weinig meer dan een goed bedoelde, fletse bedoening. 

Xavier: 68/100

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light (Century Media 2019)
1. When A shadow is forced into the light
2. The crimson crown
3. Firelights
4. Upon the water
5. Stone wings
6. Clouds on your side
7. Here on the black earth
8. Never left

Krypts – Cadaver circulation

Hoogtijd om nog eens een death metal-schijf onder onze kritische loep te nemen. De (on)gelukkige van dienst is het Finse Krypts dat reeds twee langspelers op haar palmares heeft staan en in de vorm van “Cadaver circulation” de teller op drie zet. Nu is de term death metal wel wat te beperkend voor het kwartet want de heren houden er ook van om sinds de drie jaar geleden verschenen voorganger “Remnants of expansion” tergend trage en loodzware doomstukken uit hun instrumenten te persen. Geen moderne technische hoogstandjes gelukkig maar een in reverb doordrenkte morbide atmosfeer, is wat we zes nummers lang voorgeschoteld krijgen met “The reek of loss” als sprekend voorbeeld. Zoals wel meer het geval is bij death metal, zijn de vocalen wat aan de eentonige kant, maar zanger/bassist Antti Kotiranta beseft dat hun muziek best mag ademen – in dit geval eerder uitstoten van grafgeuren – en brult het boeltje gelukkig niet voortdurend dicht. In “Echoes emanate forms” gaat hij wel een paar keer met zijn stem de hoogte in en die screams zorgen voor afwisseling met zijn diepe grunts. In het korte “Mycelium” nemen de gitaren een nerveuze wending aan en blijken ze de voorbode van één van de snelste uitbarstingen op de plaat te zijn. “Vanishing” straalt dan weer een zwartmetalen sfeer uit en wisselt extremen qua tempo af. Save the best for last geldt absoluut voor deze plaat want in de vorm van “Circling the between” krijgen we een pakkende finale voorgeschoteld waarin de repetitieve gitaarriffs een trance-effect weten op te wekken, maar we worden toch ook weer even wakker geschud door een heuse snelheidsovertreding van de drummer, hoewel de gitarist stug op doomtempo blijft verder gaan. Vette schijf die een heerlijke mix van twee extreme muziekstijlen laat horen.

JOKKE: 80/100

Krypts – Cadaver circulation (Dark Descent Records 2019)
1. Sinking transient waters
2. The reek of loss
3. Echoes emanate forms
4. Mycelium
5. Vanishing
6. Circling the between

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)