In dit interview spreken we met KK van Gjendød, een van de opvallende namen in de hedendaagse Noorse black metalscene. Hoewel de band pas in 2015 werd opgericht, hebben ze al een indrukwekkend oeuvre opgebouwd dat zowel rauwe intensiteit als onverwachte dynamiek bevat. KK is van nature tamelijk kort van stof: zijn antwoorden zijn beknopt, maar juist daardoor trefzeker, en geven een direct en scherp inzicht in de visie, inspiratiebronnen en het creatieve proces achter Gjendød. Een fascinerende blik op een band die trouw blijft aan de essentie van black metal, maar altijd zijn eigen koers vaart. (DAVID)

Hallo KK, bedankt dat je tijd hebt gemaakt voor dit interview! Kun je beginnen met een terugblik op waar het allemaal begon? Jullie gaan al een heel eind terug in de Noorse metalscene, maar Gjendød werd relatief recent opgericht, in 2015. Wat was destijds de drijfveer om deze nieuwe entiteit te creëren en hoe zagen jullie het voor je? Als je er nu op terugkijkt, denk je dat jullie oorspronkelijke visie is gerealiseerd, of is het project een onverwachte richting uitgegaan?
Er was een plan om hier geen haast mee te maken. Ik vond dat je niet zomaar een blackmetalband begint zonder voorbereiding. Het is zo verwaterd, verspreid over meerdere genres enzovoort. Ik heb altijd gedacht dat het gevoel muzikaal gezien het belangrijkste is in black metal.

We waren van plan om verschillende albums te maken, en ik denk dat dat goed is gelukt. Geen onverwachte richtingen, maar een constante hersenlawinestorm.

Wat waren voor jou vormende albums in je jeugd – de platen die je definitief verknocht maakten aan extreme metal?
Tussen mijn dertiende en vijftiende luisterde ik veel naar “Left hand path”, “Symphonies of sickness”, “Burzum“, “Pure holocaust”, “Under a funeral moon” en “Live in Leipzig”.

In mijn recensie van jullie laatste album trok ik parallellen met de “Bjoergvin“-periode van Taake, Kvist, Armagedda en Lifvsleda. Welke van deze vergelijkingen lijken jou passend, en welke minder?
Ik weet het niet. Ik kan me Taake niet herinneren, maar ik heb wel de eerste 7-inch. Een van mijn ex-vriendinnen (R.I.P.) speelde erop. Ik herinner me dat Kvist klonk als Satyricon. De andere twee kan ik me niet herinneren gehoord te hebben.

De laatste jaren is er binnen de Noorse black metal veel aandacht voor de Trondheim-scene, vooral rond bands op het Terratur-label. Gjendød lijkt zich eerder aan de rand van die scene te bevinden, of klopt dat beeld niet? Denk je dat jullie op Terratur waren beland als Ole niet was gestopt met het tekenen van nieuwe bands?
Je informatie klopt niet, want Terratur zal in mei een split LP/CD uitbrengen met Gjendød en Enevelde.

Wat me altijd meteen opvalt wanneer ik een Gjendød-album opzet, is je creatieve baswerk, dat de nummers naar een hoger niveau tilt. Creatief bas spelen zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het niet in een scene waar de bas vaak weinig meer is dan wat extra gedreun op de
achtergrond. Noem eens een aantal bassisten waar je naar opkijkt?

Ik heb eigenlijk geen favoriete bassisten. Ik heb daar nooit over nagedacht. Ik luister meestal naar het totaalplaatje, nu ik erover nadenk. Maar je kunt opschrijven dat mijn favoriete bassist Jason Newsted is.

Iets anders dat ik waardeer aan jullie muziek is de variatie in sfeer en tempo. In een tijdperk waarin veel black metal wordt gehinderd door een eendimensionale, constante blastbeataanpak, lijken jullie meer geïnteresseerd in dynamiek. Vind je dat een terechte observatie? Is dat iets waar je bewust naar streeft bij het samenstellen van nummers en albums?
Ja, de hele tijd. Ook dynamiek tussen albums. “Angrep” was een snel album, “I utakt med verden” was eerder een trage plaat. Het is niet dat ik hier voortdurend aan zit te denken, maar op een
bepaald niveau ben ik er blijkbaar toch wel mee bezig.

Jullie lijken albums in een vrij hoog tempo uit te brengen. Komt dat door een overvloed aan inspiratie, of kiezen jullie er bewust voor om niet te lang stil te staan bij het maken van een nummer of album en alles voortdurend in beweging te houden?
Dat heeft er vooral mee te maken dat we een studio hebben (NordStern) die bijna 24/7 toegankelijk is. Het is een stille plek. Ik ging er vroeger ’s nachts naartoe.

Svekkelse” (‘Verzwakking’) is een ongebruikelijke titel voor een blackmetalalbum. Hoe moeten we die interpreteren, en is er een overkoepelend thema tussen de nummers en teksten?
Ik kan me niet alles meer herinneren, het is meer dan anderhalf jaar geleden en ik haal dingen door elkaar. Maar het gaat in elk geval om aantasting in alle gewrichten.

Sinds het voorlaatste album, “Livskramper“, zitten jullie bij Osmose Productions, ooit een mythisch label dat al decennia standhoudt, maar niet meer de foutloze reputatie heeft van midden jaren negentig. Hoe zijn jullie daar terechtgekomen? Hebben zij iets speciaals te bieden, en hoe hebben ze dat tot nu toe waargemaakt?
Ik verzamelde eigenlijk eerst Osmose first presses, dus ik had hem het jaar ervoor al wat vragen gesteld. Toen hij ons benaderde, hebben we natuurlijk toegezegd. Ze stuurden een papieren contract per post en gaven ons geld. De eerste keer dat iemand mij tenminste geld gaf voor muziek. Ik heb het meteen allemaal aan LP’s uitgegeven.

Lange tijd verzorgde je zang, bas en drums voor Gjendød, en leverde je uitstekend werk op alle drie de vlakken. Die aanpak veroordeelde de band natuurlijk tot een studioproject. Sinds je de drumstokken hebt overgedragen aan Terje Kråbøl is dat veranderd. Waarom heb je hem bij de band gehaald, en opent dit de deur naar liveoptredens? Ik herinner me dat je een hekel had aan het sociale aspect van concerten, maar misschien is het anders als je op het podium staat? Heb je ooit in bands gespeeld die regelmatig live optraden?
Ja, we begonnen te repeteren omdat Terje live wilde spelen, maar zijn schouders en armen deden pijn, dus hij stopte. Hij is oud en frêle.

K en ik speelden vroeger veel concerten met onze thrash/black/deathband Infant Death vóór Gjendød. Mijn dokter zei dat ik weer regelmatig moest gaan drummen, dus we hebben Infant Death opnieuw opgestart voor een album en enkele shows. We zien wel hoe het loopt.

Maak je nog steeds deel uit van Aptorian Demon? Ik hoorde geruchten dat die band uit elkaar is gegaan, hopelijk blijkt dat niet waar, want “Liv tar slutt” was een erg aangename verrassing eind 2024.
Het heeft jaren geduurd, ik denk dat we er in ’17 mee begonnen!! We hebben hem geholpen om een heel kort album te maken. Hij beloofde me zijn Camaro ervoor, maar uiteindelijk kregen we elk niet meer dan één CD en één LP.

Zijn er recente releases of projecten die je aandacht hebben getrokken? Ik merk dat ik soms moet overschakelen naar andere genres zoals experimentele muziek, ambient, folk enzovoort, en daarna kan ik weer met een frisse blik naar (black) metal luisteren. Herken je dat?
Ja, misschien, maar ik probeer niet naar muziek te luisteren, alleen naar boeken. Want als ik iets ontdek, móét ik het fysiek hebben, en dat kan duur zijn. En als ik iets nieuws ontdek, is het meestal obscure oude shit uit een vreemde plek.

Tot slot: ik neem aan dat je, net als ik, het grootste deel van de geschiedenis van de tweede golf black metal actief hebt meegemaakt, van begin jaren ’90 tot nu. Als band die relatief laat is begonnen, denken jullie veel na over jullie plaats in het grotere geheel? Hebben jullie concrete ideeën over hoe jullie een eigen plek kunnen veroveren in de toch al overvolle geschiedenis van het genre, en hoe jullie trouw blijven aan de basisprincipes zonder inwisselbaar te worden met andere bands?
Nee, daar denken we niet over na, we leven gewoon in onze eigen afgesloten wereld.