van records

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Saligia – Vesaevus

De stad Trondheim heeft zich het afgelopen decennium als een echte hotbed opgeworpen voor Noorse black metal. De exploten van de Nidrosian scene (verwijzend naar Nidaros, de middeleeuwse benaming voor de stad) zijn ondertussen genoegzaam bekend. Saligia is misschien een iets minder bekende naam, hoewel de band reeds sinds 2006 actief is en al een aardige discografie wist op te bouwen waarvan Ván Records enkele releases vermarktte. Een leuk wist-je-datje: Saligia is een ezelsbruggetje voor de zeven hoofdzonden in het Latijn: superbia, avaritia, luxuria, invidia, gula, ira en acedia. Met “Vesaevus” brengt het duo een derde langspeler uit die na een stilte van vier jaar verschijnt. Voorganger “Fønix” vormde een kleine stijlbreuk met het verleden doordat de heren Ahzari (zang, gitaar en bas) en V. (drums) op muzikaal en vocaal vlak meer begonnen experimenteren en de sound directer was. Het leverde een plaat op die ik minder kon smaken dan debuut “Sic transit gloria mundi” en de geweldige EP “Lvx aeternae“. In opener “Ashes” grijpen de heren deels terug naar de atmosfeer van het oude werk, maar er vindt ook een serieuze infusie plaats van heavy metal/thrash metal georiënteerde riffs (denk aan bands als Negative Plane en Funereal Presence). Het is in elk geval geen geïsoleerd geval want in de daaropvolgende nummers, worden regelmatig nog opzwepende extreme old school riffs op de luisteraar afgevuurd. De vocalen switchen nog steeds tussen maniakale krijsen, semi-cleane uithalen en standaard black metal-screams. En de basgitaar blijft te midden van al dat geweld duidelijk hoorbaar. Een nummer als “Malach ahzari” combineert de meest helse momenten van de plaat met de meest ingetogen en hangt aaneen van de extremen zoals een scheurende solo. De titeltrack die aan de staart van de plaat bengelt, is nog zo’n schizofrene compositie waarin extreem geweld en subtiele instrumentatie zoals piano met mekaar clashen. Er zitten nog steeds avantgarde stukjes in de muziek verwerkt, zoals een song als “Poison wine” laat horen, maar het is overall wel subtieler verpakt dan op de voorgaande plaat. Zo schuurt een nummer als “Draining the well” veel dichter tegen het oude werk aan. Ik ben dan ook blij met Saligia’s gedeeltelijke terugkeer naar de sound van de eerste langspeler en EP en verwelkom de old school infusies met open armen.

JOKKE: 80/100

Saligia – Vesaevus (Ván Records 2019)
1. Ashes
2. Malach ahzari
3. Poison wine
4. The feather of Ma’at
5. Draining the well
6. A nuisance
7. Vesaevus

Kosmokrator – Through ruin…behold

Hoogtijd om met een volwaardige langspeler op de proppen te komen, moet het black/death gezelschap Kosmokrator gedacht hebben. Daar zat ik trouwens ook al een tijdje op te wachten. De demo “To the svmmit” (2014) en EP “First step towards supremacy” (2016) waren immers twee knappe staaltjes mystieke, atmosferische en occulte black/death die meteen ook de mensen bij Ván Records – toch nog steeds één van dé hofleveranciers van kwaliteitsvolle extreme muziek – wisten te overtuigen. Onze landgenoten staan al een tijdje op mijn “live to see“-lijstje, maar om de één of andere reden ontglipten ze me steeds, zelfs als ik op een event aanwezig was waar ze geprogrammeerd stonden. Gelukkig verscheen eerder dit jaar de liveregistratie “Live at Hamburg Untertage” om de pijn toch een beetje te verzachten. “Through ruin…behold” is de titel die de eerste langspeler meekreeg en de luisteraar driekwartier lang aan zijn of haar boxen kluistert. Muzikaal gezien ligt de plaat in het verlengde van de vorige releases, wat op zich niet zo vreemd is aangezien de nummers tussen 2013 en 2018 geschreven werden en enkele van hen dus zelfs uit de demoperiode van de band dateren. Zoals gewend van de voorganger, wisselt frontman J. ruwe echoënde death metal-vocalen af met semi-cleane uithalen wat voor een dynamisch schouwspel zorgt, dat maakt “The push towards Daath” meteen duidelijk, alleen haalt een bevreemdende passage vol rituele percussie en bezwerende gitaren de vaart wat uit de opener. Kosmokrator is voortdurend op zoek naar een evenwicht tussen heftige, zompige death metalpassages en meer melodieuze elementen zoals groots klinkende gitaarclimaxen en pakkende leads. Verder wordt ook met contrasten tussen trage dissonante riffs en stuwende blastdrums gewerkt, wat bijdraagt aan een hypnotiserend sfeertje dat de nummers bijwijlen uitstralen. “Ruins” is zo’n kraker waarin de verschillende gezichten van dit vijfkoppige monster aan bod komen. In het epische en atmosferische “Kosmokratoras I – In His name shineth the sun” eist bassist T. zijn plaats op en verder geeft ijle vrouwelijke zang een duistere betoverende meerwaarde. Ook in het doomy negen minuten durende “Gestorben muss sein” zijn vrouwelijke vocalen verantwoordelijk voor het schetsen van een dor en druilerig landschap vol ruïnes nadat de ondergang van de mensheid ingezet werd. De post-apocalyptische sfeer die deze afsluiter uitademt staat dan weer in schril contrast met het triomfantelijke beukwerk van een song als “Irreversible pathways“. Kortom: “Through ruin…behold” is een sterke, dynamische plaat geworden waarmee Kosmokrator zonder blikken of blozen kan meespelen in de internationale scene. En nu zorgen dat ik onze afspraak op 6 december niet mis wanneer Kosmokrator samen met Grave Miasma, Spectral Voice en Vort Het Bos in Antwerpen zal ontheiligen.

JOKKE: 87/100

Kosmokrator – Through ruin…behold (Ván Records 2019)
1. The push towards Daath
2. Ruins
3. Irreversible pathways
4. I am the utterance of my name
5. Kosmokratoras I – In His name shineth the sun
6. Nathir
7. Gestorben muss sein

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time

Rraaumm…vreemde naam voor een band hoor ik u denken…en dat is het ook. De betekenis ervan dien ik jullie echter schuldig te blijven. Achter het cryptische woord gaat een Duitse black metal band schuil en daar stopt de info die ik kan meegeven zowaar al (er wordt wel gefluisterd dat hier iemand van Häxenzijrkell bij betrokken zou zijn). Oh ja, en het artwork werd verzorgd door Karmazid, een ondertussen bekende naam in het designwereldje dankzij ontwerpen voor o.a. LVTHN, Wederganger, Blaze Of Perdition, Gevurah en…Häxenzijrkell. Soit, full focus op de muziek dan maar. “The eternal dance at the nucleus of time” is Rraaumm’s eerste EP waarvan de speelduur van de vier nummers op 38 minuten afklokt (er werd in de vorm van “Out of the aeons” een extraatje toegevoegd ten opzichte van de reeds eerder verschenen cassetteuitgave). De lengte van de songs is een hint naar het black metal-segment dat we te horen krijgen: atmosferische black waarbij de nodige tijd uitgetrokken wordt om een verhaal te vertellen. Om de kippenvelfactor in de twaalf minuten durende opener “To wander beyond lunar seas” de hoogte in te jagen, worden post-rock gitaarlijnen, melodieuze solo’s, spookachtige keyboards, burzumeske repetitiviteit en verwrongen gekwelde screams ingezet. Snelheidsrecords worden er hier niet gebroken, maar dat hoeft allerminst. De mystieke aanvang van een nummer als “Spiral black vortices” doet een herinnering aan oude-Limbonic Art voorbijkomen, maar de typische bombast van deze twee Noren blijft hier achterwege. Hoewel er kosmisch aandoende trips ondernomen worden, doet Rraaumm dit op een organische manier en aan een slepend doomtempo waarin sporadisch een spoken word sample opduikt. Het titelnummer is wat meer uptempo en klinkt vrij braafjes, moesten het niet de zwaar door de mangel gehaalde vocalen zijn die toch nog voor een bibber- en beefeffect zorgen. Me omver blazen doet “The eternal dance at the nucleus of time” niet, daarvoor zijn er te weinig memorabele passages en klinkt het allemaal nog wat te vrijblijvend, maar ik ruik wel potentieel.

JOKKE: 70/100

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time (Ván Records 2019)
1. To wander beyond lunar seas
2. Spiral black vortices
3. Out of the aeons
3. The eternal dance at the nucleus of time

Impavida – Antipode

Tweede plaat voor het uit Noordrijn-Westfalen afkomstige Impavida, maar we hebben er wel een luttele elf jaar op moeten wachten. Met het debuut “Eerie winds” liet het duo destijds horen te weten hoe een beklijvende depressieve black metal-plaat in mekaar te flansen. Dat kunstje wordt op “Antipode” nog eens losjes overgedaan én op alle vlakken overklast. Multi-instrumentalist en songschrijver Dennis Blomberg aka God Killing Himself (what’s in a name?) zag in tussentijd drummer Herbst de biezen pakken, maar vond in de Amerikaan He, Who Walketh the Void wel een nieuwe frontman; één met een ijzingwekkende scream dan nog wel want wat kan die kerel raspend hoge krijsen uit zijn strot persen zeg. Het lijkt bij momenten wel of er een varken gekeeld wordt. Zoals de titel aangeeft, draait het bij Impavida om tegenstellingen en dat vertaalt zich naar de muziek. We horen een dynamisch spel tussen licht en duisternis, ingetogenheid en extase, reinigende emotie en vervuilende psychose. De twee van-een-lange-titel-voorziene hoofdnummers klokken beide op meer dan een kwartier speeltijd af en bevatten telkens een drie à vier minuten durende appendix, waarvoor een aparte track gecreëerd werd. De start van “Demons’ eerie flutes accompany with the decay of corpses defiled” bevat allerlei vervreemdende en onaardse klanken die langzaam aanzwellen tot een vloedgolf van doorratelende drums en een vortex aan gitaarriffs waar een hypnotiserende melodie doorheen meandert en ijselijke uithalen doorheen klieven. Al deze elementen weerkaatsen voortdurend heen en weer en creëren een onmenselijke, kosmisch aanvoelende sfeer. De wijzigingen in ritme duwen de energie alle kanten van het universum uit en mikken op creatie en vernietiging van het heilige en lichamelijke. Marcherende drumritmes en sireneachtige leads maken van “Corpse devourer” een misselijkmakend aanhangsel voor de allesverpletterende opener. “The first flame initiates the cleansing of putrid terrestrial spirits” wekt middels spookachtige cleane gitaarlijntjes en repetitieve gargantueske zwartgallige onderstromen een totaalgevoel van radeloosheid en eenzaamheid op. Wanneer de energie-explosies plaatsmaken voor dronend doemgedonder, beuken deze kinetische pulsen onophoudelijk op je gemoed in. Eens bij het finale “Towards the pyre” aangekomen, stel je je geestelijke gezondheid volledig in vraag. Voor de volle, massieve sound tekende onze landgenoot Deha op. Naar aanleiding van het verschijnen van “Antipode” zal Ván ook het debuut opnieuw en geremasterd uitbrengen. De liefhebbers van depressieve, maar intense en energieke (hoe contrasterend dat ook mag lijken) en monolithisch klinkende black, weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Impavida – Antipode (Ván Records 2019)
1. Demons’ eerie flutes accompany with the decay of corpses defiled
2. Corpse devourer
3. The first flame initiates the cleansing of putrid terrestrial spirits
4. Towards the pyre