skáphe

Skáphe – Skáphe³

Oorverdovende, demonische dissonantie. Een barrage van dystrofie veroorzakende drumsalvo’s. Een sfeer die de gruwelijkste stukken poëzie uit de geschiedenis van de mens zou kunnen vergezellen. Muziek die de grenzen opzoekt van wat we als luisteraar aangenaam of beluisterbaar vinden, heeft bij deze redactie toch een opmerkelijk grote plek in het hart veroverd. Het atonale, het ambivalente, het onterende. Songstructuren die uitdagen, die alle aandacht vereisen en zelf dan niet zomaar te behappen zijn. Een blik op het aanbod van deze blog laat ook meteen zien hoezeer 2020 een voedingsbodem is gebleken voor deze extreme vorm van extreme muziek, gezien de vele reviews over uitzonderlijke, muzikaal uitdagende bands. Eén zo’n band is het Amerikaans/IJslandse Skáphe, die met “Skáphe³” meteen aan hun – je raadt het al – derde langspeler toe zijn. De plaat schenkt de luisteraar wat alleen maar als een veertig minuten durende, volledig uit de hand gelopen dimethyltryptamine-trip kan worden omschreven, een grauwe, vleesgeworden manifestatie van een perpetuele en allesverslindende nachtmerrie. Bij het aanbod horen drumpartijen die blijven hameren tot lang nadat de begeleidende riff de illusie creëert uitgeraasd te zijn. Tempoveranderingen die je doen happen naar adem. Gitaarsolo’s die niet melodieus of verfrissend maar enorm benauwend en desoriënterend klinken. Wie al veel naar pakweg Misþyrming heeft geluisterd kan met iets wat verdacht veel op opluchting lijkt zeggen dat de stembanden van Dagur Gíslason, omwille van hun herkenbaarheid, de enige tastbare vorm van soelaas brengen. Hoofdrolspeler van dit verhaal blijft natuurlijk de heimelijk ondoorgrondelijke Alex Poole, verder bekend van nog een tiental andere illustere blackmetalbands, zoals het geniale Chaos Moon – waar hij ter gelegenheid van de auditieve hondsdolheid die “Skáphe³” is, ook drummer Jack Blackburn is gaan ontvreemden. Blackburn raast er met momenten patronen uit die de virtuositeit voorbij gaan, en mag bij deze van onderstaande nooit nog iets anders doen dan drummen met Poole. Die laatste weet zich met Skáphe keer op keer te overtreffen, en ook deze keer is het raak: een sublieme productie en mastering zorgen ervoor dat de ontiegelijk gelaagde en striemende geluidsgolven nog beter tot hun recht komen, zonder daarbij aan corrosieve kracht te verliezen. Het driekoppig gezelschap is ontegensprekelijk geslaagd in hun opzet, wat die ook moge zijn. Dit is dissonante perfectie, een niet te missen plaat voor eender wie zichzelf al eens graag uitdaagt met ‘moeilijke’ muziek, en zonder twijfel één van de sterkste releases van het jaar.

JULES: 95/100

Skáphe – Skáphe³ (Mystiskaos & Iron Bonehead 2020)
1. VIII – Beyond earthly understanding
2. IX – The lowest abyss
3. X – Sing lament to thee
4. XI – The ocean of fire
5. XII – Buried in dark earth
6. XIII – The shrill cracks and moan
7. XIV – A spiritual bypass
8. XV – Oblique axis
9. XVI – Glass sarcophagus
10. XVII – Rebirth synthesis

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve