1349

Horde Of Hel – Döden nalkas

Negen jaar na het opvallend matige “Likdagg” grijpt deze haatdragende band uit het niets met een ijzeren hand naar de keel van iedere muzikant die de troon van ‘snelste blackmetalsound ter wereld’ ook maar durfde benaderen. Nog geen drie seconden diep in het eerste nummer wordt een volledig doortrapt drum- en gitaarsalvo afgeschoten met een quasi ongeziene, woeste razernij die zelfs een doorgewinterde fan meteen op zijn plek weet te zetten. Verderop in “Döden nalkas” trekken de drie Zweden het tempo zelfs op tot 500 Bpm, wat vrijwel meteen doet denken aan de betere speedcore kicks. Het geheel raast je buis van Eustachius op een dikke drie kwartier volledig aan gort, en gezien dat vooralsnog exact de opzet blijkt, moet gezegd worden dat Horde of Hel zijn doel weet te bereiken. Jammer genoeg verliezen de heren soms ook de pedalen en voelt het geheel een beetje inhoudsloos of onbezield aan. Er zijn heel wat tragere intermezzo’s en vreemde, bijna catchy songstructuren terug te vinden ook, zoals de intro van “Totalitarian regime”, die de fans van voornoemde recordhoudende blastbeats niet altijd zullen kunnen smaken, maar het schenkt het oor weliswaar een klein beetje rust. De langspeler zit voorts ook ramvol industrial – synths en gemodificeerde vocals, noise en kille ambient – die zich toch op één of andere manier in de gitzwarte metalen riffs weten te nestelen en daar dan ook nog eens thuis lijken te horen. Of de drie heren hier het warm water opnieuw uitvinden? Verre van, maar het geheel beukt je voorhoofd zo genadeloos tegen de dichtstbijzijnde muur dat je enigszins verweerd maar dankbaar achterblijft. De bandleden deden al heel wat ervaring op bij onder meer In Battle en Nordjevel, maar vooral de toevoeging van echte drums dankzij Nils “Dominator” Fjellström krijgt hier een eervolle vermelding. De man speelde eerder al (op studioalbums en live) bij een slee van gerenommeerde bands als 1349, Dark Funeral, Myrkskog, The Wretched End et al., en het is te merken. Wat een ongebreidelde agressie. Persoonlijk hoogtepunt is de ongefilterde gabber op “No remorse”, dat op zes en halve minuut zonder enige schaamte de nakomeling van een stomende nacht tussen Neophyte en Anaal Nathrakh ter aarde weet te werpen. Lang verhaal kort, dit is Marduk met een flinke injectie amfetamines recht in de aorta. Dit is paarse neonverlichting onder je uitgebouwde Golf, bestuurd door een met corpsepaint bekladde psychopaat. Als ze over negen jaar weer aan een opvolger beginnen, laat hen dan nog nét iets langer over bepaalde songstructuur nadenken – dan kan dat wel eens een échte hit opleveren.

Jules: 82/100

Horde of Hel – Döden nalkas (Blooddawn Productions/Regain Records 2020)
1. Blodets morgon
2. Death division status
3. Visdomen kallas døden
4. Standard nordland
5. Totalitarian regime
6. Total death
7. Holy ash
8. No remorse
9. Livets narkos
10. Of eternity and ruins

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans

1349 – The infernal pathway

Ik moet eerst en vooral bekennen dat ik nooit bijzonder wild ben geweest van deze Noorse band en ben het ooit zelfs aan het begin van één van hun optredens afgebold daar hun performance me totaal niet kon overtuigen. Dat ik hun zevende album “The infernal pathway” goed zou vinden, had ik dus hoegenaamd niet verwacht. Het lijkt wel alsof dit de eerste keer is dat de band iets van moeite doet wat betreft riffcreatie en -productie. “The infernal pathway” is een vrij afwisselend album geworden, zowel qua tempo als qua stijl. Natuurlijk zijn er invloeden van de thrash revival te horen, maar evenzeer krijgen we enkele heavy metal en punk elementen voorgeschoteld, naast het verwachte black metal geraas. Gekoppeld aan een heldere sound, welke toch zwaarder is dan wat we van de band gewend zijn, levert dit een evenwicht op dat erg “volwassen” aandoet. De grotere aandacht voor song schrijven heeft als gevolg dat elk nummer meer individualiteit heeft dan ooit tevoren, en zo kan je tenminste ook horen dat de leden echt wel hun instrument beheersen, als ze even zin hebben. Nu ben ik me er wel degelijk van bewust dat vele fans dit een stap terug zullen vinden ten opzichte van het vroegere, rauwere werk, maar ikzelf heb in mijn leven al genoeg black metal gehoord en gemaakt om geen behoefte meer te hebben aan de schreeuwende stofzuiger van Satan. Sowieso is er voor ieder wat wils, want het nummer ” Striding the chasm” is bijvoorbeeld een klassiek 1349 nummer in een modernere parka. Terwijl afsluiter “Stand tall in fire” dan weer flirt met balladestijl, en dan bedoel ik niet de margarine, maar wel een soort slepende en zacht Zweeds aandoende mid-tempo black metal track. Op dit tragere nummer komt trouwens, vreemd genoeg misschien, het talent van drummer Frost pas écht tot zijn recht. De protserige parlando hadden ze kunnen laten, maar dat geldt nu wel voor de meeste albums die er ooit zijn gemaakt. Het zal de echte hardcore fans misschien verdelen, maar casual luisteraars die graag iets in het genre bezitten wat treffelijk klinkt, kunnen dit zeker en vast kopen.

Xavier: 82/100

1349 – The infernal pathway (Season Of Mist 2020)
1. Abyssos antithesis
2. Through eyes of stone
3. Tunnel of Set VIII
4. Enter cold void dreaming
5. Towers upon towers
6. Tunnel of Set IX
7. Deeper still
8. Striding the chasm
9. Dødskamp (album edit)
10. Tunnel of Set X
11. Stand tall in fire

Empire Of The Moon – Εκλειψις

Zoals de bandnaam aangeeft, draait het occulte concept van Empire Of The Moon rond de maan. Zo kan de titel van het uit 2014 daterende debuut “Πανσέληνος” als ‘volle maan’ vertaald worden en de nieuwe tweede langspeler kreeg de titel “Εκλειψις ” mee, wat Grieks is voor ‘eclips’. Nu is het trio geen black metal-fabriek dat aan de lopende band platen aflevert want tussen de eerste demo en het debuut lag een gapend gat van maar liefst zeventien jaar (!) en ook tussen beide langspelers nestelde zich een winterslaap van zes jaar. Ondertussen hield gitarist/bassist/zanger R.W.Draconium zich wel nog bezig met Chaosbaphomet en keyboardspeler S.V.Mantus met Wampyrinacht, twee acts die niet meteen een kerkbelletje doen rinkelen. Empire Of The Moon speelt black metal die van een heuse thrash-injectie voorzien is, dat maakt “Imperium tridentis” van meet af aan duidelijk. Wat nog opvalt is de werkelijk gortdroge krijszang van Ouroboros die wel wat weg heeft van Pest (ex-Gorgoroth). Melodieuze lead-partijen moeten voor wat tegengewicht zorgen in de bij momenten hondsdolle voortrazende riffs zoals die van het eerste deel van het vierluik “Per aspera ad lunae“. Qua intensiteit kan Empire Of The Moon zich meten met een band als 1349. Opnieuw een Noorse referentie dus, want met de gekende Helleense black metal-sound hebben deze Grieken niet veel van doen of het moest in het licht-ritualistische “Devi maha devi” zijn. In het vervolg van het centraal staande vierdelige nummer “Per aspera ad lunae” wordt meer aandacht besteed aan melodieuzere passages. Zo bevat het derde deel ondersteunende toetsen die eigenlijk best weinig ingezet worden om een volbloed keyboardspeler in de gelederen te hebben. Het sluitstuk “Son of fire” klokt op net geen tien minuten af en kan gerust als het meest epische nummer op deze plaat bestempeld worden waarbij licht symfonische elementen, koorgezangen en emotioneel geladen atmosfeer de thrashy black verder kleur geven. Qua sound krijgen we een dichtgeplamuurde productie met weinig ademruimte voorgeschoteld waarbij de bastonen uit de bocht gaan wanneer het volume ietwat opengedraaid wordt. Jammer, want een ietwat meer organische sound had beter gepast. Ook de vocalen beginnen na een tijdje wel wat tegen te steken. Ouroboros gooit links en rechts wel eens een helder stukje koorzang in de strijd, maar wanneer hij voluit screamt mis ik de nodige afwisseling en dynamiek. Voor de rest geen klachten over “Εκλειψις“.

JOKKE: 75/100

Empire Of The Moon – Εκλειψις (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Arrival
2. Imperium tridentis
3. Per aspera ad lunae – I. The resonance within
4. Per aspera ad lunae – II. Two queens appear
5. Per aspera ad lunae – III. Descending
6. Devi maha devi
7. Per aspera ad lunae – IV. Son of fire

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens met gemak de laatste paar releases van Dark Funeral overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

The Ugly – Decreation

Afgaande op de bandnaam zou je deze Zweden in het punk/crust-hoekje plaatsen terwijl het logo dan weer eerder op een thrash metal band zou wijzen, maar niets van dit alles is waar, want The Ugly is een black metal eskadron waarbij de kanonnen, mortieren en houwitsersalvo’s afgevuurd worden door Fredrik Widigs, de huidige Marduk drummer. Dit snelheidsmonster lijkt trouwens de nieuwe drumslet in black metal land te zijn want naast de eerdergenoemde bands heeft hij ook juist platen opgenomen met het Zweedse Kadaverdisciplin en het Noorse Nordjevel, twee beloftevolle black metal orkestjes die hier ten gepaste tijde wel zullen passeren. Een andere link met Marduk is diens bassist Magnus Devo Andersson die de plaat in zijn Endarker Studio mixte en zich hierbij goed van zijn taak kweet waardoor de voor 95 procent full speed ahead black metal goed te volgen is en stevig uit je speakers knalt. Het retestrakke Zweedse black metal geweld in opener “I am death” doet meteen al het oorsmeer uit je oren spatten. Het daaropvolgende “Black goat” zou niet misstaan op een plaat van 1349 maar Dark Funeral en Setherial gelden ook zeker als referentiekader. Dat Fredje een meer dan aardig potje kan drummen wisten we natuurlijk al van het geweldige “Frontschwein”, maar daar waar er bij Marduk op tijd en stond wat gas terug genomen wordt, ligt de nadruk bij The Ugly toch nog ietsje meer op het snelle blast- en hakwerk, waardoor de nummers onderling moeilijk te onderscheiden zijn en de plaat in zijn geheel wat te leiden heeft onder ééndimensionaal geram. Het lekkere “Cult of weakness” is veruit de traagste track, maar verwacht hier nu geen Bon Jovi ballad. Op tekstueel vlak draaien de nummers om de vernietiging van het universum en Lucifer. Of “Decreation” een meerwaarde is voor de ontelbare zwartmetalen platen die er reeds uitgebracht werden, mag je zelf bepalen. Voor mij niet althans. Snelheidsmaniakken mogen gerust een tiental punten bij de score optellen.

JOKKE: 72/100

The Ugly – Decreation (Vicisolum Records 2015)
1. I am death
2. Black goat
3. Legio mihi nomen est
4. Crawl
5. Cult of weakness
6. Slumber of the god
7. Decreation
8. Nibiru
9. Lögnerna till aska

LVTHN – The grand uncreation

LVTHN kan gerust als een rijzende ster aan het Belgische black metal firmament beschouwd worden. “The grand uncreation” is een verzameling van songs die reeds eerder dit jaar verschenen op hun eerste demo “Adversarialism”, de “Illuminantes tenebrae” split met het Mexicaanse Lluvia en de “Ascension into the palace of the dark gods” tape. We krijgen vier snedige black metal songs te verwerken die voor het grootste deel op een hoog tempo voorbijrazen maar waarbij toch ook de nodige tragere stukken ingebouwd zijn om de boel interessant te houden. De geest van menig jaren ’90 Noorse black metal band waart doorheen de songs wat zich uit in helse screams, razendsnel drumwerk en de nodige tremolo gitaarpartijen. Vooral Gorgoroth, maar ook het oudere werk van 1349, als je name dropping wilt. De ietwat korrelige en groezelige productie past perfect bij dit soort grafherrie, maar steekt toch fel af tegenover de laatste track “666”, een cover van de Katharsis-hit. Op deze versie is de productie een pak helderder wat meteen meer kracht geeft aan de occulte black metal. Hopelijk zetten ze deze sound verder op hun toekomstige platen. In de gaten te houden dit LVTHN!

JOKKE: 78/100

LVTHN – The grand uncreation (Amor Fati Productions/Ordo MCM 2014)
1. The poisonous serpent
2. Opposed by the nameless
3. Nihill
4. 666 (Katharsis cover)