Auteur: addergebroed

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek

Begin 1996 kampeerden er drie legendarische black metal-muzikanten in de Noorse Waterfall Studios. De nummers die de heren Satyr, Frost en Kveldulv hadden ingeblikt, resulteerde in het machtige “Nemesis divina“. Nadat de dagelijkse shift van de Noren erop zat, sloop een Tsjechisch duo stiekem de studio in om met dezelfde settings van amps en drumstel ook een plaat op te nemen. Het duurde echter nog een luttele 23 jaar alvorens “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” van Triumph, Genus – het levenslicht zou zien. U had natuurlijk al door dat dit een fabeltje is, maar mijn punt is hopelijk wel duidelijk. Satyricon’s laatste pure black metal-plaat heeft blijkbaar een onuitwisbare indruk nagelaten op de Tsjechen want alles aan dit halfuur durend schijfje ademt “Nemesis divina” uit, nog véél meer dan voorganger “Všehorovnost je porážkou převyšujících” uit 2013. De nieuwe langspeler heeft een schizofreen effect op mijn geest want die wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen pure Noorse bitter- en grimmigheid hoewel de Tsjechische taal dan toch weer dat op en top nors aanvoelende Oost-Europese gevoel voedt, hoewel het timbre van Jarsolav’s vocalen als twee druppels water op dat van Satyr gelijkt. De melodieën dragen een elitaire triomfantelijke drang uit en worden soms subtiel ondersteund door keys. De riffs in “Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl” druipen dan weer van het salpeterzuur. De uitvoering is top notch. Zo zit “Po vrhu vždy je prázdno kolébeken” qua compositie doordacht en technisch in mekaar en ook het instrumentale “Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším” kent een vernuftige opbouw en flow. Hoewel niet alleen de algemene feel en sound, maar ook bijvoorbeeld veel overgangen en drum fills de invloed van het reeds menigmaal geciteerde Noorse black metal meesterwerk uitademen, twijfel ik geen seconde aan de integriteit van de band. Gelukkig weten de zeven nummers ook te beklijven zodat “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” allerminst als een goedkoop Oost-Europees namaakproduct de analen ingaat.

JOKKE: 85/100

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek (New Era Productions 2019)
1. Nahlížím přes okraj hrobových jam
2. Byli jsme rozděleni, nese se celým řádem
3. Snad jste do země zaseti
4. Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl
5. Po vrhu vždy je prázdno kolébek
6. Sledovat skladbu, polohu i tvar dříve, než přijdou k sobě
7. Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším

Nachtdwaelen – Dodenmasker

Nachtdwaeler is een getalenteerde jongen. De in het donker verborgen Nederlander geeft immers in zijn eentje gestalte aan Nachtdwaelen, een black metal-project (wat had je nou gedacht) dat best goed in mekaar zit. De vier Nederlandstalige nummers die op zijn nieuwe EP “Dodenmasker” prijken, razen grotendeels aan een rotvaart voorbij waarbij de striemende tremoloriffs, donderende drumsalvo’s – waarvan ik wel niet 100% zeker ben dat ze niet uit een doosje komen – en zurig bijtende krijsen dankzij een moderne productie krachtig uit de boxen denderen. Het nummer “Duister” bevat in haar meest snedige en duivelse momenten wat referenties aan het Zweedse Triumphator, maar over het algemeen is er bij Nachtdwaelen ook voldoende ruimte voor atmosferische passages met de nodige symfonische glorie waarin een Lunar Aurora-geest ronddwaalt. Vooral het bijna negen minuten durende “Zwerver” is een compositie die haar nachtelijke geheimen eerder middels grandeur en bombast prijsgeeft dan een belichaming van razendsnel gebeuk te zijn. Deze Nederlandse nocturne wandelaar heeft vorig jaar ook al de debuut langspeler “Geestenstroom” uitgebracht (die er ook best mag wezen), waarop de staccato hakkende snaredrum me wel met meer zekerheid durft laten beweren dat ie niet ingespeeld werd door een drummer van vlees en bloed. Erg is dat natuurlijk allemaal niet, maar op de nieuwe EP klinkt het geheel toch net wat organischer en minder kil. Na een nachtelijke uitje van een klein half uur laat “Dodenmasker” je volledig murw gebeukt achter. Aangename ontdekking!

