gothic

The Holy Flesh – Emissary & vessel

Wat The Holy Flesh – een nieuw éénmansproject uit de UK – ons op diens debuut “Emissary & vessel” voorschotelt, klinkt best lekker…én origineel. Dit is namelijk black metal die doordrongen is van post-rock invloeden, echter niet de wijds uitwaaierende en grootse klinkende soundscapes die we doorgaans te horen krijgen, maar eerder een psychedelische benadering van het genre wat een interessante en boeiende kruisbestuiving oplevert die eerder als occulte rock kan gecatalogiseerd worden. De agressie en kracht die black metal doorgaans uidragen, blijven hier immers achterwege en de vocalen van de onbekende eenzaat achter The Holy Flesh zijn eerder fluisterend/zwaar ademend van aard. De drums zijn basic van opzet en het gitaarwerk zwelt laagje na laagje aan en sleurt je mee in een psychedelische trance. In “Emissary III” krijgen we een meer stuwende rock-beat te horen en het gothic achtige gitaarwerk doet het nummer in een post-punk sfeertje baden. We horen veelvuldig ook wel wat dissonante en afwijkende akkoorden (bv. in “Vessel I“), maar de chaotische en verstikkende maalstroom die veel bands hieraan koppelen, is niet aan The Holy Flesh besteed. “Emissary & vessel” bevat acht nummers die opgedeeld zijn in vier “emissaries” en vier “vessels” die het harde pad van de onderdrukking richting de afgrond beschrijven, maar klinkt haast als één langgerekte compositie die 42 minuten duurt. The Holy Flesh is een band waarbij de less is more-aanpak zijn vruchten afwerpt want de man weet een knap staaltje occulte mystiek neer te zetten zonder daarvoor een heel cirkus aan toeters en bellen – op de sitar(?) in het afsluitende nummer na – nodig te hebben. Wie iets of wat referenties wil, kan ik The Devils Blood, Year Of The Goat of Verwoed meegeven. Te verkrijgen in een oplage van 150 tapes via Caligari Records.

JOKKE: 78/100

The Holy Flesh – Emissary & vessel (Caligari Records 2020)
1. Emissary I
2. Emissary II
3. Emissary III
4. Emissary IV
5. Vessel I
6. Vessel II
7. Vessel III
8. Vessel IV

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Ultha – Dismal ruins

Vorig jaar bracht het Duitse Ultha het veelbelovende debuut “Pain cleanses every doubt” uit. Er waren nog wat werkpunten, maar het potentieel was er. De volgende stap richting stardom was een split met de Franse vriendjes van het fantastische Paramnesia. Door gezondheidsproblemen in de rangen van die band, werd de samenwerking echter op de lange baan geschoven, waardoor Ultha besloot om de twee songs, die exclusief voor de split bedoeld waren, nu toch reeds als EP met de mensheid te delen. Fijn gebaar. De eerste song “…And they carried death in their eyes” werd geschreven tijdens de opnameperiode van het debuut, maar laat toch een licht andere sound horen. De basis is nog steeds atmosferische, doch rauwe USBM in het straatje van Weakling, die nu echter door nieuwkomer A. opgefleurd wordt met de nodige keyboards. Nu kan het gebruik van toetsen binnen black metal een meerwaarde bieden indien ze correct (lees: subtiel) aangewend worden, maar het kan ook op een carnavaleske bedoening uitdraaien. Gelukkig is dat laatste niet het geval en zorgt de song voor een flashback naar jaren negentig black metal (Limbonic Art is dan al snel een referentie, hoewel de bombast wel een paar gradaties minder is), vooraleer de foute Duitse Last Episode bands de kop opstaken met hun symfonische Disney metal. Het andere nummer “Ghost walking” is een coversong van het Amerikaanse Mighty Sphincter, een deathrock/gothic legende, maar onbekend bij ondergetekende. Ik heb het origineel, inclusief heerlijk cheezy eighties clip, dus maar eens opgesnord en Ultha heeft er een doomy trage versie van gemaakt die vrij bombastisch en apocalyptisch klinkt, opnieuw versterkt door het – deze keer massief – inzetten van keyboards en heroïsche samenzang. Later op het jaar zou de tweede langspeler moeten verschijnen, die opnieuw een zekere koerswijziging in de sound zou moeten laten horen, evenals een split seven inch met de landgenoten van Morast. In de gaten te houden.

JOKKE: 73/100

Ultha – Dismal ruins (Vendetta Records 2016)
1. …And they carried death in their eyes
2. Ghost walking