duitsland

Slagmark – Radical malice

Eerder dit jaar verscheen de debuut langspeler “Purging sacred soils” van het Duitse Slagmark (er loopt ook een Noorse naamgenoot rond) via Purity Through Fire. Wegens tijdsgebrek vond er geen review plaats maar daar er nu al vrij snel een nieuwe EP (de band spreekt zelf echter van een demo) gelost wordt, komt het duo dus toch nog op Addergebroed terecht. Slagmark is dus nog een vrij jonge band, maar de heren Revenant (zang en gitaar) en Valfor (drums) zijn ook actief bij acts als Totenwache, Eisenkult en Sarkrista. Allemaal bands die deel uitmaken van een grote vijver vol degelijk Teutoons zwartmetaal, maar ook niet meer dan dat. En daarmee is eigenlijk ook al veel gezegd over Slagmark. De vier nummers voldoen aan alle eisen van ouwe getrouwe black metal anno jaren ’90: agressieve power chords, up-tempo drumwerk en haatvol gekrijs en voor enige vorm van randanimatie is er geen plaats waardoor alle songs wat in het verlengde van mekaar liggen. Traditioneel classicisme ten top dus in deze grimmige en koude black metal waar naast heel wat Deutsche Gründlichkeit ook een vleugje Finse black doorheen walst. Simpele maar effectieve en goed uitgevoerde composities vol haat, intensiteit, melodie en een tikkeltje Finse melancholie. Niets meer, niets minder.

JOKKE: 75/100

Slagmark – Radical malice (Purity Thorugh Fire 2020)
1. Behold the raging darkness
2. Radical malice
3. Loathing spreads
4. Hate redemption

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember

Moorgeist – Moorgeist

De van oorsprong Russische, maar momenteel in Duitsland gevestigde blackmetalmuzikant Dmitry Medvedev kennen we onder zijn pseudoniem Wehrgoat vooral van Czarnobog waarmee hij het afgelopen decennium talloze albums heeft uitgebracht (net als met zijn vele andere projecten). In de beginperiode was Czarnobog gewijd aan rauwe, atmosferische blackmetal voorzien van een gezonde dosis ambient, maar het geluid veranderde gaandeweg naar een meer pagan geïnspireerde stijl. Daarom riep de 25-jarige Wehrgoat Moorgeist in het leven om alzo de geest van zijn vroeger Czarnobogwerk terug op te wekken. Deze self-titled EP is het eerste teken van leven van Moorgeist en verscheen eind maart louter als digitale release. Poisonous Sorcery zal deze echter tegen het einde van het jaar ook als gelimiteerde vinyluitgave releasen. U vist ondertussen al achter het net hoor; de tape kan u via Worship Tapes wel nog scoren. In mei volgde een tweede EP “Hymnen der Nacht” die momenteel enkel maar op CD te verkrijgen is op de door Narbentage Produktionen uitgebrachte verzamelaar die ook de eerste EP bevat. Of er van die tweede EP ook een vinylrelease op stapel staat, moet ik u momenteel schuldig blijven. De muzikale droomwereld waarin Moorgeist ons 23 minuten lang onderdompelt, wordt gedomineerd door een spookachtige, griezelige en zeer hypnotiserende atmosfeer die vooral wordt gecreëerd door de groezelige productie met gedempte, fuzzy gitaren, sterk galmende zang en dominante ambient. Alles vervaagt tot één groot, dicht geplamuurd stuk atmosfeer met eentonige drums die langzaam vooruit beuken. De gitaren creëren een wazige en mistige sound die een hypnotiserende en kalmerende muur van duisternis optrekken, ondersteund door spookachtige ambient en dungeon synthpartijen die zorgen voor een langzame en zachte melodie die in elke song de toon zet. In “Moorgeist” scheppen de toetsen een magische atmosfeer terwijl ze aan het met heldere koorzang opgesmukte “Der Sieg der Natur über dem Menschen” een mysterieuze, duistere ondertoon verschaffen. “Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit” moet het dan weer eerder van een terneergeslagen grafstemming hebben. Minimalisme is duidelijk key bij Moorgeist en ik las in een review dat diens muziek klinkt als een Darkspace die tot de essentie werd teruggebracht. Een omschrijving die wat mij betreft de nagel op de kop slaat. Deze eerste EP lijkt misschien niet zo héél veel te bieden, afgezien van een hypnotiserende eentonigheid, wat melodieuze synthesizer en een enge, spookachtige sfeer. Toch slaagt onze vriend met de toverhoed erin om het geheel goed te laten werken. Alles wordt versmolten tot een sinister gebeuren, terwijl spookachtige vocalen zorgen voor een verontrustende atmosfeer die perfect bij de muziek past. Als je een fan bent van minimalistische ambient blackmetal, is dit precies wat je zoekt.

