Auteur: addergebroed

Grieve – Grieve

Dat Werwolf Records, het label van het Satanic Warmaster opperhoofd, grossiert in het aanleveren van kwalitatief Fins ondergronds zwartmetaal weten we al langer dan vandaag. Met Grieve heeft hij opnieuw een lekkere vis opgevist uit de duizenden meren die het land rijk is. Het is er nochtans niet aan te horen dat Grieve en nieuwe speler is want de twee nummers die op de debuut EP prijken zouden evengoed 25 jaar geleden kunnen uitgebracht zijn. We krijgen op Finse leest gestoelde melodieën te horen waarbij gitaarleads en subtiele keyboards mekaar mooi complementeren. De drummer doet geen aardsmoeilijke dingen maar houdt het geheel middels een steady beat, rockend ritme of basic blast beat en een less is more-aanpak in het gareel. Voeg daar nog een sappige krijsstem bij en alle elementen voor een brok old school Finse black zijn aanwezig. Punten voor originaliteit krijgt Grieve absoluut niet toebedeeld, maar dat wordt goedgemaakt door de ijskoude, nocturnale en melancholische atmosfeer die over de twee nummers gedrapeerd is. Er is tevens oog voor detail want een nummer als “Lohduton” bevat ook een sample van een luidende klok, verhalende vocalen, een basloopje dat als brug tussen twee riffs fungeert en zelfs een korte solo. Het feit dat ook de sound en de uitvoering meer dan behoorlijk zijn, betekent dat we benieuwd zijn naar meer muziek van deze Fin(nen).

JOKKE: 79/100

Grieve – Grieve (Werwolf Records 2020)
1. Spiteful scourge
2. Lohduton

Dark Fortress – Spectres from the old world

Dark Fortress is een Duitse black metal band die ik al vele jaren volg en die quasi sinds hun oprichting in mijn lange lijst met lievelingsbands prijkt. Het vorig album “Venereal dawn” was sterk, maar kon me in zijn geheel niet altijd overtuigen. De Beierse bonken blijven echter tot de top behoren, al is het maar omdat ze blijven evolueren en dat ook erg goed doen. “Spectres from the Old World” is daar een mooi voorbeeld van. Deze nieuwe release is een godverlaten orgie van gitzwarte riffs en morbide melodieën, die behoorlijk wat afwisseling kent qua standjes. Zo raast meteen na de intro het door de duivel gedrevene “Coalescence” door de speakers om dan gevolgd te worden door het wat tragere “The spider in the web” dat opent met een old school punk black metal riff, dan schakelt naar atmosferische black met synths om dan via een tokkel met solo terug te keren naar het begin. De titeltrack is weer snel stevig en jawel, het volgende nummer “Pali Aike” neemt gas terug in heel sfeervolle stijl om erna weer voluit te gaan in het old school “Pazuzu“. “Isa” is met dik zeven minuten het langste nummer op het album en sleept helaas iets te veel tot in de tweede helft waar een paar sterke solos voorbijkomen. “Pulling at threads” had dan weer wat langer mogen duren. Hier krijgen we voor het eerst de cleane zang duidelijk te horen, wat vanaf dit punt de nummers een hoger Dimmu Borgir – ten Vortex tijde – en Enslaved gehalte geeft. Wat, volgens mij in elk geval, best goed is. Aanvankelijk kwam de manier van nummers schranken wat vreemd over, maar dit is uiteindelijk wel zinvol als je je album niet in twee delen wil splitsen. Hoewel ik het doorgaans meer heb voor platen die een beperkt aantal thema’s ontwikkelen en niet zo in stukken zijn verdeeld, is “Spectres from the old world” een erg fascinerende release die beter wordt hoe meer je er naar luistert. De uitmuntende productie zorgt er trouwens voor dat alles samen blijft kleven. Enkel had ik graag wat meer snelle tracks gehoord, want daar blinkt de band echt in uit en bovendien blijven de tragere nummers heel soms wat steken. Creatief bedacht en professioneel gebracht, is dit echt een aanrader om in deze tijden van thuisblijven te bestuderen.

Xavier: 90/100

Dark Fortress – Spectres from the old world (Century Media 2020)
1. Nascence (intro)
2. Coalescence
3. The spider in the web
4. Spectres from the old world
5. Pali Aike
6. Pazuzu
7. Isa
8. Pulling at threads
9. In deepest time
10. Penrose procession (interlude)
11. Swan song
12. Nox irae

Departure Chandelier – Dripping papal blood

Dripping papal blood” vormt een nieuwe episode in Departure Chandelier’s kijk op het leven van keizer Napoleon die door Nostradamus als antichrist gezien werd. Hoewel ‘nieuw’ misschien een foute woordkeuze is. Het betreft hier namelijk een onuitgebrachte demo die tien jaar geleden – net als de fantastische langspeler “Antichrist rise to power” – opgenomen werd in de band’s toenmalige “The prisoner’s chant…” Studio die gehuisvest was in de catacomben van het oudste kerkhof van New York. Zoals de titel al enigszins prijsgeeft, handelt deze demo inhoudelijk over de complexe en heftige rivaliteit tussen keizer Napoleon en de op het coverontwerp/schilderij van Jacques-Louis David afgebeelde Paus Pius VII, die resulteerde in diens laatste opsluiting. Ondanks zijn onverenigbaarheid met het pausdom, wist Napoleon dat hij nog steeds de symbolische autoriteit van de Kerk nodig had tijdens zijn zelfkroning. Hij benoemde zijn halfoom Joseph Fesch tot kardinaal en na de staatsgreep van 9 november 1799, waarbij Bonaparte de macht greep in revolutionair Frankrijk, gaf Napoleon aan de wrede kardinaal het bevel om de paus te overtuigen om zijn kroning bij te wonen. Later werd Fesch ontdaan van religieuze macht en werd hij uit het bisdom geworpen omdat hij de onverzettelijke houding van Napoleon jegens de Kerk tartte. Fesch stierf in 1839 in Rome, omringd door zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, en na zijn dood geleidelijk geveild werd. Tot dusver wat duiding van het concept; over naar de muziek nu! De twee volwaardige nummers die we tussen de intro en outro aangeboden krijgen, handelen over het samenspel en de driehoeksverhouding tussen Napoleon, de kerk en zijn eigen kunstplunderende familieleden die door nepotisme aan het bisdom zijn aangesteld. Na de mysterieuze en door engelenzang en klokkenspel ook sacraal aandoende openingsklanken van “Corrupt saints of Notre Dame” zorgt het grotendees mid-tempo “Between this world and the next” voor een sombere en treurige begrafenisstemming. Religieus aandoende gezangen mengen zich met de raspende black metal stem die haar kijk op deze historische taferelen weergeeft. Muzikaal gezien is het een vrij repetitief gestript black metal-nummer waarbij de keyboards relatief ondersteunend op de achtergrond blijven. “The one still to come” gooit het over een andere boeg en stuwt het tempo de hoogte in waarbij ook de voor Departure Chandelier typerende retro klinkende jaren ’90 toetsen op de voorgrond treden. Dit is Departure Chandelier ten voeten uit: van nature uit primitief en ongepolijst maar met voldoende karakter door de unieke historische thematiek en de catchy orchestratie. Het trio houdt er met een intro, een traag nummer, een meer uptempo song en een outro min of meer dezelfde aanpak op na als op de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” maar ondanks dat ik deze Napoleontic war black metal met invloeden van Ildjarn, Satanic Warmaster en Beherit heel hard kan smaken, is het betere materiaal toch daar en op de langspeler te vinden. “Dripping papal blood” valt momenteel enkel nog maar digitaal te beluisteren, maar een fysieke release zou in de maak zijn.

JOKKE: 79/100

Departure Chandelier – Dripping papal blood (Eigen beheer 2020)
1. Intro (Corrupt saints of Notre Dame)
2. Between this world and the next
3. The one still to come
4. Outro (Papal blood drips down to the hilt of the Antichrist’s saber)

Amnutseba – Emanatism

Wat we over Amnutseba weten is niet veel. Naast het feit dat het om Parisiens gaat en ze twee demo’s uitbrachten die in 2018 als compilatie door Iron Bonehead Productions zijn uitgebracht, valt er bitter weinig op te spitten, al zou het me niet verwonderen moesten enkele leden ook in Novae Militiae terug te vinden zijn. Nu brengt datzelfde label uiteindelijk een volwaardig debuutalbum uit, dat afklokt op een goeie 36 minuten. Normaalgezien zou ik hier in vraag stellen of de speelduur de titel ‘langspeler’ rechtvaardigt, maar in het geval van Amnutseba moest het niet veel langer geduurd hebben. Wat mijn trommelvliezen teistert is zodanig condens en beklemmend dat mijn luchtwegen zich ook zonder corona vernauwen. “Emanatism” klinkt op en top Frans, en daarmee bedoel ik: vuil en godverdomde dissonant. Invloeden van Deathspell Omega zijn niet te ontkennen, maar dan in een chaotischer versie – denk oude Medico Peste of nieuwere Fides Inversa, maar dan met een hoop ranzigheid over gegoten die we bij Skáphe en Irkallian Oracle terugvinden. Vanuit deze beerput rochelen ook de hier diepe, death metal-aandoende growls op, al houden de Fransozen wat ruimte voor ruwe, pijnlijk klinkende krijsen. Structuur? Niks van aan. Vanaf de eerste noten van opener “Abstinence” krijgen we een constant spervuur aan scherpe dissonanten te verwerken, gelaagd op een meer dan onheilspellende vorm aan slepende black metal, verpakt in een van alle franjes ontdane productie. Hierna trekt het mysterieuze gezelschap het tempo omhoog met “Ungrund”. Amnutseba komt nog experimenteler uit de hoek met “Dislumen”, waar Death Fetishist om de hoek komt piepen maar waarin naar het einde toe ook een soort trap-beat zit verwerkt die ze voor mijn part achterwege mochten laten. Het draagt bij tot de ontmenselijking van de sound, maar voegt muzikaal gezien weinig toe. Afsluiter “Tabula” verwerkt dan weer wat bijbels aandoend gepreek, maar wordt na negen minuten wat langdradig gezien de chaos die het begin van het album kenmerkte hier wat lijkt te verdwijnen. Amnutseba trekt op dit debuutalbum alle registers open om hun verwrongen visie op black metal te uiten, maar net daardoor wordt het soms wat ratatouille aan ideeën. De eerste twee nummers voor intermezzo “.” zijn een nietsontziende maalstroom aan messcherpe riffs en onwezenlijk gekrijs, maar dit momentum wordt niet behouden naar het einde toe. Weliswaar laat het geheel een zeer desoriënterende indruk na, en het moge duidelijk wezen dat dat een compliment is.

CAS: 78/100

Amnutseba – Emanatism (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Abstinence
2. Ungrund
3. .
4. Dislumen
5. Tabula

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma

Bij IJsland en metal roepen we meteen allemaal black metal natuurlijk. De scene van het hermetisch afgelegen eiland explodeerde nadat Svartidauði in 2012 diens “Flesh cathedral” uitbracht en het thuisland en zowat de rest van onze aardkloot in lichterlaaie zette. Op gebied van death metal bleef het echter oorverdovend stil. Tot nu, want de heren Sturla Viðar (Svartidauði) en Dauðadagur (Misþyrming en Naðra) sloegen de handen in mekaar en presenteren ons in de vorm van Drottinn (afgeleid van het oud-Noorse woord voor “heer, leider”) een nieuw vehikel dat zich richt op het kanaliseren van ouderwetse metal of death. Het duo wordt op drums bijgestaan door Svartidauði vellenmepper Magnús Skúlason en live ook door tweede gitarist Gústaf Evensen (Misþyrming, Naðra); het blijft één grote incestueuze boel natuurlijk. Het eerste teken van leven is de “Í helgum dýrðar ljoma” demotape die in een paar verschillende kleurtjes uitgebracht werd via Terratur Possessions. Ik scoorde een bloedrode. “Af Blóðinu helgast blaðið” schiet furieus uit de startblokken met een heerlijke groove maar laat ook ruimte voor een melodieuze leadpartij. Dauðadagur gooit zelfs toetsen in de strijd, maar Magnús knuppelt er tussendoor ook als een bezetene op los. Het resulteert in een dynamische opener die onder de noemer atmosferische old school death metal gecatalogiseerd kan worden. “Fòrnin og lambið” start vrij chaotisch met een scheurende lead en slaat dan over naar opzwepende en groovende ritmes inclusief meebrulrefreinen, althans als je dat onuitspreekbare IJslandse taaltje onder de knie hebt. Ik moet regelmatig wat aan een Behemoth denken, maar dan zonder de gepolijste productie. “Mahurinnodýrið” lijkt het aanvankelijk wat rustiger te houden, maar dat is louter om ons op het verkeerde been te zetten want al snel beginnen de basdrums te ratelen en de riffs doorheen de lucht te klieven. Toch laten de heren daarna het tempo nog eens zakken waarbij toetsen de death/doom een verheven karakter geven. Onze IJslandse vrienden laten horen ook het spelen van een heerlijke pot death metal absoluut in de vingers te hebben. Benieuwd of Drottinn ook door andere bands navolging zal krijgen. Absolute knaller van een demo!

JOKKE: 86/100

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma (Terratur Possessions 2020)
1. Af Blóðinu helgast blaðið
2. Fòrnin og lambið
3. Mahurinnodýrið

Duivel – Tirades uit de hel

Vorig jaar wist de gelijknamige EP van het Nederlandse Duivel ons uit het niets van onze sokken te blazen waardoor we maar wat blij zijn dat er nu ook een volwaardig debuut op onze deurmat ploft. “Tirades uit de hel” werd het ding toepasselijk gedoopt en er staan er zo zes stuks op. De kern van Duivel bestaat uit gitarist N (Urfaust, Botulistum, ex-Fluisterwoud), drummer D (D.R.E.P.), bassist P (van het Amerikaanse Black Anvil) en toetsenist K. Toen het opzwepende, haast maniakale “Dolend verteerd” passeerde werd meteen duidelijk dat W (Urfaust, The Spirit Cabinet) hier de vocalen voor zijn rekening nam, de man heeft immers een stem en zangstijl die uit de duizenden herkenbaar is, vooral wanneer zijn salpeterstrot overslaat in heldere klanken. Nader speurwerk leverde een bont allegaartje aan andere vuilbekkers op die hun strot aan één of meerdere nummers toe bedeelden. Zo horen we S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) op het met een knaller van een riff in gang geschoten “Schim der wreken“, het tussen hakwerk en mid-tempo alternerende “Het zwarte hart van walging” en “Hond der pimaten“, drie nummers vol heerlijk vunzige en ranzige old school black waarbij “Het zwarte hart van walging” een catchy keyboardriedeltje bevat dat een hallucinogeen randje aan de song toevoegt. Het meer grimmige, lo-fi klinkende, deels op een sluimerend tempo gespeelde en met spookachtige orgelklanken opgefleurde “Offerande aan de schimmen der afgestorvenen” werd vakkundig door B (ex-Lugubrum) ingekrijst en V (Vaal, Ravenzang) nam het rauwe van een schedelsplijtende solo voorziene “Sluimering van de dood” voor zijn rekening. “Tirades uit de hel” heeft een perfecte sound meegekregen die de nummers lekker energiek uit de boxen laat knallen zonder aan rauwheid te moeten inboeten en de basgitaar onder te sneeuwen. Tel daarbij het zinderend vocaal spektakel vol vuilbekkerij en de grote lading pakkende riffs en begeesterende toetsenpartijen op en je hebt een absolute knaller van een debuut!

JOKKE: 90/100

Duivel – Tirades uit de hel (Ván records 2020)
1. Schim der wreken
2. Offerande aan de schimmen der afgestorvenen
3. Het zwarte hart van walging
4. Dolend verteerd
5. Hond der primaten
6. Sluimering van de dood

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh