Uit de schaduwrijke straten van Brussel komt Solfatare opstijgen, een band die de bleke elegantie van traditionele black metal verenigt met de cerebrale intensiteit van avant-gardistische invloeden. Hun debuutalbum, “Asservis par l’espoir”, is een meditatie over wanhoop, zinloosheid en de menselijke conditie, gebracht door een prisma van poëtisch nihilisme en filosofische strengheid. Geïnspireerd door de symbolisten, de poètes maudits en het existentieel denken van Camus en Cioran, smeedt de band een fascinerend geluid dat zowel schurend als hypnotiserend gelaagd is. In dit interview gaat Solfatare dieper in op hun creatieve proces, de filosofische fundamenten van hun werk en de persoonlijke en culturele invloeden die hun muziek vormgeven. Het biedt een zeldzame inkijk in een project waarin duisternis en reflectie samenvallen in compromisloze eerlijkheid. De volledige versie van dit interview — dubbel zo lang — verschijnt in een fysieke uitgave gepland voor 2026. (JOKKE)
The English version of this interview can be found here.

Solfatare verwijst zowel naar een vulkanische damp als naar een mythische toegangspoort tot de onderwereld. Wat bracht jullie ertoe deze naam te kiezen, en hoe weerspiegelt hij de geest van de band?
De naam kwam tot stand na het lezen over supervulkanen en de manier waarop hun uitbarstingen het leven op aarde zouden kunnen uitwissen. Dat zou vooral gebeuren door de enorme aswolken die ze produceren, die het zonlicht blokkeren en de wereld in duisternis hullen. Deze ‘Campi Flegrei’ wekten mijn bijzondere interesse omdat een van hun historische mega-uitbarstingen — rond 40.000 v.Chr., bekend als de ‘Campanian Ignimbrite-eruptie’ — vermoedelijk ingrijpende klimaatverstoringen veroorzaakte. Mogelijk beïnvloedde die zelfs de migratie van hominidae in West-Europa. Wat deze caldera zo fascinerend maakt, is dat ze nog steeds relatief actief is, terwijl de buitenwijken van Napels er letterlijk bovenop gebouwd zijn.
Binnen dit vulkanische complex bevindt zich de krater Solfatara (di Pozzuoli), momenteel de actiefste van de vele vulkanen in het gebied. Ze wordt gekenmerkt door constante fumarolische emissies en verontrustende episodes van bradyseïsme — bewegingen van het aardoppervlak. Dit toponiem gaf zijn naam aan het Franse woord ‘solfatare’, dat vandaag in ruimere zin elke zwavelrijke vulkanische damp aanduidt.
Van daaruit hadden we het gevoel al een naam met een krachtige achtergrond te hebben gevonden. In bredere zin staat die voor ons ook symbool voor onze innerlijke beroeringen: wat in ons kookt, borrelt en elk moment kan losbarsten.
De albumtitel “Asservis par l’espoir” betekent “Geknecht door hoop” en suggereert dat zelfs hoop een vorm van gevangenschap is. Kan je dit paradoxale idee toelichten?
We blijven slaven zolang we niet genezen zijn van de gewoonte te hopen. Hoop houdt de mens vastgeketend aan zijn illusies, verhindert opstand en belemmert de aanvaarding van de tragiek van het bestaan. Hoop is een vertrouwend wachten — de bijna zekere vervulling van een wens — een geruststellende zekerheid die ons meesleept in droombeelden en onrealistische wakende fantasieën. Niet voor niets bevond “hoop” zich in de doos van Pandora waaruit alle rampen over de aarde werden losgelaten. Dat spreekt voor zich in de definitie van hoop zelf.
Hoop verzacht ons leed en schildert toekomstige genoegens in de kleuren van huidige vreugde. Ze is gedoemd te falen. Pas wanneer Sisyphus ophoudt te hopen dat hij de top zal bereiken, kan hij werkelijk vrij zijn.
En toch is hoop inherent aan de menselijke conditie. Leven zonder hoop is onmogelijk; we behouden er altijd minstens één, zij het onbewust.
