zweden

Lifvsleda – Det besegrade lifvet

Toen de promomail van Lifvsleda’s aankomende debuutlangspeler “Det besegrade lifvet” twee maand geleden binnen kwam, belandde hij meteen in mijn playlist. De “Manifest MMXIX” EP die vorig jaar als eerste teken van leven van de Zweedse band verscheen, schopte het immers tot op positie 2 in de 2019 jaarlijst van EP’s, splits en demo’s. Ik moet u dan ook niet vertellen dat we reikhalzend naar die volwaardige langspeler uitkeken! En toch is “Det besegrade lifvet” en diens furieuze en glorieuze blackmetal een moeilijke bevalling geworden. Opnieuw werd de muziek van deze sceneveteranen deels in de gitzwarte wouden en in uiterste isolatie gedurende de COVID-19 plaag vereeuwigd, dat kan je zelfs horen aan het sinistere en onbehagelijke gevoel dat in de songs vervat zit. Aan de nummers hangt een onwelriekend geurtje alsof iets oud en verrot opgegraven en opnieuw tot leven gebracht werd. Dat de dood als thema regelmatig terugkeert in de songteksten, maken het bandlogo en de man met de zeis op de hoes wel duidelijk: “De duisternis is mijn vlam. De dood is mijn vuur. Het leven is slechts mijn as die wordt verspreid door de wind. Ik ga naar het graf. Ik loop naar de dood.” horen we in “Bortgång” maniakaal in het Zweeds gekrijst worden. Maar die écht waanzinnig melancholische Zweedse rampestampers als “II” en “III” vallen er deze keer niet terug te vinden. Lifvsleda klinkt wel nog steeds wild, ruw en ongetemd en de jarenlange ervaring en wijsheid die de muzikanten sinds het ontstaan van de blackmetalscene in o.a. Sorhin hebben opgedaan, valt niet te ontkennen. Uiteindelijk is het pas tijdens het schrijven van de recensie en nogmaals enkele keren héél aandachtig naar de negen composities te luisteren, dat ze hun geheimen prijsgeven. Zo bevatten opener “I fjärran jord begrafvd“, het suïcidale titelnummer of de eerste single “Intet” wel degelijk Zweedse melancholie alleen zit die wat dieper verstopt in een leadgitaar, repetitief melodietje of akoestische passage. “Afvgrundsande” sleept zich als een deprimerende begrafenismars verder om wat later al haar demonen te ontketenen. Ook het reeds vermeldde “Bortgång” met diens bezeten vocalen en aanstekelijke riffs komt nu veel beter binnen dan tijdens het dozijn aantal luisterbeurten dat voorafging in de wagen. De catchy openingsmelodie van “Fjättrad” doet ons meteen op het puntje van onze stoel zitten en het venijnig rockende “Nedstigning” doet onze beentjes gevaarlijk ver over de rand van de afgrond bengelen. In die ongemakkelijke pose blijven we vervolgens via het opzwepende, doch licht psychedelische “Vederkvickelse” tot aan het afsluitende uit beklemmende ambient en spoken word opgetrokken “Landet bortom skogen” zitten. Zo zie je maar dat sommige platen hun genialiteit niet meteen openbaren (maar de EP blijft nóg magistraler, dat moet gezegd worden). Lifvsleda pende met “Det besegrade lifvet” dan ook een kwaliteitsvolle blackmetalplaat die de nodige toewijding en aandacht vraagt. Hulde!

JOKKE: 85/100

Lifvsleda – Det besegrade lifvet (Shadow Records 2020)
1. I fjärran jord begrafvd
2. Det besegrade lifvet
3. Intet
4. Afvgrundsande
5. Bortgång
6. Fjättrad
7. Nedstigning
8. Vederkvickelse
9. Landet bortom skogen

Obscure Relic – First black communion

Als ik de bandfoto van Obscure Relic zo bekijk, dan denk ik niet dat één van deze vijf mottigaards ooit een schoonheidswedstrijd zou winnen of in staat zou zijn met een Brazilaanse babe aan zijn hand over het strand te flaneren. Zelfs zonder corpsepaint zou ik van hun tronies verschieten en daar het woordje ‘bestiaal’ enkele keren in de bijgevoegde biografie verscheen, vermoedde ik dat de black metal van deze Brazilianen minstens even onverzorgd voor de dag zou komen. Maar dat valt al bij al wel mee. “First black communion” is een zoethoudertje, nadat eerder dit jaar de “Sons of evil power” demo verscheen, in afwachting van een eerste full-length. Zodra de titeltrack na de obligate intro uit de boxen knalt, moet ik meteen aan oude-Dark Funeral denken, zowel qua sound (hun self-titled EP en “The secrets of the black arts“) als qua Zweedse insteek van het tremoloriffwerk (“Vobiscum satanas“). Maar natuurlijk zijn deze nummers verre van zo overweldigend als wat Lord ‘of the sunglasses‘ Ahriman en co destijds afleverden. Het titelnummer kan mij zeker bekoren en ook “Master of all forms“, dat wat meer met dynamiek speelt, kan er absoluut mee door maar vanaf “Enter the infernal realms” begint Obscure Relic als dertien in een dozijn te klinken. Natuurlijk is dit nog maar het tweede kleine wapenfeit van het kwintet dat nog maar sinds 2 november 2019 of “Dios de los Muertos” aan hun snelweg naar de hel aan het timmeren is. Ik geef ze groot gelijk dat ze eerst nog wat verder willen schaven aan die langspeler want het potentieel is er in elk geval. Nu nog wat meer aan een eigen (lelijk) smoelwerk werken en wat sulfer in hun uitvoering steken en het komt allemaal goed.

JOKKE: 72/100

Obscure Relic – First black communion (Helldprod Records 2020)
1. Intro
2. The first black communion
3. Master of all forms
4. Enter the infernal realms
5. For blackerubins
6. Final

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness

Hoog tijd om nog eens een death metal-plaatje te laten passeren ook al is het ‘slechts’ een 10″ split waarvoor Inisans en Sepulchral Frost de handen in mekaar sloegen. Het Zweedse Inisans is al wat langer actief dan landgenoten Sepulchral Frost die pas in 2017 vanachter het hoekje kwamen piepen en eigenlijk nog in hun demofase zitten. Inisans leverde twee jaar geleden nog diens puike debuut “Transition” via Blood Harvest af en komt nu met twee nieuwe composities op de proppen die in het verlengde van die langspeler liggen. De heren spelen death metal op old school-wijze met lekker echoënde vocalen die de hoogdagen van Morbid Angel of Malevolent Creation terug oproepen. Lekker hakken met die drums, scheuren met die gitaren en molenwieken met die lange haren (als je dat nog kan)! Niets nieuws onder de zon maar wel verdomd lekker! De brok energie die Inisans weet op te roepen, valt bij Sepulchral Frost als een kaartenhuisje in mekaar naarmate “Blessed by fire” vordert. Met diens zes minuten speeltijd is dit nummer wat langer dan de Inisans-composities. Na de met heavy/speed metal-invloeden geïnfuseerde inleidende riffs schakelt het Stockholmse kwartet na een minuut of twee enkele versnellingen terug om in death/doom-regionen te belanden. Een wat diepere rochel, trage drums en riffs en een op het randje van vals klinkende lead kunnen ons niet langer bij de les houden ook al wakkert de waakvlam naar het einde toe terug aan. Productioneel gezien gaat het er hier ook wat rauwer aan toe, maar dat stoort niet. Op deze split is het vooral Inisans dat weet te imponeren.

JOKKE: 78/100 (Inisans: 85/100; Sepulchral Frost: 71/100)

Inisans/Sepulchral Frost – Death fire darkness (Helter Skelter/Regain Records 2020)
1. Inisans – Holocaust winds
2. Inisans – Circle of the serpent
3. Sepulchral Frost – Blessed by fire

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Faidra – Six voices inside

In het black metal-wereldje lopen heel wat muzikanten rond die zo vol van zichzelf zijn dat ze haast een hele H&M aan merchandising met hun geschilderde tronie op verkopen. Er zijn echter ook muzikanten die de anonimiteit verkiezen en de muziek voor zichzelf willen laten spreken. Het Zweedse Faidra is zo’n band, want de identiteit van de bezieler achter dit project blijft in een dichte mist gehuld, al zou de man al sinds de jaren ’90 in het wereldje meedraaien, zij het in death en folk metal. In februari verscheen het debuut “Six voices inside” via Northern Silence Productions met op de hoes een afbeelding van Bartolomeus, één van de 12 apostelen van Jezus, geschilderd door de Spaanse kunstenaar José de Ribera. Op de langspeler prijken zes nummers die elk op meer dan zes minute afklokken. Toeval? Faidra speelt atmosferische orthodoxe black metal die grotendeels mid-tempo van aard is. Blastbeats komen er enkel in het in mineur opgetrokken “The Judas cradle” kortstondig aan te pas en de kracht ligt ‘em in het hypnotiserende karakter van de repetitieve, soms ietwat monotone ritmes. Tristesse, somberheid en desolate gevoelens druipen van de akkoorden af en doen me hierdoor soms wat aan Katatonia denken toen er nog een pentagram in diens logo stond. In “The depths” is een overduidelijke Noorse inslag hoorbaar in de melodieën. Burzumesque keyboardnoten vallen druppelsgewijs op de rauwe ondergrond en zorgen – samen met de basgitaar – voor de nodige diepte. “Obsequies” gaat op hetzelfde elan verder en maakt halfweg plaats voor toetsen alleenheerserij en een spoken word passage over de komst van de Antichrist. Het slome “Tombs of giants” start met melancholisch klinkend clean gitaargetokkel en sleept zich nadien traag verder. De raspende screams klinken overtuigend en worden bij momenten vergezeld van heldere zang die weliswaar soms net wat naast de toon zit. “Six voices inside” is een knap debuut waarbij ik weinig kanttekeningen kan maken. OK, de muziek is misschien soms wat eentonig, maar daarin ligt volgens mij net de kracht van deze plaat.

JOKKE: 80/100

Faidra – Six voices inside (Northern Silence Productions 2020)
1. A pact amongst wolves
2. The depths
3. Obsequies
4. Tomb of giants
5. The Judas cradle
6. Six voices inside

Armagedda – Svindeldjup ättestup

En de comeback van het jaar dames en heren gaat naar…tromgeroffel…het Zweedse Armagedda dat na een hiatus van maar liefst 16 (!) jaar terug van zich laat horen middels de vierde langspeler “Svindeldjup ättestup“. Nu hadden we de laatste tijd wel al in de gaten dat er wat online activiteit te bespeuren viel, wat ik nou niet meteen van deze dode knakkers had verwacht. Zo werden er twee onuitgebrachte nummers op Bandcamp gepost, maar dat er ook heus nieuw plaatwerkt zou gelost worden, had ik nu niet meteen aan mijn theewater gevoeld. Andreas Petterson, die in tussentijd zijn label Nordvis verder uit de Laplandse ondergrond stampte, was de voorbije jaren ondermeer actief in het geweldige Stilla en het meer folk gerichte Lönndom en Saiva. Stefan Sandström aka Graav hield zich dan weer bezig met voortvluchtig zijn/het uitzitten van een gevangenisstraf en op muzikaal vlak verblijdde hij ons o.a. met zijn debuut met Ehlder. Nu kwam het door de recente racistische klap van Stefan nog wel tot een botsing tussen Ehlder en Nordvis waarbij nieuw Ehlder materiaal niet langer via dit kanaal verpreid zal worden, maar toch sloegen beide heren voor Armagedda de handen terug in mekaar. Het artwork van “Svindeldjup ättestup” is van de hand van Watain’s Erik en bevat in de raamopening een soort van replica van/knipoog naar de cover van de vorige langspeler “Ond Spiritism: Djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” uit 2004. Ook de titel van het tweede nummer bevat een verwijzing naar deze plaat. Dé hamvraag is natuurlijk of “Svindeldjup ättestup” zich met deze en “Only true believers” – twee door velen over het hoofd geziene genreklassiekers – kan meten? Wat meteen opvalt als “Ond spiritism” na het inleidende “Det sjuttonde året” uit de boxen knalt, is – naast het arsenaal geweldige riffs – de modernere sound. Dat is nu ook niet zó uitzonderlijk na zo’n lange afwezigheid natuurlijk, maar gelukkig bleven een ruwe korrel en organische drumsound wel behouden. De nieuwe langspeler werd trouwens ingeblikt in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara en daar de heren zich voor de opnames dus in Polen bevonden, werd als drummer Michał Stępień van o.a. Medico Peste en Owls Woods Graves ingehuurd. Tevens klinken de songs vergeleken met de voorganger wat agressiever en wilder, op een beestachtige manier, hoewel “Likvaka” ook nog wel dat typisch slepende en spookachtige mid-tempo karakter laat horen. De Darkthrone worshipping days uit de eerste levensjaren werden allesbehalve opgegraven en het meer gelaagde en gesofisticeerde karakter van “Ond spiritism” wordt verder uitgediept. “Guds kadaver (En falsk Messias)” is een nummer waarin de atmosfeer halfweg volledig omslaat van eerdere swingende verwrongen akkoorden en ritmes naar een heerlijk venijnig straightforward blastfestijn. Afsluiter “Evigheten i en obrytbar cirkel” is met meer dan elf minuten de langste Armagedda compositie ooit en dit nummer alleen al rechtvaardigt de lange wachttijd want het aantal fenomenale riffs dat passeert is bewonderenswaardig en de atmosfeer en het karakter wijzigen ook hier voortdurend van repetitief hypnotiserend, naar wild en bevlogen of ingetogen en bevreemdend wanneer de distortionpedaal losgelaten wordt. De basgitaar is minder prominent aanwezig, maar Graav’s vocalen, die een mix van screams en heldere zang zijn, mogen zich nog steeds tot de beste in het genre benoemen. De bezieling en bezetenheid waarmee de man de Zweedse teksten in een nummer als “Flod av smuts” de ether in katapulteert, is lovenswaardig. Het voelt also alle negatieve gevoelens van zijn onrustige bestaan in deze plaat gekanaliseerd worden. Kortom: “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism” en het Norrländsk svartmetall klinkt, ondanks het jarenlange wegrotten van de overblijfselen van Armagedda, ook 100% als Armagedda. Hier hebben we dus 16 jaar op zitten wachten se.

JOKKE: 90/100

Armagedda – Svindeldjup ättestup (Nordvis Produktion 2020)
1. Det sjuttonde året
2. Ond spiritism
3. Likvaka
4. Djupens djup
5. Guds kadaver (En falsk Messias)
6. Flod av smuts
7. Evigheten i en obrytbar cirkel

Katatonia – City burials

Quarantaine, isolatie en melancholische verlangens naar vroegere tijden; perfecte setting voor een nieuwe Katatonia-plaat denk ik dan. Die was er bijna niet meer gekomen want nadat het touren voor “The fall of hearts” erop zat, trok Katatonia er in 2018 onverwachts de stekker uit. Althans voor even, want naar aanleiding van het tienjarig bestaan van “Night is the new day” staken de vijf Zweden een jaar later de koppen opnieuw bij mekaar om dit jubileum live te vieren. Tijdens de inactieve bandperiode bleef frontman Jonas Renkse echter geduchtig verder componeren met de idee van een soloalbum in zijn achterhoofd. Vlak voordat ie de studio zou intrekken gooide de zanger het roer echter om en overtuigde zijn bandmakkers om zijn materiaal toch onder de Katatonia-noemer uit te brengen. En zo plofte de twaalfde langspeler “City burials” enkele weken geleden op onze deurmat. Als fanboy was ik natuurlijk reuze benieuwd naar het totaalplaatje hoewel de eerste twee singles ons nog niet meteen achterover deden vallen. Het rustige “Lacquer” klonk eerder als een doorslagje van het adembenemende “Unfurl” en het met een heavy metal solo doorspekte “Behind the blood“, waarin Roger Öjersson zijn talent laat horen, schrikte ons aanvankelijk wat af indien dit een blauwdruk voor de nieuwe richting zou worden. Net zoals op “The fall of hearts” kiezen de meesters van de melancholie opnieuw voor een eerder rustige opener; geen dubbele basdrums en heavy riffs zoals in “Leaders” of “Forsaker” met andere woorden. Dit “Heart set to divide” ontpopt zich wel langzaam van een timide openingspassage naar progressievere vaarwateren waarin drummer Daniel Moilanen en bassist Niklas Sandin zich ritmisch kunnen uitleven, hoewel Daniel meer in dienst van de nummers speelt dan technische hoogstandjes te etaleren. Dat de nummers oorspronkelijk voor Jonas zijn soloplaat bestemd waren is goed hoorbaar want de timide frontman schittert als nooit tevoren en staat centraal in de elf composities. Zijn stemtimbre klinkt gelaagder en zijn bereik gaat breder dan ooit. Dat was eigenlijk al hoorbaar in de eerste twee reeds aangehaalde erg uiteenlopende en diverse singles die na meerdere luisterbeurten eigenlijk perfect op hun plaats vallen in de flow van het album en uiteindelijk niet moeten onderdoen voor de rest van het materiaal. Opnieuw prijkt er in de vorm van “Vanishers” een duet op de plaat waarin Jonas samen met Full Of Keys zangeres Anni Bernhard een prachtig ingetogen song vertolkt waarin strijkers voor extra warmte zorgen. “City burials” heeft – zoals elke Katatonia-plaat – wat tijd nodig om in te werken en haar geheimen volop prijs te geven. Zo bevatten sommige nummers heel wat meer diepgang dan wat op het eerste gehoor bleek. Kippenvelopwekkende refreinen zoals we horen in “The winter of our passing“, “Flicker” en het naar Tool neigende “City glaciers” zijn er nog meer dan voldoende, maar de catchy bridges uit het verleden hebben soms plaatsgemaakt voor weinigzeggende opbouwen met geprogrammeerde drums. Een andere kanttekening is de drumsound die wat vlak klinkt (oudgediende Jens Bogren werd voor de mix en mastering dan ook ingeruild voor de Deen Jacob Hansen). Een andere opvallende wijziging is dat het artwork niet langer van de hand van Travis Smith is waarmee Katatonia sinds jaar en dag samenwerkte. Het resulteert in een verfrissende aanpak. Had jij trouwens de kenmerkende raaf al opgemerkt die verschijnt in het gelaat van de op de cover prijkende ontwerper Beech wanneer deze ondersteboven gehouden wordt? Met het stevige maar van een inspiratieloos refrein voorziene “Fighters” en het dynamische “Closing of the sky” zijn er ook twee bonusnummers in omloop maar daar moet je – net zoals bij de voorganger – meerdere edities voor aanschaffen om ze beide in huis te halen (fuck you Peaceville!). Samenvattend blijft Katatonia verder timmeren aan een geluid dat ondertussen uit de duizenden herkenbaar is. Er wordt verder gebouwd op de funderingen van de vorige platen, maar toch wordt er op verschillende nummers, door bijvoorbeeld het toevoegen dan gitaarsolo’s, subtiel een nieuwe weg ingeslagen en daarvoor kan ik niets anders dan respect opbrengen. Algemeen klinkt de band wat rustiger, hoewel er in nummers als “Rein“, “Untrodden” (waarin Roger opnieuw mag soleren) en “Neon epitaph” nog steeds voldoende metalelementen aanwezig zijn, en daar is mijns inziens niets mis mee. “City burials” ontpopte zich de voorbije weken voor ondergetekende tot de perfecte soundtrack voor de lock down.

JOKKE: 90/100

Katatonia – City burials (Peaceville Records 2020)
1. Heart set to divide
2. Behind the blood
3. Lacquer
4. Rein
5. The winter of our passing
6. Vanishers
7. City glaciers
8. Flicker
9. Lachesis
10. Neon epitaph
11. Untrodden

Grifteskymfning – Svart materia & Bedrövelsens härd

Eind 2018 werd het toen nog ongetitelde “III” op het YouTube-kanaal van Darker Than Black Records geplaatst, en er na enkele dagen weer afgehaald. “Allez kom zeg, zijn toch geen doeningen?” hoor ik Marcel al zeggen en ik had exact dezelfde reactie, want ik keek zo mogelijk nog harder uit naar nieuw Grifteskymfning materiaal dan naar een eventueel tweede seizoen van Willy’s en Marjetten. Dat laatste is helaas van de baan, maar wat dat eerste betreft hebben we meer chance: een jaar na deze escapades wist de man achter het label ons op het ter ziele gegane en beruchte Nuclear War Now!-forum te vertellen dat er niet één, maar twee nieuwe Grifteskymfning albums het licht zouden zien. Ergens in februari werden die dan eindelijk, uit het niets, online gezwierd en het gat dat ik in de lucht sprong was zodanig groot dat ik waarschijnlijk een nieuwe scheur in de ozonlaag heb gereten. Het was namelijk al van 2011 geleden dat Sir N. ons verblijde met materiaal van zijn project dat in het Oud-Zweeds ‘grafschennis’ heet. In die periode is de bezetting wel wat veranderd, want naast Sir N. krijgen we nu Nohr op zang, bas en drums, die we kennen van ondermeer Grav.

Het eerste van deze twee albums heet “Svart materia” en de naam dekt de lading: melodieuze Zweedse black metal (hoe kan het ook anders?) die voornamelijk voortgaat op het élan van Grifteskymfnings eerste full length “Djavulens Böning”. Voor het eerst krijgt Grifteskymfning hier de productie die het verdient: de gitaren klinken messcherp en doen de melodieus uitgesponnen riffs meer dan ooit tot hun recht komen, en de ‘klik klik klik’-drumsound die het debuut kenmerkte (en waar ik in den beginne absoluut niet van moest weten) wordt achterwege gelaten, met uitzondering van het middenstuk in “Et åndsløst kald”, de ‘officiële’ eerste single die begin dit jaar werd vrijgegeven. Nohrs rauwe, krassende stem completeert de ietwat ruwe doch goed geproduceerde sound, maar het is Sir N. die zoals vanouds de show steelt – luister maar naar de laatste paar minuten van het hierboven vernoemde “III” dat uiteindelijk werd omgedoopt tot “Galgerytter”, meteen de beste riff van het album. De rustiger passages die “Djavulens Böning” zo herkenbaar maakten alvorens te ontaarden in een meeslepende tremolo-riff zijn hier ook alomtegenwoordig, zoals in afsluiter “En afslutning” duidelijk is. Interessant is hoe Sir N. duidelijk op het debuut verder borduurt…

Nog interessanter is dat “Bedrövelsens härd”, album nummer twee, zich van het debuut afkeert en de draad oppikt waar de Zweden die in 2011 lieten liggen met de demo “Likpsalm”, die in tegenstelling tot het debuutalbum veel ruiziger was qua klank en waar hoge leadlijnen minder domineerden tegenover de algemene sfeer. Zo ook bij deze nieuwe telg, waarin de leadgitaar iets minder prominent in de mix zit dan op “Svart materia” het geval is. De drumsound is een pak krachtiger en Nohr’s drumspel stuwt opener “Sorte horisonter” meteen aan een ferm tempo vooruit, en zijn vocals klinken getormenteerder en schizofrener terwijl het tempo doorheen het album opvallend hoger ligt dan op de contemporaire tegenhanger. De nadruk ligt hier, net zoals op de demo, meer op sfeerschepping en songwriting dan dat er gefocust wordt op aparte riffs. Het maakt de songs misschien iets minder onderling herkenbaar, maar het album hangt logischer aaneen en ook de bas komt iets meer tot zijn recht. Ondanks het feit dat we het hier over ondergronds Zweeds zwart metaal hebben zit de plaat vol catchy hooks – de meest memorabele in het voornoemde openingsnummer. Ook de ambient intermezzo’s die we in “Likpsalm” terugvinden keren hier terug.

Heeft Sir N. hier dan twee compleet verschillende albums op eenzelfde dag uitgebracht? Nee, alleen liggen beide in lijn met een specifieke oudere release, wat best een interessante denkoefening is als recensent. Hoewel “Bedrövelsens härd” bij mij meer blijft hangen is “Svart materia” ontegensprekelijk ook een brok kwalitatief spul – enkel liggen de accenten anders. Het is maar wat je voorkeuren zijn, maar in elk geval lijkt Sir N. zijn ex-kompaan-ondertussen-rivaal Swartadauþuz hiermee te evenaren qua niveau gezien beide albums belachelijk goed zijn.

CAS: “Svart materia“: 86/100; “Bedrövelsens härd“: 90/100

Grifteskymfning – Svart materia (Darker Than Black Records 2020)
1. Svart materia
2. Et skridt mod intet
3. Galgerytter
4. Et åndsløst kald
5. Urgabets Skrænter
6. En afslutning

Grifteskymfning – Bedrövelsens härd (Darker Than Black Records 2020)
1. Intro  
2. Sorte horisonter
3. Hadstjerne 
4. Lad ondt spire fra dybet  
5. Monster
6. En jagt på vinger  
7. I skyggen af den æreløse strejfer  
8. Bedrövelsens härd

Serpent Noir – Death clan OD

Serpent Noir is zo’n band die haar occulte thematiek dodelijk serieus neemt. U weze gewaarschuwd! Kijk maar eens naar de hieronder geposte rituele videoclip van “Goeh Ra Reah: Garm unchained“, de afsluiter van “Death clan OD“, de derde langspeler voor het Griekse gezelschap (hoewel bassist Johannes Kvarnbrink (o.a. Mortuus) over een Zweeds paspoort beschikt). In dit experimentele nummer horen we Thomas Karlsson, occult schrijver en stichter van de magische orde van de “Dragon Rouge” op zang. De Zweed verzorgde tevens alle teksten voor deze plaat, iets wat hij in het verleden ook al deed voor o.a. Therion, Saturnalia Temple en Ofermod. Wat overduidelijk opvalt is dat het tempo op “Death clan OD” een pak hoger ligt dan op voorganger “Erotomysticism“. Bovendien verwerkt bandleider Y.K. heel wat elementen van traditionele heavy metal in zijn occulte black. Ondanks een speelduur van zo’n 37 minuten, lijkt de plaat door haar divers karakter, de soms verhalende opzet van de nummers en de nodige dynamiek en variatie langer te duren. “Asmodeus: The sword of Golachab” is hier een mooi voorbeeld van. Net wanneer je denkt dat het nummer er na de melodieuze lead gitaarpartij op zit, volgt nog een introverte passage vol clean gitaarwerk en ambient-geluiden. Het vormt de perfecte overgang naar “Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah” dat na een korte spanningsopbouw volledig losbarst in helse black waarin de voorliefde voor heavy metal bij wijlen boven komt drijven. Met “Death clan OD” levert het zwarte serpent haar meest venijnige plaat tot op heden uit. Liefhebbers van occulte black weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Serpent Noir – Death clan OD (World Terror Committee 2020)
1. The black knighthood of OD
2. Cutting the umbilical cord of hel
3. Hexcraft
4. Asmodeus: The sword of Golachab
5. Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah
6. Necrobiological chant of Talas
7. Goeh Ra Reah: Garm unchained

Vananidr – Damnation

Dat Anders Eriksson, de man achter Vananidr, bruist van de creatieve energie moge duidelijk wezen. In 2019 bracht de Zweed reeds twee langspelers uit (het gelijknamige debuut “Vananidr” en opvolger “Road to north“) en hoewel 2020 nog maar net begonnen is, ligt album nummer drie weer al rondjes te draaien. Op het debuut werd Anders nog bijgestaan door drummer Titan, die tijdens de aanloop naar de opvolger verstek liet gaan. Voor “Damnation” groeide Vananidr voor het eerst tot een trio uit met Rickard Silversjö als tweede gitarist en Ljusebring Terrorblaster op drums, hoewel die laatste ondertussen weeral vervangen werd door ex-Amon Amarth drummer Fredrik Andersson. “Damnation” laat geen wereldschokkende dingen horen ten opzichte van diens twee voorgangers maar combineert de plechtige melodieën van het debuut met de agressievere aanpak van de opvolger. Anders heeft dus nog steeds een duidelijke voorliefde voor Scandinavische black waarin agressie en melodie mooi samengaan. Denk aan Immortal, Windir, Kampfar en soortgelijke minnestrelen van het hoge ijskoude noorden. En daarbij doel ik niet alleen op jaren ’90 geluiden want deze derde plaat ademt ook een meer urbaan en modern gevoel uit. De productie ligt in het verlengde van de voorganger en is met andere woorden wat grimmiger dan de eersteling, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Een agressief nummer zoals het lekker beukende Immortaliaanse Hunter” springt er wat mij betreft nog steeds bovenuit hoewel de mid-tempo kraker “Tides of blood” en de melodieuze aan oude-Katatonia en Daylight Dies refererende leads van “Reflection” mij toch ook wel behoorlijk kunnen bekoren. Anders heeft er goed aan gedaan om “Damnation” met een speelduur van 47 minuten toch iets beknopter te houden dan de 66 minuten van “Road to north“. Zijn beste werk tot dusver.

JOKKE: 81/100

Vananidr – Damnation (Purity Through Fire 2020)
1. Distilled
2. Damnation
3. Hunter
4. Tides of blood
5. Wounds of old
6. Reflection
7. Void