van records

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time

Rraaumm…vreemde naam voor een band hoor ik u denken…en dat is het ook. De betekenis ervan dien ik jullie echter schuldig te blijven. Achter het cryptische woord gaat een Duitse black metal band schuil en daar stopt de info die ik kan meegeven zowaar al (er wordt wel gefluisterd dat hier iemand van Häxenzijrkell bij betrokken zou zijn). Oh ja, en het artwork werd verzorgd door Karmazid, een ondertussen bekende naam in het designwereldje dankzij ontwerpen voor o.a. LVTHN, Wederganger, Blaze Of Perdition, Gevurah en…Häxenzijrkell. Soit, full focus op de muziek dan maar. “The eternal dance at the nucleus of time” is Rraaumm’s eerste EP waarvan de speelduur van de vier nummers op 38 minuten afklokt (er werd in de vorm van “Out of the aeons” een extraatje toegevoegd ten opzichte van de reeds eerder verschenen cassetteuitgave). De lengte van de songs is een hint naar het black metal-segment dat we te horen krijgen: atmosferische black waarbij de nodige tijd uitgetrokken wordt om een verhaal te vertellen. Om de kippenvelfactor in de twaalf minuten durende opener “To wander beyond lunar seas” de hoogte in te jagen, worden post-rock gitaarlijnen, melodieuze solo’s, spookachtige keyboards, burzumeske repetitiviteit en verwrongen gekwelde screams ingezet. Snelheidsrecords worden er hier niet gebroken, maar dat hoeft allerminst. De mystieke aanvang van een nummer als “Spiral black vortices” doet een herinnering aan oude-Limbonic Art voorbijkomen, maar de typische bombast van deze twee Noren blijft hier achterwege. Hoewel er kosmisch aandoende trips ondernomen worden, doet Rraaumm dit op een organische manier en aan een slepend doomtempo waarin sporadisch een spoken word sample opduikt. Het titelnummer is wat meer uptempo en klinkt vrij braafjes, moesten het niet de zwaar door de mangel gehaalde vocalen zijn die toch nog voor een bibber- en beefeffect zorgen. Me omver blazen doet “The eternal dance at the nucleus of time” niet, daarvoor zijn er te weinig memorabele passages en klinkt het allemaal nog wat te vrijblijvend, maar ik ruik wel potentieel.

JOKKE: 70/100

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time (Ván Records 2019)
1. To wander beyond lunar seas
2. Spiral black vortices
3. Out of the aeons
3. The eternal dance at the nucleus of time

Impavida – Antipode

Tweede plaat voor het uit Noordrijn-Westfalen afkomstige Impavida, maar we hebben er wel een luttele elf jaar op moeten wachten. Met het debuut “Eerie winds” liet het duo destijds horen te weten hoe een beklijvende depressieve black metal-plaat in mekaar te flansen. Dat kunstje wordt op “Antipode” nog eens losjes overgedaan én op alle vlakken overklast. Multi-instrumentalist en songschrijver Dennis Blomberg aka God Killing Himself (what’s in a name?) zag in tussentijd drummer Herbst de biezen pakken, maar vond in de Amerikaan He, Who Walketh the Void wel een nieuwe frontman; één met een ijzingwekkende scream dan nog wel want wat kan die kerel raspend hoge krijsen uit zijn strot persen zeg. Het lijkt bij momenten wel of er een varken gekeeld wordt. Zoals de titel aangeeft, draait het bij Impavida om tegenstellingen en dat vertaalt zich naar de muziek. We horen een dynamisch spel tussen licht en duisternis, ingetogenheid en extase, reinigende emotie en vervuilende psychose. De twee van-een-lange-titel-voorziene hoofdnummers klokken beide op meer dan een kwartier speeltijd af en bevatten telkens een drie à vier minuten durende appendix, waarvoor een aparte track gecreëerd werd. De start van “Demons’ eerie flutes accompany with the decay of corpses defiled” bevat allerlei vervreemdende en onaardse klanken die langzaam aanzwellen tot een vloedgolf van doorratelende drums en een vortex aan gitaarriffs waar een hypnotiserende melodie doorheen meandert en ijselijke uithalen doorheen klieven. Al deze elementen weerkaatsen voortdurend heen en weer en creëren een onmenselijke, kosmisch aanvoelende sfeer. De wijzigingen in ritme duwen de energie alle kanten van het universum uit en mikken op creatie en vernietiging van het heilige en lichamelijke. Marcherende drumritmes en sireneachtige leads maken van “Corpse devourer” een misselijkmakend aanhangsel voor de allesverpletterende opener. “The first flame initiates the cleansing of putrid terrestrial spirits” wekt middels spookachtige cleane gitaarlijntjes en repetitieve gargantueske zwartgallige onderstromen een totaalgevoel van radeloosheid en eenzaamheid op. Wanneer de energie-explosies plaatsmaken voor dronend doemgedonder, beuken deze kinetische pulsen onophoudelijk op je gemoed in. Eens bij het finale “Towards the pyre” aangekomen, stel je je geestelijke gezondheid volledig in vraag. Voor de volle, massieve sound tekende onze landgenoot Deha op. Naar aanleiding van het verschijnen van “Antipode” zal Ván ook het debuut opnieuw en geremasterd uitbrengen. De liefhebbers van depressieve, maar intense en energieke (hoe contrasterend dat ook mag lijken) en monolithisch klinkende black, weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Impavida – Antipode (Ván Records 2019)
1. Demons’ eerie flutes accompany with the decay of corpses defiled
2. Corpse devourer
3. The first flame initiates the cleansing of putrid terrestrial spirits
4. Towards the pyre

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O

In de diepste regionen van de oceaan komen er levende wezens voor, ook al is er geen zonlicht en benaderen de temperaturen het vriespunt. Eens we dieper dan 6.000 meter in deze bizarre diepzee onderwereld duiken, komen we terecht in de hadale of hadopelagische zone. De magie van (deze) natuurlijke duisternis is wat de Duitse band Hadopelagyal drijft. In 2018 werd een eerste demo uitgebracht waarvan de titel ietwat vreemd lijkt. Wanneer je de Romeinse cijfers echter omzet naar westerse cijfers, krijg je coördinaten die verwijzen naar de Kolumbo, een onderzeese vulkaan die reeds meer dan 400 jaar inactief is. Ván Records zag het potentieel van de band en brengt de demo nu op sterk gelimiteerd vinyl uit. Mijn naald belandt in de groeven van nummer 201 van de 215. De vijf songs die in de navolgende driekwartier volgen, laten een sound horen die het midden houdt tussen death metal – het soort dat uit de diepste spelonken lijkt op te borrelen – en woeste, bestiale black waarbij gestreefd wordt naar een rustgevende lichtheid te midden van alle chaos die hierbij komt kijken. Momenten van sluimerende doom worden afgewisseld met bulderende erupties gitzwarte magma waarbij flitsende solo’s doorheen de aslucht klieven. Het zeventien minuten durende “Craving in infinite void” speelt meer met repetitiviteit en neigt hierdoor het meest naar black metal. De in reverb doordrenkte sound van deze demo is rauw en ontoegankelijk voor eenieder die net vanachter de hoek in de underground komt piepen. Wie echter patches van Malthusian, Sortilegia, Incantation of Grave Miasma op zijn of haar lederen vest heeft prijken, kan toehappen – waarbij we wel vermelden dat de kwaliteit van geen van deze referentiebands geëvenaard wordt. Maar het betreft natuurlijk ook nog maar een eerste demo.

JOKKE: 77/100

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O (Ván Records 2019)
1. Raise and hail the dead in mortal utter madness
2. As omniferous domination ruled with zero clemency
3. Down in the valley of Eden’s horizon
4. Depravity shall triumph
5. Craving in infinite void

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

NRVK – THGHTLSS LGHT

“Ik ga een klinker kopen Walter!” Alvorens ze besloten dat klinkers overtollige ballast zijn, ging het Duitse NRVK als Narvik door het leven. De bandnaam verwijst naar het gelijknamige Noorse stadje waar Robert Burås (gitarist en songwriter in de Noorse alternatieve rockband Madrugada) leefde. De man was een grote inspiratie voor enkele van de bandleden en toen die op 12 juli 2007 door een vriend dood werd aangetroffen in zijn appartement met zijn gitaar in zijn hand, besloten deze Duitse rakkers hun oorspronkelijke naam Asgard als eerbetoon te wijzigen naar Narvik. Een niet voor de hand liggende verklaring van de bandnaam en de link tussen Madrugada en NRVK is me muzikaal gezien ook compleet onduidelijk. NRVK was me niet bekend maar blijkt reeds twee langspelers en twee EP’s op haar palmares te hebben staan. Nu het gerenommeerde Ván Records haar schouders onder de band zet, zal diens populariteit waarschijnlijk wel gaan toenemen. “THGHTLSS LGHT” vormt het eerste teken van leven op het nieuwe label. “Shattering the vessels” start als een soundtrack voor één of andere duistere en mysterieuze film en barst geleidelijk aan als een etterende puist open tot een beklemmende stroom aan rituele black waarin sappige screams en hallucinogene leads de mystieke toon zetten. De drie nummers op deze EP klokken elk op acht à negen minuten af waarbij ruim de tijd voor spanningsopbouwen genomen wordt. Zanger Redeemer zorgt met zijn breed scala aan misselijkmakende vocalen voor heel wat afwisseling maar mist soms wat power vergeleken met de concurrentie. De leads en dissonante riffs weten ons bij momenten te vervoeren en in de juiste sferen te brengen, maar de nogal dunne productie doet soms afbreuk aan de sfeer. “Into the patterns Of Ajna” bevat naar post-rock neigende gitaarclimaxen en laat enkele goede ideeën horen. Het dichtbevolkte rituele deel van de black metal-scene struikelt heden ten dage echter bijna over elkaars kandelaars, bloedkelken en wierookstokjes en NRVK zal toch nog iets straffer uit de hoek moeten komen om ons volledig over de streep te trekken. Maar het potentieel is er.

JOKKE: 75/100

NRVK – THGHTLSS LGHT (Ván Records 2019)
1. Shattering the vessels
2. Womb Of Lilith
3. Into the patterns Of Ajna