I

Abbath – Outstrider

Ik kan me nog steeds de vage omstandigheden herinneren waarin werd aangekondigd dat Demonaz enkel nog achter de schermen betrokken zou zijn bij Immortal. Er was niet bepaald een kristallen bol voor nodig om te voorspellen dat er ooit gedonder zou van komen. Het gerommel in Blashyrkh bleef inderdaad niet uit en we kregen een Immortal met Demonaz, maar zonder de iconische frontman. Deze startte namelijk deze band, Abbath. Het succes lag al min of meer vast, daar Abbath al jaren lang het heel herkenbare gezicht was van Immortal, en het ene festival na het andere moest eraan geloven op basis van een goed onthaalde debuutplaat. Zelf kon ik er maar weinig mee aanvangen. Zeker niet slecht allemaal, maar leek me ergens wat teveel op een nog ziellozere versie van “Between two worlds” van I. Drie jaren en een hele line-up later, komt dit tweede opus “Outstrider” uit. Blijkbaar niet zonder slag of stoot, want dat de teksten de koude mosterd halen bij de bekende psychiater Carl Gustav Jung schoot één van de bekendere gezichten, bassist King ov Hell, in het verkeerde keelgat. Dit omwille van bepaalde christelijke mystieke elementen geassocieerd met Jung. Abbath liet zich echter niet kisten en komt nu dus met een album waar hij duidelijk nog meer zijn eigen stempel op heeft gedrukt. De huidige bezetting voelt naar mijn mening dan ook eerder aan als een live gegeven dan een echte band, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen. Hoe dan ook krijgen we, zoals verwacht, een stevige kruising tussen heavy en black metal met een steengoede productie. Naast de typische late Immortal/Abbath-riffs en tokkels, krijgen we een heleboel melodieuze solo’s voorgeschoteld die goed in het gehoor liggen en alles wat opentrekken. Die specifieke genremix zorgt ervoor dat alles vrij licht verteerbaar blijft voor een breed metal publiek, veel meer dan het laatste Immortal album “Northern chaos gods” uit 2018, dat terug een pak extremer was. De single “Harvest pyre” geeft een vrij accuraat beeld van waar het album voor staat en is dan ook een van de sterkere tracks, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het daaropvolgende nummer “Land of Khem“. Over het algemeen zijn de nummers goed en gebalanceerd, maar die track moddert toch wat aan en dat valt op. Wat wel beter achterwege was gebleven is de Bathory-cover “Pace till death“. Sowieso al niet mijn favoriete Bathory-nummer en de Abbath-stijl verpest het voor mij al helemaal. Maar goed, ieder zijn/haar ding waarschijnlijk. En het is natuurlijk een hommage. “Outstrider” is met andere woorden een heel degelijk product dat zeker zal passen binnen menige platencollectie, maar voor mij is het net dat tikkeltje te makkelijk vergeetbaar.

Xavier: 75/100

Abbath – Outstrider (Seasons of Mist 2019)
1. Calm in Ire (Of hurricane)
2. Bridge of spasms
3. The artifex
4. Harvest pyre
5. Land of Khem
6. Outstrider
7. Scythewinder
8. Hecate
9. Pace till death” (Bathory cover)

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness

Wie bij de bandnaam Eigenlicht aan een Belgische of Nederlandse band denkt, komt bedrogen uit. De bakermat van Eigenlicht valt immers aan de overkant van de Grote Plas te situeren, meer bepaald in de donkere, overweldigende en mysterieuze bossen van Olympia, Washington. Deze geografische oorsprong, in combinatie met de achtergrond van de leden in bands als Fauna, Skagos en Sadhaka geeft dan ook meteen aan in welke hoek we de black metal van deze dames en heren moeten situeren: atmosferische USBM. Aan debuut langspeler “Self-annihiliating consciousness” ging drie jaar geleden de EP “Sacral regicide” vooraf en het moet gezegd worden dat er sindsdien de nodige vooruitgang werd geboekt. De composities klokken nog steeds boven de elf minuten af maar klinken overtuigender en pakkender en de verschillende gemoedstoestanden die in de lang uitdijende songs geëxploreerd worden, lopen vloeiender in mekaar over. De grote stappen die op productioneel vlak gezet werden, zijn hier eveneens debet aan. Zoals de titel suggereert schuilt er een diepere gedachtegang achter “Self-annihilation consciousness“, namelijk de exploratie van kennis en zelfontplooiing. Zelfreflectie en meditatie worden opgewekt via de tweestrijd tussen enerzijds etherische klanken die vaak een meditatief karakter hebben en anderzijds majestueuze en atmosferische black metal partijen die door de nodige synth-onderstroom meer body krijgen. In het indrukwekkende epos “Hagia Sophia” creëren orgelklanken zelfs een sacraal aandoende sfeer. Af en toe passeert er ook een fluit, maar laat je daar vooral niet door afschrikken. En hoewel met haar zalven-en-slaan aanpak het warm water zeker niet opnieuw uitgevonden wordt, weet Eigenlicht toch best een eigen smoelwerk te creëren met haar experimentele kijk op USBM. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven, want afhankelijk van de emotie die in de muziek vertaald wordt, horen we grunts, screams of cleane vocalen, maar enkel indien de muziek erom vraagt. En of het nu via beklijvende black metal uitbarstingen, meer doom-getinte passages of de epische proporties aannemende en klassiek getinte start van “Deifugal force” is, Eigenlicht weet steeds de gevoelige snaar te raken. Interessante plaat voor de avontuurlijke black metal liefhebber.

JOKKE: 81/100

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness (Gilead Media/I, Voidhanger Records 2018)
1. There lies already the shadow of annihilation
2. Hagia Sophia
3. Labrys
4. Deifugal force
5. Berserker

Yhdarl – Loss

Via het interessante I, Voidhanger Records viel mijn oog en oor op het nieuwe album “Loss” van het tot dusver voor mij onbekende Yhdarl. Na nader onderzoek bleek deze band het geesteskind te zijn van onze landgenoot Déhà die ook actief is bij onder andere Clouds, Cult Of Erinyes en Ter Ziele. Met Yhdarl heeft de goede man al meer dan vijfentwintig (!) releases bijeen geschreven; van enige luiheid valt hij dus niet te beschuldigen. “Loss” is de achtste langspeler en telt drie kolossale tracks die elk tussen het kwartier en twintig minuten afklokken en een breed spectrum aan extreme muziekstijlen ten gehore brengen. Furieuze black metal partijen gaan hand in hand met dronende doom waarbij haast elke noot in een depressief, suïcidaal sfeertje baadt. De Franse Larvalis Lethæus schreeuwt alsof ze bij elk woord het laatste restje lucht uit haar longen perst en klinkt héél overtuigend. Ook multi-instrumentalist Déhà brult een woordje mee net zoals Old (Drohtnung), Daniel Neagoe (Eye Of Solitude, Clouds) en Dimholt-leden Todor Krasimirov en Yavor Dimov. Dèhà tekende tenslotte ook voor de productie (die staat als een kathedraal van een huis) in zijn eigen HHProductions. In opener “Ignite – Ashes” horen we invloeden terug van Shining (de zwartgalligheid rond de tien minuten grens) en oude Forgotten Tomb (het melodieuze gitaarwerk), twee onbetwiste pioniers voor de depressievelingen onder ons. “Despise – Pity” begint op doom-tempo maar barst na een tweetal minuten op een fantastische manier uit in een verwoestende zwarte kolkende maalstroom aan negativiteit. Er valt heel wat te beleven in deze kolossale track: beklijvende clean vocalen, plechtstatige doomriffs en heel wat zwartmetalen venijn. In “Sources – Nihill” transformeren loodzware beukende doom-partijen gestaag tot zwartgeblakerde bombast wanneer de snelle melo-black door het toevoegen van keyboards een symfonisch karakter krijgt. Op het hoogtepunt komt het geniale Emperor zelfs even vanachter de hoek piepen en de hoge iele screams doen luttele seconden aan Dani Filth denken. De distorted piano-klanken die we aan het einde van de plaat te horen krijgen, doen dan weer aan het Farsot-nummer “Thematik: Trauer” van “III” denken. Na het beluisteren van “Loss” ziet het er niet goed uit voor de mensheid want het laatste sprankeltje hoop dat nog restte is verschwunden als sneeuw voor de zon.

JOKKE: 84/100

Yhdarl – Loss (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ignite – Ashes
2. Despise – Pity
3. Sources – Nihil

Abbath – Abbath

Niets is eeuwigdurend. Lemmy is niet meer en ook Immortal bleek geen eeuwig leven beschoren te zijn. Nu ja, toen Abbath vorig jaar het nieuws naar buiten bracht dat hij Immortal had verlaten, was dat niet alleen een schok voor de (black) metalgemeenschap, maar leek hiermee het doek ook definitief over deze black metal pioniersband gevallen te zijn. Er bleek een serieuze zwartgeverfde haar in de boter te zitten tussen spitsbroeders Abbath en Demonaz Doom Occulta, en het vuil thermisch ondergoed werd buiten gehangen. De eerste werd verweten met een knoert van een alcohol- en drugsprobleem te kampen te hebben. Abbath was het op zijn beurt beu te moeten wachten op Demonaz en Horgh die volgens hem liever op hun luie krent zaten dan een nieuwe album te schrijven en bovendien achter zijn rug een claim hadden gelegd op de bandnaam. Zo lieten de achterblijvers na het vertrek van hun frontman dan ook weten de Noorse fjorden verder te zullen afvaren onder de Immortal vlag. Of dat gerechtvaardigd is, zullen we uitmaken wanneer hun nieuwe album verschijnt. Je kan er immers niet om heen dat Abbath véél meer dan alleen het gecorpsepainte gezicht van Immortal was. Dat een band echter niet altijd staat of valt met wie er achter de microfoon staat, bewezen eerder collega’s Mayhem, Marduk en Gorgoroth ook al. Ondertussen heeft het gelijknamige debuut van Abbath al een hele resem rondjes gedraaid en kan gerust besloten worden dat we blij zijn dat de boomlange Noor terug aan het front is. Hoewel zijn iconische zwart/wit geverfde smoelwerk op de cover van de plaat prijkt, weigert hij alsnog over een soloproject te spreken. Abbath liet zich omringen door bassist King ov Hell, die absoluut geen zittend gat heeft en ook in het verleden reeds deel uitmaakte van I, het soloproject van Abbath. Kanttekening is wel dat King, behalve met Gorgoroth en Sagh, nooit verder dan één album is geraakt met vele van zijn bands/projecten (getuige God Seed, Ov Hell en Jotunspor), dus benieuwd hoe lang het nu zal duren. Op de drumkruk hebben reeds enkele wissels plaatsgevonden. De jonge drumgod Baard Kolstad hield het al na een paar live shows voor bekeken en haalde het grote drugsgebruik (tja) binnen de band als reden aan. Daarna werd de Ier Kevin Foley (Benighted) aangetrokken om onder het pseudoniem Creature, en verscholen achter een masker, de plaat in te trommelen. Vlak voor de op til staande tournee met Behemoth vertrok deze echter ook met de noorderzon en werd zijn positie ingenomen door de Amerikaan Gabe Seeber. U volgt nog? Fijn! Laten we na deze lange intro maar snel overgaan tot de orde van de dag en dat is natuurlijk de veertig minuten muziek die Abbath op ons loslaat. “To war!” trapt het plaatje op een beukende en groovende metalmanier op gang en pas wanneer de uit-de-duizenden herkenbare raspende strot van Abbath invalt krijgt het geheel een extremer (black) kantje. Over het algemeen kan je zeggen dat deze plaat het dichtst aanleunt bij “Damned in black”, de Immortal-plaat uit 2000. De Bathory epiek die de laatste Immortal langspeler “All shall fall” kenmerkte, duikt nog wel op in de midtempo songs “Oceans of wounds”, “Root of the mountain” en “Winter bane“, een nummer dat met zeven minuten speeltijd tevens het langste van de plaat is, maar verder wordt het gaspedaal als vanouds terug regelmatig ingeduwd waardoor “Ashes of the damned” (met subtiel hoorngeschal) en het woest hakkende “Fenrir hunts“ vertrouwd in de oren klinken en de ‘grim and frostbitten’ tijden van “Battles in the north” ook even terug doen herleven. De woorden ‘Count the dead’ van de gelijknamige song worden in het begin precies door de reeds eerder aangehaalde en betreurde Lemmy in hoogsteigen persoon geroepen. Deze afwisselende song is misschien wel de beste van het album. “Abbath” klinkt heel herkenbaar (misschien dat in sommige songs net iets té veel oude riffs herkauwd werden), maar stelt allesbehalve teleur en ik ben dan ook heel benieuwd welke trukendoos Demonaz en Horgh zullen opentrekken om deze plaat op zijn minst te evenaren.

JOKKE: 88/100

Abbath – Abbath (Season of Mist 2016)
1. To war!
2. Winter bane
3. Ashes of the damned
4. Ocean of wounds
5. Count the dead
6. Fenrir hunts
7. Root of the mountain
8. Eternal

Mare Cognitum – Persoonlijke muzikale ontdekkingstocht als primaire inspiratiebron

Vorig jaar bracht eenmansband Mare Cognitum haar derde langspeler, getiteld “Phobos monolith” uit. Deze was op zijn zachtst gezegd één van de beste atmosferische black metal platen van 2014. Zelden ben ik ook zo onder de indruk geweest van wat één man muzikaal kan verwezenlijken. Vermits het geesteskind van Jake Buczarksi niet zo gekend is in ons Belgenlandje en ook door de grote magazines niet wordt opgepikt, leek het me geen slecht idee om de beste man zijn zegje te laten doen op uw favoriete blog. (JOKKE)
Mare Cognitum_4

Hey Jake! Hoe is je geesteskind Mare Cognitum ontstaan?
Hey Jokke! Alvast bedankt voor deze kans om geïnterviewd te worden door jou. De aanleiding om Mare Cognitum in het leven te roepen komt eigenlijk voort uit het feit dat ik voorheen ettelijke jaren actief was in allerlei bands uit verscheidene genres, waarvan zo goed als geen enkele een fysieke release of bestaansbewijs heeft nagelaten, doordat we steeds snel uit mekaar vielen omwille van problemen tussen de bandleden of andere complicaties. Desondanks kijk ik met veel plezier op deze periode terug. Ik heb veel geleerd van deze bands, waarbij ik in de meeste gevallen vrij veel taken op mij nam, zoals song writing, opnames en dergelijke. Maar op een bepaal d moment kreeg ik het gevoel dat al mijn werk steeds voor niets was geweest, doordat de bands splitten. In plaats van om de zoveel maanden mijn werk steeds te moeten weggooien, besloot ik om de touwtjes voortaan in eigen handen te nemen, waardoor er niets van mijn creaties verloren gaat en ik de volledige controle over alles heb.

Zijn er bands of artiesten die je bewondert en die een aanleiding waren om muzikant te worden?
Ik ben nu ongeveer negen jaar met muziek maken bezig en mijn muzikale voorkeur zag er destijds iets anders uit. Ik was een tiener die voornamelijk naar death metal luisterde, en keek op naar mannen zoals Chuck Schuldiner, Jeff Hanneman, Karl Sanders of Mohammed Suicmez die dan ook mijn inspiratiebronnen vormden om zelf gitaar te leren spelen. Ik leerde ook de death metal band Bloodsoaked kennen, in feite de eerste eenmansband  waarvan ik ooit hoorde en die bewees dat het mogelijk was om alles alleen te doen. Van black metal had ik toen nog niet veel kaas gegeten. Het was pas enkele jaren later dat ik me verdiepte in dit genre en het mijn perceptie van muziek en hoe ik het muziekmanschap benaderde volledig bijstuurde. Ondanks het feit dat ik atmosferische black metal speel, zijn er nog steeds de nodige death metal invloeden terug te horen in mijn muziek.

Zowel de bandnaam, het artwork en enkele van de songtitels verwijzen naar de ruimte en de onontgonnen uithoeken van de kosmos. Waarnaar verwijst de titel van het album juist?
Phobos monolith is een soort van representatie van de ervaringen die ik wou verwezenlijken met het nieuwe album. De eigenlijke phobos monolith is een bestaande massieve rotsformatie, ter grootte van een gebouw,  op het oppervlak van Phobos, een maan van de planeet Mars. Toen ik over het object las, begon mijn verbeelding de vrije loop te nemen. Hoewel het op het eerste zicht misschien een natuurlijk en op zich vrij oninteressant object lijkt, stelde ik het mij voor als een mysterieuze ontdekking, waarbij het als het ware is alsof een astronaut tijdens het verkennen van het maanoppervlak plots een alien-achtig en levend ding ontdekte, iets onverklaarbaars dat zowel angst als ontzag bij hem opwekt. De afbeelding van de monoliet op de albumhoes is een passende omschrijving, waarbij geesten van aliens rond de top dwalen, alsof de maan zelf glorieus ontwaakte. Het is een dergelijk gevoel dat ik op de luisteraar wou overbrengen. Ruimer bekeken handelt het album  over ideeën van zinloosheid en de angst die gepaard gaat met het nihilistische besef dat het universum geen significante betekenis zou kunnen hebben. Ik heb voor Phobos gekozen omdat zij mythologisch gezien staat voor angst, het gevoel van ontzag dat hoort bij de schoonheid van de observatie, en ook voor de angst die gepaard gaat met de ontmoedigende implicaties.

Waar haal je je inspiratie om muziek te schrijven uit?
Mijn muziek ontstaat duidelijk uit mijn fascinatie voor de natuur en de kosmos, maar mijn eigen muzikale ontdekkingstocht vormt eigenlijk dé primaire inspiratiebron. Ik bezit de oncontroleerbare drang om muziek te creëren en ik wordt angstig en oncomfortabel van de gedachte dat ik er ooit mee zou moeten stoppen. Het is bijna volledig onwillekeurig. Wanneer ik mezelf onderdompel in het proces van muziek creëren, kan ik echt in een trance geraken en geen besef meer hebben van tijd, waardoor er soms ettelijke uren voorbij zijn gegaan, hoewel het aanvoelt als enkele minuten. Ik beschouw het als een soort van persoonlijke meditatie, waarbij ik gezuiverd wordt van stress. Ik zou niet meer zonder kunnen.
Mare Cognitum_3

De huidige black metal scene kan je in twee kampen verdelen, die soms lijnrecht tegenover elkaar staan. Aan de ene kant vinden we de (volgens hen) “trve” satanische hordes zoals een Watain of Gorgoroth. Aan de andere kant staan de bands die de grootsheid en mystiek van de natuur en de kosmos bezingen à la Wolves In The Throne Room, Agalloch, Ash Borer, Fen en Mare Cognitum. Wat is jouw mening over het feit dat die eerste menen dat er binnen black metal geen plaats is voor de zogenaamde hipsters die black metal spelen en dat black metal als kunstvorm over niets anders dan duivelsaanbidding zou moeten handelen?
Ik apprecieer de vasthoudendheid van het eerste soort bands, de diehard types die geen compromissen aanvaarden op dit vlak. Ik vind dat zij omwille van hun attitude in staat zijn om een speciaal soort muziek te maken, waartoe anderen niet in staat zijn. Het is deze absoluut extreme ideologie die unieke donkere en extreme muziek voortbrengt. Echter kan ik deze idealen niet op mezelf toepassen omdat ik van mening ben dat er verscheidene topics  kunnen aangesneden worden in zowel de traditionele als progressieve black metal stijl, die niets van doen hebben met de duivel of religie tout court. Volgens mij ligt het probleem van deze gedachtegang in het feit dat satanische teksten schrijven in de meeste gevallen niet het eren van satan als letterlijk doel heeft, maar grenzen wil verleggen en het concept van wat gangbaar is binnen muziek wil uitdagen. Omdat deze grens al zo dikwijls verlegd is geweest, begint dit echter aan effect te verliezen. Het is heden ten dage niet langer prikkelbaar om satanische teksten te hebben. Het is eerder een status quo van black metal waaraan zo velen vinden dat ze moeten voldoen om tot de “trve” elite in het genre te kunnen behoren. Hierbij willen ze geen grenzen meer verleggen zoals bands dat twintig jaar geleden deden toen ze hymnen ter meerdere eer en glorie van satan schreven. Ze volgen gewoon regeltjes.  Ik wil hier hoegenaamd ook niet beweren dat er geen goede satanische bands zijn, want die zijn er wel degelijk. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik vind dat deze puristische manier van denken een conservatieve begrenzing vormt voor dergelijke bands en dat ze veel mogelijkheden aan zich voorbij laten gaan door op deze manier te denken. Interessant om weten is dat ik, toen ik begon met het maken van black metal, ook zelf satanische teksten neerpende, zonder dat ik een connectie voelde met wat ik schreef. Het voelde aan alsof ik dit moest doen omdat het zo hoorde en het had geen persoonlijk effect. Tot ik op een dag zoiets had van, fuck it en begon te schrijven over wat ik zelf wou en onmiddellijk aanvoelde dat me dit beter afging.

Met het hoesontwerp van “Phobos monolith” heb je voor het eerst degelijk artwork, dat de sfeer en teksten van de muziek perfect vertaalt. De kleuren en elementen van de cover doen me denken aan de Noorse band Limbonic Art, waarvan de albums ook handelen over de ruimte, het universum en de psyche van de mens. Toeval of zijn ze een inspiratiebron voor jou?
Ik beschouw het absoluut niet als een belediging om mijn vorige hoesontwerpen als crappy te beschouwen (met uitzondering van de Sol cover!!) daar ik beide voorgaande albumcovers in een paar minuten tijd bricoleerde en ik absoluut geen visueel artiest ben. Luciana Nedelea is echter een fantastische kunstenares en ze vertaalde mijn visie perfect in uitermate geslaagd artwork. Deze vraag over Limbonic Art wordt me regelmatig gesteld en ik krijg dikwijls de verbaasde respons omdat ik nog nooit van deze band had gehoord toen ik Mare Cognitum opstartte.  Ik beluisterde hen enkele jaren geleden, toen ik deze vraag voor de eerste keer kreeg, en om eerlijk te zijn deed hun muziek me niet zo veel. Ik haatte het niet, maar ik kan me niet meer herinneren hoe ze juist klonken. Ik ben echter van plan om ze nog eens aan een luisterbeurt te onderwerpen, zodat ik me een betere mening kan vormen, als ik deze vraag nog eens voorgeschoteld krijg.
Mare Cognitum_2

Vergeleken met voorgaande albums is je sound nu warmer en is er meer ruimte voor lange atmosferische passages. Ik hoorde ook enkele post-rock en death metal invloeden opduiken. Was dit een natuurlijke progressie en hoe denk je dat de sound van Mare Cognitum verder zal evolueren?
Zoals eerder aangehaald denk ik dat deze invloeden tot op een bepaalde hoogte steeds aanwezig zijn geweest. Je zal meer dan genoeg post-rock leads en black/death metal riffs terugvinden, zelfs op mijn eerste album. Ze komen nu echter beter door en vormen een beter geheel in de composities vergeleken met hoe ik vroeger tewerk ging. Dit is absoluut een natuurlijke gang van zaken omdat ik probeer te spelen wat ik wil en niet wat mensen verwachten. Een goede filosofie als je vooruitgang wil boeken.  Hierdoor ben ik niet zeker hoe Mare Cognitum in de toekomst zal klinken, misschien polka ofzo…het zal in elk geval exact zijn hoe ik het wil. No compromises!

Voor een eenmansband is de instrumentatie erg professioneel uitgevoerd. Zelf drummer zijnde, wou ik weten of de drums al dan niet geprogrammeerd zijn. Indien dit het geval is, moet ik zeggen dat je dit amper kan horen.
De drums zijn inderdaad geprogrammeerd. Ik heb ontzettend veel tijd en energie gestoken in het mixen en tweaken van de drums om ze zo goed als mogelijk te laten klinken, en nog ben ik niet altijd tevreden. Het doet me echter altijd deugd als mensen zeggen dat ze onder de indruk zijn van de drumsound, dus bedankt voor het compliment! Ik ben nog altijd aan het overwegen om gebruik te maken van een sessiedrummer, wat wel eens werkelijkheid zou kunnen worden op het volgende album.

Nooit de idee gehad om een volledige band van Mare Cognitum te maken, zodat je kan optreden of ben je het solo werken nu zo gewoon dat je geen compromissen meer wilt sluiten?
Hier dagdroom ik soms over, maar het lijkt niet uitvoerbaar. Zoals eerder gezegd, was in een band spelen moeilijk en onvruchtbaar voor mij in het verleden. Het zou niet gemakkelijk zijn om getalenteerde muzikanten én tijd te vinden om alles te organiseren, vooral in een gebied waar er zo goed als geen scene is. Daarnaast, is de structuur van de muziek niet de gemakkelijkste om goed neer te zetten in een live setting zonder gebruik te moeten maken van backing tracks omdat er veel , wat ik zelf “adding and subtracting members” noem, gebeurt van song tot song. De ene track vraagt dus meer gitaren dan de andere, of meer synths, etc. waardoor ik op een punt zou komen waarbij sommige elementen zouden missen of gefaked worden in een live setting, wat absoluut niet is wat ik wil doen. Maar het speelt inderdaad toch dikwijls in mijn gedachten.

Zowel het nieuwe album als de split met Spectral Lore werden gereleaset op het Italiaanse label I, Voidhanger Records. Hoe ben je bij hen terecht geraakt? Tevreden over wat ze voor jou doen? Zijn er plannen voor een vinyl release?
De split met Spectral Lore was eigenlijk wat hun aandacht trok. Oorspronkelijk had Spectral Lore me gecontacteerd alvorens het label me kende en onmiddellijk na de release van “Sol”, nam I, Voidhanger contact met mij op, aangezien ze tevreden waren over hoe de split was uitgedraaid en er goede reviews volgden. Ik denk dat ze van mening waren dat Mare Cognitum perfect op hun label zou passen. En ik moet bekennen dat ze inderdaad consistent interessante platen uit verschillende stromingen uitbrengen, telkens gekenmerkt door een zekere mate van experimenteerdrift.  Ik ben uitermate tevreden over het werk dat ze verrichten: releases krijgen de nodige ondersteuning en passend artwork, de afwerking is top-notch en er is voldoende distributie. Er komen heruitgaven op CD van zowel “Phobos monolith” als “An extraconscious lucidity”.  Voor de vinyluitgave van beide platen ga ik dit jaar een samenwerking aangaan met het Amerikaanse Fallen Empire Records, een ander fantastisch label dat enkel black metal kunst van het hoogste niveau uitbrengt. Ik ben beide labels dus eindeloos dankbaar voor hun steun en toevertrouwen!