vendetta records

Friisk – De doden van ’t waterkant

Laat je niet misleiden door de Nederlandstalige titel van Friisk’s eerste EP, want de heimat van deze jonge black metalband ligt in buurland Duitsland, het stadje Leer meer bepaald, dat deel uitmaakt van Oost-Friesland en waar Nederduits, een mengeling van Duits en Nederlands, gesproken wordt. Dat verklaart meteen ook de bandnaam (voorheen was viervijfde van de band actief in Friesenblut, wat ook een verwijzing naar Friesland is). De zeegeluiden uit de intro leggen meteen de link met de titel en stuwen naar de échte opener “Ægir“. Een vloedgolf blijft echter uit want dit nummer start vrij rustig totdat een old school riff rond de tweeminutengrens het boeltje toch nog in de fik steekt. Zanger T kan heel wat aan met zijn stembanden en produceert semi-cleane uithalen, verhalend gefluister, hese meer death metal-achtige vocalen en hoog Drudkhiaans gekrijs. Tussen het tremelogeweld schemeren heidense invloeden en melodieën door, gelukkig zonder dansbare polonaisetoestanden op te wekken. Afsluiter “Kein Heiland” wisselt mooie melodische riffs af met een strijdlustige heroïek. De fellere stukken van het acht minuten durende “Dämmerung” neigen wat naar landgenoten Ultha. Het feit dat diens Andreas Rosczyk de mix en mastering verzorgde, draagt hier misschien ook wel tot toe bij. De basdrum mist echter wat power en klinkt in de rustige passages van dit nummer vrij plat en hol. Voor de rest is dit Deutsche gründlichkeit en dus zeker geen onaangename eerste kennismaking.

JOKKE: 75/100

Friisk – De doden van ’t waterkant (Vendetta Records 2019)
1. Flut
2. Ægir
3. De doden van’t waterkant
4. Dämmerung
5. Kein Heiland

Naxen – To abide in ancient abysses

Naxen is een vierkoppig black metal gezelschap uit Münster in Noordrijn Westfalen, aangeprezen door hun Ultha-vriendjes. En dan checken we dat natuurlijk uit! Naxen bracht eind vorig jaar een eerste cassettedemo uit die door Ultha’s Andy Rosczyk geremastered werd om begin 2019 door Vendetta Records in een vinyljasje gestoken te worden. “To abide in ancient abysses” bevat twee songs die gezamenlijk een zeventiental minuten omspannen. Geen duivelaanbidding en Satanische rituelen hier, maar teksten die handelen over de tekortkomingen van de mensheid, diens tragedies, wandaden en falen. Naxen’s black varieert tussen mid- en uptempo black met in “Great Gof of grief” ook een semi-akoestische passage vol melancholie. Het geluid van Ultha ligt nooit veraf, zeker de geremasterde versie. De originele tape klinkt wat scheller en voelt daardoor meteen ook Noorser aan. “Dawn of new despair” is wat venijniger en bevat he(me)lse gitaarmelodieën die een brede grijns op mijn tronie toveren. Wanneer er gas teruggenomen wordt, schemeren sludgy invloeden doorheen de black. “To abide in acient abysses” kreeg een moderne sound aangemeten die fans van het reeds eerder aangehaalde Ultha of USBM-acts zoals Ayr en Worsen zou moeten kunnen aanspreken.

JOKKE: 82/100

Naxen – To abide in ancient abysses (Vendetta Records 2019)
1. Great God of grief
2. Dawn of new despair

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Woe – A violent dread

Twee jaar na het uitstekende “Hope attrition” keert het Amerikaanse Woe terug met een twee songs tellende EP getiteld “A violent dread“. Oorspronkelijk was de idee om het titelnummer te bundelen met een song van Ultha, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. De line-up van Woe is voor een keer eens niet gewijzigd wat de band hoorbaar ten goede is gekomen. De negen minuten durende titeltrack is een typisch Woe nummer dat veel dynamiek laat horen waarbij agressieve riffs en melodieuze leads mooi hand in hand gaan en waarbij drummer Lev Weinstein zowat alle tempo’s uit zijn drumstokken en benen perst. Vooral het pakkende einde zit verdraaid knap in mekaar en doet het hoofdje mee beuken op de golvende riffs. Tekstueel gezien geeft Woe commentaar op geweld dat het gevolg is van wapenbezit en dan vooral de mass shootings in Amerika. Bij wie al wat langer meedraait in de scene zal er ongetwijfeld een belletje rinkelen bij de songtitel “The knell and the world“, de tweede song die op deze EP prijkt. Het betreft hier immers een coversong van het openingsnummer van “Slaughtersun (Crown of the triarchy)” van Dawn. Deze ondergewaardeerde meesters van Zweedse black zijn blijkbaar altijd al een invloed geweest op Woe, hoewel de Zweedse invloeden voor mij persoonlijk niet zo duidelijk hoorbaar zijn in hun sound. Toch past het nummer perfect in hun oeuvre. “A violent dread” is een sterke EP met een speelduur van net geen twintig minuten die bovendien heel knap vormgegeven werd. Het aanschaffen waard!

JOKKE: 82/100

Woe – A violent dread (Vendetta Records 2019)
1. A violent dread
2. The knell and the world

Ayyur – The lunatic creature

De heimat van Ayyur ligt in Tunesië, aan de grens van de Middellandse Zee waar de Westerse wereld plaats maakt voor een land van verloren geschiedenis en geheime mysteriën. Tunesische black metal klinkt eerder als uitzondering dan als regel. Ik ken dan ook geen enkele andere metal-band uit het land, laat staan eentje die duivelsmuziek speelt. Ayyur werd in 2007 opgericht en heeft reeds een EP, twee splits en een demo op haar palmares staan. In de vorm van “The lunatic creature” wordt na een afwezigheid van negen jaar een nieuwe EP uitgebracht waarvoor Sentient Ruin en Vendetta Records de handen in mekaar hebben geslagen zodat ie in alle mogelijke digitale en fysieke formaten te verkrijgen zal zijn. De band is er even tussenuit geweest en dat heeft geloond. Zanger/basgitarist Angra Mainyu heeft in Dagon een nieuwe gitarist gevonden en heeft zich voor deze release op drums laten bijstaan door Shaxul, zanger van Annthennath en ex-Deathspell Omega. Qua uitvoering werden dan ook grote stappen voorwaarts gezet maar ook op gebied van sound laat de band haar demoperiode nu ver achter zich. Ayyur laat twintig minuten lang melodieuze mid-tempo black horen waarbij de desolate sfeer ontleend lijkt aan die van atmosferische USBM. “Lugubrious fields” bevat slepende, melancholische klanken, grootse post-achtige melodieën, maar draagt ook een gevoel van isolationisme uit. De bandleden voelen zich immers totaal niet verbonden met de familiariteit van de Westerse wereld – de titel “The outcast” windt er dan ook geen doekjes om – en verdiepen zich middels Ayyur in hermetisme en mysticisme. In de gedistilleerde black van “The outcast” gaan grimmigheid en melodie hand in hand. Geen franjes, geen opsmuk…enkel riffs en kwaadheid. Het titelnummer is een pakkende mid-tempo melodieuze song die een mysterieus gevoel uitademt en naar het einde toe feller uit de kast komt. Ook hekkensluiter “He who dwells in the trenches” weet absoluut de juiste snaar te raken met haar kwaadaardig sluimerende enigszins ondoordringbare sound waar toch subtiele melodieën doorheen sijpelen. Hoewel Ayyur absoluut geen technische band is, is haar muziek wel dodelijk effectief door de gevoelsmatige aanpak en de overtuigende vocalen van Angra Mainyu. Met “The lunatic creature” bewijst Ayyur dat Tunesische black bestaansreden heeft en voor Vendetta Records is het één van de beste releases sinds lange tijd.

JOKKE: 81/100

Ayyur – The lunatic creature (Vendetta Records/Sentient Ruin 2018)
1. Lugubrious fields
2. The outcast
3. The lunatic creature
4. He who dwells in the trenches

 

Janvier – Janvier

Van begin tot eind raast een gure en ijskoude wind doorheen de zwartmetalen klanken die we horen op Janvier’s self-titled debuut. Oorspronkelijk kwam het ding via Wolfspell Records uit in de winter van 2017, maar Vendetta Records verspreidt hem nu ook op vinyl. De bandnaam verraadt natuurlijk meteen het hokje waarin de black van multi-instrumentalist Taciturne en zanger Kannibaal kan geplaatst worden. Deze vier songs klinken als een frosty wind die ontsnapt bij het openen van een diepvriezer die dringend van ijsvorming ontdaan dient te worden. De black van het duo uit Québec beweegt zich grotendeels op slow motion tempo voort. Het is pas aan het einde van “A travers la tourmente II” dat de atmosferische, monotone en repetitieve tremolo riffs, simplistische mineurakkoorden en downbeat percussie overgaan naar iets sneller riffwerk en dubbele basspartijen, maar verwacht nog steeds geen blasts of schedelverbrijzelende preciesieriffs. In het begin van “A travers la tourmente III” kiest Taciturne voor hakkend drumwerk en krijgen we old school Noorse invloeden te horen. Na een klein half uurtje gaat de winterse wind liggen, maar we zijn er niet door omvergeblazen, daarvoor zijn de riffs en de uitvoering te middelmatig. De getergde vocalen van Kannibaal krikken de doomy riffs wel naar een hoger niveau, maar de middelmaat ontstijgen gebeurt nog niet op dit debuut. Misschien op de opvolger?

JOKKE: 69/100

Janvier – Janvier (Vendetta Records 2018)
1. Des pas dans la neige
2. A travers la tourmente I
3. A travers la tourmente II
4. A travers la tourmente III

janvier

 

Marid – ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧

Saharian black metal‘, waar blijven ze het halen? Het Duitse Vendetta Records gebruikt deze term om de muziek van hun nieuwste telg Marid te omschrijven. Marid (مارد) is een Arabisch woord dat ‘opstandig’ of ‘reus’ betekent maar ook verwijst naar een extreem machtige Djinn-geest. Een djinn is een bovennatuurlijk onzichtbaar wezen dat volgens de koran samen met mensen en engelen de drie levensvormen met een bewustzijn vormt die door Allah gemaakt zijn. ’t Is maar dat jullie het weten. Het dystopisch verval dat in hun thuisland onder islamitische en militaristische tirannie plaatsvindt, vormde de aanleiding voor de anonieme bandleden om Marid op te richten. Als wapen koos het kwartet black metal om op die manier een clandestiene oorlog te voeren tegen de moderne sociopolitieke tijdsgeest die hun cultuur, geschiedenis en omgeving vernietigt.  ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” (“Zeven zevens“) is de debuut EP van Marid en wordt volledig in het klassiek Arabisch vertolkt, wat meteen een exotische twist aan de muziek geeft en eigenlijk soms wel wat als dat blaffend Fins klinkt. Inspiratie werd gevonden bij de gnostische pre-islamitische poëten en thematisch gezien is ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” een alchemistische fusie van Djinn-tovenarij en Westers occultisme. Muzikaal gezien krijgen we drie nummers voorgeschoteld waarvan er twee boven de tien minutengrens afklokken. Wat meteen opvalt is de zeer moderne USBM-achtige productie die ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” aangemeten kreeg, wat ik op zich spijtig vind omdat hun muzikale output hierdoor aan karakter verliest. Wel een pluspunt dat de basgitaar mooi doorkomt. De best snedige en bij momenten razend snelle black is doorspekt met akoestische gitaarpartijen, maar er zijn nog té weinig riffs die beklijven en blijven hangen. En er mochten wat mij betreft ook wel wat meer homegrown oriëntaalse elementen in de muziek verwerkt worden. “Al hayat al abadeyyah” bevat wél een mooi bezwerend en atmosferisch einde wat de doorsnee moderne black meteen een paar niveaus hoger tilt. De zanger zou de muziek ook best wat meer mogen laten ademen want in “Al loha al zomorodeyya” houdt hij amper zijn klep, vooral tijdens het melodieuze einde stoort dat. ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” bevat nog wel wat werkpunten maar is natuurlijk ook nog maar een eerste EP en ik hoop dat de band in de toekomst de eigen identiteit nog meer uitspit, want op dat vlak hebben ze natuurlijk een unique selling proposition en kan het verschil met de moordende concurrentie gemaakt worden.

JOKKE: 65/100

Marid – ٧٧٧٧٧٧٧ (Vendetta Records 2018)
1. Babalon
2. Al hayat al abadeyyah
3. Al loha al zomorodeyya