JOKKE: 81/100

Moorgeist – Moorgeist (Worship Tapes/Poisonous Sorcery 2020)
1. Im Kerker des modrigen Sumpfes
2. Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit
3. Moorgeist
4. Der Sieg der Natur über dem Menschen

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows / From the cursed glades

De undergroundinspectie wees mij op het eerstdaags verschijnen van nieuw werk van Äkth Gánahëth in de vorm van een split met het Amerikaanse Grógaldr. Wie zei u daar? Wel, Äkth Gánahëth is een vrij nieuw éénmansproject van een zekere Adrian Brachmann die verder nog actief is bij Níðstöng, Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth. Deze allesdoener heeft een Duits paspoort, maar is momenteel woonachtig in de hoofdstad van het mooie en mysterieuze IJsland. En die overweldigende omgeving – in combinatie met de lockdown nav COVID-19 – werkte blijkbaar positief op zijn inspiratie- en creatiedrang want in april verscheen reeds het debuut “Crowned in shadows“, die in maart nog voorafgegaan werd door de “From the cursed glades” demo. We brengen beide releases voor het gemak even samen onder de aandacht. De langspeler is opgedragen aan Ōstara, de Germaanse godin van de lente en laat in een klein half uur een geluid horen dat – naar eigen zeggen – geïnspireerd is op de Franse Les Légions Noires, Moonbood en Akitsa. Referenties waar we ons wel in kunnen vinden. “Crowned in shadows” is een top debuut dat met zijn knoestige raspende vocalen, bijwijlen catchy jengelende gitaarmelodieën, hoekige stuwende ritmes, basic drumwerk, triomfantelijke heldere gezangen en sinistere synths uit het volledige spectrum aan ouderwetse black metal invloeden put. En dit alles gegoten in een degelijke undergroundproductie. De demo klinkt als vanzelfsprekend wat scheller maar bevat reeds dezelfde ingrediënten, hoewel het toetsenwerk nóg wat prominenter aanwezig lijkt en een meer heidense en fantasy vibe laat horen. Äkth Gánahëth is een aangename ontdekking. Dat dacht menig échte undergroundfan (en spijtig genoeg eveneens de verachtelijke Discogstrol) blijkbaar ook, want de vinylrelease van de langspeler is al hopeloos uitverkocht.

JOKKE: 82/100

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows (Death Kvlt Productions 2020)
1. The gates of hel
2. The battle on Vígríðr
3. Crowned in shadows
4. The night spreads her wings
5. Under the spectral full moon
6. Brimstone and ash
7. Journey through the desert of ice

Äkth Gánahëth – From the cursed glades (Eigen beheer 2020)
1. Summoning rites (Intro)
2. From the cursed glades
3. Black crowns of stone and moss
4. The realms beyond light (Outro)

Nekus – Death nova upon the barren harvest

De bodemloze diepte spuwt weeral een nieuw cavernous death metal-orkestje uit. Nekus is de naam en het betreft een Duits trio dat zichzelf en zijn metal of death in grootse duisternis onderdompelt. Een vetgeile riff zet deze vier songs tellende en 28 minuten durende EP in gang. Wanneer de drums de riff op een tribalachtige manier vergezellen, wordt de spanning opgebouwd totdat er een barbaarse uitbarsting volgt gekenmerkt door eerder stug hakkend dan soepel en verfijnd drumwerk. “Devouring mills” kan eigenlijk als een soort langgerekte inleiding beschouwd worden die de grafstemming meteen gitzwart neerzet. De gutturale vocalen galmen over de modderige riffs die we in de humide analoge productie ontwaren. In tegenstelling tot vele genregenoten vallen er in de doodsmetalen waas van deze drie holbewoners wel degelijk riffs te bespeuren. En dat gitaarwerk is bijna voortdurend mid- tot down-tempo. Het is de drummer die in een zompig nummer als “Putrid harvester” afwisselt tussen snel chaotisch en loodzwaar traag geknuppel en hier voor de dynamiek zorgt. De resonerende gitaarmelodieën zetten tevens een hallucinogene atmosfeer neer. “Necromancer’s death chant“, en zeker de eerste helft, is héél log, doomy en statisch van opzet, maar in het tweede deel zorgen rollende bassdrums voor wat meer groove. Met “Dagger of the corrupter” en diens tien minuten speeltijd volgt dan nog de langste (de)compositie en tevens ook de meest dynamische. Necrotische grandeur en diep dronende gitaartonen duwen je voortdurend kopje onder in de abyssale diepte waaruit Nekus musiceert. Alle hoop is stilaan verdwenen en de uitzichtloosheid neemt het over. Hier valt geen enkel streepje daglicht te bespeuren. Ondanks de ietwat primaire aanpak van dit soort death metal, blijft deze EP wel intrigeren. Geslaagde eerste worp!

