duitsland

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –

Dauþuz – Grubenfall 1727

Op 26 juni bacht Amor Fati Productions een nieuwe EP uit van Dauþuz, een band die thematische gezien werkt rond de duistere onderneming van mijnbouw waarbij er in eeuwige duisternis gezwoegd en gezweet wordt en dit met een constant gevaar voor de dood (de bandnaam is dan ook oud-Duits voor ‘dood’). Hoewel ‘nieuw’ misschien wat overdreven is in dit geval. Het duo Aragonyth (alle instruments en songwriting) en Syderyth (zang, teksten en akoestische gitaarmuziek) vertelt op deze EP namelijk een mini-verhaal rond pijn, wraak en verlossing dat begon met het titelnummer op het debuut “In finstrer Teufe” (2016) en een vervolg kreeg met het nummer “Kerker der Ewgkeit” van “Die Grubenmähre” (2017). Beide composities werden voor deze EP heropgenomen en aangevuld met een gloednieuw sluitstuk getiteld “Die letzte Fahrt” dat met ruim 20 minuten speeltijd ook voldoende nieuw materiaal vertegenwoordigt. Op deze EP laat het duo zich van zijn meest epische kant zien. De gelaagde composities bevatten heel wat akoestische intermezzo’s, catchy melodieën, subtiele toetsenlagen en heldere samenzang hoewel de basis ontegensprekelijk zo zwart als de diepste mijnkrochten blijft. De mix van folky melodieën en meer sombere, melodramatiche riffs creëert een spannende wisselwerking die ongelooflijk goed werkt om een ​​breed scala aan emoties over te brengen. Opwinding, angst, heroïek, tristesse en furie worden allemaal tot leven gewekt. En hoewel er zeker ook een lichtpuntje aan hoop aan het einde van de mijnkoker schijnt, heeft het totaalgeluid van Dauþuz een verwrongen en gevaarlijke kant die tot uiting komt middels een krachtige en wrede black metal storm. Dit is zo Duits als maar kan zijn, en de tijden dat Duitse black lachwekkend was, liggen reeds ver achter ons. Tezamen met de release van deze EP zal Amor Fati ook de back catalogue van Dauþuz van een tweede leven voorzien op zowel CD als vinyl. Liefhebbers weten wat doen.

JOKKE: 80/100

Dauþuz – Grubenfall 1727 (Amor Fati Productions 2020)
1. Grubenfall 1727
2. Kerker der Ewigkeit
3. Die letzte Fahrt

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Hadopelagial – Hadopelagial

Dit Hadopelagial zette me even op het verkeerde been want deze langspeler klonk toch niet echt als wat we recent nog te horen kregen op de split met Kosmokrator. Maar dat was dus Hadopelagyal met een “y” die via Ván Records hun muziek de wereld insturen. Dit Hadopelagial is eveneens Duits en doet zijn ding via het Russische Satanath Records. Het blastsalvo dat het titelnummer van dit debuut opent, doet meteen een knuppelfestijn van de eerste tot en met de laatste minuut vermoeden. De tempo’s zijn bij momenten haast onmenselijk snel en lijken me onmogelijk door een mens van vlees en bloed ingespeeld te zijn ondanks het feit dat C.C. het inspelen van alle instrumeten op zijn conto zet. Zijn makker Ghoul neemt de helse ietwat vervormde screams voor zijn rekening. Gelukkig ratelen de drums in een mid-tempo nummer als “Leviathan” niet continu aan een moordend tempo. Dat zorgt enerzijds voor wat afwisseling en dynamiek en anderzijds moet ook gezegd worden dat die ééndmensionale mitraillettedrums toch al gauw gaan tegensteken. De scheermesriffs laten ook wel wat melodie op de luisteraar los, maar nergens vallen we van onze stoel door een melodie of riff die langer dan enkele seconden blijft hangen. De sound van de gitaren is ook te vlak en ietwat industrieel klinkend, wat natuurlijk wel past bij het beklemmende DNA van de band, dat dan weer wel. Halfweg de plaat zijn we murw gebeukt en treedt metaalmoeheid op. Gelukkig zoekt “For the new path” terug wat meer mid-tempo regionen op, maar voor de rest niets bijzonders in dit nummer. “Amunre” daarentegen springt er met haar Zweedse riffs wel uit. Knetterharde partijen wisselen af met gematigde melodieuze stukken waarin de basgitaar eindelijk hoorbaar is en subtiele keyboards een extra laagje toevoegen. Echter is dit nummer onvoldoende om de plaat te redden van de middelmaat. Snelheidsmaniakken moeten dit misschien wel eens checken.

