misthyrming

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma

Bij IJsland en metal roepen we meteen allemaal black metal natuurlijk. De scene van het hermetisch afgelegen eiland explodeerde nadat Svartidauði in 2012 diens “Flesh cathedral” uitbracht en het thuisland en zowat de rest van onze aardkloot in lichterlaaie zette. Op gebied van death metal bleef het echter oorverdovend stil. Tot nu, want de heren Sturla Viðar (Svartidauði) en Dauðadagur (Misþyrming en Naðra) sloegen de handen in mekaar en presenteren ons in de vorm van Drottinn (afgeleid van het oud-Noorse woord voor “heer, leider”) een nieuw vehikel dat zich richt op het kanaliseren van ouderwetse metal of death. Het duo wordt op drums bijgestaan door Svartidauði vellenmepper Magnús Skúlason en live ook door tweede gitarist Gústaf Evensen (Misþyrming, Naðra); het blijft één grote incestueuze boel natuurlijk. Het eerste teken van leven is de “Í helgum dýrðar ljoma” demotape die in een paar verschillende kleurtjes uitgebracht werd via Terratur Possessions. Ik scoorde een bloedrode. “Af Blóðinu helgast blaðið” schiet furieus uit de startblokken met een heerlijke groove maar laat ook ruimte voor een melodieuze leadpartij. Dauðadagur gooit zelfs toetsen in de strijd, maar Magnús knuppelt er tussendoor ook als een bezetene op los. Het resulteert in een dynamische opener die onder de noemer atmosferische old school death metal gecatalogiseerd kan worden. “Fòrnin og lambið” start vrij chaotisch met een scheurende lead en slaat dan over naar opzwepende en groovende ritmes inclusief meebrulrefreinen, althans als je dat onuitspreekbare IJslandse taaltje onder de knie hebt. Ik moet regelmatig wat aan een Behemoth denken, maar dan zonder de gepolijste productie. “Mahurinnodýrið” lijkt het aanvankelijk wat rustiger te houden, maar dat is louter om ons op het verkeerde been te zetten want al snel beginnen de basdrums te ratelen en de riffs doorheen de lucht te klieven. Toch laten de heren daarna het tempo nog eens zakken waarbij toetsen de death/doom een verheven karakter geven. Onze IJslandse vrienden laten horen ook het spelen van een heerlijke pot death metal absoluut in de vingers te hebben. Benieuwd of Drottinn ook door andere bands navolging zal krijgen. Absolute knaller van een demo!

JOKKE: 86/100

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma (Terratur Possessions 2020)
1. Af Blóðinu helgast blaðið
2. Fòrnin og lambið
3. Mahurinnodýrið

Nawaharjan – Lokabrenna

Het Duitse Nawaharjan is zo’n band die duidelijk niet over koetjes en kalfjes zingt, maar wilt dat diens muziek stevig verankerd is met een overkoepelend thema. In het geval van “Lokabrenna“, het volwaardige debuut dat negen jaar na de EP “Into the void” verschijnt, betreft het een conceptueel werkstuk gebaseerd op het uit de Germaanse mythologie stammende “Thursian Brandawegiz”-systeem, een soort mix van heidendom en satanisme waarbij destructieve/negatieve krachten (‘Thursar’) worden vereerd in plaats van goden (‘Æsir – Ásatrú’). Elk van de negen nummers is een hymne die opgedragen wordt aan Loki en de albumtitel die vertaald kan worden als “Loki brandt” is de Scandinavische naam voor de ster Sirius die volgens de Brandawegiz-traditie wordt geassocieerd met de bevrijdende krachten van Loki en de vernietiging van de kosmos tijdens Ragnarök. Wie meer over dit onderwerp wilt weten, kan enkele boeken van de Zweed Johan S. Lahger, beter bekend als Shamaatae van Arckanum, opsnorren. Niet toevallig is deze Zweedse pioniersband de eerste referentie, zowel qua muziek als zang, die in mijn gedachten opkomt wanneer het korte “Warassuz” meteen met volle kracht uit de boxen knalt. Naarmate de plaat vordert hoor ik ook steeds meer en meer invloeden van een Misþyrming doorschemeren, vooral door de opzwepende zang en tempo’s. Met nummers van gemiddeld zo’n 6 à 7 minuten speelduur verwachte ik de nodige dynamiek, maar op dat vlak kom ik bedrogen uit want Nawaharjan laat hier bijna één uur lang hetzelfde kunstje horen waardoor de verveling al gauw toeslaat. Zo heb ik bv. enkel door de seconde stilte tussen “Thwerhanassuz” en “Umbibrautiniz” door dat er een ander nummer ingezet werd. De drummer kiest in de snelle passages bijna steevast voor een up-tempo single kick drumbeat die we na een nummer of drie wel gehoord hebben. Het militaristisch klinkende snaredrumpatroon dat in “Thwerhanassuz” opduikt, klinkt hierdoor als een verademing. Naar adem happen is iets waar de vier gesluierde muzikanten weinig oog voor hebben, want zowel de vocalen als de gitaren en drum vechten voortdurend voor een plaats vooraan in de mix waardoor finesse en details verloren gaan. En ondanks het soms epische karakter van de lange nummers is er zoals gezegd heel weinig dynamiek. Af en toe schakelt het viertal wel eens een versnelling lager, maar aan het einde van de rit blijft daar niet veel van hangen want ik heb het gevoel naar een constant voortrazende plaat geluisterd te hebben. Slecht is het allemaal niet en er passeren naast de best ferme hekkensluiter “Hradjungo” wel enkele knappe Zweeds aandoende riffs, maar zelfs na meerdere luisterbeurten wil de mayonaise bij mij niet echt pakken.

JOKKE: 73/100

Nawaharjan – Lokabrenna (Amor Fati Productions 2020)
1. Warassuz (Awareness)
2. Maino (Intention)
3. Skuwwe (Reflection)
4. Ūtfurskō Exploration)
5. Sunjo (Realization)
6. Thwerhanassuz (Opposition)
7. Umbibrautiniz (Transformation)
8. Thrawo (Suffering)
9. Hradjungo (Liberation)

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Skáphe & Wormlust – Kosmískur hryllingur

Het is al lang geen geheim meer dat er een duidelijke connectie bestaat tussen de crème de la crème van zowel de IJslandse als Noord-Amerikaanse scenes, en we steken evenmin onder stoelen of banken dat we er grote fan van zijn. Na het ter ziele gaan van Fallen Empire Records werd de vaandel doorgegeven aan het Mystískaos van Alex Poole (Chaos Moon, Entheogen, Gardsghastr) en H.V. Lyngdal (Wormlust), twee artiesten die samen nog wel enkele projecten hebben. Deze keer gaat het niet om een nieuw project, maar draait het rond een collaboratie tussen de zwartgallige entiteiten Wormlust en Skáphe – zodus is ook Dagur Gíslason van Misþyrming van de partij. Deze collaboratie (géén split!) werd “Kosmískur hryllingur” genoemd, een naam die ik nooit zal proberen uitspreken. In zesendertig luttele minuten, gesplitst in twee nummers, wordt gepoogd aan de luisteraar een aanval van zuivere claustrofobie te ontlokken, een race tegen de tikkende klok die het album aftrapt en afsluit. Als je dacht dat er op het kleurrijke artwork (waaraan oudgediende Metastazis meewerkte) al veel te beleven viel: guess again. De titel vertaalt zich vanuit het IJslands naar ‘kosmische horror’, en zelden dekte een naam zo goed de lading. Doorheen de structuurloze nummers wordt een bijzonder naargeestig en bedrukkend gevoel neergepoot, zoals we al hadden zien aankomen afgaande op de namen van de betrokken bands. Gaande van slepende, oncomfortabele passages waar melodieuze doch dissonante leads over een sinistere laag gitaarwerk worden gedrapeerd tot climaxen waarin het gaspedaal vol wordt ingedrukt, Skáphe/Wormlust laten geen spaander heel van je mentale belevingswereld en sleurt je mee in de krochten van het desolaat landschap dat hun sonische terreuraanval creëert. Ik meen vocale verdiensten van alle drie de heren te ontwaren waarbij Poole en Lyngdal voornamelijk in het eerste nummer voorkomen terwijl Gíslason op de tweede track de plek in de spotlights opeist, iets wat de diversiteit op een toch al divers werk enkel ten goede komt. Daar waar “Þeógónía” bij momenten pure chaos uitstraalt moet “Vaxvængir vonar” het vooral hebben van een langer uitgesponnen, mid-tempo aanpak. Niet getreurd, want ook hier wordt het tempo naar het einde toe ferm de hoogte in gejaagd. Zoals we van deze heren gewend zijn is ook de productie weer op en top, met dank aan BST Studios. Voor zij die houden van een bevreemdende, haast duistere psychedelische trip ondersteund door sporadisch ingezette keyboards in hun black metal is dit “Kosmískur hryllingur” absoluut verplichte kost! Ik haalde het al aan, maar deze release valt in twee woorden samen te vatten: pure claustrofobie.

CAS: 85/100

Skáphe & Wormlust: Kosmískur hryllingur (Mystískaos 2019)
1. Þeógónía
2. Vaxvængir vonar

Andavald – Undir skyggðarhaldi

Na het uiteenvallen van Draugsól, dat met “Volaða land” geen onaardig debuut had uitgebracht, richtten gitarist Maximilian Klimko en drummer Kjartan Harðarson Kaleikr op waarvan diens eersteling ons eerder dit jaar van onze sokken blies. Draugsól zanger Axel Franz Jóhannsson, ook actief bij Mannveira, laat nu van zich horen middels Andavald, een zeskoppige band – zelf spreken ze eerder van een collectief – die al sinds 2011 actief is, maar nu pas met een eerste release naar buiten komt. Zodra de extreme metal na een onheilspellende introductie op ons afgevuurd wordt, kan Andavald haar IJslandse afkomst niet onder stoelen of banken steken, hoewel er op “Undir skyggðarhaldi” toch ook weer een eigen draai gegeven wordt aan de stijlelementen die we van een Svartidauði kennen. Op de intro en outro na, krijgen we drie lange songs te verwerken waarbij een slepend – enkel in de titeltrack wordt het gaspedaal even ingeduwd – repetitief en hypnotiserend geluid neergezet wordt waarbij de bezeten en zwartgalligheid uitbrakende vocalen het geheel compleet maken. Naast Axel Franz Jóhannsson horen we ook Sveinn Alxander Sveinsson zich de longen uit zijn lijf schreeuwen; de dampende adem van beide heren komt bijna voelbaar uit de boxen gestuwd. Dissonantie en melodie gaan een geslaagd huwelijk met mekaar aan waarbij de slepende trance en charismatische zang de sterktes van Andavald zijn. Gastbijdrages zijn van de handen van Kristófer Páll Viðarsson (Vansköpun) en Þórir Óskar Björnsson (Dulvitund, Naught) die o.a. het titelnummer en de inleiding en afsluiting van de plaat van ondersteunende keyboards voorzien. Misþyrming’s D.G. zat achter de knoppen en leverde goed werk af want dit debuut klinkt helder maar rauw genoeg, of net andersom. “Undir skyggðarhaldi” is drie jaar in de maak geweest waarbij alle leden van dit collectief door een financiële, sociale en psychologische hel gingen, maar al het bloed, zweet en tranen heeft zijn vruchten afgeworpen want dit is weeral verdomd lekker IJslands spul. Een een uitmuntende start voor Mystískaos 2.0!

JOKKE: 87/100

Andavald – Undir skyggðarhaldi (Mystískaos 2019)
1. Forspil
2. Afvegaleiðsla
3. Hugklofnun
4. Undir skyggðarhaldi
5. Eftirspil

Misþyrming – Algleymi

In 2015 stond de volledige black metalwereld even volledig op z’n kop toen Misþyrming hun langverwachte “Söngvar elds og óreiðu” vanuit het verre IJsland op de wereld losliet, een monumentaal album waarover niets dan goede reviews verscheen, en waarover ik niemand ooit iets negatief hoorde zeggen. En terecht, want de krachttoer die de jonge snaken (toen 22 begot!) uithaalden blijft zo goed als ongeëvenaard en “Söngvar elds og óreiðu” gaat met recht en reden de annalen in als instant klassieker. Nu zit er een gat van vier jaar tussen dit debuut en de opvolger, “Algleymi”, waarin extensief werd getourd maar geen nieuw materiaal werd uitgebracht, op één song op een split met Sinmara na. “What the fuck, waarom komt dit album nu pas uit gezien ze het al integraal speelden op Roadburn 2017?” hoor ik u denken. Het antwoord is vrij simpel en overkomt elke band wel eens: technische miserie in de studio. Zodus hebben de IJslanders het volledige album opnieuw opgenomen, waardoor we het dus nu pas voorgeschoteld krijgen (de concertgangers onder ons zullen wel al wat nummers hebben opgevangen). Het resultaat is dat we een veel helderder en toegankelijker sound te horen krijgen, en die toegankelijkheid horen we ook terug in de muziek zelf. Zo nemen we enkele riffs waar die zowaar naar het heavy metalgenre neigen zoals in “Ísland, steingelda krummaskuð”. Nooit had ik gedacht dit over een IJslandse band te zeggen, maar zelfs de naam Iron Maiden duikt op bij het horen van het gitaarspel dat doorheen het album minder chaotisch en verstikkend is dan op het debuut, maar melodieuzer klinkt. De blastbeat-aanvallen die het debuut kenmerkten zijn nog steeds aanwezig (“Allt sem eitt sinn blómstraði”), maar de scherpe kantjes zijn wat van de kenmerkende dissonantie afgevijld. Zanger D.G. klinkt echter nog steeds even pissed the fuck off en zijn vocalen, die een heldere plaats opeisen in de uitstekende mix lijken hét ingrediënt te zijn die de nummers hun intensiteit meegeven. Misþyrming laat zich hier van hun meer melodieuze, en ondertussen meer mature kant zien: “Algleymi” voelt minder spontaan en meer doordacht aan, door de bredere waaier van invloeden vanuit heavy metal en hier en daar zelfs een ‘pagan’ sfeertje. Wat vooral heel erg opvalt is dat de heren op dit album meer dan ooit gebruik maken van keyboards, wat het epische en melodieuze karakter dubbel en dik in de verf zet maar die toch niet al te storend zijn. In conclusie krijgen we een jonge band die hun sound verder uitdiept en een duidelijke evolutie laat doorschemeren, maar evengoed compromisloos kan rammen en beuken zoals vanouds. “Algleymi” is gevarieerder, breder van geluid en compositie maar ontegensprekelijk nog steeds op en top Misþyrming. Terecht dat Norma Evangelium Diaboli ze in huis heeft genomen!

CAS: 92/100

Misþyrming – Algleymi (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Orgia
2. Með Svipur á Lofti
3. Ísland, Steingelda Krummaskuð
4. Hælið
5. Og er Haustið Líður Undir Lok
6. Allt Sem Eitt Sinn Blómstraði
7. Alsæla
8. Algleymi

Sinmara – Hvísl stjarnanna

Één van de albums die mij finaal het zwartmetalen genre binnensleurden was ongetwijfeld Sinmara’s meesterlijke “Aphotic womb” uit 2014, met zijn dissonant gitaarwerk en vooral experimentele en enorm catchy drumpatronen. Sinmara slaagde er ook in om vanaf het debuut een eigen sound te ontwikkelen. Een EP en split met Misþyrming later komt de langverwachte opvolger, “Hvísl stjarnanna” die eindelijk het levenslicht ziet. Eindelijk, gezien de IJslanders er precies prat op gaan hun tijd te nemen voordat een opvolger van een geniaal debuut uitkomt – de bewijzen zijn ernaar, de voorbeelden zijn legio. Sinmara behoudt de formule die barst van dissonantie, inventief slagwerk en zang die met momenten haast verstaanbaar is, maar bewandelt compositorisch gezien verder het pad dat werd ingeslagen met de “Within the weaves of infinity” EP. Grootser, melodieuzer, langer uitgerokken. De catchiness van het debuut wordt overboord gegooid en Sinmara zet meer in op het creëren van atmosfeer. Goeie zet of niet? Zoals Varg zou zeggen: let’s find out. De songs zelf zitten boordevol variatie op vlak van tempo, en hier en daar weet Sinmara ons volledig onder te dompelen in meeslepende riffs, waarvan die op het eind van “Mephitic haze” een mooi voorbeeld is en waaraan riffmachine Þórir Garðarsson ongetwijfeld aan de basis ligt. Ondanks het consistent hoge niveau van de tracks, de heldere productie (nog iets waarop de IJslandse scene prat gaat) en de lagen gitaar die ingenieus over elkaar heen worden gedrapeerd besluipt echter het gevoel dat de nummers minder op zichzelf staan dan eerder het geval was, en – helaas – soms wat onderling inwisselbaar worden. Daar waar “Aphotic womb” een geheel eigen geluid en identiteit bezit strompelt het lelijke beest dat Sinmara heet beetje bij beetje richting een meer (maar kap hier gerust een vat zout over, het gaat tenslotte nog steeds om Deathspell Omegaiaanse black metal) toegankelijke sound, en ruimt het opzwepend demonische plaats voor meer uitgesponnen melodie. Ikzelf ben grote voorstander van een evolutie in sound, maar merk dat het debuut nog meer echt als een monument binnen de IJslandse scene geldt. “Hvísl stjarnanna” is bijgevolg nog steeds een coherent, meeslepend werk, maar blijft wat in de schaduw van zijn oudere broer staan.

CAS: 85/100

Sinmara – Hvísl stjarnanna (Ván Records 2019)
1. Apparitions
2. Mephitic haze
3. The arteries of withered earth
4. Crimson stars
5. Úr kaleik martraða
6. Hvísl stjarnanna