duitsland

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows / From the cursed glades

De undergroundinspectie wees mij op het eerstdaags verschijnen van nieuw werk van Äkth Gánahëth in de vorm van een split met het Amerikaanse Grógaldr. Wie zei u daar? Wel, Äkth Gánahëth is een vrij nieuw éénmansproject van een zekere Adrian Brachmann die verder nog actief is bij Níðstöng, Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth. Deze allesdoener heeft een Duits paspoort, maar is momenteel woonachtig in de hoofdstad van het mooie en mysterieuze IJsland. En die overweldigende omgeving – in combinatie met de lockdown nav COVID-19 – werkte blijkbaar positief op zijn inspiratie- en creatiedrang want in april verscheen reeds het debuut “Crowned in shadows“, die in maart nog voorafgegaan werd door de “From the cursed glades” demo. We brengen beide releases voor het gemak even samen onder de aandacht. De langspeler is opgedragen aan Ōstara, de Germaanse godin van de lente en laat in een klein half uur een geluid horen dat – naar eigen zeggen – geïnspireerd is op de Franse Les Légions Noires, Moonbood en Akitsa. Referenties waar we ons wel in kunnen vinden. “Crowned in shadows” is een top debuut dat met zijn knoestige raspende vocalen, bijwijlen catchy jengelende gitaarmelodieën, hoekige stuwende ritmes, basic drumwerk, triomfantelijke heldere gezangen en sinistere synths uit het volledige spectrum aan ouderwetse black metal invloeden put. En dit alles gegoten in een degelijke undergroundproductie. De demo klinkt als vanzelfsprekend wat scheller maar bevat reeds dezelfde ingrediënten, hoewel het toetsenwerk nóg wat prominenter aanwezig lijkt en een meer heidense en fantasy vibe laat horen. Äkth Gánahëth is een aangename ontdekking. Dat dacht menig échte undergroundfan (en spijtig genoeg eveneens de verachtelijke Discogstrol) blijkbaar ook, want de vinylrelease van de langspeler is al hopeloos uitverkocht.

JOKKE: 82/100

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows (Death Kvlt Productions 2020)
1. The gates of hel
2. The battle on Vígríðr
3. Crowned in shadows
4. The night spreads her wings
5. Under the spectral full moon
6. Brimstone and ash
7. Journey through the desert of ice

Äkth Gánahëth – From the cursed glades (Eigen beheer 2020)
1. Summoning rites (Intro)
2. From the cursed glades
3. Black crowns of stone and moss
4. The realms beyond light (Outro)

Nekus – Death nova upon the barren harvest

De bodemloze diepte spuwt weeral een nieuw cavernous death metal-orkestje uit. Nekus is de naam en het betreft een Duits trio dat zichzelf en zijn metal of death in grootse duisternis onderdompelt. Een vetgeile riff zet deze vier songs tellende en 28 minuten durende EP in gang. Wanneer de drums de riff op een tribalachtige manier vergezellen, wordt de spanning opgebouwd totdat er een barbaarse uitbarsting volgt gekenmerkt door eerder stug hakkend dan soepel en verfijnd drumwerk. “Devouring mills” kan eigenlijk als een soort langgerekte inleiding beschouwd worden die de grafstemming meteen gitzwart neerzet. De gutturale vocalen galmen over de modderige riffs die we in de humide analoge productie ontwaren. In tegenstelling tot vele genregenoten vallen er in de doodsmetalen waas van deze drie holbewoners wel degelijk riffs te bespeuren. En dat gitaarwerk is bijna voortdurend mid- tot down-tempo. Het is de drummer die in een zompig nummer als “Putrid harvester” afwisselt tussen snel chaotisch en loodzwaar traag geknuppel en hier voor de dynamiek zorgt. De resonerende gitaarmelodieën zetten tevens een hallucinogene atmosfeer neer. “Necromancer’s death chant“, en zeker de eerste helft, is héél log, doomy en statisch van opzet, maar in het tweede deel zorgen rollende bassdrums voor wat meer groove. Met “Dagger of the corrupter” en diens tien minuten speeltijd volgt dan nog de langste (de)compositie en tevens ook de meest dynamische. Necrotische grandeur en diep dronende gitaartonen duwen je voortdurend kopje onder in de abyssale diepte waaruit Nekus musiceert. Alle hoop is stilaan verdwenen en de uitzichtloosheid neemt het over. Hier valt geen enkel streepje daglicht te bespeuren. Ondanks de ietwat primaire aanpak van dit soort death metal, blijft deze EP wel intrigeren. Geslaagde eerste worp!

