enslaved

Kaleikr – Heart of led

De prijs voor meest psychedelische hoes van 2019 gaat voorlopig naar die van Kaleikr’s debuut “Heart of led“. Het kleurrijke meesterwerkje dat een link naar de bandnaam en albumtitel bevat, is van de hand van Valnoir (Metastazis) die enkele jaren geleden een gelijkaardige hallucinerende hoes ontwierp voor “The feral wisdom“, de debuut langspeler van het IJslandse Wormlust. Bij Kaleikr moeten we het ook gaan zoeken in het land van de geisers, papegaaiduikers en vulkanen met onuitspreekbare namen. De band is in feite een doorstart van Draugsól die in de vorm van “Volaða land” slechts één plaat voor het nageslacht achterlaat. Het duo Maximilian Klimko (zang, gitaar en bas) en Kjartan Harðarson (drums) vertrekt vanuit een black en death-basis maar geeft er een progressieve en bij wijlen ook vrij technische draai aan. Zo wisselt opener “Beheld at sunrise” cinematografische arrangementen inclusief strijkers en toetsen af met heerszuchtige grunts en razendsnelle blastpartijen. De moderne Enslaved-invloeden die we bij Draugsól reeds subtiel detecteerden zijn bij Kaleikr veelvuldig aanwezig. We horen ze voor een eerste keer in “The descent” hoewel dissonanter en veel extremer van aard dan bij de Noorse collega’s. “Of unbearable longing” zet de luisteraar voortdurend op het verkeerde been door rustige passages – weliswaar op een vloeiende manier – af te wisselen met Enslavediaanse hoekige riffs en aan Opeth referende leads en growls. Die derde koploper qua progressieve extreme metal genaamd Ihsahn, ontbreekt natuurlijk ook niet als inspiratiebron en horen we doorschemeren in “Internal contradiction“, een song die mij met haar fragmentarisch karakter en klassieke elementen initieel minder wist te beklijven maar ondertussen toch ook het kwartje deed vallen. “Neurodelirium” heeft haar naam niet gestolen en is een labyrint aan progressieve extreme metal klanken waarin je zeven minuten lang kan ronddolen en waarvan het catchy gitaarriedeltje je nog dagenlang blijft achtervolgen. Opnieuw zijn de Enslaved-invloeden massaal aanwezig. De compacte titeltrack vangt aan met onheilspellende atmosferische klanken en een intrigerend basloopje om je nadien middels een eruptie aan rollende basdrums plat te walsen en in een zinderende blast-finale uit te monden. Middels het epische “Eternal stalemate and a never-ending sunset” dat lang uitgesponnen passages kent, komt er een einde aan dit indrukwekkende debuut. Stephen Lockhart zat achter de knoppen en voorzag “Heart of lead” van een moderne, monumentale sound die het grootse en weidse karakter van de gelaagde melodieuze partijen doet samenvloeien met de caleidoscopische technische passages. Kaleikr als de extreme IJslandse versie van Enslaved bestempelen, is misschien net wat kort door de bocht aangezien het duo haar best heeft gedaan om toch een eigen smoelwerk te creëren. Kaleikr heeft de kelk niet aan zich voorbij laten gaan want het is duidelijk dat er heel wat bloed, zweet en tranen in deze plaat gekropen zijn. De IJslanders hebben met “Heart of led” dan ook een radioactief en explosief debuut afgeleverd waar ik nog heel wat luisterbeurten zoet mee zal zijn. Van dit duo gaan we hopelijk nog veel meer horen in de toekomst!

