lubbert das

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key

Het is vijf jaar geleden sinds Haeresis Noviomagi ons met een eerste release verblijdde in de vorm van “Deluge” van Lubbert Das. In de slipstream van dit veelbelovende startschot volgden een hele resem tapereleases van Solar Temple, Iskandr, Imperial Cult, Fluisteraars, Nusquama, De Ontkoppeling, Paean en natuurlijk Turia (de meest geprofileerde van het Nederlandse collectief) waarbij de één nog overweldigender klonk dan de andere. Om dit halve decennium aan kwalitatieve muzikale output te vieren en extra kracht bij te zetten worden we getrakteerd op een een live splittape met Turia en Lubbert Das, een nieuwe EP van Iskandr én de debuutrelease van Empyrean Grace, een nieuwe naam op het vanuit Nijmegen en Utrecht opererende label. Wie het mastermind achter Empyrean Grace is wordt niet meegedeeld, maar op basis van het silhouet dat we in het artwork zien, zou ik het niet te ver gaan zoeken. Slechts één nummer prijkt er op deze tape, maar “Bestowment of the seraphic key” klokt wel op een klein half uur af. En wat we te horen krijgen, doet onze mond wijd openvallen van verbazing. Blackmetal linken we doorgaans aan Scandinavische grim and frostbitten landschappen en pikzwarte wouden waar de zonnestralen nooit of te nimmer geraken, maar niet in het geval van Empyrean Grace dat zowat het compleet tegenovergestelde landschap schetst. Er doemen hier geen beelden op van stalagmieten en -tieten of imposante gletsjers en omlaagdonderende sneeuwlawines, maar uitzichtloze, uitgestrekte verdorde grasvlaktes en drukkend warme woestijnen met her en der een verdwaalde eenzame boom prenten zich op ons netvlies als we de wondere bedwelmende klanken van dit werkstuk ondergaan. Een broeierige zonovergoten atmosfeer maakt zich van ons meester wat nog versterkt wordt door de verschenen sepia-achtige kleuren van het sobere, maar smaakvolle artwork. Deze epische muzikale compositie heeft een hoog cinematografisch karakter dat zich het best laat omschrijven als de soundtrack van een film over één of ander Bijbelverhaal dat zich in de Oudheid afspeelt. De muziek is opgetrokken uit lang uitgerekte warmbloedige gitaarpartijen met subtiel verschuivende akkoorden, goudkleurige leads en postrockerige crescendo’s die een branderig rood gevoel aan onze reeds getaande huid geven. En dit in combinatie met schaars ingezette diepe screams, subtiele heldere vocalen die van serafijnen afkomstig lijken te zijn en echo’s van repetitieve drumritmes die zich aan de einder voltrekken en een hallucinerend schouwspel creëren dat zich in onze verbeelding nestelt totdat de laatste uitstervende zonnestralen achter de einder verdwijnen. We moeten meteen denken aan die magistrale “Rays of brilliance” demo van Solar Temple, een werktstukje dat qua thematiek en sound (minder doom wel hier) niet zo gek ver weg ligt van deze eerste worp van Empyrean Grace, en, net zoals de Lubbert Das demo, dringend een heruitgave op vinyl verdient. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden van “Bestowment of the seraphic key” die de soundtrack van afgelopen weekend vormde!

JOKKE: 95/100

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key (Haeresis Noviomagi 2020)
1. Bestowment of the seraphic key

Turia – Degen van licht

De Nederlander O. is hier op Addergebroed allang geen onbekende meer. Als één van de oprichters van het Haeresis Noviomagi collectief voelden we hem eerder al aan de tand, en ook projecten als Lubbert Das, Nusquama, Iskandr en Solar Temple bleven niet onbesproken. Het collectief is dan ook koploper in de springlevende Nederlandse black metalscene en blijft de ene na de andere nieuwe release uitspuwen. Deze keer is het na een resem splits met onder andere Vilkacis en Fluisteraars tijd voor de derde langspeler van Turia, één van de eerste projecten die de cirkel voortbracht. Geïnspireerd door trektochten door de zuiderse Alpen brengt het trio via Eisenwald “Degen van licht” uit, waarop Turia’s kenmerkende repetitiviteit en blast beat-uitbarstingen terug alom aanwezig zijn. Ondanks de bewust lo-fi gehouden sound heeft “Degen van licht” de tot nu toe beste productie van een Turia-plaat meegekregen, waardoor de gitaar een pak scherper klinkt dan op voorgaande releases en het stofzuigereffect dat bijvoorbeeld “Dede kondre” kenmerkte wat naar de achtergrond is verdwenen. Na intro “I” laat “Merode” er alvast geen gras over groeien en schiet meteen recht in de roos middels een riff die dagen in je hoofd blijft hangen en waarop vocaliste T, die tevens de zang in Nusquama opneemt, haar eerste kenmerkende krijs naar buiten perst. Het moet gezegd, met haar rauwe krijsen vol wanhoop heeft T één van de meest karakteristieke stemmen die je heden ten dage in black metal tegenkomt. Ook op “Met sterven beboet” toont Lubbert Das-drummer J meteen hoe je een stroom aan blast beats toch interessant kunt houden en er een psychedelisch aandoende riff extra mee in de verf kunt zetten. Halfweg het nummer wordt iets meer ruimte gecreëerd voor zich herhalende melodie en wordt het tempo wat teruggeschroefd, zonder echter de flow te doorbreken en waarop O zelfs enkele Pink Floyd-achtige lijnen uit zijn gitaar perst. Opvallend is hoe O doorheen het constante tapijt van snelle riffs een hoop subtiele tremolo-riffs weet te weven, een constante op elke Turia-release en dus ook op “Degen van licht”. Na de bergpieken die de eerste twee nummers waren daalt het titelnummer wat af in een dal en toont Turia een meer melodieuze kant middels een trager tempo en langer uitgesponnen epiek, die zich zonder haast verder ontplooit als een glestjer die langzaam de helling afglijdt. Het moet niet altijd rammen en beuken zijn. “Storm” jaagt het tempo meteen terug de hoogte in en na een ambient intermezzo in de vorm van “II” eindigt het album met het dertien minuten durende “Ossifrage” dat zonder twijfel het meest gevarieerde en, simpel gezegd, beste nummer van de plaat is. Turia heeft de neiging zichzelf keer op keer te overtreffen en dat is dit keer niet anders. “Degen van licht” zit barstensvol riffs die dagen in je hoofd blijven nazinderen en straalt een beklemmende, desolate sfeer uit die je moeiteloos naar weidse dalen en bergkammen teleporteert. Ik heb alvast een plekje in mijn jaarlijst gereserveerd.

CAS: 92/100

Turia – Degen van licht (Eisenwald, 2020)
1. I
2. Merode
3. Met sterven beboet
4. Degen van licht
5. Storm
6. II
7. Ossifrage

Invunche – II

Oorspronkelijk in 2018 verschenen via het obscure tapelabel the тide øf тhe εnd, maar nu door Babylon Doom Cult Records een tweede leven krijgend op vinyl: de eerste langspeler van het Nederlands/Chileense Invunche getiteld “II“, aangezien er in 2014 al een demo aan vooraf ging. De bandnaam is ontsproten aan de Chileense folklore en mythologie waarin invunche een legendarisch monster is dat de toegang van de tovenaarsgrot beschermt. Het is een misvormde mens met zijn hoofd naar achteren gedraaid, samen met gedraaide armen, vingers, neus, mond en oren. Het wezen loopt op één of drie voet(en) (eigenlijk één been en twee handen) omdat één van zijn benen aan de achterkant van zijn nek is bevestigd. De invunche kan niet spreken en communiceert alleen middels keelachtige, ruwe en onaangename geluiden. Deze laatste beschrijving is ook van toepassing op de rauwe black die El Invunche, de solo herriemaker van dienst, een half uur lang op ons afvuurt. Primitieve punk, Darkthrone worshipping black, vuil bassmeer, noisey industrial en psychedelische rock zijn de ingrediënten voor deze explosieve cocktail die je als ‘shamanic black punk‘ of ‘blackened trance punk‘ zou kunnen omschrijven. Niet te veel nadenken echter en het buikgevoel laten spreken! De compacte nummers laten amper ademruimte, vloeien meermaals naadloos in mekaar over en zetten bij wijlen aan tot dansen. Ik verwacht ondanks het Latino-gevoel dat in de riffs geëncapsuleerd is en de Black Twilight Circle-sfeer die wordt neergezet echter geen sensuele salsa maar een soort van spastische pogo waarop fans van Ildjarn en Bone Awl kunnen losgehen. Op 18 oktober deelt Invunche bij wijze van releaseshow het podium met Lubbert Das en Alkerdeel in de Utrechtse dB’s. Allen daarheen zou ik zeggen om die ledematen los te gooien!

JOKKE: 82/100

Invunche – II (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. El vacío
2. Ciudad
3. Ruina
4. La puerta del sol
5. Asfalto
6. La machi
7. La sombra
8. Entre el mar y la montaña
9. Arena
10. Salvaje
11. El poder telúrico
12. El wekufe

Ehlder – Nordabetraktelse

Bij de geweldige openingsriff van “Stridskall“, het eerste nummer van het debuut van Ehlder, moest ik meteen aan O’s gitaarwerk (Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Iskandr, …) denken. Wat een lekker opzwepende riff vol magisch gevoel krijgen we hier wel niet op ons afgevuurd! Creator van dienst is niet de Nederlandse duizendpoot maar de Zweed Graavehlder (vroeger gekend als Graav) die deel uitmaakt(e) van enkele cultacts zoals Armagedda, Lönndom en het recent herrezen LIK. Na enkele ogenblikken vergezellen heldere heroïsche gezangen de riffs en vragen we ons even af of dit een voorteken voor de ganse plaat “Nordabetraktelse” zal zijn. Even later scheuren krijsende vocalen deze heldere droom echter aan flarden. “Döden i en döende kropp” wisselt rockende partijen af met een repetitieve aanpak en begeestert de volle acht minuten. Ook de andere nummers zijn uit dezelfde bouwstenen opgetrokken. Graavehlder legt zo veel oude magie in zijn riffs dat zelfs de soms lange instrumentale passages blijven boeien en onder je huid weten kruipen. En met zijn stem produceert hij roepend gekrijs, verhalende zang, heldere uithalen, diepe heroïsche gezangen, mysterieus gefluister, … een interessante variatie die elk nummer verder inkleurt. Aan de oppervlakte voldoen zes van de zeven lange songs aan de stijlkenmerken van black metal, maar wie dieper graaft zal een heidens schoonheid ontwaren die gefundeerd is op archaïsche klanken, woorden en ideeën waarmee Graavehlder zijn innerlijke geest bevrijdt. Enkel het afsluitende “Varerytm i varganord” laat black metal achterwege en roept allerhande archaïsche natuurelementen op middels wolfnabootsende huilzang en rituele percussie. Stilistisch en conceptueel gezien kan je Ehlder als een extensie van Lönndom beschouwen en het zit op Nordvis vol gelijkgestemde zielen: Stilla, Saiva, Murg, … Aanrader voor fans van deze bands en het label!

JOKKE: 81/100

Ehlder – Nordabetraktelse (Nordvis Produktion 2019)
1. Stridskall
2. Ändlös
3. Döden i en döende kropp
4. Hedningadrapa
5. Gammelmod
6. Tagen
7. Varerytm i varganord

Imperial Cult – Spasm of light

Imperial Cult is het zoveelste speeltje van O, gitarist van Turia, Iskandr, Lubbert Das, Nusquama en Solar Temple. Zoals wel meer het geval is staat zijn partner in crime T (met de obligate fles rode wijn in haar hand) achter de microfoon. Trommelaar van dienst is deze keer Rene Aquarius die al heel wat vellen heeft gegeseld bij o.a. DungeönHammer, Horrid Apparition, Celestial Bodies, Dead Neanderthals, en Heavy Natural. Toch is Imperial Cult niet nagelnieuw want de band werd reeds in 2016 opgericht maar nu pas verschijnt een eerste release getiteld “Spasm of light“, een verwijzing naar het enige nummer dat op de tracklist prijkt, maar het is er wel één van maar liefst 34 minuten. Dit kolossale nummer werd via een livesessie in 2017 voor het nageslacht vereeuwigd. Stilistisch gezien is dit repetitieve trance black zoals persoonlijke favorieten als Fell Voices en Ash Borer die aan de overkant van de Grote Plas brengen, maar onvermijdelijk slopen er ook Turia-invloeden in. T’s vocalen zijn verre van de meest gevarieerde maar haar monotone screams complementeren de maalstroom aan furieuze riffs en knuppeldrums als geen ander. Deze monolithische compositie beweegt zich onverbiddelijk en onverzettelijk als een cyclonische beweging voort en vernietigt alles op haar pad. Wanneer het nummer rond de acht minuten stilvalt, blijkt dat van korte duur te zijn want we worden al snel getrakteerd op één van O’s vele monsterlijke gitaarriffs waarin zich altijd veel meer afspeelt dan wat op het eerste gehoor lijkt. Wanneer de gitaarorkaan een negental minuten later terug gaat liggen, maakt de wervelwind plaats voor een vibrerende sludgy doomriff. Als deze episode ten einde is, neemt de song een nieuwe wending aan waarbij het één en al zwartgeblakerde furie is. Vijf minuten voor het einde verzandt het trio in een bezwerende finale die een passend sluitstuk maakt aan een geweldige trip. Waar O het blijft halen is me een raadsel.

JOKKE: 85/100

Imperial Cult – Spasm Of Light (Amor Fati Productins/Haeresis Noviomagi/Sentient Ruin Laboratories 2019)
1. Spasm of light

Nusquama – Horizon ontheemt

Nu de Nederlandse black metal toch wel een groot profiel wordt aangemeten – niet verwonderlijk gezien de vele albums die de laatste tijd de revue passeren en de set van Maalstroom op Roadburn – krijgt ze ook een duidelijk eigen gezicht van ietwat ruizig geproduceerde (Nijmegen) of net zeer experimentele black metal (Utrecht). In die lijn valt ook Nusquama te catalogeren, een project dat zo goed als een dwarsdoorsnede is van deze twee scenes met leden die ook musiceren in, here we go: Laster, Fluisteraars, Turia, Solar Temple, Grey Aura, Lubbert Das, Iskandr en nog wat andere projecten. Incest wincest, zoals men in de Nederlandse (maar ook IJslandse) scene placht te zeggen. Op gitaar vinden we zo O. terug, die de riffs aaneenrijgt in een stijl die wat richting Iskandr doet denken. De ijselijke vocalen van T. klinken helderder dan haar zangwerk bij Turia en komen duidelijker naar voor in de heldere, koude en van franjes ontdane mix. Echter weet Nusquama zich met haar middellange songs (elk tussen vijfenhalf en zevenenhalf minuten) te onderscheiden van de hierboven genoemde bands, hoewel vooral de invloed van het Haeresis Noviomagi collectief opvalt. Wat ervoor zorgt dat Nusquama een meer gevarieerd project is, is echter de melancholie die door middel van mid-tempo, melodieus gitaarwerk doorheen alle songs waait (en waarvan het knappe “Vuurslag” een mooi voorbeeld is), en waarin de geprevelde insteek van Fluisteraars opvalt (“Eufrozyne” en zeker het magistrale “Ontheemd”). De samenwerking van deze muzikanten met verschillende muzikale achtergronden schemert als een constante doorheen dit debuut dat de naam “Horizon ontheemt” draagt, waardoor de Nederlandse scene alweer een nieuw gelaat toont dat zich voldoende onderscheidt om op zichzelf te kunnen staan. Persoonlijk mis ik hier en daar wat variatie in tempo en mochten sommige explosies een iets hoger in your face-gehalte hebben gehad, maar dat zou muggenziften zijn over een album dat me al ettelijke weken steeds opnieuw weet mee te slepen. Benieuwd wat de volgende verrassing van onze Noorderburen zal inhouden!

CAS: 86/100

Nusquama – Horizon ontheemt (Eisenwald 2019)
1. De aarde dorst
2. Wrevel
3. Vuurslag
4. Eufrozyne
5. Ontheemd
6. Met gif doordrenkt

Acathexis – Acathexis

Fallen Empire Records is stervende, en met haar laatste ademtocht blies het label op tweede kerstdag 4 nieuwe releases onze richting uit, die we hier bij Addergebroed niet links kunnen laten liggen. Op de bewuste dag hadden we het nog over Lubbert Das, vandaag valt de eer aan Acathexis, die een eerste echte teken van leven geven. Het gezelschap overstijgt niet enkel de landsgrenzen, maar we vinden de drie leden over evenzoveel continenten terug. Gitaar- en baswerk krijgen we voornamelijk geserveerd door onze landgenoot Déhà (Imber Luminis, Slow, Aurora Borealis, Yhdarl,…), die ons hier één van zijn beste werken tot nu toe voorschotelt. De scherpe, furieuze drums worden dan weer aangeleverd door de Amerikaan Jacob Buczarski, het meesterbrein achter Mare Cognitum en over wie we later meer te vertellen hebben. Om het trio compleet te maken schreeuwt Dany Tee het boeltje zeer overtuigend bij elkaar, waarbij hij striemende, uitgerekte screams met gorgelende maar heldere grunts combineert. Voor zij die hem niet kennen, de Argentijn maakte eerder lid uit van Seelenmord en heeft zangprestaties op zijn naam staan bij onder andere Downfall of Nur en het dit jaar ter ziele gegane (en eveneens Belgische) Ter Ziele. “Acathexis” is een dwarsdoorsnede van de stijlen van de drie muzikanten: waar de vocalist en Déhà voornamelijk repetitieve, slepende muziek uitbrachten wordt die verder uitgediept en slagen ze erin meer dynamiek te creëren dan hun eerdere projecten uitstraalden, dit alles ondersteund door Buczarski’s strakke drumsalvo’s en zijn dito gevoel voor dramatiek, daar een vergelijking met Mare Cognitum niet zelden steek houdt. Acathexis werkt volgens een eb- en vloedstructuur maar blijft bijzonder interessant, waarbij de stevige maar ijzige gitaarsound de plaats in de spotlight terecht opeist. De groep schept geen grote spanningsbogen maar stevent onbevreesd af op beklijvende crescendo’s zoals we te horen krijgen op “Veins hollowed”, de track die meteen de eer van beste nummer op het album wegkaapt. Hoewel Acathexis binnen de psychoanalyse een staat beschrijft waarin normaal verwachte emoties afwezig blijven en de helder gemixte sound bijzonder koud klinkt, weet het album toch een gevoelige snaar te raken. Je wordt als luisteraar meegesleept en het album blijft even aan je lijf plakken.  Fallen Empire mag dan op sterven na dood zijn, het label weet net voor de eindmeet van het jaar enkele zeer interessante releases uit te spuwen. Acathexis’ debuut met dezelfde naam blijkt een terechte toevoeging aan het lijstje te zijn!

CAS: 87/100

Acathexis – Acathexis (Fallen Empire Records 2018)
1. Immurement
2. Life only Festers
3. Veins hollowed
4. Stillborn // Isolate

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht

Als afsluiter van een wederom erg sterk black metal-jaar bij onze noorderburen, krijgen we naast een nieuwe Lubbert Das ook nog een split tussen Witte Wieven en Reiziger voorgeschoteld waarbij beide bands één lange atmosferische black metal-song laten horen. Witte Wieven uit Tilburg bijt de spits af en pikt de draad op waar haar eerste EP “Silhouettes of an imprisoned mind” twee jaar geleden stopte. Het duo bestaande uit zangeres/gitariste/bassiste Carmen Raats en drummer Sarban Grimminck creëert een wazige en ijle atmosfeer des te meer door Carmen’s frêle zang die naar bands als Amesoeurs en Les Discrets neigt, maar we horen in “Met beide benen in het niets” ook wel wat Agalloch terug in de melancholische gitaarleads rond de 5:30 grens. De dissonante elementen die we op de EP nog hoorden, zijn echter verdwenen in het niets en hebben plaatsgemaakt voor een dromerig geluid. De serene openingsklanken en de opbouw van diens melodie doen heel hard denken aan “Earth as a womb” van het geniale Altar Of Plagues. Wanneer na drie minuten de black metal-klanken uit de startblokken schieten, zoekt Carmen het contrast op tussen haar engelenzang en hoge screams en de gitaren rangeren tussen cleane klanken en lage, modern klinkende riffs. “Met beide benen in het niets” is een dynamisch nummer dat enkele mooie opbouwen kent en haar mysteries gaandeweg prijsgeeft. Benieuwd naar de opkomende Roadburn-performance! Daarna is het de beurt aan Reiziger, de soloband van Laster’s N en niet te verwarren met de Belgische postcore-band uit Hechtel. “Dauw en daad” duurt negen minuten en hield me met haar hypnotiserende klanken, lo-fi riffs, repetitief drumspel, ijzige synths en ijle screams vanaf de eerste luisterbeurt in een grip die me niet meer los liet. Hoewel Reiziger minder buiten de lijntjes kleurt dan Laster, hoor je in de overall sound toch wel enkele gelijkenissen. Reiziger onderscheidt zich echter door een triomfantelijk gevoel dat inherent aanwezig is door een keyboardlaag die de sound van hoorngeschal en blazers evenaart. Een intrigerend epos en één van de beste nummers van het afgelopen jaar dat zo hard om meer roept. Ook de split-tape “Hertovenarij” van Reiziger en Alruin uit 2016 is de moeite waard. Mensen die van hun exemplaar af willen (aan een redelijke prijs natuurlijk), mogen me altijd contacteren! Dikke duim voor Babylon Doom Cult Records om ons met deze interessante split te verblijden.

JOKKE: 87/100 (Witte Wieven: 84/100 – Reiziger: 90/100)

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht (Babylon Doom Cult Records 2018)
1. Witte Wieven – Met beide benen in het niets
2. Reiziger – Dauw en daad

Solar Temple – Fertile descent

Met haar demo “Rays of brilliance” wist het Nederlandse Solar Temple het tot mijn eindejaarslijstje van 2017 te schoppen. De verwachtingen voor nieuw werk waren dus hooggespannen en worden amper een jaar later al ingelost middels de release van een volwaardig debuut. “Fertile descent” kent slechts twee tracks, maar die klokken gezamenlijk wel op vijfendertig minuten speeltijd af. De wervelende black van de demo is nog steeds aanwezig en aan het unieke riffwerk van “Those who dwell in the spiral dark” hoor je meteen dat O (Turia, Galg, Iskandr, Lubbert Das) de gitaar hier hanteert, bijgestaan door M op drums. O’s bezwerende en plechtstatige (meestal heldere) vocalen galmen doorheen de furieuze riffs als een lokstem die je doorheen de donkere, oude bossen van de Veluwe meevoert naar lang vervlogen tijden. Hoewel het doorsnee gevoel van black metal eerder koud en kil is, wasemt de muziek van Solar Temple toch ook een warme, uitnodigende echo uit. De band raast niet alleen als een wervelwind doorheen haar riffs, maar bouwt ook meer ingetogen, repetitieve en psychedelische partijen in waarbij orgelklanken bijdragen aan het begeesterend gevoel. Het gitaarwerk van “White jaw” knipoogt bij aanvang naar de melancholie en triomfantelijke insteek van de Oekraïense grootmeesters Drudkh, maar al gauw ontbloot het duo haar tanden met haar eigen intrigerende sound waarin allerlei bevreemdende kreten zich doorheen de psychedelische en denderende maalstroom aan riffs boren en subtiele verwrongen dissonantie zich Swans-gewijs manifesteert. Solar Temple laat haar muziek bovendien voldoende ademen en bouwt lange instrumentale passages in die eigenwijs verschillende richtingen uit meanderen en de luisteraar zo meenemen op een dromerige trip. Solar Temple slaat met haar debuut de nagel op de kop. Straffen toebak!

JOKKE: 91/100

Solar Temple – Fertile descent (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Those who dwell in the spiral dark
2. White jaw

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt