pagan metal

Kvaen – The funeral pyre

Kvaen is het project van de Zweedse multi-instrumentalist Jakob Björnfot. Met assistentie van een reeks sessiemuzikanten waaronder gitarist Sebastian Ramstedt (o.a. Necrophobic) en drummer Perra Karlsson (o.a. In Aeternum) brengt Kvaen ons het debuut “The funeral pyre“, een stijloefening in Zweedse black metal. We krijgen dus melodieuze, snelle en scherpe riffs die hier en daar vertragen naar slepende passages met weemoedige leads, maar evengoed in een iets meer pagan of speed metal richting kunnen gaan. De toevoeging van gastdrummers en lead gitaristen zorgt voor een verdere afwisseling, welke echter nergens leidt tot een wezenlijke stijlbreuk. Dit ook dankzij de goede opbouw van de nummers en de plaat zelf. De productie is clean en venijnig en alle instrumenten zijn duidelijk met veel vakkunde ingespeeld. Openingstrack “Revenge by fire” trapt op old school wijze de deur in met muziek die zou kunnen komen van In Aeternum, terwijl “Ye Naaldlooshii” – een Navajo skinwalker legende – de meer pakkende toer op gaat. Het titelnummer en “Septem peccata mortalia” (zeven dodelijke zonden) gaan snel voorbij en maken iets minder indruk. “The wolves throne” springt er dan weer uit, door wat ritmische fantasietjes, een paar geweldige solo’s en de meer rollende drumstijl (met aandacht voor cymbaaldetails) van Tommi Tukhala. Het niveau wordt aangehouden in “As we serve the masteres plan“, één van de donkerste nummers op “The funeral pyre“. Met “Bestial winter” komen we terug in het thrash/speed straatje om uiteindelijk te eindigen op een het instrumentale muur van “Hymn to Kvenland“. Diegenen die tussen de lijnen kunnen lezen weten al waar de eindbeoordeling heen gaat. Een kwalitatief sterk album dat goed is uitgevoerd, maar toch iets teveel klinkt als een tribute aan Zweedse black metal en net iets te weinig als een eigen entiteit. Toch krijgen Jakob en zijn vrienden een welverdiende 82 op 100.

Xavier: 82/100

Kvaen – The funeral pyre (Black Lion Records 2020)
1. Revenge by fire
2. Ye Naaldlooshii
3. The funeral pyre
4. Septem peccata mortalia
5. The wolves throne
6. As we serve the masteres plan
7. Bestial winter
8. Hymn to Kvenland

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn

De review van Runespell’s derde langspeler “Voice of opprobrium” sloten we af met de opmerking dat elk jaar een plaat uitbrengen misschien wat te veel van het goede is en dat Nightwolf beter wat meer over kwaliteit kan waken dan kwantiteit te laten primeren want in de hedendaagse overvloed aan releases is het sowieso al moeilijk om boven te komen drijven en langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. De Australiër sloeg onze goede raad duidelijk in de wind, want opnieuw laat hij vrij snel na vorig plaatwerk alweer van zich horen, deze keer in de vorm van een split met Forest Mysticism, het eenmansproject van zijn landgenoot D. die we ook kennen van Woods Of Desolation. Maar Runespell bijt de spits af met het tien minuten durende “Wolf woods“. De sound van deze melancholische en hyper melodieuze pagan black ligt sterk in het verlengde van “Voice of opprobrium” met het verschil dat dit nummer ons wel meteen bij ons nekvel grijpt. Wat een bloedmooie melodielijnen krijgen we hier voorgeschoteld! Fans van Agalloch, Gallowbraid of Fen moeten dit zeker eens uitchecken, hoewel Runespell wel zwaarder naar de black metal kant doorneigt. Na het akoestisch intermezzo “Streams of sorrow” volgt het tweede volwaardige nummer “Fated in blood” dat opnieuw op een epische zeven minuten afklokt en langzaam aanzwelt om vervolgens diens warme gloed op ons gezicht te laten schijnen. De droge en korte houtachtige snare-aanslag heeft een EnslavediaansEld“-gevoel en past wel bij deze rurale klanken. Wat Runespell hier laat horen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Forest Mysticism heeft nog geen langspeler op zijn palmares staan, maar de drie nummers die hier in zestien minuten passeren, vormen zo wat de langste muzikale release ooit sinds diens eerste split met Larmes d’Hivers uit 2007. Op zich is Forest Mysticism een geschikte sparringpartner voor Runespell, hoewel diens bosachtige black iets ruwer en minder gepolijst is. Je moet wat meer moeite doen om de verscholen melodielijnen van gitaren en keyboards te ontdekken in de woudmystiek van “Summon“. Ook hier wordt de aanpak gehanteerd van twee volwaardige nummers onderbroken door een instrumentaal intermezzo. Het bijna acht minuten durende “Ancient tides of war” bulkt iets meer van de melodieuze toetsen en gitaarlijnen en is een knappe afsluiter van een geslaagde EP met adembenemend cover artwork.

JOKKE: 80/100 (Runespell: 82/100 – Forest Mysticism: 78/100)

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Runespell – Wolf woods
2. Runespell – Streams of sorrow
3. Runespell – Fated in blood
4. Forest Mysticism – Summon
5. Forest Mysticism – Rivers of silver (II)
6. Forest Mysticism – Ancient tides of war

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves

Wolvencrown – Of bark and ash

Nottingham is vooral bekend van Robin Hood en “Ye olde trip to Jerusalem“, één van de oudste pubs ter wereld (1189 n.C.) waar ik ooit het genoegen had mijn dorst te laven. Verder is het ook de thuishaven van Wolvencrown, een black metal kwintet dat in 2015 ontstond in het hartje van de Midlands. Na een selftitled EP uit 2017 presenteren de heren met “Of bark and ash” op de valreep van 2019 hun volwaardige debuut. En dat mag best gehoord worden, althans door wie een voorliefde heeft voor atmosferische black met pakkende melodieën (zo goed als elk nummer bevat wel een bepaalde hook), veelvuldige keyboardgolven en een heidense insteek waarbij natuurelementen centraal staan. Nu lopen er in het Verenigd Koninkrijk wel meerdere bands rond die deze aanpak erop nahouden. We denken daarbij aan Fen en die twee andere “W”-bands: Winterfylleth en Wodensthrone. Wolvencrown moet zich niet te beschaamd voelen om zich met hun debuut reeds in dit rijtje te nestelen. Akkoord, we hebben dit allemaal wel al eens eerder gehoord, maar de krachtige en transparante sound, uitstekende zanger en catchiness maken veel goed. Puntjes van kritiek zijn het nogal saaie drumwerk dat wel wat meer variatie mocht bevatten en de zangeres die in een nummer als “1194 pt. II” opduikt, maar niet al te toonvast klinkt. In “Towards broken depths” horen we haar nogmaals voor wat licht verteerbaar tegengewicht zorgen en deze keer brengt ze het er veel beter vanaf. Natuurlijk mogen op een plaat als “Of bark and ash” akoestische gitaren niet ontbreken. Ze zetten het nummer “Destined“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste song uit het rijtje is, melancholisch in. Ondanks de vele meeslepende melodieën en soms zeemzoete keyboards, blijft de zwartmetalen basis echter stevig genoeg. De romantische melodieën die de gitaristen en keyboardspeler opwekken, zijn in staat de luisteraar terug te deporteren naar tijden zonder social media, kernenergie, files, smeltende ijskappen en een gigantische afvalberg. Wat een tijden!

JOKKE: 80/100

Wolvencrown – Of bark and ash (Avantgarde Music 2019)
1. Earths eternal dawn
2. 1194 pt.I
3. 1194 pt.II
4. Infernal throne
5. Of bark and ash
6 Towards broken depths
7. Destined
8. S.A.D.

Belenos – Argoat

Er zijn van die bands die je vergeet tot je plots een promo voor je neus krijgt. Zo ook het bijna 25 jaar oude Franse Belenos. Dat Frankrijk goeie technische metal weet uit te persen, horen we aan Gorod, Dead Season, Gojira, … En ook qua donkere black metal weet de kenner dat onze buren een Metal Merlot kunnen onderscheiden van een Pino Noir – Pino is al angstaanjagend genoeg en behoeft geen extra domme woordspeling. Minder bekend is dat het land ook een paar oerdegelijke pagan bands in de wijnkelder heeft, zoals Himinbjørg or Aes Dana, … En nou net daar is waar Belenos heeft liggen rijpen sinds het vorige album uit 2016. Het nieuwe “Argoat“, als ik me niet vergis full-length studioalbum nummer zeven, is geen nakomertje. Enige originele en vaste lid Loïc Cellier heeft namelijk wel erg zijn best gedaan om een rauwe, moderne sound te creëren. Het staat misschien niet bol van de originele vondsten, “Argoat” dendert door van begin tot einde. Alle nummers zijn goed gespeeld, met zowaar goede cleane zangpartijen, en passen netjes bij elkaar. Ze bevatten voldoende tempo- en melodiewissels om alles interessant te houden, maar niet zoveel dat het onoverzichtelijk gaat worden. Eigenlijk is dit een prachtig voorbeeld van hoe je old school black-pagan metal in de moderne tijd kan brengen, zonder teveel compromissen aan eender welke kant van de tijdslijn. Geen enkel nummer springt er echt uit, maar dat is niet erg, want het hele album loopt vlotjes naar binnen. Mijn complimenten aan de chef.

Xavier: 83/100

Belenos – Argoat (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Karv-den
2. Bleizken
3. Argoat
4. Nozweler
5. Huelgoat
6. Dishualder
7. Duadenn
8. Steuziadur
9. Arvestal

:Nodfyr: – In een andere tijd

In mijn jeugdige jaren luisterde ik af en toe wel eens naar heidensmetaal à la Falkenback, Theudho of Månegarm terwijl deze stijl nu nog amper door mijn boxen knalt. Toch weten de epische klanken van nieuwe speler :Nodfyr: mij te bekoren, in de eerste plaats door de genietbare cleane zang van Joris Van Gelre, die centraal in de muziek van :Nodfyr: staat. Bij zijn andere band Wederganger zorgen zijn plechtstatige vocalen voor afwisseling met de vettige screams van zijn kompaan Botmuyl, maar hier staat de man solo in de schijnwerpers. De muziek van :Nodfyr: heeft niet veel met black metal te maken en neigt eerder naar Joris’ ex-band Heidevolk, maar dan zonder de overdreven folk-elementen en het opzwepende, irritante huppelend karakter van diens muziek. :Nodfyr: klinkt serener en volwassener. De Nederlandstalige zang wordt gedrapeerd over mid-tempo metal die geïnfuseerd is met viool- en pianoklanken en middels de gitaarsolo in “In een andere tijd” een heavy metal toets kent. Gitarist Mark kwint en keyboardspeler Jasper Strik (beiden van de band Alvenrad) zorgen voor epische achtergrondkoorzang, maar het is toch vooral Joris die alle aandacht naar zich toezingt. Inspiratie haalt de band uit de folklore, mythologie en natuur van geboortestreek Gelderland. De bandnaam verwijst naar de Germaanse heidense manier van vuur maken zoals die vermeld wordt in de uit de achtste eeuw stammende “Indiculus superstitionum et paganiarum” en is daarmee één van de oudste proto-Nederlandstalige woorden. Ik kan dit :Nodfyr: wel smaken en de interesse is gewekt naar meer materiaal van deze Nederlanders.

JOKKE: 81/100

:Nodfyr: – In een andere tijd (Ván Records 2017)
1. In een andere tijd
2. Ode aan de IJssel