watain

Deus Mortem – Kosmocide

Het pad van de Poolse black metal-scene werd de afgelopen twintig jaar in de eerste plaats geëffend door Behemoth. Meer recent was het Mgła die uit de dichte mist opdoemde en liet horen dat ook zij een hele resem bands kunnen inspireren op zowel muzikaal als visueel vlak. In de vorm van Deus Mortem biedt zich opnieuw een speler aan die het in zich heeft om tot de hoogste echelons van de Poolse scene door te dringen. We hebben uiteindelijk zo’n drie jaar moeten wachten op een nieuwe langspeler nadat in 2016 de geweldige EP “Demons of matter and the shells of the dead” verscheen waarop mijn persoonlijke Deus Mortem favoriet “Olam haBeriah” prijkte. Wat een heerlijke song is me dat toch! Maar nu is er dus het spiksplinternieuwe “Kosmocide“. Wanneer Deus Mortem in een nummer als “Sinister lava” gas terug neemt horen we nog steeds een duidelijke link naar hun reeds eerder vernoemde gemaskerde landgenoten (de plaat werd ook vereeuwigd in Mgła’s M’s No Solace Studios en samen vertrekken ze weldra ook op tour). De melodieën in het afsluitende “The destroyer” zijn dan weer schatplichtig aan Dissection. Wanneer de Polen echter van jetje geven – en dat is het grootste deel van deze 43 minuten het geval – infuseren ze hun black met een heuse portie thrash zoals ook een Watain dat regelmatig doet. Dat was op debuut “Emanations of the black light” reeds het geval en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. De duidelijk hoorbare invloeden vinden we echter allesbehalve erg want de zeven nummers zijn opnieuw beresterk. Vergelijk het een beetje met een Whordeom Rife die ook niets nieuws onder de zon laten horen, maar hun sterke songs wel met voldoende overtuiging en klasse brengen. Deus Mortem bandleider Necrosodom en zijn mannen hechten veel belang aan details zoals zangkoortjes (“The soul of the worlds“, “The seeker“) of akoestische gitaren en hebben duidelijk hun tijd genomen om boeiende en pakkende songs te schrijven met heel wat interessante bruggetjes, catchy riffs en een duidelijk rol voor de lead gitarist. Dit alles culmineert in het epische “Ceremony of reversion part 2” waarin akoestische gitaren, een hoge heavy metal zanguithaal en proclamerende vocalen de revue passeren. Opnieuw klasse van deze Polen die agressiever uit de hoek komen dan op de meer melodieuze EP!

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – Kosmocide (Terratur Possessions 2019)
1. Remorseless beast
2. The soul of the worlds
3. Sinister lava
4. Through the crown it departs
5. The seeker
6. Ceremony of reversion p.2
7. The destroyer

Barshasketh – Barshasketh

Het van Nieuw-Zeeland naar Schotland verkaste Barshasketh volgen we al een tijdje; sinds het uit 2010 afstammende debuut “Defying the bonds of cosmic thraldom” om meer precies te zijn. Sinds den beginne had oprichter Krigeist het spelen van pure second-wave black metal met zijn éénmansband voor ogen. Een naam als Gorgoroth kwam vaak terug als richtingaanwijzer in zijn muzikale creaties, zo ook op de albums “Ophidian henosis” en de conceptuele split “Sein/Zeit” met het Pools Outre. Ondertussen wist Krigeist een volledige bezetting rondom zich te bouwen met de Finse drummer MK (Hautakammio, ex-Kalmankantaja) als laatste aanwinst. Een decennium na haar oprichting brengt Barshasketh nu haar vierde self-titled-plaat uit, de derde voor World Terror Committee. Wie zich altijd al afvroeg waar de mysterieuze bandnaam vandaan komt, zal het antwoord vinden op het nieuwe album dat gebaseerd is op het concept ‘Be’er Shachat‘ waar de naam Barshasketh van afgeleid werd. Het is een esoterische term en één van de zeven divisies van de hel die opduikt in de Qliphoth van de Joodse Kaballah en draait om het cyclische proces van het bestaan doorheen fases van vernietiging, zuivering en wedergeboorte. “Barshasketh” klokt op een ruime 54 minuten af en laat nog steeds second wave black horen met venijnige power chords, tremolo riffs en single chord partijen. Het eerder vernoemde Gorgoroth, maar ook een Dark Funeral is nooit veraf. De bassist is goed hoorbaar en geeft diepte aan de songs maar de ster van de plaat is ongetwijfeld drummer MK die leuke twists in zijn drumspel inbouwde. Let bijvoorbeeld eens op die gezwinde versnellingen die hij in “Ruin I” uit zijn mouw tovert. De plaat werd opnieuw vereeuwigd in de Necromorbus Studio wat een sound aflevert die erg geschikt is voor dit genre (maar ook wel een tikkeltje generisch klinkt) waarbij de balans tussen atmosfeer en agressie erg belangrijk is. In “Consciousness I” duiken melodieuze leads op en de melodieuze kaart wordt nog verder getrokken in het tweede deel van het nummer dat met cleane gitaren start en halfweg een morbide intermezzo bevat alvorens volledig los te barsten in de flitsende finale. Ook het tweede deel van “Ruin” is episch van opzet. Aanvankelijk word je nog compleet murw geslagen door diens hondsdolle snelheden, maar halfweg passeren een Watain-achtig stukje, cleane gitaren en subtiele cymbaalaccenten waarna een Slayer-riff het supersnelle einde inluidt. In “Rebirth” trekken progressieve Emperoriaanse riffs dan weer de aandacht. Als kers op de taart heeft Barshasketh met het afsluitende “Recrudescense” nog het langste nummer van de plaat voor ons in petto waarin allerlei rituele gezangen de revue passeren. Het ontbreken van een eigen identiteit maakt Barshasketh goed met het uitermate strakke spel en de beste nummers die ze ooit geschreven hebben. Met stip hun beste werk tot op heden.

