zweden

Musmahhu – Reign of the odious

Hallo. Nieuw Swartadauþuz materiaal. Doei. Vijf woorden waarin de komende review samen kan worden gevat: Swartadauþuz staat al jaren bekend om zijn sublieme black metal (Azelisassath, Beketh Nexëhmü, Mystik, Urkaos, Trolldom en leer de rest maar van buiten, ik ga ze niet blijven herhalen) maar deze keer lijkt één van Zwedens black metal genieën het anker over een andere boeg te gooien. Vorig jaar werd als voorsmaakje de Formulas of rotten death EP op ons losgelaten, een elf minuten durend opwarmertje om ons klaar te maken voor de even furieuze langspeler “Reign of the odious”. Het componerend brein lijkt de melodieuze black metal tijdelijk achter zich te laten en brengt nu een album waarbij opener “Apocalyptic brigade of forbidden realms” mij voor het eerst in tijden oprecht doet opschrikken. Na een ietwat voorspelbare intro wordt net buiten de maat een smerige, rollende riff ingezet die de toon zet voor de rest van het album: vuile, onwelriekende maar toch opzwepende death metal. In de promo-mail van Iron Bonehead Productions lezen we “Orthodox death metal is so dead, it’s undead and Musmahhu reanimates its corpse” en zo klinkt het ook. We krijgen de ene na de andere maagstomp te verwerken op een manier waar Grave Miasma trots op zou zijn: van subtiliteit is bij Musmahhu weinig sprake, of het moeten de dun bezaaide keyboardlijnen zijn die her en der doorheen de onstuitbare en chaotische death metal weerklinken. Ook qua productie staat “Reign of the odious” als een huis. In tegenstelling tot veel hedendaagse death metal klinkt Musmahhu niet plat geproduced maar vormen de vlijmscherpe drums en ronkende basgitaar een stevige fundering voor een spervuur aan riffs waarmee je met gemak een gans bataljon omver legt. Her en der komen de typische, slepende gitaarpartijen waarmee Swartadauþuz naam maakte (“Musmahhu, rise”) om de hoek piepen, maar over de gehele lijn genomen is Musmahhu het eerste project waarmee onze Zweedse vriend sterk van zijn vertrouwde sound afwijkt, en er met verve in slaagt een oerdegelijk, halfverrot death metal album uit te brengen. De nodige blackened randjes zijn logischerwijs nog steeds aanwezig, maar fans van Grave Miasma, Irkallian Oracle en Pseudogod zullen zeer zeker aan hun trekken komen met Reign of the odious”.

CAS: 86/100

Musmahhu – Reign of the odious (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Apocalyptic brigade of forbidden realms
2. Musmahhu, rise
3. Slaughter of the seraphim
4. Burning winds of purgatory (mellanspel)
5. Reign of the odious
6. Spectral congregation of anguish
7. Thirsting for life’s terminus

Perverticon – Wounds of divinity

Iron Bonehead Productions staat bekend om haar grote lading bestial/war metal bands, wat niet meteen mijn meug is. Toen ik de naam Perverticon zag passeren, vermoedde ik dan ook godslasterlijke klanken die in het Blasphemy-straatje zitten. De stupide aliassen die de bandleden aannemen beloofden ook niet veel goeds: Omnicremationist Supreme op drums en zang, Uncleanest Invictus op gitaar en Necrosadistic Elite op gitaar en bas. Van infantiele metalclichés gesproken! Groot was echter mijn verbazing toen ik “Wounds of divinity“, de tweede Perverticon plaat, opzette. Het powertrio is er namelijk in geslaagd om een authentiek klinkende plaat uit te brengen die de Scandinavische (en dan vooral Zweedse) black metal-scene van de tweede helft van de jaren negentig eert, zonder echter klakkeloos te kopiëren. We horen echo’s van Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder en minder Gorgoroth-worship zoals op de eerste langspeler “Extinguishing the flame of life” en promo uit 2013. Dé grote sterkte van de band is het gevoel voor ritme, dynamiek en melodie die ze in de negen anti-christelijke nummers heeft weten inbouwen. Zo bevat bijna elke song wel een catchy melodie of hook waarvan je de begeleidende drumlijnen met je vingers mee tokkelt, zonder dat er aan agressie ingeboet wordt. De cryptische melodieën van “An absence of all but ashes“, het met allerhande samples doorspekte “Cold embrace of sanctity“, het mid-tempo rollende “The cease of absolution“, het relatief korte “Breath of sulphur (Aura of flies)“, het dynamische “Extracorporeal climax” en de van een intrigerende titel voorziene afsluiter nestelen zich tussen je twee oren waardoor je keer op keer die play-toets opnieuw wil indrukken. De bandleden musiceren uitstekend en de moderne productie die “Wounds of divinity” werd aangemeten, doet de Zweden ook professioneler overkomen dan wat je op basis van de bandfoto’s zou denken. Perverticon leerde me met “Wounds of divinity” dat je met vooroordelen niet ver komt. Schitterende plaat!

JOKKE: 86/100

Perverticon – Wounds of divinity (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Thirsting for rain
2. An absence of all but ashes
3. Cold embrace of sanctity
4. The cease of absolution
5. Divine amusement for pitiless God
6. The apostate’s communion
7. Breath of sulphur (Aura of flies)
8. Extracorporeal climax
9. Holy gifts from skinless hands

Mortuus/Serpent Noir – Split

Enkele maanden geleden verscheen een interessante 7 inch split die ik u toch niet wil onthouden. Zoals iedereen ondertussen wel weet is het met Daemon Worship Productions niet zo goed afgelopen. Heel wat bands zijn dan ook in de zak gezet door het label en enkele releases zijn in de vergetelheid geraakt. Het plan was dat er op een bepaald moment een labelcompilatie zou verschijnen, maar dat is nooit waar geworden. Links en rechts zijn al enkele van die songs opgedoken en ook op deze split prijken twee nummers die voor de verzamelaar bestemd waren: ééntje van Mortuus en ééntje van Serpent Noir. Beide songs werden door Abigor’s TT uit de compilatie geselecteerd en middels World Terror Committee uitgebracht. Het Zweedse Mortuus staat gekend voor haar slepende black die een penetrante grafgeur uitademt. En dat is op “Nyctophilia” niet anders. Je hoort zelfs wat invloeden van Thorns ten tijde van diens legendarische “Trøndertun“-tape uit 1992 terug. Ook de Grieken van Serpent Noir brengen geen blastfestijn met “Dreaming iblis“. Een dromerige ietwat sensuele atmosfeer kronkelt zich doorheen de occulte akkoorden en ritmes, maar het nummer klinkt toch wat ruwer dan wat we op diens laatste plaat “Erotomysticism” voorgeschoteld kregen. Interessante split voor de liefhebbers.

JOKKE: 82/100 (Mortuus: 82/100 – Serpent Noir: 82/100)

Mortuus/Serpent Noir – Split (World Terror Committee 2018)
1. Mortuus – Nyctophilia
2. Serpent Noir – Dreaming iblis

Stilla – Synviljor

Album nummer vier alweer voor het Zweedse Stilla, een band die de kneepjes van het black metal-genre tot in de puntjes beheerst. Hoewel Zweeds van oorsprong klinken de zeven nieuwe composities op “Synviljor” eerder Noors getint genre Kvist, oude Gehenna en Satyricon (dit zou de overgangsplaat tussen diens “The shadowthrone” en “Nemesis divina” kunnen geweest zijn) of een nieuwere band als The Deathtrip. Zo komt zanger Andreas Petterson meermaals en vooral in het meer dan acht minuten durende “Över blodiga vidder” aardig in de buurt van diens meesterzanger Aldrahn. Het kwartet bestaande uit (ex-)leden van Bergraven, Armagedda en LIK bewijst dat Scandinavische black nog zoooo veel cooler/koeler klinkt als deze in de moerstaal uitgevoerd wordt. De klank en uitspraak van vele Zweedse woorden (waarvan ‘mörk’ met voorsprong) klinken zo bijtend als natriumhydroxide. Maar check ook het mooie a capella-gezongen en naar Wardruna-neigende einde van opener “Frälsefrosten“. Vol heimwee naar de jaren negentig neem ik de mix van weemoedige (“Myr“), kwaadaardige, folky (“Ut ur tid och rum“), frostbitten en majestueuze black in me op waarbij vooral de door-weids-klinkende-drumaanslagen-en-astrale-toetsen-ondersteunende accenten in ondermeer “Den kusligaste av gäster” mijn hartslag de hoogte in jagen. Maar schenk ook aandacht aan de in-het-oor-springende basloopjes in o.a. “En närvaro av då“.”Synviljor” (‘optische illusie’) staat garant voor driekwartier heerlijk snerpende natuurgeïnspireerde Scandinavische black opgesmukt met de nodige orchestrale keyboards en bijtende screams. De nostalgische sound van “Synviljor” ademt ijskoude bitterheid uit wat tevens wordt weergegeven in de mooie albumcover waarop besneeuwde naaldboombossen onder een demonisch ogend noorderlicht prijken. Al wie Scandinavische black een warm (of beter gezegd koud) hart toedraagt kan niet om deze plaat heen. 

JOKKE: 88/100  

Stilla – Synviljor (Nordvis 2018)
1. Frälsefrosten  
2. Skogsbrand 
3. En närvaro av då 
4. Den kusligaste av gäster
5. Myr
6. Över blodiga vidder
7. Ut ur tid och rum

Bloodbath – The arrow of Satan is drawn

Het was even wachten vooraleer de nieuwe Bloodbath fysiek zijn rondjes kon draaien in casa jokkemans maar ondertussen hebben we al een kleine week kunnen genieten van “The arrow of Satan is drawn” en kunnen we ons oordeel neerpennen. Ten opzichte van het vier jaar geleden verschenen “Grand morbid funeral” is de zanger voor de verandering eens niet vervangen. We horen met andere woorden nog steeds de gravelgrunt van Paradise Lost’s Nick Holmes. De enige line-up wissel vond plaats op gitaar. Tweede gitarist Per “Sodomizer” Eriksson kon immers aan de slag bij het immens populaire Ghost. Craft’s Joakim Karlsson werd als vervanger aangetrokken en mag voortaan zijn tronie met bloed bekladden. Als er een nieuwe Bloodbath verschijnt weet je op voorhand min of meer wat je kan verwachten: brutale maar ook melodieuze Zweedse death metal met die heerlijke Boss HM-2 Heavy Metal pedal-sound. Wat Bloodbath onderscheidt van haar genregenoten is het melancholische gevoel dat je regelmatig hoort opduiken in de melodieën en solo’s. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk als je weet dat de twee enige originele leden Anders Nyström en Jonas Renkse (beiden van Katatonia-fame) het songschrijven voor hun rekening nemen. In “Levitator” en “Warhead ritual” kwam Tomas Åkvik (ex-livelid van Katatonia en Bloodbath) tevens enkele scheurende solo’s uit zijn gitaar persen. Je hoort regelmatig kritiek op ome Nick’s vocalen en hoewel hij inderdaad niet de beste grunter ter wereld is of de meest afwisselende vocalen laat horen, stoor ik mij ook zeker niet aan zijn prestatie. De doodsmetalen klanken nemen verder alle mogelijke vormen aan gaande van snelle knuppelpartijen zoals in opener “Fleischmann” tot in mid-tempo beukwerk (“Levitator” en “March of the crucifiers“) en headbang-songs (“Only the death survive“). Met een meesterdrummer als Martin “Axe” Axenrot (Opeth) in de gelederen weet je dan ook dat alle tempo’s haalbaar zijn. “Wayward samaritan” bevat een zekere old-school thrashy en speed metal vibe en in “Bloodicide” trommelden de heren enkele levende legendes uit de Britse death metal-scene op. Zowel Jeff Walker (Carcass), Karl Willets (ex-Bolt Thrower) als John Walker (Cancer) kwamen een potje meebrullen in het heerlijke nummer. Zowel in “Morbid antichrist” als de hekkensluiter “Chainsaw lullaby” werden koren en morbide orchestraties aan de achtergrond toegevoegd die bijdragen aan de afwisseling omdat Zweedse death metal al gauw saai kan beginnen klinken. Catchy krakers als “Eaten” of “Outnumbering the day” vallen er echter niet te bespeuren. “The arrow of Satan is drawn” is niet het sterkste Bloodbath-album, maar blijkt wel een groeiplaat te zijn waardoor de band samen met Carnation en Sulphur Aeon alsnog de death metal-hoogtepunten van 2018 aflevert.

JOKKE: 85/100

Bloodbath – The arrow of Satan is drawn (Peaceville Records 2018)
1. Fleischmann 
2. Bloodicide 
3. Wayward samaritan 
4. Levitator 
5. Deader 
6. March of the crucifiers 
7. Morbid antichrist 
8. Warhead ritual 
9. Only the dead survive 
10. Chainsaw lullaby

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Voodus – Into the wild

De bandnaam Voodus doet bij velen allicht niet meteen een belletje rinkelen. De Zweedse band is nochtans sinds 2004 actief maar opereerde elf jaar lang onder de naam Jormundgand. Sinds de naamswijziging in 2015 werden twee EP’s uitgebracht (“NightQueen” en “Serpent seducer saviour“). Met “Into the wild” brengt het kwartet nu een volwaardige langspeler uit die op meer dan één uur speeltijd afklokt. Dat komen we tegenwoordig nog zelden tegen. Tijdens de introtonen van “The awakening and the ascension” hoort het getrainde oor meteen de signature sound van de Necromorbus Studio terug. In plaats van Tore Stjerna zat echter Valkyrja’s Simon Wizén achter de knoppen om deze plaat te vereeuwigen. Tore nam wel de mix en mastering voor zijn rekening wat je meteen terughoort in de groots klinkende muziek en drums, hoewel iets cleaner dan doorgaans het geval is. Het gevoel voor melodie verraadt meteen ook dat we hier met een (zoveelste) band van doen hebben die de erfenis van Dissection wilt levend houden. Wie Jon Nödtveidt’s band eert, noemt Watain doorgaans ook in één adem. De mannen van Voodus hebben misschien wel iets te veel naar Erik & co geluisterd, want de gelijkenissen zijn meermaals treffend en er werden dan ook heel wat bruggetjes, riffs en opbouwen gejat. En voor de albumtitel was er blijkbaar ook niet al te veel inspiratie. Ik raad voortaan dan ook elke band die Dissection en Watain wilt na-apen aan om op zijn minst van een andere studio gebruik te maken zodat daar tenminste nog het verschil gemaakt kan worden. Aan compacte songs doet Voodus niet mee want opener “The golden” tikt als kortste nummer reeds op zes minuten af en de epische uitsmijter “The terrain of moloch” heeft ruim een kwartier nodig om haar verhaal te doen. Is dit Voodus dan nog een meerwaarde voor de eivolle scene hoor ik u denken? Wie Watain en Dissection soms te heavy vindt, kan met Voodus wellicht uit de voeten want hoewel overduidelijk black metal, helt de hefboom grotendeels over naar melodie in plaats van agressie. Er passeren ettelijke melodieuze (heavy metal) solo’s en veel lange instrumentale passages die bijdragen aan de epiek van de plaat en de luchtgitaar van stal doen halen. De kolossale afsluiter is daar het beste voorbeeld van, maar is ook wel wat te veel van het goede want er zitten te veel ideeën in deze song gepropt. Less is more heren! De cleane productie maakt bovendien dat “Into the wild” heel vlot weg luistert…maar dat willen we godverdomme toch niet in dit genre! Gelukkig ontbloot de band haar tanden af en toe nog zoals in “Communion amid the graves” maar doorgaans zien de muzikanten er gevaarlijker uit dan de muziek die ze ten berde brengen. Wie écht niet genoeg krijgt van de zoveelste Watain en Dissection kloon zal hier ook wel zijn of haar gading in vinden, maar voor mij is “Into the wild” té langdradig, té melodieus en niet wild genoeg.

JOKKE: 66/100

Voodus – Into the wild (Shadow Records 2018)
1. The awakening and the ascension
2. The golden
3. Gnothi seauton
4. Into the wild
5. Communion amid the graves
6. Dreams from an ancient mind pt I
7. Dreams from an ancient mind pt II
8. The terrain of moloch