JOKKE: 75/100

Nachtdwaelen – Dodenmasker (Zwaertgevegt 2019)
1. Dodenmasker
2. Mist
3. Duister
4. Zwerver

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O

In de diepste regionen van de oceaan komen er levende wezens voor, ook al is er geen zonlicht en benaderen de temperaturen het vriespunt. Eens we dieper dan 6.000 meter in deze bizarre diepzee onderwereld duiken, komen we terecht in de hadale of hadopelagische zone. De magie van (deze) natuurlijke duisternis is wat de Duitse band Hadopelagyal drijft. In 2018 werd een eerste demo uitgebracht waarvan de titel ietwat vreemd lijkt. Wanneer je de Romeinse cijfers echter omzet naar westerse cijfers, krijg je coördinaten die verwijzen naar de Kolumbo, een onderzeese vulkaan die reeds meer dan 400 jaar inactief is. Ván Records zag het potentieel van de band en brengt de demo nu op sterk gelimiteerd vinyl uit. Mijn naald belandt in de groeven van nummer 201 van de 215. De vijf songs die in de navolgende driekwartier volgen, laten een sound horen die het midden houdt tussen death metal – het soort dat uit de diepste spelonken lijkt op te borrelen – en woeste, bestiale black waarbij gestreefd wordt naar een rustgevende lichtheid te midden van alle chaos die hierbij komt kijken. Momenten van sluimerende doom worden afgewisseld met bulderende erupties gitzwarte magma waarbij flitsende solo’s doorheen de aslucht klieven. Het zeventien minuten durende “Craving in infinite void” speelt meer met repetitiviteit en neigt hierdoor het meest naar black metal. De in reverb doordrenkte sound van deze demo is rauw en ontoegankelijk voor eenieder die net vanachter de hoek in de underground komt piepen. Wie echter patches van Malthusian, Sortilegia, Incantation of Grave Miasma op zijn of haar lederen vest heeft prijken, kan toehappen – waarbij we wel vermelden dat de kwaliteit van geen van deze referentiebands geëvenaard wordt. Maar het betreft natuurlijk ook nog maar een eerste demo.

JOKKE: 77/100

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O (Ván Records 2019)
1. Raise and hail the dead in mortal utter madness
2. As omniferous domination ruled with zero clemency
3. Down in the valley of Eden’s horizon
4. Depravity shall triumph
5. Craving in infinite void

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Those Who Didn’t – Rechtstreeks naar de essentie

Uit de assen van het terziele gegane Grimmsons herrees Those Who Didn’t. De vier Antwerpenaren presenteren op hun eerste EP “Almost optimistic” vijf compacte songs die, ondanks hun korte speelduur en het ontbreken van vocalen, heel wat te zeggen hebben. We schoven aan tafel bij bandoprichter en muziekschrijver Fré Duran voor een gesprek over Bauhaus, Charles Bukowski, de tien geboden, hordelopen en bitterballen. (JOKKE)

(c) dqpix

Alvorens het over Those Who Didn’t te hebben, zou ik nog even willen terugkeren naar Grimmsons. Deze band had alles in zich om heel wat potten te breken, maar toch leek het nooit écht te lukken. Ik herinner me enkele last minute concertafgelastingen en de band bleef ook niet gespaard van de nodige line-up wisselingen. Hoe kijken jullie zelf terug op de verwezenlijkingen van Grimmsons en wat gaf uiteindelijk de doorslag om het bijltje erbij neer te gooien?
We zijn nog steeds trots op wat we met Grimmsons allemaal hebben kunnen verwezenlijken. We hebben een aantal heel vette shows kunnen doen en hebben fantastische studiomomenten gehad. Maar het werd, door alle sputteringen in de motor, een beetje een band tegen wil en dank. Het parcours begon meer op een hordeloop te lijken en dat had uiteraard tot gevolg dat, hoewel de ambitie hoog lag, de motivatie begon te verdampen. Zoals men wel eens zegt, de rek was eruit.

Eind 2017 gaf Grimmsons haar finale optreden in de Antwerpse Trix. Ik moest toen spijtig genoeg verstek laten gaan en zag nu, door nogmaals naar jullie Facebook-pagina te gaan, dat je je kon inschrijven op een mailinglist om toch nog aan jullie posthume plaat te geraken. Is hier nog veel respons op gekomen en kan ik hier ook nog aangeraken?
Ik ben blij dat we het Grimmsons-hoofdstuk in schoonheid hebben kunnen afsluiten. Het afscheidsconcert was er eentje om in te kaderen. Ik heb zelf, na dat laatste concert, samen met partner in sound Frank Rotthier, de plaat volledig hermixed. In ieder geval zal die plaat wel gereleased worden, maar daar kan ik het fijne nog niet van meedelen. Maar zeker is dat ze eraan komt. Grimmsons ten voeten uit: hordeloop…

Fré, Those Who Didn’t werd door jou in het leven geroepen en de band kreeg vorm door, naast King Of A Day-gitarist Jan Douws, leden uit de allereerste en allerlaatste Grimmsons line-up mee aan boord te hijsen. Geen schrik dat mensen hierdoor voortdurend de vergelijking tussen beide bands zullen maken?
Eigenlijk niet. Het zal wel voorvallen, maar dat zou me niet storen. De luisteraar zal wel snel doorhebben dat het hier om een totaal andere band gaat. Uiteraard zijn er her en der wel een aantal signaturen van de Grimmsons-sound te herkennen, maar dat kan bijna niet anders, in beide bands schrijf ik de muziek. Maar buiten een paar overeenkomsten in sound, is TWD een heel ander beestje.Waar Grimmons een eerder logge sound had en vooral steunde op opbouw en slepende dynamiek, opteer ik met TWD voor het tegenovergestelde: vinnigheid en explosieve ontlading.
TWD was eigenlijk niet bedoeld een band te worden. Oorspronkelijk wou ik een paar songs opnemen die ik ergens, ver weg en lang geleden had geschreven en die niet pasten bij alle vorige bands waar ik bijzat. Na de Grimmsons-split leek het mij het juiste moment om de studio in te duiken en de songs op één dag in te blikken. Beetje het idee van na een erg turbulente vlucht zo snel mogelijk terug de vlieger te nemen om twijfel of erger te vermijden. Ik wou een aanpak hanteren die nieuw was voor mezelf: korte songs, snel opnemen, snel mixen, masteren, geen twee keer, laat staan honderd keer, nadenken… We waren zó tevreden met het resultaat van die toch wel verfrissende aanpak, dat we er live iets mee wilden doen en alzo geschiedde…

In de vorm van “Almost optimistic” werd een eerste EP – vooralsnog enkel digitaal – uitgebracht. Zijn er ook plannen voor een fysieke release?
Zeer zeker. We hebben ondertussen al een tweede EP klaar. Die gaan we in het najaar releasen en de twee EP’s samen fysiek uitbrengen. Ook zullen daar een aantal shows aan gekoppeld worden. Daarover dus later meer.

Ik vind de titel van de EP echt de lading van jullie muziek dekken. Hoewel de songs bij momenten een feel good vibe uitstralen, is er ook steeds een donker randje of melancholische gloed aanwezig. Is het moeilijk om het juiste evenwicht tussen beide gemoedstoestanden te vinden of is dit de muziek die op natuurlijke wijze uit jullie instrumenten vloeit?
Het hangt er een beetje vanaf. De songs zijn niet in éénzelfde periode geschreven. Elke song hoort bij een ander tijdperk. En hoewel de songs wel (misleidend) feel-good kunnen klinken en een hoog lullaby gehalte hebben, komen ze eigenlijk nooit vanuit a happy place, zeg maar. En dan kan het niet anders dan dat er een zekere donkerheid of tristesse insluipt. Wat de songs voor mij betekenen en waar ze vandaan komen, is in the end ondergeschikt geworden. Ikzelf ken de achtergrond en dat is voldoende.

De invloeden die jullie aangeven zijn Bauhaus, Berlijn, bier en Bukowski. Laat ons deze eens een voor een onder de loep nemen te beginnen bij Bauhaus. Het is dit jaar een eeuw geleden dat in het Duitse Weimar het Bauhaus, een nieuwe academie waar architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samensmelten, werd opgericht door Walter Gropius. In deze rijksschool werd moderne, functionele vormgeving onderricht, er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd en studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken. In het Bauhaus keek men eerst naar de functie, dan bedacht men pas een vorm die het beste paste bij het doel van het gebruiksvoorwerp. Hoe gaan jullie met functionalisme en experiment om in het schrijven van nummers en muziek?
Ik ben altijd al een beetje een Bauhaus-fanaat geweest. Het was inderdaad het functionele karakter en de toegankelijkheid dat me aansprak. En het losbreken van de vaak elitaire conventies. Het had iets heel revolutionairs: functie boven vorm.
Ik heb de songs dan ook bewust heel kort gehouden om te breken met mijn eigen conventies die ik had ontwikkeld als songschrijver. Waar ik vroeger heel hard bezig was met een zo breed mogelijk platform te geven aan wat ik wou zeggen met een song, heb ik nu dus gekozen voor een zo uitgebeend mogelijke structuur waarin alles op heel korte tijd gezegd kan worden. Bleek dat dit heel goed werkte. Minder opbouw en rechtstreeks naar de essentie.  Dit geeft een heel andere energie aan de nummers. Kort samengevat: 1-2-3-4- PATS – gedaan.  

