van records

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Gneterswart – Gneterswart

Abstract albumartwork bestaande uit zesenzestig tinten grijs en zwart en één van de meest onleesbare bandlogo’s ooit. Om maar te zeggen dat Gneterswart niet echt van zijn marketingstrategie wakker ligt. Ván Records brengt het eerste wapenfeit van dit Duitse trio met o.a. Hekla van Hadopelagyal in de gelederen uit als 10 inch en Amor Fati zal instaan voor de tapeversie. Het zwartmetaal dat Gneterswart vier nummers lang ontketent lijkt in een ondergrondse bunker opgenomen te zijn waar het haast even hard echoot als in Trump’s bovenkamer. De sound is organisch, enige vorm van productie is quasi onbestaande, maar het past wel bij de black metal van het trio. Doorheen de snerpende cymbaalaanslagen en kwaadaardige screams penetreren morbide riffs die me meer dan eens aan het über kwaadaardige Throne Of Katharsis doen denken. Ook een erg ongepolijste versie van het oude Watain doemt eveneens regelmatig aan de einder op, vooral op vocaal vlak dan. Het tempo varieert van tergend traag in o.a. het geïmproviseerd aandoende “For ye mighty treacherous sanctuary” tot blastbeatmodus waarbij de snare-aanslagen echter vaporiseren in het geheel, behalve wanneer de piepende feedback aan het einde van “Drop dead treacherous sanctuary” wegvalt. De atmosfeer die vooral op de A-kant neergezet wordt in het diabolische “Flight of ye nameless” en het dynamische “Scattered in tempest” is verstikkend en pek, pekzwart. De bandnaam past met andere woorden als gegoten.

JOKKE: 81/100

Gneterswart – Gneterswart (Ván Records 2020)
1. Flight of ye nameless
2. Scattered in tempest
3. Drop dead treacherous sanctuary
4. For ye mighty ghosts of gloom

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination

Dat Ván Records al zestien jaar lang interessant spul op de markt brengt hoeft ondertussen geen betoog meer, en naast de traditionele focus van het label op bezwerende, ritualistische black metal lijken er de laatste jaren ook meer releases uit te komen van het doodse broertje ervan. Nadat het label enkele heel sterke releases van het eveneens Duitse Sulphur Aeon uitbracht, komen ook nu de landgenoten van Nekrovault met een eerste langspeler. De twee voorgaande demo’s zijn het bewijs dat mijn oog toch niet alziend is, maar dit debuutalbum werd gelukkig wel opgepikt want wat Nekrovault laat horen is klasse. “Totenzug – funereal hillscapes” plant dankzij het consistent trage tempo meteen een onheilspellende sfeer van jewelste neer, en meteen valt op dat er veel aandacht is besteed aan de productie, die zonder zever ‘top’ genoemd kan worden en waar de zware distortion teruggrijpt naar de hoogdagen van de BOSS HM-2-pedalen. Dat Nekrovault weet hoe ze de buzzsaw sound van de Zweedse grootheden van weleer kan bekomen staat buiten kijf. Deze formule, aangevuld met lugubere melodieën zoals in “Psychomanteum – luminous flames” geeft – net zoals bij het hiervoor vernoemde Sulphur Aeon – een zwart sfeertje mee aan hun sound, waardoor we Nekrovault ook in het rijtje met Grave Miasma en Irkallian Oracle kunnen plaatsen, waarbij de heren duidelijk een stap verder weg van de black metal zetten tegenover de EP’s. Naast onheilspellend en traag beuken knalt een snel nummer als “Pallid eyes” hard uit de speakers en horen we een mooi eerbetoon aan bands als Carnage, Entombed en Dismember. Halfweg krijgen we een twee minuten durend intermezzo waarin aasvliegen het rottende, doodse karakter van “Totenzug – festering peregrination” (what’s in a name) verder in de verf zetten voordat de Duitsers er opnieuw geen gras over laten groeien. Vreemde eend in de bijt is afsluiter “Eremitorium”, waar Nekrovault het rock & rollgehalte plots de hoogte in stuwt en begot zelfs catchy te noemen valt en waar ook wat traditionele doominvloeden te bespeuren zijn. Veel subtiliteit biedt Nekrovault niet, maar wel verdomd stevige death metal die waarschijnlijk ook door een hoop blackies gesmaakt zal kunnen worden – andere stijl, dezelfde sfeer. Nekrovault heeft zich ontpopt tot een sinister, halfverrot wezen dat uit de diepste krochten van zijn tombe naar boven komt gekropen: niet snel, maar berekend en onstuitbaar. De Bavarianen wilden een akelige sfeer neerpoten en zijn daarin geslaagd en ondanks de bijzonder heldere mix klinkt deze langspeler geweldig zompig. Exact zoals ik mijn death metal graag heb.

CAS: 84/100

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination (Ván Records 2020)
1. Totenzug – funereal hillscapes
2. Sepulkrator
3. Psychomanteum – luminous flames
4. Pallid Eyes
5. Serpentrance
6. Basilisk fumes
9. Eremitorium

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd

Het heengaan van Wederganger vonden we in 2018 best sneu, maar gelukkig herrees een deel van de line-up al snel in de vorm van Bezwering als een feniks uit diens smeulende assen. Hun vuurdoop vond in november vorig jaar plaats tijdens Unholy Congregation fest en naar aanleiding van deze seance werden reeds twee veelbelovende voortekenen gelost. Nu verschijnt via het toonaangevende Ván Records het volwaardige, smakelijk getitelde en door Karmazid van fantastisch artwork voorziene debuut “Aan de wormen overgeleverd” waarop – naast de twee eerder geloste omens – nog zeven nieuwe decomposities prijken. “Vredeloos” trapt het zaakje op gang en handelt over het schrijnende vooruitzicht van de outlaw op een rusteloos hiernamaals. De mid-tempo undeath metal van de Gelderse ondoden schurkt in deze opener best tegen het moderner werk van een Satyricon aan, alleen veel overtuigender gebracht. “Nagezeten” vertelt over een verdwaalde zwerver die in het bos opgejaagd wordt wat zich vertaalt in meer rusteloze en uptempo passages. Het navolgende “Rouwstoet” volgt het lome tempo van de heerlijk bedwelmende gitaarmelodie en plechtstatige rouwende heldere zang van Alfschijn die de stoet traag door de ijskoude regen voorstuwt totdat de serene atmosfeer plotseling in duivelse toestanden omslaat en er voortaan getreurd kan worden om de rouwenden. Sowieso het hoogtepunt van de plaat! De helse finale van dit beklijvende nummer wordt verder doorgetrokken in het felle “Uitgeteerd” dat toepasselijk handelt over de eersten die stierven aan een epidemie en de anderen met zich meesleurden in het graf. Ik werkte aan deze review tijdens het hoogtepunt van de Corona-crisis en hoopte stiekem dat de horroreske taferelen van dit nummer geen werkelijkheid zouden worden. In “Aan gene zijde” wordt zowel middels de typerende heldere zang als sappige screams een dialoog met de doden aangegaan. Het resulteert in een catchy song met rockende ritmes. Het dynamische “Terror terroris” kent een meer historische aanpak en roept de geest van de wrede Gelderse veldmaarschalk Maarten van Rossum aan wat resulteert in een blitzkrieg einde alvorens met “Geen bloemen op mijn graf” opnieuw terug te keren naar de tragedie van de vergeten doden. Een gevoel dat uitgedragen wordt door de vele doomy treurige gitaarleads, hoewel het spelen met verschillende ritmes ook nu weer voor de nodige variatie en dynamiek zorgt waardoor dit allesbehalve een zielepotige bedoening is. Het over de vloek van helderziendheid handelende meer atmosferische “Het tweede gezicht” komt traag en instrumentaal op gang maar weet zich uiteindelijk toch een feller gezicht aan te meten waarbij heldere vocalen de ziedende black metal vergezellen. “Waanzinskolk” heeft zijn naam niet gestolen en gedijt langzaamaan verder om uiteindelijk in een krankzinnige finale uit te monden. Het nummer vormt een treffend sluitstuk voor deze negen-nagels-tellende doodskist waarin het stoffelijk overschot van Bezwering aan de wormen overgeleverd ligt weg te rotten maar regelmatig halfvergaan ontwaakt om ons de stuipen op het lijf te jagen.

JOKKE: 85/100

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd (Ván Records 2020)
1. Vredeloos
2. Nagezeten
3. Rouwstoet
4. Uitgeteerd
5. Aan gene zijde
6. Terror terroris
7. Geen bloemen op mijn graf
8. Het tweede gezicht
9. Waanzinskolk

Duivel – Tirades uit de hel

Vorig jaar wist de gelijknamige EP van het Nederlandse Duivel ons uit het niets van onze sokken te blazen waardoor we maar wat blij zijn dat er nu ook een volwaardig debuut op onze deurmat ploft. “Tirades uit de hel” werd het ding toepasselijk gedoopt en er staan er zo zes stuks op. De kern van Duivel bestaat uit gitarist N (Urfaust, Botulistum, ex-Fluisterwoud), drummer D (D.R.E.P.), bassist P (van het Amerikaanse Black Anvil) en toetsenist K. Toen het opzwepende, haast maniakale “Dolend verteerd” passeerde werd meteen duidelijk dat W (Urfaust, The Spirit Cabinet) hier de vocalen voor zijn rekening nam, de man heeft immers een stem en zangstijl die uit de duizenden herkenbaar is, vooral wanneer zijn salpeterstrot overslaat in heldere klanken. Nader speurwerk leverde een bont allegaartje aan andere vuilbekkers op die hun strot aan één of meerdere nummers toe bedeelden. Zo horen we S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) op het met een knaller van een riff in gang geschoten “Schim der wreken“, het tussen hakwerk en mid-tempo alternerende “Het zwarte hart van walging” en “Hond der pimaten“, drie nummers vol heerlijk vunzige en ranzige old school black waarbij “Het zwarte hart van walging” een catchy keyboardriedeltje bevat dat een hallucinogeen randje aan de song toevoegt. Het meer grimmige, lo-fi klinkende, deels op een sluimerend tempo gespeelde en met spookachtige orgelklanken opgefleurde “Offerande aan de schimmen der afgestorvenen” werd vakkundig door B (ex-Lugubrum) ingekrijst en V (Vaal, Ravenzang) nam het rauwe van een schedelsplijtende solo voorziene “Sluimering van de dood” voor zijn rekening. “Tirades uit de hel” heeft een perfecte sound meegekregen die de nummers lekker energiek uit de boxen laat knallen zonder aan rauwheid te moeten inboeten en de basgitaar onder te sneeuwen. Tel daarbij het zinderend vocaal spektakel vol vuilbekkerij en de grote lading pakkende riffs en begeesterende toetsenpartijen op en je hebt een absolute knaller van een debuut!

JOKKE: 90/100

Duivel – Tirades uit de hel (Ván records 2020)
1. Schim der wreken
2. Offerande aan de schimmen der afgestorvenen
3. Het zwarte hart van walging
4. Dolend verteerd
5. Hond der primaten
6. Sluimering van de dood

Akatechism/Slidhr – Amongst the lost light of misaligned stars

Het Iers/IJslandse Slidhr keert twee jaar na het verschijnen van diens tweede full length ‘The futile fires of man” terug aan het front middels een 7 inch split die ons tevens doet kennis maken met het Duitse Akatechism. Achter deze band schuilt Shrine Of Insanabilis drummer Serpenth die wordt bijgestaan door zanger/gitarist/Bassist AnV en voor hun eerste teken van leven, de “Dripping flames“-demo, moeten we al naar 2015 terugkeren. In 2016 maakten Slidhr en Shrine Of Insanabilis deel uit van een tour package dat ook nog Acherontas en Sinmara bevatte; het zou me niet verbazen dat het idee voor deze split toen ontstaan is. Akatechism krijgt de eer om het zaakje op gang te trappen en doet dat middels opzwepende zwartmetalen klanken met vocalen die lekker galmen en eerder naar orthodoxe death metal neigen. Het tempo doet meer dan enkel razen en neemt af en toe wat gas terug om zich slepend voort te bewegen. Wanneer de drummer dan toch nog eens volle gas wilt gaan, worden de uitbarstingen vergezeld van heerlijk snijdende tremolo-riffs. Slidhr start nog enigszins ingetogen met eerder doomy black die vergezeld wordt van plechtstatige melodieën en haast engelachtige gezangen. Rond 1:24 wordt er enkele versnellingen hoger geschakeld en worden krachtige zang en een mix van black en atmosferische death metal op ons afgevuurd. Maar ook verderop in deze zes minuten durende compositie wordt nog teruggegrepen naar mid-tempo snelheden en atmosferische randanimatie. Nog even meegeven dat deze split het laatste wapenfeit van bassist Garðar S Jónsson (Almyrkvi en Sinmara) is. Altijd leuk als er bij een split meer gaande is dan het louter samen kletsen van twee bands. Beide nummers zijn niet alleen aan mekaar gewaagd op basis van de geboden kwaliteit maar ook met elkaar verbonden door een cohesie tussen titel, teksten en (verbluffend) artwork. Een 7 inch split die op alle vlakken geslaagd is en een knap staaltje aan samenwerking – mét inachtname van social distancing – laat horen.

JOKKE: 82/100 (Akatechism: 82/100 – Slidhr: 82/100)

Akatechism/Slidr – Amongst the lost light of misaligned stars (Ván Records 2020)
1. Akatechism – Amongst the lost light
2. Slidhr – Of misaligned stars

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders

Het broederschap en wederzijds respect tussen Lugubrum en Urfaust is groot, héél groot. Zo viel Urfaust-drummer VRDRBR recent nog in voor Lugubrum-bassist Noctiz op twee Russische shows en in 2015 deelden beide bands een split (“Aalschuim der natie“). Vier jaar later herhalen ze dat concept nogmaals in de vorm van “Bradobroeders” die strikt gelimiteerd op 550 exemplaren door Ván Records uitgebracht wordt. Tegen de tijd dat u dit leest, bent u ofwel de trotse bezitter van dit werkje ofwel viste u achter het net aan en mag u reeds één week na verschijnen zo’n 80 euro of meer neerleggen voor een exemplaar dat door kapitalistisch uitschot op Discogs verkocht wordt. Zo’n lowlifes zijn de naam ‘muziekliefhebber’ onwaardig. Zowel Lugubrum als Urfaust hebben als gemeenschappelijke deler dat ze buitenbeentjes zijn in het respectievelijke Belgische en Nederlandse black metal-landschap. het Vlaamse trio zo waar nog meer dan het Nederlandse duo. Als we één kleur met Lugubrum mogen associëren is het zonder tegenspraak bruin. Zelf bestempelden ze hun experimentele muzikale output als brown metal, hun website benoemen ze “Lugubrum’s brown netherworld“, hun vijfde langspeler kreeg de niet mis te verstane titel “De bruyne troon” mee en het nummer dat ze voor deze split aanleveren is getiteld “Bruine moeder“. De associaties die deze titel kan oproepen, laat ik aan uw verbeelding over. Het trio experimenteert met jazzy klanken waarbij een speels orgel, een hoekig repetitief drumpatroon en ritmische basgitaar een bevreemdend muzikaal patroon neerzetten. Ik dacht 2 seconden met Oranssi Pazuzu te maken te hebben, maar dan zonder het overdonderende effect. Voeg daar nog de aparte zang (zowel helder als vervormd) van Midgaars aan toe en je krijgt een song die in de verte verte niets met black metal te maken heeft – het is een keurslijf dat Lugubrum al jaren ontgroeid is trouwens. Maar ik vraag me wel af of veel Urfaust-adepten dit zullen trekken. Wie openstaat voor een band als Grey Aura zal dit echter wel kunnen smaken. Benieuwd wat de voor februari 2020 geplande langspeler “Plage chômage” voor ons in petto zal hebben. Met deze schavuiten weet je nooit. Wanneer Urfaust aan de beurt is verandert de stemming van bizarre, haast luchtige free jazz naar het gekende recept van repetitief dronende duistere black, verdorven ambient, de hallucinogene meeslepende zang van IX en psychedelische leads. “Scabreusheden uit het tuchtarsenaal” bevat ook subtiele electronica en is één van de meest bezwerende composities die het duo de laatste jaren heeft geschreven. “Bradobroeders” is een split die muzikaal gezien ver uiteen ligt en waarbij vooral Urfaust me écht kon bekoren.

JOKKE: 80/100 (Lugubrum: 75/100 – Urfaust: 85/100)

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders (Ván Records 2019)
1. Lugubrum – Bruine moeder
2. Urfaust – Scabreusheden uit het tuchtarsenaal

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra

Het is niet de eerste keer dat er een alliantie wordt gesmeed tussen het Griekse Devathorn en de Tsjechen van Inferno. We verwijzen daarvoor terug naar de conceptuele split “Zos vel thagirion“. Haxandraok is een nieuwe entiteit die door Devathorn’s Saevus H. Aldra -Al-Melekh (zang, gitaar en tekst) en oud Inferno-drummer Marcello gestalte kreeg. Toen ik de albumtitel “Ki si kil ud da kar ra” de eerste keer uitsprak, veranderde mijn vriendin plotsklaps in een kikker. Om maar te zeggen dat dit werkje bol staat van de mantra’s en betoveringen ontleend aan Qliphotische tovenarij en oerhekserij. Als we de bijhorende grootspraak van het persbericht naast ons neerleggen, horen we een werkstuk dat er desondanks in geslaagd is om een half uur lang een meeslepende en intrigerende rituele atmosfeer neer te zetten. Dit met name dankzij Saevus’ semi-cleane-semi-raspende strot die de vele spreuken op een hypnotiserende manier ten berde brengt. Muzikaal gezien worden verscheidene toverformules uit de zwarte kunsten aangewend zoals het vinnige op Zweedse leest gestoelde “Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX” of het meeslepende mid-tempo “Lilith unbound” waarvoor de tekst werd aangeleverd door de Zweedse occulte en esoterische auteur Thomas Karlsson die lange tijd de teksten voor Therion verzorgde. Rituele ambient mag natuurlijk ook niet ontbreken en wordt bewaard voor het afsluitende “La sorciere rouge“. Wat Haxandraok van alle andere occulte black metal-bands onderscheidt is de zekere schwung die in de riffs en het drumwerk schuilt. Het regenereert een soort van mediterrane zwoelheid en oosterse mystiek. Tel daar nog eens de puike sound bij die werd vastgeleged door Arek ”Malta”  Malczewski (o.a. Behemoth, Hate, Lost Soul en Vesania) en we kunnen concluderen dat “Ki si kil ud da kar ra” een knappe occulte black metal-plaat geworden is.

JOKKE: 84/100

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra (Ván Records 2019)
1. The temptress of UD DA KAR RA
2. Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX
3. Tower Sub Rosa
4. Lilith unbound
5. La sorciere rouge