vendetta records

Sunken – Livslede

De Deense blackmetalscene is duidelijk aan een opmars bezig getuige de grote hoeveelheid bands die er de laatste jaren ontsproten. Sunken draait al sinds 2013 mee en was ervoor kort actief onder de naam Arescet. Onder de huidige noemer werden een demo (“The cracling of embers“) en een niet onaardig volwaardig debuut (“Departure“) uitgebracht. Na drie jaar komt het vijfkoppige gezelschap terug boven water met een opvolger getiteld “Livslede“. Ook nu weer vijf songs op de tracklist maar als je weet dat deze met de tienminutengrens flirten, krijg je waar voor je geld. “Livslede” is een reis door eenzaamheid, zelfhaat, ijle dromen en suïcidale gedachten, er broedt met andere woorden heel wat negativiteit onder het wateroppervlak. “Forlist” neemt de rol van piano-intro op zich en zet meteen een droevige teneur neer die een kleine drie kwartier lang niet meer zal verdwijnen. Wel vreemd dat “Ensomhed” niet meteen uit de startblokken vliegt, maar opnieuw door een ingetogen intro ingeluid wordt. Eens Sunken op kruissnelheid is, dompelen ze ons onder in een stortbad aan atmosferische blackmetal met een veel hoger postrock gehalte dan weleer. Gitarist en stichtend lid Simon Skotte Krogh (ook actief als live-lid bij Afsky) levert, bijgestaan door de in 2018 ingelijfde Kasper Deichmann, enkele kippenvelopwekkende melodieën, melancholische cleane gitaarpartijen en beklijvende leads af die mede dankzij een warme, organische shoegaze sound hun effect niet missen. Zoals het een post-blackmetalband betaamt wordt er met een eb- en vloedtechniek gemusiceerd waarbij je het ene moment op rustige kabbelende golven meedeint om even later kopje onder geduwd te worden door een tsunami aan blackmetalgrootsheid. Het ondertussen uitgekauwde post-blackmetalrecept wordt gelukkig niet in elk nummer gehanteerd. Zo is er in “Foragt” ook plaats voor soundscapes en een drumbeat die een stuwende haast elektronica-achtige hartslag vormt. “Delirium” kan je met diens diepe vervormde verhalende stem en glooiende synthwavetapijten (hoewel op gitaar middels tonnen effecten uitgevoerd) dan weer eerder als donkere etherische dreampop omschrijven. Gewaagd en geslaagd! In afsluiter “Dødslængsel” komt het blackmetalverleden van Sunken terug bovendrijven, hoewel nog steeds doorspekt met ferme ladingen shoegaze, en meen ik ook vrouwelijke, haast engelachtige zang te horen die een ijl gitaarriedeltje vergezelt. Vallen er ook minpuntjes te bespeuren? Wel, zanger Martin Skyum Thomasen heeft spijtig genoeg een vrij eentonige scream die wat aan kracht mist, maar gooit ook regelmatig een fluisterende stem of heldere vocalen in de strijd. Melancholische en romantische zielen die naast stuwende blackmetal (hoewel het scherp randje er vergeleken met het debuut wat afgevijld is) niet vies zijn van dromerige klanken, zullen met Sunken ongetwijfeld aan hun trekken komen. Als blackmetal voor jou echter synoniem staat voor duivelaanbiddende grafherrie, loop je hier best in een grote boog omheen.

JOKKE: 81/100

Sunken – Livslede (Vendetta Records 2020)
1. Forlist
2. Ensomhed
3. Foragt
4. Delirium
5. Dødslængsel

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Glemsel – Unavngivet

There’s something rotten in the state of Denmark. Dat heeft ook Stefan Klose, Vendetta Records baas, in het snuitje. Met Ligfaerd, Liosber, Sunken, Witchcult en natuurlijk het fantastische Afsky brengt hij zo nu en dan blackmetalbands uit het land van het smørrebrød onder de aandacht van ons metalliefhebbers. Ook Glemsel (Deens voor ‘vergetelheid’), een nieuw trio bestaande uit drummer Joachim Højer, gitarist Sune Pedersen en zanger/gitarist/bassist Asmund Iversen, mogen we aan dat rijtje toevoegen. De “Unavngivet” EP (“Ongetiteld“) is het eerste wapenfeit van de heren en laat het in een sierlijk handschrift geschreven bandlogo je niet op het verkeerde been zetten, want voor romantiek is hier een klein half uur lang geen plaats. De kort maar krachtige opener “Dødsværk” (“Doodsproblemen“) en de wat langere mid-tempo opvolger “Ligegyldigheden” (“Onverschilligheid“) laten me spijtig genoeg ook ietwat onverschillig want beide nummers klinken als goed geproduceerde doorsnee Scandinavische blackmetal met een moderne kijk op het verleden, maar het ontbreekt simpelweg aan memorabele riffs. Maar dan is er plots de grimmige openingsriff van “Efterårsvinde” die op het einde van de zomer reeds gure “herfstwinden” op ons afvuurt en ons uit onze luie zetel doet rechtveren. In deze song komen de repetitieve snelle drums en weemoedige, vaalgrijze riffmuur wel tot hun recht. Net zoals in het voorgaande nummer wordt er even op een treurig en ingetogen clean gitaarstukje overgeschakeld om twee ruigere passages aan mekaar te breien. Nu lijkt het in Kopenhagen gebaseerde trio gelanceerd te zijn want ook het van overtollig vet ontdane “Moders gråd” (“Huilende moeders“) gaat op hetzelfde wanhoop uitstralende elan verder. In “Afsked” (“Afscheid“) laat Glemsel het tempo aanvankelijk zakken om wat later Carpathian Forest gewijs een aanstekelijke black ’n roll bridge uit zijn mouw te schudden en vervolgens opzwepende riffs op ons af te vuren. Er gebeurt met andere woorden heel wat in een goeie drie minuten tijd. Plots zijn we met “En sidste bøn” (“Een laatste gebed“), dat met zeven en een halve minuut het langste nummer op deze EP is, al bij de voorlaatste song aangekomen. Pakkend tremelogitaarwerk, het beste vocaal werk van de EP en een dynamische aanpak zorgen voor een waardige bijna-afsluiter want het compacte en vurige “Rædsel” (“Verschrikking“) krijgt de eer deze EP uit te luiden. Glemsel start “Unavngivet” ietwat aarzelend maar weet ons daarna met meer beklijvende songs vol neerslachtige stemmingen en moedeloosheid toch bij de les te houden.

JOKKE: 79/100

Glemsel – Unavngivet (Vendetta Records 2020)
1. Dødsværk
2. Ligegyldigheden
3. Efterårsvinde
4. Moders gråd
5. Afsked
6. En sidste bøn
7. Rædsel

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht

Ninkharsag – Discipline through black sorcery

UK Black metal doet het de laatste tijd vrij goed bij de Addergebroed redactie. Ook in het geval van Ninkharsag bevinden we ons op het eiland aan de overkant van de Noordzee. Ik dacht eerst dat het een nieuwe band betrof die Vendetta Records een duwtje in de rug wou geven, maar blijkbaar loopt Ninkharsag – vernoemd naar een vruchtbaarheidsgodin uit de Sumerische mythologie – al sinds 2009 op deze aardkloot rond en werd vijf jaar geleden reeds een eerste volwaardige langspeler “The blood of celestial kings” via Candlelight Records verspreid, volgens de band destijds niet meer dan een veredelde demo. Wedra zou echter de nieuwe langspeler “The dread march of solemn Gods” moeten verschijnen en in de vorm van de “Discipline through black sorcery” 7 inch krijgen we daar al drie voorproevertjes van. De band, die oorspronkelijk als een soloproject van lead gitarist Paul Armitstead startte maar ondertussen tot een volwaardige entiteit uitgroeide, heeft een grote voorliefde voor old-school Zweedse meloblack genre Dissection, Lord Belial, Dark Funeral, Setherial en Naglfar, dat wordt al vrij snel duidelijk. Drummer Jay Pipprell’s zweep gaat er tempogewijs dan ook drie nummers lang zo goed als voortdurend op, hoewel “The lord of death and midnight” eveneens wat meer groove laat horen. Ook logo’s van oude heavy metal bands zijn onmiskenbaar op de lederen vesten van de bandleden genaaid, luister maar eens naar het gitaarstukje naar het einde van “The necromanteion” toe. De scream van zanger/gitarist Kyle Nesbitt is bovendien vrj goed verstaanbaar, wat helpt bij het meebrullen van de toegankelijke refreinen. Originaliteitsprijzen zijn niet aan Ninkharsag besteed en het onderscheidend karakter van de drie songs is vrij miniem. Voor wie hier echter geen genoeg van krijgt, heeft Ninkharsag met de gekende ingrediënten van Zweedse meloblack een interessante teaser voor zijn op til zijnde langspeler weten klaarstomen.

JOKKE: 77/100

Ninkharsag – Discipline through black sorcery (Vendetta Records 2020)
1. Discipline through black sorcery
2. The necromanteion
3. The lord of death and midnight

Vital Spirit – In the faith that looks through death

En de award voor ontdekking van de maand gaat naar Vital Spirit, een spiksplinternieuwe band waarachter echter twee mannen met heel wat ervaring schuilgaan. Zanger/gitarist/bassist Kyle Tavares (o.a. Seer en live muzikant voor Wormwitch) en drummer Israel Langlais (o.a. Wormwitch) deden muzikale inspiratie voor dit nieuwe project op tijdens de Amerikaanse tourns van Wormwitch in 2018 en 2019 en werden daarbij sterk beïnvloed door de landschappen en geschiedenis. Het fijne aan “In the faith that looks through death” is niet alleen het prachtige hoesontwerp maar ook dat deze EP met een speelduur van slechts 17 minuten in staat is een frisse wind doorheen het black metal landschap te laten waaien, een broeierig hete woestijnwind wel te verstaan want de winderige invloeden van het Wilde Westen zijn alom vertegenwoordigd in de zwartmetalen basis van de vier nummers. Zo lijken de gitaarmelodieën regelrecht uit één of andere jaren ’60 Spaghetti Western film te zijn geplukt. De sfeer die de muziek uitstraalt past dan ook perfect bij thema’s zoals Mayaanse kosmologie en geschiedenis, de rol van Pancho Villa (ook wel de Centaur van het Noorden genoemd) in de Mexicaanse revolutie en Wovoka’s Ghost Dance, een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS. Tekstuele inspiratiebronnen vormen de woorden van Wovoka, Patti Smith, de Mayaanse orakelpriester Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos (Mexicaanse muziekstijl waarin de daden van helden of criminelen bezongen worden) van de Mexicaanse Revolutie. Het verweven van die Spaghetti Western invloeden voelt nergens geforceerd aan maar vloeit op een interessante manier over in de felle black metal van het duo. Vital Spirit’s muziek is als een cocktail aan muzikale invloeden waarin namen als de recent overleden Ennio Morricone, Taake, Earth, Ulver, Marty Robbins, Dissection, Drudkh en Wovenhand hoorbaar zijn. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas” noemen ze het zelf. Écht vernieuwend is het mengen van Americana en Spaghetti Western met black metal niet want een Volahn en andere Black Twilight Circle bands, een Cobalt of Devil With No Name gingen Vital Spirit al voor, maar nog nooit hoorde ik zo’n perfecte blend waarbij kippenvel 17 minuten lang gegarandeerd is. “In the faith that looks through death” is de eerste release op Tavares’ eigen label Hidden Tribe Records. Het wordt een tape waarop ik als een bezetene ga jagen. Vendetta zal de vinylrelease later op het jaar verzorgen. ¡Viva la revolución!

JOKKE: 85/100

Vital Spirit – In the faith that looks through death (Hidden Tribe Records/Vendetta Records 2020)
1. Heart of sky
2. Centaur
3. Face of the sun
4. Ghost dance

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt

We zijn Moeder Aarde zo stillaan volledig naar de verdoemenis aan het helpen, dat is niets nieuws onder de broeierige zon die meer en meer door het gat in de ozonlaag komt piepen. De mens heeft Moeder Natuur nodig, maar vice versa geldt dat niet. Deze conceptuele split waarvoor het Duitse Friisk en Franse Loth de handen in mekaar slaan, beschrijft hoe het milieu kan herstellen wanneer de mensheid van de kaart geveegd is als gevolg van de cyclus van leven en dood. Het troosteloze artwork van Chris Kiesling van Misanthropic Art sluit hier mooi bij aan. Het Duitse kwintet Friisk opent kant A en kwam hier al eerder aan bod met diens debuut EP “De doden van’t waterkant“. “Kien Kummweer” is een dertien minuten durende compositie met teksten die in het Nederduits neergepend werden. Muzikaal gezien krijgen we tal van kippenvel opwekkende melodieuze leads te horen die over de woeste en snelle atmosferische black metal gedrapeerd zijn. Maar tussen al het geraas door is ook plaats voor akoestische rustpunten en meer doomy atmosfeer alvorens het nummer uitmondt in serene ambient. “Warndt“, het bijna negentien minuten durende werkstuk dat Loth aanlevert, grijpt je niet meteen bij het nekvel. Het duo opteerde ervoor om de sereniteit van het einde van het Friisk-nummer middels strijkers en cleane gitaren nog een dikke drie minuten door te trekken. Maar uiteindelijk gaat ook Loth overstag en volgt atmosferische black die wat progressiever van insteek is. Eens de band op dreef is, is het echter niet rammen en blazen tot aan het gaatje, want compositorisch werd een dynamisch gearrangeerd nummer afgeleverd dat epiek en ingetogen (akoestische) momenten inruilt voor heftige passages met donderend drumwerk en venijnige melodieuze riffs. Multi-instrumentalist Loth musiceert sterk (dat wisten we al van de twee eerder verschenen langspelers) en de krijsen van F.S. gaan door merg en been. Rond de twaalfminutengrens denk je dat het muzikale verhaal erop zit en de aarde in alle rust haar tweede adem kan vinden, maar toch slaat Loth nogmaals furieus toe met een zinderende finale. Of toch niet, want even later valt het muzikale onweer opnieuw stil en volgt ingetogen gemusiceer vergezeld van rustgevende orgeltoetsen. Wie denkt dat de heren toch nog een laatste keer alle registers zullen opentrekken, is er vervolgens aan voor de moeite. Mooi hoe hier niet volgens een verwachtinspatroon gemusiceerd wordt. Geslaagde split van twee bands die blijven groeien en fans van de “cascadian” sound ongetwijfeld zal aanspreken.

JOKKE: 79/100 (Friisk: 78/100; Loth: 80/100)

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt (Vendetta Records 2020)
1. Friisk – Kien Kummweer
2. Loth – Warndt

Sinistral King – Serpent uncoiling

Op het moment dat ik deze review schrijf is er slechts weinig bekend over het trio Sinistral King. Veel meer dan dat ze zijn opgericht in 2008 door leden van Vredehammer (Noorwegen), Unlight (Duitsland) en Triumph Of Death (Zwitserland) is er niet te vinden op het wereldwijde web. Al heb ik zelf een vermoeden dat het respectievelijk gaat over Per Valla, Blaspherion en Alessandro Comerio. Hoe dan ook is het iets waar ik niet mee inzit, want in de eerste minuten wordt het al meteen klaar en duidelijk dat het voor deze artiesten om de muziek gaat…en die is behoorlijk indrukwekkend. Debuutschijf “Serpent uncoiling” barst namelijk van de sfeervolle, moderne black metal. Gedurende een 41-tal minuten wordt je meegenomen door vijf nummers die stuk voor stuk uitblinken in hun afwisselende opbouw en kwalitatieve uitvoering. Door de toevoeging van koren, piano, synths, virtuoze gitaarsolo’s, meerdere vocalen en andere metal stijlen zorgt Sinistral King ervoor dat je geen moment de tijd krijgt om je te vervelen. Deze “Serpent uncoiling” doet niet mee aan het “less is more” concept, de donkere horror atmosfeer wordt gebracht op een relatief bombastische wijze, wat soms doet denken aan een band als Behemoth, met vlagen van Mephorash en understated Dimmu Borgir. De nummers volgen min of meer hetzelfde stramien van langzame partijen die overgaan in blastbeats om dan terug af te remmen, maar behouden wel een duidelijke identiteit. De productie is voldoende zwaar en compact, maar laat ruimte voor alle instrumenten. De riffs gaan van venijnig tot zwaar, met hier een daar een erg sterke solo en de drums zijn strak uitgevoerd, maar niet te getriggerd. De screams en mid-range grunts passen prima bij de uitgekozen passages. Synths en koren zijn duidelijk aanwezig, maar overschaduwen op geen enkel moment de gitaren. Kortom hier val niks op aan de merken. Mijn persoonlijke voorkeuren gaan uit naar de eerste track “Serpent uncoiling” en naar het derde nummer “Isheth Zenunim“, de titel zijnde een verwijzing naar de Qliphoth princes die de zielen van de verdoemden verorbert. Voor mij wordt dit debuut van SInistral King één van de beste releases van het jaar.

Xavier: 94/100

Sinistral King – Serpent uncoiling (Vendetta Records 2020)
1. Serpent uncoiling
2. Nahemoth
3. Isheth Zenunim
4. Fields of necromance
5. Where nothingness precedes cosmos

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Iffernet – Iffernet

De twee schedels en de dorre tak die op de zwart-witte hoes van Iffernet’s gelijknamige debuut prijken, weten de sfeer op de plaat perfect te capteren. Dit is immers een 41 minuten lang schouwspel vol wanhoop, moedeloosheid, rouw, verdriet, pijn en eenzaamheid waar de geest van Burzum meer dan eens doorheen waait, hoewel de sound van Iffernet wel een pak zwaarder en minder scherp klinkt dan op Varg’s essentiële platen. Iffernet is een Frans duo met leden die tot het La Harelle collectief behoren, een groep gelijkgestemde zielen die actief zijn in o.a. Mòr, Sordide, Telümehtår, The True Malemort en Void Paradigm. Nadat Turia reeds enkele shows met Sordide speelde, trekken de Nederlanders er nu weldra met Iffernet op uit om hun nieuwe plaat aan het Europese publiek voor te stellen. In het geval van Iffernet verscheen het debuut reeds eind vorig jaar via het voor mij onbekende WV Sorcerer Productions, maar Vendetta Records verzorgt de op til zijnde vinylrelease. Breathe Plastic Records denkt dan weer aan de tape liefhebbers. De black van Iffernet is gestript van overtollig vet en de muzikanten weten het interessant te houden door met verschillende tempo’s en gemoedstoestanden te spelen. Zo voelt het up-tempo “The knife and the rope” bijvoorbeeld veel gevaarlijker aan dan het droefgeestige mid-tempo “Crushing void“. Maar de contrasten zijn soms ook binnen één en hetzelfde nummer aanwezig. Zo evolueert “Unconquered suns” van een traag ritme en beheersd riffwerk naar een intense kwelling. Zowel drummer N. als gitarist B. krijsen de ziel uit hun lijf, maar de meest hese van de twee (die we o.a. in het reeds eerder aangehaalde “Crushing void” aan het werk horen) ligt me het minste. Ondanks de variatie die beide muzikanten in de muziek proberen te steken, hebben de zes nummers net wat te weinig om het lijf om in de overvloed aan releases het hoofd boven water te houden. Ik vrees dan ook dat deze release voor mij kopje onder zal gaan zonder ooit nog eens aan het wateroppervlak te verschijnen.

JOKKE: 70/100

Iffernet – Iffernet (WV Sorcerer Productions 2019/Vendetta Records 2020/Breathe Plastic Records 2020)
1. The tales of things to sink
2. Black flood
3. The knife and the rope
4. Crushing void
5. Unconquered suns
6. Far quest for a dead end