enslaved

Winterfylleth – The reckoning dawn

Het Engelse Winterfylleth leerde ik destijds kennen middels het uitstekende “The Mercian sphere“. Ik maakte een sprong terug in de tijd om ook debuut “The ghost of heritage” (2008) aan te schaffen en nadien belandden de opvolgers “The threnody of triumph” (2012) en “The divination of antiquity” (2014) ook netjes in de eindsectie van mijn platencollectie. De kwaliteit was er nog steeds, maar het begon toch allemaal wat veel op mekaar te trekken waardoor ik besloot de twee daaropvolgende platen (“The dark hereafter” uit 2016 en “The hallowing of heirdom” uit 2018) links te laten liggen, hoewel het kwintet op die laatste blijkbaar (van horen zeggen/lezen) resoluut de akoestische kaart trok. Ondertussen zijn we bij langspeler nummer zeven aanbeland en besloot ik terug in te pikken om een stand van zaken op te maken. De typische titelstructuur van de platen, de tweejarige langspelercyclus en het eenvoudige, doch steeds prachtige artwork zijn in elk geval nog steeds aanwezig. Reeds bij opener “Misdeeds of faith” ben ik blij dat Winterfylleth nog steeds niets aan agressie heeft ingeboet, au contraire, het lijkt wel alsof Chris Naughton en co meer peper in hun reten hebben dan ooit te voren. In opvolger “A hostile fate” wordt duidelijk teruggegrepen naar het geluid van “The Mercian sphere“, niet verwonderlijk daar er tussen de haakjes wordt aangegeven dat het hier het vierde vervolgstuk betreft van “The wayfarer” waarvan de eerste drie delen op die plaat terug te vinden waren. Het gitaarwerk en de heldere zangkoren zijn om duimen en vingers bij af te likken! Ook voor akoestische kampvuurromantiek is er nog steeds plaats, dat laten o.a. de intro van het bijna tien minuten durende “Absolved in fire” en het korte intermezzo “Betwixt two crowns” horen. Zodra deze rustgevende tonen weggeëbt zijn, ontbloot het gezelschap haar tanden en is het zalig meesurfen op de pakkende melodieuze gitaargolven die door blastend drumwerk van Simon Lucas – naast Chris de enige muzikant die er nog van in het begin bij is – voorgestuwd worden. Het moge duidelijk zijn dat Winterfylleth op deze plaat serieus beukt, waardoor er misschien hier en daar wel een tikkeltje aan atmosfeer ingeboet wordt. Als tegengewicht voor de furieuze black bevat het titelnummer wel een erg mooie meeslepende leadpartij en de razernij in “A greatness undone” wordt door een akoestisch intermezzo in twee gekliefd. Het afsluitende “In darkness begotten” mondt dan weer uit in zalvende strijkers. Er is ook een gelimiteerde versie van “The reckoning dawn” beschikbaar waarop drie extra nummers prijken waaronder “Woden“, een geslaagde cover van de Enslaved klassieker “Wotan” en een synthbewerking van het laatste nummer van de reguliere editie. Verwacht hier echter geen klassiek vuurwerk zoals Emperor destijds met “Opus a satana” liet horen, want “In darkness beholden” is resoluut slaapverwekkend. “Upon gallows frail” en de cover voegen wel nog tien kwalitatieve extra minuten English Heritage Black Metal toe aan een plaat die reeds een klein uur duurt. Dit maakt het wel net dat tikkeltje te veel daar het opnieuw wat schort aan het onderscheidend karakter van de nummers onderling. Maar voor de rest geen klachten en liefhebbers van de band kunnen “The reckoning dawn” blind aanschaffen.

JOKKE: 81/100

Winterfylleth – The reckoning dawn (Candlelight Records 2020)
1. Misdeeds of faith
2. A hostile fate (The wayfarer Pt. 4)
3. Absolved in fire
4. The reckoning dawn
5. A greatness undone
6. Betwixt two crowns
7. Yielding the march law
8. In darkness begotten

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn

De review van Runespell’s derde langspeler “Voice of opprobrium” sloten we af met de opmerking dat elk jaar een plaat uitbrengen misschien wat te veel van het goede is en dat Nightwolf beter wat meer over kwaliteit kan waken dan kwantiteit te laten primeren want in de hedendaagse overvloed aan releases is het sowieso al moeilijk om boven te komen drijven en langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. De Australiër sloeg onze goede raad duidelijk in de wind, want opnieuw laat hij vrij snel na vorig plaatwerk alweer van zich horen, deze keer in de vorm van een split met Forest Mysticism, het eenmansproject van zijn landgenoot D. die we ook kennen van Woods Of Desolation. Maar Runespell bijt de spits af met het tien minuten durende “Wolf woods“. De sound van deze melancholische en hyper melodieuze pagan black ligt sterk in het verlengde van “Voice of opprobrium” met het verschil dat dit nummer ons wel meteen bij ons nekvel grijpt. Wat een bloedmooie melodielijnen krijgen we hier voorgeschoteld! Fans van Agalloch, Gallowbraid of Fen moeten dit zeker eens uitchecken, hoewel Runespell wel zwaarder naar de black metal kant doorneigt. Na het akoestisch intermezzo “Streams of sorrow” volgt het tweede volwaardige nummer “Fated in blood” dat opnieuw op een epische zeven minuten afklokt en langzaam aanzwelt om vervolgens diens warme gloed op ons gezicht te laten schijnen. De droge en korte houtachtige snare-aanslag heeft een EnslavediaansEld“-gevoel en past wel bij deze rurale klanken. Wat Runespell hier laat horen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Forest Mysticism heeft nog geen langspeler op zijn palmares staan, maar de drie nummers die hier in zestien minuten passeren, vormen zo wat de langste muzikale release ooit sinds diens eerste split met Larmes d’Hivers uit 2007. Op zich is Forest Mysticism een geschikte sparringpartner voor Runespell, hoewel diens bosachtige black iets ruwer en minder gepolijst is. Je moet wat meer moeite doen om de verscholen melodielijnen van gitaren en keyboards te ontdekken in de woudmystiek van “Summon“. Ook hier wordt de aanpak gehanteerd van twee volwaardige nummers onderbroken door een instrumentaal intermezzo. Het bijna acht minuten durende “Ancient tides of war” bulkt iets meer van de melodieuze toetsen en gitaarlijnen en is een knappe afsluiter van een geslaagde EP met adembenemend cover artwork.

JOKKE: 80/100 (Runespell: 82/100 – Forest Mysticism: 78/100)

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Runespell – Wolf woods
2. Runespell – Streams of sorrow
3. Runespell – Fated in blood
4. Forest Mysticism – Summon
5. Forest Mysticism – Rivers of silver (II)
6. Forest Mysticism – Ancient tides of war

Mørketida – Traveler of the untouched voids

Binnen de Finse black metal scene heb je grofweg twee strekkingen: de ene helft borduurt verder op de bestiale proto-black van oervaders Beherit en de andere helft melkt de ijskoude furie van de Satanic Warmaster sound tot in den treure verder uit. Het duo Mørketida daarentegen marcheert naar eigen zeggen eerder over een baan die door acts als Noenum, Vritra en Blood Red Fog geplaveid werd ofte spookachtige zwartmetalen klanken die bulken van de grimmigheid. Twee jaar na debuut “Panphage mysticism” keren de heren terug met een 22 minuten durende EP die gezegend is van een kleurrijke hoes die je eerder op een Suffocation plaat zou verwachten. De overwegend paarse kleur van het ontwerp verwijst naar het eerste nummer “Descent of purple mist“; het moet niet altijd paarse regen zijn, nietwaar? Die eerste langspeler was een typische middenmotor die echter niet de volledige rit kon boeien. Benieuwd of het met een beduidend kortere speelduur wel lukt om de aandacht vast te houden. Mørketida speelt nog steeds overwegend mid-tempo black, maar schakelt af en toe ook over in blasmodus waarbij de orgelklanken uit het verleden door keyboardtoetsen vervangen zijn. In de reeds aangehaalde opener doet dat het oude Gehenna herleven, vooral ook doordat het riffwerk eerder Noors geïnspireerd is. Er zit meer leven in de brouwerij dan op het debuut, vooral door de meer krachtige en dynamische sound van “Traveler of the untouched voids“. Een ander pluspunt is de zang die zich hier ver weg houdt van high pitched screams en eerder uit de diepere regionen opborrelt. Denk aan een Abbath of Dagon (Inquisition). In “Upon the aged heavens“, waarin we ook enkele Enslavediaanse riffs horen, benaderen de vocalen zelfs een Lord Angelslayer (Archgoat). Later in het nummer duiken nog Spaans klinkende gitaren op die dan weer een Helleens black metal sfeertje toevoegen. Doorheen de zeven minuten durende titeltrack huppelen regelmatig frivole toetsen rond maar er wordt ook snedig van jetje gegeven. Ook hier voegen Spaanse gitaren extra cachet toe hoewel ze niet honderd procent juist lijken te zitten qua ritme. Als toetje krijgen we nog een geslaagde coverversie van Immortal’s “Unsilent storms in the north abyss“, de zanger beseft dus wel degelijk dat er parallellen zijn met Abbath’s strot. Al bij al een fijne EP

