polen

Deus Mortem – The fiery blood

Mijn favoriete Polen (op Mgła na) keren terug aan het front met “The fiery blood” onder hun kogelriem. Geen nieuwe langspeler echter, want dat zou wel heel snel na “Kosmocide” uit 2019 zijn, maar een vier tracks tellende EP die ons eindejaarslijstje qua korte releases nog even door mekaar komt klutsen. We hadden natuurlijk niet anders verwacht van bandleider Necrosodom en zijn kompanen. De eerste twee songs die we te horen krijgen, laten meteen een grand décart qua tempo horen, want daar waar Deus Mortem op “Down the scorched paradise” zelden zo agressief, venijnig en haatvol uit de hoek kwam (met de sacrale toetsen en akoestische openingsklanken proberen ze ons nog even op het verkeerde been te zetten), moet het fantastische “Lord of all graves” het eerder hebben van zijn slepende mid-tempo aanpak, melodieus kwaliteitsvol gitaarwerk (zowel de riffs als de solo) en scanderende samenzang. Met de koptelefoon op menen we zelfs psychedelisch toetsenwerk waar te nemen, ook al zit dat mijlenver weg in de mix verstopt. Wat een klassenummer met een oosters aanvoelende atmosfeer die keer op keer voor de nodige portie kippenvel zorgt! “Breaking the sceptres, crushing the wands” valt opnieuw in de categorie van de snelheidsduivels. Drummer Stormblast heeft zijn naam duidelijk niet gestolen en onderbouwt de vurige thrashy riffs als een klassebak met de nodige precisie en kracht. Hij duwt het gaspedaal echter ook erg diep in wanneer de snaarverstrengelingen eerder traag uitwaaierend zijn, en dat vormt een mooi contrast. Een dikke minuut voor het einde slaagt de sfeer middels een langgerekte break om van ziedende blasts naar stuwende uptempo zwartmetalen klanken maar de gitaristen verliezen nergens hun gevoel voor melodie uit het oor, en dat is één van de vele sterke punten van Deus Mortem. Het in het Pools ingezongen “Nod” (dat mogen ze van mijn part nog meer doen) start als een licht symfonische variant van Mgła (het is niet de eerste keer dat deze naam als referentie valt voor de mid-tempo nummers van Deus Mortem), maar eenmaal de triomfantelijke toon gezet is, verdwijnen de keyboards terug in de koelkast om pas in de finale opnieuw ingezet te worden en wordt er stevig van leer getrokken. Echter nooit voor erg lang, want “Nod” ontpopt zich tot een dynamische gearrangeerde kraker. Deus Mortem bestaat uit vier gepassioneerde en getalenteerde muzikanten, dat weten we al langer dan vandaag. De eerste tegenvaller moeten de heren nog schrijven, beetje zoals hun Noorse labelmaten Whoredom Rife. All killer, no filler dus, ook al is “The fiery blood” “slechts” een EP.

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – The fiery blood (Malignant Voices/Terratur Possessions 2020)
1. Down the scorched paradise
2. Lord of all graves
3. Breaking the sceptres, crushing the wands
4. Nod

Martwa Aura – Morbus animus

Met uitzondering van het puike Servische Nadsvest, concentreert het – mij voordien onbekende – Under the Sign of Garazel Productions label zich hoofdzakelijk op Poolse bands. Tussen de undergroundnamen resoneert Martwa Aura het meest bij ondergetekende. Na de band al meermaals te hebben zien voorbijkomen op sociale media werd het hoogtijd om de tweede langspeler “Morbus animus” bij zijn nekvel te grijpen en aan enkele luisterbeurten te onderwerpen. Het vijfkoppige gezelschap uit Poznań draait al een decennium mee en de bandleden houden er ook tal van nevenactiviteten op na, waarvan enkel Above Aurora, de andere band van nieuwbakken drummer Oktawiusz Marusiak een belletje doet rinkelen. “Morbus animus I” gooit meteen een begeesterende riff in de strijd, gevolgd door een snedig totaalplaatje inclusief opruiende Poolse screams. Niets nieuws onder de zwartgeblakerde zon, maar even later laat het kwintet ook een melodieuzer gezicht zien want er passeren enkele mooie en beklijvende leadpartijen die ons zelfs even aan mid-era Katatonia doen denken. Er is tevens plaats voor een serieuze portie dramatiek die vooral middels beladen heldere vocalen tot uiting komt. Maar ook doomregionen worden kortstondig verkend en de finale van deze bijna negen minuten durende opener sluit af met een repetitief patroon. “Morbus animus III” – waar deel II is, is me een raadsel – begint meer rechttoe rechtaan, maar laat het tempo al gauw naar meer sinistere regionen zakken, maar plots wordt de funeraire atmosfeer weer opgeschrikt door een groovende uitbarsting. Er volgen nog meer breaks, dikwijls ook onverwacht, waardoor we voortdurend bij de les en op het puntje van onze stoel blijven zitten. Dit dynamische spel en oor voor doeltreffende spanningsbogen en afwisselende gemoedstoestanden is absoluut één van de sterktes va Martwa Aura. Om de bij momenten erg melodieuze insteek wat te counteren, schreven de heren ook een agressievere song als het meedogenloze “Ślepowidzenie“. Hoewel? Zo ongeveer halfweg nemen meeslepende leads het terug over en wordt ook hier voor lichter verteerbaar tegengewicht gezorgd. Het zal je niet verbazen dat de band ook in de laatste twee nummers nooit op één paard wedt. Zéér degelijke plaat van een onontgonnen Poolse zwarte parel.

JOKKE: 80/100

Martwa Aura – Morbus animus (Under the Sign of Garazel Productions 2020)
1. Morbus animus I
2. Morbus animus III
3. Ślepowidzenie
4. Święta zagłada
5. Ostatnia gwiazda

Over The Voids… – Hadal

De Pool Michał Stępień verscheen onlangs nog op deze blog met Medico Peste’s tweede langspeler “ב :The black bile“. Drie jaar geleden bracht The Fall – dat is zijn pseudoniem – ook een eerste plaat uit met Over The Voids… Van die band verschijnt nu een vervolg dat de titel “Hadal” meekreeg. Het album start in de vorm van het inluidende “The pillar” nog enigszins ingetogen met akoestisch gitaargetokkel en heldere zang, maar eens het boeltje in “One commandment” op gang getrokken wordt, krijgen we zwartgeblakerde metal over ons uitgestort waarin plaats is voor zowel atmosfeer als agressie, voor melodie en dissonantie, voor somberheid en rauwe energie. The Fall zoekt voortdurend het spanningsveld tussen deze verschillende energiestromen op wat resulteert in een dynamisch geheel. De vocale aanpak heeft wat weg van hoe een Wraath bij Darvaza zijn woorden plaatst en uitbraakt. Vooral in een nummer als “Witchfuck“, waarin ik verder ook wat Turia in het hoge riffwerk en Dissection naar het einde toe hoor doorschemeren, leg ik die link. Ongetwijfeld één van de hoogtepunten! Het wat langere “Stone vault astronomers” trekt de Zweedse invloeden van halfweg de jaren ’90 nog verder door in het tremolo gitaarwerk en de heldere zang neemt een groot deel van het verhaal hier voor zijn rekening. “Prodigial” lijkt aanvankelijk wat te veel op het eindthema van de voorafgaande song verder te borduren, maar de groovende break iets verderop verandert het gezicht van dit nummer (al is het kortstondig), alvorens terug volop de kaart van snelle Zweedse meloblack te trekken. Naar het einde toe slaat de atmosfeer nogmaals om doordat heldere koorzang, enkel door subtiele percusie vergezeld, het voor het zeggen heeft. Het interessant getitelde “A tribe with no mythology” klokt net boven de twee minuten af en is een energiek recht-door-zee bommetje met snel hakkend drumwerk en staat in schril contrast met het meer atmosferische “Corridors inside a glacier” dat als eerste song gelost werd. “Hadal” bevat in het vocaal departement een gastbijdrage van Andreas Petterson (Armagedda, Stilla), tevens labelbaas van Nordvis Produktion dat zijn schouders onder Over The Voids… zette. En zo is de cirkel rond, want the Fall drumde Armagedda’s comebackplaat “Svindeldjup ättestup” in. Behalve in de akoestische afsluiter, begeeft The Fall zich quasi nergens op dun ijs want er wordt geen genreafwijkend gedrag vertoond. Desalniettemin is”Hadal” een sterke schijf die – net als de stalagtieten op het cover artwork – druipt van de passie en genegenheid voor het zwarte genre.

JOKKE: 82/100

Over The Voids… – Hadal (Nordvis Produktion/Malignant Voices 2020)
1. The pillar
2. One commandment
3. In the great war of nothing
4. Witchfuck
5. Stone vault astronomers
6. Prodigal king
7. A tribe with no mythology
8. Corridors inside a glacier
9. Thin ice

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed

In dit bloederige bolwerk treffen we de Poolse drummer Krew aan, die de ezelsvellen bij tal van bands geselt, en de Australiër zanger/gitarist/bassist Nightwolf die we ondermeer kennen van Runespell. Beide heren hebben een voorliefde voor Poolse black die ze sinds 2014 botvieren via Blood Stronghold. Na een kleine zes jaar tijd is het duo met de derde langspeler “Spectres of bloodshed” ondertussen al aan diens tiende release toe. Aan inspiratie geen gebrek met andere woorden, maar het is mijn persoonlijke eerste kennismaking. Blood Stronghold moet het niet hebben van gebalde agressie of hypersonische snelheden, maar schildert middels sombere en tragische – soms middeleeuws aanvoelende – melodieën een droomwereld van lang vervlogen tijden. Clean gitaarspel voegt ook een heidense toets toe. Het drumwerk van Krew is hoorbaar beïnvloed door tribale ritmes, alleen spijtig dat het lijkt alsof hij op een kartonnen drumkit speelt, want in de drumsound zit nu eens echt geen greintje energie. Wanneer de gewenning na een tijdje optreedt, past dit echter wonderwel bij het bandgeluid dat staat voor een onheilspellende weerspiegeling van een al te oud verleden. Nightwolf’s scream klinkt echter als dertien in een dozijn en komt weinig geïnspireerd over. In de tweede helft van de plaat horen we ook heldere zang opdraven en de iets langere nummers als “Forests dark eyes” en het afsluitende “Sunder” kunnen me het meest bekoren omdat de muziek het hier ook regelmatig lang alleen voor het zeggen heeft en er dan wel in slaagt me mee te vervoeren naar lang vervlogen tijden. Jullie moeten het echter doen met een luisterclipje van “Crowned virtue“, een iets feller nummer.

JOKKE: 70/100

Blood Stronghold – Spectres of bloodshed (Nebular Carcoma/Satanik Requiem 2020)
1. Edict of conflict
2. Unbowed wolves
3. From the depths of Veles sea
4. Blood dawn
5. Forests dark eyes
6. Crowned virtue
7. Sunder

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions

If it ain’t broke, don’t fix it! Dit is zowat het levensmotto van het Poolse Evilfeast want reeds vijf langspelers en ettelijke kleinere releases lang, houdt GrimSpirit zich koppig vast aan de stijl die hij met deze one man band laat horen. We hebben het dan over met dikke keyboardlagen en heldere zangkoren doordrongen grimmige black die zo cinematografisch van aard is dat je als luisteraar weinig moeite hebt om het verhaal en de scene achter een titel als “A castle enfolded in crimson twilight” voor de geest te halen. Als kleine extra krijgen we op deze split met het Nederlandse Uuntar, naast de dertien minuten durende eigen compositie, nog een cover van Helgrindr voor de kiezen. Deze Franse band, die er al in 1993 bij was, was me onbekend en het gecoverde nummer stamt van diens zwanenzang, de uit 2001 stammende EP “Von den Vorfahren herstammend Landen“. Deze song past EvilFeast als gegoten hoewel het tempo wat hoger ligt dan in het meer repeitieve eigen nummer. En zoals steeds lijkt het alsof de tijd midden jaren ’90 is blijven stilstaan, hoewel je je als luisteraar eerder in de donkere middeleeuwen waant. De twee andere songs zijn van de hand van Uuntar, wat Oud-Duits is voor ‘winter’. Het duo achter deze band met een meer heidense insteek kan je gerust als veteranen beschouwen want zowel zanger/gitarist/bassist Herjann als drummer/gitarist/toetsenist Nortfalke hebben een cv waarop zowat de helft van de NLBM-scene prijkt, waarbij hun wegen in het verleden o.a. kruisten bij Lugubre. Voorafgaand aan deze split verscheen in 2018 reeds de debuutlangspeler “Voorvaderverering“. Ook bij Uuntar staan keyboards en heldere zang centraal in hun muzikale visie. De toetsen klinken voortdurend alsof een groepje engelen mee loopt te neuriën met de gitaarriffs en tussen de raspende vocalen door zorgen de vele zangkoren op Falkenbachse wijze voor extra epiek. Naar het einde van het bijna elf minuten durende “Zon op de boer” toe, ontbloot het duo de tanden van hun riek wat meer wat geen kwaad kan om de schwung in de lange composities te houden. Ook “De man van Mander” houdt soms wat te lang dezelfde thema’s aan en ik ben blij wanneer de voet uiteindelijk dan toch op het gaspedaal belandt. Nog even meegeven dat de Nederlandstalige teksten redelijk goed verstaanbaar zijn, iets wat je kopje thee moet zijn. “Odes to lands of past traditions” is geen verplichte kost maar een fijne split voor liefhebbers van black metal, keyboards en heldere zangkoren.

JOKKE: 72/100 (EvilFeast: 74/100 – Uuntar: 70/100)

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions (Heidens Hart Records 2020)
1. Evilfeast – A castle enfolded in crimson twilight
2. Evilfeast – In umbra refugiis luminem exsecrari (Helgrindr cover)
3. Uuntar – Zon op de boer
4. Uuntar – De man van Mander

Medico Peste – ב :The black bile

Dat Polen zich het voorbije decennium gestaag heeft opgewerkt naar een land dat heel wat in petto heeft op gebied van black en death metal, moge duidelijk wezen. Er zijn natuurlijk veteranen als Behemoth en Vader maar ook een meer recente speler als het goddelijke Mgła is zich middels enkele uitstekende platen richting de hoogste echalons van de black metal-scene aan het opwerken. Daarnaast kent de Poolse scene tal van veelbelovende, meer underground, sub-toppers zoals Kriegsmaschine, Mord’A’Stigmata, Blaze Of Perdition, Clandestine Blaze, Arkona, Furia en Cultes des Ghoules…om er maar een paar te noemen. In deze massa hoort ook Medico Peste thuis, een kwintet dat sinds 2010 aan de weg timmert en waarvan enkele leden gekend zijn als live-lid van Mgła of een verleden hebben in Mord’A’Stigmata. Na de debuut langspeler “א: Tremendum et Fascinatio” die via Malignant Voices uitkwam en de EP “Herzogian darkness” die door W.T.C. op de markt gegooid werd, verkaste Medico Peste voor hun tweede plaat naar Season Of Mist. Het vijftal omhelst een specifieke kijk op thema’s als de dood, religie en de duivel door de vervormde opvattingen van een gekwelde, neurotische persoon en zijn schizofrene visies te verkennen. Dat uit zich vast en zeker in de muziek van Medico Peste want je wordt voortdurend heen-en-weer geslingerd tussen stevige uitbarstingen en meer ingetogen passages die echter vrijwel steeds een soort van verwrongen ondertoon hebben. Het geluid van de Franse black metal-scene loert hierbij vanachter de hoek. Het jongleren met traag gespeelde dissonante gitaarriffs (waarvoor drie gitaristen optekenen) waaronder de drums snelle blastspurtjes trekken, experimentele loopjes, atonale melodieën en zelfs jazzy intermezzo’s creërt een vrij hoekige flow waardoor zelfs na menig luisterbeurt nog lang niet alle puzzelstukjes in mekaar vallen. De totaalsound en vooral de strot van pestdokter Lazarus vallen bovendien ook wat te droog uit. Het feit dat de zeven nummers met een gemiddelde speelduur van zeven minuten ongemakkelijk, onconventioneel en wringend klinken, past natuurlijk perfect binnen het concept dat de band wil uitdragen, maar de mayonaise wilt toch nog niet echt pakken bij ondergetekende. Misschien verandert dit op een volgende plaat wel. Liefhebbers van avant-garde spul als Virus of het eveneens Poolse Lux Occulta moeten dit misschien wel eens een kans geven.

JOKKE: 73/100

Medico Peste – ב :The black bile (Season Of Mist 2020)
1. God knows why
2. All too human
3. Numinous catastrophy
4. Were saviours believers?
5. Skin
6. Holy opium
7. The black bile

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts

Vijfde langspeler alweer voor het Poolse Blaze Of Perdition, een band die zich in het overvolle occulte en orthodoxe black metal genre gestaag naar de top aan het werken is middels een reeks uitstekende platen. “The harrowing of hearts” komt er drie jaar na “Conscious darkness“, een periode waarin de band van Agonia Records naar het grote Metal Blade verkaste en waarin drummer DQ (ex-Mord’A’Stigmata en Arkona) en gitarist M.R. (In Twilight’s Embrace) aan boord gehesen werden om de oorspronkelijke kern bestaande uit zanger Sonneillon en gitarist XCIII te vervolledigen. De “The harrowing hearts” klokt op een pittige 52 minuten af en bevat naast zes nieuwe eigen composities in de vorm van “Moonchild” ook een cover van Fields of the Nephilim. De gothrock van deze grootmeesters heeft trouwens duidelijk haar sporen nagelaten in de black van de Polen. Dat maken de eerste twee nummers “Suffering made bliss” en “With madman’s faith” meteen duidelijk door meer op warmbloedige atmosfeer en mid-tempo melodieën in te zetten waarbij de meer rock-georiënteerde drumstijl van de nieuwbakken vellenmepper goed tot zijn recht komt. Een zeer gesmaakte nieuwe invalshoek wat mij betreft. Met “Transmutation of sins“, de eerste vrijgegeven single voor de nieuwe plaat, wordt terug wat sneller van leer getrokken hoewel deze song zich ook al snel ontplooit tot een melodieuze kraker met een erg aanstekelijk meezingbaar refrein. Blaze Of Perdition is duidelijk toegankelijker geworden en begint wat naar recente Nachtmystium te neigen. Halfweg de plaat valt “Królestwo Niebieskie” op door de Poolse teksten waar we geen jota van verstaan – terwijl de screams van Sonneillon wanneer hij Engels uitbraakt vrij goed te volgen zijn – wat een gesmaakt exotisch kantje toevoegt aan het nummer dat opnieuw aan goth rock ontleende ritmes en melodieën bevat waarin ook een belangrijke rol voor de stuwende basgitaar is weggelegd. “What Christ has kept apart” zoekt wederom de aanstekelijkheid van “Transmutation of sins” op en weet op je gevoel in te spelen middels slepende leadgitaren en infectieuze melodieën. Het meer dan negen minuten durende “The great seduces” moet het hebben van bakken atmosfeer, Katatonia-achtige leads, onderhuidse spanning en subtiele post-rock invloeden. Zoals steeds het geval is bij deze Polen sluiten muziek, teksten (losjes gebaseerd op “The harrowing of hell“, de afdaling van Christus naar de onderwereld in de tijd tussen zijn kruisiging en wederopstanding, waarbij het menselijk hart vol angsten, duistere fantasieën en donkere verlangens symbool staat voor de hel) en artwork naadloos op mekaar aan. “The harrowing of hearts” is gemakkelijker verteerbaar dan de vorige platen en ligt goed in het gehoor met heel wat catchy nummers. Deze nieuwe richting voelt echter niet als een knieval richting commercie aan, maar laat zien dat Blaze Of Perdition steeds nieuwe invalshoeken zoekt voor haar kwalitatieve composities en haar black metal-origine hierbij herschaapt tot een beklijvende brok muziek met bredere invloeden.

JOKKE: 89/100

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts (Metal Blade Records 2020)
1. Suffering made bliss
2. With madman’s faith
3. Transmutation of sins
4. Królestwo niebieskie
5. What Christ has kept apart
6. The great seducer
7. Moonchild (Fields of the Nephilim cover)

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw

Wie wild is van spookachtige kerkhofklanken en een beklemmend horrorsfeertje zit bij het Poolse Krypta Nicestwa (“Krypte van het niets”) aan het juiste adres. Dit duo is een jaar of twee actief waarin al twee demo’s en twee splits verschenen (eentje met het Duitse Gjaldur en eentje met het Australische Forest Mysticism). In de vorm van “Sarkofagi nocnych zjaw” (“sarcofagen van nachtelijke verschijningen”) is er nu een nieuwe EP. En die start met een ijselijke grafkreet die me de stuipen op het lijf jaagt. De black metal-klanken die zich nadien vervoegen ruiken naar dood en verderf, maar nergens ambiëren zanger/drummer V. en snarenplukker/ keyboardspeler S. de positie van meest agressieve of snelle band in het genre. De toetsen creëren een lugubere en macabere setting en de riffs hebben in de mid-tempo partijen een heuse doom-insteek waarbij de vroegste bands van de Poolse scene geëerd worden. Wanneer Krypa Nicestwa in het overwegend mid-tempo “Ołtarze diabelskich pierwocin” dan toch accelereert, horen we heel wat vroege-Emperor in het riff-werk doorschemeren en “Czernie bytów chtonicznych” doet me – op het fluitje na – meer dan eens aan Mayhem in het “Deathcrush” era denken. Dan weten jullie meteen ook waar de heren de mosterd halen op vlak van melodieën. Doorheen de spinnenwebben van het archaïsche “W sferze pzoagrobowego trwania” dwalen middeleeuws aandoende synth-partijen die gelukkig nergens in kermistoestanden en polonaise-materiaal ontaarden. De droge krijsstem past dit soort grafherrie als gegoten en de basgitaar weet ondanks de grimmige sound toch haar plaatsje op te eisen. Niets mis met deze EP. S. en V. weten duidelijk waar ze mee bezig zijn.

JOKKE: 78/100

Krypta Nicestwa – Sarkofagi nocnych zjaw (Signal Rex 2020)
1. Spojrzenia świątyni nocy
2. Czernie bytów chtonicznych
3. W sferze pzoagrobowego trwania
4. Ołtarze diabelskich pierwocin

Arkona – Age of capricorn

Arkona – één van de langst meedraaiende bands in de Poolse black metal-scene – is terug met langspeler nummer zeven, de tweede voor het Franse Debemur Morti Productions. Zoal we van het kwartet gewend zijn, voelen de muzikanten (en drummer Zaala bij uitstek) zich als een vis in het water wanneer dat de vorm van woeste stroomversnellingen aanneemt. De snelle, op Zweedse leest gestoelde black metal-inferno’s vliegen ons immers rond de oren, wat echter niet wil zeggen dat Arkona de luisteraar in bijvoorbeeld de titelsong ook niet enkele momenten gunt om naar adem te happen. Voor sommigen zullen de keyboards en symfonische elementen echter een struikelblok blijven, ook al worden ze slechts sporadisch aangewend. Zo snap ik met de beste wil van de wereld niet waarom de heftige openingspassage van “Alone among wolves” met een idioot pianoriedeltje vergezeld moet gaan, wat serieus afbreuk doet aan de agressie. Voor de rest geen klachten over deze rampestamper. Een snelheidsbom als “Deathskull mystherium” zal liefhebbers van Dark Funeral, Setherial en consorten doen watertanden, terwijl het meer mid-tempo “Towards the dark” opnieuw meer ruimte laat voor symfonische accenten. Zo onderstrepen majestueuze orgelklanken de duisternis die over de luisteraar neervalt in dit nummer. Bandleider en enig overgebleven lid Khorzon weet ondertussen wel hoe hij pakkende nummers vol furie, krachtige melodieën en een atmosfeer van grandeur moet schrijven. Het afsluitende acht en een halve minuut durende “Grand manifest of death” is hier op “Age of capricorn” misschien wel het beste voorbeeld van, hoewel de toon hier ook best grimmig is. De muzikanten die Khorzon rondom zich verzamelde, bewijzen dat ze hun instrumenten en krijsende strot tot in de puntjes beheersen. De productie van “Age of capricorn” klinkt modern en transparant, zonder aan agressie in te boeten. Deze zevende langspeler vormt het voorlopige hoogtepunt van Arkona’s discografie. Enkel jammer van het generieke artwork en logo.

JOKKE: 83/100

Arkona – Age of capricorn (Debemur Morti Productions 2019)
1. Stellar inferno
2. Alone among wolves
3. Age of capricorn
4. Deathskull mystherium
5. Towards the dark
6. Grand manifest of death