1349

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens met gemak de laatste paar releases van Dark Funeral overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

The Ugly – Decreation

Afgaande op de bandnaam zou je deze Zweden in het punk/crust-hoekje plaatsen terwijl het logo dan weer eerder op een thrash metal band zou wijzen, maar niets van dit alles is waar, want The Ugly is een black metal eskadron waarbij de kanonnen, mortieren en houwitsersalvo’s afgevuurd worden door Fredrik Widigs, de huidige Marduk drummer. Dit snelheidsmonster lijkt trouwens de nieuwe drumslet in black metal land te zijn want naast de eerdergenoemde bands heeft hij ook juist platen opgenomen met het Zweedse Kadaverdisciplin en het Noorse Nordjevel, twee beloftevolle black metal orkestjes die hier ten gepaste tijde wel zullen passeren. Een andere link met Marduk is diens bassist Magnus Devo Andersson die de plaat in zijn Endarker Studio mixte en zich hierbij goed van zijn taak kweet waardoor de voor 95 procent full speed ahead black metal goed te volgen is en stevig uit je speakers knalt. Het retestrakke Zweedse black metal geweld in opener “I am death” doet meteen al het oorsmeer uit je oren spatten. Het daaropvolgende “Black goat” zou niet misstaan op een plaat van 1349 maar Dark Funeral en Setherial gelden ook zeker als referentiekader. Dat Fredje een meer dan aardig potje kan drummen wisten we natuurlijk al van het geweldige “Frontschwein”, maar daar waar er bij Marduk op tijd en stond wat gas terug genomen wordt, ligt de nadruk bij The Ugly toch nog ietsje meer op het snelle blast- en hakwerk, waardoor de nummers onderling moeilijk te onderscheiden zijn en de plaat in zijn geheel wat te leiden heeft onder ééndimensionaal geram. Het lekkere “Cult of weakness” is veruit de traagste track, maar verwacht hier nu geen Bon Jovi ballad. Op tekstueel vlak draaien de nummers om de vernietiging van het universum en Lucifer. Of “Decreation” een meerwaarde is voor de ontelbare zwartmetalen platen die er reeds uitgebracht werden, mag je zelf bepalen. Voor mij niet althans. Snelheidsmaniakken mogen gerust een tiental punten bij de score optellen.

JOKKE: 72/100

The Ugly – Decreation (Vicisolum Records 2015)
1. I am death
2. Black goat
3. Legio mihi nomen est
4. Crawl
5. Cult of weakness
6. Slumber of the god
7. Decreation
8. Nibiru
9. Lögnerna till aska

LVTHN – The grand uncreation

LVTHN kan gerust als een rijzende ster aan het Belgische black metal firmament beschouwd worden. “The grand uncreation” is een verzameling van songs die reeds eerder dit jaar verschenen op hun eerste demo “Adversarialism”, de “Illuminantes tenebrae” split met het Mexicaanse Lluvia en de “Ascension into the palace of the dark gods” tape. We krijgen vier snedige black metal songs te verwerken die voor het grootste deel op een hoog tempo voorbijrazen maar waarbij toch ook de nodige tragere stukken ingebouwd zijn om de boel interessant te houden. De geest van menig jaren ’90 Noorse black metal band waart doorheen de songs wat zich uit in helse screams, razendsnel drumwerk en de nodige tremolo gitaarpartijen. Vooral Gorgoroth, maar ook het oudere werk van 1349, als je name dropping wilt. De ietwat korrelige en groezelige productie past perfect bij dit soort grafherrie, maar steekt toch fel af tegenover de laatste track “666”, een cover van de Katharsis-hit. Op deze versie is de productie een pak helderder wat meteen meer kracht geeft aan de occulte black metal. Hopelijk zetten ze deze sound verder op hun toekomstige platen. In de gaten te houden dit LVTHN!

JOKKE: 78/100

LVTHN – The grand uncreation (Amor Fati Productions/Ordo MCM 2014)
1. The poisonous serpent
2. Opposed by the nameless
3. Nihill
4. 666 (Katharsis cover)