van records

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders

Het broederschap en wederzijds respect tussen Lugubrum en Urfaust is groot, héél groot. Zo viel Urfaust-drummer VRDRBR recent nog in voor Lugubrum-bassist Noctiz op twee Russische shows en in 2015 deelden beide bands een split (“Aalschuim der natie“). Vier jaar later herhalen ze dat concept nogmaals in de vorm van “Bradobroeders” die strikt gelimiteerd op 550 exemplaren door Ván Records uitgebracht wordt. Tegen de tijd dat u dit leest, bent u ofwel de trotse bezitter van dit werkje ofwel viste u achter het net aan en mag u reeds één week na verschijnen zo’n 80 euro of meer neerleggen voor een exemplaar dat door kapitalistisch uitschot op Discogs verkocht wordt. Zo’n lowlifes zijn de naam ‘muziekliefhebber’ onwaardig. Zowel Lugubrum als Urfaust hebben als gemeenschappelijke deler dat ze buitenbeentjes zijn in het respectievelijke Belgische en Nederlandse black metal-landschap. het Vlaamse trio zo waar nog meer dan het Nederlandse duo. Als we één kleur met Lugubrum mogen associëren is het zonder tegenspraak bruin. Zelf bestempelden ze hun experimentele muzikale output als brown metal, hun website benoemen ze “Lugubrum’s brown netherworld“, hun vijfde langspeler kreeg de niet mis te verstane titel “De bruyne troon” mee en het nummer dat ze voor deze split aanleveren is getiteld “Bruine moeder“. De associaties die deze titel kan oproepen, laat ik aan uw verbeelding over. Het trio experimenteert met jazzy klanken waarbij een speels orgel, een hoekig repetitief drumpatroon en ritmische basgitaar een bevreemdend muzikaal patroon neerzetten. Ik dacht 2 seconden met Oranssi Pazuzu te maken te hebben, maar dan zonder het overdonderende effect. Voeg daar nog de aparte zang (zowel helder als vervormd) van Midgaars aan toe en je krijgt een song die in de verte verte niets met black metal te maken heeft – het is een keurslijf dat Lugubrum al jaren ontgroeid is trouwens. Maar ik vraag me wel af of veel Urfaust-adepten dit zullen trekken. Wie openstaat voor een band als Grey Aura zal dit echter wel kunnen smaken. Benieuwd wat de voor februari 2020 geplande langspeler “Plage chômage” voor ons in petto zal hebben. Met deze schavuiten weet je nooit. Wanneer Urfaust aan de beurt is verandert de stemming van bizarre, haast luchtige free jazz naar het gekende recept van repetitief dronende duistere black, verdorven ambient, de hallucinogene meeslepende zang van IX en psychedelische leads. “Scabreusheden uit het tuchtarsenaal” bevat ook subtiele electronica en is één van de meest bezwerende composities die het duo de laatste jaren heeft geschreven. “Bradobroeders” is een split die muzikaal gezien ver uiteen ligt en waarbij vooral Urfaust me écht kon bekoren.

JOKKE: 80/100 (Lugubrum: 75/100 – Urfaust: 85/100)

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders (Ván Records 2019)
1. Lugubrum – Bruine moeder
2. Urfaust – Scabreusheden uit het tuchtarsenaal

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra

Het is niet de eerste keer dat er een alliantie wordt gesmeed tussen het Griekse Devathorn en de Tsjechen van Inferno. We verwijzen daarvoor terug naar de conceptuele split “Zos vel thagirion“. Haxandraok is een nieuwe entiteit die door Devathorn’s Saevus H. Aldra -Al-Melekh (zang, gitaar en tekst) en oud Inferno-drummer Marcello gestalte kreeg. Toen ik de albumtitel “Ki si kil ud da kar ra” de eerste keer uitsprak, veranderde mijn vriendin plotsklaps in een kikker. Om maar te zeggen dat dit werkje bol staat van de mantra’s en betoveringen ontleend aan Qliphotische tovenarij en oerhekserij. Als we de bijhorende grootspraak van het persbericht naast ons neerleggen, horen we een werkstuk dat er desondanks in geslaagd is om een half uur lang een meeslepende en intrigerende rituele atmosfeer neer te zetten. Dit met name dankzij Saevus’ semi-cleane-semi-raspende strot die de vele spreuken op een hypnotiserende manier ten berde brengt. Muzikaal gezien worden verscheidene toverformules uit de zwarte kunsten aangewend zoals het vinnige op Zweedse leest gestoelde “Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX” of het meeslepende mid-tempo “Lilith unbound” waarvoor de tekst werd aangeleverd door de Zweedse occulte en esoterische auteur Thomas Karlsson die lange tijd de teksten voor Therion verzorgde. Rituele ambient mag natuurlijk ook niet ontbreken en wordt bewaard voor het afsluitende “La sorciere rouge“. Wat Haxandraok van alle andere occulte black metal-bands onderscheidt is de zekere schwung die in de riffs en het drumwerk schuilt. Het regenereert een soort van mediterrane zwoelheid en oosterse mystiek. Tel daar nog eens de puike sound bij die werd vastgeleged door Arek ”Malta”  Malczewski (o.a. Behemoth, Hate, Lost Soul en Vesania) en we kunnen concluderen dat “Ki si kil ud da kar ra” een knappe occulte black metal-plaat geworden is.

JOKKE: 84/100

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra (Ván Records 2019)
1. The temptress of UD DA KAR RA
2. Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX
3. Tower Sub Rosa
4. Lilith unbound
5. La sorciere rouge

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Saligia – Vesaevus

De stad Trondheim heeft zich het afgelopen decennium als een echte hotbed opgeworpen voor Noorse black metal. De exploten van de Nidrosian scene (verwijzend naar Nidaros, de middeleeuwse benaming voor de stad) zijn ondertussen genoegzaam bekend. Saligia is misschien een iets minder bekende naam, hoewel de band reeds sinds 2006 actief is en al een aardige discografie wist op te bouwen waarvan Ván Records enkele releases vermarktte. Een leuk wist-je-datje: Saligia is een ezelsbruggetje voor de zeven hoofdzonden in het Latijn: superbia, avaritia, luxuria, invidia, gula, ira en acedia. Met “Vesaevus” brengt het duo een derde langspeler uit die na een stilte van vier jaar verschijnt. Voorganger “Fønix” vormde een kleine stijlbreuk met het verleden doordat de heren Ahzari (zang, gitaar en bas) en V. (drums) op muzikaal en vocaal vlak meer begonnen experimenteren en de sound directer was. Het leverde een plaat op die ik minder kon smaken dan debuut “Sic transit gloria mundi” en de geweldige EP “Lvx aeternae“. In opener “Ashes” grijpen de heren deels terug naar de atmosfeer van het oude werk, maar er vindt ook een serieuze infusie plaats van heavy metal/thrash metal georiënteerde riffs (denk aan bands als Negative Plane en Funereal Presence). Het is in elk geval geen geïsoleerd geval want in de daaropvolgende nummers, worden regelmatig nog opzwepende extreme old school riffs op de luisteraar afgevuurd. De vocalen switchen nog steeds tussen maniakale krijsen, semi-cleane uithalen en standaard black metal-screams. En de basgitaar blijft te midden van al dat geweld duidelijk hoorbaar. Een nummer als “Malach ahzari” combineert de meest helse momenten van de plaat met de meest ingetogen en hangt aaneen van de extremen zoals een scheurende solo. De titeltrack die aan de staart van de plaat bengelt, is nog zo’n schizofrene compositie waarin extreem geweld en subtiele instrumentatie zoals piano met mekaar clashen. Er zitten nog steeds avantgarde stukjes in de muziek verwerkt, zoals een song als “Poison wine” laat horen, maar het is overall wel subtieler verpakt dan op de voorgaande plaat. Zo schuurt een nummer als “Draining the well” veel dichter tegen het oude werk aan. Ik ben dan ook blij met Saligia’s gedeeltelijke terugkeer naar de sound van de eerste langspeler en EP en verwelkom de old school infusies met open armen.

JOKKE: 80/100

Saligia – Vesaevus (Ván Records 2019)
1. Ashes
2. Malach ahzari
3. Poison wine
4. The feather of Ma’at
5. Draining the well
6. A nuisance
7. Vesaevus

Kosmokrator – Through ruin…behold

Hoogtijd om met een volwaardige langspeler op de proppen te komen, moet het black/death gezelschap Kosmokrator gedacht hebben. Daar zat ik trouwens ook al een tijdje op te wachten. De demo “To the svmmit” (2014) en EP “First step towards supremacy” (2016) waren immers twee knappe staaltjes mystieke, atmosferische en occulte black/death die meteen ook de mensen bij Ván Records – toch nog steeds één van dé hofleveranciers van kwaliteitsvolle extreme muziek – wisten te overtuigen. Onze landgenoten staan al een tijdje op mijn “live to see“-lijstje, maar om de één of andere reden ontglipten ze me steeds, zelfs als ik op een event aanwezig was waar ze geprogrammeerd stonden. Gelukkig verscheen eerder dit jaar de liveregistratie “Live at Hamburg Untertage” om de pijn toch een beetje te verzachten. “Through ruin…behold” is de titel die de eerste langspeler meekreeg en de luisteraar driekwartier lang aan zijn of haar boxen kluistert. Muzikaal gezien ligt de plaat in het verlengde van de vorige releases, wat op zich niet zo vreemd is aangezien de nummers tussen 2013 en 2018 geschreven werden en enkele van hen dus zelfs uit de demoperiode van de band dateren. Zoals gewend van de voorganger, wisselt frontman J. ruwe echoënde death metal-vocalen af met semi-cleane uithalen wat voor een dynamisch schouwspel zorgt, dat maakt “The push towards Daath” meteen duidelijk, alleen haalt een bevreemdende passage vol rituele percussie en bezwerende gitaren de vaart wat uit de opener. Kosmokrator is voortdurend op zoek naar een evenwicht tussen heftige, zompige death metalpassages en meer melodieuze elementen zoals groots klinkende gitaarclimaxen en pakkende leads. Verder wordt ook met contrasten tussen trage dissonante riffs en stuwende blastdrums gewerkt, wat bijdraagt aan een hypnotiserend sfeertje dat de nummers bijwijlen uitstralen. “Ruins” is zo’n kraker waarin de verschillende gezichten van dit vijfkoppige monster aan bod komen. In het epische en atmosferische “Kosmokratoras I – In His name shineth the sun” eist bassist T. zijn plaats op en verder geeft ijle vrouwelijke zang een duistere betoverende meerwaarde. Ook in het doomy negen minuten durende “Gestorben muss sein” zijn vrouwelijke vocalen verantwoordelijk voor het schetsen van een dor en druilerig landschap vol ruïnes nadat de ondergang van de mensheid ingezet werd. De post-apocalyptische sfeer die deze afsluiter uitademt staat dan weer in schril contrast met het triomfantelijke beukwerk van een song als “Irreversible pathways“. Kortom: “Through ruin…behold” is een sterke, dynamische plaat geworden waarmee Kosmokrator zonder blikken of blozen kan meespelen in de internationale scene. En nu zorgen dat ik onze afspraak op 6 december niet mis wanneer Kosmokrator samen met Grave Miasma, Spectral Voice en Vort Het Bos in Antwerpen zal ontheiligen.

JOKKE: 87/100

Kosmokrator – Through ruin…behold (Ván Records 2019)
1. The push towards Daath
2. Ruins
3. Irreversible pathways
4. I am the utterance of my name
5. Kosmokratoras I – In His name shineth the sun
6. Nathir
7. Gestorben muss sein

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn