Long Distance Calling

Caspian – Dust and disquiet

Postrock is een genre waarin reeds alles min of meer gezegd en gedaan is. “Gezegd” is natuurlijk niet het juiste woord aangezien het gros van de in deze scene opererende bands het puur instrumentaal houdt. De neofieten zijn afspiegelingen van de oude goden (TWDY, EITS, ITTCT, GY!BE, – laten we eens lekker cryptisch doen, Jakob en natuurlijk dit Caspian) en de oudjes hebben hun meesterwerk reeds allemaal stuk voor stuk afgeleverd. Jakob kwam eerder dit jaar met “Sines” net niet in de buurt om “Solace” te overtreffen. Nu is het de beurt aan Caspian die net album nummer vier “Dust and disquiet” hebben losgelaten. Het had trouwens niet veel gescheeld of deze plaat had er niet meer gekomen want tijdens de tour naar aanleiding van de release van “Waking season” uit 2012 kreeg de band de plotse dood van bassist Chris Friedrich te verwerken. Na een periode van rouw besloten de overgebleven leden echter dat de handdoek in de ring gooien niet de juiste keuze zou zijn. En daar ben ik blij voor. De sporen van deze tragedie zijn duidelijk hoor- en voelbaar op “Dust and disquiet”, onder andere in het bloedmooie, naar Sigur Ros neigende, “Sad heart of mine”. Als vanouds wordt er met een hard/stil-dynamiek gespeeld die de polariteit tussen donker en licht, leven en dood, rust en levendigheid exploreert. Middels hoorns en een strijkkwartet kabbelt de plaat ingetogen je huiskamer binnen. In plaats van meteen naar climaxen toe te werken, houdt ook het licht symfonische en met subtiele country gitaren aangezwollen “Rioseco” het kalmpjes aan. Rustgevend maar daarom niet minder mooi en pakkend. Caspian zou natuurlijk Caspian niet zijn als er toch niet een paar epische kippenvelkrakers op de plaat zouden staan. “Arcs of command” en “Dust and disquiet“ zijn de redenen waarom je dit album moet aanschaffen. In “Echo and abyss” horen we onverwacht zang en neigt de song daardoor naar een meer standaard rock gebeuren. Van mij had dit niet gehoeven. Bij een band als Long Distance Calling ging het ook alleen maar bergaf nadat er een zanger om de hoek kwam piepen. Omwille van hun rijke, gelayerde en expansieve sound worden lyrics (meestal) niet nodig geacht, maar wie zich in het Caspian universum laat onderdompelen hoort natuurlijk wel dat de band muzikale verhalen te vertellen heeft. “We’re wide awake now” is het statement dat de band in de akoestische ballade “Run dry” naar de wereld maakt. Hier is de emotionele zang wel degelijk een meerwaarde. Het intense, met percussie en subtiele elektronica opgeschmükte, Darkfield” doet zijn naam alle eer aan en heeft een eigenaardig buitenaards sfeertje over zich heen hangen. “Aeternum vale” gooit het met zijn klassieke gitaren opnieuw over een andere boeg en vormt een bruggetje naar de reeds eerder vermelde titeltrack, die de plaat op gepaste wijze afsluit. Caspian is een band die door heeft dat ook zij af en toe andere oorden dienen te verkennen en dat buiten de lijntjes kleuren nodig is om het postrock gebeuren interessant te houden. Met “Dust and disquiet” zijn ze er met grote onderscheiding in geslaagd!

JOKKE: 86/100

Caspian – Dust and disquiet (Big Scary Monsters 2015)
1. Separation No. 2
2. Rioseco
3. Arcs of command
4. Echo and abyss
5. Run dry
6. Equal night
7. Sad heart of mine
8. Darkfield
9. Aeternum vale
10. Dust and disquiet

Lantlôs – Melting sun

Op haar vierde studioalbum “Melting sun” kiest het Duitse Lantlôs voor een iets andere aanpak dan op vorig werk. Daar waar de band rond spilfiguur Herbst op eerdere albums een mix van black metal en shoegaze bracht, zijn de black metal elementen nu zo goed als verdwenen. Ook de algemene klankkleur is geëvolueerd van koud en kil naar warm en organisch. Je kan het een beetje vergelijken met de evolutie die het Franse Alcest ook heeft doorgemaakt. Neige, frontman van deze laatste band, verzorgde trouwens ook de vocalen op de vorige albums. Voortaan neemt Herbst echter de zang voor zijn rekening en hij doet dat niet slecht. Melancholische cleane vocalen zorgen waar nodig voor een extra laag bovenop het klanktapijt van dromerige shoegaze en distorted gitaren. De gitaren klinken trouwens met momenten lekker zwaar, maar niet extreem, zodat Lantlôs toch nog iets harder uit de hoek komt dan Alcest op hun laatste plaat. In de soms lange instrumentale stukken passeren regelmatig groovende passages (“Jade fields”) die je ook terug vindt in het werk van hun landgenoten Long Distance Calling. De productie is eveneens dik in orde en draagt bij aan de nieuwe organische sound. Met nog geen 40 minuten speeltijd is “Melting sun” misschien ietwat aan de korte kant, maar dan drukken we toch gewoon lekker op de repeat-knop!

JOKKE: 80/100

Lantlôs – Melting sun (Prophecy Productions 2014)

1. Azure chimes
2. Cherry quartz
3. Aquamarine towers
4. Jade fields
5. Oneironaut
6. Golden mind