Gorgoroth

Empire Of The Moon – Εκλειψις

Zoals de bandnaam aangeeft, draait het occulte concept van Empire Of The Moon rond de maan. Zo kan de titel van het uit 2014 daterende debuut “Πανσέληνος” als ‘volle maan’ vertaald worden en de nieuwe tweede langspeler kreeg de titel “Εκλειψις ” mee, wat Grieks is voor ‘eclips’. Nu is het trio geen black metal-fabriek dat aan de lopende band platen aflevert want tussen de eerste demo en het debuut lag een gapend gat van maar liefst zeventien jaar (!) en ook tussen beide langspelers nestelde zich een winterslaap van zes jaar. Ondertussen hield gitarist/bassist/zanger R.W.Draconium zich wel nog bezig met Chaosbaphomet en keyboardspeler S.V.Mantus met Wampyrinacht, twee acts die niet meteen een kerkbelletje doen rinkelen. Empire Of The Moon speelt black metal die van een heuse thrash-injectie voorzien is, dat maakt “Imperium tridentis” van meet af aan duidelijk. Wat nog opvalt is de werkelijk gortdroge krijszang van Ouroboros die wel wat weg heeft van Pest (ex-Gorgoroth). Melodieuze lead-partijen moeten voor wat tegengewicht zorgen in de bij momenten hondsdolle voortrazende riffs zoals die van het eerste deel van het vierluik “Per aspera ad lunae“. Qua intensiteit kan Empire Of The Moon zich meten met een band als 1349. Opnieuw een Noorse referentie dus, want met de gekende Helleense black metal-sound hebben deze Grieken niet veel van doen of het moest in het licht-ritualistische “Devi maha devi” zijn. In het vervolg van het centraal staande vierdelige nummer “Per aspera ad lunae” wordt meer aandacht besteed aan melodieuzere passages. Zo bevat het derde deel ondersteunende toetsen die eigenlijk best weinig ingezet worden om een volbloed keyboardspeler in de gelederen te hebben. Het sluitstuk “Son of fire” klokt op net geen tien minuten af en kan gerust als het meest epische nummer op deze plaat bestempeld worden waarbij licht symfonische elementen, koorgezangen en emotioneel geladen atmosfeer de thrashy black verder kleur geven. Qua sound krijgen we een dichtgeplamuurde productie met weinig ademruimte voorgeschoteld waarbij de bastonen uit de bocht gaan wanneer het volume ietwat opengedraaid wordt. Jammer, want een ietwat meer organische sound had beter gepast. Ook de vocalen beginnen na een tijdje wel wat tegen te steken. Ouroboros gooit links en rechts wel eens een helder stukje koorzang in de strijd, maar wanneer hij voluit screamt mis ik de nodige afwisseling en dynamiek. Voor de rest geen klachten over “Εκλειψις“.

JOKKE: 75/100

Empire Of The Moon – Εκλειψις (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Arrival
2. Imperium tridentis
3. Per aspera ad lunae – I. The resonance within
4. Per aspera ad lunae – II. Two queens appear
5. Per aspera ad lunae – III. Descending
6. Devi maha devi
7. Per aspera ad lunae – IV. Son of fire

Effroi – Cryptic prophecies

In de buurt van Verviers loopt een stel black metal-maniakken rond die de buurt teisteren en ‘schrik’ aanjagen met hun diabolisch zwartmetaal. Band van dienst is Effroi met leden van o.a. Nartvind (RIP), Dikasterion, Hertogenwald, Possession, Heinous, Eole Noire en Gouffre. Wie deze demonische orkestjes volgt, weet al min of meer wat er van Effroi en diens eerste demo “Cryptic prophecies” verwacht kan worden: black metal volgens de oude school, wars van alle moderne trends en terend op lang vervlogen tijden toen Gorgoroth nog iets voorstelde, Darkthrone nog onvervalste black speelde, Deathspell Omega de dissonante toer nog niet opgegaan was en Judas Iscariot ons in vervoering bracht met diens rammelend zwartmetaal. De sound van “Cryptic prophecies” is ruw en kent een heus live-gevoel. Scherpe hoekjes werden niet weg gevijld en zelfs D’s basgitaar weet doorheen het hels lawaai te penetreren. Bij momenten denk je het vervolg van de gitaarriffs te kunnen mee zoemen, maar dan kiest gitarist Infame toch plots voor een onverwachts akkoord. Wereldschokkend is het allemaal niet, maar dat lijkt me ook allerminst het opzet van Effroi te zijn. En ondanks het feit dat zanger Tsotha wat gevarieerder zou mogen krijsen, weet Effroi toch dat vuur voor old school black metal op te wakkeren bij ondergetekende. Een band om in’t oog te houden met andere woorden. Een tweede demo zou trouwens niet al te lang meer op zich moeten laten wachten.

JOKKE: 74/100

Effroi – Cryptic prophecies (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Introduction
2. Impurity
3. Master of shadows
4. Realm of the eternal dark

Skinliv – Uaar

Het Deense Skinliv – niet te verwarren met het Zweedse Skitliv van ex-Mayhem zanger Maniac – is het zoveelste lekkere snoepje dat ons vanuit Denemarken op een dienblad aangereikt wordt. Op de bandfoto staan vier, zo te zien nog heel jonge, knapen in blote bast stoer te wezen rond een laaiend kampvuur. Het is een mooie symboliek voor het ongebreidelde enthousiasme en de vonken en vuur die van veel van de nieuwe generatie Deense black metal spat, hoewel deze jonkies het leven slechts als schijn beschouwen. Skinliv beroept zich minder op een punk- en rock ’n roll voedingsbodem dan veel van de Korpsånd-cirkel leden doen (bij mijn weten hoort deze band ook niet bij dat clubje). Het kwartet voelde meer verwantschap met oude Scandinavische black die toetsen niet weert indien dat de sfeerschepping kan versterken zonder in kermistoestanden uit te monden. Qua productie moet ik aan een plaat als Gorgoroth’s “Under the sign of hell” denken – de oorspronkelijke versie weliswaar – en dan vooral wanneer het tempo de hoogte in gaat zoals in opener “Bedragerisk skær” of het felle “Isnende vind” dat heel wat repetitieve beukstukken bevat. Skinliv’s zwartmetaal klinkt grimmig en grauw, de krijsen zijn hels maar de sound van de drums mist wat diepte, hoewel dat het zwart-witte totaalplaatje wel doet kloppen. In het tweeluik “Hist over land og hav” transformeert de duivelse ketelherrie in trage meeslepende black met een melancholisch randje die zelfs volledig instrumentaal gehouden wordt en de plaat letterlijk in twee delen splijt. Doordat de zanger zijn klep houdt, kan je heerlijk meewiegen op de licht epische en triomfantelijke doch grauwe tonen. In “De som lever under jorden” wordt de zanger terug wakker, maar het tempo wordt pas helemaal tegen het einde terug naar verschroeiende snelheden opgekrikt. “Ulveham” heeft iets strijdlustigs door de marcherende drumritmes en keert terug naar de onbehouwen agressie van de eerste twee nummers terwijl de zanger echt zijn best doet om zijn stembanden in frut vaneen te rijten. Er verscheen kortelings nog een 7 inch split met Fanebærer, waarbij beide bands één song aanleveren. Op het nummer “Sværdtid” klinkt Skinliv nóg ruwer op de zangafdeling hoewel de keyboards er hier ook dikker opgesmeerd zijn. Skinliv en diens debuut “Uaar” is de zoveelste veelbelovende aanwinst voor de Deense black metal-scene en mijn collectie.

JOKKE: 80/100

Skinliv – Uaar (Nattetale 2019)
1. Bedragerisk skær
2. Isnende vind
3. Hist over land og hav (Part I)
4. Hist over land og hav (Part II)
5. De som lever under jorden
6. Ulveham

Gaahl’s Wyrd – GastiR – Ghosts invited

Kristian Eivind Espedal is beter bekend als “Gaahl”. Sommige mensen zullen hem waarschijnlijk wel kennen van Gorgoroth of Godseed, maar meer zullen hem wellicht voor het eerst echt hebben gezien in de documentaire “A headbanger’s journey“. Zijn rijzige, stoïcijnse voorkomen is sindsdien semi-legendarisch binnen bepaalde kringen. Helaas vertaalt zich dat, volgens mij, niet in spectaculaire muzikale prestaties. Het debuutalbum “GastiR – Ghosts invited”  is een amalgaam van black metal stijlen dat zeker niet slecht is, maar ook nergens echt indruk op me weet te maken. Er zijn elementen van al Gaahls’ vorige bands en projecten, waaronder ook wat folk, maar niks springt er echt uit. De riffs zweven tussen traditionele black, pagan en thrash terwijl de stem wisselt tussen screams, clean gezang en parlando. De vocalen zijn trouwens over het algemeen best in orde, maar nu ook niet indrukwekkend te noemen en op sommige plaatsen zelfs wat vals. De moderne, maar niet gelikte, productie is prima en het nogal knullige foto-artwork past ergens ook wel, maar voor mij voelt het allemaal wat flauw aan. Misschien ligt het eraan dat dit een eerste release is en de muzikanten elkaar nog wat moeten vinden, maar gezien Gaahl toegang heeft tot toch wel een hoop talent, had er eventueel wel wat beters in gezeten. Hoe dan ook lijkt de band wel relatief hoge ogen te gooien met de release, gepromoot door een Europese tournee met Mayhem. Fans van de man of echte black metal groupies kunnen dit gerust aanschaffen. De iets meer kritische mens, zou toch best eerst eens goed luisteren vooraleer tot een koop over te gaan.

Xavier: 70/100

Gaahl’s Wyrd – GastiR – Ghosts invited (Season Of Mist 2019)
1. Ek erilar
2. From the spear
3. Ghosts invited
4. Carving the voices
5. Veiztu hve
6. The speech and the self
7. Through and past and past
8. Within the voice of existence

Vananidr – Road to north

Vananidr mastermind Anders Eriksson gaf in het gesprek dat we nog niet zo lang geleden hadden al aan dat de opvolger voor het gelijknamige debuut niet lang op zich zou laten wachten. De opvolger kreeg de titel “Road to north” mee en wie dacht dat Anders er zich makkelijk vanaf zou maken, komt bedrogen uit want met elf nummers en een speeltijd van meer dan een uur is “Road to north” geen haastklus geworden. Op het debuut waren het vooral de snelle en snedige nummers die me over de streep trokken en dat is op deze opvolger niet anders. De ijskoude wind die ons in de vorm van opener “Cold dead skin“, “Bleak and desolate” en “Shadow of the past” tijdens onze tocht naar het noorden in het gezicht blaast, is guurder en bijtender dan het debuutmateriaal – denk aan oude Gorgoroth als je wil – hoewel sommige razende partijen al eens durven omslagen in melancholische slepende leads. Hoogtepunt hiervan is “Ancient powers” waarin de harmonieën aan Windir of Mithotyn doen denken. Songwriting en aandacht voor dynamiek staan centraal voor Anders, maar niet alle nummers kunnen ons bekoren. Zo maakt de cleane folky zang in het gezapige “Melancholy march” – in tegenstelling tot de koorzang in het geslaagde Kampfariaanse Plains of desolation” – van dit nummer een doorspoeltrack en ook het mid-tempo “Raining fire” laat niets bijzonders horen. Het snelle “Drowned in hells fire” begint veelbelovend maar verliest zich daarna in een te lang durende melodieuze finale. Anders had er misschien goed aan gedaan om het overtollige vet van “Road to north” te trimmen en een iets bondigere plaat af te leveren. Op zich weer allemaal niet slecht, maar soms te langdradig.

JOKKE: 77/100

Vananidr – Road to north (Purity Through Fire 2019)
1. Cold dead skin
2. Melancholy march
3. Bleak and desolate
4. Drowned in hells fire
5. Raining fire
6. Plains of desolation
7. Shadow of the past
8. Beneath the glimmering surface
9. Introduction to ancient powers
10. Ancient powers
11. Purgatory

Darkened Nocturn Slaughtercult – Mardom

Olienar ofte Yvonne Wilczynska hoort naast ondermeer Ross Dolan (Immolation), Danny Cecati (Eyefear), Matt Barlow (ex-Iced Earth), Brian Fair (Shadows Fall) en Paul Kuhr (Novembers Doom) hoogstwaarschijnlijk thuis in de top 10 van metalmuzikanten met extreem lang haar. Behalve dit wistjedatje staat de van origine Poolse muzikante al meer dan twintig jaar lang samen met Velnias aan het roer van Darkened Nocturn Slaughtercult. Hoewel ik de band wel al eens aan het werk heb gezien – en dat was toen behoorlijk ok – ben ik niet zo bekend met het oeuvre van deze Duitse band. Misschien heeft de vrij infantiele bandnaam me onbewust tegengehouden om hun discografie eens onder de loep te nemen? Soit, ondertussen zijn de dame en heren aan langspeler nummer zes aangekomen, de eerste die ik deftig beluister dus. “Mardom” werd als titel gekozen en verschijnt zes jaar na voorganger “Necrovision“. Doorheen haar bestaan is Darkened Nocturn Slaughtercult uitgegroeid tot een vaste waarde van de Duitse black metal-scene en na de discografie diagonaal te hebben gehoord, kan besloten worden dat de band stug aan de tradities van het genre (en vooral dan de Noorse invalshoek) vasthoudt. We horen dan ook echo’s van Immortal, Gorgoroth, Ancient, Darkthrone en Satyricon in de tien songs doorschemeren. Het bezwerende en enigmatische, van vierkwartsmaten afwijkende “A beseechment twofold“, waarin tevens heel wat ruimte is voor duistere atmosfeer, bevat een heuse Gehenna-vibe en is daardoor ongetwijfeld één van mijn favorieten op deze plaat. Ook het navolgende “Exaudi domine” wil ik eruit pikken want dit is zo’n typische opzwepende meebruller die het vooral tijdens live optredens goed zal doen en waarbij leuke telwissels het interessant houden. “Mardom” is op en top Deutsche gründlichkeit en blijkbaar een plaat waar veel liefhebbers van traditionele Scandinavische black lang naar uitgekeken hebben. Ik geef ze geen ongelijk.

JOKKE: 83/100

Darkened Nocturn Slaughtercult – Mardom (War Anthem Records 2019)
1. Inception of atemporal transition
2. Mardom – Echo zmory
3. A sweven most devout
4. T.O.W.D.A.T.H.A.B.T.E.
5. A beseechment twofold
6. Exaudi domine
7. The boundless beast
8. Widma
9. Imperishable soulless gown
10. The sphere


Perverticon – Wounds of divinity

Iron Bonehead Productions staat bekend om haar grote lading bestial/war metal bands, wat niet meteen mijn meug is. Toen ik de naam Perverticon zag passeren, vermoedde ik dan ook godslasterlijke klanken die in het Blasphemy-straatje zitten. De stupide aliassen die de bandleden aannemen beloofden ook niet veel goeds: Omnicremationist Supreme op drums en zang, Uncleanest Invictus op gitaar en Necrosadistic Elite op gitaar en bas. Van infantiele metalclichés gesproken! Groot was echter mijn verbazing toen ik “Wounds of divinity“, de tweede Perverticon plaat, opzette. Het powertrio is er namelijk in geslaagd om een authentiek klinkende plaat uit te brengen die de Scandinavische (en dan vooral Zweedse) black metal-scene van de tweede helft van de jaren negentig eert, zonder echter klakkeloos te kopiëren. We horen echo’s van Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder en minder Gorgoroth-worship zoals op de eerste langspeler “Extinguishing the flame of life” en promo uit 2013. Dé grote sterkte van de band is het gevoel voor ritme, dynamiek en melodie die ze in de negen anti-christelijke nummers heeft weten inbouwen. Zo bevat bijna elke song wel een catchy melodie of hook waarvan je de begeleidende drumlijnen met je vingers mee tokkelt, zonder dat er aan agressie ingeboet wordt. De cryptische melodieën van “An absence of all but ashes“, het met allerhande samples doorspekte “Cold embrace of sanctity“, het mid-tempo rollende “The cease of absolution“, het relatief korte “Breath of sulphur (Aura of flies)“, het dynamische “Extracorporeal climax” en de van een intrigerende titel voorziene afsluiter nestelen zich tussen je twee oren waardoor je keer op keer die play-toets opnieuw wil indrukken. De bandleden musiceren uitstekend en de moderne productie die “Wounds of divinity” werd aangemeten, doet de Zweden ook professioneler overkomen dan wat je op basis van de bandfoto’s zou denken. Perverticon leerde me met “Wounds of divinity” dat je met vooroordelen niet ver komt. Schitterende plaat!

JOKKE: 86/100

Perverticon – Wounds of divinity (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Thirsting for rain
2. An absence of all but ashes
3. Cold embrace of sanctity
4. The cease of absolution
5. Divine amusement for pitiless God
6. The apostate’s communion
7. Breath of sulphur (Aura of flies)
8. Extracorporeal climax
9. Holy gifts from skinless hands