JOKKE: 78/100

Mørketida – Traveler of the untouched voids (Werwolf Records 2020)
1. Descent of purple mist
2. Upon the aged heavens
3. Traveler of the untouched voids
4. Unsilent storms in the north abyss (Immortal cover)

Dark Fortress – Spectres from the old world

Dark Fortress is een Duitse black metal band die ik al vele jaren volg en die quasi sinds hun oprichting in mijn lange lijst met lievelingsbands prijkt. Het vorig album “Venereal dawn” was sterk, maar kon me in zijn geheel niet altijd overtuigen. De Beierse bonken blijven echter tot de top behoren, al is het maar omdat ze blijven evolueren en dat ook erg goed doen. “Spectres from the Old World” is daar een mooi voorbeeld van. Deze nieuwe release is een godverlaten orgie van gitzwarte riffs en morbide melodieën, die behoorlijk wat afwisseling kent qua standjes. Zo raast meteen na de intro het door de duivel gedrevene “Coalescence” door de speakers om dan gevolgd te worden door het wat tragere “The spider in the web” dat opent met een old school punk black metal riff, dan schakelt naar atmosferische black met synths om dan via een tokkel met solo terug te keren naar het begin. De titeltrack is weer snel stevig en jawel, het volgende nummer “Pali Aike” neemt gas terug in heel sfeervolle stijl om erna weer voluit te gaan in het old school “Pazuzu“. “Isa” is met dik zeven minuten het langste nummer op het album en sleept helaas iets te veel tot in de tweede helft waar een paar sterke solos voorbijkomen. “Pulling at threads” had dan weer wat langer mogen duren. Hier krijgen we voor het eerst de cleane zang duidelijk te horen, wat vanaf dit punt de nummers een hoger Dimmu Borgir – ten Vortex tijde – en Enslaved gehalte geeft. Wat, volgens mij in elk geval, best goed is. Aanvankelijk kwam de manier van nummers schranken wat vreemd over, maar dit is uiteindelijk wel zinvol als je je album niet in twee delen wil splitsen. Hoewel ik het doorgaans meer heb voor platen die een beperkt aantal thema’s ontwikkelen en niet zo in stukken zijn verdeeld, is “Spectres from the old world” een erg fascinerende release die beter wordt hoe meer je er naar luistert. De uitmuntende productie zorgt er trouwens voor dat alles samen blijft kleven. Enkel had ik graag wat meer snelle tracks gehoord, want daar blinkt de band echt in uit en bovendien blijven de tragere nummers heel soms wat steken. Creatief bedacht en professioneel gebracht, is dit echt een aanrader om in deze tijden van thuisblijven te bestuderen.

Xavier: 90/100

Dark Fortress – Spectres from the old world (Century Media 2020)
1. Nascence (intro)
2. Coalescence
3. The spider in the web
4. Spectres from the old world
5. Pali Aike
6. Pazuzu
7. Isa
8. Pulling at threads
9. In deepest time
10. Penrose procession (interlude)
11. Swan song
12. Nox irae

Múspellzheimr – Hyldest til trolddommens flamme/Demo compilation

Het betreft hier geen nieuw werk van het Deens Múspellzheimr, maar deze band is simpelweg té goed om deze compilatie niet even onder de aandacht te brengen. Zeventien tracks zijn over twee zilveren schijfjes verdeeld waarbij de eerste CD het debuut “Hyldest til trolddommens flamme” bevat dat origineel in 2015 verscheen. Vanaf de openingstonen krijgen we majestueuze en mystieke black voorgeschoteld die qua sound én stijl heel hard aan oude-Enslaved doet denken. We horen klanken die refereren aan de ijskoude verbetenheid van diens “Frost“, het meer epische van “Eld” en soms ook wat van het hallucinogene van “Vikingligr veldi“. In de pure black metal-uitbarstingen treffen we zowel Noorse (oude-Taake) als Zweedse (Sorhin) invloeden aan. Vikingkoren, feeërieke gezangen en akoestische gitaren zorgen voor een heidense vibe en retro jaren ’90 sfeertje dat ons doet hunkeren naar onze puisterige tienerjaren toen we stap bij stap de geheimen van de zwarte kunsten ontdekten. Door de natuurmystiek uitademende rustpunten komen de vlijmscherpe en snerpende uitbarstingen nadien des te venijniger aan. Zes songs met alles erop en eraan en vier (akoestische) instrumentaaltjes laten een Scandinavisch paradigma aan passionele en traditionele diversiteit horen waarmee ze destijds vanuit het hoge noorden ons zwartgeblakerde hart in vuur en vlam wisten zetten. The past is alive!
Op disc 2 prijken demoversies van vier van de zes échte songs van het debuut. Songtitels verzinnen is duidelijk een brug te ver voor Múspellzheimr, dus mogen jullie zelf achterhalen welke nummers je dus twee maal te horen krijgt, zij het deze keer in een r(a)uwer jasje gestoken. Op Múspellzheimr’s tweede langspeler “Nidhöggr” uit 2017 werd meer nadruk gelegd op de extreme elementen uit de sound wat resulteerde in een exponentiële toename van het cryogene karakter en een zekere hysterie. Een jaar later werd met “Raukn” een derde full-length uitgebracht waarvan er ook drie van diens zes nummers in demovorm te beluisteren vallen. Hoewel ijskoude hysterie nog steeds voelbaar is, schuwen de Denen meer uitgesponnen melodische passages niet. De repetitiviteit die hierin vervat zit, voedt het psychedelische karakter van de muziek en subtiele keyboards zorgen voor een ijle touch. Amor Fati en Lunar Apparitions verzorgen deze heruitgave maar check ook zeker de andere (voornamelijk Deense en Zweedse) acts die op het Afgrundsvisioner label zitten en waar Múspellzheimr aan gelinkt is. Beide labels verzorgen by the way ook de cd-release van de onlangs verschenen interessante split met Aiwīgaz Unðergangaz die eerder enkel op het zwarte goud te verkrijgen was.

JOKKE: 82/100

Múspellzheimr – Hyldest til trolddommens flamme/Demo compilation (Amor Fati Productions/Lunar Apparitions 2019)
Disc 1
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII
8. VIII
9. IX
10. X
Disc 2
1. Hyldest til trolddommens flamme demo 01
2. Hyldest til trolddommens flamme demo 02
3. Hyldest til trolddommens flamme demo 03
4. Hyldest til trolddommens flamme demo 04
5. Raukn demo 1
6. Raukn demo 2
7. Raukn demo 3

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis

Mayhem, Darkthrone, Emperor, Burzum, Enslaved, Bathory, Satyricon, Immortal, … zowat alle grote jongens uit de black metal-scene werden reeds geëerd met een tribute. Nu is het de beurt aan het Duitse Katharsis, een minder bekende band voor het grote publiek maar wel één die met haar primitieve, morbide en chaotische old school black een onuitwisbare nadruk heeft nagelaten op tal van bands die dieper in de underground resideren. Het Spaanse Bile Noire en het Duitse No Return namen het initiatief en brengen de compilatie geheel volgens de old school tradities op tape uit. Katharsis werd in 1994 opgericht en vijftien jaar later verscheen met “Fourth reich” diens laatste wapenfeit. De meeste bands die aan het eerbetoon meewerkten plukten songs van de drie langspelers. “666” uit 2000 is vertegenwoordigd met vier songs, “Kruzifixxion” uit 2003 met twee stuks en het (voor velen) magnus opus “VVorldVVithoutEnd” uit 2006 met twee nummers. The Order of Appollyon en Balmog kozen voor nummers van de “Fourth reich” EP (mijn persoonlijke favoriete Katharsis-release) en Délirant en The Reptillian Session gingen voor meer obscuur werk in de vorm van respectievelijk “Shine beyonde” van de split met Black Witchery en “A.R.I.I.O.T.H.“, een uitstekend nummer dat verscheen op Blut & Eisen’s “Tormenting legends II” sampler en mij voorheen onbekend was. Meer dan een uur lang worden de Duitse helden door bekende en minder bekende acts geprezen waarbij geen enkele échte uitschuiver te bespeuren valt. Enkel Balmog’s sound is wat iel en dunnetjes en Nexul neigt voor mij persoonlijk wat te veel richting war metal. De hoogtepunten worden aangebracht door onze landgenoten LVTHN (die eerder ook al “666” coverden) en een solide versie van het sublieme “VVytchdance” neerzetten waarbij de zanger een sterke beurt maakt en het voor mij onbekende Velo Misere dat “Thy horror” uitvoert en hierbij vrij dicht bij het origineel blijft. Hetzelfde geldt voor Black Fucking Cancer en hun bevlogen aanpak van “Shine beyonde”, wat natuurlijk ook gewoon een retevet nummer is. Ook Shrine Of Insanabilis weet de unieke Katharsis-atmosfeer perfect te capteren in haar uitvoering van “Painlike paradise” en The Order of Apollyon voegt een death metal-randje toe aan “Eucharistick funereall“, nog zo’n Katharsis klassieker. Alleen spijtig dat niemand voor “So nail the hearts” koos. Prima compilatie die Katharsis alle eer aandoet!