JOKKE: 90/100

Kaleikr – Heart of led (Debemur Morti Productions 2019)
1. Beheld at sunrise
2. The descent
3. Of unbearable longing
4. Internal contradiction
5. Neurodelirium
6. Heart of lead
7. Eternal stalemate and a never-ending sunset

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Orkan – Element

Het Noorse Orkan wist me een tijdje geleden te overtuigen als opener voor de Taake/Bölzer/One Tail One Head-package. De band was niet alleen aan de line-up toegevoegd wegens diens gitarist Gjermund Fredheim die al meer dan een decennium lang links van Taake’s Hoest op het podium prijkt (en tevens verantwoordelijk is voor de eerst banjosolo ooit op een black metal-plaat), maar zag ook de opportuniteit om nieuw werk te spelen van haar nagelnieuwe derde album “Element“. Zoals de titel reeds prijsgeeft, draaien de teksten rond de kracht en furiositeit van de vier natuurelementen waarbij vooral de prachtige landschappen van hun geboorteregio (het Stord-eiland ten zuiden van Bergen) geëerd worden. “Lenker” opent de plaat op een vrij traditionele manier met een snel en van repetitief drumwerk voorziene drive. “I flammar skal du eldast” en “Avmakt” klokken beide op meer dan negen minuten af en zijn epischer van opzet met lange uitgesponnen instrumentale passages en een mooie dynamiek die zich gaandeweg ontplooit als monumentale berglandschappen die uit de aarde oprijzen. “Iskald” bevat heerlijk opzwepend en iets technischer gitaarwerk en zanger Einar Fjelldal kwijt zich oerdegelijk van zijn taak door de voortrazende black van snijdende vocalen te voorzien. Orkan bewijst hier haar naam niet gestolen te hebben. “Motstraums” is een kort slepend nummer dat toelaat om zelf verzonnen Noors op een plechtstatige manier mee te k(w)elen. Hoewel de eerste zes nummers al een overdonderende indruk nalaten, komt de climax middels het afsluitende “Heim” waarin de vier Noren laten horen ook niet vies te zijn van experiment (we ontwaarden eerder op het album ook reeds accordeon-klanken, wat niet zo voor de hand liggend is voor een black metal-band). Cleane gitaren, een diepe pulserende tromdrum en dronende feedback zetten een droevige toon neer en creëren een spanningsboog die je op het puntje van je stoel doet zitten. De verwachte snelheidsuitbarsting blijft uit maar de song ontpopt zich tot een epische ode aan het thuisland waarin heldere zang alle aandacht opeist. Besluit: Orkan weet zich plaat na plaat nog meer te positioneren als een oerdegelijke speler in de Noorse black metal-league.     

JOKKE: 85/100

Orkan – Element (Dark Essence Records 2018)
1. Lenker 
2. I flammar skal du eldast 
3. Iskald 
4. Motstraums 
5. Avmakt 
6. Den våte grav 
7. Heim

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt

Myrkraverk – Nær døden

Op papier zou ik instant verk(n)ocht moeten zijn aan Myrkaverk, het geesteskind van Infamroth, beter bekend van onder andere Throne Of Katarsis en Skuggeheim. Dat de man een voorliefde heeft voor klassieke black metal zoals die tot 1996 uit zijn thuisland verscheen is dan ook geen staatsgeheim. Hij benoemt het beestje zelf als “Nasjonalnekromantisk svart metall” en wist grootheden als Nocturno Culto (Darkthrone), Grutle Kjellson (Enslaved) en Hoest (Taake, Gorgoroth) te strikken om enkele gastvocalen vast te leggen voor zijn debuut “Nær døden” dat elf jaar na de oprichting verschijnt (eerder bracht Myrkraverk wel al twee EP’s uit). In welke songs deze legendarische zangers opduiken, mogen jullie zelf uitvissen. Tot hiertoe lijkt er nog steeds geen vuiltje aan de lucht te zijn, au contraire! Na de obligatoire intro klinken de conservatieve klanken van “Heidinn rites blot” en “Ritual” best aangenaam in de oorgang. Samen met drummer Blot destilleert Infamroth de meest ijskoude ingrediënten uit pure en authentieke Noorse black. Deze nummers hadden zo van de eerste paar Gorgoroth platen kunnen komen. Daarna verliest het duo echter alle focus en wordt een blik experimenten opengetrokken waarvan de inhoud alle kanten uitspat, soms in de vorm van nummers en soms eerder als intermezzo. Zo horen we rituele drums (met blikken koekendoos sound) en een saaie gitaarriff (“Astral“), wat getokkel op een Spaanse gitaar (“NatasataN” en “Rekviem“), eentonige black metal met hypnotiserende noise-vocalen (“Blåkvit“) en een valse gitaarsolo in een voor de rest OK song (“Instinkt“). Verder merken we nog oude heidense gezangen op die doen denken aan “Loreia” van Siebenbürgen (“Sensdlava“) evenals een hoop angstwekkende klanken in de titeltrack. Tussendoor passeren gelukkig ook nog het slepende “Hyllest! Reia!“, het kort maar krachtige (“Dimensjon dødsspiral“) en het zeven minuten durende, goed in het gehoor liggende “Nordvegen II“. Op een paar overtuigende nummers na mist “Nær døden” samenhang en structuur. Volgende keer graag sterkere songs uit de goede ideeën laten knallen in plaats van wat in het rond te schieten en elke losse flodder op plaat te gooien.

JOKKE: 66/100

Myrkraverk – Nær døden (Blut & Eisen Productions 2018)
1. Inngang
2. Heidinn rites blot
3. Ritual
4. Astral
5. Nær døden
6. NatasataN
7. Blåkvit
8. Sensdlava
9. Instinkt
10. Hyllest! Reia!
11. Rekviem
12. Dimensjon dødsspiral
13. Nordvegen II
14. Utgang

Deathcult – Cult of the goat

Deathcult, een bijster originele bandnaam is het hoegenaamd niet want volgens de metalen archieven lopen er toch enkele gelijknamige bands rond op onze aardkloot. In het geval van deze review betreft het de Noorse Deathcult waarin we enkele figuren aantreffen die hun sporen al dik verdiend hebben in notoire black metal bands. Het betreft hier immers Hoest van Taake op bas en de gebroeders Thurzur (drums) en Skagg (zang en gitaar) die we kennen van ondermeer Gaahlskagg en de live bezettingen van Taake en Gorgoroth. Tien jaar na het debuut waarbij de cultus van de draak geprezen werd, verschijnt er nu een ode aan de geit. En opnieuw wordt die vorm gegeven mits old school black metal zoals we die begin jaren negentig uit Noorwegen te horen kregen. De snelste, hardste of gevaarlijkste van de klas, wil het trio uit Bergen niet zijn. Hun black ligt immers tamelijk goed in het gehoor en bevat de nodige melodie, wat de lange opener “Climax of the unclean“, waarin ook met de vocalen geëxperimenteerd wordt, meteen duidelijk maakt. En met “Bloodstained ritual” gaan ze qua melodieuze tremolo/black ’n roll riffs nog een stapje verder. Het levert een aanstekelijke song op hoewel de solo aan het einde best achterwege had mogen blijven. Door de sound van de donderende drums aan het begin van “Ascension rite” lijkt het even alsof Gorgoroth’s “Revelation of doom” uit mijn boxen knalt, maar dan beter. Deze song wordt opgefleurd door Attila Csihar die sacraal aandoende vocalen uit zijn opperstrot perst en mee instaat voor de beste song van de plaat die ook enkele knappe cello-partijen bevat. Naast een bijdrage van Mayhem’s opperhoofd stond Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved) in voor de teksten en mocht ex-Taake lid Lava nog wat riffjes mee inspelen. Het inzetten van cello, maar ook van sitar (“Devilgoat“) en barokke gitaar en het veelvuldig opdraven van samples en naargeestige geluiden geeft de songs net dat tikkeltje meer eigenheid mee ten opzichte van veel gelijkgezinde collega’s. “Man versus beast” en “The oath” zijn meer rechttoe-rechtaan qua opzet waarbij toch opvalt dat de bas een mooi plaatsje tussen de distortion riffs heeft weten opeisen. De legendarische producer Eirik “Pytten” Hundvin (Grieghallen Studio) weet natuurlijk hoe hij aan zijn knoppen moet draaien om een Noorse black metal kraker deftig te laten klinken. “Cult of the goat” is een dikke aanrader voor fans van zowat elke band die in deze review aangehaald werd.

JOKKE: 86/100

Deathcult – Cult of the goat (Soulseller Records 2017)
1. Climax of the unclean
2. Bloodstained ritual
3. Ascension rite
4. Man versus beast
5. The oath
6. Devilgoat
7. Laudate hircum

Enslaved – E

Sommigen onder jullie zijn ongetwijfeld afgehaakt zodra het Noorse Enslaved rond de millenniumwissel begon te flirten met psychedelica en progressieve elementen en die stelselmatig haar viking/black-metal liet doordringen en overheersen. En ja ja, sommigen hielden het waarschijnlijk al voor bekeken na “Vikingligr veldi” of “Frost“, maar ik niet! Ik kan elke stijlperiode van Enslaved erg waarderen en vind het kwintet, waarbij zanger/bassist Grutle Kjelsson en gitarist Ivar Bjørnson reeds meer dan 25 jaar de spilfiguren zijn, één van de meest interessante bands van onze aardkloot. Voor het eerst sinds de “Isa“-plaat uit 2004 heeft er trouwens een nieuwe line-upwissel plaats gevonden aangezien keyboardspeler Herbrand Larsen het tourleven grondig beu was en meer tijd in zijn eigen studio wou doorbrengen als producer. Deze switch hield echter ook in dat de overgebleven bandleden op zoek moesten gaan naar een nieuw begenadigd zanger aangezien Herbrand ook instond voor de cleane vocalen die ondertussen niet meer weg te denken zijn uit de Enslaved-sound. Maar wie zoekt die vindt, en jonkie Håkon Vinje (voorheen actief in de progressieve rockband Seven Impale) werd ingelijfd om beide rollen op zich te nemen. Op het kakelverse “E” – langspeler veertien ondertussen waarvan de titel verwijst naar de fonetische waarde van de Ehwaz-rune maar die als een Latijnse M geschreven wordt – is het echter Grutle (in combinatie met co-producer Iver Sandøy) die de cleane zang nog vertolkt aangezien Håkon pas vrij laat aan boord kwam. O.a. in het korte, aanstekelijke en catchy “The river’s mouth” toveren de heldere vocalen kippenvel tevoorschijn. Van Håkon’s fantastische vintage toetsenwerk kan echter wel al volop genoten worden, de ene keer met een serieuze Deep Purple kwinkslag (“Sacred horse“), de andere keer bluesy à la Led Zeppelin (“Axis of the world“). Ondertussen heeft Enslaved een unieke sound die uit de duizenden herkenbaar is, maar de heren dienen toch op te letten dat ze zichzelf niet beginnen herhalen. Zo klinken de main riff en het ritmepatroon aan het begin van opener “Storm son” wel heel gerecycleerd. Toen ik deze elf minuten durende song – die als eerste nieuw nummer vrijgegeven werd – de eerste keer hoorde, was ik niet volledig overtuigd van de flow, maar ondertussen is het kwartje gevallen. Het kolossale nummer bevat zowat alle karakteristieke Enslaved-elementen: de wisselwerking tussen screams en cleane zang, proggy riffs, heftige black metal passages en uitstekend muzikaal vakmanschap. Enslaved levert met “E” dan ook een, enerzijds erg vertrouwd klinkende, plaat af die echter wel weer met kop en schouders boven de grijze massa uitsteekt. Het gaat er best erg progressief aan toe (zoals in het van tegendraadse ritmes aaneengeregen “Feathers of Eolh” en het met saxofoon ingekleurde “Hiindsiight“), maar er zijn nog steeds voldoende heftige passages aanwezig waardoor de contrasterende wisselwerking meermaals voor vuurwerk zorgt. De Röyksopp cover “What else is there?” ontbreekt spijtig genoeg op mijn bruine vinylplaten. Die zal ik dus on-line eens moeten opsnorren. Hulde aan Enslaved; vrijwel de enige Nuclear Blast band die ertoe doet!

JOKKE: 90/100

Enslaved – E (Nuclear Blast 2017)
1. Storm son
2. The river’s mouth
3. Sacred horse
4. Axis of the worlds
5. Feathers of Eolh
6. Hiindsiight
7. Djupet