JOKKE: 80/100

Nekus – Death nova upon the barren harvest (Blood Harvest 2020)
1. Devouring mills
2. Putrid harvester
3. Necromancer’s death chant
4. Dagger of the corrupter

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt

We zijn Moeder Aarde zo stillaan volledig naar de verdoemenis aan het helpen, dat is niets nieuws onder de broeierige zon die meer en meer door het gat in de ozonlaag komt piepen. De mens heeft Moeder Natuur nodig, maar vice versa geldt dat niet. Deze conceptuele split waarvoor het Duitse Friisk en Franse Loth de handen in mekaar slaan, beschrijft hoe het milieu kan herstellen wanneer de mensheid van de kaart geveegd is als gevolg van de cyclus van leven en dood. Het troosteloze artwork van Chris Kiesling van Misanthropic Art sluit hier mooi bij aan. Het Duitse kwintet Friisk opent kant A en kwam hier al eerder aan bod met diens debuut EP “De doden van’t waterkant“. “Kien Kummweer” is een dertien minuten durende compositie met teksten die in het Nederduits neergepend werden. Muzikaal gezien krijgen we tal van kippenvel opwekkende melodieuze leads te horen die over de woeste en snelle atmosferische black metal gedrapeerd zijn. Maar tussen al het geraas door is ook plaats voor akoestische rustpunten en meer doomy atmosfeer alvorens het nummer uitmondt in serene ambient. “Warndt“, het bijna negentien minuten durende werkstuk dat Loth aanlevert, grijpt je niet meteen bij het nekvel. Het duo opteerde ervoor om de sereniteit van het einde van het Friisk-nummer middels strijkers en cleane gitaren nog een dikke drie minuten door te trekken. Maar uiteindelijk gaat ook Loth overstag en volgt atmosferische black die wat progressiever van insteek is. Eens de band op dreef is, is het echter niet rammen en blazen tot aan het gaatje, want compositorisch werd een dynamisch gearrangeerd nummer afgeleverd dat epiek en ingetogen (akoestische) momenten inruilt voor heftige passages met donderend drumwerk en venijnige melodieuze riffs. Multi-instrumentalist Loth musiceert sterk (dat wisten we al van de twee eerder verschenen langspelers) en de krijsen van F.S. gaan door merg en been. Rond de twaalfminutengrens denk je dat het muzikale verhaal erop zit en de aarde in alle rust haar tweede adem kan vinden, maar toch slaat Loth nogmaals furieus toe met een zinderende finale. Of toch niet, want even later valt het muzikale onweer opnieuw stil en volgt ingetogen gemusiceer vergezeld van rustgevende orgeltoetsen. Wie denkt dat de heren toch nog een laatste keer alle registers zullen opentrekken, is er vervolgens aan voor de moeite. Mooi hoe hier niet volgens een verwachtinspatroon gemusiceerd wordt. Geslaagde split van twee bands die blijven groeien en fans van de “cascadian” sound ongetwijfeld zal aanspreken.

JOKKE: 79/100 (Friisk: 78/100; Loth: 80/100)

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt (Vendetta Records 2020)
1. Friisk – Kien Kummweer
2. Loth – Warndt

Eisenkult – …Gedenken wir der Finsternis

Scherp je zwaard en blink die maliënkolder op want reeds vanaf de 8-bit achtige intro op deze debuutplaat van het Duitse Eisenkult worden we terug gekatapulteerd naar lang vervlogen middeleeuwse rijken. Het zal niet verwonderen dat de black metal die de band met leden van Mavorim, Totenwache en Meuchelmord nadien over ons uitstort resoluut geworteld is in de traditionele, folkloristische uithoek van tweede golf classicisme. Het zwartmetaal is overwegend snel van tempo, hoewel het prachtige titelnummer dan weer erg slepend van aard is, en klinkt rauw maar melodieus. De productie is krachtig, maar een tikkeltje aan de droge kant. Een pianointermezzo zorgt voor een melancholisch rustpunt en de toetsen uit de intro keren nog enkele keren terug om ons op hun vleugels mee naar eeuwenoude tijden te vervoeren. De laatste twee nummers zijn terug een pak feller en ijziger. Er gebeurt met andere woorden heel wat tijdens dit kort en bondig gehouden debuut. “…Gedenken wir der Finsternis” is een 28 minuten durende trip voor dromers en tijdreizigers die niets van onze moderne maatschappij moeten weten. “The past is alive!“, zoals wel meer het geval is wanneer Purity Through Fire zijn schouders onder een band zet.

JOKKE: 79/100

Eisenkult – …Gedenken wir der Finsternis (Purity Through Fire 2020)
1. Intro
2. Stahlross
3. Deprecatio
4. Interlude
5. Gedenken wir der Finsternis
6. Auf schwarzen Schwingen
7. Ein endloses Nichts
8. Outro

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –