zweden

Monstraat/Hinsides – Split

De Zweedse labels Regain Records en Shadow Records slaan ons zo nu en dan om de oren met lekker vuil en vuig zwartmetaal uit hun eigen ondergrond. Het gewelddadige Ultra Silvam of het meer necro en punky klinkende Wagner Ödegard zijn hier mooie voorbeelden van. Ultra Silvam’s M.A. stampte nog een ander orkestje, luisterend naar de naam Hinsides, uit de grond. Twee songs leveren deze Zweden aan die samen met nieuw materiaal van Monstraat op vinyl geperst werden. Monstraat is al sinds de millenniumwissel actief en heeft naast enkele kleinere releases ook twee full-lengths op zijn naam staan. Deze split is het eerste teken van leven dat verschijnt na “Scythe & sceptre” uit 2017. Boos, stug, koppig, complexloos, opzwepend en hardnekkig als onder de vingernagels vastgeroest vuil, zo serveert het duo J.L. en J.M. zijn van een organische sound voorzien en verre van plat geproduceerd zwartmetaal het liefst. Hinsides tapt min of meer uit hetzelfde vaatje maar smijt nog enkele flitsende solo’s in de strijd in hun nummers die net iets langer duren dan de twee compacte songs van Monstraat. De screams zijn in beide gevallen bijzonder ongepolijst en de drummers hakken, meppen en slaan er wild op los. Meestal gaat de zweep er genadeloos op, maar het tempo mag in “På jordelivets sorgetåg“, het laatste nummer op deze zeventien minuten durende split, tussen de knarsende tremololeads door ook al eens zakken. Lekkeeerrr…deze barbaarse, ouderwets gevaarlijk klinkende black metal van de vuilste soort waar zelfs de allergrootste vlekkenkampioen niet tegen opgewassen is.

JOKKE: 79/100 (Monstraat: 78/100; Hinsides; 80/100)

Monstraat/Hinsides – Split (Shadow Records/Regain Records 2021)
1. Monstraat – When it ends
2. Monstraat – The layers of mortality
3. Hinsides – Frälst i dödsstöten
4. Hinsides – På jordelivets sorgetåg

Malakhim – Theion

Na een goed onthaalde demo en EP en de “Hic rugitus cavernarum terribilis” live tape als tussendoortje, verblijdt het Zweedse Malakhim zijn achterban in de vorm van “Theion” met een eerste langspeler. Het album zat zo’n twee maand in onze playlist en het vergde heel wat luisterbeurten alvorens het kwartje deze keer op zijn plaats viel. De melodieën en hooks zitten nu doorgaans wat meer verborgen in het orthodox zwartmetaal – vergelijkingen met landgenoten uit het vervlogen No fashion en Solistitium tijdperk zijn nu minder voor de hand liggend – en er is iets aan de massievere, minder ademende productie en de gitaarsound die grofkorreliger klinkt wat “Theion” wat zwaarder te verteren maakt. Desondanks deze randopmerkingen, bevat opener “There is a beacon” nog steeds alle elementen van de Malakhim sound. Het nummer is opgebouwd rond een aangrijpende en onheilspellende hoofdmelodie die bedoeld is om de luisteraar te begeleiden op een innerlijke reis over de oneindige oceaan van de afgrond en naar de horizon waar de vuurtoren van de tegenstander wenkt en roept, aldus frontman/tekstschrijver E. Ook het opzwepende meebrulstuk “Sanctus! Sanctus!” tekent present. Dat was in het verleden op nummers als “Sworn to Satan’s fire” en “A thousand burning worlds” niet anders. “Merciless angel of pestilence” klinkt ontzettend meedogenloos, incorporeert enkele meer thrashy riffs en heeft zijn naam, gezien de ontwikkelingen van het afgelopen jaar, niet gestolen. Middels “Slither o serpent” laat Malakhim het tempo voor een eerste keer wat zakken en de melodielijn doet me gek genoeg wat denken aan een meer terneergeslagen versie van “Only fools rush in” van Elvis, nadien volgt nog wel een schedelsplijtende solo om terug orde op zaken te stellen. Het eveneens grotendeels in mid-tempo regionen opererende “Chalice of ruin” is de meest mystieke compositie op “Theion” en ademt, mede dankzij E’s veelzijdige zang, het meest een uitgesproken orthodox karakter uit. “His voiceless whisper” start aanvankelijk ook wat trager, maar dat lijkt slechts een schijnmanoeuvre te zijn, want al snel gaat de zweep erop. Het is een aanstekelijk nummer dat ons het ene moment doet meedeinen op melodieuze golven om ons vervolgens kopje onder te duwen in gitzwarte draaikolken. Het compacte “Hammer of Satan” – hoe kan het ook anders – is een hondsbrutaal nummer waarbij de zwaar hakkende drums de nagels genadeloos in Jezus’ armen boren en wiens chaotische solo als een doornenkroon je hoofdhuid aan flarden prikt. Ongetwijfeld een live favoriet in wording! Nu Malakhim duidelijk op dreef is, vertikken de vijf muzikanten om water bij de wijn te doen en middels “The splendour of stillborn stars” leveren ze misschien wel de meest pakkende en overtuigende compositie van “Theion” af: agressie, melodie, dynamiek, opzwepende vocalen, …het zit er allemaal in vervat. Afsluiten doen de Zweden met het titelnummer dat ten opzichte van de twee sublieme voorgangers wat aan kracht inboet en wat meer slepende riffs inzet en zelfs met clean gitaargetokkel en subtiele toetsen zijn laatste adem uitblaast. Met groeiplaat “Theion” onder de arm is Malakhim duidelijk op weg een gevestigde waarde in de Zweedse meloblackscene te worden.

JOKKE: 85/100

Malakhim – Theion (Iron Bonehead Productions 2021)
1. There is a beacon
2. Merciless angel of pestilence
3. Slither o serpent
4. Chalice of ruin
5. His voiceless whisper
6. Hammer of Satan
7. The splendour of stillborn stars
8. Theion

Digerdöden – Genom dödens svarta törst

Bij het dubbelchecken van mijn eindejaarslijstje voor 2020, bleek dat ik me vergist had over Greve. Diens fantastische debuut “Nordarikets strid” werd begin januari gereviewed, maar de plaat bleek wel degelijk in 2019 wereldkundig gemaakt te zijn. Wacht! Een eindejaarslijst zonder dat er één van de elvendertig bands van de heer Swartadauþuz in prijkt? You must be kidding! En dan kwam daar enkele dagen later plots een herkansing want Digerdöden liet onaangekondigd van zich horen in de vorm van een derde langspeler die de titel “Genom dödens svarta törst” (“Door de zwarte dorst van de dood“) mee kreeg. In een jaar dat geteisterd werd door een wereldwijde pandemie mag natuurlijk geen release ontbreken van een band wiens naam Zweeds is voor de “zwarte dood”. Reeds vanaf de openingstonen van “Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger” hoor je die signature snerpende en ijskoude gitaarsound van onze Zweedse held, maar zijn misantropische blackmetalgeluiden maken ook geregeld plaats voor meer ingetogen, extreem melancholisch klinkende passages en clean gitaargetokkel waarover een doomy DSBM-sausje uitgegoten is. In “Undergångstonernas kotpelare evigt klinga” nemen ze zelfs bijna zes minuten lang de overhand. Dit nummer straalt halfweg de plaat een über depressief aura uit en refereert een beetje aan de landgenoten van Shining, maar kan niet de ganse rit overtuigen. In “Skymf af lifvets bägare… Under gravlyktans dödssken” hoor ik in de doomy stukken knipogen naar de “comeback” plaat van Armagedda, maar je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat zij degene zijn die zich door het enigmatische Ancient Records universum hebben laten beïnvloeden. De epische blackmetalriffs van dit meer dan tien minuten durende epos ademen dan weer “In the nightside eclipse” nostalgie uit, maar keyboards komen er bij Digerdöden niet aan te pas. De basgitaar is echter wel zeer aanwezig en verschaft extra diepte aan de mystiek en authentiek klinkende gitaarriffs. En de getergde vocalen klinken natuurlijk weer op en top schurend en krijsend maar de Zweed schakelt ook regelmatig over op meer verhalende cleane vocalen. Het is niet de eerste keer dat Swartadauþuz zich voor het vellenmeppen door een huurkracht laat instaan en deze keer gaat de eer naar de nobele onbekende Laszlo Juhos die meer in de deathmetal- en metalcorescene actief lijkt te zijn (geweest), maar de taak goed volbrengt. “Genom dödens svarta törst” is niet de beste plaat die Swartadauþuz al uit zijn koker schudde en moet de duimen leggen tegenover het debuut van Greve, waarop een meer majestueus keyboardgedreven blackmetalgeluid te horen was. Ook Digerdöden’s eerste langspeler “Majestätens dunkla håg, i dödens profana ståt” gaat me iets beter af omwille van de snijdende en striemende black die hier nog de overhand had (het tweede ietwat mysterieuze album “Gestalt af smädelsens dolda hord” ken ik niet). Nu klinkt een mindere Swartadauþuz plaat wel nog steeds beter dan een goed album van menig andere band en opener “Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger” of het wat meer traditioneel klinkende “Lifvets förkastade likstank, efvigt följa I lönndom” doen ons zwartgeblakerde hart zeer zeker sneller slaan, maar gaandeweg de rit duiken er naar mijn meug wat te veel suïcidale en depressieve stijlementen op. Dit onderscheidt Digerdöden stilistisch gezien natuurlijk van het gros van de andere Ancient Records bands. Concluderend kan het niet altijd feest en in de eindejaarslijst belanden zijn wat trouwens geen schande is als je al meer dan 60 releases met een vijfentwintigtal bands (en waarschijnlijk nog enkele stuks van geheime projecten) op je muzikale palmares hebt prijken.

JOKKE: 81/100

Digerdöden – Genom dödens svarta törst (New Era Productions 2020)
1. Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger
2. Besvärtad af hin-håles smutsvånda
3. Lifvets förkastade likstank, efvigt följa I lönndom
4. Undergångstonernas kotpelare evigt klinga
5. Skymf af lifvets bägare… Under gravlyktans dödssken
6. Bort in I sorgaflödets urådra… Evighetens vilja

Ondskapt – Grimoire ordo devus

We hebben maar liefst een decennium lang moeten wachten op “Grimoire ordo devus“, de vierde langspeler van het Zweedse Ondskapt. De vele line-upwissels zijn hier ongetwijfeld debet aan want enkel zanger Acerbus blijft nog over van de kwaadaardige bezetting die Ondskapt 20 jaar geleden uit de grond stampte. De nieuwelingen zijn gitarist J.Megiddo, die recent ook als nieuwe bassist bij Marduk toetrad en een staat van dienst opbouwde bij o.a. Degial en In Aternum, bassist Gefandi Ör Andlät (o.a. ex-Mephorash) en drummer Daemonum Subeunt die ondermeer bij Sterbhaus voor de percussionele hartslag zorgt. Nu, het lange wachten wordt wel beloond met een plaat die op een klein uur aftikt. Genereus nietwaar? De hamvraag is natuurlijk of het aantrekken van nieuwe snarenplukkers een grote invloed heeft gehad op de sound van Ondskapt anno 2020? De sinistere begrafenisatmosfeer die over de EP en drie volwaardige voorgangers gedrapeerd hing, is nog steeds aanwezig, zij het in mindere mate doordat het tempo bij momenten gevoelig hoger ligt. Er werd tevens ook een zekere complexiteit en techniciteit in het gitaarwerk geïnjecteerd. “Semita sinistram“, de échte opener van deze plaat, laat eigenlijk al meteen een samenvatting horen van al waar Ondskapt voor staat, namelijk dynamisch gearrangeerd orthodox zwartmetaal waarbij met het grootste gemak tussen verschillende tempo’s geswitched wordt, voor de gelegenheid voorzien van een snuifje bombast. In “Ascension” horen we een adembenemende solo terwijl we in het meer dan acht minuten durende “Animam malum daemonium” dan weer Satyricon “Rebel extravaganza“-era dis-harmonieën waarnemen. “Paragon Belial” wordt middels sfeervol akoestisch gitaarwerk op gang getrapt om daarna een pandoering rond de oren te geven. Ook in het afsluitende “Excision” is naast beklijvend tremolo gitaarwerk een grote rol voor akoestische klanken weggelegd. In een song als “Devotum in legione” zorgen abrupte overgangen tussen meer slepende en venijnig snelle tremoloriffs, die bovendien vakkundig en gezwind aan mekaar getimmerd worden, voor een spannende dynamiek. Ook Acerbus laat een uur lang horen het kunstje van gevarieerd te screamen nog niet verleerd te zijn. Op de juiste momenten gooit de Zweed ook heldere, theatrale zang in de strijd wat het orthodoxe karakter nog extra in de zwarte verf zet, maar het “DMDSworship niveau van debuut “Draco sit mihi dux” wordt niet meer herhaald. Parallellen met landgenoten Valkyrja of Watain zullen niet verbazen en in het melodische gitaarwerk van “Opposites” waart de geest van Jon Nödtveidt ontegensprekelijk rond. Het Zweedse plaatje zou in dit geval natuurlijk niet compleet zijn zonder enkele Dissection invloeden. Nog even meegeven dat we in de intro en het enorm pakkende met akoestische gitaren doorspekte “Possession” een sample horen van de film “The witch” uit 2015. Liefhebbers van de grafstemming die het oude werk typeerde zullen misschien een tikkeltje teleurgesteld zijn in “Grimoire ordo devus“. Ook voor mij lijkt deze vierde full-length niet te kunnen tippen aan de eerste twee langspelers maar desondanks de meer technische aanpak, is dit nog steeds een bovengemiddeld sterke release die bovendien een uur lang de aandacht weet vast te houden.

JOKKE: 85/100

Ondskapt – Grimoire ordo devus (Osmose Productions 2020)
1. Prelude
2. Semita sinistram
3. Ascension
4. Devotum in legione
5. Animam malum daemonium
6. Opposites
7. Paragon Belial
8. Possession
9. Old and hideous
10. Excision

Grafvitnir – Death’s wings widespread

Je kan er haast je klok op afstemmen dat er elk jaar (max. twee jaar) een nieuwe plaat van Grafvitnir verschijnt. Dat resulteerde sinds de oprichting in 2007 in maar liefst zeven langspelers en op één demo na, concentreren de twee Zweden zich blijkbaar ook alleen op full-lengths. “Necrosophia” en “Keys to the mysteries beyond” haalden het tot op onze ‘redactie’. “Venenum scorpionis” dat begin 2019 uitkwam, bleef onder onze radar. Wie de muzikale uitspattingen van Niantiel en Mordrus al langer dan vandaag volgt, weet perfect wat hij of zij ook van het nagelnieuwe “Death’s wings widespread” mag verwachten. Geselende maar ook melodieuze Scandinavische black met occulte insteek (zonder circustoestanden weliswaar) waarvoor het onvolprezen Setherial debuut “Nord“, inclusief sporadische aanwending van akoestische gitaren die een subtiele middeleeuwse flair toevoegen, nog steeds als blauwdruk lijkt te gelden. De erg sappige scream is, zoals steeds, vrij prominent in de mix aanwezig en bijna de helft van de nummers wordt ook in de moerstaal gekeeld, terwijl dat voorheen slechts sporadisch gebeurde. Het draagt bij aan het authentieke gevoel van second wave black metal. Ook oude Abigor (de vocalen) en landgenoten als het terziele gegane, en in het geval van Zweedse meloblack dikwijls over het hoofd geziene Sorhin en Thy Primordial gelden nog steeds als referentie. De koude en ijzige tonen lijken wel voort te komen uit mystieke dorre landschappen en dragen een ijskoude sneeuwstorm van beklijvende riffs en huiveringwekkend sinistere gitaarmelodieën aan. De snijdende en striemende tremolo’s voelen als een ware kastijding aan en het tempo ligt doorgaans erg hoog. Hierdoor blijft onderlinge inwisselbaarheid van de nummers altijd wel wat op de loer liggen bij een Grafvitnir plaat. Liefhebbers en verzamelaars van Zweedse meloblack kunnen echter nog amper om Grafvitnir heen en zullen de band met wijd opengesperde vleugels omarmen, maar of het nu absoluut noodzakelijk is om alle zeven langspelers netjes in de platenkast te hebben staan, laat ik aan u over.

JOKKE: 79/100

Grafvitnir – Death’s wings widespread (Carnal Records 2020)
1. Midnattsskogens isande lockrop
2. Helvetesnatt
3. Death’s wings widespread
4. In infinitum
5. Into the unknown
6. Det glimrande djupets kall
7. Wound in night’s flesh
8. Inner void
9. Wings of the night
10. I häxmånens sken

Svartsyn – Requiem

De Dood loopt als een rode draad doorheen het leven van Ornias, brein achter het Zweedse Svartsyn. Theorie en (bijna) praktijk resulteerden in 2017 nog in het uitstekende “In death“. Drie jaar later keert Ornias terug met “Requiem” en dit via Carnal Records daar waar de voorganger nog in samenwerking met Agonia Records gerealiseerd werd. Met zulke titel verwachtte ik een thematiek in het verlengde van diens voorganger, maar dat is niet helemaal waar. Ornias schreef het album eerder als een requiem, een spirituele reis door de vernietiging van de westerse beschaving en de opkomst van de Antichrist en zijn eeuwige koninkrijk. Het resulteert opnieuw in een donker, ietwat beklemmend en nachtmerrieachtig geheel dat die typische Svartsyn aanpak zes nummers lang laat horen. Svartsyn klinkt immers als geen enkele andere band in het genre, hoewel je natuurlijk steeds wel ergens een invloed van één of andere Scandinavische grootheid terug hoort. De totaalsound inclusief Ornias’ verhalende ietwat schorre scream klinkt lekker droog en in een song als “Spiritual subjection” spat de Zweed zijn bezetenheid uit de boxen. Svartsyn beheerst de kunst van de dynamiek en wisselt tussen tergend slepende en dan weer grimmige en snelle partijen zoals in “Little horn“, de apocalyptische apotheose van “Requiem“. Een song als “Mystery Babylon” schittert opnieuw met zijn dreigend zwartmetaal met krachtige, duivelse riffs die niet de snelste, meest bombastische of meest mystieke willen zijn. En ook niet de meest complexe, hoewel de composities nooit hapklaar zijn en er regelmatig zoals in “Inner demonic rise” afwijkende maatsoorten gehanteerd worden. Ook het wat hoekerige maar tegelijk ook van snedige tremolo’s voorziene “The desolate” kent heel wat tegendraadse patronen die door Hammerman (o.a. Fractured Insanity, Gotmoor) in goede banen geleid worden. De wisselwerking tussen onze drummende landgenoot en de Zweed met lange staat van dienst is al acht jaar lang een gouden combo. ‘Never change a winning team‘ zou ik zo zeggen! Svartsyn levert met zijn tiende (!) langspeler opnieuw een gitzwart groeialbum aan, een knappe prestatie!

JOKKE: 84/100

Svartsyn – Requiem (Carnal Records 2020)
1. The pale horse
2. Inner demonic rise
3. Mystery Babylon
4. The desolate
5. Spiritual subjection
6. Little horn

Draug – Irreelle sindelag

Ik zie een oud mevrouwtje dat eenzaam haar laatste adem uitblaast nu ze door COVID-19 geen bezoek kan krijgen in het rusthuis. Ik zie een jong koppeltje voor een klein grafzerkje met houten kruisje instorten op het kerkhof. Ik zie een vrouw met tranen in de ogen het hospitaal verlaten nadat ze van de oncoloog vernomen heeft dat ze nog slechts enkele maanden te leven heeft. Ik zie een man met een touw rond zijn nek op een stoel in zijn keuken staan wankelen nadat zijn bedrijf failliet gegaan is. Ik zie in de gietende regen een doodskist ten grave gedragen worden waarin het stoffelijk overschot van een aan de kou overleden dakloze schuilt die moederziel alleen deze wereld verlaat. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de dramatische en hartverscheurende gemoedstoestanden die opdoemen wanneer ik de naald van mijn platenspeler kennis laat maken met “Irreelle sindelag“, de debuutlangspeler van het Zweedse Draug, nadat eerder al twee EP’s en een compilatie verschenen. Achter deze negatieve en miserabele muziek gaan Sir N, die er voorts nog heel wat activiteiten met o.a. Acerbitas, Grav, Grifteskymfning, Hädanfärd, Helgedom, Reverorum ib Malacht en Svartrit op nahoudt en de Deen Nohr schuil, waarmee Sir N, op Raksu na, reeds samenwerkte in Grav, Grifteskymfning en Svartrit. Het duo wordt verder nog bijgestaan door drummer Frater R., gitarist/bassist Conrad en violiste Grevinnan S. De jammerende en klagende vioolklanken zijn trouwens onontbeerlijk in de diepdroevige, terneergeslagen en deprimerende sfeerschepping die hier neergezet wordt. In een nummer als “En legemesløs fødsel” nemen ze de rol van de gitaar bij momenten haast volledig over. Dit is depri en droefgeestig zwartmetaal dat zich tergend langzaamaan vooruit sleept en gestaag onder je huid kruipt met “Vissen eksistens” als absoluut hoogtepunt (of dieptepunt, ’t is maar hoe je het bekijkt). Voor wie een referentiekader wil, kan ik de “Kollaps“-plaat van Manii meegeven. Draug wil niet de meest complexe, snoeiharde of haatdragende blackmetalband op aarde zijn, die rol laten ze aan andere collega’s over. Neen, Draug is het muzikale vleesgeworden equivalent van alle negativiteit, zwartgalligheid, depressiviteit en mistroostigheid die er onder het gedoemde mensenras rondgaat. “Irreelle sindelag” is absoluut geen plaat om vrolijk van te worden of geschikt is voor elk moment van de dag. Ze is wel de ideale soundtrack voor een dag als 1 november.

JOKKE: 81/100

Draug – Irreelle sindelag (Amor Fati Productions 2020)
1. Dage ved galgebakken
2. Absolutte domme
3. Vissen eksistens
4. En legemesløs fødsel
5. Irreelle sindelag
6. Den oplyste sti

Mörk Gryning – Hinsides vrede

Vijftien jaar na de self-titled zwanenzang keert het Zweedse Mörk Gryning terug aan het front. Stichtende leden Draakh Kimera en Goth Gorgon brengen samen met drie kompanen “Hinsides vrede” uit, langspeler nummer zes en de eerste dus nadat de band in 2016 de koppen terug bij mekaar stak voor live concerten. Mörk Gryning heeft altijd wat in de schaduw van grotere broertjes als Dissection, Dark Funeral, Setherial en Naglfar gestaan, hoewel debuut “Tusen år har gått…” uit 1995 toch echt wel als een semi-klassieker mag beschouwd worden wat betreft Zweedse meloblack. “Return fire“, dat twee jaar later verscheen, liet een meer agressieve aanpak horen en het is met deze plaat dat “Hinsides vrede” de meeste parallellen vertoont, hoewel er ook echo’s van het meer orchestrale “Maelstrom chaos“, dat een jaar na de millenniumwissel verscheen, rondzweven. Het tempo ligt in elk geval doorgaans erg hoog en de moderne, maar ietwat steriele sound spat krachtig uit de boxen. Twaalf nummers waarvan een intro, outro en twee korte (in mijn ogen overbodige) instrumentaaltjes worden er in een dikke 35 minuten doorgejaagd. Maar dat snel musiceren niet altijd in eenheidsworst moet resulteren, bewijst het kwintet door elementen als dramatische koorzang, heldere epische mannelijke en vrouwelijke vocalen, cleane en akoestische gitaren, flitsende leads en subtiele toetsen in de songs te verwerken, waardoor elk nummer een eigen ziel heeft meegekregen. Het erg aanstekelijke “Infernal” heeft bovendien alles in zich om, net als bijvoorbeeld “Tsar bomba” van Necrophobic, een moderne klassieker in het wereldje van Zweedse meloblack te worden. Tremolo’s for the win! Let ook op de knipoog naar Dimmu Borgir’s “Kings of the carnaval creation“, maar er passeren in andere composities even goed stukjes Nightingale en Diabolical Masquerade. De albumtitel betekent zo veel als “toorn van de wereld daarbuiten” en slaat op het onontkoombare doomscenario dat inmiddels ingezet werd. Mörk Gryning is terug en hoe! Normaal gezien hadden we de heren aan het werk kunnen zien op Unholy Congregation maar dat gaat als vanzelfsprekend niet door. Herkansing in 2021 dan maar!

JOKKE: 85/100

Mörk Gryning – Hinsides vrede (Season of Mist 2020)
1. The depths of Chinnereth
2. Fältherren
3. Existence in a dream
4. Infernal
5. A glimpse of the sky
6. Hinsides
7. The night
8. Sleeping in the embers
9. For those departed
10. Without crown
11. Black spirit
12. On the Elysian fields

Horde Of Hel – Döden nalkas

Negen jaar na het opvallend matige “Likdagg” grijpt deze haatdragende band uit het niets met een ijzeren hand naar de keel van iedere muzikant die de troon van ‘snelste blackmetalsound ter wereld’ ook maar durfde benaderen. Nog geen drie seconden diep in het eerste nummer wordt een volledig doortrapt drum- en gitaarsalvo afgeschoten met een quasi ongeziene, woeste razernij die zelfs een doorgewinterde fan meteen op zijn plek weet te zetten. Verderop in “Döden nalkas” trekken de drie Zweden het tempo zelfs op tot 500 Bpm, wat vrijwel meteen doet denken aan de betere speedcore kicks. Het geheel raast je buis van Eustachius op een dikke drie kwartier volledig aan gort, en gezien dat vooralsnog exact de opzet blijkt, moet gezegd worden dat Horde of Hel zijn doel weet te bereiken. Jammer genoeg verliezen de heren soms ook de pedalen en voelt het geheel een beetje inhoudsloos of onbezield aan. Er zijn heel wat tragere intermezzo’s en vreemde, bijna catchy songstructuren terug te vinden ook, zoals de intro van “Totalitarian regime”, die de fans van voornoemde recordhoudende blastbeats niet altijd zullen kunnen smaken, maar het schenkt het oor weliswaar een klein beetje rust. De langspeler zit voorts ook ramvol industrial – synths en gemodificeerde vocals, noise en kille ambient – die zich toch op één of andere manier in de gitzwarte metalen riffs weten te nestelen en daar dan ook nog eens thuis lijken te horen. Of de drie heren hier het warm water opnieuw uitvinden? Verre van, maar het geheel beukt je voorhoofd zo genadeloos tegen de dichtstbijzijnde muur dat je enigszins verweerd maar dankbaar achterblijft. De bandleden deden al heel wat ervaring op bij onder meer In Battle en Nordjevel, maar vooral de toevoeging van echte drums dankzij Nils “Dominator” Fjellström krijgt hier een eervolle vermelding. De man speelde eerder al (op studioalbums en live) bij een slee van gerenommeerde bands als 1349, Dark Funeral, Myrkskog, The Wretched End et al., en het is te merken. Wat een ongebreidelde agressie. Persoonlijk hoogtepunt is de ongefilterde gabber op “No remorse”, dat op zes en halve minuut zonder enige schaamte de nakomeling van een stomende nacht tussen Neophyte en Anaal Nathrakh ter aarde weet te werpen. Lang verhaal kort, dit is Marduk met een flinke injectie amfetamines recht in de aorta. Dit is paarse neonverlichting onder je uitgebouwde Golf, bestuurd door een met corpsepaint bekladde psychopaat. Als ze over negen jaar weer aan een opvolger beginnen, laat hen dan nog nét iets langer over bepaalde songstructuur nadenken – dan kan dat wel eens een échte hit opleveren.

Jules: 82/100

Horde of Hel – Döden nalkas (Blooddawn Productions/Regain Records 2020)
1. Blodets morgon
2. Death division status
3. Visdomen kallas døden
4. Standard nordland
5. Totalitarian regime
6. Total death
7. Holy ash
8. No remorse
9. Livets narkos
10. Of eternity and ruins

Leviathan – Förmörkelse

Het mythische zeemonster Leviathan heeft al menig blackmetalband geïnspireerd qua naamgeving. De bekendste is natuurlijk die van Jef “Wrest” Whitehead en in ons Belgenlandje heb je nog een versie rondlopen die klinkers vergat te kopen bij Walter Capiau. Het onderwerp van deze recensie is echter de Zweedse band waarachter een zekere Roger “Phycon” Markstrom schuilgaat die in een ver verleden nog bij Armagedda en diens voorloper Volkermord drumde. In 2002 verscheen het debuut “Far beyond the light” en nu jáááren later verschijnt daar – op zijn Armagedda’s – plots en zonder veel bombarie een opvolger. “Förmörkelse” werd het beestje gedoopt wat Zweeds is voor ‘verduistering’, een vlag die de muzikale lading dekt. Phycon pikt de draad bij het eerste volwaardige nummer “Avgrundens atersken” bijna moeizaam terug op daar waar die achttien jaar geleden uitgerafeld was achtergebleven. De multi-instrumentalist weet een uiterst grimmige atmosfeer neer te zetten waarbij ook ruimte is voor een melodieusheid waar we midden jaren ’90 mee om de oren geslagen werden. Enkele muzieknoten wekken zelfs de suggestie alsof er spookachtige vrouwenzang doorheen het nummer sluimert. Of de muzikant ook ooit tot de creatieve kern van Armagedda heeft behoord weet ik niet, maar feit is dat een nummer als “Svart“, dat véél ruimte voor de basgitaar open laat en ook akoestisch gitaarspel bevat, zo op een Armagedda-plaat zou hebben kunnen staan. Voeg daar nog aangrijpende leads en swingend drumwerk aan toe en je hebt een kraker van een song die ook wel wat Allegiance-trekjes laat horen ten tijde van diens zwanenzang “Vrede“. Ook het met heldere zang en een contemplatieve akoestische break doorspekte, maar voor de rest gitzwarte “Förbannelsen” valt positief op. De nummers laten veel meer variatie in tempo, structuur en riffs horen dan wat er op het eerste gehoor lijkt. Phycon combineert meermaals twee of drie verschillende riffpatronen, een samenspel dat textuur geeft en de spanning gestaag doet opbouwen. “Verklighetens väv” en diens repetitieve cleane gitaarpatroon dat door de fuzzy riffs penetreert en even later een heuse solo bevat, is hier een mooi voorbeeld van. Phycon beschikt tevens over een strot die zijn negatieve gedachtenstromen lekker sappig en duister theatraal onder woorden brengt. Ik moet soms haast aan enfant terrible Niklas Kvarforth denken. Een song als “Melankolins ävja” zou met ietwat verbeelding zelfs voor een oud-Shining nummer kunnen doorgaan. “Förmörkelse” is een enorm krachtige en suggestieve release voor zij die bereid zijn een kijkje achter het verduisterende gordijn te nemen waar een zwartgeblakerde geest rondwaart die we nog maar zelden tegenkomen in alles wat ons na de tweede golf van de gouden jaren ’90 bereikte.

JOKKE: 82/100

Leviathan – Förmörkelse (Bile Noire/Nebular Carcoma 2020)
1. XVII
2. Avgrundens atersken
3. Förmörkelse
4. Svart
5. Förbannelsen
6. Verklighetens väv
7. En tidlös illvilja
8. Melankolins ävja
9. Babylons sand
10. Pestens sigill