duitsland

Gnaargakh – Zhymørkh

Waar ze de bandnamen blijven halen is me soms een raadsel. Ofwel is Gnaargakh de naam van één of andere in Midden-aarde levende ork ofwel is het een samenkletsen van cool klinkende lettergrepen. Soit, als het beestje maar een naam heeft. Gnaargakh is een one-man band en “Zhymørkh” is het eerste wapenfeit dat enkel op analoge geluidsdragers te verkrijgen is. Narbentage bracht het kleinood vorig jaar op tape uit, gelimiteerd tot 66 exemplaren, en Dybbuk Productions zal weldra de vinylrelease verzorgen. De inluidende cleane gitaarklanken van “Verblassendes Mitleid” doen een gotische insteek vermoeden, maar daar is veel later niet veel meer van op te merken. In “Nacht Gebrechen” doorbreekt de nacht middels mid-tempo zwartmetaal waarin het grimmige riffwerk ons instant weet te bekoren. Geen hondsdolle agressie en supersonische snelheden hier, maar pakkende grimmigheid voorzien van een behoorlijke sound hoewel die wat punch mist. “Grabes Pfad” zet meer op tremolo picking in en had gerust wat langer mogen duren. In plaats van voor ellenlange repetitiviteit te gaan, koos Gnaargakh ervoor de songs, op de zes en een halve minuut durende afsluiter na, eerder kort en bondig te houden. “Urmisstrauen” is mijn favoriet van deze demo en daar is het hypnotiserende jaren ’80 ietwat spacey synthesizerriedeltje debet aan. Geslaagde demo!

JOKKE: 80/100

Gnaargakh – Zhymørkh (Narbentage Produktionen/Dybbuk Productions 2020)
1. Verblassendes Mitleid
2. Nacht Gebrechen
3. Grabes Pfad
4. Urmisstrauen

Gråinheim – Hexndeifl

Het uit Augsburg, Bavaria afkomstige Gråinheim zal ongetwijfeld voor de nodige tweedracht zorgen. Enerzijds klinkt de black metal van het heerschap Gråin (ondermeer ook actief bij onbekende Teutoonse namen als Gràb, Schrat, Schyach en Blutwald) die hij op zijn derde demo “Hexndeifl” laat horen, bijzonder ijzig en grimmig met snerpende, goed vooraan in de mix geplaatste vocalen die in oude Gorgoroth stijl mijn trommelvliezen aan flarden scheuren. Anderzijds is de man ook niet vies van wat middeleeuwse melodieën die je in nummers als “Transilvania” en “Vlad Draculae” haast vrolijk aan het huppelen weten brengen. Menig blackmetalliefhebber heeft thuis geen dansschoenen in de kast staan, dus waarschijnlijk kan heus niet iedereen deze exotische kruiding smaken. Net zoals de vocalen ook niet voor de doorsnee blackmetalfan zullen weggelegd zijn want ze overheersen en overstemmen de muziek. Voeg daar nog een plastic-achtig klinkende snaredrumsound aan toe en we hebben hier best wel wat kritische opmerkingen bijgeplaatst. Valt er dan niets positiefs over “Hexndeifl” te melden? Toch wel, aangezien “Finstersucht” enkele proto-trekjes van het machtige Emperor vertoont en de tremoloriffs van “Aetherbrand” de boel in lichterlaaie steken. Daar waar veel blackmetalzangers hopeloos de mist ingaan als ze hun heldere stembanden inzetten, geldt dat niet voor Gråin. Het gure Noors aandoende titelnummer is wat mij betreft het meest geslaagd. Vooral fans van de eerste drie Gorgoroth-platen moeten dit Gråinheim eens checken.

JOKKE: 70/100

Gråinheim – Hexndeifl (Egen beheer 2021)
1. Transilvania
2. Vlad Draculea
3. Finstersucht
4. Aetherbrand
5. Hexndeifl
6. Ausklang

Grabunhold – Heldentod

Deutsche Gründlichkeit. Er was een tijd dat deze term niet echt van toepassing was op het zwartmetaal van onze oosterburen, maar na de laatste episode van middelmatige Duitse black, brak een nieuw era aan en toonden tal van bands zoals Katharsis, Chaos Invocation of Ascension hoe het wel moest. Grabunhold is een vrij jonge band die met zijn eerste langspeler “Heldentod” laat horen hoe het moet, ook al is het op Tolkien gebaseerde concept al volledig uitgemolken. Het kwartet met leden van Imha Tarikat, Antagonist, Ypokosmos en Vampyric Tyrant debuteerde in 2017 met de “Auf den Hügelgräberhöhen” demo in 2019 verscheen de “Unter dem Banner der Toten” EP die reeds een fijne voorproefje liet horen van het jaren ’90 classicisme waarin de heren uitblinken. Er wordt uitstekend gemusiceerd, de acht composities zijn dynamisch van opbouw, de arrangementen bevatten oog voor detail zoals samples van regen en storm, hoorngeschal en andere middeleeuwse klanken en er wordt heen en weer gezwiept tussen agressieve uithalen en erg melodieuze, triomfantelijke passages. Grabunhold slaagt er met verve in om lange epische nummers te pennen zoals de melodieuze knappe opener “Wolkenbruch über Amon Sul” of de met marcherende drums ingeluide afsluiter “Der Einsamkeit letzter Streiter” die bol staat van de pakkende tremoloriffs, maar weet ook te overtuigen met meer compacte songs van vier minuten zoals het stevige, uptempo “Fangorns Erwachen“. Zanger/gitarist Irrwycht spuugt de mythische verhalen al krijsend uit, maar weet zijn stembanden ook op een fluisterende of verhalende manier in te zetten. De Spartaanse hymne “Trommeln in der Tiefe” bevat een spreekkoor en ook zijn heldere zangstem en koorzang – een punt waar veel genregenoten onherroepelijk de mist ingaan – klinkt zeker niet verkeerd. Het geeft een nummer als “Morgenröte am Pelennor” een heuse Falkenbach vibe mee. De man weet echter ook wanneer hij het muzikale verhaal de overhand moet laten nemen wat regelmatig ruimte geeft aan lange instrumentale passages waarin hij samen met gitarist Nekromant kan laten zien, ondanks hun vervaarlijke uiterlijk, niet vies te zien van een erg aanstekelijke portie melodieusheid. De Duitstalige vocalen en het heidens sfeertje waar “Heldentod” in baadt, roepen ook referenties op aan een band als Helrunar, eerder dan Noorse namen als Satyricon, Ragnarok, Isvind of Aeternus (telkens voorzien van het prefix “oude”) waar de biografie mee uitpakt. “Heldentod” is voorzien van een krachtige en moderne sound die de melodieuze passages die bol staan van de jaren negentig esthetiek goed laten uitkomen. Erg degelijke, coherente, volwassen en overtuigende plaat!

JOKKE: 80/100

Grabunhold – Heldentod (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Wolkenbruch über Amon Sul
2. Hügelgräberhöhen
3. Trommeln in der Tiefe
4. Flammen und Schatten
5. Morgenröte am Pelennor
6. Fangorns Erwachen
7. In tiefen Verliesen
8. Der Einsamkeit letzter Streiter

Baxaxaxa – Devoted to HIM

Het niet alleen voor stotteraars uitdagend genaamde Baxaxaxa heeft de smaak blijkbaar te pakken, want ongeveer een jaar na de “The old evil” demo komt het gezelschap al met nieuw materiaal op de proppen, zij het mondjesmaat in de vorm van twee nieuwe nummers op de “Devoted to HIM” EP. Maar we zullen maar niet te veel janken en gewoon blij zijn dat er na een afwezigheid van meer dan 25 jaar überhaupt nog leven zit in Baxaxaxa. Drummer Condemptor is het enig overgebleven oerlid en verzamelde bij de herrijzenis in 2017 een nieuwe line-up die hij tijdens concerten voor zich op het podium van jetje kan zien geven. Met de toetreding van zanger Traumatic, het alias van Iron Bonehead labeleigenaar Patrick Kremer, was Baxaxaxa terug compleet en vorig jaar verscheen dus “The old evil“. “Devoted to HIM” laat geen grote verrassingen horen, want ook nu weer lijkt de tijd voor het kwintet zo’n 30 jaar stil te hebben gestaan. Geen disonnante maalstromen, etherische post-rock melodieën of norsecore hier, maar old school vuiligheid genre Tormentor, Master’s Hammer, Bathory, oude Samael, Root en Mortuary Drape die wars van complexiteit en moderniteit is. De heren schipperen tussen trage, lome riffs, die dikwijls ondersteund worden door sfeervolle keyboards of orgelklanken die een zeker Oostblokgevoel met zich meedragen, en meer uptempo passages, maar snelheidsrecords breken is hier zeer zeker niet de doelstelling, hoewel het tempo gemiddeld genomen wat hoger ligt dan op “The old evil“. Patrick’s krijsstem klinkt tevens wat gepolijster vergeleken met de vorig jaar verschenen demo, maar nog steeds ruw genoeg voor de old school fanatiekelingen onder ons, en deze twee songs laten een wat meer riffgeoriënteerde aanpak horen. Puike EP en hopelijk laat een eerste langspeler, na bijna 30 jaar, nu niet lang meer op zich wachten.

JOKKE: 81/100

Baxaxaxa – Devoted to HIM (Iron Bonehead 2020)
1. Revelation in sin
2. Devoted to HIM

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Slagmark – Radical malice

Eerder dit jaar verscheen de debuut langspeler “Purging sacred soils” van het Duitse Slagmark (er loopt ook een Noorse naamgenoot rond) via Purity Through Fire. Wegens tijdsgebrek vond er geen review plaats maar daar er nu al vrij snel een nieuwe EP (de band spreekt zelf echter van een demo) gelost wordt, komt het duo dus toch nog op Addergebroed terecht. Slagmark is dus nog een vrij jonge band, maar de heren Revenant (zang en gitaar) en Valfor (drums) zijn ook actief bij acts als Totenwache, Eisenkult en Sarkrista. Allemaal bands die deel uitmaken van een grote vijver vol degelijk Teutoons zwartmetaal, maar ook niet meer dan dat. En daarmee is eigenlijk ook al veel gezegd over Slagmark. De vier nummers voldoen aan alle eisen van ouwe getrouwe black metal anno jaren ’90: agressieve power chords, up-tempo drumwerk en haatvol gekrijs en voor enige vorm van randanimatie is er geen plaats waardoor alle songs wat in het verlengde van mekaar liggen. Traditioneel classicisme ten top dus in deze grimmige en koude black metal waar naast heel wat Deutsche Gründlichkeit ook een vleugje Finse black doorheen walst. Simpele maar effectieve en goed uitgevoerde composities vol haat, intensiteit, melodie en een tikkeltje Finse melancholie. Niets meer, niets minder.

JOKKE: 75/100

Slagmark – Radical malice (Purity Thorugh Fire 2020)
1. Behold the raging darkness
2. Radical malice
3. Loathing spreads
4. Hate redemption

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember

Moorgeist – Moorgeist

De van oorsprong Russische, maar momenteel in Duitsland gevestigde blackmetalmuzikant Dmitry Medvedev kennen we onder zijn pseudoniem Wehrgoat vooral van Czarnobog waarmee hij het afgelopen decennium talloze albums heeft uitgebracht (net als met zijn vele andere projecten). In de beginperiode was Czarnobog gewijd aan rauwe, atmosferische blackmetal voorzien van een gezonde dosis ambient, maar het geluid veranderde gaandeweg naar een meer pagan geïnspireerde stijl. Daarom riep de 25-jarige Wehrgoat Moorgeist in het leven om alzo de geest van zijn vroeger Czarnobogwerk terug op te wekken. Deze self-titled EP is het eerste teken van leven van Moorgeist en verscheen eind maart louter als digitale release. Poisonous Sorcery zal deze echter tegen het einde van het jaar ook als gelimiteerde vinyluitgave releasen. U vist ondertussen al achter het net hoor; de tape kan u via Worship Tapes wel nog scoren. In mei volgde een tweede EP “Hymnen der Nacht” die momenteel enkel maar op CD te verkrijgen is op de door Narbentage Produktionen uitgebrachte verzamelaar die ook de eerste EP bevat. Of er van die tweede EP ook een vinylrelease op stapel staat, moet ik u momenteel schuldig blijven. De muzikale droomwereld waarin Moorgeist ons 23 minuten lang onderdompelt, wordt gedomineerd door een spookachtige, griezelige en zeer hypnotiserende atmosfeer die vooral wordt gecreëerd door de groezelige productie met gedempte, fuzzy gitaren, sterk galmende zang en dominante ambient. Alles vervaagt tot één groot, dicht geplamuurd stuk atmosfeer met eentonige drums die langzaam vooruit beuken. De gitaren creëren een wazige en mistige sound die een hypnotiserende en kalmerende muur van duisternis optrekken, ondersteund door spookachtige ambient en dungeon synthpartijen die zorgen voor een langzame en zachte melodie die in elke song de toon zet. In “Moorgeist” scheppen de toetsen een magische atmosfeer terwijl ze aan het met heldere koorzang opgesmukte “Der Sieg der Natur über dem Menschen” een mysterieuze, duistere ondertoon verschaffen. “Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit” moet het dan weer eerder van een terneergeslagen grafstemming hebben. Minimalisme is duidelijk key bij Moorgeist en ik las in een review dat diens muziek klinkt als een Darkspace die tot de essentie werd teruggebracht. Een omschrijving die wat mij betreft de nagel op de kop slaat. Deze eerste EP lijkt misschien niet zo héél veel te bieden, afgezien van een hypnotiserende eentonigheid, wat melodieuze synthesizer en een enge, spookachtige sfeer. Toch slaagt onze vriend met de toverhoed erin om het geheel goed te laten werken. Alles wordt versmolten tot een sinister gebeuren, terwijl spookachtige vocalen zorgen voor een verontrustende atmosfeer die perfect bij de muziek past. Als je een fan bent van minimalistische ambient blackmetal, is dit precies wat je zoekt.

JOKKE: 81/100

Moorgeist – Moorgeist (Worship Tapes/Poisonous Sorcery 2020)
1. Im Kerker des modrigen Sumpfes
2. Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit
3. Moorgeist
4. Der Sieg der Natur über dem Menschen

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht