ambient

With The End In Mind – Tides of fire

De wereld staat in brand…soms letterlijk. Niet alleen Australië, maar ook de Westkust van Amerika krijgt regelmatig af te rekenen met ziedende bosbranden. Voor het uit Olympia, Washington afkomstige With The End In Mind vormde het een insiratiebron voor diens tweede langspeler die de toepasselijke titel “Tides of fire” meekreeg want de zaadjes voor de nieuwe nummers werden gezeefd uit de as van de hun omringende smeulende landschappen. With The End In Mind heeft het einde dus nog steeds niet in gedachten blijkbaar, hoewel ik de band na “Unraveling; arising” alweer uit het oog en oor verloren was. Maar kijk, bezieler Alexander Roland Freilich, bijgestaan door tal van sessiemuzikanten, pende dus een nieuwe plaat bijeen en wist in tussentijd eindelijk een label aan de haak te slagen. Het is het Italiaanse Avantgarde Music geworden. Aangezien een groot aantal bands uit die stal het label “atmosferisch” opgespeld kunnen krijgen, beschouw ik deze samenwerking als een perfect fit. Afgaande op de tracklist blijkt er nog niet veel aan het gekende With The End In Mind-receptuur gewijzigd te zijn: drie songs in 47 minuten, you do the math. Deze werkwijze houdt in dat Alexander ruim de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen en naar de pointes toe te werken. Het album is een verkenning van interne en externe zuivering: al het lijden en de angst die de titanische krachten van de natuur op ons leven uitoefenen, en het verborgen licht dat binnenin kan worden gevonden wanneer het lijkt alsof alles verloren is. Het is een reis van dood, vernieuwing en veerkracht van de menselijke geest. Ingetogen gitaarlijntjes veelal vergezeld van spoken word poëzie – sinds het ontstaan van de band in 2012 vormt literair werk van o.a. Carl Jung, Joseph Campbell, Derrick Jensen en Daniel Quinn een voedingsbodem voor de inhoud – scheppen een intimiderende ietwat onheilspellende atmosfeer, zeker in “May the name of truth be fire” zonder dat daarbij gitaargeweld en beukende drums aan te pas komen. Ik begrijp dat dit voor velen te langdradig kan overkomen, zeker als je op zoek bent naar instant overweldiging. Maar ook zonder de primaire krachten van black metal aan te wenden, slaagt With The End In Mind erin om een onheilspellend beeld te schetsen. Elementen uit dark folk, drone/ambient en psychedelica vinden hun weg naar de Cascadian totaalsound waarin ook een belangrijke rol voor percussie is weggelegd. We horen dan ook twee volledige drumstellen en aanvullende percussie het hartritme van “Tides of fire” sturen. En wanneer de black metal golven dan toch komen aanspoelen, dompelen ze ons onder in beklijvende vloedgolven. De antennes van liefhebbers van een Fauna, Wolves In The Throne Room of Hope Drone zouden ondertussen voldoende signalen opgevangen moeten hebben om deze plaat eens een kans te geven.

JOKKE: 82/100

With The End In Mind – Tides of fire (Avantgarde Music 2020)
1. Set the cavernous soul alight
2. May the name of truth be fire
3. Returning, reclaiming

Unreqvited – Mosaic II: la déteste et la détresse

Nu we toch even massaal opgesloten zitten is het tijd voor een inhaalbeweging, dus haal ik wat releases van onder het stof die ons alziend oog waren ontglipt, of waar ik tot nu toe nog geen tijd voor heb gehad. Twee jaar geleden haalde het Canadese Unreqvited nog mijn jaarlijst met “Stars wept to the sea”, sindsdien hebben we “Mosaic I: l’amour et l’ardeur” over het hoofd gezien en kwam er begin dit jaar een split met Sylvaine. Op diezelfde dag werd echter ook langspeler nummer vier de wereld in gestuurd, een aansluitend vervolg op nummer drie. Deze timing was geen toeval, want waar de Canadees zelf zei dat de split zijn lichtste materiaal tot op heden was, geldt het omgekeerde voor “Mosaic II: la déteste et la détresse”: dit zou zijn meest zwaarmoedige uitspatting zijn. Zwaarmoedig, niet zwaar, want Unreqvited klinkt nog steeds even etherisch. Op deze laatste telg wordt meer dan ooit geëxperimenteerd met keyboards, waardoor we op het einde van “Wasteland” zelfs op een soort trap-beat worden getrakteerd. Nog steeds fungeren de vocals enkel en alleen als instrument (er worden namelijk geen teksten geschreven), maar gevoelswaarde bevat de muziek des te meer. Zweverige keys en post-rockachtige gitaarlijnen wisselen elkaar constant af (zoals op “Stars wept to the sea” ook al het geval was, alleen wordt dit contrast hier meer uitvergroot) en halfweg krijgen we een rustpunt in de vorm van “Transience I: the ambivalent”, een naar mijn mening overbodige opener van het afsluitend drieluik dat voor twee delen uit ambient bestaat, en waarvan het afsluitende zelfs meer richting distorted noise neigt, niet geheel onverwacht gezien het nummer “Trancience III: the static” heet. Niet mijn kopje thee; want daar waar de naamloze Canadees met de eerste vier tracks bijzonder puike nummers aflevert, verliest hij momentum en gaat hij tijdens het laatste kwartier van het album de mist in. Dat hij hiermee ‘het meest donkere werk’ bedoelde kan ik begrijpen, maar muzikaal biedt het niet bepaald veel meerwaarde, ook omdat het drieluik zo opvallend breekt met wat eraan voorafging. Ondanks dat er dus héél veelbelovend wordt opgebouwd, waarbij “Pale” echt een parel van een nummer is (de solo halfweg is niet minder dan prachtig te noemen), wordt helaas met een sisser afgesloten.

CAS: 76/100

Unreqvited – Mosaic II: la déteste et la détresse (eigen beheer, 2020)
1. Nightfall
2. Wasteland
3. Pale
4. Disorder
5. Transience I: the ambivalent
6. Transience II: the gentle void
7. Trancience III: the static
8. Can’t help falling (bonus track)

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony

De rauwe black metal scene die de laatste tijd zo “populair” is, stimuleert het gebruik van wekkers, want meermaals vis je hopeloos achter het net aan als je je alarm niet instelt op het moment dat bepaalde releases te koop worden gesteld. Nu, het gros van de tijd betreft het releases waar eigenlijk geen haan naar zou kraaien als ze niet op een belachelijk laag aantal stuks verkocht zouden worden, en hierdoor eigenlijk eerder verzamelaars aantrekken of imbecielen die de releases nadien voor zo veel mogelijk geld op Discogs willen verlappen. Kapitalisme en rauwe underground black metal, twee zaken die tegenwoordig vaak lijken te rijmen. Een band uit de Amerikaanse raw black metal waarrond alle heisa voor een keer absoluut terecht is, is Lamp Of Murmuur, en dan heb ik het niet alleen over diens aanstekelijke black metal esthetiek maar vooral ook over de muziek die absoluut de moeite waard is. “The burning spears of crimson agony” is reeds de vierde demo van deze one man band en klinkt van de eerste tot de vierentwintigste minuut über geil. “A burning spear to the heart of dawn” is waar het hier om draait, een meer dan twintig minuten durend werkstukje dat voor de gelegenheid in twee stukken werd verdeeld, aangevuld met een ambient intermezzo en outro. Ambient speelt een belangrijke rol bij Lamp Of Murmuur getuige bijvoorbeeld de “Cursed deambulations of the nocturnal entities” EP die synth bewerkingen bevat van materiaal van de eerste drie demo’s, maar hier blijft het dus beperkt tot twee korte instrumentale tracks. Het eerste deel van “A burning spear to the heart of dawn” schiet meteen furieus uit de startblokken met venijnige riffs waarin we vleugjes Zweedse invloeden horen. Wanneer het tempo wat zakt, stuwen opzwepende ritmes het boeltje, vergezeld van rauwe vitriolen black metal vocalen, verder. Gaandeweg swingt het zelfs haast onze beentjes los! Wat Lamp Of Murmuur van andere bands in deze niche onderscheidt, is dat er hier wel een hele lading memorabele riffs passeren. En het feit dat de productie vrij toegankelijk is voor rauwe black, kunnen we dan alleen maar toejuichen. Ik hoor zelfs basgitaar doorheen de grimmige riffs penetreren begot! Nadat er ons een kort meditatiemoment gegund wordt, gaat het tweede deel verder. Het tempo ligt hier lager, de riffs zijn repetitiever en daardoor ook psychedelischer en opnieuw zorgt de basgitaar voor extra cachet. En ook van een clean gothrock achtig gitaarstukje is Lamp Of Murmuur niet vies. Er passeren best enkele lange instrumentale passages, maar wanneer de zang zich aandient resulteert dat in extreem haatvol, bijna wolfachtig, geschreeuw en gehuil. Naarmate het einde nadert, worden we nog op sacraal aandoende heldere zang getrakteerd. Geniale EP deze “The burning spears of crimson agony“. Trouwens: bijna gelijktijdig kwam er ook nog een split met Revenant Marquis uit, die ook zeer de moeite waard is, vooral voor onze vriend uit Olympia, Washington dan.

