dordeduh

Sur Austru – Meteahnă timpurilor

Ik denk langzamerhand dat zowat alle Roemeense metal bands ergens iets te maken hebben met Negură Bunget. Sur Austru bijvoorbeeld is opgericht door drie ex-leden van Negură: Ovidiu Corodan (bas), Petrică Ionuţescu (traditionele instrumenten) en Tibor Kati (zang, gitaar en keyboards). Niet meteen een verrassing dus dat debuutplaat “Meteahnă timpurilor” wel weg heeft van bands als Negură Bunget, Dordeduh, etc. We krijgen van hen atmosferische folk met vlagen van zwartmetaal die echter nooit de geest van de muziek veranderen. Het is een rijk album met een stevige sound waarop iedereen zijn instrumenten beheerst. Des te jammerder is het dat Tibor’s cleane vocalen nog steeds soms ontaarden in onuitstaanbaar kattengejank, al ben ik daar misschien wat te gevoelig voor als zanger en liefhebber van katten. Nu goed, het gekweel is gelukkig maar sporadisch, dus doet het niet teveel af aan de muziek. Het eerste nummer kent een geslaagde opbouw en is op zich ook een goeie introductie tot de andere tracks, die grotendeels gelijkaardig zijn qua elementen. Het is duidelijk dat swaffelen – fluit en percussie – hier het belangrijkste is, maar ook de riffs op zich zijn erg degelijk en het geheel doet me, naast de Roemeense bossen, ook wel eens denken ook aan het “Істина” album van Ukrainische collegae Nokturnal Mortum. Voor fans van… *tromgeroffel* Negură Bunget zeker een veilige aanschaf.

Xavier: 76/100

Sur Austru – Meteahnă timpurilor (Avantgarde Music 2019)
1. Dincolo de munte
2. Puhoaielor
3. Mistuind
4. Bradul cerbului
5. Jale
6. Dor austru
7. In timp vernal
8. Jabracie

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution)

Sommige bands verleggen de klemtoon in hun thematiek doorheen de jaren. Zeker wanneer je – zoals in het geval van het Tsjechische Inferno – reeds meer dan twintig jaar op de teller hebt staan. Lange tijd werden hun – grotendeels in hun moedertaal gezongen – teksten op een heidense manier ingekleurd. Langzaamaan begon de focus zich echter te verleggen naar satanisme en occultisme en nam de kwaliteit van het muzikaal gebodene exponentieel toe vanaf de “Black devotion“-plaat, wat in 2013 leidde tot Inferno’s voorlopige hoogtepunt “Omniabscence filled by his greatness“. Ik schrijf met opzet “voorlopig” want het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” weet de voorganger zelfs nog te overtreffen. Rots-in-de-infernale-branding Adramalech is er sinds de oerdagen van de band bij en heeft door de jaren heen een sterke line-up rond zich weten scharen die perfect weet hoe ze spannende, duivelse klanken uit hun instrumenten moeten persen. De sterke, zij het minder typische en herkenbare Necromorbus-productie, geeft de plaat bovendien een eigenzinnig en mysterieus karakter. Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” portretteert de band de doordringende grootheid van krachten die zowel van binnenuit als van buitenaf op het individu inwerken. De verkenning van de hoogten van spirituele extase, maar evengoed van de abyssale diepten van het onbewuste, wordt perfect getransponeerd naar de dynamische, magische muziek die veel verder gaat dan een zwartmetalen invalshoek. Zo bevat “The innermost disillusion” bij aanvang de nodige psychedelische elementen die over een furieuze black metal basis – inclusief sacrale zang die op sommige nummers mee vertolkt wordt door Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest – gedrapeerd zijn. Halverwege deze song maakt de verzengende agressie echter plaats voor een hypnotiserende kalmte waarbij een eerder sludgy gitaarriff en vergezellende baspuls een totaal ander karakter aan het nummer geven. Think Sunset In The 12th House. De diepe proclamerende vocalen aan het einde van de song doen me dan weer aan het legendarische Diabolical Masquerade denken. Het inbouwen van progressieve partijen, die de dialoog aangaan met meer rechtoe-rechtaan stukken, spant de spanningsboog tot het uiterste op. Zo klinkt Inferno tijdens de rockende riffs in “Upheaval of silence” opnieuw enkele seconden als het zijproject van enkele Dordeduh leden (niet toevallig ook een band die Oost-Europese invloeen in haar muziek verwerkt) om de rest van de song toch voornamelijk zwartgeblakerde razernij tentoon te spreiden. Tijd om in te dutten tijdens de lange nummers is er met andere woorden niet. Aan het einde van “Abysmal cacophony” meen ik zelfs enige Oosters aandoende, orchestrale elementen waar te nemen. Het knappe aan “Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)” is dat grotendeels trage gitaarpartijen door hypersnelle drums ondersteund worden, vooraleer ook deze song zich even later aan occulte ambient en drone waagt om tenslotte in een oriëntaalse apotheose uit te monden. Die Oosterse invalshoek vinden we natuurlijk ook bij landgenoten Cult Of Fire terug, hoewel die nog een stapje verder gaan in hun adoratie voor India. “Gate-eye of fractal spiral” klokt op meer dan tien minuten af en manifesteert een laatste keer een allegaartje aan black metal, psychedelica, Oosterse sfeer, transcendentale ritmiek en symfonische grandeur. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het fe-no-me-na-le artwork van Jose Gabriel Alegría Sabogal, dat bijna onovertrefbaar lijkt qua details en symboliek. Het lijkt wel een deel van één of andere imposante plafondschildering te zijn. Aan de superlatieven die ik gebruik, merken jullie dat ik danig onder de indruk ben van deze zevende langspeler van Inferno. Het wordt hoogtijd dat ik ze ook live eens onderga.

JOKKE: 91/100

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution) (World Terror Committee 2017)
1. The innermost disillusion
2. Abysmal cacophony
3. Upheaval of silence
4. Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)
5. Gate-eye of fractal spiral
6. Orison for the baneful serpent

Sunset in the 12th House – Mozaic

Bij de inleidende tonen van “Seven insignia” moet ik meteen aan het magistrale “Om” van Negura Bunget denken. Niet verwonderlijk als je weet dat twee derde van de line-up op dat album ook de drijvende kracht achter dit Sunset in the 12th House vormt. We hebben hier m.a.w. met Hupogrammos en Sol Faur te maken, die het nodig vonden om nog een zijstapje te maken ten opzichte van Dordeduh, de band die beide heren oprichtten nadat het hommeles was met Negru (Negura Bunget’s drummer). Daar waar Dordeduh een logisch vervolgverhaal brengt op ‘Om”, is het met de band van de achtergebleven slagwerker sindsdien bergaf gegaan. Als je weet dat de rest van de line-up aangevuld wordt met meesterdrummer Sergio Ponti en bassist Mihai Moldoveanu, die beiden deel uitmaken van (de live bezetting van) Dordeduh, kan je je afvragen wat de meerwaarde dan mag wezen van deze nieuwe formatie? Wel ten eerste wordt hier toch duidelijk uit een ander vaatje getapt, want we krijgen hier overwegend instrumentale nummers voorgeschoteld die puzzelstukjes uit verscheidene genres bevatten en alzo een prachtig gekleurde mozaïek opleveren. De kwartier durende opener beweegt zich tussen spannende post-rockachtige partijen en de steeds terugkerende stevigere hoofdriff inclusief leuke standaardmaatafwijking. Rond de tienminutengrens krijg ik even de bibber van het galopperende progressieve metal ritme, maar dat wordt gelukkig al snel hersteld door groovende en meer hakkende gitaarpartijen. Het is vooral in het meer psychedelische gitaargefriemel en toetsenwerk dat de Roemeense invloeden van hun andere band doorschemert. Hoewel het kwartet op “Arctic cascades” in meer typische post-rock vervalt is het wel heerlijk wegdromen op de meanderende gitaarriedels. De invalshoek op “Paraphernalia of sublimation” is iets progressiever van aard en refereert met momenten aan moderne Enslaved. “Desert’s echaton” bulkt dan weer van de Oosterse invloeden qua instrumentarium en gezang en swingt de pan uit met zijn opzwepende ritmes en percussie. Dit is zo’n album waarbij je als recensent niet anders kan dan alle tracks afzonderlijk te bespreken, omdat in het uur dat het album duurt er talrijke mood swings afgedwongen worden door het karakter van de songs. Zo klinkt “Ethereal consonance” aanvankelijk mysterieus en dreigend en krijgt later een meer sacraal karakter door de mystieke cleane zang (soms knipogend naar New Wave) en etherische keyboards. Ik schrik me een hoedje als er grunts weerklinken in het afsluitende “Rejuvenation”, dat opnieuw meer riff-georiënteerd is en waarin alle muzikanten hun kunsten nog eens mogen etaleren. Ten tweede (ja, tien regels geleden ben ik een opsomming begonnen), is het weinig bands gegeven om met een eerste album meteen een eigen smoelwerk te creëren en zoveel kwaliteit af te leveren, maar we hebben hier dan ook met doorwinterde muzikanten en creatieve meesterbreinen te maken. Nóg progressiever hoeft het voor mij niet te worden en de grunts vormen hier geen echte meerwaarde, maar voor de rest heb ik geen klachten. Voer voor de open minded muziekliefhebber en het zou me niet verbazen als deze band volgend jaar op Roadburn zou staan.

JOKKE: 83/100

Sunset in the 12th House – Mozaic (Prophecy Productions 2015)
1. Seven insignia
2. Arctic cascades
3. Paraphernalia of sublimation
4. Desert’s eschaton
5. Ethereal consonance
6. Rejuvenation

Negură Bunget – Tău

Code666 pakt nog steeds uit met veel tralala als het gaat over “Om“, Negură Bungets vierde langspeler en een van de hoogtepunten van het label. Samen met diens voorganger behoort het album dan ook tot het pièce de résistance uit het oeuvre van de Roemenen. Nadien ging het bergaf en leek Negura Bunget meer een meer zigeunermuziek te maken met loslopende schapen, belletjes en ander vervelende fluitjes. Tijdens de vijf jaren tussen “Vîrstele pămîntului” en langspeler nummer zeven, “Tău” gedoopt, hebben de heren rond drummer Negru alvast geen allergie opgelopen voor hun gekende recept. De eerste twee nummers zijn nog erg spannend en vormen een goede mix tussen folklore en (black) metal. Maar op den duur lijken de etnische elementen het over te nemen. Maar laat dat nu net een goede vooruitgang zijn, want de metalinvloeden zijn om te huilen met de pet op. De grommende zang klinkt zo dof als oma’s jas die al jaren in de kast hangt. Muzikaal klinkt het gitaarwerk zo gedateerd en lukraak bijeen gesprokkeld, zodat je echt een zucht van opluchting slaakt eens de snarenplukkers hun bek houden. De gitaarsolo in “Împodobeala timpului” is nog niet een beetje misplaatst. “Tău” is aardig in elkaar geknutseld, maar er druipt geen passie vanaf. Goed doordacht? Zeker? Boeiend om naar te luisteren? Meestal wel. Zeker de metalvreemde stukken doen het goed. Ja, en dan? Wel ja, het niveau van “Om” wordt nooit gehaald en dat is jammer. Ik gun het Negură Bungets van harte. Zo doen steevast iets origineels en werken er keihard voor. Mijn respect krijgen ze, maar warm word ik er niet (meer) van.

Flp: 68/100

Negură Bunget – Tău (Lupus Lounge 2015)
1. Nămetenie
2. Izbucul galbenei
3. La hotaru cu cinci culmi
4. Curgerea muntelui
5. Tărîm vîlhovnicesc
6. Împodobeala timpului
7. Picur viu foc
8. Schimnicește