Auteur: addergebroed

Esben And The Witch – Nowhere

Older terrors“, de vorige plaat van het naar een Deens sprookje vernoemde Esben And The Witch was een magistraal pareltje. Ook live wist het trio me omver te blazen met haar pure en ingetogen maar duisternisomarmende performance. Met het nagelnieuwe “Nowhere” breekt een nieuw hoofdstuk aan in de carrière van de Britse, maar vanuit Duitsland opererende band. “The unspoiled” werd als eerste single vrijgegeven en liet een sound horen die verder borduurde op de twee voorgaande platen. De band gaat bij momenten serieus dreunend te werk waarbij de crashende cymbalen en repetitieve drumritmes een storm lijken aan te kondigen, maar verzeilt regelmatig ook in rustigere wateren waarin keyboards subtiel bijdragen aan het mysterieuze gevoel dat de song opwekt. Ook in de bezwerende opener “A desire for light” speelt Esben And The Witch met de tegenstrijdige elementen ‘licht’ en ‘donker’ zoals we dat ondertussen van hen gewend zijn. Het trio gaat op zoek naar een lichtpuntje in de duisternis middels de dronende gitaren van Thomas Fisher, tribalachtige drums van Daniel Copeman en de betoverende zang van Rachel. De electro- en gothicelementen uit het vroeger werk lijken nu wel volledig tot het verleden te behoren. Tweede single “Dull gret” – vernoemd naar het bekende Breughel schilderij – wordt door de bastonen van Rachel in gang gezet waarna haar zang al snel de instrumenten vervoegt en de band middels hoogtes en laagtes in riffs en texturen een post-rock-aanpak in heuse doomstijl aan het nummer geeft. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de hoge uithalen van Rachel me hier lichtjes irriteren. Godslastering, ik weet het. “Golden purifier” is de kortste en meest mellow-track van “Nowhere” waar de drums – op enkele cymbaalklanken op de achtergrond na – achterwege blijven. Een mooie, beklijvende en breekbare song die als een donkere versie van The xx klinkt. In het dromerige en weemoedige “Seclusion” horen we net als in “Golden purifier” subtiele mannenzang die een extra timbre aan de vocale invulling van de nummers geeft. Na deze twee rustigere songs laat het trio in “Darkness (I too am here)” een laatste keer haar unieke mix van pop psychedelia, post-rock, melancholie, doom en post-punk op de luisteraar los. Ten opzichte van de twee voorgaande albums werd subtiel aan die formule gesleuteld. “Nowhere” klinkt immers nóg somberder en donkerder, hoewel “light” het eerste woord is dat in de albumopener gezongen wordt. Met haar rauwe puurheid is “Nowhere” ook directer. De zes songs zijn vrij compact naar Esben And The Witch-normen waarbij er met een speeltijd van minder dan veertig minuten ook minder lange dromerige psyche-pop te bespeuren vallen. “Nowhere” vereiste – zoals elke Esben And The Witch-plaat – de nodige luisterbeurten alvorens haar geheimen volledige prijs te geven. Extra punten tenslotte nog voor de knappe hoesfoto die de muzikale emoties die we op “Nowhere” te horen krijgen perfect capteert.

JOKKE: 85/100

Esben And The Witch – Nowhere (Season Of Mist 2018)
1. A desire for light
2. Dull gret
3. Golden purifier
4. The unspoiled
5. Seclusion
6. Darkness (I too am here)

Nefastu – Obscura transcendência

Het uit Oporto, Portugal afkomstige Nefastu heeft na haar tweede demo “Versículo II – As profecias do caos” uit 2012 een hele tijd stil gelegen, maar probeert nu waarschijnlijk een graantje mee te pikken van de grote interesse in de scene van haar thuisland. Portugese black is immers – net zoals de zomers daar – extreem hot. De oogst is echter karig want in de vorm van “Obscura transcendência” krijgen we via Purodium slechts een 7 inch EP op ons bord geschoteld. De drie nummers klinken echter overtuigend en laten een old school geluid horen dat teruggrijpt naar de eerste Gorgoroth platen – vooral ook door Hermes’ sappige scream – gemixt met een dosis Finse melodie. Geen complexe toestanden, occulte grootspraak of dissonante wervelwinden maar recht voor de raap black ontdaan van alle franjes zonder als knullig bedroom bandje te klinken.

