Auteur: addergebroed

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Enslaved – Utgard

Utgard” is alweer de vijftiende langspeler van het uit het Noorse Bergen afkomstige Enslaved. De band rond stichtende leden Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson houdt er sinds diens oprichting in 1991 een naarstig werktempo op na, zonder daarbij afbreuk te doen aan kwaliteit. Althans als je de meer progressieve richting kunt smaken die de heren sinds “Mardraum” uit 2000 zijn ingeslagen. Doorheen zijn lange carrière is de band onderhevig geweest aan tal van line-up wissels en ook nu valt er op de drumkruk een nieuw gezicht te bespeuren. Iver Sandøy nam de stokken over van Cato Bekkevold, maar is eigenlijk geen échte nieuwkomer, want hij maakt als producer reeds sinds “Axioma ethica odini” (2010) deel uit van het Enslaved universum. En het mag gezegd worden dat hij met zijn gevarieerd drumspel en aanstekelijke heldere zang een absolute meerwaarde vormt voor Enslaved. In de eerste single “Homebound” schittert de man naast zijn andere bandleden. Het is een héél aanstekelijk nummer waarin Enslaved extreme metalelementen afwisselt met progressievere stukken en dat een heerlijk meeslepende leadsolo bevat van Arve Isdal, die ondertussen ook al 18 jaar meedraait, en dan is er natuurlijk nog die kippenvelopwekkende zang van Iver in het refrein. Heldere zang is voor Enslaved anno 2020 misschien nog belangrijker dan vroeger en het feit dat er nu met Iver, Grutle en – de enorm gegroeide – Håkon drie zangers in de band zitten die over een goede zangstem beschikken, draagt toe tot het gevarieerde luisterspel dat natuurlijk ook nog steeds door de raspende strot van Grutle opgeschrikt wordt. Zelfs Ice Dale en Ivar draven als achtergrondzangers op in het met vikingkoren ingeluide “Fires in the dark“, dat voorts geen evident nummer is om een plaat mee te openen, en in het afsluitende meeslepende en progrockerige “Distant seasons” horen we Ivar’s dochters op de achtergrond mee zingen. Maar er zijn ook nog voldoende extreme metalpassages die voor tegengewicht zorgen. Zo is er de dreigende adrenalinestoot “Jettegryta“, maar Enslaved zou natuurlijk Enslaved niet zijn als er ook geen progressievere oorden en afwijkende maatsoorten verkend zouden worden. Ook het mooi opbouwende “Flight of thought and memory” kent heerlijk zwartgeblakerd riffwerk en dito vocalen afgewisseld met zalvende heldere zang en een progressieve gitaarsolo die gelukkig niet in geneuzel vervalt. “Storms of Utgard” ligt wat in het verlengde en Grutle ontketent hier met zijn kenmerkende strot wel degelijk de storm waarover gezongen wordt. De grootste verrassing valt waarschijnlijk te bespeuren in het van post-punk, krautrock en elektronica doordrongen “Urjotun“, een experiment dat ik als uitermate geslaagd bestempel. “Sequence“, waarin een gastbijdrage te horen valt van percussionist/toetsenist Martin Horntveth, is dan weer de meest progressieve compositie die er op “Utgard” prijkt en waar de muzikanten het zich permitteren even te losgehen wat o.a. resulteert in syncopisch toetsenspel. Het Vikingelement vertaalt zich dan weer naar de veelvuldige koortjes die her en der opduiken en ook veelal Noorse teksten brengen. “Utgard” is met net geen 45 minuten speeltijd de kortste plaat sinds “Blodhemn” uit 1998 waarop Enslaved bewijst ook meer compactere songs (binnen de vier tot zes minuten) te kunnen schrijven waarin een veelvoud aan stijlelementen passeert die de eigenzinnige Enslaved-stempel meekrijgen. Deze heren zijn nog lang niet uitgemusiceerd!

JOKKE: 90/100

Enslaved – Utgard (Nuclear Blast 2020)
1. Fires in the dark
2. Jettegryta
3. Sequence
4. Homebound
5. Útgarðr
6. Urjotun
7. Flight of thought and memory
8. Storms of Utgard
9. Distant seasons

Prosternatur – Mortuus et sepultus

Het internationale gezelschap dat onder de noemer Prosternatur al één langspeler en één split lang haar occulte blackmetal over deze aardkloot uitstort, is een graag geziene gast bij Addergebroed. We sprongen dan ook een gat in de lucht bij de aankondiging van de nieuwe full-length “Mortuus et sepultus” (Latijn voor ‘Hij stierf en werd begraven’) waarop vijf nummers prijken waarvan de titels ons naar aloude gewoonte om de oren slagen met occulte grootspraak. Wel ietwat vreemd dat deze plaat via het kleine en relatief onbekende Franse Transcendance label op CD verschijnt. Hopelijk zet er nog iemand zijn of haar schouders onder een vinylrelease, want wat het in een mysterieuze waas gehulde gezelschap ons hier dik veertig minuten lang laat horen, is weer om van te smullen. Althans voor wie houdt van een occulte rituele hoogmis waarbij naast de obligate orgeltoeters en bellen, een breed scala aan heldere koorzang, gefluister, gekrijs en andere vervormde vocalen (we moeten vanaf de eerste noten meteen aan Mayhem’s Attila Csihar denken) de satanische viering opvoert. De zwartmetalen basis bestaat uit dissonante, ondoordringbare en onbehagelijke klanken die één groot hallucinogeen geheel vormen. Vooral het tweede deel van “Salamanu telocahe!” heeft een psychedelisch smoelwerk dat wat luchtiger is qua opzet en voor een harmonieus tegengewicht zorgt vergeleken met het extatische en meer extreme eerste deel. De infernale en sacrale blend aan geluiden van “Descendit ad infernos” klinkt zo vurig dat het priestergewaden in lichterlaaie zet en vormt de perfecte soundtrack voor een one way trip richting het hellevuur. Prosternatur hanteert regelmatig het duivelse kunstje om snelle drums en percussie onder trage, hypnotiserende gitaarriffjes te plaatsen wat een verwrongen spanningsbegrafenisveld creëert. Luister maar eens naar de cathartische apotheose die “Plagued” op die manier vormt. “Mortuus et sepultus” is een intrigerende plaat die heel wat luisterbeurten vraagt alvorens al haar mystieke geheimen prijs te geven, maar niet voor wie ondertussen een degout heeft van occulte rituelen en satanische hoogmissen.

JOKKE: 83/100

Prosternatur – Mortuus et sepultus (Transcendance 2020)
1. E-Kishirgal
2. Salamanu Telocahe!
3. Descendit ad infernos
4. Et incarnátus
5. Mph Arsl Gaiol
6. Plagued

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy

Wat me voornamelijk triggerde om “Diabolical forest alchemy“, de eerste demo van het Amerikaanse Ancient Necromancy uit te checken, was het übervette logo. Maar gelukkig is de muziek van deze one-man band ook meer dan in orde. Ancient Necromancy zou deel uitmaken van de Cultus Caliginous circle, maar vraag me niet wie er verder nog zoal van deel uitmaakt. Openen doet de nog jeugdig uitziende Eldrinacht via het verwrongen en op het randje van vals klinkend toetsenwerk in “Accursed wizardry“. Het is in undergroundkringen weer helemaal in om met een dungeon synth-achtige intro af te trappen en je krijgt als luisteraar zo van meet af aan een gevoel van onbehagen aangemeten. Het echte blackmetalwerk krijgen we daarna drie nummers lang over ons uitgestort. Ik word instant blij van het old school vunzig randje dat Eldrinacht in zijn zwartmetaal pompt, iets wat toch vrij onverwacht is voor zulke jonge kerel. “Sigil of baphomet” bevat ijzig, striemend Noors aanvoelend riffwerk, repetitieve knuppeldrums die me eerder organisch dan synthetisch ingespeeld lijken en heerlijk blaffende ietwat door de mangel gehaalde vocalen. Maar dan valt de razernij plots stil en nemen akoestische gitaren en heldere koorzang het over. Het tovert het duivelse en bezeten karakter van de muziek in een wip en een knip om tot een heidense atmosfeer. Zoals doorgaans het geval is, klinken de heldere vocalen weinig spectaculair maar vals is het ook niet. “Sempiternal agony” kan je eerder als een mid-tempo repetitief hakkend nummer omschrijven, bevat een geile old-school flair en opnieuw zorgen de ranzige raspende vocalen voor vuurwerk. Na de eerste break stuwt Eldrinacht de song richting black ’n roll, vergezeld van toetsen die ook hier net naast de toon lijken te zitten totdat ze een autonoom zelfbestuursrecht opeisen. Heerlijk! Het afsluitende “Unholy specter” wordt met een knal ingeluid en bevat enkele hints richting het geluid van een Perverted Ceremony totdat de versterker volle bak opengedraaid wordt en er opnieuw eerder Noors gitaarwerk op ons afgevuurd wordt. Vlak voor het einde luidt een break een nog meer opzwepende passage in, maar spijtig genoeg stopt die vrij bruusk om in verstikkende duisternis uit te monden. Ancient Necromancy levert met “Diabolical forest alchemy” een erg geslaagde eerst worp af die de atmosferische dagen van weleer naar het huidige tijdperk transponeert. Ik kijk al reikhalzend uit naar het moment waarop de vinylversie op de deurmat zal ploffen.

JOKKE: 85/100

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy (Nithstang Productions/Poisonous Sorcery 2020)
1. Accursed wizardry
2. Sigil of baphomet
3. Sempiternal agony
4. Unholy specter

Undeath – Lesions of a different kind

Komt dat zien, komt dat zien. Undeath is hier met “Lesions of a different kind”. Drie jonge kerels uit Rochester, New York, spelen het op anderhalf jaar klaar om, na amper twee demo’s, een allesverslindende debuutplaat uit te brengen en daarmee een wit voetje te slaan in heel de deathmetalwereld. Dat mag wat ondergetekende betreft ook meteen de kop in de New York Times zijn, want zo goed is wat ze hier presteren. De bandleden zijn geen oude bekenden, dit is hun eerste echt serieuze project (op bassist Tommy Wall na, die eerder al wat fourstringgeweld leverde voor oa. Execution Hour). De heren zijn echter heel erg goed op elkaar ingespeeld, en het doel is onmiskenbaar… Undeath wil de hardste deathmetalgroove in de geschiedenis van de mensheid schrijven. Ze haakten op “Demo 2019” al zwerende riffs in elkaar die zich als de meest koppige oorwormen in je grijze massa nestelen zonder enige ambitie om te vertrekken. Sommige van de breakdowns en temposwitches op de tweede demo “Sentient autolysis” verrassen in die mate dat je je jezelf erop betrapt je ogen nog maar eens over het ontiegelijk vette logo te laten glijden. Undeath, zei je…? Het moet gezegd zijnde, niks had de luisteraar echt kunnen voorbereiden op wat de heren met hun eerste langspeler weten voort te brengen. Het album – dat je op een klein halfuur meedogenloos van je trommelvliezen ontdoet – is zo goed opgebouwd dat je enigszins verward maar hongerig op play gaat drukken voor een tweede luisterbeurt. “Lesions of a different kind” is zowel een van de beste OSDM-worship albums van de afgelopen jaren als een van de meest verfrissende platen die je binnen het bredere spectrum kan vinden, als dat het een toonvoorbeeld is van wat je onbekenden laat luisteren om mee te illustreren wat ‘jouw deal nu juist is’. Kortweg, de LP is ontzettend rauw maar tegelijkertijd toegankelijk, en bovendien toornig goed geschreven. Luister maar eens naar de manier waarop Undeath zijn riffs en tempos gebruikt om schaamteloos hard met je kloten te spelen op “Acidic twilight visions”, of merk op hoe je na enkele luisterbeurten uit volle borst het refrein van de titeltrack mee staat te brullen. Dit is een ongeziene rager van een plaat, met een chronisch tekort aan minpunten en een buitenzinnig mooie worp naar een gunstig toekomstperspectief.

JULES: 95/100

Undeath – Lesions of a different kind (Prosthetic Records 2020)
1. Suitably hacked to gore
2. Shackles of sanity
3. Lesions of a different kind 
4. Entranced by the pendulum
5. Acidic twilight visions
6. Lord of the grave
7. Kicked in the protruding guts
8. Phantasmal festering
9. Chained to a reeking rotted body
10. Archfiend coercion methods

Gjendød – Motstand / Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde

Het uit Trondheim afkomstige Gjendød is sinds 2015 actief en heeft in die tijd al best een aardig palmares bijeen geschreven bestaande uit twee full-lengths een hele resem demo’s en een split met het fantastische Múspellzheimr. Ik had links en rechts wel al eens wat flarden van het Noorse duo zijn muziek gehoord, maar heb me er nooit echt verder in verdiept. De split met het Deense Múspellzheimr schatte ik echter als een need to have in en besloot dan ook maar Gjendød’s recente “Motstand” EP aan te schaffen. Voor de gemakkelijkheid krijg je hier dus twee reviews aangeboden voor de prijs van één. Laten we van start gaan met de witte 7″ EP waarop drie nummers prijken. De heren K (snaarinstrumenten en synths) en KK (zang en drums) kozen ervoor om “Graver meg opp” middels akoestische gitaren in te zetten waarover drumroffels gestaag aanzwellen totdat het nummer uit de startblokken schiet, waarbij meteen opvalt dat er een heuse rol is weggelegd voor de basgitaar. Het duurt even voordat het blackmetalkrijswerk boven gehaald wordt, maar eens dat het geval is, zijn alle ingrediënten voor een lekkere bak meeslepende, heroïsch klinkende Scandinavische black aanwezig. Het titelnummer is mid-tempo qua opzet maar bevat weeral een lekker stuwende en swingende basgitaar die een absolute meerwaarde is en haar melodielijnen vrolijk doorheen de gure gitaaronderlaag laat dartelen. Subtiele toetsen kleuren dit aanstekelijke nummer verder in alvorens het tempo nog verder de dieperik instuikt en er haast een doomy grafstemming wordt bereikt, om uiteindelijk terug te keren naar het muzikale patroon waarmee “Motstand” ingezet werd. “Frosne fangehull” is een uit duistere ambient, noise en spookachtige synths opgetrokken nummer dat een compleet andere gemoedsinstelling laat horen, want dit is echt wel een deprimerende uitsmijter. “Ferkse lik” wat zoveel betekent als ‘vers lijk’ is het nummer dat het duo aanleverde voor de split. Het komt vanuit de verte langzaam aangewaaid en ontpopt zich tot een mid-tempo song waar de neerslachtigheid en gevoelens in mineur van afspatten. Ook Múspellzheimr start aanvankelijk traag maar gestaag maar zet even later de voet op het gaspedaal. De verstikkende atmosfeer die we van deze Denen gewend zijn is weer volop aanwezig maar de razernij durft ook plaats te maken voor bevreemdende intermezzi vol disonnante gitaren. Het feit dat niet alle instrumenten tegelijkertijd volle gas vooruit gaan, creëert een onbehagelijk spanningsveld en de getergde krijsstem gaat door merg en been. Doorheen het chaotische klankenspectrum weten zich gek genoeg ook nog enkele akoestische gitaarklanken en heldere zangkoren te priemen. Op basis van deze twee releases heeft het Noorse Gjendød me weten prikkelen om ook het ouder materiaal op te snorren. Múspellzheimr bevestigt nogmaals mijn voorliefde voor hun auditieve geweld.

JOKKE: 81/100

Gjendød – Motstand (Darker Than Black Records 2020)
1. Graver meg opp
2. Motstand
3. Frosne fangehull

JOKKE: 82/100

Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde (Darker Than Black Records 2020)
1. Gjendød – Ferske lik
2. Múspellzheimr – Elde

Void Prayer – The grandiose return to the void

U denkt misschien dat we bij Addergebroed aandelen hebben in de toeristische dienst van Bosnië-Herzegovina, maar feit is gewoon dat het daar momenteel een broeihaard voor rauwe undergroundblack is. Niteris, Obskuritatem, Sulphuric Night en ook dit Void Prayer zijn namen die hier al passeerden, die laatste toen we hun split met Nefarious Spirit onder de loep namen. Void Prayer (dat startte als Cave Ritual) is een kwartet waarvan de leden bij zowat elke band van de Black Plague Circle bijklussen en met “The grandiose return to the void” zijn we bij hun tweede langspeler aanbeland, de eerste sinds het vertrek van zanger K. De vocale honneurs worden nu waargenomen door O., de drummer van Void Prayer en het mastermind achter Sulphuric Night. Van de vijf nummers die we op deze plaat aantreffen, stammen de eerste drie van de “L’Appel du vide” demo uit 2019 die opniew opgenomen werden. Het met piano en spookachtige synths ingezette “The poetics of absence” en het meer dan tien minuten durende titelnummer zijn gloednieuwe composities. Wie debuut “Stillbirth from the psychotic void” kent, zal misschien verbaasd zijn over het geluid dat de Bosniërs nu brengen, want de lo-fi, pure, repetitieve en eerder eenvoudige black die we toen te horen kregen heeft plaats geruimd voor een heel ander geluid dat wat technischer en gecompliceerder klinkt, en ook productioneel gezien wordt serieuze vooruitgang geboekt. Er wordt tevens middels beklijvende en meeslepende gitaarleads een heuse portie melodie in de nummers geïnjecteerd, maar een zekere triomfantelijkheid is nog steeds aanwezig, net zoals onze aanbidders van de grote leegte ook niet verleerd zijn een somber gevoel in hun muziek te leggen. Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt! Dynamischer drumwerk, bedwelmende baslijnen en een veelzijdige, rituele vocale aanpak noteren we ook. De band schuift wat meer op richting een occulte/orthodoxe aanpak, maar weet wel sterke en overtuigende songs te brengen. Void Prayer lijkt op papier dus voor een toegankelijker geluid gekozen te hebben, wat deels ook zo is, maar van uitverkoop is hier hoegenaamd geen sprake. Sterke release!

JOKKE: 85/100

Void Prayer – The grandiose return to the void (Black Gangrene Productions/Altare Productions 2020)
1. Being-Towards-End
2. L’Appel du vide
3. N N N
4. The poetics of absence
5. The grandiose return to the void