vendetta records

Vital Spirit – In the faith that looks through death

En de award voor ontdekking van de maand gaat naar Vital Spirit, een spiksplinternieuwe band waarachter echter twee mannen met heel wat ervaring schuilgaan. Zanger/gitarist/bassist Kyle Tavares (o.a. Seer en live muzikant voor Wormwitch) en drummer Israel Langlais (o.a. Wormwitch) deden muzikale inspiratie voor dit nieuwe project op tijdens de Amerikaanse tourns van Wormwitch in 2018 en 2019 en werden daarbij sterk beïnvloed door de landschappen en geschiedenis. Het fijne aan “In the faith that looks through death” is niet alleen het prachtige hoesontwerp maar ook dat deze EP met een speelduur van slechts 17 minuten in staat is een frisse wind doorheen het black metal landschap te laten waaien, een broeierig hete woestijnwind wel te verstaan want de winderige invloeden van het Wilde Westen zijn alom vertegenwoordigd in de zwartmetalen basis van de vier nummers. Zo lijken de gitaarmelodieën regelrecht uit één of andere jaren ’60 Spaghetti Western film te zijn geplukt. De sfeer die de muziek uitstraalt past dan ook perfect bij thema’s zoals Mayaanse kosmologie en geschiedenis, de rol van Pancho Villa (ook wel de Centaur van het Noorden genoemd) in de Mexicaanse revolutie en Wovoka’s Ghost Dance, een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS. Tekstuele inspiratiebronnen vormen de woorden van Wovoka, Patti Smith, de Mayaanse orakelpriester Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos (Mexicaanse muziekstijl waarin de daden van helden of criminelen bezongen worden) van de Mexicaanse Revolutie. Het verweven van die Spaghetti Western invloeden voelt nergens geforceerd aan maar vloeit op een interessante manier over in de felle black metal van het duo. Vital Spirit’s muziek is als een cocktail aan muzikale invloeden waarin namen als de recent overleden Ennio Morricone, Taake, Earth, Ulver, Marty Robbins, Dissection, Drudkh en Wovenhand hoorbaar zijn. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas” noemen ze het zelf. Écht vernieuwend is het mengen van Americana en Spaghetti Western met black metal niet want een Volahn en andere Black Twilight Circle bands, een Cobalt of Devil With No Name gingen Vital Spirit al voor, maar nog nooit hoorde ik zo’n perfecte blend waarbij kippenvel 17 minuten lang gegarandeerd is. “In the faith that looks through death” is de eerste release op Tavares’ eigen label Hidden Tribe Records. Het wordt een tape waarop ik als een bezetene ga jagen. Vendetta zal de vinylrelease later op het jaar verzorgen. ¡Viva la revolución!

JOKKE: 85/100

Vital Spirit – In the faith that looks through death (Hidden Tribe Records/Vendetta Records 2020)
1. Heart of sky
2. Centaur
3. Face of the sun
4. Ghost dance

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt

We zijn Moeder Aarde zo stillaan volledig naar de verdoemenis aan het helpen, dat is niets nieuws onder de broeierige zon die meer en meer door het gat in de ozonlaag komt piepen. De mens heeft Moeder Natuur nodig, maar vice versa geldt dat niet. Deze conceptuele split waarvoor het Duitse Friisk en Franse Loth de handen in mekaar slaan, beschrijft hoe het milieu kan herstellen wanneer de mensheid van de kaart geveegd is als gevolg van de cyclus van leven en dood. Het troosteloze artwork van Chris Kiesling van Misanthropic Art sluit hier mooi bij aan. Het Duitse kwintet Friisk opent kant A en kwam hier al eerder aan bod met diens debuut EP “De doden van’t waterkant“. “Kien Kummweer” is een dertien minuten durende compositie met teksten die in het Nederduits neergepend werden. Muzikaal gezien krijgen we tal van kippenvel opwekkende melodieuze leads te horen die over de woeste en snelle atmosferische black metal gedrapeerd zijn. Maar tussen al het geraas door is ook plaats voor akoestische rustpunten en meer doomy atmosfeer alvorens het nummer uitmondt in serene ambient. “Warndt“, het bijna negentien minuten durende werkstuk dat Loth aanlevert, grijpt je niet meteen bij het nekvel. Het duo opteerde ervoor om de sereniteit van het einde van het Friisk-nummer middels strijkers en cleane gitaren nog een dikke drie minuten door te trekken. Maar uiteindelijk gaat ook Loth overstag en volgt atmosferische black die wat progressiever van insteek is. Eens de band op dreef is, is het echter niet rammen en blazen tot aan het gaatje, want compositorisch werd een dynamisch gearrangeerd nummer afgeleverd dat epiek en ingetogen (akoestische) momenten inruilt voor heftige passages met donderend drumwerk en venijnige melodieuze riffs. Multi-instrumentalist Loth musiceert sterk (dat wisten we al van de twee eerder verschenen langspelers) en de krijsen van F.S. gaan door merg en been. Rond de twaalfminutengrens denk je dat het muzikale verhaal erop zit en de aarde in alle rust haar tweede adem kan vinden, maar toch slaat Loth nogmaals furieus toe met een zinderende finale. Of toch niet, want even later valt het muzikale onweer opnieuw stil en volgt ingetogen gemusiceer vergezeld van rustgevende orgeltoetsen. Wie denkt dat de heren toch nog een laatste keer alle registers zullen opentrekken, is er vervolgens aan voor de moeite. Mooi hoe hier niet volgens een verwachtinspatroon gemusiceerd wordt. Geslaagde split van twee bands die blijven groeien en fans van de “cascadian” sound ongetwijfeld zal aanspreken.

JOKKE: 79/100 (Friisk: 78/100; Loth: 80/100)

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt (Vendetta Records 2020)
1. Friisk – Kien Kummweer
2. Loth – Warndt

Sinistral King – Serpent uncoiling

Op het moment dat ik deze review schrijf is er slechts weinig bekend over het trio Sinistral King. Veel meer dan dat ze zijn opgericht in 2008 door leden van Vredehammer (Noorwegen), Unlight (Duitsland) en Triumph Of Death (Zwitserland) is er niet te vinden op het wereldwijde web. Al heb ik zelf een vermoeden dat het respectievelijk gaat over Per Valla, Blaspherion en Alessandro Comerio. Hoe dan ook is het iets waar ik niet mee inzit, want in de eerste minuten wordt het al meteen klaar en duidelijk dat het voor deze artiesten om de muziek gaat…en die is behoorlijk indrukwekkend. Debuutschijf “Serpent uncoiling” barst namelijk van de sfeervolle, moderne black metal. Gedurende een 41-tal minuten wordt je meegenomen door vijf nummers die stuk voor stuk uitblinken in hun afwisselende opbouw en kwalitatieve uitvoering. Door de toevoeging van koren, piano, synths, virtuoze gitaarsolo’s, meerdere vocalen en andere metal stijlen zorgt Sinistral King ervoor dat je geen moment de tijd krijgt om je te vervelen. Deze “Serpent uncoiling” doet niet mee aan het “less is more” concept, de donkere horror atmosfeer wordt gebracht op een relatief bombastische wijze, wat soms doet denken aan een band als Behemoth, met vlagen van Mephorash en understated Dimmu Borgir. De nummers volgen min of meer hetzelfde stramien van langzame partijen die overgaan in blastbeats om dan terug af te remmen, maar behouden wel een duidelijke identiteit. De productie is voldoende zwaar en compact, maar laat ruimte voor alle instrumenten. De riffs gaan van venijnig tot zwaar, met hier een daar een erg sterke solo en de drums zijn strak uitgevoerd, maar niet te getriggerd. De screams en mid-range grunts passen prima bij de uitgekozen passages. Synths en koren zijn duidelijk aanwezig, maar overschaduwen op geen enkel moment de gitaren. Kortom hier val niks op aan de merken. Mijn persoonlijke voorkeuren gaan uit naar de eerste track “Serpent uncoiling” en naar het derde nummer “Isheth Zenunim“, de titel zijnde een verwijzing naar de Qliphoth princes die de zielen van de verdoemden verorbert. Voor mij wordt dit debuut van SInistral King één van de beste releases van het jaar.

Xavier: 94/100

Sinistral King – Serpent uncoiling (Vendetta Records 2020)
1. Serpent uncoiling
2. Nahemoth
3. Isheth Zenunim
4. Fields of necromance
5. Where nothingness precedes cosmos

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Iffernet – Iffernet

De twee schedels en de dorre tak die op de zwart-witte hoes van Iffernet’s gelijknamige debuut prijken, weten de sfeer op de plaat perfect te capteren. Dit is immers een 41 minuten lang schouwspel vol wanhoop, moedeloosheid, rouw, verdriet, pijn en eenzaamheid waar de geest van Burzum meer dan eens doorheen waait, hoewel de sound van Iffernet wel een pak zwaarder en minder scherp klinkt dan op Varg’s essentiële platen. Iffernet is een Frans duo met leden die tot het La Harelle collectief behoren, een groep gelijkgestemde zielen die actief zijn in o.a. Mòr, Sordide, Telümehtår, The True Malemort en Void Paradigm. Nadat Turia reeds enkele shows met Sordide speelde, trekken de Nederlanders er nu weldra met Iffernet op uit om hun nieuwe plaat aan het Europese publiek voor te stellen. In het geval van Iffernet verscheen het debuut reeds eind vorig jaar via het voor mij onbekende WV Sorcerer Productions, maar Vendetta Records verzorgt de op til zijnde vinylrelease. Breathe Plastic Records denkt dan weer aan de tape liefhebbers. De black van Iffernet is gestript van overtollig vet en de muzikanten weten het interessant te houden door met verschillende tempo’s en gemoedstoestanden te spelen. Zo voelt het up-tempo “The knife and the rope” bijvoorbeeld veel gevaarlijker aan dan het droefgeestige mid-tempo “Crushing void“. Maar de contrasten zijn soms ook binnen één en hetzelfde nummer aanwezig. Zo evolueert “Unconquered suns” van een traag ritme en beheersd riffwerk naar een intense kwelling. Zowel drummer N. als gitarist B. krijsen de ziel uit hun lijf, maar de meest hese van de twee (die we o.a. in het reeds eerder aangehaalde “Crushing void” aan het werk horen) ligt me het minste. Ondanks de variatie die beide muzikanten in de muziek proberen te steken, hebben de zes nummers net wat te weinig om het lijf om in de overvloed aan releases het hoofd boven water te houden. Ik vrees dan ook dat deze release voor mij kopje onder zal gaan zonder ooit nog eens aan het wateroppervlak te verschijnen.

JOKKE: 70/100

Iffernet – Iffernet (WV Sorcerer Productions 2019/Vendetta Records 2020/Breathe Plastic Records 2020)
1. The tales of things to sink
2. Black flood
3. The knife and the rope
4. Crushing void
5. Unconquered suns
6. Far quest for a dead end

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Wandar – Zyklus

Bij de albumtitel “Zyklus” denk ik meteen aan Lunar Aurora’s (RIP) zesde langspeler. Er is nu echter nog een Duitse black metal-band die dit woord geschikt vond als titel. Wandar is de band in kwestie, een Duits collectief waar ik nog nooit van gehoord had, maar waar Vendetta Records nu verandering in brengt. Het is de tweede langspeler voor het kwintet, maar voor het debuut “Landlose Ufer” moeten we al zo’n kleine zeven jaar terug in de tijd kijken. Maar nu “Zyklus” dus; middels zeven nummers en zo’n drieënvijftig minuten etaleren deze Germanen een geluid dat haar wortels heeft in traditionele (Scandinavische) black, folklore en klassieke muziek. Voor wie een ijkpunt nodig heeft, kan ik een band als Helrunar erbij halen. De klassieke elementen vertalen zich ondermeer via pianopartijen (“Tothfall“), heldere vrouwenzang en strijkers zoals cello en viool (“Fylgia“). Dit laatste nummer start feeëriek maar ontpopt zich nadien tot een furieuze black metal-storm, totdat die weer gaat liggen en ijle vrouwenzang ons dieper het woud inlokt. Een dynamisch en knap luisterspel waarbij voor de Duitstalige raspende screams een haast verhalende rol weggelegd is. De symfonische elementen blijven hierbij héél subtiel ingezet worden. Het folky element komt het meest naar voor in het akoestische “Rast” waarin zowel fluisterende als vervormde stemmen een spookachtig verhaal lijken te vertellen. Het is de enige song die op een drietal minuten afklokt, terwijl de andere composities allen met de acht minuten grens flirten. Het nummer fungeert tevens als rustpunt, want met het melancholische “Se(e)hen” wordt het tempo terug opgeschroefd. In “Heimgang” schetsen toetsen een sinistere sfeer. Later in het nummer duiken nog wat modern klinkende Zweedse death metal-invloeden op. Gevarieerde vrouwelijke stemmen en akoestische gitaren fleuren het nummer verder op. Tegen dat we aan het afsluitende “Basalt” gekomen zijn, begint de verzadiging wel op te treden. De productie van “Zyklus” is krachtig en transparant zonder té afgelikt te klinken en werd door de band zelf verzorgd. Duits en degelijk, maar minder gevaarlijk dan het doodshoofd op de hoes doet uitschijnen.

JOKKE: 79/100

Wandar – Zyklus (Vendetta Records 2019)
1. Winden
2. Tothfall
3. Fylgia
4. Rast
5. Se(e)hen
6. Heimgang
7. Basalt

Sun Worship – Emanations of desolation

Jochei, jochei! De nieuwe Sun Worship is gearriveerd. Samen met Ultha is deze band zowat het beste wat er de laatste jaren op black metal-gebied uit Duitsland op ons werd afgevuurd. Na het geweldige “Pale dawn” uit 2016 keert de band nu uit het niets terug met “Emanations of desolation“, een 55 minuten durende trip waarvoor ik maar al te graag ga zitten. Sun Worship is ondertussen gereduceerd tot een duo nadat zanger/gitarist Felix-Florian Tödtloff de zonneaanbidders na de vorige langspeler verliet. Gitarist/zanger Lars Enssen (Ultha, Unru) en slagwerker Bastian Hagedorn bleven echter niet bij de pakken zitten…gelukkig! “Zenith” trapt met allerhande rituele percussie af maar na een tweetal minuten mondt deze The Black Heart Rebellion-achtige atmosfeer in “Void conqueror” uit in de gekende atmosferische black metal-razernij van Sun Worship. Top trouwens dat er weer voor een ruwe organische productie werd geopteerd, want een moderne afgelikte sound zou hier misplaatst zijn. Lars verzorgde in het verleden ook al zang, maar wordt nu bijgestaan door Bastian, waarbij te melden valt dat zijn scream timbre iets lager uitvalt dan deze van Felix-Florian, en hierdoor meer de sludge-kant uitgaat. In “Soul harvester” vertolken de vocalen eerder een verhalende rol dan dat het gezongen krijszang betreft. Muzikaal is dit echter nog steeds riff-gedreven melodieuze en atmosferische black waarbij Bastian zich qua snelheid zoals steeds volledig kan uitleven, hoewel de songs dynamischer dan ooit zijn. Zo laat “Torch reversed” ook wat meer mid-tempo stukken horen, net als heldere ingetogen zang. De tremolo-riffs aan het einde van deze negen minuten durende song zijn weer om duimen en vingers bij af te likken. “Pilgrimage” is een uit Burzumeske duistere ambient en rituele percussie opgetrokken rustpunt waarbij de sound van de percussie doet denken aan “Silvester anfang“, de intro van Mayhem’s legendarische “Deathcrush” EP. “Coronation” zou zo op een Ultha-plaat kunnen staan en de twaalf minuten durende afsluiter “Without end” laat het tempo bij momenten zakken, maakt plaats voor heldere gezangen maar weet ook als een bezetene te razen. Ongelofelijk dat Sun Worship met slechts twee muzikanten zulke massieve sound kan neerzetten. Benieuwd hoe ze het er live vanaf zullen brengen op hun show in de Little Devil in Tilburg op 30 oktober. Ik raad mensen met een afkeer van hipster-black aan de stront uit hun horen te halen en de vooroordelen onder tafel te vegen, want wat Sun Worship laat horen is pure klasse!

JOKKE: 90/100

Sun Worship – Emanations of desolation (vendetta Records 2019)
1. Zenith
2. Void conqueror
3. Devoured
4. Torch reversed
5. Soul harvester
6. Pilgrimage
7. Coronation
8. Without end

Ultha – Belong

Het Duitse Ultha hebben we vanaf diens oprichting in 2014 nauwlettend gevolgd. Zowat alle releases, met uitzondering van de allereerste rehearsal-tape, de split met Morast en de live-registratie op Roadburn, zijn aan onze kritische pen gepasseerd. Het gezelschap met leden van Planks, Goldust, Ghostrider, Atka, Curbeaters en Sun Worship hebben we gestaag weten uitgroeien tot misschien wel de interessantste black metal-band die er de afgelopen jaren bij onze oosterburen rondliep. Eerder deze week werd de nieuwe EP “Belong” op de mensheid losgelaten om kortelings daarna aan te kondigen dat de stekker er voor onbepaalde duur uitgaat met misschien enkel een kort ontwaken indien er zich interessante live-aanbiedingen voordoen. De output van het kwintet werd aan een moordend tempo uitgekakt, wat nu zijn tol eist. Lovenswaardig is echter dat deze creatieve maalstroom geen inboeting aan kwaliteit inhield. Er werden iets meer dan 200 minuten muziek gecomponeerd waarvan er 38 worden ingenomen door “Belong“. Gelukkig een vette kluif aangezien er ‘slechts’ twee songs op prijken. Deze – hopelijk voorlopige – zwanenzang verschijnt via Vendetta Records, het label dat Ultha op de undergroundkaart zette (enkel de laatste langspeler “The inextricable wandering” verscheen via het grotere Century Media). Wat ik altijd zo aan Ultha geapprecieerd heb, is hun tomeloze inzet, oprechtheid en volharding en de emotionele doorleefdheid die in hun black metal vervat zit (iets wat ik bij veel nieuwere bands toch wel mis). De triomfantelijk keys die zich vanaf de “Dismal ruins” EP een weg baanden doorheen hun zwartgeblakerde brok emoties, zijn ook nu weer van de partij en zetten de gevoelens van onvermogen, desoriëntatie en verstikkende eenzaamheid nog extra in de verf, voor zover de pakkende riffs en beklijvende vocalen de gevoelige snaar al niet wisten te raken. Ik heb de high pitched screams van zanger/bassist Chris Noir meer en meer weten te appreciëren en kan ze nu niet meer wegdenken. De diepere growls van gitarist/songschrijver Ralph Schmidt zorgen voor een aangenaam contrast en links en rechts werden ook geslaagde heldere zangpartijen toegevoegd. De eb-en vloed-aanpak resulteert in “No fire, only smoke” weer in een zinderende finale om duimen en vingers bij af te likken. “Constructs of separation” klinkt enorm duister, wat nog extra in de verf gezet wordt door de onheilspellende orgelklanken die in het begin van het nummer aangewend worden. Dit geflirt met gotische elementen maakt dat “Belong” muzikaal als het bruggetje gezien kan worden tussen het geniale “Converging sins” (2016) en de meer experimentele opvolger “The inextricable wandering” (2018). Wie de band nog eens aan het werk wil zien alvorens ze zich in een winterslaap wentelen, kan dat tijdens de lopende tour die op 7 december in Keulen eindigt op het Unholy Passion Fest waarop naast Ultha ook Turia, Naxen, Gold en Endstille van de partij zullen zijn. Ultha: you will be missed! Hopelijk vindt Ralph nu de tijd om het geniale Planks terug van onder de mottenballen te halen.

JOKKE: 89/100

Ultha – Belong (vendetta Records 2019)
1. No fire, only smoke
2. Constructs of separation

Mystagogue – And the darkness was cast out into the wilderness

Duivel-doet-al Maurice De jong – of Mories voor de vrienden – opereert het liefst solo en de geluiden die hij daarbij onder de noemer van één van zijn elvendertig projecten (waarvan Gnaw Their Tongues en Cloak Of Altering de meest bekende zijn) produceert, zijn meestal moeilijk behapbaar en verteerbaar. Mories is immers niet vies van wat rare kronkels in zijn muziek en doorspekt zijn avangardistische creaties regelmatig met bakken noise. Dat hij ook meer “normale” black kan schrijven, bewijst hij op “And the darkness was cast out into the wilderness” waarop hij samenwerkt met Laster’s Wessel Damiaen (verder ook actief bij Nevel, Willoos en Verval). Mystagogue is de naam waarmee beide heren de luisteraar acht nummers en een klein half uur lang inwijden in allerhande mystieke overtuigingen. Op basis van de bandnaam, het intrigerende hoesontwerp en de aangesneden thema’s zoals metafysica en occultisme verwachten jullie misschien rituele of orthodoxe black waar het kaarsvet vanaf druipt, maar die vlieger gaat toch niet op. Mystagogue’s sound neigt naar wat vele nieuwere Amerikaanse bands zoals een Woe of Void Omnia doen maar waarvan het geluid duidelijk gestoeld is op oude bands en zit hierdoor bij Vendetta Records op de juiste plaats. Natuurlijk schemeren er ook de nodige Scandinavische invloeden door, maar het is toch moeilijk om hier een overduidelijke Zweedse of Noorse stempel op te plakken. “Here in the white silence of the dawn” straalt een zekere positiviteit en lichtheid uit en doet me daardoor zelfs wat aan oude Deafheaven denken (wat Mories van die vergelijking vindt, lezen jullie hier). “A nacreous-tinted halo of bright sorrow” valt nog positief op door de spoken word samples die voor afwisseling zorgen met Mories zijn hoge krijsen die soms ook net lijken over te slaan wat een cool timbre creëert. Daar waar de muzikale schrijfselen van veel stijlgenoten in lang uitgesponnen nummers uitmonden, houdt Mystagogue de touwtjes strak in handen met compacte en overzichtelijke nummers waarbij de zweep er goed op ligt en waarbij af en toe subtiele ondersteunende keys te bespeuren zijn die voor extra grandeur zorgen. “And the darkness was cast out into the wilderness” kan tellen als eerste statement!

JOKKE: 82/100

Mystagogue – And the darkness was cast out into the wilderness (Vendetta Records 2019)
1. Bereaved of light
2. The gift of grief upon the black earth
3. And the darkness was cast out into the wilderness
4. Here in the white silence of the dawn
5. And shrieking winds lash the oceans into madness
6. A nacreous-tinted halo of bright sorrow
7. Nothing but the night-black mantle
8. The splendour of our demise