ovtrenoir

Throane – Une balle dans le pied

De Parijzenaar Vincent Petitjean, beter gekend als Dehn Sora, is een artiest die van vele markten thuis is. Muzikaal kan hij zijn ei kwijt met Sembler Deah, Ovtrenoir en Throane. Zijn grafische creaties sierden releases van ondermeer Amenra en Blut Aus Nord en hij had de eer een fenomenale videoclip te mogen maken voor het nummer “Ad arma! Ad arma!” van het onvolprezen Deathspell Omega. Met Throane is deze creatieve geest aan een nieuwe EP toe nadat eerder al twee langspelers verschenen (“Derrière nous, la lumière” uit 2016 en “Plus une main à mordre” uit 2017). Daar waar Sembler Deah gitzwarte elektronische soundscapes schetst en Ovtrenoir (trouwens geen soloproject van Dehn Sora) zich in de sludge/postmetal hoek bevindt, smeedt de Fransman met Throane een geluid uit elementen van blackmetal, donkere ambient, drone en industrial. En natuurlijk gaan muziek en visuele esthetiek daarbij hand in hand. Opnieuw prijkt een zwartwitte foto van een menselijke figuur uit de muzikant zijn dichte omgeving op de cover. Deze keer is het Dehn Sora’s zus die we zien die als verpleegster tewerkgesteld is en daarbij aan heel wat leed wordt blootgesteld en voor de fotogelegenheid het eelt van haar voeten aan het trekken is. De titel van de EP verwijst naar het gezegde ‘zichzelf in de voet schieten’ waarbij je jezelf benadeelt. De EP beslaat één nummer van zo’n dertien minuten, of eerder gezegd twee nummers die één geheel vormen aldus Dehn Sora. Het muzikale spektakel dat zich dertien minuten lang voltrekt bestaat uit hoekige drumritmes die door Throane’s live drummer Julien T. ingespeeld werden. Ten gepaste tijde vallen de industrieel klinkende percussie en militante doomriffs en dissonanten stil waarna gitzwarte ambient en noise de overhand nemen om daarna terug naar de diepste krochten van Dehn’s psyche af te dalen. Het zorgt voor de nodige dynamiek maar komt me ook wat onsamenhangend over. “Une balle dans le pied” klinkt daarentegen wel uitermate verstikkend en er is absoluut geen plaats voor daglicht, zelfs geen subtiel straaltje zonlicht is in staat hier ook maar enige sprankel hoop te laten uitschijnen.

JOKKE: 75/100

Throane – Une balle dans le pied (Debemur Morti Productions 2020)
1. Une balle dans le pied

Dysylumn – Cosmogonie

Het Franse Dysylumn is misschien voor velen nog een goed bewaard geheim, maar de nieuwe ambitieuze derde langspeler “Cosmogonie” zal daar ongetwijfeld verandering in brengen, wand de post-black die het duo Sébastien Besson (zang en snaren en verder actief bij Abyssal Vacuum en Ominous Shrine) en Camille Olivier Faure-Brac (drums en allesdoener bij Y | I | Y) hier anderhalfuur (!) laat horen, kan zeker een breder publiek aanspreken. De muzikale voorbereiding voor dit in drie delen (“Apparition“, “Dispersion” en “Extinction“) opgesplitste verhaal nam twee jaar in beslag en vormt een mooie kers op de taart die ter ere van hun tienjarig bestaan wordt opgediend. De thema’s die Dysylumn op de drie schijfjes (CD of vinyl; aan u de keuze) onderzoekt zijn de creatie van het alles vanuit het onmetelijk niets (blijft een hip thema), de vorming van de oorspronkelijke chaos die beetje bij beetje de concretisering van de elementen vormt en dezelfde elementen die zich verspreiden in een oneindige ruimte totdat ze uitsterven. Ervaring en verkennend werk werden reeds opgedaan op de voorgangers “Conceptarium” (2105) en “Occultation” (2018). “Cosmogonie” laat geen verrassingen horen, maar een verdere fine-tuning van het recept van de heren: spectaculair tremelo riffwerk, dynamische drumpartijen die de gitaarstructuren nauwlettend volgen, tussen rauwe, diepe, heldere en schorre stemgeluiden alternerende zang en breed uitwaaierende gitaarleads die de post-black stempel rechtvaardigen. Hoogtepunten zijn wat mij betreft “Apparition III” dat ons, na zijn wat makke voorganger, wel plots terug bij de les houdt met diens erg aanstekelijke, haast positieve vibes uitstralende melodieën en sterke spanningsopbouw en ook “Dispersion II” weet elke luisterbeurt opnieuw te beklijven met diens door merg en been piercende gitaarleads. Het doomy slepende “Extinction II” zalft onze ziel dan weer na het wat agressievere “Extinction I“. Om ons 81 minuten lang aan de boxen gekluisterd te houden wordt er echter wel wat te weinig afwisseling geboden. Op zich zit elk nummer goed in mekaar, want er is duidelijk over flow, dynamiek en songstructuur nagedacht, maar op dergelijke massieve langspeler had ik verwacht dat Dysylumn toch net wat meer out of the box zou denken. Maar dat is dan ook meteen de enige kanttekening die ik bij “Cosmogonie” maak. Voer voor fans van het bejubelde/verguisde (schrappen wat niet past) Gaerea, Dirge, Ovtrenoir, Neurosis en aanverwanten.

JOKKE: 82/100

Dysylumn – Cosmogonie (Signal Rex 2020)
1. Intro
2. Apparition I
3. Apparition II
4. Apparition III
5. Dispersion I
6. Dispersion II
7. Dispersion III
8. Interlude
9. Extinction I
10. Extinction II
11. Extinction III
12. Outro

Schammasch – Hearts of no light

Schammasch is een band die niet van half werk beschuldigd kan worden. Het plaatwerk van deze modieuze Zwitsers is steevast tot in de puntjes verzorgd qua artwork en fotografie en ook op muzikaal vlak wordt nooit over één nacht ijs gegaan, wat in het verleden o.a. resulteerde in een dubbelaar (“Contradiction” uit 2014) en een driedelige plaat (“Triangle” uit 2016). In 2017 volgde de EP “The Maldoror chants: Hermaphrodite” en nu is het opnieuw tijd voor een kolossale brok muziek, want het kakelverse “Hearts of no light” klokt toch ook weer op een mooie 67 minuten af. Het uit pianoklanken opgetrokken “Winds that pierce the silence” fungeert als introductie maar gaat wat aan haar doel voorbij aangezien het daaropvolgende acht minuten durende epos “Ego sum omega” best een lange instrumentale aanloop kent en beter de plaat had geopend daar de spanningsboog meteen opgespannen wordt. Deze compositie kent een mooie opbouw die uitbarst in melodieuze black die echter nergens gevaarlijk of duivels klinkt. De finale is wel lekker groots en bombastisch met haar toeters en bellen. “A bridge ablaze” is dan weer eerder een occult sfeerscheppend intermezzo vol mysterieuze elektronica. Gelukkig ontbloot het kwintet in “Qadmon‘s heir” haar tanden wat meer: de muziek is steviger (zo worden er enkele blastspurtjes getrokken), er passeren knappe wendingen en de vocalen flirten met helder gezongen theatraliteit. “Rays like razors” trekt die lijn door nu de band goed op dreef is: knappe herhalende melodieuze leads en cinematografische instrumentale epiek gaan hand in hand met ruwere riffs. In de personen van Aldrahn (de legendarische ex-Dødheimsgard frontman), klankkunstenaar DehnSora (o.a. Throane, Treha Sektori en Ovtrenoir) en de klassiek geschoolde pianiste Lillian Liu, werd er – zeker in het geval van die laatste – schoon volk opgetrommeld om de plaat van extra kleur te voorzien. Aldrahn’s excentrieke zangstijl op “I burn within you” is uit de duizenden te herkennen en maakt van dit nummer meteen het meest avontuurlijke op “Hearts of no light“. Alhoewel, “A paradigm of beauty” trapt met Amenra-achtige akkoorden af om vervolgens met gothrock-achtige cleane gitaren te dollen en is absoluut de vreemde eend in de bijt, zeker wanneer de heldere zang een wel heel toegankelijk poppy randje toevoegt. Deze moderne aanpak heeft wel wat weg van een band als Alchemist. “Katabasis” is met haar rituele percussie en occulte atmosfeer dan weer een veiligere keuze voor deze Zwitserse formatie waarin nog eens lekker ouderwets van jetje wordt gegeven. “Innermost, lowermost abyss” breidt een einde aan de plaat maar dan wel één dat ongeveer een kwartier duurt en waarbij DehnSora het elektronisch raamwerk aanleverde voor een compositie vol (iets te lang) uitgesponnen (akoestisch) gitaar- en pianowerk en rituele ambient. Deze vierde langspeler is opnieuw een knap epos geworden waar duidelijk veel werk in geslopen is, maar zoals met al het vorig materiaal van Schammasch komt het me dikwijls te berekend en doordacht voor. Ik mis nog steeds wel wat spontaneïteit, rock ’n roll en het gevaarlijke karakter dat intrinsiek met black metal verbonden zou moeten zijn. Anderzijds heeft de band geen schrik om met een afwijkend nummer als “A paradigm of beauty” uit te pakken en zo buiten de lijntje te kleuren. Liefhebbers van ‘universiteitsblack’ kunnen echter blind toehappen.

JOKKE: 81/100

Schammasch – Hearts of no light (Prosthetic Records 2019)
1. Winds that pierce the silence
2. Ego sum omega
3. A bridge ablaze
4. Qadmon‘s heir
5. Rays like razors
6. I burn within you
7. A paradigm of beauty
8. Katabasis
9. Innermost, lowermost abyss