Het album verkent de diepten van existentiële angst en duikt in de eeuwenoude zoektocht van de mens naar betekenis, om uiteindelijk niets te vinden. Kan je die thematiek verder uitdiepen?
Het leven heeft geen intrinsieke betekenis; het is niets meer dan een langdurige lijdensweg, een voorbereiding op de dood. Dat is wellicht de grootste waarheid, die de onlesbare zoektocht naar zin tot pure ijdelheid maakt. Een kosmisch toeval: onze levens stellen niets voor. We zijn er zonder reden. En toch, in plaats van ons verval gelaten te dragen, worden we gekweld door de banale obsessie om “iets” te zijn. We zwoegen eindeloos om het onvermijdelijke niet onder ogen te hoeven zien.
Het album biedt een meedogenloze tocht richting het omarmen van ellende als bestaansreden, omdat diepe ervaring enkel in wanhoop te vinden is. Helder van geest verkent het de gevoelens die opkomen wanneer men het lijden aanvaardt. Het rukt de sluier van zalige onwetendheid weg en vindt extase in totale desillusie.
Thema’s als anhedonie, het besef van zinloosheid, onafwendbaar verval, de stilte van het universum en het Absurde lopen als rode draden door het album. Gewapend met absolute lyriek en poëzie trachten we schoonheid te ontwaren in de afgrond.

Black metal heeft altijd een filosofische dimensie gehad, van misantropie tot mystiek. Waar situeert Solfatare zich binnen dat spectrum?
We hebben altijd de neiging gehad om dingen te definiëren; het helpt ons chaos te ordenen en te temmen. Als we ons daaraan moeten wagen, zouden we zeggen dat we ons bevinden op het kruispunt van romantiek, symbolisme, pessimistische lyriek en nihilisme.
We staan ver van het mystieke uiteinde van het spectrum; daarvoor zijn we te pragmatisch. We zouden graag aansluiting vinden bij iets heiligs, een vorm van spiritualiteit, maar uiteindelijk grijpen we steeds in het niets.
Solfatare kijkt met een ontgoochelde blik naar de samenleving, doordrenkt van vervreemding en verval. Toch was misantropie geen expliciet thema op het album. Onze luciditeit tegenover de absurditeit en oppervlakkigheid van de moderne wereld maakt het ons onmogelijk er werkelijk in thuis te horen. We zijn voortdurend verscheurd tussen het verlangen naar verbondenheid en ons onbegrip voor die wereld. Die spanning voedt ongetwijfeld de emoties op het album. Maar het is al te gemakkelijk om het masker van misantropie op te zetten zonder je daadwerkelijk als kluizenaar uit de samenleving terug te trekken.
Het is belangrijk te benadrukken dat we, ondanks de filosofische dimensie van ons werk, geen actieve boodschap willen uitdragen. Wij zijn apocalyptische filosofen die niets aan te bieden hebben. Onze intenties zijn louter beschrijvend. Als conquistadores van het zinloze, die onbekende kusten en vervloekte oevers betreden, documenteren we de vreemde arabesken die de vegetatie voor ons tekent — als een verwijt richting de hemel. Groteske verwringingen, verminkte en angstaanjagende vormen: de planten zelf waarschuwen ons voor wat we zullen ontdekken. Zoals Fitzcarraldo dragen we onze muziek de jungle in; het is aan de luisteraar om te beslissen of er iets in resoneert.
De teksten op “Asservis par l’espoir” lezen als moderne filosofische poëzie met dense beelden die visueel en doordrongen van wanhoop zijn. Waar komt deze schrijfstijl vandaan?
Die stijl is organisch gegroeid, gevormd door lectuur van de poètes maudits en de symbolisten uit de negentiende eeuw. Hun vermogen om wanhoop om te vormen tot iets bijna lichtgevends leerde me dat duisternis met elegantie kan worden verwoord, niet enkel met bot geweld.
Vanuit die traditie ontstond de inspiratie voor “Asservis par l’espoir” overal om ons heen. Vaak begon het bij een scheve observatie van de wereld, een gevoel van vervreemding en het persoonlijke besef nergens echt in te passen. Het schrijven tracht dat conflict te vatten in beelden geworteld in het symbolisme, maar ook doordrenkt met het bijtende cynisme dat rechtstreeks uit Louis-Ferdinand Céline of Albert Caraco lijkt te sijpelen.
Een goed voorbeeld is “D’Hommes et d’isoptères”, het tweede nummer op het album. Het opent met een apocalyptische, duizelingwekkende visie op een ochtendrit in de metro, waarin pendelaars worden vergeleken met blinde, zwoegende termieten — insecten uit de orde der Isoptera — alvorens over te gaan in een meer metafysische beschouwing van onze conditie.
Jullie keuze voor het Frans voelt bewust en verheven aan, bijna liturgisch. Was schrijven in jullie moedertaal essentieel om de emotionele en imaginaire diepgang van het album te bereiken?
Het gebruik van het Frans was een vanzelfsprekende keuze. In onze moedertaal voelen we ons veel comfortabeler om emoties over te brengen en ons werkelijk uit te drukken. Engels voelt vaak vlak of afstandelijk; zelden vind je exact de woorden of formuleringen die je zoekt. Bovendien is Engels alomtegenwoordig in de cultuur. Hoewel het in de 21e eeuw onmisbaar is, leidt die dominantie in kunst en muziek tot een verarming en uiteindelijk tot volledige homogenisering.
Daarom was er een verlangen om onze taal te bewaren en te putten uit een uitgebreid, bijna vergeten vocabularium — een soort ongebruikt lexicon — om iets te behouden wat wij mooi vinden en een bepaalde vorm van romantiek nieuw leven in te blazen, zonder in bombast te vervallen.
Dit moet niet gelezen worden als misplaatst nationalisme of culturele bekrompenheid, maar als een nutteloze en tegelijk liefdevolle poging om iets dierbaars te bewaren. Ik begrijp dat het aanvankelijk een drempel kan vormen voor niet-Franstalige luisteraars, maar ik ben ervan overtuigd dat emoties universeel toegankelijk zijn. Zelf geniet ik van die extra intellectuele inspanning: teksten vertalen van niet-Engelstalige bands, of simpelweg de muzikaliteit van andere talen ervaren.

Het albumartwork toont “L’Homme-Dieu” van Jean Delville, een schilderij doordrenkt van mystiek en symboliek. Wat trok jullie aan in dit werk, en hoe weerspiegelt het de thematiek van “Asservis par l’espoir”?
Het werk van Jean Delville heeft altijd sterk tot onze verbeelding gesproken. In de bibliotheek van de Vrije Universiteit van Brussel, waar ik studeerde, hing een van zijn grote werken: Prometheus die het heilige vuur van kennis naar de mensheid brengt. Dat liet een diepe indruk na.
Delvilles oeuvre is verspreid over Brussel en heel België. Sommige van zijn mozaïeken sieren de buitenmuren van het Jubelpark. Een ander belangrijk werk, te zien in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, werd later gebruikt door Morbid Angel voor “Blessed are the sick”.
Tijdens onze zoektocht naar een albumhoes botsten we op “L’Homme-Dieu” en voelden meteen dat dit de juiste keuze was. We kozen voor een fragment in plaats van het volledige werk, met focus op de mens die verheffing zoekt, omringd door een zee van verwrongen, ineengestrengelde lichamen.
In L’Homme-Dieu verbeeldt Delville het individu dat streeft naar spirituele en intellectuele vervolmaking, opstijgend naar het goddelijke via een pad dat natuurwetenschap, universele harmonie en esoterische zoektocht verenigt. Het schilderij toont de mens als symbool, in staat een vorm van “goddelijke” staat te bereiken door kennis en harmonie.
Wij geloven dat die verheffing slechts mogelijk is wanneer we ons bevrijden van hoop zelf. Het werk weerspiegelt het besef van inspanning en de schijnbare ontoereikendheid van menselijk handelen. Zoals Sisyphus zijn steen voortduwt, stijgt de Mens-God op, zich bewust van de grenzen en het lijden om hem heen. Strijd wordt schoonheid, inspanning wordt betekenis.
Solfatare maakte zijn live-debuut op 17 oktober tijdens de eerbetoonavond voor jullie gevallen broer Oscar Swinks, die overleed aan kanker. Jullie sloten af met een cover van zijn band Herzog. De emoties waren tastbaar. Hoe kijken jullie terug op Oscar en zijn belang voor de Brusselse blackmetalscene?
Allereerst bedankt om samen met ons een laatste eerbetoon aan Oscar te brengen. Die avond was op een bepaalde manier magisch: zoveel vrienden en emoties samen op en voor het podium. Dat betekende enorm veel voor ons. We hadden gehoopt dat ons debuut onder andere omstandigheden zou plaatsvinden, maar dit was iets wat Oscar wilde, en we waren dankbaar dat we afscheid konden nemen op onze manier — door live te spelen.

(c) Void Revelations
Oscar was altijd sterk betrokken bij de scene: aanwezig op talloze shows als toeschouwer of fotograaf, en jarenlang actief in de podiumaankleding en organisatie van A Thousand Lost Civilizations-shows. Muzikaal was hij voortdurend bezig, maar zijn meest recente wapenfeit was het album “Furnace” met Herzog. Live was hij ook betrokken bij Heinous. Wat weinig mensen weten, is dat hij bezig was met Solfatare om de rol van livegitarist op zich te nemen. We stonden op het punt klaar te zijn toen de ziekte toesloeg.
De voelbare emotie kwam niet alleen door zijn betrokkenheid bij de scene, maar vooral door wie hij was en wat hij voor anderen betekende. Oscar was iemand die diep verbonden was met mensen. Niets aan hem was onecht: hij was oprecht geïnteresseerd, vriendelijk en zorgzaam voor iedereen die hij ontmoette. Zelfs tot het einde toe behield hij een ongelooflijk positieve houding tegenover tegenslag. Hij kon elke situatie ombuigen tot iets lichts. Ik heb met hem bizarre momenten meegemaakt — vastzitten op de snelweg met kapotte motor en al onze gear, zes uur door een sneeuwstorm rijden na een Herzog-show, of hem naar de spoed brengen na een zware snijwonde. Waar wij zouden bezwijken onder zorgen, bleef hij onaangedaan, volledig in het moment, altijd met een grap klaar. Een toonbeeld van veerkracht.
Oscar was een dierbare vriend, en zijn afwezigheid laat een leegte achter. De moed waarmee hij zijn ziekte trotseerde is een blijvende les. Aangezien ik zijn livegitarist was bij Herzog en hij ook betrokken was bij Solfatare, voelde het logisch om die avond een van zijn nummers te spelen.
Zoals gezegd zal het pad dat hij heeft uitgetekend verdergezet worden. Onze drummer T.G.T.H. maakt nu deel uit van Herzog, en in februari 2026 staan we op het ATLC-festival in Brussel om Oscars nalatenschap te eren. Voorlopig is stilte gepast, maar verwacht meer.
Zijn er plannen voor meer shows?
Ja. Sindsdien speelden we al in Antwerp Music City en bij MCP Apache, samen met Masters Call en Necroritual uit het VK.
Voor 2026 beginnen de plannen vorm te krijgen. We zijn bevestigd voor het ATLC-festival in Brussel, naast namen als Negative Plane, Misþyrming en Blasphemy. Noteer die datum. Er volgen nog interessantere aankondigingen, en we werken aan onze eerste shows in het buitenland.


Is “Asservis par l’espoir” een afgerond statement, of zien jullie het als het eerste hoofdstuk van een groter verhaal?
Dit is duidelijk niet het laatste hoofdstuk van ons verhaal. We zullen blijven schrijven. Voorlopig focussen we ons op live spelen en beweging creëren. Maar in de magmakamer borrelen al nieuwe ideeën.
