murg

Murg – Strävan

Liefhebbers van pure, ijskoude no-nonsense Scandinavische black hebben ongetwijfeld een release van het anonieme duo Murg in hun platenkast/CD-collectie/virtuele muziekbank staan. Met “Strävan” zijn de Zweden aan het eindpunt van hun trilogie gekomen waarvan de eerste twee delen – “Varg & björn” uit 2015 en “Gudatall” uit 2016 – erg gesmaakt werden. Ik heb een klein vermoeden dat ook deze nieuwe plaat me niet zal teleurstellen. Vargher en Urzul presenteren hun black middels trage riffs die een stoïcijnse duisternis en van tijd tot tijd ook een zekere grandeur uitdragen en waaronder de drums bepalen of het nummer van dienst aan een rotvaart (“Berget“, “Korpen“) vooruitgaat of zich eerder slepend (titelnummer en “Tre stenar“) voortbeweegt maar over het algemeen werd het tempo ten opzichte van de voorgangers wat teruggeschroefd. De nummers bevatten net zoals de beknopte songtitels geen overbodige franjes, maar houden het kort en bondig zonder te vervelen. Zelfs in repetitieve songs als het afsluitende “Stjärnan” blijf je bij de les. Je wordt als luisteraar bij Murg niet afgeleid door allerhande gimmicks waardoor de focus automatisch op de muziek komt te liggen. De hardvochtige, dierlijke en ruwe black wordt gevoed door de donkere bossen en eeuwenoude mijnen die in Bergslagen, hun thuisgebied verspreid liggen. De eerste paar luisterbeurten was ik op zich niet echt overdonderd meer, maar zoals steeds weten de gure melodieën van een nummer als “Renhet” zich luisterbeurt na luisterbeurt steeds dieper onder de huid te nestelen. Hoewel deze jaren ’90 melo-black natuurlijk al een triljoen keer eerder is gedaan, weet Murg met haar misantropische black toch steeds de juiste snaar te raken.

JOKKE: 85/100

Murg – Strävan (Nordvis Produktion 2019)
1. Ur myren
2. Strävan
3. Berget
4. Renhet
5. Korpen
6. Tre stenar
7. Altaret
8. Stjärnan

Isvind – Gud

Bij deze zweterige en broeierige temperaturen komt de nieuwe Isvind als geroepen. De ijzige wind die ze met “Gud” (Noors voor “God”) mijn woonkamer inblazen bezorgt de nodige afkoeling hoewel de band nergens verfrissend klinkt (op gebied van vernieuwing dan). Is dat dan nodig? Maar nee man! Tussen het debuut “Dark waters stir” uit 1996  en de tweede langspeler “Intet lever” heeft de band lange tijd in de koelkast gezeten, waarvan ook een jaar of vijf in de diepvriezer, maar sinds hun ontdooiing in 2011 slaagt het duo Arak Draconiiz en Goblin (die er by the way écht wel als een aardmannetje uitziet), die samen de kern van de band vormen, erin om elke twee jaar met vers materiaal op de proppen te komen en dat mag zo nog een tijdje door gaan wat mij betreft! Isvind is een van de weinige bands (net zoals bijvoorbeeld een Tsjuder) die na bijna 25 jaar (!) nog steeds de beginselen van pure Noorse black metal nastreeft, zonder al die jaren een duimbreed af te wijken van haar frostbitten sound. Akkoord, openingstrack “Flommen” trapt af met vrouwelijke vocalen en doet me bijna even het Spaans benauwd krijgen, omdat ik luttele seconden denk dat Isvind de melige tour is opgegaan. De old school riff die na twee minuten volgt ontkracht echter deze gedachte, hoewel de female vocals nogmaals opduiken in deze track. Vreemde keuze om met je meest “experimentele” song te openen. Opvolger “Ordet” zou zich dan ook veel beter van die taak kwijten. Nochtans wordt hier dan weer een klein experiment met cleane mannelijke zang aangegaan. Moet ik mijn stelling over “duimbreed afwijken” dan bijstellen? Misschien een ietsepietsie, maar eigenlijk is de rest van de plaat good ol’ True Norwegian Black Metal, die, net zoals de songtitels, gebald en straight to the point klinkt. Op “Dåren” en “Hyrden” duiken nog wel enkele seconden engelenzang op en “Spiret” bevat subtiel Glockenspiel, maar soit het blijven kleine folliekes. Samen met de recente plaat van Murg weet ik al welke twee albums de begeleidende soundtrack gaan vormen tijdens mijn komende Noorwegen trip. Eat that Gorgoroth!

JOKKE: 84/100

Isvind – Gud (Folter Records 2015)
1. Flommen
2. Ordet
3. Himmelen
4. Dåren
5. Tronen
6. Boken
7. Giften
8. Hyrden
9. Spiret