JOKKE: 75/100

Nefastu – Obscura transcendência (Purodium 2018)
1. Bélica neblina
2. Supremo trono da noite
3. Na imensidão do vazio

378034

Kalmen – Funeral seas

Vanaf de eerste tonen van “Spectral” wordt middels het kraken van hout en het geluid van woeste golven een link gelegd met de albumtitel “Funeral seas“, het tweede album van de Duitse psychedelische doom/black metal-band Kalmen. Op papier leest dit als een interessante kruisbestuiving en ook in realiteit beleefden we al veel luisterplezier aan deze band. “Course hex” uit 2015 was reeds een aardig debuut maar op “Funeral seas” hebben alle bandleden nog een tandje bijgestoken. Met opener “Spectral” krijgen we meteen de langste song van de plaat voorgeschoteld waarbij zware doomriffs en black metal-uithalen een donkere trip in hypnotiserende soundscapes creëren hoewel het er niet zo psychedelisch aan toe gaat als bij een Oranssi Pazuzu. “Thieving sky” blinkt uit in bleekheid en koude steriliteit en is één van de venijnigste songs op de plaat waar de black metal-invloeden ook het meest aan bod komen. Het tempo ligt hier ook hoger dan elders. In “Portal” kiest het kwartet voor een meer lineaire aanpak en druipt de miserie en zwartgalligheid van de riffs en de doorleefde vocalen af. Doordat de band met twee zangers werkt, krijgen we afwisselend diepe growls en hoge screams te horen met af en toe semi-cleane uithalen. “Uninfinite black” klokt op minder dan vier minuten af en moet het hebben van haar mid-tempo repetitieve riff en gekwelde screams. Het zware karakter van de song creëert bovendien een doodsmetalen randje. In het instrumentale “Swansong” zetten trage semi-distorted gitaren minutenlang de toon en is het wachten op een golfstroom die zich rond de drieminutengrens uiteindelijk inzet en langzaamaan aanzwelt tot grotere proporties terwijl een repetitieve onderstroom je meesleurt. Een tsunami blijft echter uit. “Arcane heresies” start met haar jaren ’80 gothic-intro aanvankelijk lichtvoetiger dan de rest van het materiaal maar mondt uiteindelijk uit in een diepe oceaan aan spirituele en psychedelische zwartgalligheid inclusief allerhande vreemde geluidseffecten. Met het via een bezwerende puls naar een climax opbouwende “Searanade” en de uitdijende tonen van wind en een houten schip dat over de golven ploetert, komt er een einde aan deze gekwelde, sombere en apocalyptische plaat. Well done heren en dame!

JOKKE: 82/100

Kalmen – Funeral seas (Ván Records 2018)
1. Spectral
2. Thieving sky
3. Portal
4. Uninfinite black
5. Swansong
6. Arcane heresies
7. Searanade

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Nachtmystium – Resilient

Nachtmystium is terug na een afwezigheid van vier jaar. Niet iedereen zal hiermee opgezet zijn aangezien bandleider/enfant terrible Blake Judd de afgelopen jaren op de tenen van heel wat fans en mensen uit de platenbusiness heeft getrapt. Het wangedrag van meneer Judd was toe te schrijven aan zijn drugsverslaving, maar hij zou nu al meer dan twee jaar clean moeten zijn. Het blijkt echter moeilijk om het verleden achter te laten, want recent stond Blake weer in het middelpunt van de belangstelling naar aanleiding van oplichting via heruitgaves van de back catalogue van Judas Iscariot door het Ascension Monuments Media-label waaraan hij verbonden is. Soit, de details laten we over aan de metalen roddelpers-sites. Lupus Lounge was bereid Blake een tweede kans te geven en tekende Nachtmystium. Hopelijk fuckt hij ze niet op. De Amerikaan hervormde zijn band met muzikanten uit twee werelddelen. De Nederlandse maar in het Noorse Bergen wonende keyboardspeler Job ‘Phenex” Bos werkte reeds in het verleden samen met Blake voor het fijne Hate Meditation en kennen we verder van Dark Fortress en als live-muzikant voor o.a. Satyricon, The Ruins Of Beverast, Dordeduh en In The Woods. De ritmesectie bestaat uit de Duitse bassist Martin van Valkenstijn (Mosaic, Ysengrin en live-lid van o.a. Sun Of The Sleepless, The Vision Bleak en Empyrium) en de Amerikaanse drummer Jean Graffio van Sumeria. Met de nagelnieuwe “Resilient” EP breekt een nieuw hoofdstuk aan voor Judd en Nachtmystium. Na de inleidende klanken van “Conversion” valt het titelnummer in waarbij meteen de grote rol van Job Bos opvalt. De mid-tempo riffs worden immers begeleid door dromerige keyboards. Blake heeft altijd al een goed oor gehad voor melodie, hooks en catchy refreinen, en dat is ook in dit nummer weer het geval zonder te verzanden in een platvloerse meezinger. Verderop in het nummer krijgen we nog een eighties gothrock-achtige solo en cleane koorzang te horen wanneer het nummer met een groots klinkende atmosfeer open barst. De psychedelische landscapes  uit het verleden blijven grotendeels achterwege ten voordele van bakken extra donkere atmosfeer. “Silver lanterns” ligt in de lijn van de fantastische voorganger “The world we left behind“. Het nummer kent een simpele maar effectieve hoofdriff waarover een pakkende melodieuze single note tremololijn gespeeld wordt en subtiele keyboards vormen de lijm tussen de kippenvel opwekkende riffs en half-blastende drums. Er duikt ook een spoken word sample op en de song blijft voortdurend van gedaante veranderen door met verschillende tempo’s en snelheden te spelen. Met het bijna tien minuten durende “Desert illumination” zijn we spijtig genoeg al aan het laatste nummer gekomen. Het is echter een epische song waarin heel wat gebeurt. Er wordt aan een doomtempo gestart waarbij gesproken vocalen, grootse keyboards, akoestische gitaren en bongo’s een gezapige dromerige toon zetten. Gewaagd en iets wat we niet onmiddellijk van de band verwacht hadden, maar eerder aan een moderne Katatonia zouden toeschrijven. Black metal lijkt hier ver zoek…alhoewel. Halfweg perst Jake een schitterende black metal-riff uit zijn gitaar, versnellen de drums en maakt de band zich op voor een zinderende repetitieve finale waarin de instrumenten het voor het zeggen hebben. Nachtmystium levert met “Resilient” een pracht comeback. Hopelijk blijft Blake nu op het rechte pad zodat we nog meer moois van zijn band te horen krijgen.

JOKKE: 86/100

Nachtmystium – Resilient (Lupus Lounge 2018)
1. Conversion
2. Resilient
3. Silver lanterns
4. Desert illumination

Ayyur – The lunatic creature

De heimat van Ayyur ligt in Tunesië, aan de grens van de Middellandse Zee waar de Westerse wereld plaats maakt voor een land van verloren geschiedenis en geheime mysteriën. Tunesische black metal klinkt eerder als uitzondering dan als regel. Ik ken dan ook geen enkele andere metal-band uit het land, laat staan eentje die duivelsmuziek speelt. Ayyur werd in 2007 opgericht en heeft reeds een EP, twee splits en een demo op haar palmares staan. In de vorm van “The lunatic creature” wordt na een afwezigheid van negen jaar een nieuwe EP uitgebracht waarvoor Sentient Ruin en Vendetta Records de handen in mekaar hebben geslagen zodat ie in alle mogelijke digitale en fysieke formaten te verkrijgen zal zijn. De band is er even tussenuit geweest en dat heeft geloond. Zanger/basgitarist Angra Mainyu heeft in Dagon een nieuwe gitarist gevonden en heeft zich voor deze release op drums laten bijstaan door Shaxul, zanger van Annthennath en ex-Deathspell Omega. Qua uitvoering werden dan ook grote stappen voorwaarts gezet maar ook op gebied van sound laat de band haar demoperiode nu ver achter zich. Ayyur laat twintig minuten lang melodieuze mid-tempo black horen waarbij de desolate sfeer ontleend lijkt aan die van atmosferische USBM. “Lugubrious fields” bevat slepende, melancholische klanken, grootse post-achtige melodieën, maar draagt ook een gevoel van isolationisme uit. De bandleden voelen zich immers totaal niet verbonden met de familiariteit van de Westerse wereld – de titel “The outcast” windt er dan ook geen doekjes om – en verdiepen zich middels Ayyur in hermetisme en mysticisme. In de gedistilleerde black van “The outcast” gaan grimmigheid en melodie hand in hand. Geen franjes, geen opsmuk…enkel riffs en kwaadheid. Het titelnummer is een pakkende mid-tempo melodieuze song die een mysterieus gevoel uitademt en naar het einde toe feller uit de kast komt. Ook hekkensluiter “He who dwells in the trenches” weet absoluut de juiste snaar te raken met haar kwaadaardig sluimerende enigszins ondoordringbare sound waar toch subtiele melodieën doorheen sijpelen. Hoewel Ayyur absoluut geen technische band is, is haar muziek wel dodelijk effectief door de gevoelsmatige aanpak en de overtuigende vocalen van Angra Mainyu. Met “The lunatic creature” bewijst Ayyur dat Tunesische black bestaansreden heeft en voor Vendetta Records is het één van de beste releases sinds lange tijd.

JOKKE: 81/100

Ayyur – The lunatic creature (Vendetta Records/Sentient Ruin 2018)
1. Lugubrious fields
2. The outcast
3. The lunatic creature
4. He who dwells in the trenches

 

Janvier – Janvier

Van begin tot eind raast een gure en ijskoude wind doorheen de zwartmetalen klanken die we horen op Janvier’s self-titled debuut. Oorspronkelijk kwam het ding via Wolfspell Records uit in de winter van 2017, maar Vendetta Records verspreidt hem nu ook op vinyl. De bandnaam verraadt natuurlijk meteen het hokje waarin de black van multi-instrumentalist Taciturne en zanger Kannibaal kan geplaatst worden. Deze vier songs klinken als een frosty wind die ontsnapt bij het openen van een diepvriezer die dringend van ijsvorming ontdaan dient te worden. De black van het duo uit Québec beweegt zich grotendeels op slow motion tempo voort. Het is pas aan het einde van “A travers la tourmente II” dat de atmosferische, monotone en repetitieve tremolo riffs, simplistische mineurakkoorden en downbeat percussie overgaan naar iets sneller riffwerk en dubbele basspartijen, maar verwacht nog steeds geen blasts of schedelverbrijzelende preciesieriffs. In het begin van “A travers la tourmente III” kiest Taciturne voor hakkend drumwerk en krijgen we old school Noorse invloeden te horen. Na een klein half uurtje gaat de winterse wind liggen, maar we zijn er niet door omvergeblazen, daarvoor zijn de riffs en de uitvoering te middelmatig. De getergde vocalen van Kannibaal krikken de doomy riffs wel naar een hoger niveau, maar de middelmaat ontstijgen gebeurt nog niet op dit debuut. Misschien op de opvolger?

JOKKE: 69/100

Janvier – Janvier (Vendetta Records 2018)
1. Des pas dans la neige
2. A travers la tourmente I
3. A travers la tourmente II
4. A travers la tourmente III

janvier