Sleep

Briqueville – Quelle

Anonimiteit is het nieuwe normaal geworden in de metalscene. Het verbergen van gelaat en identiteit creëert gelijkheid en voorkomt de verafgoding van een persoonlijkheid. Nu, na verloop van tijd lekken de namen van gemaskerde muzikanten meestal wel uit. Zo niet bij onze landgenoten Briqueville die steevast op en naast het podium in zwarte Nazgûlgewaden en gouden maskers gehuld zijn. Het self-titled debuut uit 2014 klonk veelbelovend, maar van de opvolger “I I” uit 2017 hebben we enkel live enkele nummers gehoord, die ons een pak minder konden bekoren. De band uit het Waasland (ga zelf maar op zoek naar het dorp waaraan de bandnaam ontsproten is) is ondertussen toe aan zijn derde langspeler waarop acht nieuwe, naar goede gewoonte instrumentale, aktes prijken. Recensies die we in de mainstream pers van “Quelle” zagen verschijnen, strooiden de superlatieven kwistig in het rond; Briqueville lijkt wel het nieuwe Amenra te zijn. We mogen best wat meer chauvinistisch zijn op gebied van onze vaderlandse muziekscene, maar wie het heavy genre al wat langer dan vandaag volgt, bekijkt dit collectief misschien toch net wat meer nuchter. Sommige beukende slepende composities zoals de openende akte walsen ons immers niet plat, daarvoor lopen er zwaardere en meer effectieve bands genre Bongripper rond. En ook “Akte XV” en het wat te langdradige afsluitende “Akte XV” wijken niet van de platgereden post-metal/sludge/doom-paden af. Het meer dreigende en apocalyptisch aanvoelende “Akte IX” scoort al beter, net als het meer hoekige, groovende en dronende “Akte XII“. Wat ons betreft is het gemaskerde gezelschap echter op haar best in een song als het op een kwartier afklokkende rustig opbouwende “Akte X” waarin de meer psychedelische kaart getrokken wordt die een soort meditatieve loomheid opwekt en de composities ook een Oosterse tint meegeeft. “Akte XI” en het uit een altijd aanstekelijk werkende zeven achtste maatsoort opgetrokken “Akte XIII” gaat nog een stap verder qua hypnotiserende warmbloedige klanken en bands als Om en Bong komen dan al snel vanachter een in de snikhete woestijn verdwaalde kameel piepen. Die broeierige atmosfeer komt ook naar voor in de hieronder geplaatste videoclip voor het reeds aangehaalde “Akte XV“, die uiteindelijk een kortfilm is geworden en gefilmd werd op een locatie die even goed zou kunnen dienen als inspiratie voor een Kyuss album, waar de band en acteur op de warmste dag van het jaar temperaturen van 40°C trotseerden om toch maar de perfecte toon qua visueel aspect neer te zetten. Het album en de bijhorende clip zijn een reflectie van wat er in dit bevreemdende jaar 2020 aan de hand is. Om te kunnen (over)leven moeten we onze grootste angsten (isolement, eenzaamheid en afzondering) opzij zetten en het leven met opgeheven hoofd trotseren. Met het tijdens de quarantaine geschreven “Quelle” gaat Briqueville op zoek naar het verbindingselement tussen enerzijds het ruwe, het duistere, het mysterieuze, het psychedelische, het zware en het buitenaardse en anderzijds een liefde voor schoonheid en melodie. Deze zoektocht resulteerde in een plaat met tal van beklijvende momenten, maar die nog niet over de ganse lijn écht weet te overtuigen. Vooral halfweg houdt “Quelle” ons stevig in haar greep. Desalniettemin een stevige aanrader voor fans van Hemelbestormer, Sleep, en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 82/100

Briqueville – Quelle (Pelagic Records 2020)
1. Akte VIII
2. Akte IX
3. Akte X
4. Akte XI
5. Akte XII
6. Akte XIII
7. Akte XIV
8. Akte XV

Nevel – Leven

Voor het album “Teloorgang” uit 2014 had het Utrechtse Nevel drie nummers nodig om een plaat af te leveren die op driekwartier speeltijd afklokt. Op het kakelverse “Leven” – het woordspelletje had u waarschijnlijk in één oogopslag door – hebben ze hiervoor aan één nummer genoeg. Ondanks het feit dat er wel meer bands – denk maar aan Inter Arma, Meshuggah, Pig Destroyer, Edge Of Sanity, Sleep, Jesu, … – ondertussen iets gelijkaardigs hebben gedaan, blijft het toch nog steeds een gewaagde keuze om slechts één kolossaal nummer op de tracklist te hebben staan prijken. Voornamelijk zij die last hebben van een korte aandachtspanne, zie ik in een grote boog omheen dergelijke releases stappen. Het duo Galgenvot (bas, gitaar, tekst en zang) ook gekend van o.a. Iron Harvest en Wrang en W. Damiaen (bas, drums, synths en zang), tevens actief bij Laster, Willoos en Verval zal het in elk geval worst wezen en presenteert in de vorm van “Leven” een vijfenveertig-minuten-durende track die het verhaal vertelt van iemand die zonder perspectief in het leven staat. Deze persoonlijke strijd vol frustratie, twijfel, ongeloof en wanhoop is voelbaar in de met allerhande-modern-klinkende-effectjes-opgesmukte atmosferische black die Nevel ons voorschotelt. Emotioneel geladen riffs en melodieën (waarbij er sporadisch een akoestische gitaar aan te pas komt) veranderen gestaag in verwrongen en woestere passages waarbij de krijsende vocalen (die heel wat aan een band als Laster refereren) ook steeds meer sporen van waanzin gaan bevatten. Rond de vijfentwintigminutengrens wordt de luisteraar een adem- en plaspauze gegund en vervalt de snelle black in serene ambient, pianospel en strijkers die stelselmatig meer dreiging uitwasemen totdat dit (subtiel) symfonisch intermezzo terug in snedige, snelle en snerpende black ontaardt. Gaandeweg wordt er plaats gemaakt voor melancholische slepende leads en uiteindelijk worden er zelfs triomfantelijke blazers uit de kast gehaald waarmee een haast orchestrale finale neergezet wordt. Al deze elementen zijn duidelijk hoorbaar in een uitstekende mix waarvoor W. Damiaen zelf optekende. En wat met de protagonist van dit verhaal? Uiteindelijk beseft hij dat de sleutel tot het leven in het “loslaten van de dingen” ligt. Leer accepteren dat er niet altijd voor alles een grotere of dieperliggende betekenis moet zijn. Leef in plaats van wakker te liggen van wat er allemaal fout kan gaan door dit of ’t geen te doen. Omarm de toekomst met een open geest zonder te weten wat er zal komen. Met deze wijze woorden ronden we de review van deze ambitieuze en straffe plaat (waarbij ik geen seconde separate nummers mistte) af.

JOKKE: 82/100

Nevel – Leven (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. Nevel

Electric Wizard – Time to die

Tien jaren lang heeft het geduurd. Destijds riep Ewiz het nog vrolijk van de daken: “We live motherfuckers!” We gaan er tegenaan! We gaan eens lekker knallen! Troetelbeertjes straal! Maar tegenwoordig heeft de man, wiens voornaam bij 98% inwoners van een bepaald land hun volledige kennis van het Frans beslaat, besloten dat het welletjes is geweest. Ladies and gentlemen, it’s Time to die. Zo begon Electric Wizard hun set eerder dit jaar op Desertfest in Antwerpen. Helaas was dat geen show om in te kaderen. Lizzy was te toondoof om te merken dat haar gitaar haast de hele set ontstemd was en Jus was gewoon te dom door geen nieuwe snaren op te leggen, er eentje te breken en tevens geen extra gitaar achter de coulissen te zetten. Hoe stuntelig de band live was, hoe sterk ze op plaat klinken. “I love the dead, the living make me sick. Profit and greed, bleeding the world dry” – Zo’n zinsnede vraagt om een D-beat, dreadlocks, vuile blote voeten en vochtige honden, maar vergis je niet, “Time to die” is zwart. Pekzwart! Het hele album ademt een nihilistisch en depressief sfeertje uit. Heer Oborn ziet het deze keer echt niet meer zitten. Als Jus volgende week een kogel door zijn hersenpan jaagt, zullen mensen zeggen: “nou ja, dat zag ik aankomen”. “Time to die” klinkt niet als een gimmick. De duisternis is echt. Puur! Weerzinwekkend. Het is met verve het donkerste album op conto van Electric Wizard. Het recept is alom bekend. Een van de scene boomers en toch wel inspiratiebron voor velen kiest steevast voor dezelfde aanpak: dalende toonladders in mineur met een typische rechterhandaanslag. Ja. Dat is saai. Ja. Dat is voorspelbaar. Gelukkig maar! Als tijdens “Funeral of your mind” het tempo enigszins de hoogte ingaat, lukt het net om niet de noodtoestand doorheen het ganse land af te roepen. Laat Ewiz maar hun lekker wegkabbelende doom stoner spelen. Vergeleken met vorige albums kan de fijnproever zich er misschien in berusten dat de nieuweling wat zwaarder op de maag ligt, maar toch nog zo catchy is als het vorige “Black masses“. Ook wordt deze keer terug gegrepen naar meer synthgeluiden, noise en meneer Hammond. Een goede keuze, daar zo de sfeer wat meer in de spotlights staat. However, het blijft niet de band die je beluisterd om eens lekker te grooven. Je moet in een bepaalde mindset zitten om hiervan te genieten. Onze fruitsapman laat graag geloven dat het drugs moeten zijn, maar niks is zo vervelends om Blake Nachtripofftium gewijs op te scheppen over je eigen domheid. “Time to die” knalt zoals geen enkele Wizard album eerder klonk. De productie is enorm! De krakende fuss mag in het woordenboek staan naast “perfecte sound”. Als Jus morgen tussen de zooien ligt, mag hij fier zijn op zo’n afsluiter. And Satan lives! And six six six! En zo van die dingen,…

Flp: 96/100

Electric Wizard – Time to die (Spinefarm Records 2014)
1. Incense for the damned
2. Time to die
3. I am nothing
4. Destroy those who love god
5. Funeral of your mind
6. We love the dead
7. SadioWitch
8. Lucifer’s slaves
9. Saturn dethroned

Yob – Clearing the path to ascend

De hartslag van menig doom/stoner/sludge liefhebber schiet steevast de hoogte in als er nieuw plaatwerk te verwachten valt van het Amerikaanse trio Yob, een band die we ondertussen toch wel als een instituut mogen beschouwen in deze scène naast andere grootheden als Electric Wizard, Sleep of Neurosis. Nieuweling “Clearing the path to ascend”, plaat nummer zeven weeral, en voorzien van prachtig artwork bevat vier songs die steevast flirten met een speelduur van om en bij het kwartier. Aftrappen doet het trio rond de charismatische frontman Mike Scheidt met de song “In our blood” die alle typische Yob ingrediënten bevat: logge en zware gitaarriffs, ondersteund door een zwaar ronkende bass, effectieve drumdonderslagen en de van feedback en vervorming doordrenkte vocalen van monsieur Mike, dikwijls gekopieerd, maar zelden geëvenaard. Ik blijf het straffe toebak vinden hoe slechts drie muzikanten zo een massieve wall of sound kunnen neerzetten. “Nothing to win” is meer up-tempo en maakt het moeilijk om stil te blijven zitten. Het is een uitdaging om je nekspieren niet te laten los gehen op de groovende riffgolven. In “Unmask the spectre” krijgen we een heel andere Yob te horen. Duistere cleane gitaren vergezeld van onheilspellend gefluister vormen telkens een voorbode voor de orkaanerupties die erop volgen. Het heeft bij momenten wel wat weg van een Neurosis, een vergelijking die nog versterkt wordt gezien het feit dat de plaat uitkomt via Neurot Records. Halverwege de song passeert een floydiaans middenstuk de revue dat de haartjes op mijn armen doet rechtkomen. Het is de meest experimentele song van de plaat en wat mij betreft gelijk het hoogtepunt. Hekkensluiter “Marrow” is de meest ingetogen en emotionele song en bevat knappe melodieën die nog enige vorm van hoop voor de mensheid laten uitstralen. Mike’s zang wordt hier op de achtergrond subtiel bijgestaan door vrouwelijke vocalen. Elke song heeft zijn eigen karakter en identiteit waardoor de favoriet van luisteraar tot luisteraar zal verschillen. De twee laatste en meer experimentele nummers toppen voor ondergetekende de twee eerste en meer traditionele songs. Jaarlijstmateriaal!

JOKKE: 91/100

Yob – Clearing the path to ascend (Neurot Recordings 2014)

1. In our blood
2. Nothing to win
3. Unmask the spectre
4. Marrow