JOKKE: 85/100

Barshasketh – Barshasketh (World Terror Committee 2019)
1. Vacillation
2. Resolve
3. Consciousness I
4. Consciousness II
5. Ruin I
6. Ruin II
7. Rebirth
8. Recrudescense

Voodus – Into the wild

De bandnaam Voodus doet bij velen allicht niet meteen een belletje rinkelen. De Zweedse band is nochtans sinds 2004 actief maar opereerde elf jaar lang onder de naam Jormundgand. Sinds de naamswijziging in 2015 werden twee EP’s uitgebracht (“NightQueen” en “Serpent seducer saviour“). Met “Into the wild” brengt het kwartet nu een volwaardige langspeler uit die op meer dan één uur speeltijd afklokt. Dat komen we tegenwoordig nog zelden tegen. Tijdens de introtonen van “The awakening and the ascension” hoort het getrainde oor meteen de signature sound van de Necromorbus Studio terug. In plaats van Tore Stjerna zat echter Valkyrja’s Simon Wizén achter de knoppen om deze plaat te vereeuwigen. Tore nam wel de mix en mastering voor zijn rekening wat je meteen terughoort in de groots klinkende muziek en drums, hoewel iets cleaner dan doorgaans het geval is. Het gevoel voor melodie verraadt meteen ook dat we hier met een (zoveelste) band van doen hebben die de erfenis van Dissection wilt levend houden. Wie Jon Nödtveidt’s band eert, noemt Watain doorgaans ook in één adem. De mannen van Voodus hebben misschien wel iets te veel naar Erik & co geluisterd, want de gelijkenissen zijn meermaals treffend en er werden dan ook heel wat bruggetjes, riffs en opbouwen gejat. En voor de albumtitel was er blijkbaar ook niet al te veel inspiratie. Ik raad voortaan dan ook elke band die Dissection en Watain wilt na-apen aan om op zijn minst van een andere studio gebruik te maken zodat daar tenminste nog het verschil gemaakt kan worden. Aan compacte songs doet Voodus niet mee want opener “The golden” tikt als kortste nummer reeds op zes minuten af en de epische uitsmijter “The terrain of moloch” heeft ruim een kwartier nodig om haar verhaal te doen. Is dit Voodus dan nog een meerwaarde voor de eivolle scene hoor ik u denken? Wie Watain en Dissection soms te heavy vindt, kan met Voodus wellicht uit de voeten want hoewel overduidelijk black metal, helt de hefboom grotendeels over naar melodie in plaats van agressie. Er passeren ettelijke melodieuze (heavy metal) solo’s en veel lange instrumentale passages die bijdragen aan de epiek van de plaat en de luchtgitaar van stal doen halen. De kolossale afsluiter is daar het beste voorbeeld van, maar is ook wel wat te veel van het goede want er zitten te veel ideeën in deze song gepropt. Less is more heren! De cleane productie maakt bovendien dat “Into the wild” heel vlot weg luistert…maar dat willen we godverdomme toch niet in dit genre! Gelukkig ontbloot de band haar tanden af en toe nog zoals in “Communion amid the graves” maar doorgaans zien de muzikanten er gevaarlijker uit dan de muziek die ze ten berde brengen. Wie écht niet genoeg krijgt van de zoveelste Watain en Dissection kloon zal hier ook wel zijn of haar gading in vinden, maar voor mij is “Into the wild” té langdradig, té melodieus en niet wild genoeg.

JOKKE: 66/100

Voodus – Into the wild (Shadow Records 2018)
1. The awakening and the ascension
2. The golden
3. Gnothi seauton
4. Into the wild
5. Communion amid the graves
6. Dreams from an ancient mind pt I
7. Dreams from an ancient mind pt II
8. The terrain of moloch

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Xalpen – Wowk otrr

Xalpen is een Chileense band die voornamelijk de aandacht zal trekken door zanger/bassist Tarem-Keláash. Wie hoor ik jullie luidop denken? Achter deze schuilnaam treffen we Alvaro Lillo aan, de man die sinds vele jaren live de bass-snaren mishandelt bij Watain. Het belletje rinkelt nu waarschijnlijk wel. Samen met zanger/gitarist Juan Pablo Nuñez richtte hij in 2014 dit Xalpen op waarvan in 2016 reeds de leuke “Black rites” EP verscheen. In de vorm van het vreemd getitelde “Wowk otrr” krijgen we nu een tweede EP voorgeschoteld en de derde zou ook reeds in de maak zijn. Ondertussen is de band ook aangedikt tot een kwartet. Xalpen eert met haar muziek haar voorouders en de goden van de onderwereld en doet dit in een onverstaanbaar taaltje. Doorheen nummers als “Kay’taw hawrr sho’on palakaw-msh – (A cold rain under a cloudless sky)” en “Xosh Kassek – (Chant to Xosh)” waait een duidelijke jaren ’90 wind en de primitieve black bevat een zeker bestiaal randje zonder al te veel richting war metal door te neigen. De bas van Alvaro Lillo krijgt voldoende ademruimte en solospots maar over het algemeen staan de vocalen wel veel te luid in de mix wat ten koste gaat van de gitaarriffs hoewel die op zich niet wereldschokkend zijn. De plaat moet het eerder hebben van de interactie tussen woeste black en rituele klanken. Zo straalt “Ten hashpen – (In darkness remains)” een magische en rituele gloed uit door de wisselwerking tussen de diepe en hoge vocalen die meermaals de goden lijken te aanroepen. Naarmate de plaat vordert is er ook meer ruimte voor atmosferische elementen in de songs. Zo is de titeltrack bijna uitsluitend opgebouwd uit noisy soundscapes en rituele gezangen en eindigt de EP in de vorm van “Sèyta – (The barn owl) / Outro (Piano suite)” met pianoklanken. Op zich opnieuw een leuke EP hoewel de voorganger me meer beviel, met name door de betere productie.

JOKKE: 72/100

Xalpen – Wowk otrr (Morbid Skull records 2018)
1. Intro
2. Kay’taw hawrr sho’on palakaw-msh – (A cold rain under a cloudless sky)
3. Ten hashpen – (In darkness remains)
4. K’terrnenqár shwaken – (The vengeance of K´térnen)
5. Xosh Kassek – (Chant to Xosh)
6. Wowk trr – (Oculus australis)
7. Sèyta – (The barn owl) / Outro (Piano suite)

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

Necrophobic – Mark of the necrogram

Het Zweedse Necrophobic heeft ondanks haar lange carrière (de band werd in 1989 opgericht!) altijd wat in de schaduw van grotere acts als Dissection, Dark Funeral en Watain gestaan. Om één of andere reden heb ik de band nooit op de voet gevolgd waardoor maar een paar platen me goed bekend zijn. Met het nagelnieuwe “Mark of the necrogram” presenteren drummer Joakim Sterner – die er reeds van in het begin bij is -,  de sinds 2016 teruggekeerde gitaartandem Sebastian Ramstedt en Johan Bergebäck, bassist Alex Friberg en zanger en oudgediende Anders Strokirk – die te horen was op het debuut “The nocturnal silence” – hun achtste langspeler die een schot in de roos is. Of de terugkeer van Anders er voor iets tussen zit, weet ik niet maar de nieuweling doet me erg denken aan de eerste twee (en voor mij meest bekende) platen ook al is de productie natuurlijk moderner (en voor sommigen waarschijnlijk té afgelikt). Het kwintet klinkt gedreven en laat de ene na de andere overtuigende song op de luisteraar los. De melodieuze gitaarriffs van de titelsong zetten de vlam meteen in de pan en doen op vocaal gebied ook denken aan Naglfar, hun landgenoten die in hetzelfde vaarwater opereren. De toegankelijkheid van het aanstekelijke, met overduidelijke Dissection harmonieën doorspekte “Tsar bomba” valt niet te ontkennen en bezit het nodige hitpotentieel om de band tot bij een breder publiek te brengen. Hierna volgen de nummers “Lamashtu” en “Sacrosanct” die er qua hitgevoeligheid bijna lijnrecht tegenover staan en meer black metal invloeden laten horen, hoewel melodieuze riffs en harmonieuze gitaarsolo’s ook hier alomtegenwoordig zijn. “Requiem for a dying sun” legt het meeste dynamiek aan de dag en klinkt mede daardoor epischer en dreigender. Het felle, uptempo “Crown of horns” is opnieuw erg schatplichtig aan Dissection of je dat nu erg vindt of niet. “From the great above to the great below” vat nog eens samen waar Necrophobic anno 2018 (en eigenlijk al heel haar carrière lang, zo leerde me het dieper uitpluizen van hun discografie) voor staat: melodieus/extreem metalgeweld van de bovenste Zweedse plank.

JOKKE: 85/100

Necrophobic – Mark of the necrogram (Century Media 2018)
1. Mark of the necrogram
2. Odium caecum
3. Tsar bomba
4. Lamashtu
5. Sacrosanct
6. Pesta
7. Requiem for a dying sun
8. Crown of horns
9. From the great above to the great below
10. Undergången