tiamat

Wolvennest – Temple

In onze jaarlijst van 2018 maakte ik nog het statement dat Wolvennest zo wat het beste was wat de underground scene in België te bieden heeft. Benieuwd of ze de hooggespannen verwachtingen op de (altijd moeilijke) derde langspeler “Temple” opnieuw ruimschoots weten waar te maken. In het interview naar aanleiding van voorganger “Void” – in tussentijd verscheen wel nog de “Vortex” EP – vertelde gitarist Corvus dat het muzikale receptuur van the Nest geen grenzen kent: “expect the unexpected!”. Verwacht op “Temple” geen al te grote muzikale bokkensprongen want de enorm intrigerende en pakkende mix van gitaar loops, repetitieve beats, synthesizers, rituele ambient en hypnotiserende zang die aan de basis van Wolvennest ligt, maakt nog steeds furore. Echt onverwachte nieuwe invalshoeken bespeuren we in “Disappear” dat als eerste single vooruit geschoven werd. In de prachtige psychedelische duisternis van dit meer uptempo nummer lijkt het haast alsof Wolvennest de reïncarnatie van Peter Steele heeft weten strikken. Corvus wist me te vertellen dat er wel vier versies van deze song bestaan, maar dat degene met Déhà op zang het haalde van de versies waarop Corvus, Kirby en Shazzula zongen. De gotische inslag die aan bands als Type O Negative, latere Moonspell en Tiamat of Sisters Of Mercy doet denken, gaat wonderwel mooi samen met de hallucinogene blackmetal- en ambientbasis van Wolvennest. In het met kippenvel opwekkende gitaarleads opgefleurde “Succubus” horen we dan weer TJ Cowgill ofte King Dude met zijn gekende flair de vocale honneurs waarnemen. Maar niet getreurd want ook Shazzula’s kenmerkende bezwerende zang maakt natuurlijk weer haar opwachting. Net als “Ritual lovers” van voorganger “Void” schittert ze ook nu weer met haar innemende vocalen in het tweede nummer “Swear to fire” dat een beetje in hetzelfde straatje ligt van “Ritual lovers“. Net als die song maakt ook “Swear to fire” kans om als favoriete nummer van het jaar te eindigen, maar laat ons niet op de zaken vooruit lopen, want we zijn nog maar eind februari. In het gitzwarte “All that black” laat Shazzula horen van vele markten thuis te zijn en zet ze haar stem op een onheilspellende proclamerende manier in.”I like darkness, darkness is beautiful” zingt ze, en we geloven haar blindelings. Duisternis en de dood lijken wel als rode draad doorheen de plaat te lopen. Het repetitieve en traag naar een climax toewerkende “Incarnation” dat pakkend Paradise Lost achtig gitaarwerk laat horen, ligt in het verlengde van de meer dan twaalf minuten durende (ietwat veilige, maar daarom niet minder aanstekelijke) opener “Mantra” en zuigt je mee in een intrigerende rituele trance vol druipend kaarsvet, macabere doodshoofden en aan de neusvleugels prikkelende geur van wierook en mirre. In de ceremoniële afsluiter “Souffle de mort” bezorgt Shazzula ons met haar in het Frans vertolkte toverspreuken de daver op het lijf. “Alecto” is dan weer een instrumentaal nummer dat enkele sacrale melodielijnen omvat en ook wel wat postrocktrekjes vertoont. De titel is Grieks en betekent ‘onophoudelijk’. Het is één van de drie Erinyen (of Furiën) in de Griekse mythologie. Volgens de Griekse dichter Hesiodus waren Alecto en haar zusters Megaera en Tisiphone de dochters van Gaea, die bevrucht werd door het bloed van Uranus, toen hij gecastreerd werd door Kronos. De taak van de Erinye Alecto was het straffen van mensen die schade toegebracht hadden aan andere mensen. Het is tevens een leuke knipoog naar Cult Of Erinyes, het blackmetalproject van gitarist Corvus. Minpuntjes kunnen we in de acht nieuwe nummers, die gezamenlijk op bijna tachtig minuten afklokken, niet detecteren of het moest de langgerokken aan- en uitloop van sommige composities zijn waardoor de intervallen het soms lang wachten maken op het muzikale spektakel. Maar uiteindelijk knalt dat psychedelische vuurwerk in elk nummer wel, en dat is het voornaamste. “Temple” is het resultaat van groepswerk van een stel gelijkgestemde zielen, ook al is de muzikale achtergrond heel divers. Drummer Bram Moerenhout is nu ook plaat te horen daar waar producer en zevende bandlid Déhà de voorganger nog intrommelde. Met “Temple” bevestigt Wolvennest zijn status. Of de geplande show met Wiegedood op 1 mei in de Casino in Sint-Niklaas haalbaar is, is voorlopig nog koffiedik kijken. Laat ons dus maar focussen op dit geweldige “Temple” en uitkijken naar de liveregistratie van “Ritual MMXX” die in februari 2020 in de Brusselse AB werd vastgelegd. Ik denk dat het mijn laatste gig voor de uitbraak van de pandemie moet geweest zijn. Het zou een mooi afscheid van het concertgebeuren geweest zijn als de wereld daarna was vergaan.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Temple (Ván Records 2021)
1. Mantra
2. Swear to fire
3. Alecto
4. Incarnation
5. All that black
6. Succubus
7. Disappear
8. Souffle de mort

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Katatonia – The fall of hearts

Oneindig veel respect voor de heren Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse, het duo dat reeds vijfentwintig jaar lang het kloppend hart en vaste kern van de “Zweedse heersers van de melancholie” Katatonia vormt. Het is immers niet elke band gegeven om met je elfde volwaardige langspeler (nog steeds) een dijk van een plaat af te leveren. De vraag is of dit een nieuw ijkpunt in hun discografie gaat worden net zoals de platen “Brave murder day” uit 1996 en “The great cold distance” uit 2006? Die eerste vormde het hoogtepunt uit de doom/death periode van de band, terwijl de andere het absolute meesterwerk is dat werd afgeleverd met de klassieke bezetting van de band met, naast de reeds eerder genoemde heren, ook de broertjes Norrman en drummer Daniel Liljekvist in de line-up. Na dit album werd de band geconfronteerd met het vertrek van enkele leden en had voornamelijk meneer Blakkheim last van een writers block. Met “Dead end kings” uit 2012 werd dan ook het minste album uit de carrière van de Zweden afgeleverd. Het kwintet probeerde hier té progressief uit de hoek te komen en er stond best een aantal zaaddodende songs op de plaat. Vervolgens deden ook my personal drum hero Daniel Liljekvist en gitarist Per “Sodo” Eriksson een stapje terug waardoor Anders en Jonas voortaan enkel nog met Sodo op de planken staan als ze van jetje geven met Bloodbath. Ik hoopte uit de grond van mijn hart dat de band niet nóg verder het progressieve pad zou bewandelen of – indien dit toch het geval zou zijn – de songs terug overtuigender zouden zijn. Welnu, inspiratie was er duidelijk voldoende tijdens het schrijfproces van “The fall of hearts”, want zelfs zonder de bonus tracks klokken de twaalf songs af op zevenenzestig minuten pure melancholie en pakkendheid. Bovendien staan er een vijftal songs op de tracklist die de zesminutengrens overschrijden, iets wat we de laatste vijftien jaar niet meer van hen gewend waren. Hoewel alle songs duidelijk de gekende Katatonia kwaliteitsstempel dragen en er links of rechts wel al eens een eigen oude melodie of zanglijn gerecycleerd worden, werd er wel voor voldoende afwisseling gezorgd waardoor de plaat geen seconde verveelt. De sound zit bovendien volgepropt met allerhande zangeffecten, ambientlagen, biepjes en bliepjes, percussie, akoestische gitaren, piano, keyboards, orgels en strijkers waardoor een erg rijk universum ontstaat dat de songs verdere inkleuring verschaft (denk nu echter niet met van die tenenkrommende symfonische metal te maken te hebben). In opener “Takeover” zorgen de postrockgitaren meteen voor een eerste portie kippenvel. Naast progressiever (maar niet geforceerd klinkend) werk zoals “Residual” of het afsluitende “Passer” staat er ook een aantal vlotter in het gehoor liggende nummers met pakkende melodie op het album (o.a. “Serein”, “Old heart falls” en “Last song before the fade”). In “Decima”, het Keltisch aandoende “Pale flag” en het mij-keer-op-keer-in-een-gelukzalige-state-of-mind-vervoerende “Shifts” wordt wat gas terug genomen, maar de groovende dubbele basdrums en zware gitaren in “Sanction”, “Serac” en “The night subscriber” bewijzen dat Katatonia toch nog steeds als metal band gecategoriseerd mag worden. Nieuwbakken drummer Daniel Moilanen (o.a. ex-Engel) laat zien een waardige (en eigenlijk nóg straffere) opvolger te zijn van de andere Daniel en timmert elk gaatje dicht met creatieve fill ins en avontuurlijk drumwerk. Gitarist Roger Öjersson (ex-Tiamat) vervoegde de band net te laat om nog actief aan het schrijfproces deel te nemen maar leverde toch nog enkele gitaarsolo’s aan op de opener, afsluiter en “Serac”. Tip: probeer de prachtig vormgegeven boxset te bemachtigen, dé enige manier om ook aan drie van de vier bonus tracks te geraken. Enkel de Judas Priest cover “Night comes down”, die exclusief voor de Jappen werd gereserveerd, ontbreek je dan. Zoals we van Katatonia gewend zijn, zitten tussen hun bonussongs of B-kantjes ook regelmatig regelrechte pareltjes, zoals deze keer het geval is met het in het Zweeds gezongen (primeur!) licht electronische “Vakaren”, iets wat van mijn part in de toekomst nog meer mag gebeuren, want hoe cool klinkt die taal niet?! Jonas zingt trouwens op de hele plaat weer de pannen van het dak; wat een innemende stem heeft die man toch. Kortom: na de tegenvallende voorganger is “The fall of hearts” een erg geïnspireerd en afwisselend album geworden waar ik zelfs tijdens de tiende luisterbeurt nog met open mond naar zit te luisteren! Gaat dit het nieuwe ijkpunt uit Katatonia’s progressieve periode worden of zouden ze dit album nog weten te overklassen in de toekomst?

JOKKE: 95/100

Katatonia – The fall of hearts (Peaceville Records 2016)
1. Takeover
2. Serein
3. Old heart falls
4. Decima
5. Sanction
6. Residual
7. Serac
8. Last song before the fade
9. Shifts
10. The night subscriber
11. Pale flag
12. Passer
13. Vakaren (bonus)
14. Sistere (bonus)
15. Wide awake in quietus (bonus)