zweden

Vananidr – Road to north

Vananidr mastermind Anders Eriksson gaf in het gesprek dat we nog niet zo lang geleden hadden al aan dat de opvolger voor het gelijknamige debuut niet lang op zich zou laten wachten. De opvolger kreeg de titel “Road to north” mee en wie dacht dat Anders er zich makkelijk vanaf zou maken, komt bedrogen uit want met elf nummers en een speeltijd van meer dan een uur is “Road to north” geen haastklus geworden. Op het debuut waren het vooral de snelle en snedige nummers die me over de streep trokken en dat is op deze opvolger niet anders. De ijskoude wind die ons in de vorm van opener “Cold dead skin“, “Bleak and desolate” en “Shadow of the past” tijdens onze tocht naar het noorden in het gezicht blaast, is guurder en bijtender dan het debuutmateriaal – denk aan oude Gorgoroth als je wil – hoewel sommige razende partijen al eens durven omslagen in melancholische slepende leads. Hoogtepunt hiervan is “Ancient powers” waarin de harmonieën aan Windir of Mithotyn doen denken. Songwriting en aandacht voor dynamiek staan centraal voor Anders, maar niet alle nummers kunnen ons bekoren. Zo maakt de cleane folky zang in het gezapige “Melancholy march” – in tegenstelling tot de koorzang in het geslaagde Kampfariaanse Plains of desolation” – van dit nummer een doorspoeltrack en ook het mid-tempo “Raining fire” laat niets bijzonders horen. Het snelle “Drowned in hells fire” begint veelbelovend maar verliest zich daarna in een te lang durende melodieuze finale. Anders had er misschien goed aan gedaan om het overtollige vet van “Road to north” te trimmen en een iets bondigere plaat af te leveren. Op zich weer allemaal niet slecht, maar soms te langdradig.

JOKKE: 77/100

Vananidr – Road to north (Purity Through Fire 2019)
1. Cold dead skin
2. Melancholy march
3. Bleak and desolate
4. Drowned in hells fire
5. Raining fire
6. Plains of desolation
7. Shadow of the past
8. Beneath the glimmering surface
9. Introduction to ancient powers
10. Ancient powers
11. Purgatory

Gnipahålan/Demstervold – Split

Swartadauþuz laat weer eens van zich horen. Deze keer via Gnipahålan waarmee hij vooralsnog geen langspeler heeft uitgebracht maar de weg van EP’s, demo’s, compilaties en nu ook een split bewandelt. De gelukkige wederhelft van dienst is het Nederlandse Demstervold, een creatie van Morden Demstervold die voor de gelegenheid bijgestaan wordt door sessiedrummer en Blood Tyrant-collega The Wampyric Specter (tevens de man achter dungeon synth revelatie Old Tower). Ook Swartadauþuz heeft voor het intrommelen externe hulp gezocht en gevonden bij Aska. Gnipahålan staat voor pure, oude black metal waar de mystiek langs alle kanten van afspat, niet te min door de obscure synthlaag die de striemende black metal een spookachtige vorm geeft. Swartadauþuz’s krijszang klinkt als een gure wind die doorheen een duister woud waait waarbij de riffs kettingzaagsgewijs oude bomen vellen en de drumaanslagen als een specht op speed klinken. Voer voor wie ook zijn nieuwste band Gardsghastr hoog in het vaandel draagt. Demstervold spuwt zijn haat en venijn er vol overtuiging eveneens in zijn moerstaal uit, niet dat we er enigszins ook maar één woord van verstaan, maar soit. Muzikaal passen beide bands in hetzelfde straatje van gure, old-school black die niet vies is van een grote portie synths, hoewel Demstervold iets meer riffgedreven is en de drums eerder hakken dan blasten. Een muzikaal fragment kan ik niet laten horen, maar wie fan is van oude synth black, 7 inches en splits moet deze gewoon in huis halen!

JOKKE: 84/100 (Gnipahålan: 85/100 – Demstervold: 83/100)

Gnipahålan/Demstervold – Split (Amor Fati Productions 2019)
1. Gnipahålan – Nordens blodfyllda urvrede
2. Demstervold – Maalstroom des doods

Gardsghastr – Slit throat requiem

Liefhebbers van symfonische black kwamen onlangs reeds aan hun trekken met Vargrav’s tweede plaat, maar hét album waar elke rechtgeaarde fan van het genre reikhalzend naar uitkeek, is natuurlijk het debuut van Gardsghastr. Wetende dat achter deze nieuwe band klinkende namen als Alex Poole, de broers Jackson en Steven Blackburn en Swartadauþuz schuilgaan, zorgde voor een opgewonden kriebel in onze broek. De eerste drie veteranen werkten reeds samen in Guðveiki, Chaos Moon en Entheogen maar sloegen voor Gardsghastr de handen in mekaar met het Zweedse brein achter o.a. Azelisassath, Bekëth Nexëhmü, Gnipahålan, Musmahhu en Mystik, tevens eigenaar van Ancient Records en Mysticism Productions en zowat het grootste genie dat er in de hedendaagse black metal-scene rondloopt. Aangezien dit voor ons allemaal klinkende namen zijn – enkel zanger Glömd kunnen we niet meteen thuisbrengen – verwachtten we dus vuurwerk van “Slit throat requiem“. De blauwdruk voor deze één uur durende trip is de Noorse symfonische black metal-scene van halfweg de jaren negentig die dankzij haar mystiek, majestueusheid en grandioosheid wereldwijd duizenden zieltjes converteerde tot de zwarte kunsten. Swartadauþuz verzorgde naast de lay-out en het bandlogo ook de mix die de hoogdagen van de klassiekers die in de Grieghallen Studios opgenomen werden, doet herleven. De keyboards gaan in overdrive zonder dat het carnavaleske toestanden worden en geven de venijnige zwartmetalen basis een extra lading bombast, heroïsche glorie of onheilspellende atmosfeer mee. Een geslaagd huwelijk met andere woorden tussen de weidse en schimmige signature sound van Alex Poole en de verdorven, ongefilterde en energieke insteek van Swartadauþuz. Het vuurwerk waar we op hoopten, horen we ondermeer knallen in het keizerlijke “Of crimson eyes“, de dynamische titeltrack (zelden kreeg de basgitaar in dit genre zo’n prominente rol toebedeeld), het tien minuten durende “Beasts of horn and wing” en het kosmische “Diabolical reverence“, maar de andere songs moeten hier amper voor onderdoen. Het totaalpakket klinkt overweldigend en vraagt meerdere luisterbeurten om alle details te ontdekken die in de wall of sound verstopt zitten. Dus ga op je rug in het gras liggen, steek die oortjes in, zet de volumeknop op tien en laat je door “Slit throat requiem” in de oneindigheid van je gedachten meevoeren terwijl je de majestueusheid van de nachtelijke hemel in je opneemt.

JOKKE: 95/100

Gardsghastr – Slit throat requiem (Profound Lore 2019)
1. Promethean flame
2. Of crimson eyes
3. Slit throat requiem
4. Journey through stagnant time and misery
5. Beasts of horn and wing
6. Diabolical reverence
7. Unfurl the profane wisdom
8. Outro

Murg – Strävan

Liefhebbers van pure, ijskoude no-nonsense Scandinavische black hebben ongetwijfeld een release van het anonieme duo Murg in hun platenkast/CD-collectie/virtuele muziekbank staan. Met “Strävan” zijn de Zweden aan het eindpunt van hun trilogie gekomen waarvan de eerste twee delen – “Varg & björn” uit 2015 en “Gudatall” uit 2016 – erg gesmaakt werden. Ik heb een klein vermoeden dat ook deze nieuwe plaat me niet zal teleurstellen. Vargher en Urzul presenteren hun black middels trage riffs die een stoïcijnse duisternis en van tijd tot tijd ook een zekere grandeur uitdragen en waaronder de drums bepalen of het nummer van dienst aan een rotvaart (“Berget“, “Korpen“) vooruitgaat of zich eerder slepend (titelnummer en “Tre stenar“) voortbeweegt maar over het algemeen werd het tempo ten opzichte van de voorgangers wat teruggeschroefd. De nummers bevatten net zoals de beknopte songtitels geen overbodige franjes, maar houden het kort en bondig zonder te vervelen. Zelfs in repetitieve songs als het afsluitende “Stjärnan” blijf je bij de les. Je wordt als luisteraar bij Murg niet afgeleid door allerhande gimmicks waardoor de focus automatisch op de muziek komt te liggen. De hardvochtige, dierlijke en ruwe black wordt gevoed door de donkere bossen en eeuwenoude mijnen die in Bergslagen, hun thuisgebied verspreid liggen. De eerste paar luisterbeurten was ik op zich niet echt overdonderd meer, maar zoals steeds weten de gure melodieën van een nummer als “Renhet” zich luisterbeurt na luisterbeurt steeds dieper onder de huid te nestelen. Hoewel deze jaren ’90 melo-black natuurlijk al een triljoen keer eerder is gedaan, weet Murg met haar misantropische black toch steeds de juiste snaar te raken.

JOKKE: 85/100

Murg – Strävan (Nordvis Produktion 2019)
1. Ur myren
2. Strävan
3. Berget
4. Renhet
5. Korpen
6. Tre stenar
7. Altaret
8. Stjärnan

Mephorash – Shem ha mephorash

De zoveelste carnavaleske band hoor ik u al denken bij het aanschouwen van de bandfoto’s van Mephorash. Ik kan u geen ongelijk geven. Een bepaald deel van de hedendaagse black metal-scene hecht bijna meer belang aan het visuele aspect dan aan de muziek. Ik heb het dan over de vele religieuze/orthodoxe bands die enorm populair zijn en met hun symboliek en mysterieuze outfits tot de verbeelding spreken. De roots van deze Zweden zijn diep in deze scene geworteld. Aan u te oordelen of Mephorash’s muziek even interessant en spannend klinkt als de visuele presentatie. De band met leden van Ofermod en Malign heeft in elk geval werk gemaakt van de muzikale uitwerking want de acht nummers die op “Shem ha mephorash” prijken, klokken op een monumentale 74 minuten speeltijd af. Bij deze grootse aanpak hoort natuurlijk ook een heus concept waarbij het kwartet de luisteraar meeneemt op een esoterische reis doorheen de concepten en ideeën van het “Shem Ha Mephorash-systeem”: de 72-ledige expliciete naam van God. Niet alleen qua présence, maar ook stilistisch gezien kunnen parallellen getrokken worden met een band als Schammasch. Mephorash hanteert immers voor het grootste deel een mid-of down-tempo-aanpak waarbij slechts sporadisch het gaspedaal ingedrukt wordt. De epische nummers nemen hun tijd om zich te ontpoppen tot majestueuze hoogtepunten en vloeien middels sacraal klinkende intermizzi in mekaar over wat het samenhangend karakter van de nummers en het thema nog meer onderstreept. De muzikanten toveren heel wat toeters en bellen uit hun mouwen om de lange songs interessant te houden: zo horen we allerhande (vrouwelijke) koorzangen, onheilspellende gothische klanken, klokkenspel, rituele percussie, angstaanjagende keelgeluiden en klassieke instrumenten zoals piano die allen bijdragen tot het bombastische en grandioze karakter van de muziek. Gitarist Mishbar Bovmeph kleurt “Chant of Golgotha” en “Sanguinem” met slepende en kreunende doomy leads in, maar na een paar luisterbeurten irriteren deze mij mateloos. Hoewel de band er alles aan doet om het interessant te houden, is 74 minuten dezer dagen heel lang om de aandacht van de gemiddelde luisteraar vast te houden. Ook de Zweden slagen er niet in om mij de volledige rit op het puntje van mijn stoel te laten zitten. Daarvoor klinkt het soms allemaal wat te braaf of worden bepaalde melodieën te lang gerokken. Sneller tot de kern van de zaak komen kan soms geen kwaad en zou voor meer variatie zorgen. Op deze punten van kritiek na, heeft Mephorash een erg ambitieuze plaat geschreven. Knap trouwens dat drievierde van de band nog maar halfweg de twintig is en dat ze nu reeds een dergelijk massief conceptalbum kunnen afleveren. Wat mij betreft heeft Mephorash me toch overtuigd van haar muzikale kunnen. De verkleedpartijen neem ik daar graag bij. Liefhebbers van het reeds vermelde Schammasch, maar bijvoorbeeld ook een Ruins Of Beverast, Cradle Of Filth, Batushka en Farsot moeten deze plaat zeker eens checken.

JOKKE: 79/100

Mephorash – Shem ha mephorash (Shadow Records 2019)
1. King of kings, lord of lords
2. Chant of Golgotha
3. Epitome I bottomless infinite
4. Sanguinem
5. Epitome II the amrita of vile shapes
6. Relics of Elohim
7. 777_ Third woe
8. Shem ha mephorash

Vananidr – Vananidr

Hoewel het Zweedse Vananidr op het eerste zicht een nieuwe naam in het black metal-gebeuren lijkt te zijn, gaan de roots van dit project terug naar het midden van de jaren ’90 toen Titan (nu in de band IXXI) Hydra oprichtte. In 1999 vindt hij in de vorm van gitarist Anders Eriksson, zanger Erebus en drummer Thunder (eveneens huidig lid van IXXI) gelijkgestemde zielen waarmee enkele demo’s en een debuutalbum “Phaedra” opgenomen worden. Tijdens het schrijfproces van de opvolger loopt het echter mis en verlaten zowel Erebus als Titan de band. Anders besluit de zang zelf te verzorgen en het album verschijnt onder de nieuwe naam Synodus Horrenda. In 2017 schreef Anders een derde plaat die hij samen met Thunder opnam en vorig jaar in eigen beheer digitaal het levenslicht zag, opnieuw onder een nieuwe noemer: Vananidr. Ondertussen heeft Thunder zijn drumkoffers gepakt, speelt Anders het solo slim en wordt de plaat via Purity Through Fire op CD uitgebracht. Met Vananidr eert de multi-instrumentalist de klassieke black metal van halfweg de jaren negentig, maar dan in een modern productioneel jasje gegoten, zonder al té gelikt en zielloos te klinken. Met songtitels als “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” wil je al snel een link maken met Immortal, maar dat is misschien wat kort door de bocht. Hoewel Vananidr’s muziek wel in hetzelfde straatje zit als het latere werk van de Noren, ademen de nummers van Vananidr veeleer een natuurlijke mystiek uit en vinden melodieën uit Zweedse folk subtiel hun weg naar de toch wel agressieve en krachtige black. Door middel van heldere zangkoren neemt de dramafactor in de opener toe maar “Frostbitten kingdom” klinkt toch minder grimmig dan verwacht. Een snel en repetitief nummer als “Abomination of evil” kent dan weer een heuse Kampfar-vibe en gaat erin als zoete koek. Ook in “Rise” wordt hard en snedig van leer getrokken en hoor ik onverwachts het woord “Satan” vallen. Tussen deze twee energiebommen vormt “Projections” een instrumentaal rustpunt. Vananidr blijft ook naar het einde van het album waken over de dynamiek want met een titel als “Warfare” verwacht je natuurlijk uptempo geweld – en die verwachting wordt ingelost – om met “Enter eternity” terug meer ruimte voor melodie te laten. Maar Anders zijn snelle nummers weten me toch meer te boeien. Het Zweeds getitelde “Psalm till döden” sluit de plaat in de vorm van serene orgelklanken af en geeft een sacrale toets aan het geheel – wat ik eerlijk gezegd minder vind te rijmen met de stijl van Vananidr’s black. In afwachting van de fysieke release werd nog een nieuwe twee-songs-tellende single getiteld “Bleak and desolate” uitgebracht waarop het titelnummer laat horen dat Anders hier voor nog meer furie en een iets rauwere sound heeft gekozen. Het eerder mid-tempo “Beneath the glimmering surface” bevat dan weer meer Scandinavische dramatiek en melodieuze gitaarsolo’s. Liefhebbers van moderne, krachtig klinkende Zweedse melo-black hebben er een interessante nieuwe speler bij. Voor mij klinkt Vananidr soms nog iets te generiek en mist de muziek wat diepgang.

JOKKE: 78/100

Vananidr – Vananidr (Purity Through Fire 2019)
1. Raging blizzards
2. Frostbitten kingdom
3. Abomination of evil
4. Projections
5. Rise
6. Warfare
7. Enter eternity
8. Psalm till döden

Nasheim – Jord och aska

Enkele jaren terug leverde Erik Grahn een persoonlijke favoriet in het atmosferisch black metal gebeuren af. Onder de moniker Nasheim werd toen “Solens vemod” uitgebracht, een album met artwork dat op je netvlies blijft plakken. Na het verzamelen van sessiemuzikanten in de vorm van D. Ekevärn (drums), E. Harper (viool) en R. Shakespeare (cello) achtte de Zweed het hoog tijd voor een opvolger die we eigenlijk beter een ‘deel II’ zouden noemen. Lang uitgesponnen melodieën voeren zoals vanouds de boventoon (opener “Att sväva över vidderna” duurt alleen al een goeie twintig minuten) terwijl met de vocalen – hier eens hese uithalen, daar weer warme zang – eerder spaarzaam wordt omgesprongen. De weinige keren dat Grahn zijn strot opentrekt zijn wel bijzonder passend en goed getimed, waardoor zijn schreeuwen zeker hun effect niet missen. Het minimaal gebruik aan zang geeft het album dat de titel “Jord och aska” (vertaald als “aarde en as”) meekreeg echter alle ruimte om te ademen. Bij de opener krijgen we een trage, semi-akoestische riff te horen die als eb en vloed doorheen het nummer wordt geweven en waarrond, golfbrekergewijs, de rest is opgebouwd. Het sfeervolle “Grå de bittert sådda skogar” vormt een vijf minuten durend intermezzo alvorens met “Sänk mig i tystnad” opnieuw een kwartier aan oerdegelijke atmosferische black metal uit de speakers klinkt. Naast viool en cello doet hier ook de piano z’n intrede, wat het geheel nog wat meer grandeur verleent. In plaats van met een episch crescendo, zoals gebruikelijk bij dit genre, eindigt “Jord och aska” uiteindelijk met twee minuten aan blastbeats die eigenlijk het enige minpuntje aan een voor de rest uiterst gebalanceerd album vormen. Nasheim brengt ons met zijn heldere productie, golvende riffs en rustgevende soundscapes niets nieuws binnen een zo goed als uitgemolken genre, maar doet het met verve!

CAS: 84/100

Nasheim – Jord och aska (Northern Silence Productions 2019)
1. Att sväva över vidderna
2. Grå de bittert sådda skogar
3. Sänk mig i tystnad