JOKKE: 66/100

Hadopelagial – Hadopelagial (Satanath Records 2020)
1. Hadopelagial
2. Helios
3. Leviathan
4. The cosmic ocean
5. For the new path
6. Amunre
7. Return of the black death
8. Dana

YounA – Zornvlouch

Een groot deel van het karakter van de black metal die het uit Leipzig afkomstige YounA in opener “Knochen zu Asche, Kronen zu Rost” over ons uitstort, wordt bepaald door de veelvuldige spoken word samples die doorheen de woeste zwartmetalen klanken verweven zijn. Het zorgt voor een cinematografisch, apokalyptisch gevoel. Alastor, de man achter dit éénmansproject die ook actief is bij o.a. I I en Evil Warriors, weet op zijn eerste volwaardige langspeler “Zornvlouch” echter ook meerdere venijnige riffs uit zijn gitaar te persen. In “Tievelswizzan” voelen de aanslagen op het chinacymbaal als een gesel op je naakte rug aan en de helse riffs van het titelnummer laten bloedrode striemen na terwijl Alastor in zijn blaffende moedertaal de ene na de andere vloek over je uitstort. Fijngevoeligheden zijn niet aan deze man besteed, dat moge duidelijk wezen! In “Vreveler” lijkt het alsof we getuige zijn van een satanische hoogmis. De sacrale rituele zangen, vergezeld van percussie en gaandeweg ook van een ronkende basgitaar en uiteindelijk een pakkende en meeslepende gitaarmelodie, sporen ons aan onze ziel aan de duivel te verkopen…voor zo ver dat al niet gebeurd is. Met “Tievelsühtic” en diens helse aanvangslead is het opnieuw menens en krijgen we een aframmeling van jewelste die onze botten doet kraken. Opzwepende heldere gezangen voeden het strijdvaardig karakter van dit nummer en zuigen ons mee het strijdgewoel in om – desnoods met blote hand – de schedel van onze vijand in te kloppen. “Verdrieß und Verderben” is van hetzelfde laken een broek maar bevat aan het einde bevreemdende diepe keelklanken die een mysterieuze toets toevoegen en een naadloze overgang vormen naar “Urgewalt“, een bijna acht minuten durende compositie die Alastor geschikt achtte om “Zornvlouch” mee af te sluiten. We troffen het nummer ook al op de gelijknamige EP uit 2019 aan, maar kunnen de man geen ongelijk geven dat hij dit beest van een nummer hier een tweede leven geeft, want er zijn nog steeds veel mensen die niet meteen tot de aanschaf van EP’s overgaan. Genadeloos, maar met een epische toets, melodieuze grandeur en spetterende gitaarsolo wordt “Zornvlouch” uitgeleid. YounA zal liefhebbers van woeste, maar dynamisch gearrangeerde black ontegensprekelijk kunnen bekoren.

JOKKE: 82/100

YounA – Zornvlouch (Into Endless Chaos 2020)
1. Knochen zu Asche, Kronen zu Rost
2. Tievelswizzan
3. Zornvlouch
4. Vreveler
5. Tievelsühtic
6. Verdrieß und Verderben
7. Urgewalt

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination

Dat Ván Records al zestien jaar lang interessant spul op de markt brengt hoeft ondertussen geen betoog meer, en naast de traditionele focus van het label op bezwerende, ritualistische black metal lijken er de laatste jaren ook meer releases uit te komen van het doodse broertje ervan. Nadat het label enkele heel sterke releases van het eveneens Duitse Sulphur Aeon uitbracht, komen ook nu de landgenoten van Nekrovault met een eerste langspeler. De twee voorgaande demo’s zijn het bewijs dat mijn oog toch niet alziend is, maar dit debuutalbum werd gelukkig wel opgepikt want wat Nekrovault laat horen is klasse. “Totenzug – funereal hillscapes” plant dankzij het consistent trage tempo meteen een onheilspellende sfeer van jewelste neer, en meteen valt op dat er veel aandacht is besteed aan de productie, die zonder zever ‘top’ genoemd kan worden en waar de zware distortion teruggrijpt naar de hoogdagen van de BOSS HM-2-pedalen. Dat Nekrovault weet hoe ze de buzzsaw sound van de Zweedse grootheden van weleer kan bekomen staat buiten kijf. Deze formule, aangevuld met lugubere melodieën zoals in “Psychomanteum – luminous flames” geeft – net zoals bij het hiervoor vernoemde Sulphur Aeon – een zwart sfeertje mee aan hun sound, waardoor we Nekrovault ook in het rijtje met Grave Miasma en Irkallian Oracle kunnen plaatsen, waarbij de heren duidelijk een stap verder weg van de black metal zetten tegenover de EP’s. Naast onheilspellend en traag beuken knalt een snel nummer als “Pallid eyes” hard uit de speakers en horen we een mooi eerbetoon aan bands als Carnage, Entombed en Dismember. Halfweg krijgen we een twee minuten durend intermezzo waarin aasvliegen het rottende, doodse karakter van “Totenzug – festering peregrination” (what’s in a name) verder in de verf zetten voordat de Duitsers er opnieuw geen gras over laten groeien. Vreemde eend in de bijt is afsluiter “Eremitorium”, waar Nekrovault het rock & rollgehalte plots de hoogte in stuwt en begot zelfs catchy te noemen valt en waar ook wat traditionele doominvloeden te bespeuren zijn. Veel subtiliteit biedt Nekrovault niet, maar wel verdomd stevige death metal die waarschijnlijk ook door een hoop blackies gesmaakt zal kunnen worden – andere stijl, dezelfde sfeer. Nekrovault heeft zich ontpopt tot een sinister, halfverrot wezen dat uit de diepste krochten van zijn tombe naar boven komt gekropen: niet snel, maar berekend en onstuitbaar. De Bavarianen wilden een akelige sfeer neerpoten en zijn daarin geslaagd en ondanks de bijzonder heldere mix klinkt deze langspeler geweldig zompig. Exact zoals ik mijn death metal graag heb.

CAS: 84/100

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination (Ván Records 2020)
1. Totenzug – funereal hillscapes
2. Sepulkrator
3. Psychomanteum – luminous flames
4. Pallid Eyes
5. Serpentrance
6. Basilisk fumes
9. Eremitorium

