gneterswart

Gneterswart – Gneterswart

Abstract albumartwork bestaande uit zesenzestig tinten grijs en zwart en één van de meest onleesbare bandlogo’s ooit. Om maar te zeggen dat Gneterswart niet echt van zijn marketingstrategie wakker ligt. Ván Records brengt het eerste wapenfeit van dit Duitse trio met o.a. Hekla van Hadopelagyal in de gelederen uit als 10 inch en Amor Fati zal instaan voor de tapeversie. Het zwartmetaal dat Gneterswart vier nummers lang ontketent lijkt in een ondergrondse bunker opgenomen te zijn waar het haast even hard echoot als in Trump’s bovenkamer. De sound is organisch, enige vorm van productie is quasi onbestaande, maar het past wel bij de black metal van het trio. Doorheen de snerpende cymbaalaanslagen en kwaadaardige screams penetreren morbide riffs die me meer dan eens aan het über kwaadaardige Throne Of Katharsis doen denken. Ook een erg ongepolijste versie van het oude Watain doemt eveneens regelmatig aan de einder op, vooral op vocaal vlak dan. Het tempo varieert van tergend traag in o.a. het geïmproviseerd aandoende “For ye mighty treacherous sanctuary” tot blastbeatmodus waarbij de snare-aanslagen echter vaporiseren in het geheel, behalve wanneer de piepende feedback aan het einde van “Drop dead treacherous sanctuary” wegvalt. De atmosfeer die vooral op de A-kant neergezet wordt in het diabolische “Flight of ye nameless” en het dynamische “Scattered in tempest” is verstikkend en pek, pekzwart. De bandnaam past met andere woorden als gegoten.

JOKKE: 81/100

Gneterswart – Gneterswart (Ván Records 2020)
1. Flight of ye nameless
2. Scattered in tempest
3. Drop dead treacherous sanctuary
4. For ye mighty ghosts of gloom

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial