duitsland

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Skōhsla – The hung parish

Iron Bonehead ziet wel graten in het nagelnieuwe Skōhsla en brengt diens eerste demo “The hung parish” uit. Ik kan ze geen ongelijk geven want vanaf de eerste tonen van de titeltrack en diens schichtige solo’s worden we vacuüm aan onze boxen gezogen om pas negentien minuten later terug los te komen. Het duo Tongue (zang en snaren) en Spine (drums) heeft een voorliefde voor old school black en mengt deze oude elementen in hun occulte zwarte kunsten waarbij cleane zang ook een groot deel van de aandacht opeist. De gevarieerde vocalen zijn, naast de energieke vibe van de muziek, de grootste troeven van deze twee Teutonen. Een nummer als “Pillar Fall” bevat enerzijds heel wat ongebreidelde energie en headbangpartijen, maar weet evenzeer wat gas terug te nemen en op atmosfeer in te zetten. “Ascension of a Cold Descendant” speelt het atmosferische element uit Skōhsla’s sound volop uit en bevat haast een duetachtige wisselwerking tussen rauwe keelgeluiden en heldere zang die bij aanvang als het gehuil van een wolf klinkt. Zodra het nummer een versnelling hoger schakelt, vuurt Tongue de ene na de andere killerriff op ons af. Ook de compacte afsluiter wordt door vurige riffs en snelle drums voortgedreven en is de meest rechtlijnige song van “The hung parish“. Op de sound van deze demo val trouwens niets aan te merken. In tegendeel, de vier nummers klinken lekker rauw maar met voldoende transparantie zodat alle instrumenten (en zeker ook de stuwende bass) goed hoorbaar zijn. Veelbelovende demo voor fans van bijvoorbeeld een Chaos Invocation.

JOKKE: 83/100

Skōhsla – The hung parish (Iron Bonehead Productions 2019)
1. The hung parish
2. Pillar fall
3. Ascension of a cold descendant
4. Of blazing gatherings

Umbra Conscientia – Yellowing of the lunar consciousness

Meestal zoekt Terratur Possession CEO Ole nieuw talent in de omgeving van de Nidaros kathedraal in Trondheim, maar voor de release van het debuut van Umbra Conscientia zoch hij exotischere oorden op. Umbra Conscientia wordt immers vorm gegeven door een duo met roots in Costa Rica en Duitsland. Umbra Conscientia speelt black metal of wat had u gedacht? En dit doet het duo naar diens grote voorbeelden Katharsis en Funeral Mist, twee bands waarvoor je ons steeds mag wekken uit onze dagelijkse middagdutjes. We snappen deze referenties wel want de black metal-klanken die het duo produceert, klinken gehaast, onruststokend, snedig en vernietigend als een tyfoon. De drummer raast als een bezetene, de riffs denderen aan een rotvaart voorbij en de zanger produceert keelklanken die wisselen tussen helse krijsen en diepe growls alsof Emperor Magus Caligula (ex-Dark Funeral) in nummers als “Umbra conscientia” en “Lord of phosphorus” aan het woord is. “Romance of contradictions” heeft haar naam niet gestolen want dit nummer zoekt het spanningsveld op tussen dissonante mid-tempo en zwaar chaotisch hakwerk. De militante drumsalvo’s die “Citrinitas” voortstuwen en diens bezeten riffwerk vragen heel wat van de luisteraar, maar dat overdonderen is natuurlijk opgezet spel. Het is pas bij de negen minuten durende titeltrack – die helemaal achteraan bengelt – dat de twee muzikanten het vlammen en razen écht beu lijken te zijn en bewijzen ook geslaagde mid-tempo nummers te kunnen componeren waarbij de zang nóg meer ruimte krijgt om getormenteerd uit de hoek te komen. Maar niets is wat het lijkt want na een tweetal minuten schiet Umbra Conscientia opnieuw bliksemsnel uit de startblokken. Het is echter geen lijnrechte spurt richting finish want regelmatig wordt er gas terug genomen of weer een tandje bijgestoken. Prima debuut van deze nieuwkomer!

JOKKE: 82/100

Umbra Conscientia – Yellowing of the lunar consciousness (Terratur Possessions 2019)
1. El caos que precede a la creación (Intro)
2. Maze of exile
3. Romance of contradictions
4. Citrinitas
5. Umbra conscientia
6. Lord of phosphorus
7. Yellowing of the Lunar Consciousness

Totengeflüster – The faceless divine

Het is dan wel een groot land met een rijke metal geschiedenis, er zijn de laatste jaren maar weinig extreme bands uit Duitsland die veel potten breken. Voor mij is Totengeflüster er eentje van, want ondanks dat je drie albums op dertien jaar tijd niet buitensporig productief kan noemen, slagen de jongens en het meisje uit Baden-Württemberg er namelijk wel in om voor de derde keer een rechttoe rechtaan, sfeervolle symfonische black metal schijf uit te brengen. Een genre dat ik een beetje mis tussen de vele “post-metal” muziek anno 2019. Anders dan de vorige twee releases, heeft de band nu voor Engels gekozen in plaat van Duits. Iets wat internationale fans misschien wel op prijs zullen stellen en hopelijk deuren zal openen naar meer Europese podia. Net zoals de vorige releases wordt “The faceless divine” gekenmerkt door de geslaagde vermenging van retestrakke drums, snijdende gitaren en donkere synths. Of hoe het zou klinken als je een Zweedse melodische black metal band met orchestratie laat spelen. Iets wat meteen na de intro al opvalt met het nummer “On carrion wings“. Dat de band in een dergelijke track profiteert van een sterke drummer als Frostbitten mag duidelijk zijn, maar voor mij zijn het de eerder mid-tempo nummers als “The hollow wanderer” of “Affliction” die er het beste ingaan. Het laatste nummer voor de outro “Reise eines verloren Geistes” gaat de meer epische tour op en is met bonustrack “Entflamme mich!” het enige Duits dat we horen. Die bonustrack doet me ergens denken aan hoe Eisregen destijds had kunnen klinken, indien ze… beter waren geweest. Doorheen elk nummer hoor je dat, ondanks het symfonische label, er niet overdreven wordt met keyboards en dat het de bedoeling is om met alle instrumenten samen de duistere toon te creëren die wordt beoogt. Vocalen dragen natuurlijk ook een zware steen bij en lijken qua frasering/klankkleur soms wat op het betere Cradle of Filth werk. Al was dat een pak duidelijker op voorganger “Im Nebel der Vergangenheit“. Trouwens ook een geweldige release, die naar mijn smaak genoot van een iets betere gitaarsound. Het indrukwekkende artwork is van de hand van bezieler Simon Bessert akaTotleben die zo maar even ook de orchestratie en gitaren voor zijn rekening neemt, de muziek schrijft en de productie doet. Knappe shit, als je het mij vraagt.

Xavier: 90/100

Totengeflüster – The faceless divine (Black Lion Records 2019)
1. The arrival of the withered
2. On carrion wings
3. The hollow wanderer (Cursed)
4. The Hunt
5. Affliction
6. Extinct paradise
7. Grant us thy blessing
8. Vermin
9. Reise eines verlorenen Geistes
10. Requiem
11. Entflamme mich
12. The hollow wanderer (Satin version)

Wandar – Zyklus

Bij de albumtitel “Zyklus” denk ik meteen aan Lunar Aurora’s (RIP) zesde langspeler. Er is nu echter nog een Duitse black metal-band die dit woord geschikt vond als titel. Wandar is de band in kwestie, een Duits collectief waar ik nog nooit van gehoord had, maar waar Vendetta Records nu verandering in brengt. Het is de tweede langspeler voor het kwintet, maar voor het debuut “Landlose Ufer” moeten we al zo’n kleine zeven jaar terug in de tijd kijken. Maar nu “Zyklus” dus; middels zeven nummers en zo’n drieënvijftig minuten etaleren deze Germanen een geluid dat haar wortels heeft in traditionele (Scandinavische) black, folklore en klassieke muziek. Voor wie een ijkpunt nodig heeft, kan ik een band als Helrunar erbij halen. De klassieke elementen vertalen zich ondermeer via pianopartijen (“Tothfall“), heldere vrouwenzang en strijkers zoals cello en viool (“Fylgia“). Dit laatste nummer start feeëriek maar ontpopt zich nadien tot een furieuze black metal-storm, totdat die weer gaat liggen en ijle vrouwenzang ons dieper het woud inlokt. Een dynamisch en knap luisterspel waarbij voor de Duitstalige raspende screams een haast verhalende rol weggelegd is. De symfonische elementen blijven hierbij héél subtiel ingezet worden. Het folky element komt het meest naar voor in het akoestische “Rast” waarin zowel fluisterende als vervormde stemmen een spookachtig verhaal lijken te vertellen. Het is de enige song die op een drietal minuten afklokt, terwijl de andere composities allen met de acht minuten grens flirten. Het nummer fungeert tevens als rustpunt, want met het melancholische “Se(e)hen” wordt het tempo terug opgeschroefd. In “Heimgang” schetsen toetsen een sinistere sfeer. Later in het nummer duiken nog wat modern klinkende Zweedse death metal-invloeden op. Gevarieerde vrouwelijke stemmen en akoestische gitaren fleuren het nummer verder op. Tegen dat we aan het afsluitende “Basalt” gekomen zijn, begint de verzadiging wel op te treden. De productie van “Zyklus” is krachtig en transparant zonder té afgelikt te klinken en werd door de band zelf verzorgd. Duits en degelijk, maar minder gevaarlijk dan het doodshoofd op de hoes doet uitschijnen.

JOKKE: 79/100

Wandar – Zyklus (Vendetta Records 2019)
1. Winden
2. Tothfall
3. Fylgia
4. Rast
5. Se(e)hen
6. Heimgang
7. Basalt

Krater – Venenare

Het geluid van het Duitse Krater heeft een grote evolutie doorgemaakt sinds de band in 2003 werd opgericht. Op de twee eerste demo’s, twee splits en langspeler “Das Relikt des Triumphes” uit 2006 neigde Krater’s sound eerder naar pagan black metal. In 2008 volgde een bezinningsmoment en drie jaar later verscheen “Nocebo” waarop de muzikanten spagaatsgewijs met het ene been in traditionalisme stonden en met het andere been in meer moderne sferen vertoefden. Die lijn werd ondanks enkele line-up wissels verder getrokken op “Urere” uit 2016 en met het nagelnieuwe “Venenare” leveren de Duitsers hun beste werk tot op heden af. Nu niet dat deze plaat een heuse krater in het black metal-landschap slaat, maar de mix aan hedendaags black metal-geweld met archaïsche insteek weet me best te raken. De snelle partijen voelen Zweeds aan, er is voldoende ruimte voor melodieuze leads en nummers als “Stellar sparks” – het allereerste nummer dat gitarist Ibbur ooit voor Krater schreef – en “When thousand hearts” worden met allerhande heidense elementen zoals heldere koorzangen ingekleurd. Er wordt strakker gemusiceerd dan op de soms chaotische voorganger en “Atmet asche” hangt aaneen van de knappe zij het versneden riffs. “No place for you” bevat dan weer licht-psychedelische elementen, hoewel de band hier evengoed hondsbrutaal tekeer gaat. “Darvaza breeds” neemt tien minuten in beslag, start met monnikszang en een sample uit de HBO-serie “True detective” en ontpopt zich tot een song met vele gezichten waarin progressieve elementen en akoestische partijen hand in hand gaan met vurige agressie. De songtitel verwijst trouwens naar de “krater van Derweze” of “poort naar de hel”, een aardgasveld in Turkmenistan waarvan de aardgasvuren sinds 1971 continu branden. “Venenare” is een plaat waar heel wat op gebeurt (misschien soms wel wat te veel) en die liefhebbers van second wave black metal met een 21ste eeuwsgeluid wel zal kunnen bekoren.

JOKKE: 78/100

Krater – Venenare (Eisenwald 2019)
1. Eruption
2. Prayer for demise
3. Zwischen den Worten
4. Stellar sparks
5. When thousand hearts
6. Atmet asche
7. No place for you
8. Darvaza breeds
9. Wasted carbon

Valosta Varjoon – Oberpfälzer Wald

Na enkele kleinere releases zoals een demo en twee splits, vond het Duitse Valosta Varjoon het stilaan tijd worden voor het echte werk, wat resulteert in de release van “Oberpfälzer Wald“, diens eerste volwaardige langspeler. Achter het mysterieus genaamde gezelschap ging oorspronkelijk slechts één individu schuil, maar tegenwoordig wordt bandoprichter V.V. (ook actief in Cosmic Burial en Nachtig waarvan gelijktijdig ook het debuut verschijnt) door Sturmwolf op tweede gitaar bijgestaan. De Bavarian black metal van het duo is geworteld in de glorieuze hoogdagen van jaren ’90 black metal en is beschrijvend van aard want bij het aanhoren van deze vijftig minuten durende trip doemen allerlei middeleeuws kastelen en sneeuwbedekte landschappen op. Valosta Varjoon’s muziek kent een heidense insteek wat zich onder andere uit in het folkloristische deuntje dat opener “Die Turmwackler” aftrapt. Het riffraamwerk is niet al te ingewikkeld, maar biedt toch voldoende textuur om te blijven boeien bij meerdere luisterbeurten. In elk nummer zit wel een zekere hook ingebouwd en vooral de meer black ’n roll-achtige riffs zorgen voor extra punch. Hoogtepunt daarbij is de song “Drunk ’n roll“, of wat had je gedacht? Nog even meegeven dat “Oberpfälzer Wald” een puike productie heeft meegekregen. Valosta Varjoon’s traditionele black metal-geluid laat niets nieuws onder de zon horen, maar levert wel een onderhoudende plaat op.

JOKKE: 77/100

Valosta Varjoon – Oberpfälzer Wald (Purity Through Fire 2019)
1. Die Turmwackler
2. Kneipenterror
3. Oberpfälzer Wald
4. Glorreich…
5. Der schwarze Tod
6. Dein Ableben
7. Drunk ’n roll
8. Der geliebte Tote