italië

Darvaza – Darkness in turmoil

Het Italiaans/Noorse Darvaza breidt met het nagelnieuwe “Darkness in turmoil” een einde aan de EP-trilogie die het eerder met “The downward descent” en “The silver chalice” erg sterk was begonnen. Dat Omega aka Gionata Potenti een drummer van formaat is, bewees de kleine Italiaan al meermaals in o.a. Blut Aus Nord, Chaos Invocation en Glorior Belli (to name but a few) maar in Darvaza laat hij horen ook geweldige songs te kunnen schrijven. En als je dat talent bezit, heb je natuurlijk ook een fantastische frontman nodig die Omega vond in de Noor Wraath (o.a. One Tail One Head, Behexen, Ritual Death). Op muzikaal vlak liggen de drie nieuwe nummers in het verlengde van de twee voorgaande EP’s, waarbij “Towards the darkest mystery” misschien net iets meer old school vibes uitstraalt. “A new sun” is de snelste track van de EP maar vind ik vrij middelmatig voor hun doen. Gelukkig zijn er nog de gevarieerde vocalen die Wraath uit zijn strot kan toveren en die nog veel goed maken. In het catchy Lucifer-aanroepende refrein van “Towards the darkest mystery” laat de Noor zich écht gaan. “Fearless unfeard he slept” is tenslotte mid-tempo van opzet en opnieuw experimenteert de frontman lekker met zijn stembanden. Het nummer kent een plechtstatig einde waarbij de basgitaar lekker door de repetitieve gitaarriffs heen ronkt. Gionata’s gitaarspel is ondertussen best herkenbaar, dus daar verdient onze multi-instrumentalist alvast een dikke pluim voor. En met “Towards the darkest mystery” bevat ook deze EP een échte klepper zoals “The barren earth” vanop het eerste deel of de titelsong van de tweede EP. “Darkness in turmoil” is echter niet het overweldigende sluitstuk dat ik had verwacht, maar desondanks is Darvaza nog steeds een band die ik erg kan appreciëren – en dat heeft niets te maken met de slang in het logo – en die hopelijk nog tot grootse dingen in staat is.

JOKKE: 83/100

Darvaza – Darkness in turmoil (Terratur Possessions 2018)
1. A new sun
2. Towards the darkest mystery
3. Fearless unfeard he slept

The Secret – Lux tenebris

Na een dag waarop alles tegensteekt en de negatieve energie lichaam en geest dient te verlaten, grijp ik soms terug naar “Solve et coagula” en “Agnus dei“, twee hondsbrutale platen van The Secret die de perfecte soundtrack vormen om bovenstaand doel te vergemakkelijken. Ik dacht dat de Italianen de pijp ondertussen aan Maarten hadden gegeven, maar plotsklaps liet het kwartet na een afwezigheid van zes jaar en enkele jaren radiostilte tussen de bandleden een teken van leven zien middels enkele live shows en een nieuwe drie songs tellende EP getiteld “Lux tenebris” die een ode vormt aan de eeuwigdurende nacht die ons na het leven en de dood te wachten staat. The Secret kennende zou dat kleinood er met slechts drie songs op een tiental minuten wel opzitten dacht ik, maar ik kom toch bedrogen uit want de nieuwe nummers tikken allemaal boven de vijfenhalve minuut af. De primordiale destructieve agressie waarvoor de band gekend stond, is nog wel aanwezig maar de minimalistische aanpak van de hierboven vermelde platen heeft ruimte gemaakt voor meer gelaagd gitaarwerk waarin verschillende texturen hoorbaar zijn. Gitarist Michael Bertoldini (tevens labeleigenaar van Argento Records en live-gitarist van Verwoed) hanteerde ook synthesizers om de sound aan te dikken hoewel dat erg subtiel gebeurde in o.a. “Cupio dissolvi“. Het instrumentale “Vertigo” bijt de spits af en is een traag beukende sloophamer die bij elke mokerslag een stukje absolute duisternis in je kop ramt. Niet alleen de riffs maar ook de zwaar ronkende lage tonen van Lorenzo Gulminelli (ook actief in Hierophant) doen de prut uit de oren spatten. In “The sorrowful void” mag schreeuwlelijk Marco Coslovich voor het eerst voluit gaan en slaat de band alles een bezetene om zich heen. We horen de gekende explosieve mix van black metal en grindcore hoewel de song nadien ook weer wat gas terug neemt maar nog steeds even vernietigend klinkt. Aan het einde van het nummer stijgt een apocalyptisch klinkende melodie uit boven de Zweedse kettingzaagsound die dikke boomstammen in flinterdunne plankjes zaagt. In “Cupio dissolvi” mag drummer Tommaso Corte laten zien welke verpulverende snelheden hij uit zijn armen en benen kan persen maar opnieuw duiken de heren even later terug naar lager gelegen doomregionen waarbij een repetitieve black metalgetinte gitaarriff de toon zet. Die dynamische aanpak loont en doet de snelle partijen nog meer overrompelend klinken. De alles vermorzelende sound werd vastgelegd door Steve Scanu en gemastered door Boatright in de Audiosiege Studio waar wel meer Southern Lord bands passeren. Deze EP maakt deel uit van een achtdelige vinylserie die naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van het label uitgebracht zal worden. De andere bands zijn The Want, Toadliquor, Thorr’s Hammer, Sunn O))), Rein Sanction en nog twee nader te bepalen acts. Interessant voor de liefhebbers en verzamelaars. De donkerste en meest destructieve band van Italië is in elk geval terug en hoe! Nu snel een langspeler per favore!

JOKKE: 85/100

The Secret – Lux tenebris (Southern Lord 2018)
1. Vertigo
2. The sorrowful void
3. Cupio dissolvi

Abhor – Occulta religio

De Italianen van Abhor timmeren al heel wat jaren aan de weg, maar ondanks het feit dat ze al 23 jaar op de teller hebben staan, is “Occulta religio” mijn eerste kennismaking met de band rond zanger Ulfhedhnir en snarenplukker Domine Saevum Graven die er beiden reeds vanaf het begin bij waren. Gitarist Kvasir en organist Leonardo Lonnerbach vervoegden de band respectievelijk in 2004 en 2014, die laatste om de overleden Errans Inferorum te vervangen. De invloed van Lonnerbach is niet gering in de esoterische horror black metal die ze zelf menen te spelen. En die omschrijving gaat best op. Het algemeen etiket dat op deze zevende langspeler kan gekleefd worden, is er één waarop in grote letters “vintage” geschreven staat. De sound van Abhor is noch regressief, noch progressief en combineert veelal mid-tempo black metal met een sinistere doomy atmosfeer en teksten die handelen over satanisme, occultisme, alchemie, hekserij, esoterie en donkere folklore. Doorheen de black metal-riffs schemeren echter ook wel de nodige rock-invloeden door. “Engraved formulas” is hier een mooi voorbeeld van en bevat hypnotiserende gitaarmelodieën. In het trage “Demons forged from the smoke” (mijn favoriet!) valt duidelijk te horen dat Black Sabbath een oude liefde van de bandleden is en in plaats van de drijvende kracht te zijn, wordt het orgel hier eerder ingezet om een bepaalde riff te ondersteunen. Frontman Ulfhedhnir bewijst hier tevens heel wat gevarieerde klanken, gaande van diepe gutturale borrels tot smerige en sappige screams, uit zijn stembanden te kunnen persen. Een song als “Exemplum satanicus” moet het dan weer hebben van haar headbangpartijen en simpele maar effectieve (doom)-riffs waarover de zanger als een satanische priester klinkt. Ondanks de grote invloed van het orgel in bijvoorbeeld “Black bat recalls” of de titeltrack waarin het instrument bijna als een lokkende sirene klinkt, valt de muziek van Abhor echter niet écht onder symfonische of theatrale metal te categoriseren. Fans van de oude Griekse en Italiaanse scene of oude Samael zullen dit misschien wel kunnen smaken.

JOKKE: 79/100

Abhor – Occulta religio (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Elemental conjuring
2. Fons malorum
3. Engraved formulas
4. Demons forged from the smoke
5. Exemplum satanicus
6. Black bat recalls
7. Occulta religio

Altar Of Perversion – Intra naos

Bij Addergebroed schrijven we een recensie pas na meerdere luisterbeurten zodat we de plaat in kwestie voldoende hebben kunnen absorberen. Als er dan een band – zoals in dit geval Altar Of Perversion – een plaat uitbrengt die op bijna twee uur afklokt, is het een heuse puzzelopdracht om voldoende tijd in de hectische agenda te vinden om heel het zaakje aandachtig te beluisteren. Zeventien jaar na het niet mis te verstane debuut “From dead temples (Towards the ast’ral path)” verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger (in tussentijd verschenen wel nog een split met Mordaehoth en een EP). Het feit dat het enigmatische The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli hun schouders onder het nieuwe werkstuk “Intra naos” zetten, maakt dat de verwachtingen alvast hooggespannen zijn. Qua thematiek maakt de plaat een reis doorheen de wereld van Pan-Europees satanisme zoals dat gedefinieerd wordt door “The order of nine angles“. Een interessant weetje is bovendien dat het album werd opgenomen op 432 hertz, een audiofrequentie waarvan de vermeende krachten lange tijd voer voor discussie zijn geweest in de muziekscene (voor wie meer wil weten, kan hier klikken). Met zo’n lange speelduur valt er gelukkig heel wat te beleven in het Altar Of Perversion universum. De muziek varieert voortdurend van tempo en atmosfeer, hoewel er niet echt buiten de lijntjes van het black metal genre gekleurd wordt. Een constante doorheen het album zijn de dissonante riffs en de treurende gitaarleads; opener “Adgnosco veteris vestigia flammae” staat er al bol van. Wanneer de Italianen Calus (zang en saren) en Laran (drums) mid-tempo musiceren, komt een Satyricon vanachter de hoek piepen, maar dan wel een pak beter dan wat we de laatste tien jaar van hen gewend zijn. Het sterkste vind ik het duo echter als er volle gas wordt gegaan zoals in “Behind stellar angles II“, dat met haar dertien minuten speelduur het “kortste” nummer is dat er op de plaat te vinden is. De andere songs flirten, op “She weaves abyssal riddles and Eorthean gates” na, met de twintig minuten grens en bevatten elk de nodige knappe momenten, hoewel natuurlijk niet elke riff die er gedurende twee uur passeert memorabel kan zijn. Altar of Perversion hanteert regelmatig een aanpak waarbij traag gitaarspel over snel drumwerk gedrapeerd wordt, wat een intens spanningsveld creëert. “Cosmic thule, inner temple” is hier een mooi voorbeeld van. Op zich is het héél gewaagd om in deze vluchtige tijden met zo’n lang opus over de brug te komen aangezien de gemiddelde aandachtsspanne van onze medemens die van een goudvis benadert. En ook voor de labels is het een dure affaire en risky business geworden om een dubbelalbum of trippel vinyl te releasen, hoewel The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli zich hier waarschijnlijk niet veel van aantrekken. De lange speelduur van de plaat maakt dat we hier niet met triviaal massa-entertainment te maken hebben, maar dat “Intra naos” enkel die meerwaardezoekers zal kunnen bekoren die nog tijd weten maken om op een diepere manier naar muziek te luisteren. Ik reken mezelf hierbij hoewel ik moet toegeven dat de plaat telkens in zijn geheel consumeren toch wel wat te veel van het goede gevraagd is. Desalniettemin hulde voor Altar Of Perversion!

JOKKE: 84/100

Altar Of Perversion – Intra naos (The Ajna Offensive/Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. Adgnosco veteris vestigia flammae
2. She weaves abyssal riddles and Eorthean gates
3. Behind stellar angles II
4. Cosmic thule, inner temple
5. Subcosmos archetypes
6. Through flickering stars, they seep

 

 

Demonomancy – Poisoned atonement

In Italië hebben ze het Vaticaan en de Paus en dat is al meer dan tien jaar lang niet naar de zin van de beeldenstormers en bestiale metalheads van Demonomancy. Doorheen haar carrière verschoof het geluid, dat een mix van Zuid-Amerikaanse invloeden, Beherit/Blasphemy worship en primitieve elementen à la Profanatica en Von liet horen, naar een meer death metal geörienteerd geluid dat nog steeds bestiaal, organisch en primitief genoeg klinkt voor de old school fans onder ons. Lekkere opzwepende riffs krijgen we ondermeer in “Archaic remnants of the numinous” (met een chaotische solo’s als bonus), de titeltrack (met een melodieuze Deströyer 666-achtige solo als bonus) en “The last hymn to Eschaton” voorgeschoteld. Het meerstemmige refrein in “The day of the lord” vraagt gewoon om luid mee te brullen terwijl in het mid-tempo “Fathomless region of total eclipse” dan weer het meeste ruimte gelaten wordt voor atmosfeer. Drie kwartier lang raggen de lage bastonen van A. Cutthroat – dikwijls ook op hun dooie eentje – lustig voort doorheen de demonische laaggestemde vunzigheden, waarvoor hulde. En ook frontman/gitarist Witches Whipping verdient een pluim in zijn bebloede aars voor de veelzijdige keelklanken die hij uit zijn strot weet te persen. In maart doen deze Italianen Gent en Amsterdam aan tijdens een tour met Arkhon Infaustus. Daar gaan wat heilige huisjes aan moeten geloven!

JOKKE: 79/100

Demonomancy – Poisoned atonement (Invictus Productions 2018)
1. Intro – Revelation 21.8
2. Fiery herald unbound (The victorious predator)
3. Archaic remnants of the numinous
4. The day of the lord
5. Poisoned atonement (Purged in molten gold)
6. The last hymn to Eschaton
7. Fathomless region of total eclipse
8. Nefarious spawn of methodical chaos

Manetheren – The end

Het Amerikaanse Manetheren – vernoemd naar één van de tien naties uit de boekenserie “The wheel of time” van de Amerikaanse auteur James Oliver Rigney – was bij ondergetekende in vergetelheid geraakt, hoewel “Time” uit 2012 best wist te overtuigen. Aan EP’s of splits doet deze band niet mee, want sinds haar oprichting in 2003, ligt de focus van Manetheren enkel op het gestaag uitbrengen van volwaardige langspelers, hoewel de kloof die tussen de platen gaapt wel steeds langer wordt. Tussen “Time” en het kakelverse “The end” liggen deze keer vijf jaren. Nu is daartussen wel heel wat gebeurd. Voor “Time” – wat eigenlijk een ge-update versie en herwerking van debuut “The seven realms of Manetheren” was – trok oprichter Gabe Jorgenson (aka Azlum) meesterdrummer Thorns aan (u wel gekend van ondermeer Darvazas, Blut Aus Nord, Martröð, Fides Inversa, Acherontas en ga zo maar door). Na de release van het album vervoegden bassist Davide Gorrini (Frostmoon Eclipse en een paar andere bands waar deze Italiaan samen met zijn landgenoot Thorns deel van uitmaakt) en zanger Eric Baker (Chaos Moon) de line-up. Met een fifty-fifty Italo-Amerikaanse constellatie, waarin bovendien enkele bezige bijtjes zitten, is het niet te verwonderen dat het schrijven en opnemen van een album de nodige tijd vraagt. Bovendien is Manetheren een band die geen hapklare nummers brengt, maar mastodonten van songs die rangeren tussen acht en vijftien minuten. Met 74 minuten was de voorganger wel aan de erg lange kant, wat naar het einde toe de aandacht deed verslappen doordat het te veel van hetzelfde werd. Op “The end” krijgt je als luisteraar met een vol uur atmosferische black metal nog steeds absoluut waar voor je geld, hoewel voor de meeste mensen een aandachtsspanne van een uur al héél veel gevraagd is. We hebben hier met een apocalyptisch en nihilistisch getint conceptalbum van doen waarbij de protagonist doorheen verschillende landen trekt terwijl het einde van de wereld aangebroken is. Hierbij beschrijft elke song de gebeurtenissen die zich afspelen tijdens dit vervalproces en naarmate het einde dichterbij komt beschouwt dit individu zich meer en meer als God of de Dood die heerst over de woestenij die overblijft. De USBM van Manetheren is er geen van de meest rauwe en agressieve soort, maar is wel extreem layered waarbij de atmosferische lagen elkaar opstapelen en de gitaar dikwijls klinkt alsof er samples of keyboards aan te pas zijn gekomen (niet dus). Tevens klinkt de productie waarvoor bassist D.G. en zijn BeastCave Studio optekenden, vrij transparant. Dit is een album om in één ruk te ondergaan, bij gedimde lichten, lang uitgerekt op de sofa en in gezelschap van een goede fles wijn, waarbij een song als “When all is still, there is nothing” je in vervoering brengt of “The end” je bij je stort grijpt en mee de abyss insleurt terwijl de majestueuze finale zich openbaart. Benieuwd of Manetheren na het verkassen van Debemur Morti naar Avantgarde Music meer aandacht zal krijgen en overtuigd kan worden om live de hort op te gaan.