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial

Secrets Of The Moon – Black house

Secrets of the Moon is altijd al een omstreden band geweest. Een black metal kern met wisselende invloeden, een occulte thematiek en een aparte marketing strategie. Zo wilden de Duitse heren bijvoorbeeld geen promo voeren voor hun album “Seven bells” uit 2012, ook al stonden er een paar grotere namen op de lijst met gastmuzikanten. Helaas, zoals het soms wel eens wil gaan met bands die per se deel willen uitmaken van het “rijk der speciaal doenerij” ging het uiteindelijk bergaf in 2015 met “Sun“. Overwegend slecht neuzelende cleane zang door een zanger die zelf vaak nasaal klinkt, goedkope Katatonia invloeden en een schelle en toch modderige productie maakten van het album een soort depressieve post-rock abortus. Gezien de huidige trend waarin bands teruggrijpen naar hun roots en de terugkeer van de oudgediende bassist Daevas, koesterde ik echter een voorzichtige hoop. Niet dat ik iets heb tegen post-rock of depri-pop, de band was gewoon beter toen ze nog black metal speelden. Je leest het al aankomen, die hoop was tevergeefs. Sterker nog, de deur van “Black house” bevindt zich nog enkele treden lager en is enkel te openen door bands met voorgekauwde riffs die nog steeds/opnieuw doen denken aan een vermoeide Katatonia, een zeurderige stem die flirt met valse noten en wat pokke saaie drums. Kijk, ik snap perfect waarom een band weg wil van black metal. Ik snap ook geheel waarom een soort arty farty dark rock gegeven dan aantrekkelijk is. Maar als je het gaat doen, doe het dan tenminste – min of meer – goed en verkoop geen platte kak als een nieuw album. Geen enkele song gaat ergens heen. Alles wordt gewoon wat voor zich uit gegooid met een arm waarop iemand te lang heeft gezeten. We krijgen zwakke riffs met een slappe ritmesectie en een irritante stem. Een breakdown van dit album is zinloos, dus zal ik het houden bij een samenvatting. “Black house” zal zeker en vast bepaalde mensen aanspreken die houden van opvallend zwartgallige emo en niet te kritisch zijn op muzikaal vlak.

Xavier: 55/100

Secrets Of The Moon – Black house (Lupus Lounge 2020)
1. Sanctum
2. Don’t look now
3. Veronica’s room
4. He is here
5. Cotard
6. Black house
7. Heart
8. Mute God
9. Earth hour

Hohenstein – Weisser Hirsch

Na de vorig jaar verschenen demo is het nu menens voor Hohenstein want in de vorm van “Weisser Hirsch” wordt een eerste langspeler openbaar gemaakt. Purity Through Fire is het label van dienst en heeft ons de laatste jaren al meermaals aangenaam weten te verrassen. We weten ondertussen dat vernieuwing of experiment zelden te rijmen vallen met bands uit hun stal en dat is ook op dit Hohenstein van toepassing. Achter de band gaat het duo Cernunnos (zang/gitaar) en Caedem (drum) schuil, waarbij die eerste ook gekend is van Meuchelmord. Daar waar die band gaat voor de rechttoe-rechtaan aanpak van het genre, kiest hij met Hohenstein voor een meer getemperde koers. Ongeacht zijn kijk op black metal, ook hier zijn de gekende clichés en traditionaliteit alom vertegenwoordigd. Toch weet de monochrome, melancholische aanpak van Hohenstein heel af en toe mijn gevoelige snaar te raken. Tegenover de hypnotiserende riffs en repetitieve drumpatronen van een nummer als “Sundalschlacht” staan immers ook catchy hooks en majestueuze melodieën, waardoor het alom deprimerende van DSBM – wat mij betreft gelukkig – geweerd wordt. De tsjilpende vogeltjes en het berustend gitaargetokkel van “Brøhn” voelen zelfs als een oase van rust aan. Ik kan perfect snappen dat Hohenstein voor veel liefhebbers van zwartmetaal te rustig en te braaf is en de soms voortkabbelende aanpak slaapverwekkend kan werken. Echter voelde “Weisser Hirsch” tussen al het geweld dat hier dagelijks passeert eerlijk gezegd wel eens als een verademing aan. Toch vrees ik dat ik dit duo volgende maand al weer vergeten zal zijn want daarvoor zijn de negen nummers toch te weinigzeggend en opzienbarend om écht te blijven hangen en te concurreren met de stortvloed aan nieuwe releases die onder de naald van mijn vinylspeler willen belanden.

JOKKE: 65/100

Hohenstein – Weisser Hirsch (Purity Through Fire 2020)
1. Kriegsvintar
2. Sundalschlacht
3. Grüner Altar
4. Ahnengrab
5. Brøhn
6. Ewige Flamme
7. Runenkrieger
8. Algiz in brand
9. Neue Ufer