JOKKE: 80/100

Nekus – Death nova upon the barren harvest (Blood Harvest 2020)
1. Devouring mills
2. Putrid harvester
3. Necromancer’s death chant
4. Dagger of the corrupter

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt

We zijn Moeder Aarde zo stillaan volledig naar de verdoemenis aan het helpen, dat is niets nieuws onder de broeierige zon die meer en meer door het gat in de ozonlaag komt piepen. De mens heeft Moeder Natuur nodig, maar vice versa geldt dat niet. Deze conceptuele split waarvoor het Duitse Friisk en Franse Loth de handen in mekaar slaan, beschrijft hoe het milieu kan herstellen wanneer de mensheid van de kaart geveegd is als gevolg van de cyclus van leven en dood. Het troosteloze artwork van Chris Kiesling van Misanthropic Art sluit hier mooi bij aan. Het Duitse kwintet Friisk opent kant A en kwam hier al eerder aan bod met diens debuut EP “De doden van’t waterkant“. “Kien Kummweer” is een dertien minuten durende compositie met teksten die in het Nederduits neergepend werden. Muzikaal gezien krijgen we tal van kippenvel opwekkende melodieuze leads te horen die over de woeste en snelle atmosferische black metal gedrapeerd zijn. Maar tussen al het geraas door is ook plaats voor akoestische rustpunten en meer doomy atmosfeer alvorens het nummer uitmondt in serene ambient. “Warndt“, het bijna negentien minuten durende werkstuk dat Loth aanlevert, grijpt je niet meteen bij het nekvel. Het duo opteerde ervoor om de sereniteit van het einde van het Friisk-nummer middels strijkers en cleane gitaren nog een dikke drie minuten door te trekken. Maar uiteindelijk gaat ook Loth overstag en volgt atmosferische black die wat progressiever van insteek is. Eens de band op dreef is, is het echter niet rammen en blazen tot aan het gaatje, want compositorisch werd een dynamisch gearrangeerd nummer afgeleverd dat epiek en ingetogen (akoestische) momenten inruilt voor heftige passages met donderend drumwerk en venijnige melodieuze riffs. Multi-instrumentalist Loth musiceert sterk (dat wisten we al van de twee eerder verschenen langspelers) en de krijsen van F.S. gaan door merg en been. Rond de twaalfminutengrens denk je dat het muzikale verhaal erop zit en de aarde in alle rust haar tweede adem kan vinden, maar toch slaat Loth nogmaals furieus toe met een zinderende finale. Of toch niet, want even later valt het muzikale onweer opnieuw stil en volgt ingetogen gemusiceer vergezeld van rustgevende orgeltoetsen. Wie denkt dat de heren toch nog een laatste keer alle registers zullen opentrekken, is er vervolgens aan voor de moeite. Mooi hoe hier niet volgens een verwachtinspatroon gemusiceerd wordt. Geslaagde split van twee bands die blijven groeien en fans van de “cascadian” sound ongetwijfeld zal aanspreken.

JOKKE: 79/100 (Friisk: 78/100; Loth: 80/100)

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt (Vendetta Records 2020)
1. Friisk – Kien Kummweer
2. Loth – Warndt

Eisenkult – …Gedenken wir der Finsternis

Scherp je zwaard en blink die maliënkolder op want reeds vanaf de 8-bit achtige intro op deze debuutplaat van het Duitse Eisenkult worden we terug gekatapulteerd naar lang vervlogen middeleeuwse rijken. Het zal niet verwonderen dat de black metal die de band met leden van Mavorim, Totenwache en Meuchelmord nadien over ons uitstort resoluut geworteld is in de traditionele, folkloristische uithoek van tweede golf classicisme. Het zwartmetaal is overwegend snel van tempo, hoewel het prachtige titelnummer dan weer erg slepend van aard is, en klinkt rauw maar melodieus. De productie is krachtig, maar een tikkeltje aan de droge kant. Een pianointermezzo zorgt voor een melancholisch rustpunt en de toetsen uit de intro keren nog enkele keren terug om ons op hun vleugels mee naar eeuwenoude tijden te vervoeren. De laatste twee nummers zijn terug een pak feller en ijziger. Er gebeurt met andere woorden heel wat tijdens dit kort en bondig gehouden debuut. “…Gedenken wir der Finsternis” is een 28 minuten durende trip voor dromers en tijdreizigers die niets van onze moderne maatschappij moeten weten. “The past is alive!“, zoals wel meer het geval is wanneer Purity Through Fire zijn schouders onder een band zet.

JOKKE: 79/100

Eisenkult – …Gedenken wir der Finsternis (Purity Through Fire 2020)
1. Intro
2. Stahlross
3. Deprecatio
4. Interlude
5. Gedenken wir der Finsternis
6. Auf schwarzen Schwingen
7. Ein endloses Nichts
8. Outro

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –

Dauþuz – Grubenfall 1727

Op 26 juni bacht Amor Fati Productions een nieuwe EP uit van Dauþuz, een band die thematische gezien werkt rond de duistere onderneming van mijnbouw waarbij er in eeuwige duisternis gezwoegd en gezweet wordt en dit met een constant gevaar voor de dood (de bandnaam is dan ook oud-Duits voor ‘dood’). Hoewel ‘nieuw’ misschien wat overdreven is in dit geval. Het duo Aragonyth (alle instruments en songwriting) en Syderyth (zang, teksten en akoestische gitaarmuziek) vertelt op deze EP namelijk een mini-verhaal rond pijn, wraak en verlossing dat begon met het titelnummer op het debuut “In finstrer Teufe” (2016) en een vervolg kreeg met het nummer “Kerker der Ewgkeit” van “Die Grubenmähre” (2017). Beide composities werden voor deze EP heropgenomen en aangevuld met een gloednieuw sluitstuk getiteld “Die letzte Fahrt” dat met ruim 20 minuten speeltijd ook voldoende nieuw materiaal vertegenwoordigt. Op deze EP laat het duo zich van zijn meest epische kant zien. De gelaagde composities bevatten heel wat akoestische intermezzo’s, catchy melodieën, subtiele toetsenlagen en heldere samenzang hoewel de basis ontegensprekelijk zo zwart als de diepste mijnkrochten blijft. De mix van folky melodieën en meer sombere, melodramatiche riffs creëert een spannende wisselwerking die ongelooflijk goed werkt om een ​​breed scala aan emoties over te brengen. Opwinding, angst, heroïek, tristesse en furie worden allemaal tot leven gewekt. En hoewel er zeker ook een lichtpuntje aan hoop aan het einde van de mijnkoker schijnt, heeft het totaalgeluid van Dauþuz een verwrongen en gevaarlijke kant die tot uiting komt middels een krachtige en wrede black metal storm. Dit is zo Duits als maar kan zijn, en de tijden dat Duitse black lachwekkend was, liggen reeds ver achter ons. Tezamen met de release van deze EP zal Amor Fati ook de back catalogue van Dauþuz van een tweede leven voorzien op zowel CD als vinyl. Liefhebbers weten wat doen.

JOKKE: 80/100

Dauþuz – Grubenfall 1727 (Amor Fati Productions 2020)
1. Grubenfall 1727
2. Kerker der Ewigkeit
3. Die letzte Fahrt

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Hadopelagial – Hadopelagial

Dit Hadopelagial zette me even op het verkeerde been want deze langspeler klonk toch niet echt als wat we recent nog te horen kregen op de split met Kosmokrator. Maar dat was dus Hadopelagyal met een “y” die via Ván Records hun muziek de wereld insturen. Dit Hadopelagial is eveneens Duits en doet zijn ding via het Russische Satanath Records. Het blastsalvo dat het titelnummer van dit debuut opent, doet meteen een knuppelfestijn van de eerste tot en met de laatste minuut vermoeden. De tempo’s zijn bij momenten haast onmenselijk snel en lijken me onmogelijk door een mens van vlees en bloed ingespeeld te zijn ondanks het feit dat C.C. het inspelen van alle instrumeten op zijn conto zet. Zijn makker Ghoul neemt de helse ietwat vervormde screams voor zijn rekening. Gelukkig ratelen de drums in een mid-tempo nummer als “Leviathan” niet continu aan een moordend tempo. Dat zorgt enerzijds voor wat afwisseling en dynamiek en anderzijds moet ook gezegd worden dat die ééndmensionale mitraillettedrums toch al gauw gaan tegensteken. De scheermesriffs laten ook wel wat melodie op de luisteraar los, maar nergens vallen we van onze stoel door een melodie of riff die langer dan enkele seconden blijft hangen. De sound van de gitaren is ook te vlak en ietwat industrieel klinkend, wat natuurlijk wel past bij het beklemmende DNA van de band, dat dan weer wel. Halfweg de plaat zijn we murw gebeukt en treedt metaalmoeheid op. Gelukkig zoekt “For the new path” terug wat meer mid-tempo regionen op, maar voor de rest niets bijzonders in dit nummer. “Amunre” daarentegen springt er met haar Zweedse riffs wel uit. Knetterharde partijen wisselen af met gematigde melodieuze stukken waarin de basgitaar eindelijk hoorbaar is en subtiele keyboards een extra laagje toevoegen. Echter is dit nummer onvoldoende om de plaat te redden van de middelmaat. Snelheidsmaniakken moeten dit misschien wel eens checken.

JOKKE: 66/100

Hadopelagial – Hadopelagial (Satanath Records 2020)
1. Hadopelagial
2. Helios
3. Leviathan
4. The cosmic ocean
5. For the new path
6. Amunre
7. Return of the black death
8. Dana