Auteur: addergebroed

Death Scepter – Spiritual metamorphosis

We kijken nog even over onze schouder terug naar 2020 want “Spiritual metamorphosis“, de tweede langspeler van het Amerikaanse Death Scepter, is simpelweg veel te goed om onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan. Dank trouwens aan Jo van Babylon Doom Cult Records, want het was door zijn veelvuldig loftrompetgeschal dat ik deze release de nodige aandacht gaf. Slechts twee nummers prijken er op “Spiritual metamorphosis“, maar dat zijn dan wel twee kolossale brokken die mooi boven de twintig minuten afklokken. Wie er achter de band schuil gaat moet ik schuldig blijven, maar de scepter des doods zou door twee man duchtig in het rond geslingerd worden. De zwartmetalen klanken van dit duo kan je het best omschrijven met de titel van het debuut, want de twee langgerekte, repetitieve en atmosferische composities wekken een gelukzalige zwarte trance op. De volcontinu doorratelende computergestuurde drums missen hun doel niet en alleen al het proberen tellen van de snaredrumaanslagen werkt hallucinogeen bevorderend. Ze stuwen de grimmige gitaarriffs en subtiel ondersteunende toetsen stug en zonder subtiliteiten voort en de verdorven screams krijsen hun getergde zwartgalligheid over het universum uit. Ik hoor hier Burzumesque repetitiviteit, Ash Boriaanse oerschreeuwen en een wat meer gitzwarte Empyrean Grace-achtige trance in. “The dark night of the soul” kent een iets langere aanloop met macabere ambient, maar eens de drummer op enter duwt, volgt opnieuw een onophoudelijk staccato drumsalvo dat de ruggengraat vormt voor riffs, toetsen en krijsen die qua thema slechts miniem van “Abyssic self hypnosis” lijken af te wijken. Maakt geen ruk uit want wij blijven op deze manier lekker lang in onze benevelde spirituele trance hangen. Na veertien minuten lijkt het echter plots welletjes te zijn geweest en valt de drumcomputer abrupt stil om ons in de nasleep van deze apocalyptische roetsjbaan nog enkele minuten in desolate ambient onder te dompelen. Wie denkt op deze rustgevende klanken rustig te kunnen uitbollen is eraan voor de moeite, want Death Scepter geraakt toch al snel weer terug op kruissnelheid om onze tere ziel volledig murw te beuken. Opnieuw nemen duistere ambientklanken het van de tranceopwekkende black metal over wanneer die volledig uitgeraasd is en deze keer luiden ze wel een berustend en zingevend einde in. Sinds onze eerste date van een tweetal weken geleden, heb ik al veelvuldig opnieuw met “Spiritual metamorphosis” en diens wat rauwere tweelingzus “Black trance” afgesproken. Met verliefde ogen staar ik telkens weer in hun afgrond en deze staart onophoudelijk met een hypnotiserende blik terug.

JOKKE: 85/100

Death Scepter – Spiritual metamorphosis (Altare Productions 2020)
1. Abyssic self hypnosis
2. The dark night of the soul

Iskandr – Gelderse Poort

Iskandr is het geesteskind van O. die ook betrokken is bij Turia, Lubbert Das (tenminste, de laatste keer dat ik keek in ieder geval), Galg en Nusquama onder andere. Opgericht in 2016 is Iskandr zijn atmosferische blackmetal soloproject. Ik moet bekennen dat Iskandr eigenlijk sinds die tijd onder mijn radar gebleven is, terwijl ik wel groot fan ben van Turia en Lubbert Das. “Gelderse Poort” is de eerste EP die ik luister van dit project. Het eerste nummer van de EP verhaalt over het natuurgebied Gelderse Poort, nabij Nijmegen tot aan Pannerden, aan weerszijden van de Waal en het Pannerdensch Kanaal. Toen ik nog in Arnhem woonde, fietste ik daar regelmatig. Het is een aardig stuk om doorheen te fietsen, maar ik ben er niet bijzonder van onder de indruk, vergeleken met mijn andere routes. Kasteel Doornenburg is voor mij de eyecatcher in het gebied.  Hetzelfde gevoel als bij het gebied bekruipt mij ook bij het nummer. Het is heel aardig: slepende atmosferische black metal, die meandert zoals de Waal ook doet in dat gebied. De opbouw is prima, maar ik voel er geen connectie mee. Hetzelfde gebrek aan verbinding bekruipt me bij het tweede nummer. Het is een, door de vader van O., gedeclameerde (gedeeltelijke) versie van de eerste zang van “Het graf“, een leerdicht van Rhijnvis Feith uit 1791. Ik bewonder hoe O. het metrum in zijn cleane gitaarspel heeft verwerkt. Voor de verandering stoor ik me eens niet aan de dictie bij een recitatie van een gedicht in het Nederlands. Zijn vader heeft een prettige stem. De break op tweederde met wat meer up tempo black metal lijkt toegevoegd te zijn om het toch wat meer variatie te geven. Het lijkt allemaal te kloppen, maar ik voel er gewoon niets bij. Deze EP zit erg goed in elkaar. De productie, de kwaliteit van het spel, het gevoel; het klopt allemaal. Ik zou dit goed moeten vinden; ik hou van tragere atmosferische black metal. Toch raakt het mij niet en dat vind ik best wel jammer.  Maar ach, het is niet zo dat O. het afgelopen jaar niets heeft uitgebracht waar ik wel iets mee kan. Ik zet zo nog even “Degen van licht” op.

MISCHA : 72/100

Iskandr – Gelderse Poort (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2020)
1. Gelderse Poort
2. Het graf

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Aethyrick – Apotheosis

Eén van de laatste coverontwerpen van de onlangs overleden grafische kunstenaar Timo Ketola vinden we terug op “Apotheosis“, de nieuwe derde langspeler van het Finse Aethyrick en tevens sluitstuk van een trilogie voorafgegaan door de prima platen “Praxis” en “Gnosis“, waarbij die laatste bijna dag op dag een jaar geleden verscheen. Muzikaal gezien laten Gall en Exile geen grote verrassingen horen. De fel gesmaakte formule van vrij toegankelijke, melodieuze black met kippenvelopwekkende gitaarleads is nog steeds alomtegenwoordig en bereikt een erg aanstekelijk hoogtepunt in o.a. “Rosary of midnights” en “In blood wisdom“. Nummers die misschien nog net dat beetje grootser, majestueuzer of zelfs bevrijdend klinken dan de composities uit het verleden. De albumtitel kan dus zeker naar de muzikale evolutie verwijzen, maar doelt in de eerste plaats op spirituele zaken. Het algemene idee is om het proces van het bereiken van apotheose te benadrukken door wijsheid toe te passen die is vergaard door magische beoefening. Het gaat dus niet alleen om de staat zelf, maar ook om de keten waardoor deze wordt bereikt: praxis (‘praktijk’), gnosis (‘kennis’) en apotheose (‘hoogtepunt’). Tussen alle rauwe blackmetalgrimmigheid en verstikkende dissonanten die we de afgelopen weken weer te verwerken kregen, klinkt Aethyrick toch altijd even als een welgekomen verademing. De band als ‘luchtig tussendoortje’ omschrijven zou echter oneerbiedig overkomen, maar soms is het gewoon ook leuk om tussen al het geweld, zwartgalligheid en negativiteit ook eens te kunnen wegdromen op – of zelfs goedgezind worden van – een blackmetalplaat. Aethyrick bezit die gave om meeslepende nummers te componeren zonder al té soft voor de dag te komen. Het tempo ligt trouwens gemiddeld genomen wat hoger (er mag in opener “The starlit altar” en “Flesh once divided” al eens geblast worden) dan op het vorige werk en ook de sound is wat grofkorreliger. Aethyrick heeft zeker het potentieel om een veel breder publiek te bereiken. ’t Is alleen maar te hopen dat er zich geen groter label met de band gaat bemoeien.

JOKKE: 85/100

Aethyrick – Apotheosis (The Sinister Flame 2021)
1. The starlit altar
2. Rosary of midnights
3. Flesh once divided
4. In blood wisdom
5. With determined steps
6.. Path of ordeal

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight

Deorc Weg, het illustere heerschap achter one-man band Despondent Moon is goed op dreef want het kakelverse “Enshrouded in eternal moonlight“, dat via een helder verlichte wenteltrap uit het sterrenstelsel op ons komt neder gedaald, is meneer’s vierde langspeler in nog geen twee jaar tijd. De rauwe blackmetalscene is hip. Het ijzer smeden als het heet is, heet dat dus. De tapes waren op een wip en knip de deur uit, dus is het wachten tot onze kosmische blackmetaltovenaar nieuwe cassettebandjes is gaan kopen en een tweede run dubt of totdat de vinylversie later op het jaar via His Wounds zal verschijnen. Tien nummers lang krijgen we op Limbonic Art gestoelde songtitelgrootspraak maar thematisch gezien echter geen galactische onderwerpen, maar teksten over vampirisme, rituelen, hekserij, spoken en offerandes. De geprogrameerde drums ratelen aan een duizelingwekkende snelheid voorbij en de akelig hoge, ijle en onmenselijk klinkende screams liggen bovenop het dichtgeplamuurde riffwerk gedrapeerd waar groots klinkende melodieën en snerpende leads als bliksemschichten doorheen flitsen. Een vrij claustrofobische bedoening en bij momenten zie ik dan ook sterretjes, zeker als ik me in dit astrale universum onderdompel op een dag dat mijn hyperacusis van zich laat horen. Nu worden er naast de obligate intro- en outro middels uit toetsenpracht opgetrokken nummers als “A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation” en “Execrated vestments hang in the black cloister” wel enkele broodnodige rustpunten voorzien, maar wat meer dynamiek binnenin éénzelfde compositie inbouwen had misschien geen kwaad gekund want na enkele barokke schilderijen te bestuderen, willen mijn ogen soms ook eens naar een minimalistisch canvas staren. Het zou het onderscheidend karakter van de nummers ook ten goede komen want nu staat overkill voor de deur te lonken en lijken we elk ritme en iedere melodie ook in de voorgaande song te hebben gehoord. Wie fan is van symfonische black metal, maar met een doorgaans wat rauwere en minder op synths gebaseerde sound, zit bij Despondent Moon aan het juiste adres. Echter: de vorige langspeler “The infernal shadows of winter” kon ons erg bekoren, “Enshrouded in eternal moonlight” heeft ook zeker zijn momenten, maar ligt me als geheel net wat minder dan diens voorganger. Sommige vonken ontbreken in de melodische gitaarleads hoewel Deorc Weg als een bezetene op zijn vuurstokje ligt te rammen. De op gotiek en oude horrorfilms gebaseerde esthetiek is echter weer spot on!

JOKKE: 77/100

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight (Eigen beheer 2021)
1. Dust gathers below the dancing luminescent orbs
2. The howling of the hallowed halls
3. Celestial winds lacerating the midnight sky
4. A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation
5. Apparition of the countess descending the spiral staircase
6. Enshrouded in eternal moonlight
7. Visions of candlelit exhumation
8. Execrated vestments hang in the black cloister
9. The affliction of an astral existence
10. Drowning in the vociferous screams of winters swan song

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering

Alkerdeel – Je m’en fou (deel 1)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger, grafisch vormgever en tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die dateert van november 2020) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In dit eerste deel hebben we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mogen we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Slonk” verschijnt vier jaar na “Lede”. Hebben jullie alles uit die plaat gehaald dat eruit viel te halen?
Daar heb ik eigenlijk nog nooit over gepeist. We hebben wel lang zitten wroeten op nieuw materiaal en eigenlijk ook wel wat zitten teren op het gezellig samenzitten in ons repetitiekot, de nieuwe plaat en onze optredens. Ons hoofd stond met andere woorden even niet naar het schrijven van nieuwe nummers. Ik denk dat we ongeveer twee jaar geleden concreet aan “Slonk” begonnen zijn. We hebben ook wel even last gehad van een writers block, maar ongeveer een jaar geleden zaten we dan toch plots in een goede flow. En ook nu nog, en dat is dan wel een verschil met “Lede”, want kort nadat het schrijfproces voor “Slonk” afgerond was, kwamen er al twee nieuwe nummers tot stand. Die zullen waarschijnlijk voor een split gebruikt worden daar we tot de vaststelling kwamen dat een 7 inch eigenlijk nog in onze discografie ontbreekt, haha.

Ook tapes ontbreken volgens mij in jullie repertoire, niet?
Klopt, als je onze demo niet meetelt die nog old-school op een stereo gedubd is.

Ondertussen is dat medium volledig terug als geluidsdrager. Zijn er plannen om de back catalogue en nieuwe plaat ook op dit formaat uit te brengen?
Voor “Slonk” hebben we al een aanbod gehad, maar we willen eerst voor de reguliere release gaan en dan misschien een half jaar later wel een tape uitbrengen, maar ik zou dat liefst doen met een label waarvan we de mensen erachter kennen. En qua back catalogue is dat misschien geen slecht idee, daar moet ik nog eens verder over peinzen. Ik dacht eigenlijk dat die tape revival maar van korte duur zou zijn, maar het is blijkbaar wel een blijvend iets.
Ik vind het geluid van tapes echter wel nog steeds vree wijs, want ik ben daar mee opgegroeid. Op mijn elf jaar heb ik twee jaar zitten teren op AC/DC’s “The razors edge” totdat ik dan van mijn neef “Life after death” op tape kreeg. Het is dan ook een vertrouwd geluid uit mijn tape trading tijd. Ik denk dat het Maniac was die ooit zei dat hij een tapeversie van Tormentor’s “Anno domini” had die zo veel gekopieerd was dat die zo vree dungeon klonk en nadien teleurgesteld was toen hij de nieuwe versie hoorde hoewel die nog steeds heel vet klonk. ‘t Heeft wel iets hé.
Mijn opa had ook massa’s tapes met van die accordeonmuziek op. Ik kreeg die toen hij gestorven was en gaf er enkele van aan QW, onze bassist, om op te kopiëren. Ik kreeg die dan terug en daar stond dan bv. Marduk op en dan stopte dat plots en ging dat over in “Zwei kleine Italiener”, haha. We lachen daar soms nog om. En als ik voor hem tapes opnam, liet ik soms een nummer weg zodat het album op één kant paste. Als hij dan nadien de CD kocht, was het van “Fuck! Ge hebt mij niet alles gegeven!” Haha.
Wel komt er binnenkort een vinylheruitgave van “Morinde” aan daar die volledig uitverkocht is. De plaat werd opnieuw gemastered en voorzien van nieuwe kleuren voor het artwork.

Ik ben de albumtitel eens gaan opzoeken in mijn woordenboek en ‘slonk’ betekent zo veel als ‘slim’ of ‘doortrapt’. Is dat ook de betekenis die jullie aan het woord geven?
Ik kende het woord zelf niet. Het komt van Pui en Nieke (drummer) uit de kant van het Meetjesland waar zij wonen. Het was eigenlijk oorspronkelijk de werktitel van het eerste volledige nummer dat we hadden. We hebben een hele waslijst aan wijze woorden en uitspraken waar we ooit eens iets mee willen doen en die op een bord in ons kot staan geschreven, maar we waren er eigenlijk al vrij snel uit dat we iets met dit woord wilden doen.
Maar dan begon ik aan het artwork en doordat dat op een bepaald concept gebaseerd is, wou ik dat doortrekken in de titels, teksten en foto’s. Hierdoor zijn alle werktitels eigenlijk veranderd (“Slonk” is dan uiteindelijk “Eirde” geworden) en had de plaat ook een andere naam, maar de rest vond die te arty farty haha. Dan is de democratie beginnen gelden en is “Slonk” de titel van de plaat geworden omdat ze dat zo’n wijs woord vonden dat eigenlijk wel goed past als overkoepelende naam. Ze hebben me dan laten doen met het uitwerken van de rest van de plaat.
De betekenis van “Slonk” kan volgens gitarist Pui als volgt geïllustreerd worden: Stel dat je vrouw heel de dag binnenshuis bezig is geweest met alles op orde te leggen en te koken en jij bent heel de dag in de tuin bezig geweest en je komt binnen met nog wat modder aan je botten en schuift gewoon je benen onder tafel en begint te eten. Dat is ‘slonk’. Nonchalant dus. Je m’en fou eigenlijk. Letterlijk is het misschien niet van toepassing op de plaat, maar achteraf bekeken klopt de betekenis van ‘slonk’ wel als je het toepast op bijvoorbeeld het artwork dat gebruik maakt van foto’s, teksten, duust linken en knipogen (ook in onze muziek, wat we altijd al gedaan hebben) en stijlen.   

Voor het eerst worden de teksten mee in de lay-out geplaatst, ook al zijn ze in het Nederlands en bevatten ze wel wat dialect waardoor slechts een klein deel van jullie publiek ze zal verstaan. Hebben jullie nu pas een boodschap te melden die jullie de luisteraar willen meegeven?
Dat is eigenlijk niet volledig waar want op de achterkant van de sleeve van de split met Nihill die we via Hypertension records hebben uitgebracht, staat de tekst van “SHSRR”. En ook het nummer “Hessepikn” heeft een volledig uitgeschreven tekst, maar die is nog nooit gepubliceerd geweest omdat ik daar geen zin in had. Da’s ons ding en de rest kan er maar naar fluiten. Maar misschien heeft dat ook wel wat met onzekerheid te maken hoor. Zo van: “Durf ik dat vrijgeven?” Maar voor “Slonk” voelde dat nu wel juist aan ook al is het schrijfproces voor mij moeilijk aangezien ik in beelden denk en geen tekstschrijver ben.

Dat is eigenlijk amper te merken hoor want ik vind dat de beeldende teksten als een soort poëzie lezen. Zijn er bepaalde schrijvers of dichters die jouw schrijfstijl mede vorm geven?
Totaal niet, want poëzie, ik vind dat super mottig hé. Ik kan geen twee regels poëzie lezen. Misschien barbaars om te zeggen maar ik vat dat ook niet of kan niet zeggen wat ik wel of niet goed vind. Boeken en zeker tijdschrijften lees ik dan weer wel veel.
Maar dat beeldende klopt zeker. Neem nu bijvoorbeeld dat stripverhaal aan de binnenkant van de klaphoes van “Lede”. Wat je ziet is ook effectief de uitbeelding van de tekst van “Regardez ses yeux”, maar er zitten dan ook weer links in naar “Dyodyo Asema”, de plaat die we met Gnaw Their Tongues maakten.

Maar voor “Slonk” was ik ervan overtuigd dat teksten nu wel in het geheel van de beelden en foto’s en het concept zouden passen. Ik ben beginnen schrijven, en dat was moeilijk, maar uiteindelijk deed ik dat wel graag, zeker toen ik er zo wat begon in te komen. Ik had dat niet verwacht.
Reeds van in het begin van Alkerdeel vinden we het wijs om mensen op het verkeerde been te zetten. En dat op verschillende manieren. Muzikaal, maar ook qua concept en beelden. En dat werd doorgetrokken in de vormgeving.

Waren er voorheen ook vaste teksten of was het veeleer improvisatie?
Een zeer belangrijke reden waarom we vroeger bijna geen teksten vrijgaven, is het feit dat de band, voor dat we Alkerdeel heetten, eigenlijk als jamband begonnen is, met improvisatie inderdaad als belangrijk uitgangspunt. Nieke en Pui jamden de hele tijd en ik deed daar wat op mee en dat heeft vrij lang een invloed gehad. De helft van de teksten op “De speenzalvinge” en “Morinde” is dan ook fonetisch en wat ik zing is gebaseerd op beelden die ik op dat moment in mijn achterhoofd heb. En bovendien vond ik dat ook wat beu om elke keer hetzelfde te zingen. Ik ben geen aapje aan een draailier die elke keer hetzelfde wilt doen. Ik vond het wijs dat er daar vrij veel vrijheid op zat. Er was wel een concept van een nummer, maar ik moest niet telkens compleet hetzelfde verhaal brengen, ik kon al eens een zijslag nemen. Stel dat een nummer gaat over een reis die je maakt van hier naar de Himalaya, dan vind ik dat wel wijs dat ik bijvoorbeeld even in het Midden-Oosten kan blijven hangen. Dat beeld azo. Maar vanaf “Lede” begon ik daar stilaan op vast te lopen, het improviseren ging mij niet meer af en dat is ook de reden dat ik de teksten nu heb uitgeschreven. Het is dus niet zo beredeneerd en puur een gevolg van mijn gevoel.

Ook het gebruik van dialect is nog steeds aanwezig?
Ja, omdat dat voor ons het meest natuurlijke is hé.

Wat betekenen oude songtitels zoals “Hessepikn” en “Verdesteleweern”?
Een “hessepikr” is en beuzak, nen beue nijdigaard azo. Iemand die u bewust gaat tergen. En “verdesteleweern” betekent den boel overhoop halen, kapot maken. 

En vanwaar de slogan “Only awdeud is real!” op jullie website? Een persiflage op “only death is real” neem ik aan?
Ja, komt van Fenriz en Isengard, omdat we dat zo wijs vonden, maar we doen dat al van in het begin hé. Op “Morinde” stond “only live is real” omdat dat grappig was maar ook verwees naar het feit dat die plaat live opgenomen werd. Op “Lede” staat dan weer “only the lonely”, haha! Op “De speenzalvinge” hebben we de “only” even laten vallen en staat er “Blesken are the sick” als parodie op “Blessed are the sick” van Morbid Angel en als grappig eerbetoon aan Blesken van Sylvester Anfang en het Funeral Folk label die die plaat opnam.
Awdeud’ komt van ‘aldood’, verklaart Pui, ‘alles dood’ maar dan in het dialect uitgesproken en is de pesticide E605 van vroeger, een mega giftigen boel. In het meetjesland wordt een “l” dikwijls als een “w” uitgesproken. ‘Pils’ is dan bijvoorbeeld ‘piws’, vandaar dus ‘awdeud’, haha. Als ze daarmee sproeien, gaat werkelijk alles dood. E605 wordt vaak gebruikt om tussen de klinkers te spuiten om het gras en onkruid te verwijderen, maar alles gaat dood, van de pimpampoentjes tot vlinders tot het bedoelde onkruid, maar soms zelfs ook de meirelaars die de dode kevers opeten. Da’s van de generatie van onze ouders, die moeten niet weten van al die andere groenvriendelijke troep, net zoals ze alleen maar “echte carboline” willen. Mijn pa zei dan “nèh, daar kruipt in geen 20 jaar nog een beestjen in! Ik moest de balken thuis altijd carbolienen, en had altijd brandwonden op mijn vel van dat in de zon te doen.

Ik herinner me dat bassist QW me ooit vertelde dat hij er soms van stond te kijken hoe goed er op alles wat Alkerdeel doet gereageerd wordt aangezien “we maar wat doen wat ons goed lijkt”. Is Alkerdeel een band die veel moeite moet doen om in de gratie van het publiek te vallen?
Goh, moeilijke vraag, we werken wel kei hard aan Alkerdeel hoor. Toen we met Alkerdeel begonnen was ik al een stuk in de twintig. QW had al ervaring met Thee Plague Of Gentlemen en Pui en Nieke met Headmeat, twee bands waar ze wel wat mee hebben kunnen bereiken, maar ik merkte dat veel van mijn andere vrienden om één of andere reden met hun bands wat in jeugdhuizen bleven rondhangen.
Feit is wel dat wij vree veel chance hebben dat vree veel mensen voor ons iets willen doen. Labels als Funeral Folk of Consouling Sounds zijn naar ons gekomen. We hebben nooit moeten shoppen. Dat betekent echter niet dat wij op onze lauweren rusten en niets doen, alles behalve.
Het is wel zo dat we destijds nog meer sludge-invloeden in onze sound hadden en daardoor veel aandacht kregen van de achterban van ons label Consouling Sounds, terwijl dat eigenlijk minder onze roots zijn. Er zijn wel sludgebands die we wijs vinden, maar eigenlijk zijn wij redelijk eenzijdige metalfans. Maar in dat genre is het dan weer moeilijk om binnen te geraken aangezien wij een tamelijk eclectische sound hebben. Daar werken wij dus keihard op. Doelgericht netwerken, maar alles altijd wree rustig aan. Lukt er iets niet, dan lukt er iets niet. Touren in het buitenland bijvoorbeeld, da moe gelijk allemaal ni meer. Komt het, dan komt het, zo veel te beter, maar we hebben geen torenhoge ambities.

Alkerdeel lijkt me een band te zijn die geen groots uitgetekend masterplan heeft, maar eerder volgens het buikgevoel werkt en dat op een moment dat de tijd er rijp voor is. Is dat daadwerkelijk zo?
Dat buikgevoel dat je noemt is vree belangrijk. We overleggen natuurlijk wel over bepaalde zaken, maar het aller belangrijkste is dat we ons bij alles wat we doen goed voelen. Een vree cliché antwoord, ik weet het, maar ‘t is wel zo. We hebben ons nooit van iets iets aangetrokken. Als wij iets wijs vinden, dan doen we dat. Dat is onze sterkte, maar dat maakt het soms ook een beetje complex.

Ook spontaniteit lijkt me een belangrijke bandwaarde te zijn. Klopt het dat de opname van één van de nummers eigenlijk de soundcheck was en dat jullie niet wisten dat de opnameknop reeds ingedrukt was, maar omdat het goed klonk besloten deze opname dan maar op plaat te zetten?
Ja, toch zeker een stuk. Eigenlijk is dat al bijna van in de beginne zo dat we in één take opnemen. Niet dat we dat als idefix doen, maar meestal is het resultaat ook goed na één of twee takes. We willen het “moment” vastpakken. Enkel op onze EP “De bollaf!” werd elk instrument apart opgenomen, maar we besloten dat meteen daarna nooit meer te doen omdat dat niet als ons klinkt. De zang werd wel soms apart opgenomen.

Sinds de “Luizig” demo heeft jullie sound natuurlijk een grote evolutie doorgemaakt, ook productioneel gezien, hoewel jullie natuurlijk verre van een afgelikte sound hebben. Voor de eerste keer komen de baslijnen van QW, jullie geheime wapen wat mij betreft, écht goed naar voor in mix. Wie zijn zijn rolmodellen als bassist?
Waarschijnlijk meerdere maar diegene waar ik zeker over ben zijn Maiden’s Steve Harris en Skoll van Ved Buens Ende. Eigenlijk kan je er beide wel uithalen. Hij heeft enerzijds dat galloperende en anderzijds dat meanderende. Onze producer Fre zegt soms dat het lijkt alsof hij reggae aan het spelen is, haha, de chillheid op die harde muziek lijkt inderdaad soms wel azo. Ondertussen heeft QW met die invloeden wel zijn eigen stijl ontwikkeld en we werden ons daar op “Lede” stilaan bewust van. Nu hoor je dat nog meer. Hij voegt soms kleine nuances of oscillerende sounds toe die als loops uit elektronische muziek klinken zoals bij Silver Apples of Klaus Schulze. Die baslijnen moesten er nu dan ook sterk uitkomen omdat ze essentieel en een dragende factor zijn.

Ik vind dat een Alkerdeel gig soms ook staat of valt met hoe goed QW zijn baslijnen doorkomen. Als de lage tonen niet goed in de mix zitten, klinken jullie soms wat modderig, maar als de basgitaar goed afgesteld staat, voegt zijn basspel echt een andere dimensie toe aan jullie sound.
Ah, dat is de eerste keer dat ik dat op die manier te horen krijg. Maar ja, wij weten dat niet want wij hebben dus geen idee hoe wij live klinken hé.

Jullie hebben zoals eerder gezegd een vrij eclectische sound en kunnen daardoor zowel voor een sludge, black als Indie publiek optreden. Bij sommige bands of genres is het vrij gemakkelijk om de gemiddelde fan te omschrijven, maar bij jullie is dat een pak moeilijker.
Klopt, dat is heel verscheiden en ik vind dat eigenlijk wel wijs. Zo hadden we bijvoorbeeld nooit gedacht dat we op Alcatraz Metal Festival zouden spelen. In het begin wilden we immers echt in die lofi underground blijven, maar je verandert ook doorheen de jaren hé. Op Alcatraz Metal Festival merkten we echt dat we blijkbaar toch in de gratie van een breder publiek vallen. In het buitenland zien we wel meer het type metalfan dat je kan linken aan Magasin 4, het Chaos Descends Festival of Roadburn. En zeker in de begindagen en de Funeral Folk tijd kwamen er ook veel niet-metalfans naar onze optredens, eerder fans van alternatieve of experimentele muziek.

Wordt vervolgd…

Maquahuitl – Con su pistola en la mano

Spaghetti Western klanken in black metal, het begint zo stilaan een nieuw dingetje te worden. The Black Twilight Circle is natuurlijk al even actief en vorig jaar speelden Vital Spirit en Ifernach zich in de kijker in deze niche. Maquahuitl is de zoveelste band die verhalen over de pre-Spaanse/Meso-Amerikaanse goden en helden van de Mexicaanse revolutie opnieuw onder de aandacht wilt brengen. Dit eenmansproject van de vervaarlijk uitziende Yahualcuauhli Eztli is daarbij niet aan zijn proefstuk toe want een eerste demo werd reeds uitgebracht in 2011 en sindsdien volgden al drie langspelers waarvan “At the altar of Mictlampa” vorig jaar nog verscheen. Een nieuwe EP is alweer een feit. “Con su pistola en la mano” is een conceptrelease die de reis doorloopt van de Mexicaanse outlaw Gregorio Cortez die 300 Texas rangers ontweek na het doden van twee sheriffs uit zelfverdediging. Hij werd een lokale volksheld en legende in het grensgebied van Tejano/Mexico. “El corrido de Gregorio Cortez” strooit meteen met de spaghetti Western klanken uit de openingszin in het rond en we wanen ons instant ergens ten velde in een broeierige Mexicaanse woestijn. Na deze triomfantelijk en trots klinkende inleiding krijgen we een fikse pandoering extreme maar melodieuze black metal rond onze oren geslagen die onze siësta abrupt afbreekt. De EP beschikt over een meer dan degelijke sound en moderne productie met voldoende speelruimte voor de basgitaar. De metalpassages doen me wat aan het Amerikaanse Worsen denken. De opzwepende zwartmetalen klanken vertonen een sterk Zweeds karakter, maar Maquahuitl steekt er ook een fikse portie eigen identiteit in daar Yahualcuauhli Eztli regelmatig gebruik maakt van de “requinto” of leadgitaar uit de Mexicaanse volksmuziek, vooral omdat zijn gitaarriffs hoge tonen en veel melodie gebruiken. In het aangrijpende en meeslepende eindstuk van “Ahantoc” wordt dat erg duidelijk: de lokale instrumenten worden bovengehaald en de uptempo blasts en metaltempo’s maken plaats voor swingende ritmes; dit mocht van mijn part nog langer duren. In “Pistolero” zijn de inheemse Mexicaanse invloeden eerder beperkt, we horen op de achtergrond wel een lokale folkmelodie en het typerende fluitje terug dat we ook kennen van een Blue Hummingbird On The Left waar Yahualcuauhli Eztli trouwens live-gitarist bij is. Vergeleken met “At the altar of Mictlampa” klinkt “Con su pistola en la mano” minder mystiek en mysterieus, wat ook wel logisch is gezien deze een andere tekstuele insteek had en meer over de inheemse goden handelde. De nationaal-socialistische trekjes daargelaten, trek ik dit soort muzikale blend van black metal en exotische invloeden wel, hoewel de traditionele old-school blackmetalfanaat dit hoogstwaarschijnlijk duivelslastering vindt.

JOKKE: 82/100

Maquahuitl – Con su pistola en la mano (Balamkú Records 2021)
1. El corrido de Gregorio Cortez
2. Ahantoc
3. Pistolero

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia

Een levenloze, volledig bevroren akker in niemandsland. Het enige licht voorhanden afkomstig uit de allesomvattende kosmos. Een uitzonderlijk desolaat isolement, zelfs voor deze tijden. Enkel in zo’n situatie komt deze plaat pas écht tot zijn recht. “Astrophobia” is voor Arkhtinn de achtste release alweer, waarmee ze de andere bands in het illustere PRAVA Kollektiv ver voorbij lopen. Met deze split tekenen ze ook meteen de eerste keer een samenwerking op met een band die verder niet gelieerd is aan hun collectief: het Amerikaanse Starless Domain. Elks vullen de bands één twintig minuten durende track in die je tot zo ver voorbij het ongewisse van ons melkwegstelsel sleurt dat terug veilig en wel op aarde aankomen een ontastbare illusie lijkt. Enkele bands binnen PRAVA, de projecten onder Nebulae Artifacta, en pakweg Darkspace durven zich in een gelijkaardige wereld begeven, maar weinigen doen het met zoveel flair als bovenstaande. Arkhtinn weet al sedert zijn inceptie in 2013 muziek te schrijven die niet ‘van hier’ lijkt te komen, en op dat elan gaan ze zonder enig teken van vertraging verder. Quasi mechanische drums doen je botten ratelen op een tempo dat de lichtsnelheid ogenschijnlijk weet te evenaren, wilde synthpartijen snijden als meteorologische fenomenen door je systeem en ruwe rythmgitaar begeleidt het hele schouwspel naar de eeuwige verdoemenis. De ontiegelijk hoge en onrustwekkende vocalen zetten de band naar goeie gewoonte nog eens dubbel zo hard apart: deze klanken kunnen toch echt niet uit een organisch wezen komen voortvloeien? Starless Domain heeft een zeer gelijkaardige aanpak van doen, al is “MUSE” mogelijk nog repetitiever en slopender dan splitbroeder “Astrofobi”. Enkele zwarte gaten inducerende oorwormen worden schijnbaar nonchalant maar beslist planmatig opgezet, eindeloos uitgerokken en blijven je tot lang na de dikke 24 minuten die het nummer innemen achternajagen. Instrumenten lijken zomaar in elkaar over te vloeien. Ook hier hoor je vocalen die meteen onder je huid kruipen, en duidelijk van alle menselijkheid ontdaan zijn. Meedogenloos graaft de band verder, door merg en been, en langzamerhand worden de krijsen deel van je psyche. De met ambient doorspekte sound is even angstaanjagend als betoverend, wat onderstaande er opnieuw en opnieuw naar doet teruggrijpen, al is het uit pure verwondering. Rot op, Elon Musk, “Astrophobia” staat lichtjaren verder dan SpaceX. 

Jules: 81/100 (Arkhtinn: 79/100; Starless Domain: 82/100)

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia (Amor Fati Productions 2020) 
1. Arkhtinn – Astrofobi 
2. Starless Domain – MUSE 

Jaarlijst 2020

Jaarlijst Jokke

2020, het jaar van de plaag. Rondom mij hoor ik iedereen moord en brand schreeuwen dat 2020 een ongelofelijk kutjaar was. Dat is natuurlijk voor veel mensen en tot op zekere hoogte het geval, maar voor mij persoonlijk is 2020 het jaar waarin het vaderschap mij te beurt viel. Een nieuwe rol in het leven die mij uitermate goed bevalt.
Naar aanloop van dat vader worden had ik er al vrede mee genomen dat het aantal concertbezoeken tijdelijk wat minder zou zijn, maar deze vreemde wending had ik natuurlijk niet zien aankomen en ondertussen kriebelt het natuurlijk al weer om met een lauw biertje in de hand naar (inter)nationale bands te gaan kijken en met de vrienden bij te babbelen. In welke vorm dit zich zal voordoen, blijft voorlopig nog een vraagteken.
Door het grotendeels wegvallen van het sociale leven kwam er plots – naast het nieuwe familiale leven – (nog) meer tijd vrij om nieuwe muziek te ontdekken. En gelukkig maar, want de instroom aan nieuwe releases was nog immenser dan voorheen. Bands die plots de hort niet meer op konden, hadden natuurlijk geen zin om met de vingers te zitten draaien. 2021 zal dus niet anders zijn op gebied van ontelbare nieuwe releases. Aanvankelijk had ik “schrik” dat met een baby in huis het beluisteren van muziek aartsmoeilijk zou worden en even speelde ik dan ook met de gedachte om de stekker uit Addergebroed te trekken. Maar kijk, dat bleek reuze mee te vallen.
Het leven neemt soms plotse wendingen en mede dankzij versterking van ons team met Jules en Mischa, belandden we plots in een stramien van één review of interview per dag. Of dit houdbaar is zodra het sociale leven zich opnieuw in gang trekt, valt nog te bekijken. Kwaliteit boven kwantiteit natuurlijk, maar vooralsnog proberen we jullie (zo goed als) dagelijks doorheen de maalstroom aan releases te gidsen.
2021 is tevens een feestjaar voor Addergebroed want we blazen dan tien kaarsjes uit en dat moet gevierd worden natuurlijk, maar daarover later meer.

Beste song van 2020

Beste langspelers van 2020

  1. Armagedda – “Svindeldjup ättestup“: De wonderen zijn de wereld nog niet uit want na een afwezigheid van maar liefst 16 jaar, was daar plots een nieuwe plaat van Armagedda. “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism”, maar heeft toch ook weer een eigen identiteit. Armagedda(s Norrländsk svartmetall klinkt nog steeds even fantastisch als vanouds. Welkom terug heren!
  2. Duivel – “Tirades uit de hel“: De NLBM scene is de laatste jaren niet weg te denken uit onze jaarlijsten. Deze keer strijkt Duivel met diens debuut de eer als hoogst genoteerde Nederlandse blackmetalband op. Fantastische nummers en het inzetten van verschillende vuilbekkers levert een zinderend vocaal spektakel op.
  3. Enslaved – “Utgard“: Het gouden duo Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson is niet klein te krijgen, ook na wat gerommel in de line-up. Deze vijftiende (!) langspeler klinkt weer op en top als Enslaved maar een nummer als “Urjotun” houdt het met diens post-punk, krautrock en elektronica insteek toch ook weer fris. De sublieme single “Homebound” is ongetwijfeld één van mijn favoriete songs van 2020. Ik heb trouwens ook enorm genoten van hun 3 live streams en de uitermate boeiende docu die momenteel loopt. Zouden meer bands moeten doen want het uitgemolken verhaal van Mayhem kennen we ondertussen al. Graag een vervolgreeks voor Emperor, Satyricon, Immortal, Marduk, …
  4. Serment – “Chante, ô flamme de la liberté“: Een innemend debuut dat wegluistert als een duistere en epische reis door het hart van de besneeuwde bossen van Quebec die onder een eeuwenoud sneeuwdek begraven liggen. De roep om naar Canada op reis te gaan, wordt alleen maar groter.
  5. Mooncitadel – “Night’s scarlet symfonies“: Het is voor een band als Mooncitadel en diens old school pagan symfonische black dat het woord ‘episch’ in het woordenboek opgenomen werd.
  6. Ossaert – “Bedehuis“: “Bedehuis” is een 35 minuten durende trip vol macabere schoonheid waarbij de dualiteit tussen helse toorn en een sacraal aanvoelende melodieusheid voortdurend wordt opgezocht. Bezieler P. liet later op het jaar nogmaals van zich horen middels Shagor, een ander sterk staaltje Nederlands atmosferisch zwartmetaal.
  7. Afsky – “Ofte jeg drømmer mig død“: “Regelmatig droom ik mezelf dood” zegt de Deense albumtitel. Het is een prima opvolger voor “Sorg” die een pakkende mix aan traditionele black metal, folk en doom laat horen waarbij melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan.
  8. Lifvsleda – “Det besegrade lifvet“: Met debuut EP “Manifest MMXIX” belandden deze Zweden die geen onbekenden zijn en een lange staat van dienst in de scene hebbenb vorig jaar in de top 10 qua EP’s, splits en demo’s. Ook dit volwaardige debuut is in mijn jaarlijst beland hoewel de genialiteit van deze plaat zich niet meteen prijsgaf.
  9. Enevelde – “Enevelde“: In afwachting van de tweede Misotheist plaat (die fantastisch klinkt) konden we ons zwartgeblakerde hart dit jaar verwarmen aan het gelijknamig debuut van Enevelde, de nieuwe band van Misotheist frontman B. Kråbøl. De bandnaam betekent zo veel als “alleenheerschappij”, een rol die ook aan het label terratur Possessions toegeschreven kan worden, want dat beschikt over een giga neus voor lokaal talent.
  10. Svartsyn – “Requiem“: Svartsyn is zo’n typisch voorbeeld van een ondergewaardeerde band die steeds in de schaduw van andere Zweedse landgenoten is blijven staan. Onterecht, want bandbrein Ornias levert voor de tiede keer op rij een waar groeialbum af. Dat zijn nog steeds de beste, nietwaar? En met drummonster Hammerman in de gelederen is er gelukkig, samen met de zangbijdrage van Barditus (ex-Lugubrum) op de Duivel plaat, nog een Belgische connectie in deze top 10.

Eervolle vermeldingen: Blaze Of Perdition – “The harrowing of hearts, Turia – “Degen van licht, Bezwering – “Aan de wormen overgeleverd, Häxanu – “Snare of salvation, Fanebærer – “Den første ild, Häxenzijrkell – “Die Nachtseite, Katatonia – “City burials, Fides Inversa – “Historia nocturna, Akhlys – “Melinoë en Oranssi Pazuzu – “Mestarin kynsi

Beste EP’s, splits en demo’s van 2020

  1. Empyrean Grace – “Bestowment of the seraphic key“: De Nederlandse multi-instrumentalist O valt niet meer weg te denken uit onze jaarlijst. Dit jaar deed hij onz emond wijd open van verbazing vallen met de eerste demo van zijn nieuwe project Empyrean Grace. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden voor het nummer “Bestowment of the seraphic key” dat je leven een klein half uur lang meer warmte geeft, want black metal hoeft niet per se grim and frostbitten te zijn. Terecht ook het nummer van het jaar wat mij betreft!
  2. Deus Mortem – “The fiery blood“: Vier dynamisch gearrangeerde Poolse klassenummers prijken er op deze nieuwe EP. De eerste tegenvaller moeten de heren nog schrijven, beetje zoals hun Noorse labelmaten Whoredom Rife, die we op een derde plaats terug vinden.
  3. Whoredom Rife – “Ride the final tide“: Klein zoethoudertje om het wachten op de nieuwe langspeler te verzachten. Het titelnummer laat een nog agressievere kant van de Noren horen en als bonus krijgen we er nog een geslaagde Manes cover bij. V. Einride heeft trouwens de handen in mekaar geslagen met Cernunnos (Manes/Manii) en Levninger (Knokkelklang) en zullen hun debuut onder de noemer Syning in 2021 uitbrengen. Ook Whoredeom Rife zef brengt dit jaar nieuw plaatwerk uit en reserveert daarmee hoogstwaarschijnlijk al een plaatsje in de jaarlijst van 2021.
  4. Grifteskymfining – “Satanic poltergeist: Geen Swartadauþuz in mijn jaarlijst te bespeuren dit jaar begot. Wie deze keer wel in de prijzen valt is zijn ex-Svartrit collega Sir N die dit jaar uitermate actief was wat resulteerde in nieuw plaatwerk van Reverorum Ib Malacht, Draug en maar liefst drie langspelers en een demo van Grifteskymnfing. Ik koos voor die laatste daar die een ode is aan Belial en de fantastische “Likpsalm” demo uit 2011. Kippenvel van de eerste tot de laatste seconde!
  5. Gärgäntuah – “Dödenlicht“: Onbekend maakt onbemind maar dat is onterecht in het geval van deze nieuwe Nederlandse blackmetalparel. Eén om in het oog te houden!
  6. Lamp Of Murmuur – “The burning spears of crimson agony“: Ongetwijfeld dé revelatie in de ondertussen geëxplodeerde raw black metal scene. Persoonlijk vind ik deze EP nog nét een tikkeltje straffer dan de “Heir of ecliptical romanticism” langspeler die eveneens dit jaar verscheen.
  7. Vital Spirit – “In the faith that looks through death“: Native American black metal lijkt een nieuw dingetje te zijn binnen de extreme metalscene. Hoewel de muzikanten van Vital Spirit geen inheemse roots hebben, laten ze op hun debuut EP wel een enorm geslaagde mix aan black metal en spaghetti western invloeden horen. ¡Viva la revolución!
  8. Ish Kerioth – “Under unclean wings“: Voor de tweede keer prijken onze landgenoten Ish Kerioth in de jaarlijst, zij het opnieuw in de sectie van kleinere releases. En nu een langspeler graag, allez hup!
  9. Tirgûl – “Promo 2020“: Ik had ergens horen waaien dat het Noorse Gehenna weldra een nieuwe langspeler zou lossen, iets waar ik enorm naar uitkijk want Sanrabb en co staan hoog in mijn favorietenlijstje. Een terugkeer naar het geluid van hun debuut EP “First spell” zit er hoogstwaarschijnlijk niet in, maar gelukkig hebben we Tirgûl nog die met hun promotape een meer dan geslaagde ode brengen aan oude Gehenna.
  10. Selenite Scrolls – “Spectral dirges from an eerie past“: Het bulkt van de activiteit in de ondergrondse krochten van de blackmetalscene ten zuiden van de taalgrens. Voorlopig zit het merendeel van de bands nog in de demofase, maar hopelijk komen er ook snel langspelers uit, want het potentieel is er. Selenite Scrolls eert de demodagen van band als Thorns en Manes en diens debuutdemo verschijnt via Medieval Prophecy Records, een label om in de gaten te houden.

