electric wizard

Unearthly Trance -Stalking the ghost

Na een afwezigheid van vijf jaar is het New Yorkse sludge/doom monster Unearthly Trance uit de doden herrezen. Eigenlijk vond de wederopstanding al twee jaar geleden plaats, maar we hebben nog even moeten wachten op een comeback-plaat die in de vorm van “Stalking the ghost” eindelijk een feit is. Tijdens de inactiviteit van Unearthly Trance hebben de drie heren echter niet stilgezeten, want in samenwerking met Tim Bagshaw (ex-Electric Wizard, ex-Ramesses, With The Dead) werden nog twee (middelmatige) langspelers uitgebracht onder de noemer Serpentine Path. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en door het samenstellen van de “Ouroboros“-compilatie, die heel wat van hun B-kantjes en ander obscuur materiaal bevat, werd de band getriggerd om de draad terug op te pikken. “Stalking the ghost” – langspeler nummer zes ondertussen – laat geen wereldschokkende nieuwe dingen horen, maar bevestigt wel waar het trio tot toe in staat is, namelijk een heerlijke, dampende pot doom/sludge/drone-soep voorschotelen. Dit is geen Royco Minute-instant ding, maar een stevige maaltijdsoep die je honger tweeënvijftig minuten stilt. Vanaf de vrij rechttoe-rechtaan opener “Into the spiral” tot aan afsluiter “In the forest’s keep” worden acht uppercuts uitgedeeld die je beetje bij beetje murw beuken. De drummokerslagen in “Dream state arsenal” zijn in staat seismische golven op te wekken en “Scythe” combineert rauwe, furieuze sludge met melodieuze doom leads. “Lion strength” en “The great cauldron” zijn meer uitgesponnen van karakter hoewel hier bij momenten ook een heuse krachtmeting plaats vindt. Tussen al dat forsbolgerol en krakende feedback is echter ook plaats voor enkele meer ingetogen passages en creepy noise zoals in de bonus track. Unearthly Trance stelde in het verleden nooit teleur en bewijst met “Stalking the ghost” nog steeds meer dan relevant te zijn in een overbevolkte scene. Welkom terug heren!

JOKKE: 83/100

Unearthly Trance – Stalking the ghost (Relapse Records 2017)
1. Into the spiral
2. Dream state arsenal
3. Scythe
4. Famine
5. Lion strength
6. Invisible butchery
7. The great cauldron
8. In the forest’s keep (bonus track)

Saturnalia Temple – To the other

 

Het Zweedse Saturnalia Temple gooide in 2011 hoge ogen in het doom wereldje met hun eerste volwaardige album “Aion of drakon”. We zijn vier jaar verder en het tweede album “To the other” is een feit. In tussentijd werd de “Impossibilum” EP nog als zoethoudertje uitgebracht. Redelijk onder de indruk van de eerste plaat, waren mijn verwachtingen voor de opvolger hoog gespannen. Kan gevaarlijk zijn. Om maar meteen to the point te komen: “To the other” is geen gemakkelijke rit. Het vraagt dan ook enkele luisterbeurten om deze plaat naar waarde te schatten. Er zijn twee wezenlijke verschillen met voorgaand werk. Ten eerste zijn de vocalen van zanger/gitarist en occult schrijver Tommie Eriksson een pak extremer van aard doordat hij opteert voor een naar black metal neigende scream. Hierdoor gaat de vergelijking met genregrootheden Electric Wizard of het populaire Windhand nu minder op. Een combinatie van cleane vocalen en screams zoals bijvoorbeeld Cough hanteert, had voor meer variatie gezorgd. Ten tweede bevat zowat elk nummer een heuse solo, die spijtig genoeg niet allemaal van hetzelfde niveau zijn (die aan het begin van “Black sea of power” is bijwijlen zelfs tenenkrommend vals). En waarom je nieuwe plaat misplaatst aftrappen met de zwakste gitaarsolo die er te horen valt? Voor mij een compleet raadsel. Lijkt een geïmproviseerde ingeving van het moment geweest te zijn. Voor de rest horen we in deze song ongeïnspireerde stoner doom terug. “To the other” is met zijn repetitieve karakter, slepend ritme en spiegedelisch gitaarspel (effectjes maken overuren in deze track) echter van een beduidend hoger niveau en zorgde niet alleen op plaat maar ook live, tijdens de recente passage in Het Bos, voor een psychedelische trip to the other side. De experimentele gitaarmasturbaties in “Snow of reason”, “March of gha’agsheblah” en het instrumentale ‘Void” zorgen dan weer wel voor het gewenste broeierige en geestverruimende effect. De repetitieve geluidsgolven van “Crownedwithseven” stuwen zich als een log nijlpaard door een zee van hallucinogene riffs voort. Wie de vinylversie aanschaft krijgt er met “The white shadow” nog een goede bonus track bij. “To the other” is zeker geen slechte plaat en kent bij momenten heerlijke passages, maar voor sommige solo’s verdient Tommy de nodige zweepslagen. Het ontbreken van heuse krakers à la “Black magic metal” en “Aion of drakon” en enkele ongeïnspireerde riffs zorgen ervoor dat deze plaat beduidend minder scoort dan zijn voorganger. Wel merk ik dat het album luisterbeurt na luisterbeurt steeds meer van haar geheimen prijs geeft.  Best mogelijk dat mijn score binnen enkele weken dan ook met gemak tien punten hoger ligt.

JOKKE: 77/100

Saturnalia Temple – To the other (Listenable Records 2015)
1. Intro
2. Zazelsorath
3. To the other
4. Snow of reason
5. March of gha’agsheblah
6. Black sea of power
7. Crownedwithseven
8. Void
9. The white shadow

Electric Wizard – Time to die

Tien jaren lang heeft het geduurd. Destijds riep Ewiz het nog vrolijk van de daken: “We live motherfuckers!” We gaan er tegenaan! We gaan eens lekker knallen! Troetelbeertjes straal! Maar tegenwoordig heeft de man, wiens voornaam bij 98% inwoners van een bepaald land hun volledige kennis van het Frans beslaat, besloten dat het welletjes is geweest. Ladies and gentlemen, it’s Time to die. Zo begon Electric Wizard hun set eerder dit jaar op Desertfest in Antwerpen. Helaas was dat geen show om in te kaderen. Lizzy was te toondoof om te merken dat haar gitaar haast de hele set ontstemd was en Jus was gewoon te dom door geen nieuwe snaren op te leggen, er eentje te breken en tevens geen extra gitaar achter de coulissen te zetten. Hoe stuntelig de band live was, hoe sterk ze op plaat klinken. “I love the dead, the living make me sick. Profit and greed, bleeding the world dry” – Zo’n zinsnede vraagt om een D-beat, dreadlocks, vuile blote voeten en vochtige honden, maar vergis je niet, “Time to die” is zwart. Pekzwart! Het hele album ademt een nihilistisch en depressief sfeertje uit. Heer Oborn ziet het deze keer echt niet meer zitten. Als Jus volgende week een kogel door zijn hersenpan jaagt, zullen mensen zeggen: “nou ja, dat zag ik aankomen”. “Time to die” klinkt niet als een gimmick. De duisternis is echt. Puur! Weerzinwekkend. Het is met verve het donkerste album op conto van Electric Wizard. Het recept is alom bekend. Een van de scene boomers en toch wel inspiratiebron voor velen kiest steevast voor dezelfde aanpak: dalende toonladders in mineur met een typische rechterhandaanslag. Ja. Dat is saai. Ja. Dat is voorspelbaar. Gelukkig maar! Als tijdens “Funeral of your mind” het tempo enigszins de hoogte ingaat, lukt het net om niet de noodtoestand doorheen het ganse land af te roepen. Laat Ewiz maar hun lekker wegkabbelende doom stoner spelen. Vergeleken met vorige albums kan de fijnproever zich er misschien in berusten dat de nieuweling wat zwaarder op de maag ligt, maar toch nog zo catchy is als het vorige “Black masses“. Ook wordt deze keer terug gegrepen naar meer synthgeluiden, noise en meneer Hammond. Een goede keuze, daar zo de sfeer wat meer in de spotlights staat. However, het blijft niet de band die je beluisterd om eens lekker te grooven. Je moet in een bepaalde mindset zitten om hiervan te genieten. Onze fruitsapman laat graag geloven dat het drugs moeten zijn, maar niks is zo vervelends om Blake Nachtripofftium gewijs op te scheppen over je eigen domheid. “Time to die” knalt zoals geen enkele Wizard album eerder klonk. De productie is enorm! De krakende fuss mag in het woordenboek staan naast “perfecte sound”. Als Jus morgen tussen de zooien ligt, mag hij fier zijn op zo’n afsluiter. And Satan lives! And six six six! En zo van die dingen,…

Flp: 96/100

Electric Wizard – Time to die (Spinefarm Records 2014)
1. Incense for the damned
2. Time to die
3. I am nothing
4. Destroy those who love god
5. Funeral of your mind
6. We love the dead
7. SadioWitch
8. Lucifer’s slaves
9. Saturn dethroned

