Gorgoroth

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso

Dat deze Italianen hun bandnaam ontleend hebben aan het gelijknamige Xasthur-nummer lijkt me vrij ondenkbaar, want met lo-fi depressieve éénmans black metal heeft dit niets van doen. Integendeel, “De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso“, het debuut (er verschenen eerder al twee EP’s) van Prison Of Mirrors, staat bol van de avontuurlijke black en death metal waarin met de nodige dissonanten in het rond gestrooid wordt. Een geluid dat oorspronkelijk door Franse pioniers als Deathspell Omega en Blut Aus Nord verkend werd en nadien gretig gekopieerd werd door tal van IJslandse bands. Het moge met andere woorden geen verrassing wezen dat Prison Of Mirrors onderdak heeft gevonden bij Oration, het label van Studio Emissary producer Stephen Lockhart en meesterbrein achter Rebirth Of Nefast. Stephen heeft immers een groot aandeel in de sound van het gros van de IJslandse black metal bands en nam ook de mix en mastering van deze plaat voor zijn rekening. De vier composities die op deze eerste langspeler prijken, vormen dan ook geen easy listening-materiaal. Opener “The unquenchable visions from the abyss” klokt meteen op negen minuten af. De twee volgende nummers doen daar telkens nog een minuutje bij en het afsluitende “Ascending through the majesty of the dark towers” verdubbelt de speeltijd van “Sigils for the ritual exhumation” en neemt een dikke 22 minuten voor zijn rekening. U weze gewaarschuwd! De duistere, occulte en rituele sfeerschepping die van de knappe albumhoes van Khaos Diktator Design (ofte Atterigner, die de Gorgoroth-plaat “Instinctus bestialis” inzong) afdruipt, vindt zijn weerga ook in het muzikale gebeuren. Met zo’n lange composities kan het ook niet anders dat Prison Of Mirrors de instrumenten ook geregeld lange tijd voor zich laat spreken. Hierbij creëren de riffs van Anubis en Lord Swart mystieke spanningsvelden waarin heel wat atonale riffs een akelig sfeer scheppen. Om de albumtitel geen onrecht aan te doen, mogen ook ritualistische elementen zoals sacrale Russische gezangen en rituele percussie niet ontbreken, maar drummer Bestia (o.a. Earth And Pillars) gooit ook tal van blastpartijen, tempowissels en minder gangbare ritmes in de strijd. Dikwijls vinden deze overgangen abrupt plaats in plaats van gelijdelijk aan aangekondigd en opgebouwd te worden. En wanneer Lord Swart zijn strot dan toch open trekt, ontsnappen er gortdroge screams die de satanische en orthodoxe boodschap verkondigen. Wel moeten de Italianen erover waken dat ze zichzelf niet te veel verliezen in hun ellenlange composities. Ik mis immers soms een kapstok, leidraad of écht memorabele riff die het ene nummer van het andere onderscheidt. Natuurlijk draait het bij een plaat als dit om de totaalbeleving en niet zo zeer om de indivuele songs, maar soms is minder ook meer weet je wel.

JOKKE: 79/100

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso (Oration 2020)
1. The unquenchable visions from the abyss
2. Blaze of the ecstatic liturgy
3. Sigils for the ritual exhumation
4. Ascending through the majesty of the dark towers

Gloom – Rider of the last light

Er lopen reeds heel wat bands met de naam Gloom rond in het wereldje van de extreme metalen. In deze review bespreken we het gloednieuwe Finse Gloom met leden van Nekrokrist SS die zijn kwaadaardige boodschap middels een vette pot Finse black verspreidt. Dat het de heren menens is, maken de promofoto’s duidelijk: met bloed overgoten zwart/wit bekladde smoelwerken, camouflagebroeken, meters zware kettingen, geweren, steekwapens, gasmaskers en een sik waar de baphomet jaloers op zou zijn. Ook de acht recht-voor-de-raap songtitels die op het Indiana Jones achtig getitelde debuut prijken, liegen er niet om. “Bleed” trapt “Riders of the last light” met een welgemikt nekschot in gang. Alle klassieke elementen die Fins zwartmetaal zo lekker maken zijn aanwezig in nummers als “Deep in the ground” , “No mercy after sunset” of het titelnummer: ijskoud striemend riffwerk, melancholische melodieën (wel eerder subtiel dan op de voorgrond), niet al te ingewikkeld straightforward drumwerk en haatvol gekrijs dat licht vervormd is en parallellen vertoont met Pest, Gorgoroth’s beste krijser. Maar ook muzikaal wordt duidelijk dat Noorse klassiekers als “Under the sign of hell” en “Transilvanian hunger” destijds regelmatig hebben opgestaan in de slaapkamers van de heren. Als er zo iets als een black metal dansfeest zou bestaan, zou een nummer als “Iron claws of black metal” met diens korte hoempapa ritme de beentjes ontegensprekelijk losgooien. Voor de rest gaat de drummer grotendeels rechttoe rechtaan voluit, met een uitzondering van het drum- en basgitaarmomentje in “By your own hands“. Dat maakt spijtig genoeg dat halfweg de plaat de verveling dan ook wel stilaan de kop begint op te steken. De riffs en drumpatronen hebben immers een broertje dood aan onderscheidend karakter en dat is verdomd jammer, want eigenlijk klinkt Gloom best lekker en weten de heren wel degelijk hoe ze een traditioneel black metal nummer moeten schrijven. Alleen is het bijna acht keer hetzelfde liedje dat we te horen krijgen.

JOKKE: 75/100

Gloom – Rider of the last light (Spread Evil 2020)
1. Bleed
2. Iron claws of black metal
3. Fuck your faith
4. Deep in the ground
5. No mercy after sunset
6. Murder yourself
7. By your own hands
8. Rider of the last light

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

Terrestrial Hospice – Indian summer brought mushroom clouds

In 2018 maakte het Poolse Terrestrial Hospice een waar statement met diens eerste fijngevoelig getitelde EP “Universal hate speech“. We zijn nu twee jaar later en het duo slaat opnieuw keihard terug met een eerste langspeler getiteld “Indian summer brought mushroom clouds“, opnieuw een weinig aan de verbeelding overlatende titel. Terrestrial Hospice is misschien nog geen al te grote naam in het genre, hoewel de helft van het duo toch wel een grote meneer is. Op drums treffen we immers Inferno aan, u weet wel, dat drummonster van Behemoth. De haatstem en snaren zijn voor rekening van Skyggen die ondanks zijn Pools paspoort een verleden bij tal van Noorse bands als Tortorum, Aeternus, Gorgoroth en Dead To This World heeft. De man was echter ook als Paimon actief bij een eerder fout orkestje als Swastyka. In deze bloeddorstige Antifa-tijden dus best een gewaagde keuze van Inferno om zijn diensten aan deze band te verlenen. Soit, op muzikaal gebied heeft deze trommelaar wel gelijk dat hij zijn kwaliteiten in dienst van Terrestrial Hospice stelt. Op dit volwaardige debuut leveren de heren nog steeds een venijnige en nucleair dreigende vorm van black metal doorspekt met wat thrash af die wel een meer krachtige en minder doffe, beter afgestofte (dat kunnen de Polen sowieso goed) sound meekreeg dan de EP. Aan intro’s doen de heren niet mee want opener “The sump where the universe filth and ephemera collect” zet meteen de heetgeblakerde furieuze toon voor de rest van de plaat. Of toch niet? Het geniaal getitelde “Please accept my most sincere condolences” trekt de lijn van repetitieve snare- en swingende ride-aanslagen in combinatie met vurig Carpathian Forest-achtig gitaarwerk nog stug door en ook een nummer als het galopperende “Pyromaniac” zet de fik er goed in maar gaandeweg muteert de song naar een mid-tempo gegeven. En deze trend wordt verder doorgetrokken op “Gang-raping the seven virtues” dat met bijna acht minuten speeltijd de langste track op de plaat is en een vrij melodieus Noors aandoend geluid horen. In “Come join the parade” zet Inferno zijn beide boots terug op het gaspedaal en slaat hij zijn china-cymbaal geregeld aan diggelen. Halfweg transformeert deze rampestamper echter ook kortstondig naar een mid-tempo intermezzo, om nadien terug rake klappen uit te delen. Om maar te zeggen dat Terrestrial Hospice het kunstje van dynamiek in nummers aanbrengen goed onder de knie heeft. Datzelfde trucje wordt in “Pig prayer” herhaald, terwijl de afsluiter “Crucifixion of antropocentrism” ons toelaat de nekspieren nog eens los te gooien. “Indian summer brought mushroom clouds” is een meer dan degelijk abum dat erin slaagt om haatvolle, destructieve, misanthropische en nihilistische gedachten in muziek te kanaliseren. Extra punten trouwens voor het cover artwork van James Read (Revenge, Conqueror, Axis Of Advance) waarop we Jezus zien zeulen met een kruis op zijn rug waarop een kernraket gebonden is. Geniaal!

JOKKE: 82/100

Terrestrial Hospice – Indian summer brought mushroom clouds (Shadow Records/Helter Skelter Productions 2020)
1. The sump where the universe filth and ephemera collect
2. Please accept my most sincere condolences
3. Pyromaniac
4. Gang-raping the seven virtues
5. Come join the parade
6. Pig prayer
7. Crucifixion of antropocentrism

Morte Lune – Temple of flesh

Cumbrian black metal; ’t is niet de eerste keer dat deze geografische niche binnen het genre hier aan bod kwam. Pluis de recensies van o.a. Nefarious Dusk, Úlfarr en Thy Dying Light maar eens uit. Spilfiguur in deze bands is Hrafn, die duidelijk geen zittend gat heeft en precies “ja” lijkt te zeggen op iedereen die hem vraagt in een black metal band te spelen. Deze keer slaat hij de handen in elkaar met gitarist Leviathan (Written In Torment) en drummer Dan “Storm” Mullins (The Deaththrip, An Axis of Perdition) met Morte Lune als resultaat. “Temple of flesh” is een EP geworden en is het tweede wapenfeit van het trio na de “The endless forest” demo uit 2017. Zoals we van Hrafn gekend zijn, lust die zijn zwartmetaal het liefst puur en rauw, zonder moderne toestanden en veel overtollige franjes buiten een ambient intro en outro dan. En dat is ook hier weer het geval. De demo bevatte naar ’t schijn een veel hoger ambientgehalte , maar online zoekwerk leverde niets op waardoor ik dit niet kan staven. Qua opnames is het een DIY-job geworden daar Leviathan instond voor het engineering proces en Dan de mastering verzorgde. Net als op de The Deathtrip platen resulteert dat spijtig genoeg in een te vlakke basdrumsound. Voor de rest geen klachten over de organisch klinkende sound die de riffs messcherp doet klinken en ook voldoende aandacht geeft aan de basgitaar. Agressie en duister klinkende melodieën gaan hand in hand en Morte Lune koos voor een dynamische aanpak door niet voortdurend in blastmodus te gaan. Het met keyboards opgesmukte “Silence of the night” en het heerlijk melodieuze “Spewing black vomit” zijn dan ook goede no-nonsense traditionele black metal nummers waar we geen genoeg van kunnen krijgen. Ook de vier andere nummers die “Temples of flesh” bevat, klinken best aardig en liggen in het verlengde van oude-Gorgoroth en Nargaroth. Voor de eerste keer zit er een “acht” in voor de naar eigen zeggen door Satan gezegende Hrafn en zijn muzikale activiteiten.

JOKKE: 80/100

Morte Lune – Temple of flesh (Purity Through Fire/Worship tapes 2020)
1. O father, O Satan
2. Silence of the night
3. Chalice of blood
4. Lucifers gift
5. Spewing black vomit
6. Temple of flesh

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity

Warlord Moon…uhm…Warmoon Lord, ik vergis mij keer op keer. Warmoon Lord dus, vernoemd naar het Vlad Tepes nummer van diens “Morte lune” plaat. Het debuut “Burning banners of the funereal war” uit 2019 gaf ik veel te laat de nodige aandacht, spijtig, want anders was deze plaat resoluut in mijn eindejaarslijstje gekatapulteerd geweest. Lord Vechi Vrăjitor, de alleenheerser achter deze band, vond in Sadist Stalker en diens Vultyrium een gelijkgstemde ziel wat resulteerde in deze “Pure cold impurity” split wat voor Vultyrium een eerste teken van leven is. Warmoon Lord doet waar het goed in is, namelijk het creëren van mysterieuze nocturnale landschappen vol besneeuwde bergtoppen en donkere naaldboomwouden waar krijgers doorheen waden onder het licht van de maan en vergezeld door het gehuid van een roedel wolven. Dit vertaalt zich muzikaal in ijskoude Scandinavische black met majestueuze keyboards, ijselijke screams en frostbitten gitaarwerk. Catchy jaren ’90 melodieën en dramatisch toetsenwerk maar wel in een heerlijk rauw jasje. Onze Finse vriend Juuso Peltola is blijkbaar van veel markten thuis want naast zijn voorliefde voor second wave black metal is (of was) hij ook nog actief in andere genres zoals heavy metal (Loanshark), heavy/doom metal (Musta Risti), progressieve death metal (Orpheria), dungeon synth (Old Sorcery) en synthwave (Megahammer). Ik heb wel zo’n donkerbruin vermoeden dat enkel Warmoon Lord me kan bekoren. Het zwartmetaal dat hij hiermee creëert is werkelijk om duimen en vingers bij af te likken. Elk van de vier composties bevat immers kippenvelopwekkende melodiëen, zij het via de obligate tremolo picking riffs of het symfonische toetsenwerk, dat iets prominenter aanwezig is dan op het debuut. Zo is “The morningstar’s descent” werkelijk een rasechte zwartmetalen klassebak! Voor liefhebbers van Emperor, oude Ancient, oude Gehenna en Vargrav. Vultyrium gaat daarna wat grimmiger te keer en de sappige vocalen van onze sadistische stalker hebben een groter Golem gehalte. Ook deze Fin houdt er meerdere activiteiten op na zoals Kalterit, Purgatör en Sadokist waarbij black metal steevast gemixt wordt met invloeden uit thrash en heavy metal. Bij Vultyrium trekt hij echter voluit de pure black metal kaart die minder melodieus uitvalt dan bij zijn collega. Hier wordt de gure atmosfeer grotendeels via snijdende riffs, rauw gekrijs en ratelende (geprogrammeerde?) drums neergezet. Denk hierbij eerder aan oude Darkthrone en Gorgoroth. Enkel in “Journey through razorwinds” en de uitluidende tonen van “Crowning in desolation” doemen ondersteunende keys op. Deze split is een ab-so-lu-te aanrader voor eenieder die jaren ’90 Scandinavische black een warm hart toedraagt.

JOKKE: 85/100 (Warmoon Lord: 89/100 – Vultyrium: 81/100)

Warmoon Lord/Vultyrium – Pure cold impurity (Wolfspell records 2020)
1. Warmoon Lord – Ancient death’s crown
2. Warmoon Lord – Victory of irreverend might
3. Warmoon Lord – Magie et sang
4. Warmoon Lord – The morningstar’s descent
5. Vultyrium – Towards the throne of solitude
6. Vultyrium – Journey through razorwinds
7. Vultyrium – Crowning in desolation

Thy Dying Light – Thy dying light

Na een hele resem demo’s, EP’s en compilaties – die allen in een krappe tijdspanne van vier jaar verschenen – vond Thy Dying Light dat de tijd aangebroken was voor een volwaardig debuut. De door zanger/gitarist Hrafn opgerichte band speelt naar eigen zeggen anti-sociale UK black metal die ze zelf als Cumbrian black metal benoemen. Hrafn en zijn kompanen Azrael en Lord Blackwood lijken wel in de helft van de UK black metal bands actief te zijn. Nefarious Dusk en Úlfarr passeerden vorig jaar nog op dit forum. Wie deze bands kent, zal het niet verwonderen dat ook Thy Dying Light garant staat voor traditionele black. De zwartmetalen klanken bevatten best de nodige variatie gaande van Khold-aandoende mid-tempo nummers tot een rockende klassieke Craft-aanpak en bovenal heel wat jaren ’90 Darkthrone en Gorgoroth. De tien eigen nummers en cover van Nefarious Dusk’s “In the shadows” (dat dus eigenlijk ook een veredelde eigen compositie is) pretenderen allerminst het warm water heruitgevonden te hebben, maar dompelen de luisteraar onder in een ijskoude douche die onze ledematen echter nog niet compleet weet te verstijven. Voer voor liefhebbers van ongecompliceerde, compromisloze, duivelse en haatvolle black, niets meer, maar ook niets minder. Nummers als het melodieuzere “Ritual altar” of het meer agressieve “Fist of Satan” gaan erin als zoete koek maar doen ons niet stijl achterover vallen. Een acht zit er voorlopig dan ook nog niet in voor Thy Dying Light net als Hrafn’s andere bands die we onder de loep namen.

JOKKE: 78/100

Thy Dying Light – Thy dying light (Purity Through Fire 2020)
1. Under the horns
2. Cold in death
3. Impaler
4. Black death
5. The rise of evil
6. Ritual altar
7. Fist of Satan
8. Temple of flesh
9. Thy dying light
10. Death knell
11. In the shadows (Nefarious Dusk cover)

Whoredom Rife/Taake

In de vorm van “Pakt” schotelt Terratur Possessions ons een te gekke split voor waarbij twee Noorse black metal-grootheden de handen in mekaar slaan. Het betreft hier oudgediende Taake en het relatief nieuwe Whoredom Rife die geen onbekenden voor mekaar zijn aangezien zowel Taake frontan Hoest als V. Einride, de man achter Whoredom Rife, mekaar regelmatig zagen in de tour line-up van Gorgoroth wanneer die naar Latijns-Amerika trok en Infernus externe hulp moest zoeken. Beide Noorse bands leveren twee exclusieve tracks aan waarvan ééntje een cover is van Sisters of Mercy. Maar daarover later meer want het is Whoredom Rife dat de spits afbijt. Na de akoestische “Vinternatt” EP uitstap, horen we het duo nu opnieuw in al haar black metal-glorie aan het werk. Kippenvel opwekkende tremolo-riffs, stuwende blastbeats/dynamisch drumwerk en de raspende scream van Kjell Rambeck zijn de drie hoofdingrediënten waarmee Whoredom Rife er keer op keer in slaagt om kwalitatieve en pakkende nummers af te leveren. De dronende floor tom-aanslagen in “From nameless pagan graves” voegen nog een tikkeltje extra onheil aan. In het Noors getitelde “En lenke smidd i blod” ligt het tempo een pak lager dan in de opener. Het is een slepende song met subtiele melancholische melodieën die uitmonden in heerlijke tremolo riff-werk en een ingetogen akoestische finale. Wie geen hol meer vindt aan huidige Satyricon en Keep Of Kalessin, kan zijn of haar hart ophalen aan Whoredom Rife die het verleden van deze bands doet herleven. “Ubeseiret” laat aanvankelijk de rockende kant van de omstreden Hoest en zijn band Taake horen en hoewel het misschien niet het beste Taake -nummer is, bevat het wel weer die typische kenmerkende hooks, breaks (dat basgitaarloopje!) en folky melodieën waarbij ook hier een akoestische gitaar niet mag ontbreken. Tevens is er de nodige spielerei aanwezig zoals iets wat lijkt op ver in de achtergrond gemixte huilende babygeluiden (zet die koptelefoon maar eens op) en een koebel. Het is een dynamische compositie met vele zwart/witte gezichten. Deze ten inch split sluit af met “Heartland” van de Sisters of Mercy-plaat “Some girls wander by mistake“, één van de meest populaire non-metalbands bij metal-liefhebbers. Het warme en hypnotiserende karakter van het origineel is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Daar is de raspende strot van Hoest natuurlijk debet aan want die ligt mijlenver verwijderd van de innemende typerende goth-zang van Andrew Eldritch. Op zich leuk dat de Taake-frontman voor een a-typisch nummer heeft gekozen, maar het origineel blijft toch een pak beter. Oordeel zelf en schaf deze split aan!

JOKKE: 84/100 (Whoredom Rife: 88/100; Taake: 80/100)

Whoredom Rife/Taake – Pakt (Terratur Possessions 2020)
1. Whoredom Rife – From nameless pagan graves
2. Whoredom Rife – En lenke smidd i blod
3. Taake – Ubeseiret
4. Taake – Heartland (Sisters of Mercy cover)

Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim

Empire Of The Moon – Εκλειψις

Zoals de bandnaam aangeeft, draait het occulte concept van Empire Of The Moon rond de maan. Zo kan de titel van het uit 2014 daterende debuut “Πανσέληνος” als ‘volle maan’ vertaald worden en de nieuwe tweede langspeler kreeg de titel “Εκλειψις ” mee, wat Grieks is voor ‘eclips’. Nu is het trio geen black metal-fabriek dat aan de lopende band platen aflevert want tussen de eerste demo en het debuut lag een gapend gat van maar liefst zeventien jaar (!) en ook tussen beide langspelers nestelde zich een winterslaap van zes jaar. Ondertussen hield gitarist/bassist/zanger R.W.Draconium zich wel nog bezig met Chaosbaphomet en keyboardspeler S.V.Mantus met Wampyrinacht, twee acts die niet meteen een kerkbelletje doen rinkelen. Empire Of The Moon speelt black metal die van een heuse thrash-injectie voorzien is, dat maakt “Imperium tridentis” van meet af aan duidelijk. Wat nog opvalt is de werkelijk gortdroge krijszang van Ouroboros die wel wat weg heeft van Pest (ex-Gorgoroth). Melodieuze lead-partijen moeten voor wat tegengewicht zorgen in de bij momenten hondsdolle voortrazende riffs zoals die van het eerste deel van het vierluik “Per aspera ad lunae“. Qua intensiteit kan Empire Of The Moon zich meten met een band als 1349. Opnieuw een Noorse referentie dus, want met de gekende Helleense black metal-sound hebben deze Grieken niet veel van doen of het moest in het licht-ritualistische “Devi maha devi” zijn. In het vervolg van het centraal staande vierdelige nummer “Per aspera ad lunae” wordt meer aandacht besteed aan melodieuzere passages. Zo bevat het derde deel ondersteunende toetsen die eigenlijk best weinig ingezet worden om een volbloed keyboardspeler in de gelederen te hebben. Het sluitstuk “Son of fire” klokt op net geen tien minuten af en kan gerust als het meest epische nummer op deze plaat bestempeld worden waarbij licht symfonische elementen, koorgezangen en emotioneel geladen atmosfeer de thrashy black verder kleur geven. Qua sound krijgen we een dichtgeplamuurde productie met weinig ademruimte voorgeschoteld waarbij de bastonen uit de bocht gaan wanneer het volume ietwat opengedraaid wordt. Jammer, want een ietwat meer organische sound had beter gepast. Ook de vocalen beginnen na een tijdje wel wat tegen te steken. Ouroboros gooit links en rechts wel eens een helder stukje koorzang in de strijd, maar wanneer hij voluit screamt mis ik de nodige afwisseling en dynamiek. Voor de rest geen klachten over “Εκλειψις“.

JOKKE: 75/100

Empire Of The Moon – Εκλειψις (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Arrival
2. Imperium tridentis
3. Per aspera ad lunae – I. The resonance within
4. Per aspera ad lunae – II. Two queens appear
5. Per aspera ad lunae – III. Descending
6. Devi maha devi
7. Per aspera ad lunae – IV. Son of fire