Eervolle vermeldingen: Brånd/Häxenzijrkell – “Split, Moenen of Xezbeth/Оброк – “Split, Warmoon Lord/Vultyrium – “Pure cold impurity, Orkblut – “Shadowmancer of the haunted knolls, Nimbifer – “Demo I & II, De Gevreesde Ziekte – “Ω, Drottinn – “Í helgum dýrðar ljoma”, Tombs – “Monarchy of shadows, Ultha – “Floors of heaven en Ancient Necromancy – “Diabolical forest alchemy

Jaarlijst Cas

MMXX anno bastardi, eentje dat op veel vlakken nog lang zal nazinderen. Eind 2019, toen de tour net werd aangekondigd, zei ik nog grappend dat ik toen al wist dat Miserere Luminis de beste show van het jaar zou gaan spelen. Ik heb mijn gelijk gekregen, maar helaas lag dat niet enkel aan de band. Dat ik de dag voor de ‘korte lockdown’ mijn allerlaatste concert van het jaar zou gaan zien, had niemand kunnen voorspellen. De meesten van ons missen het livegebeuren enorm – die lauwe pils die Jokke reeds aanhaalde klinkt als godendrank in mijn oren – en als organisator heb ik ook een zestigtal bands moeten afzeggen. Dat piekt, en we hebben dan nog het geluk dat we in feite gewoon de pauzeknop konden indrukken zonder dat onze portemonnee begon te huilen.
Dat godvergeten jaar ben ik grotendeels doorgekomen door mij onder te dompelen in de niet aflatende stroom aan albums die ons onophoudelijk vanuit alle uithoeken ter wereld bereikten, en waarvan we er zoveel mogelijk hebben besproken. Gezien ik best wel fan ben van cijfertjes: in 2020 zijn er maar drie dagen geweest waarop geen review of interview het digitale levenslicht zag. Die 363 berichten, in totaal goed voor 203,487 woorden, zijn gelezen door afgerond 26.500 mensen – en dat in het Nederlands. Van onder welke steen komen jullie in godsnaam allemaal gekropen? Naast het feit dat Jokke nog steeds reviews lijkt te schrijven in zijn slaap hebben we sinds augustus natuurlijk ook Jules en Mischa aan boord gehaald, die niet enkel beschikken over een kritisch oor en scherpe pen, maar ook gewoon aangename aanwinsten zijn binnen het team. Op naar 2021, dat hopelijk de terugkeer van livemuziek, lang uitlopende Dungeons & Dragons-sessies en wat sociaal contact inluidt. Gezien Addergebroed dit jaar ook nog eens een nieuwe voordeur krijgt, hebben we nog een kleine verrassing in petto. Alles op zijn tijd weliswaar, en nu is het eerst tijd om voor de vierde maal op rij te palaveren over de beste platen van het afgelopen jaar.

Beste song van 2020

Naast deze magistrale song van Armagedda ga ik effe valsspelen, want naast de vele black metal en consoorten wil ik nog even mijn onofficiële album of the year vermelden: een setlist die gruwelijk en tegelijk hilarisch is, met een nummer dat ondertussen al een dikke maand onophoudelijk, te pas en te onpas, in mijn kop opduikt. Damn you! Déhà en zijn social distancing choir brachten met “Pandechristmas” een coveralbum dat zich ergens op de grens tussen afschuwelijk en geniaal bevindt, op de plek waar dikke leute te vinden valt. Ooit metalcovers van Rick Astley, REM, Michael Jackson, Blur, Coolio, Depeche Mode, Britney Spears en Joy Division willen horen? Hier moet je zijn. Kwestie van op late familiebijeenkomsten toch iets op te kunnen leggen dat niet geheel afschuwelijk is. Mijn mama kon ’t alvast smaken! (disclaimer: de auteur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke irritatie verkregen door catchy oorwurmen)

Beste langspelers van 2020

  1. Akhlys – “Melinoë”: Breathe in, breathe out! Nooit eerder klonken ademhalingsoefeningen zo demonisch. Wat Naas Alcameth op dit album laat horen is in feite de essentie van moderne black metal. “Melinoë” is zo’n monstrueus en coherent werk geworden en is zonder twijfel het album dat in 2020 het vaakst mijn gehoorgangen heeft geteisterd. Als er één album er effectief in slaagt om bedreigend over te komen en tegelijk een spervuur van nietsontziende, scherpe en superlatief gemene riffs naar onze kop te slingeren, is het dit wel. Een moderne klassieker. Punt.
  2. Armagedda – “Svindeldjup ättestup”: Elk jaar krijgen we wel enkele onverwachte comebacks voorgeschoteld, maar dat we ooit nog nieuw Armagedda materiaal te horen zouden krijgen had ik niet durven voorspellen. The master has become the apprentice, gezien Armagedda hier duidelijk wat inspiratie van oude Ancient Records projecten zoals Hädanfärd heeft geleend. 16 jaar na het iconische “Ond spiritism” verschijnt Armagedda terug ten tonele met het logisch vervolg op hun beste plaat, en teleurstellen doen ze allerminst!
  3. Grifteskymfning – “Bedrövelsens härd”: Deze keuze zou niemand die mijn smaak ook maar een beetje kent mogen verbazen. Voor het eerst in 9 jaar bracht Sir N. nog eens iets uit met Grifteskymfning, en dat werden meteen twee albums. Laat op het jaar verscheen er nog eentje en nog EP als dessert, en de koude, melodieuze Zweedse black metal weet me zoals steeds compleet in vervoering te brengen. Volgens de regels van de kunst, en eindelijk met goeie productie! Alledrie de albums zijn van torenhoog niveau, maar deze “Bedrövelsens härd” is nog steeds de favoriet, en in mijn ogen het meest coherente werk.
  4. Paysage d’Hiver – “Im wald”: Hoewel “Im wald” officieel de eerste PdH full length is, kunnen we bezwaarlijk nog van een debuut spreken. Deze twee uur durende sneeuwwandeling mag dan misschien niet het beste materiaal zijn dat Wintherr reeds met zijn soloproject uitbracht, maar het is wel een verdomd verslavende brok atmosferische, ietwat rauwe en ijskoude (tja…) black metal geworden. Perfect tijdens de koude wintermaanden!
  5. Afsky – “Ofte jeg drømmer mig død“: Beklijvend, melancholisch en weemoedig zijn enkele adjectieven die bij de tweede langspeler van het Deense Afsky passen. Heel deze plaat bulkt van de invloeden uit folk en doom en haalt een topniveau, maar het tweede nummer “Tyende sang” alleen al is voldoende om een plek in mijn jaarlijst te veroveren.
  6. Haxänu – “Snare of all salvation”: Geen jaarlijst zonder Alex Poole. Met Ringarë wist hij niet volledig te overtuigen, de nieuwe Skáphe was ook meer dan degelijk, maar met Haxänu bleek het een koud kunstje: relatief traditionele black metal met een subtiele laag keyboards die verdomd catchy is.
  7. Voidsphere – “To sense | To perceive”: Met “To await | To expect” haalde Voidsphere twee jaar geleden al mijn jaarlijst (en toevallig werd het ook de eerste vinyl die ik ooit kocht), en dit jaar doen ze het kunstje nog eens over. Weinig projecten hebben een perfect passende bandnaam, maar in het geval van Voidsphere dekt die de lading perfect: kosmisch, groots en meeslepend, de twee nummers die de vierde langspeler opnieuw telt zuigen je zonder moeite in het zwart gat dat op de albumhoes prijkt.
  8. Cénotaphe – “Monte verità”: Verdomme, wat een brok energie is deze plaat toch. “Monte verità” zit barstensvol steengoede riffs, en de vocalen van Khaosgott zijn zonder minder woest te noemen. Ondanks het feit dat agressie de boventoon voert weet Cenotaphe een amalgaam aan stuwende en opjuttende riffs te schrijven waarvan het merendeel nog dagenlang nazindert en waartussen zelfs enkele heuse meezingrefreintjes te bespeuren vallen.
  9. Turia – “Degen van licht”: Moesten T’s krijsen niet zo door merg en been gaan, was het label ‘black metal’ misschien niet eens zo makkelijk op die nieuwe Turia te plakken. Desolaat en ietwat psychedelisch, met “Degen van licht” waan je je zo in de weidse bergpassen van de Alpen. Extra punten voor de magistrale set in de Magasin 4, een kleine maand voor de deuren van de concertzalen onherroepelijk sloten.
  10. Beltez – “A grey chill and a whisper”: Het Duitse Beltez wist te imponeren met een album dat meer een gesamtkunstwerk dan gewoon een album is: gebaseerd op een speciaal voor de release geschreven kortverhaal en vergezeld van een audiobook. Beltez weet een geslaagd huwelijk tussen dissonantie en harmonie te bewerkstelligen en voorziet ons een dik uur lang van verhalende black metal waar de dramatiek van af spat.

Eervolle vermeldingen: Lamp of Murmuur – “Heir of ecliptical romanticism”, Of Feather And Bone – “Sulphuric disintegration”, Esoctrilihum – “Eternity of shaog”, Svartkonst – “Black waves”, Black Curse – “Endless wound”, Drown – “Subaquous”, Ulcerate – “Stare into death and be still”, Atramentus – “Stygian”, Fluisteraars – “Bloem”, Jordablod – “The cabinet of numinous song”, Fanebærer – “Den første ild”, Sunken – “Livslede”, Ossaert – “Bedehuis”, Kvaen – “The funeral pyre”, Dumal – “The confessor”, Häxenzijrkel – “Die nachtseite”

Beste EP’s, splits en demo’s van 2020

  1. Empyrean Grace – “Bestowment of the seraphic key”: En toen was daar plots nóg een nieuw Haeresis Noviomagi project, ditmaal opnieuw een soloproject van O. De sympathieke Nederlander is over de jaren heen een vaste waarde geworden op deze site, en met “Bestowment of the seraphic key” wordt nogmaals duidelijk waarom. Dagenlang stond de demo/het nummer van een klein halfuur letterlijk op repeat. Dat black metal niet altijd moet klinken alsof je je in een sneeuwstorm bevindt wordt bewezen, want Empyrean Grace doet me meer denken aan een waterloze wandeling in de Sahara. Ronduit magistraal. Moest Armagedda’s “Evighetens i en obrytbar cirkel” er niet geweest zijn was dit zonder twijfel ook mijn ‘nummer’ van het jaar geworden.
  2. Spectral Lore/Mare Cognitum – “Astrology: wanderes of the nine”: Helaas vond ik de tijd niet deze split – eigenlijk eerder een conceptalbum – te bespreken maar mannekes, dit is spul van de bovenste plank. Doorheen de bijna twee uur durende reis langs de planeten in ons zonnestelsel vallen vooral de nummers van Mare Cognitum op, wat een ingenieus gitaarspel schudt die gast toch steeds uit zijn mouw. En dan dat artwork van Elijah Tamu! De vinylrelease is oogverblindend en zonder meer een prachtige toevoeging aan de collectie.
  3. Lamp of Murmuur – “The burning spears of crimson agony”: De langspeler liet ik uit mijn top 10 weg om al te veel overlap met mijn kompanen te vermijden, maar deze demo niet vermelden zou doodzonde zijn. De raw en wampyric black metal zit in de lift, en met deze demo steekt Lamp of Murmuur met kop en schouders boven de rest uit. Hoe verslavend zijn die riffs?!?
  4. Vital Spirit – “In the faith that looks through death”: had je me een jaar geleden verteld dat er een mix tussen spaghetti western en black metal zou ontstaan, had ik eens goed gelachen. Had je me proberen wijsmaken dat ik die mix fantastisch zou vinden, dan had ik je vierkant in je gezicht uitgelachen. Ook ik moet mijn ongelijk soms toegeven, zo blijkt.
  5. Grifteskymfning – “Satanic poltergeist”: Nog maar eens Grifteskymfning. Ten eerste omdat ik anders titels tekort kom om aan 10 te raken, ten tweede omdat Swartadauþuz dit jaar in de jaarlijsten ontbreekt, en ten derde omdat deze EP ook weer van absoluut topniveau is.
  6. Serpent Column – “Endless detainment”: Pure, onversneden doch berekende chaos. En daarmee is zo’n beetje alles gezegd.
  7. Kosmovorous – “Glorification sermons”: twintig minuten lang ijskoude, verslavende riffs uit Duitsland en Griekenland. De enorm gevarieerde vocalen van Valkenstijn (die o.a bij Sun of the Sleepless en The Vision Bleak live meespeelt en die we ook kennen van Ysengrin en Mosaic) tillen dit hondsbrutale en op Noorse blastbeat-leest geschoeide beestje enkel nog naar een hoger niveau.
  8. Ish Kerioth – “Under unclean wings”: Wat chauvinisme af en toe mag, en zeker als het dan ook nog eens zo’n sterke EP betreft. Belgische black metal houdt vast aan traditionele waarden en lijkt wat in de demo- en EP-fase te blijven hangen. Compleet onterecht! Afsluiter “Akeldama” trakteert ons daarboven ook nog eens op een fantastische hommage aan Chopins “Marche funèbre”, een meer dan geslaagd experiment!
  9. Unreqvited/Sylvaine – “Time without end”: Het moet niet altijd rammen en blazen zijn. Beide multi-instrumentalisten en vocalisten tonen zich hier van hun meest zachtmoedige kant op deze scream- en distortionloze EP, maar weten toch een klein halfuur lang een gevoelige snaar te raken middels hun minimalistische composities.
  10. Ultha – “Floors of heaven”: Een voorlopige zwanenzang van het fenomenale Ultha, dat reeds enkele keren de jaarlijst haalde en hier opnieuw toont één van de interessantste acts van Duitsland te zijn. Wat. Een. Band.

Jaarlijst Jules

2020, WAT EEN JAAR jongens! Ik ga het ijle isolement en de barre werkomstandigheden nog missen, over vijf jaar, wanneer al dit onheil hopelijk écht voorbij is. Of is zelfs die instelling ondertussen van een hol optimisme doordrongen? De laatste restjes emotionele stabiliteit of bijbehorende gelukzaligheid zijn naar het einde van dit onjaar volledig weggespoeld, en het is maar hooguit overdreven geniaal dat daar een zo’n gepaste soundtrack voor geschreven blijkt.  Om maar te zeggen, de auditieve verwennerij mocht er ook dit jaar verdomme weer zijn. 
Ik schreef mijn eerste review voor Addergebroed nog maar begin augustus, met name “Limbo van Gaerea. Dat was zeker niet de eerste recensie die ik ooit schreef, maar het voelde wel echt als thuiskomen. Het ‘nieuwe’ team en de ‘oude garde’ moeten elkaar zelfs nog voor het eerst ontmoeten, maar toch heerst er bij onderstaande steeds meer het gevoel dat we wel op onze plaats zitten. De onuitstaanbaar aantrekkelijke toekomst moet en zal het uitwijzen. 
Voorts laat ik vooral graag de muziek zelve aan het woord. Twee keer een lijstje van tien platen, daar krijg ik het vaneigens niet op verteld, dus toch nog even een korte bloemlezing van de platen die het nét niet haalden (in géén bepaalde volgorde):  Undeath – “Lesions of a different kind“, Lamp Of Murmuur – “Heir of ecliptical romanticism, Fluids – “Ignorance exalted“, Evaporated Sores “Ulcerous dimensions“, Foul – “Of serpents“, Cosmic Putrefaction – “The horizon towards which splendour withers“, VoidCeremony – “Entropic reflections“, Continuum – “Dimensional unravel“, Imperial Triumphant – “Alphaville, HWWAUOCH – “Protest against sanity“, Of Feather & Bone – “Sulfuric disintegration“, Wake – “Devouring ruin“, Fed Ash – “Diurnal traumas“, Ceremonial Bloodshed – “The tides of blood“, Ulcerate – “Stare into death and be still“, Armagedda – “Svindeldjup ättestup, “Cryptae – Nightmare Traversal“, Esoctrilihum – “Eternity of Shaog, Chepang – “Chatta“, Oranssi Pazuzu – “Mestarin kynsi en Warp Chamber – “Implements of excruciation
EP’s: Clairvoyance – “Demo ’20“, Hyperdontia/Mortiferum – “Split” en Oxalate/Perpetuated/Blood Spore/Vivisect – “Split

Beste song van 2020

Beste langspelers van 2020

  1. Akhlys – Melinoë: De onverslagen peetvader van het duistere werk anno 2020. Akhlys brengt met “Melinoë” een irrefutabel meesterwerk ter aarde, een contemporaine klassieker zonder meer. IJle, verslavende en weerzinwekkende riffs, onaardse en manische drumsalvo’s, uit de betere horrorfilm weggelopen intermezzo’s en een algemene sfeer die je van de eerste tot de laatste noot onderdompelt in de totale en eindeloze nacht. En toch weer “Melinoë” tussen al deze waanzin door een ongelofelijk gestructureerde chaos te etaleren. Voor wie black metal rasechte auditieve duisternis moet belichamen is er zelden zo’n daverend grandioze muziek geschreven. 
  2. Asfky – Ofte jeg drømmer mig død: Denemarken blijft op hoogtempo uiterst kwaliteitsvolle extreme muziek produceren, maar deze “Ofte jeg drømmer mig død” staat dit jaar met kop en schouders boven de rest. De buitenzinnig mooie Bredekilde op de hoes draagt alleen maar bij tot de desolate, afgeleefde en pertinent uitzichtloze stemming op deze eminente langspeler. Riffs zoals ze tijdens de climax van het weergaloze “Tyende Sang” verschijnen blijven nog zo lang als je het zelf kan verdragen door je grijze massa spoken, en we kunnen gangmaker Ole Pedersen Luk daar verder alleen maar ontzettend dankbaar voor zijn. 
  3. Voidsphere – To sense | To perceive: Hoe ontiegelijk fascinerend zijn zwarte gaten ook? “Een gebied in de astronomische ruimte waaruit niets, zelfs licht niet, kan ontsnappen.” Het fenomeen weet al sinds zijn ontdekking op allerhande esoterische en occulte bijval te rekenen, omdat het een onmiskenbaar onheilspellende en allesomvattende duisternis bevat. Slechts een heel kleine gemeenschap van bands heeft dit ooit weten benaderen in muzikale vorm (what’s good, Darkspace?), al komt de discografie van Voidsphere ook beangstigend hard in de buurt. De auditieve hel die de ze op “To sense | To perceive” rechtzetten is zo onbegrijpelijk slopend en volmaakt in al zijn facetten, dat ik alleen maar een diepe buiging kan maken alvorens nog eens op play te duwen. Het maakt toch allemaal niets uit. 
  4. Caustic Wound – Death posture: Zogenaamde ‘all-star bands’ zijn doorheen de geschiedenis vaker miss dan hit gebleken, maar dat wist Caustic Wound niet aan z’n leeggebloedde, gitzwarte hart te laten komen. Met leden van Mortiferum, Cerebral Rot, Fetid en Magrudergrind durft de genadeloze Boog der Verwachtingen wel eens retestrak gespannen te staan, maar mannekeslief, wat een hondsbrutale bolwassing is “Death Posture” dan ook gebleken. Dit is een met de geur van rottend vlees doordrongen misbaksel dat tot lang nadat je lijf levenloos in elkaar zakte in een poel van diens eigen lichaamssappen op je verminkte snuiter blijft doordreunen tot botten, bloedbanen, organen en huidweefsel één vorte brij zijn geworden. Ik word opgewonden door er nog maar aan te denken.
  5. Internal Rot – Grieving birth: Internal Rot weet hier op 20 minuten en op basis van 22 nummers (oh, jawel) klaar te spelen waar ontelbaar veel bands in valse genres – we weten allemaal waarop dat alludeert – alleen maar van kunnen dromen. Dit is een allesverslindende, barbaarse riffmachine en pretendeert ook niks anders te zijn. Geen spelletjes, geen geleuter en vooral geen gedoe, gewoon effenaf het beste grindcore album van het jaar. 
  6. Black Curse – Endless wound: Een betere bekroning voor de broodnodige en organische symbiose tussen black- en death metal verdienden we dit jaar absoluut niet. Black Curse, ook weer bestaande uit leden van het illustere Primitive Man, Blood Incantation, Spectral Voice en Khemmis, weet elementen van beide genres op zo’n geniale manier te combineren dat je niet meer weet of je je vuist nu vol overgave in de lucht steekt voor Beëlzebub of de bloeddemonen van de onderwereld. En waar zit ‘m het verschil ook weer? “Endless wound” laat zien hoe uiterst fragiel de gekende grenzen wel niet zijn, en brengt ons zo moeiteloos samen tot één grote losbandig nihilistische, misantrope familie. Volstrekt hartverwarmend.
  7. Pharmakeia – Ternary curse: De Prava Campaign van het gelijknamige Prava Kollektiv heeft zich ietwat lastminute een tweede keer in deze top tien weten binnenwerken. Wie al eens met overmatig druggebruik experimenteerde, begrijpt meteen volledig waarom deze band überhaupt in het leven werd geroepen. Zowel qua thematiek als op audiovisueel vlak profileert Pharmakeia zich als de personificatie van een hemeltergend gore, eeuwig nazinderende bad trip. Op “Ternary curse” spelen de ongekende bandleden het klaar van je onder te dompelen in een door afgrijselijke hallucinaties doorspekte martelsessie waarbij Abu Ghraib in vergelijking op de Efteling gaat lijken. Voortreffelijk. 
  8. Skáphe – Skaphé³: Ook het uiterst geniale product van deze Ijslands/Amerikaanse samenwerking moest en zou in deze lijst verschijnen. Voor een derde keer op rij spelen Alex Poole en zijn trawanten het klaar om een meedogenloos mooie plaat in elkaar te vijzen. Je moet ervoor open kunnen staan, maar “Skáphe³” gaat na genoeg luisterbeurten op het betere klassieke werk van een Wagner of Mendelssohn lijken. Uitermate beklijvend, onbegrijpelijk gelaagd en ontegensprekelijk geniaal.
  9. Necrot – Mortal: “Blood offering” was voor onderstaande makkelijk één van de beste deathmetalplaten van de laatste jaren – wat fijn dat de heren daar in 2020 nog een schepje bovenop doen. “Mortal” gonst, beukt en groovet zich een weg naar de eeuwige jachtvelden, en lokt de luisteraar met een uitermate brede glimlach op diens gezicht mee. Een van dé bands die dit ogenblikkelijk live moet kunnen spelen. 
  10. Abduction – Jehanne: Een ietwat vreemde eend in de bijt, deze Abduction. Theatraal, bombastisch, doorspekt met geschiedkundigheden, maar bovenal: waanzinnig goed geschreven, sneller dan het licht en verslavend als de goedkoopste gram crack cocaïne. Abduction durft buiten de lijntjes te kleuren, terwijl die op andere nummers dan weer heel flink gerespecteerd worden. Niet te behappen, maar misschien wel daarom net zo moordend sterk.

Beste EP’s, splits en demo’s van 2020

  1. Serpent Column – Endless detainment: Wat kunnen we nog vertellen over het illustere, eloquente, belezen en virtuose Serpent Column? Je moet haast een doctoraat in de kunsten, geschiedenis én aan het conservatorium hebben gehaald om te kunnen bevatten hoe omvangrijk het vijfde stuk op hun repertoire ook weer is, maar voor de ongeletterden: denk aan een misnoegd liefdeskind van pakweg Antaeus en converge. De vonken spatten ervan af, branden je ogen uit hun kassen, en steken nadien moeiteloos je hele appartementsblok in de fik.
  2. Ascendency – Birth of an empire: Het Kopenhaagse Ascendency speelt black metal, zoveel is zeker. Maar hun connecties met Extremely Rotten en andere geprezen deathmetalentiteiten zorgen toch weer voor een uiterst fascinerende formule – eentje die al sinds de release van deze gevaarlijk corrosieve MLP door het hoofd van onderstaande blijft donderen. Meesterlijk.
  3. Nyredolk – Indebrændt: Mag je black metal al eens worden versneden met druipende, smerige black & roll? Dan is ‘t is hier te doen. Waar Hagzissa vorig jaar deze troon geriefelijk wist te bestijgen, heeft Nyredolk het met “Indebraendt” klaargespeeld een gelijkaardige impact te verwerven op de tijdspanne van een EP. Woest, grauw, puur, en van eerste klasse.
  4. Vacuous – Katabasis: Rollend, grommend en pulserend pronkstuk van dit relatief nieuwe Londense trio. “Katabasis” bezit een rauwe veelzijdigheid die ontzettend smaakt, en onderstaande doet smeken om meer. Laat die langspeler maar eerstdaags verschijnen. 
  5. Left Cross – Prophecy of Conquest: Makkelijk de vuilste EP in heel deze lijst. Left Cross is niet geïnteresseerd in trends, melodieën, of experimentele avant garde. Wat de band wel weet te boeien zijn ontzettend smerige songs en bandeloze agressiviteit. “Prophecy of conquest” zou een stam Neanderthalers heel erg blij maken, al is de kans zeker zo groot dat ze met de doodsangst in hun ogen verstijven en nooit meer recupereren. 
  6. Crown Of Ascension – Twixt zero & infinity: Tweeëntwintig minuten cello, piano, gitaar en drums die belachelijk snel en snoeihard inbeuken op je gestel. Wat. Een. Droom. De held achter Vessel of Inequity is terug, met een nog meer van de realiteit ontrukt project vol mensonterende geluiden. Verplichte kost voor iedereen die zijn of haar gehoor als eens op z’n uithoudingsvermogen durft testen. 
  7. Fleshrot – Fleshrot: Soms mag het ook gewoon even idioot simpel, catchy en groovy zijn. Fleshrot neemt de oldschool deathmetalrevival behoorlijk serieus, zichzelf gelukkig iets minder, en de resulterende demo beukt dan ook met de ogen toe alle pannen van het dak.
  8. Cryptworm – Reeking gunk of abhorrence: Elementen van goregrind en andere verlepte subgenres samengooien met rauwe oldschool death en je maaginhoud quasi onmiddellijk verliezen bij het aanschouwen van de dikke twintig minuten rotzooi die uit wat we hopen dat de baarmoeder van het monsterlijk gedrocht dat deze plaat is komt gekropen? JA, graag.
  9. Bog Body / Primitive Warfare – The gate of grief / Undulating torment: Walgelijk goeie black/doom en war metal split van deze twee ontzag inboezemende jonge Amerikaanse bands op Stygian Black Hand. De kleine hoeveelheid resistentie die een menselijk lichaam nog kan vertonen na de kant van Bog Body wordt hier chirurgisch tot in de totale vernieling gescheurd door een zelfs voor zijn doen opmerkelijk groffe Primitive Warfare.
  10. Kyrios – Saturnal chambers: Middeleeuws edoch futuristisch dungeon synth black metal spektakel Kyrios slaat je naar alle waarschijnlijkheid met desolate verstomming op deze uitzonderlijk coole “Saturnal chambers”. Caligari records weet als geen ander hoe ze de beste en meest vreemde vissen uit het pont moeten halen, en ook Kyrios past perfect in dat rijtje thuis. Abstracte smeerboel van de bovenste plank.