JOKKE: 82/100

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis (Bile Noire/No Return 2019)
1. Acedia Mundi – 666 (Hohelied Der Wiedererweckung)
2. Veter Daemonaz – Lunar castles (Harvest)
3. Velo Misere – Thy horror
4. Délirant – Shine beyonde
5. Black Fucking Cancer – Kross fyre
6. The Order of Apollyon – Eucharistick funereall
7. Nexul – Raped by demons / Luziferion
8. The Reptilian Session – A.R.I.I.O.T.H.
9. Shrine of Insanabilis – Painlike paradise
10. LVTHN – VVytchdance
11. Balmog – The ris(inn)ing koronation

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering

Kaleikr – Heart of led

De prijs voor meest psychedelische hoes van 2019 gaat voorlopig naar die van Kaleikr’s debuut “Heart of led“. Het kleurrijke meesterwerkje dat een link naar de bandnaam en albumtitel bevat, is van de hand van Valnoir (Metastazis) die enkele jaren geleden een gelijkaardige hallucinerende hoes ontwierp voor “The feral wisdom“, de debuut langspeler van het IJslandse Wormlust. Bij Kaleikr moeten we het ook gaan zoeken in het land van de geisers, papegaaiduikers en vulkanen met onuitspreekbare namen. De band is in feite een doorstart van Draugsól die in de vorm van “Volaða land” slechts één plaat voor het nageslacht achterlaat. Het duo Maximilian Klimko (zang, gitaar en bas) en Kjartan Harðarson (drums) vertrekt vanuit een black en death-basis maar geeft er een progressieve en bij wijlen ook vrij technische draai aan. Zo wisselt opener “Beheld at sunrise” cinematografische arrangementen inclusief strijkers en toetsen af met heerszuchtige grunts en razendsnelle blastpartijen. De moderne Enslaved-invloeden die we bij Draugsól reeds subtiel detecteerden zijn bij Kaleikr veelvuldig aanwezig. We horen ze voor een eerste keer in “The descent” hoewel dissonanter en veel extremer van aard dan bij de Noorse collega’s. “Of unbearable longing” zet de luisteraar voortdurend op het verkeerde been door rustige passages – weliswaar op een vloeiende manier – af te wisselen met Enslavediaanse hoekige riffs en aan Opeth referende leads en growls. Die derde koploper qua progressieve extreme metal genaamd Ihsahn, ontbreekt natuurlijk ook niet als inspiratiebron en horen we doorschemeren in “Internal contradiction“, een song die mij met haar fragmentarisch karakter en klassieke elementen initieel minder wist te beklijven maar ondertussen toch ook het kwartje deed vallen. “Neurodelirium” heeft haar naam niet gestolen en is een labyrint aan progressieve extreme metal klanken waarin je zeven minuten lang kan ronddolen en waarvan het catchy gitaarriedeltje je nog dagenlang blijft achtervolgen. Opnieuw zijn de Enslaved-invloeden massaal aanwezig. De compacte titeltrack vangt aan met onheilspellende atmosferische klanken en een intrigerend basloopje om je nadien middels een eruptie aan rollende basdrums plat te walsen en in een zinderende blast-finale uit te monden. Middels het epische “Eternal stalemate and a never-ending sunset” dat lang uitgesponnen passages kent, komt er een einde aan dit indrukwekkende debuut. Stephen Lockhart zat achter de knoppen en voorzag “Heart of lead” van een moderne, monumentale sound die het grootse en weidse karakter van de gelaagde melodieuze partijen doet samenvloeien met de caleidoscopische technische passages. Kaleikr als de extreme IJslandse versie van Enslaved bestempelen, is misschien net wat kort door de bocht aangezien het duo haar best heeft gedaan om toch een eigen smoelwerk te creëren. Kaleikr heeft de kelk niet aan zich voorbij laten gaan want het is duidelijk dat er heel wat bloed, zweet en tranen in deze plaat gekropen zijn. De IJslanders hebben met “Heart of led” dan ook een radioactief en explosief debuut afgeleverd waar ik nog heel wat luisterbeurten zoet mee zal zijn. Van dit duo gaan we hopelijk nog veel meer horen in de toekomst!

JOKKE: 90/100

Kaleikr – Heart of led (Debemur Morti Productions 2019)
1. Beheld at sunrise
2. The descent
3. Of unbearable longing
4. Internal contradiction
5. Neurodelirium
6. Heart of lead
7. Eternal stalemate and a never-ending sunset

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt