polen

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed

In dit bloederige bolwerk treffen we de Poolse drummer Krew aan, die de ezelsvellen bij tal van bands geselt, en de Australiër zanger/gitarist/bassist Nightwolf die we ondermeer kennen van Runespell. Beide heren hebben een voorliefde voor Poolse black die ze sinds 2014 botvieren via Blood Stronghold. Na een kleine zes jaar tijd is het duo met de derde langspeler “Spectres of bloodshed” ondertussen al aan diens tiende release toe. Aan inspiratie geen gebrek met andere woorden, maar het is mijn persoonlijke eerste kennismaking. Blood Stronghold moet het niet hebben van gebalde agressie of hypersonische snelheden, maar schildert middels sombere en tragische – soms middeleeuws aanvoelende – melodieën een droomwereld van lang vervlogen tijden. Clean gitaarspel voegt ook een heidense toets toe. Het drumwerk van Krew is hoorbaar beïnvloed door tribale ritmes, alleen spijtig dat het lijkt alsof hij op een kartonnen drumkit speelt, want in de drumsound zit nu eens echt geen greintje energie. Wanneer de gewenning na een tijdje optreedt, past dit echter wonderwel bij het bandgeluid dat staat voor een onheilspellende weerspiegeling van een al te oud verleden. Nightwolf’s scream klinkt echter als dertien in een dozijn en komt weinig geïnspireerd over. In de tweede helft van de plaat horen we ook heldere zang opdraven en de iets langere nummers als “Forests dark eyes” en het afsluitende “Sunder” kunnen me het meest bekoren omdat de muziek het hier ook regelmatig lang alleen voor het zeggen heeft en er dan wel in slaagt me mee te vervoeren naar lang vervlogen tijden. Jullie moeten het echter doen met een luisterclipje van “Crowned virtue“, een iets feller nummer.

JOKKE: 70/100

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed (Nebular Carcoma/Satanik Requiem 2020)
1. Edict of conflict
2. Unbowed wolves
3. From the depths of Veles sea
4. Blood dawn
5. Forests dark eyes
6. Crowned virtue
7. Sunder

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions

If it ain’t broke, don’t fix it! Dit is zowat het levensmotto van het Poolse Evilfeast want reeds vijf langspelers en ettelijke kleinere releases lang, houdt GrimSpirit zich koppig vast aan de stijl die hij met deze one man band laat horen. We hebben het dan over met dikke keyboardlagen en heldere zangkoren doordrongen grimmige black die zo cinematografisch van aard is dat je als luisteraar weinig moeite hebt om het verhaal en de scene achter een titel als “A castle enfolded in crimson twilight” voor de geest te halen. Als kleine extra krijgen we op deze split met het Nederlandse Uuntar, naast de dertien minuten durende eigen compositie, nog een cover van Helgrindr voor de kiezen. Deze Franse band, die er al in 1993 bij was, was me onbekend en het gecoverde nummer stamt van diens zwanenzang, de uit 2001 stammende EP “Von den Vorfahren herstammend Landen“. Deze song past EvilFeast als gegoten hoewel het tempo wat hoger ligt dan in het meer repeitieve eigen nummer. En zoals steeds lijkt het alsof de tijd midden jaren ’90 is blijven stilstaan, hoewel je je als luisteraar eerder in de donkere middeleeuwen waant. De twee andere songs zijn van de hand van Uuntar, wat Oud-Duits is voor ‘winter’. Het duo achter deze band met een meer heidense insteek kan je gerust als veteranen beschouwen want zowel zanger/gitarist/bassist Herjann als drummer/gitarist/toetsenist Nortfalke hebben een cv waarop zowat de helft van de NLBM-scene prijkt, waarbij hun wegen in het verleden o.a. kruisten bij Lugubre. Voorafgaand aan deze split verscheen in 2018 reeds de debuutlangspeler “Voorvaderverering“. Ook bij Uuntar staan keyboards en heldere zang centraal in hun muzikale visie. De toetsen klinken voortdurend alsof een groepje engelen mee loopt te neuriën met de gitaarriffs en tussen de raspende vocalen door zorgen de vele zangkoren op Falkenbachse wijze voor extra epiek. Naar het einde van het bijna elf minuten durende “Zon op de boer” toe, ontbloot het duo de tanden van hun riek wat meer wat geen kwaad kan om de schwung in de lange composities te houden. Ook “De man van Mander” houdt soms wat te lang dezelfde thema’s aan en ik ben blij wanneer de voet uiteindelijk dan toch op het gaspedaal belandt. Nog even meegeven dat de Nederlandstalige teksten redelijk goed verstaanbaar zijn, iets wat je kopje thee moet zijn. “Odes to lands of past traditions” is geen verplichte kost maar een fijne split voor liefhebbers van black metal, keyboards en heldere zangkoren.

JOKKE: 72/100 (EvilFeast: 74/100 – Uuntar: 70/100)

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions (Heidens Hart Records 2020)
1. Evilfeast – A castle enfolded in crimson twilight
2. Evilfeast – In umbra refugiis luminem exsecrari (Helgrindr cover)
3. Uuntar – Zon op de boer
4. Uuntar – De man van Mander

Medico Peste – ב :The black bile

Dat Polen zich het voorbije decennium gestaag heeft opgewerkt naar een land dat heel wat in petto heeft op gebied van black en death metal, moge duidelijk wezen. Er zijn natuurlijk veteranen als Behemoth en Vader maar ook een meer recente speler als het goddelijke Mgła is zich middels enkele uitstekende platen richting de hoogste echalons van de black metal-scene aan het opwerken. Daarnaast kent de Poolse scene tal van veelbelovende, meer underground, sub-toppers zoals Kriegsmaschine, Mord’A’Stigmata, Blaze Of Perdition, Clandestine Blaze, Arkona, Furia en Cultes des Ghoules…om er maar een paar te noemen. In deze massa hoort ook Medico Peste thuis, een kwintet dat sinds 2010 aan de weg timmert en waarvan enkele leden gekend zijn als live-lid van Mgła of een verleden hebben in Mord’A’Stigmata. Na de debuut langspeler “א: Tremendum et Fascinatio” die via Malignant Voices uitkwam en de EP “Herzogian darkness” die door W.T.C. op de markt gegooid werd, verkaste Medico Peste voor hun tweede plaat naar Season Of Mist. Het vijftal omhelst een specifieke kijk op thema’s als de dood, religie en de duivel door de vervormde opvattingen van een gekwelde, neurotische persoon en zijn schizofrene visies te verkennen. Dat uit zich vast en zeker in de muziek van Medico Peste want je wordt voortdurend heen-en-weer geslingerd tussen stevige uitbarstingen en meer ingetogen passages die echter vrijwel steeds een soort van verwrongen ondertoon hebben. Het geluid van de Franse black metal-scene loert hierbij vanachter de hoek. Het jongleren met traag gespeelde dissonante gitaarriffs (waarvoor drie gitaristen optekenen) waaronder de drums snelle blastspurtjes trekken, experimentele loopjes, atonale melodieën en zelfs jazzy intermezzo’s creërt een vrij hoekige flow waardoor zelfs na menig luisterbeurt nog lang niet alle puzzelstukjes in mekaar vallen. De totaalsound en vooral de strot van pestdokter Lazarus vallen bovendien ook wat te droog uit. Het feit dat de zeven nummers met een gemiddelde speelduur van zeven minuten ongemakkelijk, onconventioneel en wringend klinken, past natuurlijk perfect binnen het concept dat de band wil uitdragen, maar de mayonaise wilt toch nog niet echt pakken bij ondergetekende. Misschien verandert dit op een volgende plaat wel. Liefhebbers van avant-garde spul als Virus of het eveneens Poolse Lux Occulta moeten dit misschien wel eens een kans geven.

JOKKE: 73/100

Medico Peste – ב :The black bile (Season Of Mist 2020)
1. God knows why
2. All too human
3. Numinous catastrophy
4. Were saviours believers?
5. Skin
6. Holy opium
7. The black bile

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts

Vijfde langspeler alweer voor het Poolse Blaze Of Perdition, een band die zich in het overvolle occulte en orthodoxe black metal genre gestaag naar de top aan het werken is middels een reeks uitstekende platen. “The harrowing of hearts” komt er drie jaar na “Conscious darkness“, een periode waarin de band van Agonia Records naar het grote Metal Blade verkaste en waarin drummer DQ (ex-Mord’A’Stigmata en Arkona) en gitarist M.R. (In Twilight’s Embrace) aan boord gehesen werden om de oorspronkelijke kern bestaande uit zanger Sonneillon en gitarist XCIII te vervolledigen. De “The harrowing hearts” klokt op een pittige 52 minuten af en bevat naast zes nieuwe eigen composities in de vorm van “Moonchild” ook een cover van Fields of the Nephilim. De gothrock van deze grootmeesters heeft trouwens duidelijk haar sporen nagelaten in de black van de Polen. Dat maken de eerste twee nummers “Suffering made bliss” en “With madman’s faith” meteen duidelijk door meer op warmbloedige atmosfeer en mid-tempo melodieën in te zetten waarbij de meer rock-georiënteerde drumstijl van de nieuwbakken vellenmepper goed tot zijn recht komt. Een zeer gesmaakte nieuwe invalshoek wat mij betreft. Met “Transmutation of sins“, de eerste vrijgegeven single voor de nieuwe plaat, wordt terug wat sneller van leer getrokken hoewel deze song zich ook al snel ontplooit tot een melodieuze kraker met een erg aanstekelijk meezingbaar refrein. Blaze Of Perdition is duidelijk toegankelijker geworden en begint wat naar recente Nachtmystium te neigen. Halfweg de plaat valt “Królestwo Niebieskie” op door de Poolse teksten waar we geen jota van verstaan – terwijl de screams van Sonneillon wanneer hij Engels uitbraakt vrij goed te volgen zijn – wat een gesmaakt exotisch kantje toevoegt aan het nummer dat opnieuw aan goth rock ontleende ritmes en melodieën bevat waarin ook een belangrijke rol voor de stuwende basgitaar is weggelegd. “What Christ has kept apart” zoekt wederom de aanstekelijkheid van “Transmutation of sins” op en weet op je gevoel in te spelen middels slepende leadgitaren en infectieuze melodieën. Het meer dan negen minuten durende “The great seduces” moet het hebben van bakken atmosfeer, Katatonia-achtige leads, onderhuidse spanning en subtiele post-rock invloeden. Zoals steeds het geval is bij deze Polen sluiten muziek, teksten (losjes gebaseerd op “The harrowing of hell“, de afdaling van Christus naar de onderwereld in de tijd tussen zijn kruisiging en wederopstanding, waarbij het menselijk hart vol angsten, duistere fantasieën en donkere verlangens symbool staat voor de hel) en artwork naadloos op mekaar aan. “The harrowing of hearts” is gemakkelijker verteerbaar dan de vorige platen en ligt goed in het gehoor met heel wat catchy nummers. Deze nieuwe richting voelt echter niet als een knieval richting commercie aan, maar laat zien dat Blaze Of Perdition steeds nieuwe invalshoeken zoekt voor haar kwalitatieve composities en haar black metal-origine hierbij herschaapt tot een beklijvende brok muziek met bredere invloeden.

JOKKE: 89/100

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts (Metal Blade Records 2020)
1. Suffering made bliss
2. With madman’s faith
3. Transmutation of sins
4. Królestwo niebieskie
5. What Christ has kept apart
6. The great seducer
7. Moonchild (Fields of the Nephilim cover)

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw

Wie wild is van spookachtige kerkhofklanken en een beklemmend horrorsfeertje zit bij het Poolse Krypta Nicestwa (“Krypte van het niets”) aan het juiste adres. Dit duo is een jaar of twee actief waarin al twee demo’s en twee splits verschenen (eentje met het Duitse Gjaldur en eentje met het Australische Forest Mysticism). In de vorm van “Sarkofagi nocnych zjaw” (“sarcofagen van nachtelijke verschijningen”) is er nu een nieuwe EP. En die start met een ijselijke grafkreet die me de stuipen op het lijf jaagt. De black metal-klanken die zich nadien vervoegen ruiken naar dood en verderf, maar nergens ambiëren zanger/drummer V. en snarenplukker/ keyboardspeler S. de positie van meest agressieve of snelle band in het genre. De toetsen creëren een lugubere en macabere setting en de riffs hebben in de mid-tempo partijen een heuse doom-insteek waarbij de vroegste bands van de Poolse scene geëerd worden. Wanneer Krypa Nicestwa in het overwegend mid-tempo “Ołtarze diabelskich pierwocin” dan toch accelereert, horen we heel wat vroege-Emperor in het riff-werk doorschemeren en “Czernie bytów chtonicznych” doet me – op het fluitje na – meer dan eens aan Mayhem in het “Deathcrush” era denken. Dan weten jullie meteen ook waar de heren de mosterd halen op vlak van melodieën. Doorheen de spinnenwebben van het archaïsche “W sferze pzoagrobowego trwania” dwalen middeleeuws aandoende synth-partijen die gelukkig nergens in kermistoestanden en polonaise-materiaal ontaarden. De droge krijsstem past dit soort grafherrie als gegoten en de basgitaar weet ondanks de grimmige sound toch haar plaatsje op te eisen. Niets mis met deze EP. S. en V. weten duidelijk waar ze mee bezig zijn.

JOKKE: 78/100

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw (Signal Rex 2020)
1. Spojrzenia świątyni nocy
2. Czernie bytów chtonicznych
3. W sferze pzoagrobowego trwania
4. Ołtarze diabelskich pierwocin

Arkona – Age of capricorn

Arkona – één van de langst meedraaiende bands in de Poolse black metal-scene – is terug met langspeler nummer zeven, de tweede voor het Franse Debemur Morti Productions. Zoal we van het kwartet gewend zijn, voelen de muzikanten (en drummer Zaala bij uitstek) zich als een vis in het water wanneer dat de vorm van woeste stroomversnellingen aanneemt. De snelle, op Zweedse leest gestoelde black metal-inferno’s vliegen ons immers rond de oren, wat echter niet wil zeggen dat Arkona de luisteraar in bijvoorbeeld de titelsong ook niet enkele momenten gunt om naar adem te happen. Voor sommigen zullen de keyboards en symfonische elementen echter een struikelblok blijven, ook al worden ze slechts sporadisch aangewend. Zo snap ik met de beste wil van de wereld niet waarom de heftige openingspassage van “Alone among wolves” met een idioot pianoriedeltje vergezeld moet gaan, wat serieus afbreuk doet aan de agressie. Voor de rest geen klachten over deze rampestamper. Een snelheidsbom als “Deathskull mystherium” zal liefhebbers van Dark Funeral, Setherial en consorten doen watertanden, terwijl het meer mid-tempo “Towards the dark” opnieuw meer ruimte laat voor symfonische accenten. Zo onderstrepen majestueuze orgelklanken de duisternis die over de luisteraar neervalt in dit nummer. Bandleider en enig overgebleven lid Khorzon weet ondertussen wel hoe hij pakkende nummers vol furie, krachtige melodieën en een atmosfeer van grandeur moet schrijven. Het afsluitende acht en een halve minuut durende “Grand manifest of death” is hier op “Age of capricorn” misschien wel het beste voorbeeld van, hoewel de toon hier ook best grimmig is. De muzikanten die Khorzon rondom zich verzamelde, bewijzen dat ze hun instrumenten en krijsende strot tot in de puntjes beheersen. De productie van “Age of capricorn” klinkt modern en transparant, zonder aan agressie in te boeten. Deze zevende langspeler vormt het voorlopige hoogtepunt van Arkona’s discografie. Enkel jammer van het generieke artwork en logo.

JOKKE: 83/100

Arkona – Age of capricorn (Debemur Morti Productions 2019)
1. Stellar inferno
2. Alone among wolves
3. Age of capricorn
4. Deathskull mystherium
5. Towards the dark
6. Grand manifest of death

Mgła – Age of excuse

Al jaren, maar vooral sinds het in 2015 uitgebrachte “Exercises in futility” is het Poolse Mgła, bestaande uit multi-instrumentalist en zanger M. en drummer Darkside gestaag aan een zo goed als onstuitbare opmars bezig, tot op het punt dat ze de dag van vandaag tot één van de grootste hedendaagse black metalgroepen kan worden gerekend en podia overal ter wereld genadeloos platspelen – zoals ze dit jaar al twee keer demonstreerden in ons kleine Belgenland. Met “Age of Excuse” zijn we dit jaar bij langspeler nummer vier aanbeland, en aan de gekende formule waarbij alle titels de albumtitel zijn, gevolgd door een Romeins cijfer, wordt niet geraakt. Opnieuw wordt het album zowel in eigen beheer via No Solace, alsook via Northern Heritage uitgebracht, al is het nog even wachten op de vinylversie. Het kraken van botten (of is het tandgeknars?) zet het album atypisch in gang waarna meteen duidelijk wordt dat “Age of excuse” een logische opvolger en verderzetting wordt van de meer cleane en melodische aanpak die op “Exercises in futility” werd geïntroduceerd. Opnieuw krijgen we een bijzonder helder geluid te horen en komt het befaamde, op Dissection geïnspireerde twin-gitaarspel duidelijk naar voor, waarbij zowel de lead als ritmegitaar vakkundig in en door elkaar worden gevlochten. “Age of excuse I” klonk initieel wat als de vreemde eend in de bijt wegens de tegendraadse riff die keer op keer terugkeert, maar blijkt snel te groeien tot ze één van mijn favoriete tracks op het album is geworden (misschien zit de referentie naar mijn thuisstad in de tekst er voor iets tussen – ook al is de stadsnaam verkeerd uitgesproken). Nummer twee ligt wel héél erg in het verlengde van het voorgaande album, maar bij nummer drie en vier krijgen we toch een ietwat andere aanpak waarbij we wat verder terug in de tijd gekatapulteerd worden en Mgła weer wat verstikkender en agressiever te werk gaat zoals op het in 2012 verschenen “With hearts toward none”, waarbij het gaspedaal opmerkelijk harder wordt ingedrukt dan in de eerste twee nummers. Uiteraard is dit voornamelijk de verdienste van Darkside, die er per release enkele ledematen bij lijkt te krijgen, want zijn drumwerk is opnieuw inventief, verveelt geen moment en is zonder enige twijfel wat Mgła zo goed maakt. Net zoals op “Exercises in futility” het geval was nemen de laatste twee nummers wat gas terug en wordt meer tijd en ruimte gemaakt voor het neerpoten van een opbouw, en ligt de focus terug meer op sfeer dan op het in ademnood brengen van de luisteraar. Weet Mgła op deze nieuwste langspeler te vernieuwen? Absoluut niet. Wel diepen ze de ingeslagen weg verder uit en exploreren ze verder wat ze met “Exercises in futility” zijn begonnen, en voelt “Age of excuse” aan als het logische vervolg zonder opnieuw hetzelfde te zijn. Verder springt ook het majestueuze artwork meteen in het oog. Ik schafte alvast een CD aan zodat mijn discografie weer compleet is, en zelfs op dit format komt de art perfect tot zijn recht. Mgła doet niks nieuws, maar is belachelijk goed in het uitvoeren van exercises in consistency.

CAS: 90/100

Mgła – Age of excuse (No Solace, 2019)
1. Age of excuse I
2. Age of excuse II
3. Age of excuse III
4. Age of excuse IV
5. Age of excuse V
6. Age of excuse VI

Батюшка – Панихида

Dit is het Batushka van gitarist Krzysztof Drabikowski, de componist achter het geprezen album “Litourgiya“. Na juridische rel, deels uitgevochten op sociale media, om de rechten op de bandnaam, waren er natuurlijk hoge verwachtingen. Deze zijn met “Panikhída” – oftewel “Herdenkingsdienst” – wel degelijk ingelost. Het is een logische opvolger geworden die in geheel dezelfde trant, van black metal gemengd met Gregoriaanse gezangen en Orthodoxe thematiek, verder gaat waar “Litourgiya” ophield. Wat wel meteen opvalt is dat, anders bij het soms nogal modderig aandoende debuut, de gitaren hier een pak meer op de voorgrond liggen zowel qua klank als prominentie. Op dit album zijn klassiekere black metal elementen meer de drijvende kracht en fungeren de gezangen eerder als een verrijking dan een doel op zich. Dit resulteert in een interessantere, agressievere plaat die minder snel inzakt en zelfs beter wordt naar het einde toe. Het laatste nummer bijvoorbeeld ontleent meer sfeer aan de gitaarpartijen dan aan de zang. Zoals gezegd is de productie meer snaargericht. De overkoepelende klank is helder en snijdend, met een mooi spanningsveld tussen de klassieke elementen en riffs. De drums zijn een duidelijk zwak punt, waardoor het album wat aan kracht en cohesie verliest. Maar dat vond ik eigenlijk net zo bij de vorige release. Nu zullen er zeker mensen zijn die het jammer vinden dat de hele 42 minuten niet zijn dicht gepleisterd met koren, maar voor mij is dit in elk geval een stap vooruit.

Xavier: 80/100

Батюшка – Панихида (Eigen beheer 2019)
1. Песнь 1
2. Песнь 2
3. Песнь 3
4. Песнь 4
5. Песнь 5
6. Песнь 6
7. Песнь 7
8. Песнь 8

Deus Mortem – Kosmocide

Het pad van de Poolse black metal-scene werd de afgelopen twintig jaar in de eerste plaats geëffend door Behemoth. Meer recent was het Mgła die uit de dichte mist opdoemde en liet horen dat ook zij een hele resem bands kunnen inspireren op zowel muzikaal als visueel vlak. In de vorm van Deus Mortem biedt zich opnieuw een speler aan die het in zich heeft om tot de hoogste echelons van de Poolse scene door te dringen. We hebben uiteindelijk zo’n drie jaar moeten wachten op een nieuwe langspeler nadat in 2016 de geweldige EP “Demons of matter and the shells of the dead” verscheen waarop mijn persoonlijke Deus Mortem favoriet “Olam haBeriah” prijkte. Wat een heerlijke song is me dat toch! Maar nu is er dus het spiksplinternieuwe “Kosmocide“. Wanneer Deus Mortem in een nummer als “Sinister lava” gas terug neemt horen we nog steeds een duidelijke link naar hun reeds eerder vernoemde gemaskerde landgenoten (de plaat werd ook vereeuwigd in Mgła’s M’s No Solace Studios en samen vertrekken ze weldra ook op tour). De melodieën in het afsluitende “The destroyer” zijn dan weer schatplichtig aan Dissection. Wanneer de Polen echter van jetje geven – en dat is het grootste deel van deze 43 minuten het geval – infuseren ze hun black met een heuse portie thrash zoals ook een Watain dat regelmatig doet. Dat was op debuut “Emanations of the black light” reeds het geval en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. De duidelijk hoorbare invloeden vinden we echter allesbehalve erg want de zeven nummers zijn opnieuw beresterk. Vergelijk het een beetje met een Whordeom Rife die ook niets nieuws onder de zon laten horen, maar hun sterke songs wel met voldoende overtuiging en klasse brengen. Deus Mortem bandleider Necrosodom en zijn mannen hechten veel belang aan details zoals zangkoortjes (“The soul of the worlds“, “The seeker“) of akoestische gitaren en hebben duidelijk hun tijd genomen om boeiende en pakkende songs te schrijven met heel wat interessante bruggetjes, catchy riffs en een duidelijk rol voor de lead gitarist. Dit alles culmineert in het epische “Ceremony of reversion part 2” waarin akoestische gitaren, een hoge heavy metal zanguithaal en proclamerende vocalen de revue passeren. Opnieuw klasse van deze Polen die agressiever uit de hoek komen dan op de meer melodieuze EP!

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – Kosmocide (Terratur Possessions 2019)
1. Remorseless beast
2. The soul of the worlds
3. Sinister lava
4. Through the crown it departs
5. The seeker
6. Ceremony of reversion p.2
7. The destroyer