JOKKE: 89/100

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony (Death Kvlt Productions 2020)
1. A burning spear to the heart of dawn (Part I)
2. Meditating in the poisonmists
3. A burning spear to the heart of dawn (Part II)
4. Eternally banished to agony

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels

Mories van Gnaw Their Tongues eet en slaapt blijkbaar niet want deze creatieve duizendpoot lijkt meer uren in een dag te hebben dan jij of ik. Met Dodenbezweerder – één van zijn tig projecten waarvoor hij hier samenwerkt met drummer S – zit de Nederlander blijkbaar in een erg creatieve flow want hoewel we recent nog enkele kleinere releases van Dodenbezweerder van een oordeel voorzagen, ligt er weldra een eerste volwaardige langspeler in de rekken van het mortuarium…en dan blijkt dat we zelfs nog de tussenliggende demo “De rook van de pijniging zal opstijgen tot in de eeuwigheid” gemist hebben. Het volwaardige debuut kreeg de welluidende titel “Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels” mee waarvoor Mories de Nederlandstalige literatuurprijs in ontvangst zou mogen nemen. Het is een plaat die 38 minuten lang onwelriekende geuren laat opborrelen die zich omzetten in schurftige uitwasemingen die zich op je longen vastzetten en daar zelfs het coronavirus zouden moeten kleinkrijgen. Verwacht hier geen standaard composities met intro, brug, refrein structuur maar een vormeloze substantie die zich in allerhande bochten gaande van rauwe kelderblack tot horroreske ambient wringt. Ook wanneer het geweld wat stilvalt – zoals in “Opgeslokt door de ontzielde leegte” – wordt een bezwerende atmosfeer neergezet. De galmende feedback, uit het graf oprijzende wanhoopskreten en kletterende drums vormen het muzikaal equivalent van een heuse koortsdroom waarin je onrustige ziel getormenteerd wordt door plaaggeesten als Abruptum, Kwade Droes en Urfaust. Hoewel je soms naargesstige orgelklanken meent te ontwaren, bevestigt Mories dat er bij de creatie van dit monster geen synths aan te pas kwamen. Net zoals het voorgaand materiaal werden de zes nummers ter plaatse geïmproviseerd en opgenomen waarbij er enkel voor de “zang” overdubs aan te pas kwamen. Het moge duidelijk wezen dat deze verstikkende brok ketelherrie aan een negatieve en miserabele trance ontsproten is. Heerlijk! Samen met Mystagogue één van Mories zijn meest interessante en captiverende projecten.

JOKKE: 83/100

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels (Iron Bonehead productions 2020)
1. Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels
2. Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk
3. Opgeslokt door de ontzielde leegte
4. Glimmende zwaarden door de mist van het evangelie
5. Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam
6. Haat in het aangezicht van de verscheurde zielen

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust / Nostalgia II: My kingdom

Je hebt van die artiesten die niet stil kunnen zitten. En dan heb je Grimm666, de multi-instrumentalist, van onder andere Kalmankantaja, een project met een discografie die op negen jaar tijd groter is geworden dan mijn mannelijkheid. Ok, slecht voorbeeld, maar de lijst met releases is echt wel lang. Releases van Kalmankantaja, niet van… Hoe dan ook, is het best indrukwekkend om in een enkel jaar tijd meerdere full-lengths te produceren. Zeker als die geen bagger blijken te zijn. Ik heb het zeker al eens geschreven hier dat de Finnen een unieke gave lijken te bezitten om nummers op een geweldige manier te construeren door middel van variaties op een thema en dat is bij dit project niet anders. Alleen liggen de liedjes verspreid over twee albums. “Nostalgia I: Bones and dust” is een trage release die voortkabbelt in een bedding van black, doom en ambient invloeden. Zowel qua sound als riffing doet het meteen denken aan “Filosofem” van Burzum gemengd met sporadische vlagen van Forgotten Tomb, Summoning, Moonsorrow en Swallow the Sun. De melodie blijft grotendeels in hetzelfde motief dat wisselt tussen mineur en majeur, maar ontwikkelt op interessante wijze. Dat gezegd zijnde is het niks voor mensen die zich snel gaan vervelen. Dit zet in op sfeer en niet op spanning. “Nostalgia II: My Kingdom” begint ook traag en met dezelfde invloeden. Geleidelijk aan echter krijgt dit deel wat meer stoom en afwisseling. Af en toe een meer pompende riff, die helaas niet lang genoeg blijft duren of echt ergens heen gaat. In zijn geheel is het echter een voortzetting van “Nostalgia I” en daarom begrijp ik de opsplitsing hier niet echt. Nummertje weglaten en op één schijf pleuren was beter geweest. Is nou niet alsof de man verlegen zit om een uurtje muziek meer of minder. Vandaar ook dat het hier als een enkele release behandeld wordt. De productie is rauw, maar geslaagd. De klankkleur ouderwets en toch hedendaags. Iets wat me steeds vaker opvalt bij metal vandaag. De vocalen zijn wat doods, omdat ze eigenlijk slechts bestaan uit wat klinkt als geprevel in een kristalmicrofoon. Jammer, want de zang is het enige wat heer Grimm666 heeft uitbesteed. Lijkt me dat je zo een fletse prestatie met effecten dan ook meteen zelf kan leveren. De releases zouden deel moeten uitmaken van een reeks tribute materiaal, opgedragen aan de muzes van de componist. En daarom klinken ze inderdaad een beetje anders als de andere werken van Kalmankantaja. Met iets meer epiek, zonder enigszins opbeurend te zijn. Nu heb ik de hele back catalogue nog niet gehoord, dus moet ik het woord van het Internet nemen, want voor mij klinkt het als een natuurlijke evolutie waarbij metal meer achterwege wordt gelaten. Het is indrukwekkend hoeveel sfeervol en degelijk materiaal sommige mensen kunnen blijven scheppen. Iets wat ik bewonder bij dit soort projecten, maar soms moet je echt luidop kunnen zeggen dat minder ook meer kan zijn.Ultieme aanrader voor liefhebbers van sfeervolle black/doom metal die niet snel op hun uurwerk kijken.

Xavier: 81/100

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust (Wolfspell Records 2020)
1. Bones and dust pt. 1
2. Bones and dust pt. 2
3. Bones and dust pt. 3
4. From the night

Kalmankantaja- Nostalgia II: My kingdom (Wolfspell Records 2020)
1. No God, no love
2. Soulless
3. My kingdom pt. 1
4. My kingdom pt. 2

Deemtee – Flawed synchronization with reality

Dat deze release niet voor iedereen zal zijn, hoor je reeds in de eerste paar minuten. De eenzame Madrileen NHT is blijkbaar geen onbekende in de lokale scene, maar hier betwijfel ik of veel mensen al van hem hebben gehoord. Misschien komt daar verandering in, want creatief en vakkundig is deze Spanjaard in elk geval. “Flawed synchronization with reality” is het debuut van dit project en valt het best te omschrijven als experimentele black metal geschreven/opgenomen onder invloed van een al dan niet gezonde dosis psychedelica. We krijgen afwijkende en wisselende ritmes, ambient passages, zelfs kleine streepjes drum and bass, lange gesproken stukken en klassieke passages. Dat alles naast een hoop klassieker aandoende leads, sterke clean zang en natuurlijk ook de meer standaard black metal riffs en gekweel. Het spijt me dat ik deze promo zo lang heb laten liggen, want het is zonder twijfel een van de meest interessante platen die ik al in lange tijd heb gehoord. De extreme vocalen storen me soms een beetje, maar verder is het een ijzersterke release waar je in mee kan groeien. Als je tenminste openstaat voor de vele invloeden en niet gewoon 4/4 blastbeats verwacht. Persoonlijk vind ik de eerste track “Birds” de beste. Terwijl ik de akoestische afsluiter/outro “Nobody out there” als enig nummer best had kunnen missen. Misschien is dit wel zo een voorbeeld van muziek voor muzikanten, zoals het geweldige Ebony Lake destijds. Al denk ik dat ook fans van atmosfeer dit nog zullen kunnen pruimen. Eén ding is zeker, voor Deemtee moet je in elk geval de tijd nemen.

Xavier: 85/100

Deemtee – Flawed synchronization with reality (Grimm Distribution 2019)
1. Birds
2. Badtrip culmination
3. Glowing serpents everywhere
4. Multiverse recoil
5. Mirror of confusion
6. Tunnel of melting black stars
7. Nobody out there

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Midnight Odyssey – Biolume part 1 – in tartarean chains

De aandachtsspanne van de gemiddelde luisteraar gaat met rasse schreden achteruit door de stortvloed van releases en de mogelijkheid om alles snel even te pauzeren of over te schakelen op iets anders. Ook de shuffle-knop is hier debet aan, want veel mensen nemen zelfs de tijd niet meer een release volledig door te nemen. Ik snap dat niet, en Dis Pater van Midnight Odyssey duidelijk ook niet. In een wereld waar releases vaak onder het halfuur afklokken knalde de Australiër al twee langspelers de ether in. Neem langspeler trouwens maar letterlijk, want beide duurden langer dan twee uur omwille van de uitgesponnen ambient-stukken doorheen de atmosferische black metal. De eenmansband begon aan nummer drie maar bleek te beseffen dat deze nóg langer uit zou draaien. Zodus werd besloten om het album op te splitsen in drie delen, waarvan “Biolume part 1 – in tartarean chains” het eerste is. Naar Midnight Odyssey-standaarden hebben we hier eigenlijk een EP voor onze neus, want het kleinood bedraagt ‘maar’ een schamele 72 minuten. Wat in vergelijking met de vorige albums meteen opvalt is dat er geen lange ambient intro is, en dat ook de twintig minuten durende keyboardpassages achterwege zijn gelaten, wat voor een compactere songstructuur zorgt. Dat het langste nummer van de plaat maar twaalf minuten bedraagt getuigt hiervan – op eerder werk was dit maar een intro of intermezzo geweest. Midnight Odyssey is anno 2019 dus meer to the point, wat voor een veel dynamischer luisterervaring zorgt. Dankzij de bombastische productie komen de doom metalinvloeden, zoals in “A storm before a fiery dawn”, goed tot hun recht en ook zijn de synths niet al te overstemmend, hoewel ook nooit afwezig. Het voorgenoemde nummer bevat trouwens ook een heel interessante spanningsboog die de titel reflecteert. In “Of golden age descended” krijgen we ook even een harp te horen, wat een opwekkend kantje aan het nummer geeft. Tijdens “When titans fall” wordt dit doorgetrokken want miljaar, black metal hoort helemaal zo vreugdevol niet te klinken, zelfs niet als het spacy ambient atmospheric black metal is! Dis Paters screams zijn vol van klank en hebben een raspend kantje, en worden constant afgewisseld met vol klinkende, cleane vocalen. De bas ondersteunt de hier eens dreigende, daar weer zweverige riffs en geeft het geheel een mooi, vol geluid mee. Ik zei al dat er geen ambient interludes te bespeuren zijn, maar vertelde er nog niet bij dat “Pillars in the sky” de rol van ambient outro op zich neemt, daarbij duidelijk knipoogt naar de intro van vorige langspeler “Shards of silver fade” én tegelijk aanvoelt als een intro voor deel twee van de trilogie. Laat dat tweede deel trouwens maar komen, want ik ben wel te vinden voor deze nieuwe aanpak!

CAS: 83/100

Midnight Odyssey – Biolume part 1 – In tartarean chains (I, Voidhanger Records 2019)
1. Hidden in tartarus
2. Forever silenced
3. Biolume
4. A storm before a fiery dawn
5. Of golden age descended
6. When titans fall
7. Pillars in the sky