pagan black metal

Fyrnask – Fórn

Het Duitse Fyrnask wist mij in het verleden reeds te overtuigen met haar platen “Bluostar” (2011) en “Eldirr Nótt” (2013) en ook het kwaliteitslabel Ván Records ging blijkbaar overstag want Fyrnd (de man achter deze éénmansband) ondertekende een contract met hen voor het nagelnieuwe “Fórn”. Wie dit goed bewaarde Duitse geheim nog niet kende en integere pagan black metal bands wel kan smaken, moet deze band zeker eens een luisterbeurt gunnen. In een tijdspanne van vijfenvijftig minuten doet Fyrnd ons, middels vijf volwaardige atmosferische natuurrituelen, de dagelijkse aardse beslommeringen even vergeten. Woeste en vrij snelle black metal, waarbij het metalen raamwerk van de songs doorweven is met allerhande natuurelementen, is het medium waarmee Fyrnask ons naar een mysterieuze wereld tracht te katapulteren. De vijf andere tracks zijn instrumentaal, vervullen de rol van intro en spanningsopbouwende intermezzo’s en voelen als de natuurlijke biotoop aan waarin Fyrnd het liefst vertoeft. Wanneer het (elektronische) gaspedaal diep wordt ingedrukt en de keyboardklanken aanzwellen, neigt het geheel naar Darkspace. Als de snerpende Noorse black metal wervelwindriffs gaan liggen en donkere heidense ambient rituelen het schouwspel overnemen, moeten we meermaals aan Wardruna denken, check “Fornsǫngvar” er maar eens op na. Dit geldt als garantie op het uitblijven van dronkemans huppeldepuppel pagan metal – godzijdank! Op vocaal gebied wordt een breed spectrum aan keelklanken aangewend om de – ik vermoed oud-IJslandse teksten – te manifesteren; hese black metal screams, fluweel gefluister en epische cleane zang(koren) passeren de revue. Vanaf we met “Agnis offer” op kant B zijn aanbeland, gaan de cleane vocalen de hoogte in om een soort bezwerende theatraliteit op zijn Urfaust’s aan te nemen. Ook op bonustrack “Vitran” – die op mijn tot-in-de-puntjes-verzorgde vinyluitgave op een extra 7 inch gegraveerd staat – bedient Fyrnd zich van deze bijzondere zangstijl. Ik smaak het wel. Als je ook iets van kritiek verwacht op deze plaat is het de drumsound, waarbij vooral tijdens de digitale cymbaalaanslagen opvalt dat de drums uit een doosje komen. Organische akoestische drums zouden deze atmosferische muziek best wel ten goede komen. Voor de rest is dit een allround overtuigende plaat voor liefhebbers van kwaliteitsvolle pagan/black.

JOKKE: 82/100

Fyrnask – Fórn (Ván Records 2016)
1. Forbænir
2. Draugr
3. Niðrdráttr
4. Vi er dømt
5. Agnis offer
6. Urðmaðr
7. Blótan
8. Fornsǫngvar
9. Kenoma
10. Havets kjele
11. Vitran (Bonus)

Hades Almighty – Pyre era, black!

Na veertien jaar radiostilte heeft het duo Jørn Inge Tunsberg en Remi Andersen hun drakkar terug van stal gehaald om een nieuwe plundertocht in te zetten. Onder de noemer Hades stonden ze middels hun EP “Alone walkyng” uit 1993(!) en de twee daaropvolgende platen (“…Again shall be” uit 1994 en “The dawn of the dying sun” uit 1997) samen met kompanen Enslaved, Helheim, Windir en Kampfar aan de wieg van de hele pagan/viking beweging binnen de Noorse black metal scene. In 1998 dient noodgedwongen de suffix Almighty aan de bandnaam toegevoegd te worden en wordt lichtjes van koers gewijzigd op de twee daaropvolgende platen. Weg zijn de viking/pagan invloeden om in plaats daarvan een progressievere en meer futuristische richting uit te gaan. Weg interesse! Iedereen had de band ondertussen waarschijnlijk opgegeven tot er nu plots een nieuwe EP komt aanspoelen in afwachting van een nieuwe langspeler die in 2016 het licht zal zien. Middels het toevoegen van nieuwbakken frontman Ask Ty (die we ook kennen als slagwerker bij Kampfar en Krakow) werd het schip terug zeevaardig gemaakt en na hun passage op Aurora Infernalis aanschouwd te hebben, mag ik zeggen dat deze zich met verve van zijn taak kwijt. De aanstekelijke epische melodie van de titeltrack zet meteen de fik erin (zoals Jørn ook met de  Åsane kerk deed in 1992) zonder dat we hier met van die hoempapa jolige metal te maken hebben. Denk dus eerder aan met heidense dramatiek doordrenkte epische black die (gelukkig terug) in het straatje ligt van de reeds eerder aangehaalde bands. “Funeral storm” is een dreigende midtempo stamper met melodische solo’s maar het epische hoogtepunt ligt overduidelijk in het negen minuten durende “Bound” waarin Ask Ty meermaals als de kleine broer van Alan Nemtheanga van Primordial klinkt (terwijl Jørn, met zijn lange blonde manen die vanonder zijn zwart potske komen gluren, een tweelingbroer van Tom G. Warrior zou kunnen zijn). Duidelijk dat de nieuwe frontman een serieus potje kan zingen. De afsluitende folky gitaarmelodie is er één om dagen mee in je hoofd te blijven rondlopen. Meer van dat op het komende album graag!

JOKKE: 82/100

Hades Almighty – Pyre era, black! (Dark Essence Records 2015)
1. Pyre era, black!
2. Funeral storm
3. Bound

http://metalhammer.teamrock.com/features/2015-10-16/viking-metal-pioneers-hades-almighty-return-from-the-wilderness

Antlers – A gaze into the abyss

Antlers is een vrij jonge band uit Leipzig die met hun eerste boreling “A gaze into the abyss” meteen een mooi visitekaartje aflevert. Hoewel ze opereren vanuit Duitsland hebben we hier echter met Spanjaarden en Catalanen te maken die ook actief waren of zijn in Ekkaia, Cop On Fire en Sangre De Muerdago, drie namen waarbij ik het in een andere Duitse stad hoor donderen. Opzoekwerk leert dat het hier om crustpunk en neo-folk bands gaat, wat verklaart waarom ze bij ondergetekende geen belletje deden rinkelen, want in deze scenes ben ik niet zo thuis. Black metal met een links-politieke en antifascistische achtergrond dus. Het gewei van dit zwarte hert kent vertakkingen in de oude Scandinavische scene, de recente Cascadian stijl en de Oost-Europese pagan variant. Het midtempo melodische gitaarwerk in “Hundreds” doet meer dan eens Drudkhiaans aan en in het snelle blastwerk sijpelen de Noorse invloeden door. In “To the throats” hoor ik zelfs wat stukjes van ons eigenste Wiegedood terug. In plaats van bomen te knuffelen en moeder aarde te adoreren wordt op tekstueel en inhoudelijk vlak geput uit literatuur van het collectief Luther Blisset en William Blake. Dat onze linkse rakkers niet vies zijn van een gitaarsolo op tijd en stond horen we in “Carnival of freedom and betrayal” en “Memories of the extinct”. Origineel is het allemaal niet, maar het luistert wel lekker weg. Ze hebben blijkbaar enkele dagen geleden in Gent opgetreden. Spijtig dat me dat ontgaan is want Antlers levert het bewijs dat punkers ook een ferme pot black metal kunnen spelen.

JOKKE: 80/100

Antlers – A gaze into the abyss (Vendetta Records 2015)
1. Reverence
2. Hundreds
3. Carnival of freedom and betrayal
4. To the throats
5. A jail of flesh
6. Memories of the extinct

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short)

Gelukkig nemen sommigen in Oekraïne liever de instrumenten in de hand dan een kalasjnikov. Dat er heel wat muzikale activiteit is in het politiek onstabiele Oostblokland getuigen onder andere Kroda (“Ginnungagap ginnungagaldr Ginnungakaos”), Khors (“І ніч схиляється до наших лиць (Night Falls onto the Fronts of Ours)”) en ook de vaandeldragers van de Oekraïense black metal scene Drudkh met vers-van-de-pers plaatwerk. “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” is ondertussen full length nummer tien op de teller. De band rond spilfiguur Roman Saenko heeft voor het eerst meer dan twee jaar nodig gehad om een nieuwe plaat in te blikken. In tussentijd verschenen wel nog twee zoethoudertjes onder de vorm van een split-EP met Winterfylleth en een compilatie EP met covers. En natuurlijk was er met “Dark star on the right horn of the crescent moon” vorig jaar ook nog iets te melden door Blood Of Kingu, waar alle Drudkh leden ook deel van uitmaken. Met “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” (geen idee wat ze met de titel bedoelen, en vermits deze bende niet openstaat voor interviews zullen we zelf op zoek mogen gaan naar een mogelijke betekenis) krijgen we voor het eerst dan ook wel bijna een vol uur aan melancholieke pagan black metal met licht heroïsche insteek te verteren. Daar waar ik de oude platen soms aan de korte kant vond, is het nu echter een beetje veel van het goede. Hoewel de muziek terug iets meer ballen heeft in vergelijking met de twee vorige platen en de sound terug op-en-top Drudkh is (dus zonder de postrock-uitstapjes die vooral op “Handful of stars” gemaakt werden), verschillen de nummers onderling nét te weinig om de boel een uur lang spannend en interessant te houden. De subtiele keyboardlagen in het tweede deel van “Cursed sons” en “To the epoch of unbowed poets” (ik laat de Oekraïense vertalingen voortaan achterwege om te vermijden dat mijn vingers in de knoop geraken door achterwaartse flikflakken met dubbele schroef te moeten uitoefenen op mijn klavier om de speciale karakters tevoorschijn te toveren) voorzien de muziek wel nog van een episch filmisch karakter. De Engelse collega’s Winterfylleth duiken hier als referentiekader op, hoewel je natuurlijk een boom zou kunnen opzetten over wie nu wie beïnvloed heeft. Op de uitvoering en de transparante sound (heerlijk om te ontdekken wat die basgitaar allemaal doet) valt niets aan te merken. Leuk detail is de sound van het splash cymbaaltje van drummer Vlad dat regelmatig aan een flitsend zwaard doet denken. Wanneer het tweeluik “Dishonour” passeert is de aandacht spijtig genoeg weggeëbd en verwordt het geheel tot een achtergrondmuziekje, wat toch niet de bedoeling kan/mag zijn. Het uptempo en heroïsche karakter van “Till foreign ground shall cover eyes” grijpt je als luisteraar wel terug bij het nekvel, maar neemt niet weg dat de plaat een kwartiertje te lang duurt.

JOKKE: 76/100

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short) (Season Of Mist 2015)
1. Прокляті сини I (Cursed sons I)
2. Прокляті сини II (Cursed sons II)
3. Епосі нескорених поетів (To the epoch of unbowed Poets)
4. Тліючий попіл (Embers)
5. Безчестя I (Dishonour I)
6. Безчестя II (Dishonour II)
7. Поки не засиплють чужою землею очі (Till Foreign Ground Shall Cover Eyes)

Primordial – Where greater men have fallen

Ten tijde van “The gathering wilderness” uit 2005 begon bij ondergetekende het kwartje te vallen. Ik leerde het Ierse Primordial kennen als een band die uitblonk in het schrijven van donkere, maar zielsmooie muziek. Onder aanvoering van de charismatische frontman Alan A. Nemtheanga leverde de band sindsdien nog twee bescheiden meesterwerkjes af. Op de valreep van een reeds uitermate geslaagd muzikaal jaar leveren de Ieren met “Where greater men have fallen” nog maar eens een dijk van een plaat af die mijn voorlopig eindejaarslijstje duchtig door mekaar schudt. De titeltrack zet meteen de toon voor een klein uur kippenvel en weemoed, maar zoals vanouds druipt ook de woede en afkeer voor het menselijk ras er weer van af in muziek en teksten. Dat Nemtheanga een lettervreter en geschiedenisliefhebber is, komt duidelijk naar voren in zijn intelligente, maatschappijkritische (protest)songs. Niet alle nummers handelen over zijn cynische en donkere kijk op de wereld. Zo gaat het nummer “Babel’s tower” bijvoorbeeld over miscommunicatie. Opvallend aan dit nummer is de flitsende gitaarsolo naar het einde toe. Op papier klinkt dit misschien vreemd voor een band als Primordial, maar het pakt enorm goed uit. Na het vrij standaard Primordial nummer “Come the flood” volgt het furieuze “The seed of tyrants” waarin de black metal roots van het vijftal nog eens duidelijk boven komen drijven. Het tempo wordt hier serieus opgeschroefd en de flamboyante kletskop spuugt zijn gal uit (“If the church had one neck I would wring it. If the state had one artery I would sever it. Torches to the parliament of swine. And iron to the rights of fools.”). “Ghosts of the charnel house” wordt door vellenmepper Simon O’Laoghaire op gang getrokken en heeft een tamelijk hoog “vuist in de lucht” gehalte wat ook refereert aan de zanger zijn all star Bathory tribute band Twilight Of The Gods. Eigenlijk is Bathory zowat de enige band waarvan je invloeden terug hoort in de muziek van Primordial, want het geluid van de band is herkenbaar uit de duizenden: mid-tempo pakkende onderhuidse melodieën en spanning die gebalt zitten in een metalen basis waarop de love it or hate it grimmige cleane vocalen van Nemtheanga  je bij de keel grijpen. In het dreigende “The alchemist’s head” gaan zijn vocalen ook nog eens de black metal toer op terwijl het onheilspellende “Born to night” dat typische Ierse gevoel voor dramatiek bevat. Save the best for last, want “Wield lightning to split the sun” is een enorm pakkende en bloedmooie song, waarin de gitaarmelodie je tot tranen toe beroert.  “Where greater men have fallen” is opnieuw één brok (h)eerlijke muziek.

JOKKE: 88/100

Primordial – Where greater men have fallen (Metal Blade Records 2014)
1. Where greater men have fallen
2. Babel’s tower
3. Come the flood
4. The seed of tyrants
5. Ghosts of the charnel house
6. The alchemist’s head
7. Born to night
8. Wield lightning to split the sun

Fen – Carrion skies

Het Britse Fen gaat al Jaren door het leven als het kleine broertje van Agalloch. Deze Amerikaanse pagan black metal pioniers namen de Britten reeds enkele malen mee op sleeptouw bij hun doortocht door Europa. Vooral hun laatste gezamenlijke passage uit 2013 staat bij ondergetekende in zijn geheugen gegrift met een memorabel optreden van Agalloch, dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens het concert van Fen werd duidelijk dat ze de nodige capaciteiten in huis hebben om nog enkele treden hoger op de ladder te klimmen. Iets wat hen zou moeten lukken met het fantastische nieuwe album “Carrion skies” onder de arm. Op deze vierde langspeler gaat de band een pak grimmiger te keer dan op eerdere releases, maar het gevoel voor melodie en melancholie wordt toch nergens uit het oog verloren. Het openingstweeluik “Our names written in embers”, meteen goed voor zeventien minuten, schiet onheilspellend uit de startblokken, maar bevat tevens een mooie progressieve passage die uitmondt in sfeervol gitaarwerk en baspartijen die refereren aan Isis ten tijde van “Panopticon”. Net zoals op vorige albums bevat de rauwe black metal basis ook nu weer de nodige postrock-elementen die als sfeermaker dienen en opbouwend tewerk gaan. Net wanneer je een climax verwacht schakelt de band echter over op progressief riffwerk om daarna hard van leer te trekken met blastend black metal geweld. De invloed van Agalloch blijft onherroepelijk aanwezig, maar over het algemeen gaat het er bij Fen een pak steviger en feller aan toe.  Fen opteerde steeds voor een organische productie, wat niet altijd even geslaagd uitpakte (zoals de gebrekkige productie op “Epoch” en “The malediction fields”), een euvel dat op “Carrion skies” volledig van de baan is. De heldere, doch verre van afgelikte productie draagt nog meer bij aan het genotsproces. Ogen dicht en laat je in “The dying stars” meeslepen op een avontuurlijke muzikale rondreis doorheen ons universum. In “Sentinels” wordt de progressieve kaart getrokken en uitgespeeld. Tesamen met cleane zang en Floydiaans gitaarwerk, is de geest van het Noorse Enslaved nooit veraf. Hoewel de plaat slechts zes songs telt, klokt deze wel op meer dan één uur speeltijd af. Verveling is echter niet aan de orde, want Fen weet de luisteraar steeds bij de aandacht te houden. De ene keer droom je weg langsheen donkere ondoordringbare wouden, kronkelende bergrivieren en monolytische natuurlandschappen, de andere keer zit je op het puntje van je stoel, zoals tijdens mijn favoriet “Menhir – Supplicant”. Het dertien minuten durende “Gathering the stones” sluit de plaat op monumentale wijze af. Of het nu bezwerende heroïsche cleane zang, van emotie doordrongen screams, breekbare weeklachten of mysterieus gefluister is, frontman Frank “The Watcher” Allain gaat het allemaal even goed af. Ook zijn twee kompanen leveren een uitmuntende prestatie af. “Carrion skies” is met voorsprong het beste album van Fen en kan de concurrentie met de laatste plaat van Agalloch met gemak aan. Samen met Winterfylleth en Wodensthrone houden ze de eer van Britse (pagan) black metal hoog. Recent kondigde Agalloch aan begin 2015 naar het oude continent af te zakken voor een Europese tour. Benieuwd of Fen opnieuw van de partij zal zijn om “Carrion skies” live aan het publiek voor te stellen. Zorg in elk geval dat je dan aanwezig bent, want dat wordt genieten geblazen!

JOKKE: 86/100

Fen – Carrion skies (Code 666 – 2014)
1. Our names written in embers – Part 1 (Beacons of war)
2. Our names written in embers – Part 2 (Beacons of sorrow)
3. The dying stars
4. Sentinels
5. Menhir – Supplicant
6. Gathering the stones

Winterfylleth – The divination of antiquity

De maand oktober is dé maand bij uitstek voor een nieuwe release van het Engelse pagan black metal gezelschap Winterfylleth, daar de bandnaam oud-Engels is voor de langste maand uit onze kalender. Of de vorige platen ook het levenslicht zagen in oktober kan ik mij niet meer herinneren, maar feit is dat hun “English heritage black metal” sowieso het best tot zijn recht komt in de gure herfstmaanden. Op “The divination of antiquity” vallen geen grote verrassingen te bespeuren, eerder een verdere finetuning van hun sound en muzikale formule, die zeer herkenbaar is en als een groot pluspunt beschouwd kan worden. Dit Engelse collectief blinkt uit in het neerpennen van uitgesponnen heroïsche nummers waarin een ongemene schoonheid en puurheid op melodisch vlak te bespeuren valt. Je voelt aan de muziek dat deze oprecht is en vanuit het diepst van hun ziel komt in tegenstelling tot vele andere pagan of folk bands. Daarom horen ze ook thuis in het rijtje van de groten der aarde op gebied van historische pagan (black) metal, namelijk Primordial, Drudkh en Helrunar. Over het algemeen wordt het gaspedaal diep ingeduwd, maar steeds blijft dat gevoel voor melodie aanwezig al is het op sommige momenten eerder onderhuids te voelen in de kolkende black metal stroom (“The divination of antiquity”, “Whisper of the elements” of “Foundations of ash”). Absoluut hoogtepunt van de plaat is het ruim tien minuten durende “A careworn heart” dat ingezet wordt met kippenvel opwekkende akoestische gitaren en epische koorzang. De daaropvolgende melancholische gitaarmelodie zal menig luisteraar onberoerd laten, net als de epische noot in “Over borderlands”. Enkel op de song “The world ahead” blijven de elektrische gitaren en drums achterwege en wordt het verhaal gebracht mits akoestische gitaren en heldere zang. Het afsluitende “Forsaken in stone” is de traagste en meest doomy track van het album. Invloeden die niet verwonderlijk zijn, gezien zanger/gitarist Chris Naughton en drummer Simon Lucas ook deel uitmaken van de sludge/doom band Atavist. Hoewel de verrassing er wel af is, is Winterfylleth er voor de vierde keer op rij in geslaagd om een spannende en onderhoudende plaat te schrijven. De release van de vorige twee albums liep bijna gelijktijdig met nieuw plaatwerk van hun Engelse brothers in arms en labelmakkers Wodensthrone, waarvan hopelijk ook snel nieuw materiaal te verwachten valt.

JOKKE: 84/100

Winterfylleth – The divination of antiquity (Candlelight Records 2014)
1. The divination of antiquity
2. Whisper of the elements
3. Warrior herd
4. A careworn heart
5. Foundations of ash
6. The world ahead
7. Over borderlands
8. Forsaken in stone