Yob – Clearing the path to ascend

De hartslag van menig doom/stoner/sludge liefhebber schiet steevast de hoogte in als er nieuw plaatwerk te verwachten valt van het Amerikaanse trio Yob, een band die we ondertussen toch wel als een instituut mogen beschouwen in deze scène naast andere grootheden als Electric Wizard, Sleep of Neurosis. Nieuweling “Clearing the path to ascend”, plaat nummer zeven weeral, en voorzien van prachtig artwork bevat vier songs die steevast flirten met een speelduur van om en bij het kwartier. Aftrappen doet het trio rond de charismatische frontman Mike Scheidt met de song “In our blood” die alle typische Yob ingrediënten bevat: logge en zware gitaarriffs, ondersteund door een zwaar ronkende bass, effectieve drumdonderslagen en de van feedback en vervorming doordrenkte vocalen van monsieur Mike, dikwijls gekopieerd, maar zelden geëvenaard. Ik blijf het straffe toebak vinden hoe slechts drie muzikanten zo een massieve wall of sound kunnen neerzetten. “Nothing to win” is meer up-tempo en maakt het moeilijk om stil te blijven zitten. Het is een uitdaging om je nekspieren niet te laten los gehen op de groovende riffgolven. In “Unmask the spectre” krijgen we een heel andere Yob te horen. Duistere cleane gitaren vergezeld van onheilspellend gefluister vormen telkens een voorbode voor de orkaanerupties die erop volgen. Het heeft bij momenten wel wat weg van een Neurosis, een vergelijking die nog versterkt wordt gezien het feit dat de plaat uitkomt via Neurot Records. Halverwege de song passeert een floydiaans middenstuk de revue dat de haartjes op mijn armen doet rechtkomen. Het is de meest experimentele song van de plaat en wat mij betreft gelijk het hoogtepunt. Hekkensluiter “Marrow” is de meest ingetogen en emotionele song en bevat knappe melodieën die nog enige vorm van hoop voor de mensheid laten uitstralen. Mike’s zang wordt hier op de achtergrond subtiel bijgestaan door vrouwelijke vocalen. Elke song heeft zijn eigen karakter en identiteit waardoor de favoriet van luisteraar tot luisteraar zal verschillen. De twee laatste en meer experimentele nummers toppen voor ondergetekende de twee eerste en meer traditionele songs. Jaarlijstmateriaal!

JOKKE: 91/100

Yob – Clearing the path to ascend (Neurot Recordings 2014)

1. In our blood
2. Nothing to win
3. Unmask the spectre
4. Marrow

Conan – Monnos

Voor de liefhebbers van het zwaardere werk kan ik de heren van Conan uit het Verenigd Koninkrijk aanraden. Na de EP “Battle in the swamp” (2007),  het debuutalbum “Horseback battle hammer” (2010) en een split met Slomatics (2011) brengen de drie mannen nu via Burning world records “Monnos” uit. Vanwege de bandnaam zou ik een recensie vol met spierballentaal en splijtende schedels op de oorlogsvelden kunnen schrijven, maar daar begin ik niet aan. Ik zal wel toevertrouwen dat vijf van de zes nummers er van begin tot eind in hakken. In dik 39 minuten tijd krijgen we stoner, doom en down-tempo van de bovenste plank voorgeschoteld. Opener “Hawk as weapon”, voorlaatst nummer “Headless hunter” en afsluiter “Invincible throne” zijn met hun lengte en traagheid het meest onder de noemers doom en down-tempo te scharen. Man, wat een geluid produceren deze heren met maar één gitaar en bas. Zo zwaar en laag gestemd dat het hier en daar, wat het geluid betreft, wat van drone weg heeft. Maar ondanks de nodige herhalingen blijft er ruim voldoende afwisseling te ervaren. Zo bestaat elk nummer uit een paar effectieve en sterke riffs met kleine tempowisselingen, die je hoofd laten mee deinen. Zij maken plaats voor gerekte trage passages met roepende zang en keren daarna weer terug, waardoor het deinen van het hoofd zelfs nog meer toeneemt. Dit is zeker het geval in de lompe, zwaar groovende stoner nummers “Battle in the swamp” en “Grim tormentor”, waarbij ik aan het eind van het eerstgenoemde iedere keer weer uit mijn plaat ga. Daar wordt de heerlijk stampende riff opgebouwd naar een groove dat ik het beste als vieze stonercore kan omschrijven. Gruwelijk lekker. “Grim tormentor” knalt er daarna meteen weer in met nog zo een monsterlijk pakkende riff dat het uit de plaat gaan met nog een aantal minuten verlengt wordt. Vocaal gezien moest ik in het begin nog even wennen, aangezien er veelal op een soort roepende manier de teksten om de oren voorbij vliegen. Alsof zanger/gitarist Jon Davis en zanger/bassist Phil Coumbe bovenop een heuvel staan en hun legers toebrullen vlak voor een gevecht (heb ik toch de verleiding niet kunnen weerstaan, excuus). De een wat hoger in bereik dan de ander. Maar na een aantal luisterbeurten kan ik zeggen dat ik er goed aan gewend ben en dat het absoluut bijdraagt aan het eigen geluid van Conan.  Het vierde nummer “Golden axe”  is een rustig instrumentaal nummer met alleen gitaar en drum. Niet bijster bijzonder, maar wel een welkom rustpuntje tussen al het geweld. Al met al is “Monnos” dus een heerlijke plaat die erom vraagt om vaak en vooral snoeihard gedraaid te worden. En dat is ook precies wat het de laatste tijd bij mij thuis heeft gedaan en wat het nog wel een tijdje zal blijven doen. Ik stel voor dat iedere lezer (alle vier) van dit stukje precies hetzelfde gaat doen. Geniet ervan.

TMP: 85/100

Conan – Monnos (Burning world records, 2012)
1. Hawk as weapon
2. Battle in the swamp
3. Grim tormentor
4. Golden axe
5. Headless hunter
6. Invincible throne