JOKKE: 81/100

 

 

Manetheren – The end (Avantgarde Music 2017)
1. The sun that bled
2. And then came the pestilence
3. The ritual
4. When all is still, there is nothing
5. Darkness enshrouds
6. The end

Fides Inversa – Rite of inverse incarnation

Collega Flp blijkt fan te zijn van het Italiaanse Fides Inversa zoals we kunnen lezen in zijn recensie van de tweede plaat “Mysterium tremendum et tascinans” die in 2014 verscheen. Drie jaar later komen de Italianen met een nieuwe EP op de proppen waar twee nummers op prijken die beide afklokken op een kleine tien minuten. Drie jaar lijkt lang om slechts twee songs aan te leveren, maar zoals we weten heeft drummer/(zanger) Omega A.D. (Gionata Potenti) allesbehalve een zittend gat (tenzij op de drumkruk bij een twintigtal bands en projecten waar hij zijn diensten aan verleent). Samen met kompaan Void A.D. vond hij het echter tijd voor verandering en alzo besloot Gionata zijn plaats achter het microfoonstatief af te staan aan Wraath (aka Luctus) waarmee hij reeds een bloedbroederschap was aangegaan voor het geweldige Darvaza. Ook de basdiensten werden ditmaal uitbesteed en wel aan Unhold, de labeleigenaar van W.TC. Productions. Nu vond ik Fides Inversa op haar tweede langspeler maar zo-zo klinken. Een goede middenmotor in een obese black metal scene. Deze “Rite of inverse incarnation” weet echter meer gevoel bij ondergetekende los te wekken zoals ook hun ijzige debuut dat kon. Het duurt even voor “First congress” op gang komt maar na een orthodox aandoende intro vol rituele zang en een minder geslaagde gitaarsolo knalt de band uit de startblokken en worden snel riffwerk op duivelse wijze en midtempo groove mooi afgewisseld waarbij ook meer rustigere atmosferische passages niet uit het oog verloren worden. Ik snap niet vanwaar de vergelijkingen met Deathspell Omega steeds komen, want voor dissonant meesterschap is hier geen plaats. Ik vind dit eerder naar een Watain neigen maar dan met meer ruimte voor experiment. Ook de titeltrack weet door de grote afwisseling qua drumritmes en vocale invulling de gedachten tien minuten lang bij de les te houden. Na één stap achteruit gezet te hebben, worden er met deze EP terug twee in de goede richting gezet.

JOKKE: 82/100

Fides Inversa – Rite of inverse incarnation (World Terror Committee 2017)
1. First congress
2. Rite of inverse incarnation