Auteur: addergebroed

Faidra – Six voices inside

In het black metal-wereldje lopen heel wat muzikanten rond die zo vol van zichzelf zijn dat ze haast een hele H&M aan merchandising met hun geschilderde tronie op verkopen. Er zijn echter ook muzikanten die de anonimiteit verkiezen en de muziek voor zichzelf willen laten spreken. Het Zweedse Faidra is zo’n band, want de identiteit van de bezieler achter dit project blijft in een dichte mist gehuld, al zou de man al sinds de jaren ’90 in het wereldje meedraaien, zij het in death en folk metal. In februari verscheen het debuut “Six voices inside” via Northern Silence Productions met op de hoes een afbeelding van Bartolomeus, één van de 12 apostelen van Jezus, geschilderd door de Spaanse kunstenaar José de Ribera. Op de langspeler prijken zes nummers die elk op meer dan zes minute afklokken. Toeval? Faidra speelt atmosferische orthodoxe black metal die grotendeels mid-tempo van aard is. Blastbeats komen er enkel in het in mineur opgetrokken “The Judas cradle” kortstondig aan te pas en de kracht ligt ‘em in het hypnotiserende karakter van de repetitieve, soms ietwat monotone ritmes. Tristesse, somberheid en desolate gevoelens druipen van de akkoorden af en doen me hierdoor soms wat aan Katatonia denken toen er nog een pentagram in diens logo stond. In “The depths” is een overduidelijke Noorse inslag hoorbaar in de melodieën. Burzumesque keyboardnoten vallen druppelsgewijs op de rauwe ondergrond en zorgen – samen met de basgitaar – voor de nodige diepte. “Obsequies” gaat op hetzelfde elan verder en maakt halfweg plaats voor toetsen alleenheerserij en een spoken word passage over de komst van de Antichrist. Het slome “Tombs of giants” start met melancholisch klinkend clean gitaargetokkel en sleept zich nadien traag verder. De raspende screams klinken overtuigend en worden bij momenten vergezeld van heldere zang die weliswaar soms net wat naast de toon zit. “Six voices inside” is een knap debuut waarbij ik weinig kanttekeningen kan maken. OK, de muziek is misschien soms wat eentonig, maar daarin ligt volgens mij net de kracht van deze plaat.

JOKKE: 80/100

Faidra – Six voices inside (Northern Silence Productions 2020)
1. A pact amongst wolves
2. The depths
3. Obsequies
4. Tomb of giants
5. The Judas cradle
6. Six voices inside

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

YounA – Zornvlouch

Een groot deel van het karakter van de black metal die het uit Leipzig afkomstige YounA in opener “Knochen zu Asche, Kronen zu Rost” over ons uitstort, wordt bepaald door de veelvuldige spoken word samples die doorheen de woeste zwartmetalen klanken verweven zijn. Het zorgt voor een cinematografisch, apokalyptisch gevoel. Alastor, de man achter dit éénmansproject die ook actief is bij o.a. I I en Evil Warriors, weet op zijn eerste volwaardige langspeler “Zornvlouch” echter ook meerdere venijnige riffs uit zijn gitaar te persen. In “Tievelswizzan” voelen de aanslagen op het chinacymbaal als een gesel op je naakte rug aan en de helse riffs van het titelnummer laten bloedrode striemen na terwijl Alastor in zijn blaffende moedertaal de ene na de andere vloek over je uitstort. Fijngevoeligheden zijn niet aan deze man besteed, dat moge duidelijk wezen! In “Vreveler” lijkt het alsof we getuige zijn van een satanische hoogmis. De sacrale rituele zangen, vergezeld van percussie en gaandeweg ook van een ronkende basgitaar en uiteindelijk een pakkende en meeslepende gitaarmelodie, sporen ons aan onze ziel aan de duivel te verkopen…voor zo ver dat al niet gebeurd is. Met “Tievelsühtic” en diens helse aanvangslead is het opnieuw menens en krijgen we een aframmeling van jewelste die onze botten doet kraken. Opzwepende heldere gezangen voeden het strijdvaardig karakter van dit nummer en zuigen ons mee het strijdgewoel in om – desnoods met blote hand – de schedel van onze vijand in te kloppen. “Verdrieß und Verderben” is van hetzelfde laken een broek maar bevat aan het einde bevreemdende diepe keelklanken die een mysterieuze toets toevoegen en een naadloze overgang vormen naar “Urgewalt“, een bijna acht minuten durende compositie die Alastor geschikt achtte om “Zornvlouch” mee af te sluiten. We troffen het nummer ook al op de gelijknamige EP uit 2019 aan, maar kunnen de man geen ongelijk geven dat hij dit beest van een nummer hier een tweede leven geeft, want er zijn nog steeds veel mensen die niet meteen tot de aanschaf van EP’s overgaan. Genadeloos, maar met een epische toets, melodieuze grandeur en spetterende gitaarsolo wordt “Zornvlouch” uitgeleid. YounA zal liefhebbers van woeste, maar dynamisch gearrangeerde black ontegensprekelijk kunnen bekoren.

JOKKE: 82/100

YounA – Zornvlouch (Into Endless Chaos 2020)
1. Knochen zu Asche, Kronen zu Rost
2. Tievelswizzan
3. Zornvlouch
4. Vreveler
5. Tievelsühtic
6. Verdrieß und Verderben
7. Urgewalt

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Nox Formulae – Drakon darshan Satan

Hoewel de oude Griekse black metal scene niet altijd mijn kopje thee is geweest, staat de bakermat van de westerse beschaving de dag van vandaag vooral bekend om de export van de orthodoxe variant van het genre. Naast olijfbomen is Griekenland ook de vruchtbare bodem voor een kern aan die hard esoterisch geïnspireerde artiesten waarvan de bekendste ongetwijfeld Acherontas, Serpent Noir en Thy Darkened Shade zijn. Aan dit rijtje occult gestemde zielen kan Nox Formulae toegevoegd worden die voor de tweede keer hun Luciferiaanse incantaties op de wereld loslaten. Gek genoeg doen ze dat niet naar goede gewoonte via World Terror Committee maar werd gekozen om met het Amerikaanse Dark Descent Records in zee te gaan. Opmerkelijk, gezien het label zich voornamelijk met rottende death metal bezighoudt. Een titel als “Drakon darshan Satan” laat geen twijfel bestaan over waar de heren hun inspiratie hebben gehaald, maar in tegenstelling tot de meeste van hun landgenoten worden de ambient intermezzo’s en ritualistische hocus-pocus geschrapt. Onversneden black metal die in uw bakkes geramd wordt dus. Hoewel minder progressief en technisch subtiel dan pakweg Thy Darkened Shade weet Nox Formulae ingenieus gitaarspel in hun relatief snelle black metal te krijgen, zoals de passende solo in “Eclipse of Gharrasielh”. Ondanks het gebrek aan traditionele intermezzo’s weten de Grieken op deze manier hun album toch bezwerend te doen klinken. De hese en vrij verstaanbare zang van de drie (3!) vocalisten lijkt bovenop de krachtige mix te zweven, maar het is toch de continue stroom aan intrigerende riffs die het album naar een hoger niveau tilt. Drummer Mezkal kan een aardig potje meppen en houdt het tempo consistent hoog maar mist variatie in zijn spel. Na twintig minuten rammen duikt het tempo met “The blood oath of Thagirion” initieel wat naar beneden (hoewel dit bijzonder relatief is) waardoor je even naar adem kunt happen. Een zeer welkom rustpunt, en door de relatief andere aanpak van dit nummer is het meteen één van de interessantste tracks die het album rijk is, niet in het minst door de langgerekte solo op het eind. Aan dissonantie geen gebrek ook op “Drakon darshan Satan”, maar het zijn toch vooral de harmonieuze melodieën die de aandacht opeisen. “The arrival of Noctifer” bouwt dan weer opzwepend en onheilspellend op middels elektronische beats en hierop wordt de Gehoornde dan toch opgeroepen met clean gezongen incantaties (met zodanig veel delay en reverb op dat ze even goed new wave zouden kunnen maken). Op deze manier omzeilen ze het herhalen van ritualistische ambient en steken ze dit concept in een nieuw jasje dat niet voor iedereen zal passen, maar mij wel bevalt. Eens Noctifer is gearriveerd wordt beslist er terug volop voor te gaan en met “Berzeks of OD” krijgen we terug een heel dynamisch Nox Formulae te horen, dat gezapig rollende riffs ten berde brengt en opnieuw een solo tentoonspreidt waar de Noren van Tortorum trots op zouden zijn. Ook vocaal wordt hier alles uit de kast getrokken, getuigen de overslaande, pijnlijke screams die doorheen het nummer te horen zijn. Ondanks het feit dat ik pas bij deze tweede langspeler lucht kreeg van het kwintet weet Nox Formulae me aardig te verrassen met een aanpak die zeer dynamisch, gevarieerd en bijwijlen inventief is maar toch trouw blijft aan de fundamenten van het orthodoxe genre.

CAS: 85/100

Nox Formulae – Drakon darshan Satan (Dark Descent Records 2020)
1. Psychopath of NOX
2. Ravens of terror
3. Eclipse of Gharrasielh
4. The black stone of Satan
5. The blood oath of Thagirion
6. The arrival of Noctifer
7. Berzeks of OD
8. Eve of annihilation

Kryptamok – Verisaarna

Het lijkt wel alsof er uit elke waterplas die kriskras in het landschap van het land van de duizend meren verspreid ligt een nieuwe black metal band komt opborrelen. Deze keer is het de beurt aan Kryptamok; met enkel de uit 2018 afstammende “Profaani” demo in de back catalogue, nog een vrij nieuwe speler dus. Maar achter Kryptamok schuilt een smoelwerk die het slagen van de zweep kent. Mika Packalen aka Hex Inferi geselde immers jarenlag de bassnaren bij Horna en was als zanger/gitarist actief bij Vordven. Of de Fin al dan niet door een sessiedrummer werd bijgestaan voor de opnames van zijn debuut, moet ik in het midden laten. Het artwork van “Verisaarna” (‘bloedpreek’) belooft in elk geval een gitzwarte, apocalyptische brok zwartmetaal over ons uit te storten. Maar doet het dat ook? “Apokalypsin epilooki” maakt diens titel waar en bevestigt volmondig, maar ook de met onheilspellende blazers opgesmukte opener weet een omineuze sfeer neer te zetten. Het slepende, van toetsen en heldere zang voorziene “Saastan rekviemi” en het doomy symfonische “Tämä on enne ja kuolema sen lupau” verkennen epische paden terwijl Mika in “Susien äitee“, de afsluitende titeltrack en “Pimeyden tyranni“, na een eerder mid-tempo start, zijn zwaard slijpt om er genadeloos in te hakken, hoewel die typisch Finse melodieusheid nooit onontgonnen terrein blijft. Zo lenen meerdere nummers zich perfect tot meebrultoestanden, moest het Fins natuurlijk niet zo’n tongbreker zijn. In “Rottien reformaatio” vullen donkere wolken de hemel terwijl akoestische gitaren en engelenzang een voorbode vormen voor de black metal orkaan die nadien ontketend wordt en waarbij sinistere orgelklanken en heldere koorzang een teneergeslagen karaktertrek toevoegen. Kryptamok laat op diens debuut “Verisaarna” 100% Finse black horen, niets meer, maar zeker ook niets minder.

JOKKE: 81/100

Kryptamok – Verisaarna (Purity Through Fire 2020)
1. Loputon, totaalinen sota
2. Apokalypsin epilooki
3. Saastan rekviemi
4. Susien äitee
5. Pimeyden tyranni
6. Rottien reformaatio
7. Tämä on enne ja kuolema sen lupau
8. Verisaarna