mephorash

Ondskapt – Grimoire ordo devus

We hebben maar liefst een decennium lang moeten wachten op “Grimoire ordo devus“, de vierde langspeler van het Zweedse Ondskapt. De vele line-upwissels zijn hier ongetwijfeld debet aan want enkel zanger Acerbus blijft nog over van de kwaadaardige bezetting die Ondskapt 20 jaar geleden uit de grond stampte. De nieuwelingen zijn gitarist J.Megiddo, die recent ook als nieuwe bassist bij Marduk toetrad en een staat van dienst opbouwde bij o.a. Degial en In Aternum, bassist Gefandi Ör Andlät (o.a. ex-Mephorash) en drummer Daemonum Subeunt die ondermeer bij Sterbhaus voor de percussionele hartslag zorgt. Nu, het lange wachten wordt wel beloond met een plaat die op een klein uur aftikt. Genereus nietwaar? De hamvraag is natuurlijk of het aantrekken van nieuwe snarenplukkers een grote invloed heeft gehad op de sound van Ondskapt anno 2020? De sinistere begrafenisatmosfeer die over de EP en drie volwaardige voorgangers gedrapeerd hing, is nog steeds aanwezig, zij het in mindere mate doordat het tempo bij momenten gevoelig hoger ligt. Er werd tevens ook een zekere complexiteit en techniciteit in het gitaarwerk geïnjecteerd. “Semita sinistram“, de échte opener van deze plaat, laat eigenlijk al meteen een samenvatting horen van al waar Ondskapt voor staat, namelijk dynamisch gearrangeerd orthodox zwartmetaal waarbij met het grootste gemak tussen verschillende tempo’s geswitched wordt, voor de gelegenheid voorzien van een snuifje bombast. In “Ascension” horen we een adembenemende solo terwijl we in het meer dan acht minuten durende “Animam malum daemonium” dan weer Satyricon “Rebel extravaganza“-era dis-harmonieën waarnemen. “Paragon Belial” wordt middels sfeervol akoestisch gitaarwerk op gang getrapt om daarna een pandoering rond de oren te geven. Ook in het afsluitende “Excision” is naast beklijvend tremolo gitaarwerk een grote rol voor akoestische klanken weggelegd. In een song als “Devotum in legione” zorgen abrupte overgangen tussen meer slepende en venijnig snelle tremoloriffs, die bovendien vakkundig en gezwind aan mekaar getimmerd worden, voor een spannende dynamiek. Ook Acerbus laat een uur lang horen het kunstje van gevarieerd te screamen nog niet verleerd te zijn. Op de juiste momenten gooit de Zweed ook heldere, theatrale zang in de strijd wat het orthodoxe karakter nog extra in de zwarte verf zet, maar het “DMDSworship niveau van debuut “Draco sit mihi dux” wordt niet meer herhaald. Parallellen met landgenoten Valkyrja of Watain zullen niet verbazen en in het melodische gitaarwerk van “Opposites” waart de geest van Jon Nödtveidt ontegensprekelijk rond. Het Zweedse plaatje zou in dit geval natuurlijk niet compleet zijn zonder enkele Dissection invloeden. Nog even meegeven dat we in de intro en het enorm pakkende met akoestische gitaren doorspekte “Possession” een sample horen van de film “The witch” uit 2015. Liefhebbers van de grafstemming die het oude werk typeerde zullen misschien een tikkeltje teleurgesteld zijn in “Grimoire ordo devus“. Ook voor mij lijkt deze vierde full-length niet te kunnen tippen aan de eerste twee langspelers maar desondanks de meer technische aanpak, is dit nog steeds een bovengemiddeld sterke release die bovendien een uur lang de aandacht weet vast te houden.

JOKKE: 85/100

Ondskapt – Grimoire ordo devus (Osmose Productions 2020)
1. Prelude
2. Semita sinistram
3. Ascension
4. Devotum in legione
5. Animam malum daemonium
6. Opposites
7. Paragon Belial
8. Possession
9. Old and hideous
10. Excision

Sinistral King – Serpent uncoiling

Op het moment dat ik deze review schrijf is er slechts weinig bekend over het trio Sinistral King. Veel meer dan dat ze zijn opgericht in 2008 door leden van Vredehammer (Noorwegen), Unlight (Duitsland) en Triumph Of Death (Zwitserland) is er niet te vinden op het wereldwijde web. Al heb ik zelf een vermoeden dat het respectievelijk gaat over Per Valla, Blaspherion en Alessandro Comerio. Hoe dan ook is het iets waar ik niet mee inzit, want in de eerste minuten wordt het al meteen klaar en duidelijk dat het voor deze artiesten om de muziek gaat…en die is behoorlijk indrukwekkend. Debuutschijf “Serpent uncoiling” barst namelijk van de sfeervolle, moderne black metal. Gedurende een 41-tal minuten wordt je meegenomen door vijf nummers die stuk voor stuk uitblinken in hun afwisselende opbouw en kwalitatieve uitvoering. Door de toevoeging van koren, piano, synths, virtuoze gitaarsolo’s, meerdere vocalen en andere metal stijlen zorgt Sinistral King ervoor dat je geen moment de tijd krijgt om je te vervelen. Deze “Serpent uncoiling” doet niet mee aan het “less is more” concept, de donkere horror atmosfeer wordt gebracht op een relatief bombastische wijze, wat soms doet denken aan een band als Behemoth, met vlagen van Mephorash en understated Dimmu Borgir. De nummers volgen min of meer hetzelfde stramien van langzame partijen die overgaan in blastbeats om dan terug af te remmen, maar behouden wel een duidelijke identiteit. De productie is voldoende zwaar en compact, maar laat ruimte voor alle instrumenten. De riffs gaan van venijnig tot zwaar, met hier een daar een erg sterke solo en de drums zijn strak uitgevoerd, maar niet te getriggerd. De screams en mid-range grunts passen prima bij de uitgekozen passages. Synths en koren zijn duidelijk aanwezig, maar overschaduwen op geen enkel moment de gitaren. Kortom hier val niks op aan de merken. Mijn persoonlijke voorkeuren gaan uit naar de eerste track “Serpent uncoiling” en naar het derde nummer “Isheth Zenunim“, de titel zijnde een verwijzing naar de Qliphoth princes die de zielen van de verdoemden verorbert. Voor mij wordt dit debuut van SInistral King één van de beste releases van het jaar.

Xavier: 94/100

Sinistral King – Serpent uncoiling (Vendetta Records 2020)
1. Serpent uncoiling
2. Nahemoth
3. Isheth Zenunim
4. Fields of necromance
5. Where nothingness precedes cosmos