Het Bauhaus was eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd. Sinds 1979 kan je in Berlijn ook het Bauhaus-Archiv, een museum over het Bauhaus, bezoeken. Berlijn is een metropool en geldt in Europa als een van de grootste culturele, politieke en wetenschappelijke centra. De stad is ook bekend vanwege het hoog ontwikkelde culturele leven (festivals, nachtleven, musea, kunsttentoonstellingen enz.) en de liberale levensstijl, moderne Zeitgeist en de relatief lage kosten. Bovendien is Berlijn één van de groenste steden van Europa. Wat trekt jullie zo aan tot deze stad? Ik veronderstel dat een concert in Berlijn wel op de bucket list staat?
Een concert in Berlijn zou inderdaad zeer cool zijn.  Ik heb, vanuit mijn interesse voor geschiedenis en kunst, altijd al een zwak gehad voor Berlijn. Ik heb er ook een tijdje gewoond. Er viel daar voor mij op alle gebied zoveel te ontdekken: architectuur, plekken die historisch zwaar van belang zijn geweest, iconische plaatsen maar even goed verborgen parels. En jawel, het Bauhaus-Archiv, hoe kon het ook anders. En de muziekscene was toen ook erg interessant natuurlijk. De stad heeft een unieke vibe die ik nergens anders heb gevoeld, een soort ruimtelijkheid, een soort openheid en tegelijkertijd een grimmigheid die ik bijvoorbeeld hoor in de muziek van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is een stad die uit noodzaak, kijk maar naar haar geschiedenis, een voedingsbodem werd voor experiment. Het nummer “Warschauer Strasse” gaat, Überraschung, over U-Bahnhof Warschauer Strasse, een plek die toen een beetje een knooppunt was in mijn leven daar. Dat nummer heb ik geschreven in 2005. Twee versies thuis opgenomen, erg rudimentair allemaal en dan 14 jaar lang vergeten… Toen ik het plan opvatte om mijn oude songs eindelijk op te nemen, stuitte ik op die (erg brakke) opnames. Ik ben uiteraard heel blij dat die song na al die jaren overeind is blijven staan…

(c) dqpix

Het element ‘bier’ past in de seks, drugs en rock ’n roll-attitude van heel wat rock- en metal bands. Omwille van de andere invloeden of inspiratiebronnen die jullie opgeven, vind ik dit wat vreemd overkomen in het rijtje. Moet ik het niet verder zoeken dat dat jullie allemaal wel eens van een lekker biertje kunnen genieten of reiken de ambities verder om bijvoorbeeld, in navolging van een band als Your Highness, een eigen bier te ontwikkelen?
Tja, het bier hé…het bier. Er zelf eentje brouwen staat niet op de agenda. Those Who Didn’t brew…Laat ons zeggen dat het begint met de letter B. En het is logischer dan pakweg bitterballen… Ik wil niet weten hoe muziek klinkt die beïnvloed werd door bitterballen. 

‘Bier’ past dan wel weer bij de alcoholistische misantroop en ‘cultschrijver van het ordinaire’ Charles Bukowski. Op welke manier inspireert deze ‘held van de tegencultuur’ jullie?
’s Mans nihilisme en leefwereld zijn een beetje een inspiratiebron geweest voor het nummer “Barfly“. Een beetje de idee van een niet te stoppen spiraal naar de vloer van de bar en de bodem van het vat. En alles wat je onderweg tegenkomt…  Ook zijn manier van observeren, vaak vanuit de goot, is fascinerend. En ook ongewild grappig.

Jullie omschrijven jullie sound als “Post-Everything and Pre-Nothing” wat een sneer lijkt naar journalisten en recensenten die alle muziek zo nodig in een hokje willen duwen, niet?
Niet echt een sneer … Ik vind het zelf altijd moeilijk om onze muziek in een hokje te duwen. Onze invloeden zijn heel uiteenlopend, dat wel, en dat gaat van pakweg postrock naar shoegaze, maar evengoed bands zoals Big Black en The Smiths, die ook niet voor één gat te vangen waren. Zelf heb ik een aantal jaren voor een muziekmagazine geschreven dus ik begrijp de noodzaak wel van duidelijke perimeters. Maar als we dan toch eerlijk zijn naar onze muziek toe, vind ik dat onze omschrijving best accuraat is.

Zijn jullie van plan om de volgende maanden zo veel mogelijk shows te spelen of willen jullie een Those Who Didn’t concert eerder als iets exclusiefs beschouwen?
Wel, het is nooit onze bedoeling geweest om iedere week rond de kerktoren te spelen. Absoluut niets mis mee, maar voor ons is dat wat agenda’s betreft niet mogelijk. We gaan proberen, in het najaar, de shows zoveel mogelijk te centreren. Op die manier kunnen we alles beter organiseren en gerichter werken. 

Zijn er valkuilen uit het verleden waar jullie geen tweede keer in willen trappen en hoe ver reiken de ambities met Those Who Didn’t
Goh, de allerbelangrijkste les die ik geleerd heb uit vorige ervaringen, is het belang van duidelijke afspraken. En het realistisch houden van de ambities. En op het juiste moment curb your enthousiasm… Af en toe een reality check doen, kan nooit kwaad. Ik denk dat elke band min of meer in dezelfde valkuilen is getrapt, er bestaat niet echt zoiets als de tien geboden voor bands. Al lijkt me dat wel een aanlokkelijk idee: bovenal bemin één God… Lap zeg, daar stopt het al.

Jullie coole bandnaam laat heel wat ruimte voor creatieve aanvullingen. Wat is de leukste die jullie zo al gehoord hebben?
Eentje van onszelf: Those Who Didn’t rehearse…

  

Worsen – Cursed to witness life

Worsen is terug begot. Vijf jaar geleden was ik ferm onder de indruk van diens “Blood” EP. In tussentijd verscheen nog een split met Whitewurm, maar nu is er eindelijk een eerste volwaardige langspeler. “Cursed to witness life” werd het beestje gedoopt, een titel met een sombere insteek. Rick Contes, de alleenheerser achter Worsen die verder ook actief is/was bij Ayr, Young And In The Way en Votnut, schreef en speelde de plaat op zijn eentje in en bewijst dat hij tot de top qua one man metal bands behoort. In de review van de EP kwam de band Mgła menigmaal ter sprake en ook nu is de invloed van deze Poolse heersers nog steeds hoorbaar aanwezig in de melodieuze maar tegelijkertijd agressieve USBM. Wanneer halfweg in opener “Open grave” Zweeds klinkende gitaarharmonieën opduiken, wordt ook een Dissection en Uada-connectie hoorbaar. “Aspirations rusted shut” heeft ook iets Zweeds over zich hangen, maar dan met meer focus op snelheid en vinnigheid. “Weakened world” laat het tempo zakken en is opnieuw heel schatplichtig aan de gemaskerde Polen, hoewel ook een Nachtmystium vanachter de hoek komt piepen. Keyboards zorgen voor extra pompeuze ondersteuning terwijl de catchy melodielijn zich in je gehoor nestelt en de riffs ook weer kortstondig Zweedse wateren verkennen. In “A blade in the dark” wordt het tempo terug opgeschroefd en vliegen de tremoloriffs om de oren, maar na twee minuten kiest Rick opnieuw voor een mid-tempo intermezzo met mooie gitaarlijnen, alvorens een versnelling hoger te schakelen voor de finale van het nummer. De sfeer die in “Cradled by the cold” wordt neergezet, klinkt somber en guur en bevat een heel coole riffsectie. Het titelnummer is dan weer triomfantelijker van insteek hoewel de boodschap niet zo optimistisch is. Ook hier maakt Rick gretig gebruik van keyboards als extra sfeerscheppende factor. Veel bands plaatsen hun meest epische nummer aan het einde van een plaat, zo ook Worsen. Het negen minuten durende “Haunting my mind” is de traagste song van het geheel, bevat het grootste aandeel keyboards en sleept zich gestaag naar een cathartische climax toe waarbij pakkende leads voor een zalvende toets zorgen. Over het algemeen beschouwd, is er op “Cursed to witness life” meer ruimte voor melodieuze harmonieën en verschoof de agressie wat meer naar de achtergrond, hoewel er toch ook nog de nodige in your face stukken te horen zijn. Rick nam alles zelf op en zorgde voor de mix terwijl de mastering in handen was van Jack Control (o.a. Darkthrone en Aura Noir). “Cursed to witness life” is het prototype van een moderne black metal-plaat met een uitstekende, maar niet overgeproduceerde sound en pakkende nummers waarbij gedurende veertig minuten geen enkel dipje te bespeuren valt. Liefhebbers van de aangehaalde referenties kunnen zonder blikken of blozen tot een aanschaf overgaan.

JOKKE: 86/100

Worsen – Cursed to witness life (The Hell Command 2019)
1. Open grave
2. Aspirations rusted shut
3. Weakened world
4. A blade in the dark
5. Cradled by the cold
6. Cursed to witness life
7. Haunting my mind