hadopelagyal

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Hadopelagial – Hadopelagial

Dit Hadopelagial zette me even op het verkeerde been want deze langspeler klonk toch niet echt als wat we recent nog te horen kregen op de split met Kosmokrator. Maar dat was dus Hadopelagyal met een “y” die via Ván Records hun muziek de wereld insturen. Dit Hadopelagial is eveneens Duits en doet zijn ding via het Russische Satanath Records. Het blastsalvo dat het titelnummer van dit debuut opent, doet meteen een knuppelfestijn van de eerste tot en met de laatste minuut vermoeden. De tempo’s zijn bij momenten haast onmenselijk snel en lijken me onmogelijk door een mens van vlees en bloed ingespeeld te zijn ondanks het feit dat C.C. het inspelen van alle instrumeten op zijn conto zet. Zijn makker Ghoul neemt de helse ietwat vervormde screams voor zijn rekening. Gelukkig ratelen de drums in een mid-tempo nummer als “Leviathan” niet continu aan een moordend tempo. Dat zorgt enerzijds voor wat afwisseling en dynamiek en anderzijds moet ook gezegd worden dat die ééndmensionale mitraillettedrums toch al gauw gaan tegensteken. De scheermesriffs laten ook wel wat melodie op de luisteraar los, maar nergens vallen we van onze stoel door een melodie of riff die langer dan enkele seconden blijft hangen. De sound van de gitaren is ook te vlak en ietwat industrieel klinkend, wat natuurlijk wel past bij het beklemmende DNA van de band, dat dan weer wel. Halfweg de plaat zijn we murw gebeukt en treedt metaalmoeheid op. Gelukkig zoekt “For the new path” terug wat meer mid-tempo regionen op, maar voor de rest niets bijzonders in dit nummer. “Amunre” daarentegen springt er met haar Zweedse riffs wel uit. Knetterharde partijen wisselen af met gematigde melodieuze stukken waarin de basgitaar eindelijk hoorbaar is en subtiele keyboards een extra laagje toevoegen. Echter is dit nummer onvoldoende om de plaat te redden van de middelmaat. Snelheidsmaniakken moeten dit misschien wel eens checken.

JOKKE: 66/100

Hadopelagial – Hadopelagial (Satanath Records 2020)
1. Hadopelagial
2. Helios
3. Leviathan
4. The cosmic ocean
5. For the new path
6. Amunre
7. Return of the black death
8. Dana

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O

In de diepste regionen van de oceaan komen er levende wezens voor, ook al is er geen zonlicht en benaderen de temperaturen het vriespunt. Eens we dieper dan 6.000 meter in deze bizarre diepzee onderwereld duiken, komen we terecht in de hadale of hadopelagische zone. De magie van (deze) natuurlijke duisternis is wat de Duitse band Hadopelagyal drijft. In 2018 werd een eerste demo uitgebracht waarvan de titel ietwat vreemd lijkt. Wanneer je de Romeinse cijfers echter omzet naar westerse cijfers, krijg je coördinaten die verwijzen naar de Kolumbo, een onderzeese vulkaan die reeds meer dan 400 jaar inactief is. Ván Records zag het potentieel van de band en brengt de demo nu op sterk gelimiteerd vinyl uit. Mijn naald belandt in de groeven van nummer 201 van de 215. De vijf songs die in de navolgende driekwartier volgen, laten een sound horen die het midden houdt tussen death metal – het soort dat uit de diepste spelonken lijkt op te borrelen – en woeste, bestiale black waarbij gestreefd wordt naar een rustgevende lichtheid te midden van alle chaos die hierbij komt kijken. Momenten van sluimerende doom worden afgewisseld met bulderende erupties gitzwarte magma waarbij flitsende solo’s doorheen de aslucht klieven. Het zeventien minuten durende “Craving in infinite void” speelt meer met repetitiviteit en neigt hierdoor het meest naar black metal. De in reverb doordrenkte sound van deze demo is rauw en ontoegankelijk voor eenieder die net vanachter de hoek in de underground komt piepen. Wie echter patches van Malthusian, Sortilegia, Incantation of Grave Miasma op zijn of haar lederen vest heeft prijken, kan toehappen – waarbij we wel vermelden dat de kwaliteit van geen van deze referentiebands geëvenaard wordt. Maar het betreft natuurlijk ook nog maar een eerste demo.

JOKKE: 77/100

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O (Ván Records 2019)
1. Raise and hail the dead in mortal utter madness
2. As omniferous domination ruled with zero clemency
3. Down in the valley of Eden’s horizon
4. Depravity shall triumph
5. Craving in infinite void