zweden

Grifteskymfning – Svart materia & Bedrövelsens härd

Eind 2018 werd het toen nog ongetitelde “III” op het YouTube-kanaal van Darker Than Black Records geplaatst, en er na enkele dagen weer afgehaald. “Allez kom zeg, zijn toch geen doeningen?” hoor ik Marcel al zeggen en ik had exact dezelfde reactie, want ik keek zo mogelijk nog harder uit naar nieuw Grifteskymfning materiaal dan naar een eventueel tweede seizoen van Willy’s en Marjetten. Dat laatste is helaas van de baan, maar wat dat eerste betreft hebben we meer chance: een jaar na deze escapades wist de man achter het label ons op het ter ziele gegane en beruchte Nuclear War Now!-forum te vertellen dat er niet één, maar twee nieuwe Grifteskymfning albums het licht zouden zien. Ergens in februari werden die dan eindelijk, uit het niets, online gezwierd en het gat dat ik in de lucht sprong was zodanig groot dat ik waarschijnlijk een nieuwe scheur in de ozonlaag heb gereten. Het was namelijk al van 2011 geleden dat Sir N. ons verblijde met materiaal van zijn project dat in het Oud-Zweeds ‘grafschennis’ heet. In die periode is de bezetting wel wat veranderd, want naast Sir N. krijgen we nu Nohr op zang, bas en drums, die we kennen van ondermeer Grav.

Het eerste van deze twee albums heet “Svart materia” en de naam dekt de lading: melodieuze Zweedse black metal (hoe kan het ook anders?) die voornamelijk voortgaat op het élan van Grifteskymfnings eerste full length “Djavulens Böning”. Voor het eerst krijgt Grifteskymfning hier de productie die het verdient: de gitaren klinken messcherp en doen de melodieus uitgesponnen riffs meer dan ooit tot hun recht komen, en de ‘klik klik klik’-drumsound die het debuut kenmerkte (en waar ik in den beginne absoluut niet van moest weten) wordt achterwege gelaten, met uitzondering van het middenstuk in “Et åndsløst kald”, de ‘officiële’ eerste single die begin dit jaar werd vrijgegeven. Nohrs rauwe, krassende stem completeert de ietwat ruwe doch goed geproduceerde sound, maar het is Sir N. die zoals vanouds de show steelt – luister maar naar de laatste paar minuten van het hierboven vernoemde “III” dat uiteindelijk werd omgedoopt tot “Galgerytter”, meteen de beste riff van het album. De rustiger passages die “Djavulens Böning” zo herkenbaar maakten alvorens te ontaarden in een meeslepende tremolo-riff zijn hier ook alomtegenwoordig, zoals in afsluiter “En afslutning” duidelijk is. Interessant is hoe Sir N. duidelijk op het debuut verder borduurt…

Nog interessanter is dat “Bedrövelsens härd”, album nummer twee, zich van het debuut afkeert en de draad oppikt waar de Zweden die in 2011 lieten liggen met de demo “Likpsalm”, die in tegenstelling tot het debuutalbum veel ruiziger was qua klank en waar hoge leadlijnen minder domineerden tegenover de algemene sfeer. Zo ook bij deze nieuwe telg, waarin de leadgitaar iets minder prominent in de mix zit dan op “Svart materia” het geval is. De drumsound is een pak krachtiger en Nohr’s drumspel stuwt opener “Sorte horisonter” meteen aan een ferm tempo vooruit, en zijn vocals klinken getormenteerder en schizofrener terwijl het tempo doorheen het album opvallend hoger ligt dan op de contemporaire tegenhanger. De nadruk ligt hier, net zoals op de demo, meer op sfeerschepping en songwriting dan dat er gefocust wordt op aparte riffs. Het maakt de songs misschien iets minder onderling herkenbaar, maar het album hangt logischer aaneen en ook de bas komt iets meer tot zijn recht. Ondanks het feit dat we het hier over ondergronds Zweeds zwart metaal hebben zit de plaat vol catchy hooks – de meest memorabele in het voornoemde openingsnummer. Ook de ambient intermezzo’s die we in “Likpsalm” terugvinden keren hier terug.

Heeft Sir N. hier dan twee compleet verschillende albums op eenzelfde dag uitgebracht? Nee, alleen liggen beide in lijn met een specifieke oudere release, wat best een interessante denkoefening is als recensent. Hoewel “Bedrövelsens härd” bij mij meer blijft hangen is “Svart materia” ontegensprekelijk ook een brok kwalitatief spul – enkel liggen de accenten anders. Het is maar wat je voorkeuren zijn, maar in elk geval lijkt Sir N. zijn ex-kompaan-ondertussen-rivaal Swartadauþuz hiermee te evenaren qua niveau gezien beide albums belachelijk goed zijn.

CAS: “Svart materia“: 86/100; “Bedrövelsens härd“: 90/100

Grifteskymfning – Svart materia (Darker Than Black Records 2020)
1. Svart materia
2. Et skridt mod intet
3. Galgerytter
4. Et åndsløst kald
5. Urgabets Skrænter
6. En afslutning

Grifteskymfning – Bedrövelsens härd (Darker Than Black Records 2020)
1. Intro  
2. Sorte horisonter
3. Hadstjerne 
4. Lad ondt spire fra dybet  
5. Monster
6. En jagt på vinger  
7. I skyggen af den æreløse strejfer  
8. Bedrövelsens härd

Serpent Noir – Death clan OD

Serpent Noir is zo’n band die haar occulte thematiek dodelijk serieus neemt. U weze gewaarschuwd! Kijk maar eens naar de hieronder geposte rituele videoclip van “Goeh Ra Reah: Garm unchained“, de afsluiter van “Death clan OD“, de derde langspeler voor het Griekse gezelschap (hoewel bassist Johannes Kvarnbrink (o.a. Mortuus) over een Zweeds paspoort beschikt). In dit experimentele nummer horen we Thomas Karlsson, occult schrijver en stichter van de magische orde van de “Dragon Rouge” op zang. De Zweed verzorgde tevens alle teksten voor deze plaat, iets wat hij in het verleden ook al deed voor o.a. Therion, Saturnalia Temple en Ofermod. Wat overduidelijk opvalt is dat het tempo op “Death clan OD” een pak hoger ligt dan op voorganger “Erotomysticism“. Bovendien verwerkt bandleider Y.K. heel wat elementen van traditionele heavy metal in zijn occulte black. Ondanks een speelduur van zo’n 37 minuten, lijkt de plaat door haar divers karakter, de soms verhalende opzet van de nummers en de nodige dynamiek en variatie langer te duren. “Asmodeus: The sword of Golachab” is hier een mooi voorbeeld van. Net wanneer je denkt dat het nummer er na de melodieuze lead gitaarpartij op zit, volgt nog een introverte passage vol clean gitaarwerk en ambient-geluiden. Het vormt de perfecte overgang naar “Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah” dat na een korte spanningsopbouw volledig losbarst in helse black waarin de voorliefde voor heavy metal bij wijlen boven komt drijven. Met “Death clan OD” levert het zwarte serpent haar meest venijnige plaat tot op heden uit. Liefhebbers van occulte black weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Serpent Noir – Death clan OD (World Terror Committee 2020)
1. The black knighthood of OD
2. Cutting the umbilical cord of hel
3. Hexcraft
4. Asmodeus: The sword of Golachab
5. Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah
6. Necrobiological chant of Talas
7. Goeh Ra Reah: Garm unchained

Vananidr – Damnation

Dat Anders Eriksson, de man achter Vananidr, bruist van de creatieve energie moge duidelijk wezen. In 2019 bracht de Zweed reeds twee langspelers uit (het gelijknamige debuut “Vananidr” en opvolger “Road to north“) en hoewel 2020 nog maar net begonnen is, ligt album nummer drie weer al rondjes te draaien. Op het debuut werd Anders nog bijgestaan door drummer Titan, die tijdens de aanloop naar de opvolger verstek liet gaan. Voor “Damnation” groeide Vananidr voor het eerst tot een trio uit met Rickard Silversjö als tweede gitarist en Ljusebring Terrorblaster op drums, hoewel die laatste ondertussen weeral vervangen werd door ex-Amon Amarth drummer Fredrik Andersson. “Damnation” laat geen wereldschokkende dingen horen ten opzichte van diens twee voorgangers maar combineert de plechtige melodieën van het debuut met de agressievere aanpak van de opvolger. Anders heeft dus nog steeds een duidelijke voorliefde voor Scandinavische black waarin agressie en melodie mooi samengaan. Denk aan Immortal, Windir, Kampfar en soortgelijke minnestrelen van het hoge ijskoude noorden. En daarbij doel ik niet alleen op jaren ’90 geluiden want deze derde plaat ademt ook een meer urbaan en modern gevoel uit. De productie ligt in het verlengde van de voorganger en is met andere woorden wat grimmiger dan de eersteling, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Een agressief nummer zoals het lekker beukende Immortaliaanse Hunter” springt er wat mij betreft nog steeds bovenuit hoewel de mid-tempo kraker “Tides of blood” en de melodieuze aan oude-Katatonia en Daylight Dies refererende leads van “Reflection” mij toch ook wel behoorlijk kunnen bekoren. Anders heeft er goed aan gedaan om “Damnation” met een speelduur van 47 minuten toch iets beknopter te houden dan de 66 minuten van “Road to north“. Zijn beste werk tot dusver.

JOKKE: 81/100

Vananidr – Damnation (Purity Through Fire 2020)
1. Distilled
2. Damnation
3. Hunter
4. Tides of blood
5. Wounds of old
6. Reflection
7. Void

Jordablod – The cabinet of numinous song

Black metal-bands die het niet al te nauw nemen met het strak keurslijf dat het genre ooit had: altijd fijn. Het Zweedse Jordablod is zo’n band die er niet voor terugdeinst om buiten de lijntjes te kleuren. Dat maakt de tweede langspeler “The cabinet of numinous song” ons duidelijk. Het duivelse trio serveert een aanstekelijk geluid waarvan de hoofdmoot uit hypnotiserende black bestaat met side dishes van post-punk, death metal en pastorale loner-folk, wat een gelijkaardig naargeestig sfeertje oproept zoals een Hagzissa dat bijvoorbeeld ook weet neer te zetten. De mengelmoes aan stijlen en invloeden klinkt nergens geforceerd en zet een intrigerend universum neer dat verder bouwt op het uit 2017 stammende debuut “Upon my cremation pyre“. De ruwe maar organische sound draagt bij aan de flow van de muziek en versterkt het occult karakter. De stuwende basgitaar geeft het geheel extra schwung, vooral in een nummer als “The beauty of every wound” waarin die post-punk invloeden overduidelijk aanwezig zijn. “Blood and rapture” klinkt dankzij diens aanstekelijke riffs dan weer heel catchy, zonder plat of goedkoop te zijn. In de titeltrack kiest het trio dan weer resoluut voor een instrumentale aanpak waarbij het nummer een gestage opbouw kent die vertrekt vanuit een introspectieve rust maar culmineert in een uitbarsting van opzwepende energie. Tijdens de meest woeste momenten zoals bijvoorbeeld de aftrap van het meer dan acht minuten durende “To bleed gold” durf ik er gerust ook een band als Vanum bijhalen, omdat er onder de woestenij ook een onderhuidse melancholie verborgen zit. Jordablod levert met “The cabinet of numinous song” een sterke gevarieerde plaat af voor wie op zoek is naar uitdagende black.

JOKKE: 83/100

Jordablod – The cabinet of numinous song (Iron Bonehead productions 2020)
1. A grand unveiling
2. The two wings of becoming
3. Hin ondes mystär
4. The beauty of every wound
5. Blood and rapture
6. The cabinet of numinous song
7. To bleed gold

Myronath – Into the Qliphoth

Het metalen landschap is behoorlijk veranderd de laatste decennia. Vroeger deed je er vaak enkele releases over om een plaat op de markt te gooien die degelijk klonk, maar vandaag de dag is een debuut met een stevige sound geen uitzondering meer. Het Zweedse Myronath is een mooi voorbeeld. Deze Zweedse liefhebbers van Kabbalistische thematiek slagen er reeds bij hun eerste release in om over de brug te komen met sterke, afwisselende black metal die mooi is verpakt in een erg goede productie. De band beschrijft “Into the Qliphoth” als occulte black metal zonder veel poespas en waar dat ook wel klopt, ben ik van mening dit de cd een beetje onrecht aandoet. Het is uiteraard allemaal niet vernieuwend en klinkt hier en daar wel heel erg “geleend”, maar het geslaagde gebruik van melodie, het regelmatig wisselen van tempo, de beheersing van instrumenten en de strakke sound zorgen er voor mij toch voor dat het album stand houdt in een zee van gelijkaardige releases. Het door gast-muzikanten versterkte duo Vargblod en Malphas spelen de eerste track “The ancient slumber” volgens het boekje. Netjes, maar niet het meest interessante nummer om mee te openen. De volgende songs laten iets meer zien, maar de laatste drie stuks vormen het hoogtepunt. Zo is “Hymn to Lucifer” echt een slepende sfeervolle lofzang aan de zwavelige gevallen engel en is afsluiter “Annihilation of the crescent moon” zowat het hoogtepunt en de track die waarschijnlijk het meest verwijst naar de Zweedse traditie in het genre. Misschien vinden sommige mensen dit niet progressief genoeg, maar ik zou in elk geval blij zijn geweest met deze plaat onder de kerstboom.

Xavier: 85/100

Myronath – Into the Qliphoth (Non Serviam Records 2019)
1. The ancient slumber
2. Ravensphere
3. Lady of Golgotha
4. The awakening
5. In the shadow of the crown
6. La Santa Muerte
7. Hymn to Lucifer
8. Annihilation of the crescent moon

Muvitium – Evighetens cirkel…

Eens het kind een naam gekregen heeft verander ik die niet graag – dat kost verdomme €600. Daarom is Swartadauþuz voor mij dus nog steeds Svartedöden. De alombekende Zweed (en nee, ik ga niet opnieuw al zijn projecten opnoemen, als je ze nu nog niet vanbuiten kent moet je heel dringend richting de metalen archieven surfen) heeft er een bijzonder levendig begin van de decembermaand op zitten middels meerdere releases op één weekend tijd: de in 2015 aangekondigde triple LP van Beketh Nexëhmü wordt eindelijk uitgegeven, Tyranni ontketende een full length en ook Muvitium komt ten tonele. “Evighetens cirkel…” is het eerste van de drie uitgegeven langspelers onder deze naam, en naar eigen zeggen ook het meest duister. Die beschrijving klopt als een bus: Svartedöden gaat hier na uitstapjes naar de occulte death metal (Musmahhu) en meer door keyboard gestuwde black metal (Gardsghastr) terug naar de rauwe 90’s roots, waarbij een knipoog naar Satyricons debuut “Dark medieval times” niet wordt geschuwd. Middels een rauwe productie en pakkende, slepende riffs doorspekt met een subtiele laag aan keyboards – niet constant, maar daar waar nodig – toont het heerschap dat zijn meest vooraanstaande invloeden, hoe kan het ook anders, nog steeds bij de second wave black metal liggen. In plaats van de melodieuze Zweedse toer op te gaan ligt hier de nadruk op de Noorse op riffs zonder zever gebaseerde variant, waarbij de productie Ancient Records-gewijs ruw, rauw en ronkend gehouden wordt. Origineel? Zoals Svartedöden betaamt niet, maar wel, opnieuw, verdomd strak. Weinig black metalmuzikanten slagen er heden ten dage in de sfeer van weleer terug op te roepen, maar voor deze mysterieuze Zweed blijkt het een koud kunstje te zijn. Spek voor de bek van ieder die nood heeft aan een portie oldschool svart metal waarvan de kantjes niet worden afgevijld, de hoekjes niet worden gepolijst en waar de koude wind van mijn geboortedecennium door raast.

CAS: 83/100

Muvitium – Evighetens cirkel… (Mysticism Productions/Purity Through Fire 2019)
1. Evig vangdring till gamla riken
2. De viskande vindarna
3. Vid mörkrets fäste
4. Under en iskall natt
5. I nattsvart dunkel
6. Nordisk frostnatt

Tyranni – Baron af avoghetens smärta

Kortelings na de gelijknamige drie songs tellende promotape, vuurt Tyranni de eerste volwaardige langspeler “Baron af avoghetens smärta” (zou iets in de aard van “baron van de pijn van ijdelheid” moeten betekenen) op ons af waarop, naast de drie gekende nummers, nog zes nieuwe composities prijken. Gedurende 55 minuten presteren de heren Förbannelse, Likaska en Svartpest het om gure, koude, Scandinavische black uit lang vervlogen tijden met de sneeuwschop aan te rijken. Tussen al het orthodoxe, occulte en dissonante zwartmetaal door, blijft het soms zo’n verademing om dergelijke goeie ouwegetrouwe black te horen die wordt uitgevoerd op de manier waarop het zo’n 25 jaar geleden allemaal bedoeld was. De ijskoude riffs zijn in staat om ijspegels aan menig hipsterbaard te vormen en doen hun cold brew latte macchiato’s instant bevriezen. Triomfantelijk toetswerk schuurt de meest hoekige kantjes eraf en zorgt voor een spookachtige atmosfeer die je de gitzwarte en godverlaten bossen probeert in te lokken. Wanneer het orgel wordt bovengehaald is de grafstemming compleet. Dat het trio hun plaat heeft ingeblikt in de Afgrundsmysticism studios is overduidelijk. Deze opnamefaciliteiten in het Zweedse Nyköping zijn alom gekend van de illustere heerschappen Swartadauþuz en Sir N. van Ancient Records die hier materiaal vereeuwigden voor hun elvendertig projecten. Liefhebbers van een Bekëth Nexëhmü, Azelisassath, Greve of Gnipahålan kunnen dit trouwens blindelings aanschaffen. Zoals steeds is de sound lekker kil, organisch en ruimte-vullend. Tyranni’s second wave Zweedse black varieert van mid-tempo tot snelle uithalen en nummers als “Döpt i ondsinthet” en “Kittel af tyranni” durven tot respectievelijk negen en veertien minuten uitlopen. Het kraaierig krijswerk klinkt hees en ijl en schuurt lekker door de bijwijlen kosmische grootsheid. “Baron af avoghetens smärta” is een plaat die in het verlengde ligt van Gardsghastr’s “Slit throat requiem” die eerder dit jaar verscheen en een plaats in de top van mijn eindejaarslijst zal opeisen. Voor Tyranni is het nog net iets te vroeg om dat magistrale album het vuur aan de schenen te leggen maar ze zijn wel goed op weg.

JOKKE: 86/100

Tyranni – Baron af avoghetens smärta (New Era Productions 2019)
1. Bespottande åkommor
2. I besvärjelsens namn
3. Avoghetens baron
4. Förbannelsens snara
5. Smutsets vålnad
6. Dödens hand
7. Döpt i ondsinthet
8. Kittel af tyranni
9. Vredgande leda