ambient

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie

Het Belgische Medieval Prophecy Records staat met beide voeten diep in de Belgische ondergrond geworteld, maar weet zo nu en dan ook undergroundspul uit internationale wateren op te vissen. Dat is ook nu weer het geval (en voor de gelegenheid in samenwerking met het eveneens Belgische Zombi Danz Records) met Necromantical Invocation, een Helleense blackmetalband die in 2014 werd opgericht door Echetleos. De man is niet aan zijn proefstuk toe en deed reeds ervaring op bij o.a. Ithaqua, Cades Cruenta en Kawir. Na enkele jaren in de schaduw rond gesluimerd te hebben, komt Necromantical Invocation met een (vreemd genoeg) Frans getitelde demo op de proppen die doet vermoeden dat het hier thematisch gezien niet over koetjes en kalfjes gaat, zelfs niet over gehoornde bokken en anaal genomen geiten in dit geval. “Dogme et rituel de la haute magie” behandelt onderwerpen als necromantie, hekserij, ceremoniële magie en waarzeggerij en bevat een Griekse spoken word intro en outro, waarbij de vrouwenstem wat aan Cadaveria van Opera IX doet denken. Daar ik destijds wiskunde en economie boven Latijn en Grieks prefereerde, versta ik spijtig genoeg geen jota van wat er meegedeeld werd. In het titelnummer is een nog meer theatrale rol voor de vrouwelijke vocalen weggelegd waardoor zelfs een Diamanda Gallas even vanachter een Griekse zuil komt piepen. “Necromantical ritual” en de titelsong zijn composities van respectievelijk tien en vijftien minuten en laten een grote variatie aan invloeden en stijlen horen. De blackmetalklanken van “Necromantical ritual“, waarin een prominente rol voor de basgitaar en toetsen is weggelegd, verraden geen Scandinavische invloeden, maar hebben een eerder mediterrane flair. Denk aan Necromantia en Mortuary Drape, maar ook wel wat aan oude Samael. Tussen deze old-school elementen en de lekker sappige rochelscream zit echter ook heel wat avant-garde en theatraliteit verborgen (zoals bv. bij een Sigh), net als dark ambient, dungeon synth en invloeden uit klassieke muziek. Echetlos laat zich dan ook door een klein leger aan gastmuzikanten bijstaan voor het inspelen van o.a. de drums, piano, viool en saxofoon. Die laatste roept in het haast als een Griekse rituele tragedie klinkende titelnummer, waarin de blackmetal achterwege blijft, een macabere atmosfeer op die herinnert aan de experimentele nummers van Carpathian Forest, een band die ook niet vies was van het gebruik van dit blaasinstrument. De wisselwerking tussen de verschillende vocale stijlen (gefluister, theatrale vrouwenzang, creepy mannenstem), de mediterrane akoestische klanken, de treurende viool, beladen toetsen, licht-erotische saxofoon en het haast freestylen op de basgitaar creëert een hoogst intrigerend spanningsveld. Het mysterie en de magie druipen dan ook als dik kaarsvet van deze uitermate geslaagde demo af. Ik vraag me af of Necromantical Invocation ook in de toekomst zowel voor de traditionele blackmetal- als de theatrale avant-garde aanpak (die ongetwijfeld niet bij iedereen in de smaak zal vallen) zal blijven gaan. “Dogme et rituel de la haute magie” is een mooi eerbetoon geworden aan Baron Blood, de op 20 november 2019 aan een hartaanval overleden bassist die het meest gekend is van zijn werk bij de Griekse blackmetalpioniers Necromantia. Hulde!

JOKKE: 86/100

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie (Zombi Danz records/Medieval Prophecy Records 2021)
1. Nυχτερινή Επίκληση
2. Necromantical ritual
3. Dogme et rituel de la haute magie
4. Αι Σκιαί Του Άδου

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse

Het jaar van het virus kende zo’n overload aan nieuwe muziek dat we op tijd en stond nog even terugblikken op releases van 2020. “Summoning the eclipse” is zo’n plaat die in de eindejaarsdrukte bijna door de mazen van het net floepte en dat zou zonde zijn want we hebben hier met het alom geprezen Mexicaanse Lluvia (“Enigma” kreeg van ondergetekende destijds een dikke score) van doen. Althans voor de helft van dit werkje, want we spreken hier over een split met het Amerikaanse (voor mij onbekende) Ehecatl dat op basis van de bandnaam, die naar de precolumbiaanse god van de wind verwijst, ook een verbondenheid met Centraal-Amerika vertoont. Inspiratie voor deze samenwerking vonden beide bands echter op een ander continent want “Summoning the eclipse” werd sterk beïnvloed door de fantasy manga “Berserk” van de Japanse mangaka Kentaro Miura. De prachtige verpakking van deze LP, die in een sterke inschuifhoes gehuisvest is, en het bijgeleverde dikke artworkboekje verwijzen volop naar deze iconische Japanse stripverhalen. “Summoning the eclipse” is een werk waarin de meewerkende entiteiten op zoek gaan naar het ultieme potentieel van het leven binnen thema’s als liefde, haat, ijver en extase. Voor de rest is deze release gehuld in een waas van mysterie. Het is zelfs niet zo eenvoudig uit te maken welke band we op welke kant aan het werk horen. De atmosferische black van zowel Lluvia als Ehecatl ligt dan ook grotendeels in elkaars verlengde. Het tempo ligt bij momenten vrij hoog, de riffs vliegen dan aan een rotvaart voorbij en groots klinkende post-metalen melodielijnen doen je naar adem happen terwijl ze je meevoeren richting de eclips. Tussen de ijle en hopeloos klinkende screams door is er ook ruimte voor spoken word vrouwelijke vocalen of fluisterklanken. Verfrissend klinkende ambient/rustgevende techno (of hoe noemen ze zoiets?) in de stijl van de Northern Electronic bands doet de muziek van Lluvia bovendien wat meer ademen en zorgt voor enkele ontspannen dalen tussen de vele energetische pieken. De ambientaanloop van “Palisade” doet me sterk denken aan Altar Of Plagues “White tomb” of het werk van een Wolves In The Throne Room, geen mis te verstane referenties wat mij betreft. Daar waar Lluvia met geprogrammeerde drums werkt, ben ik daar bij Ehecatl niet zo zeker van. De drums hakken er in elk geval wel zwaar en zo stipt als een Zwitsers uurwerk op los maar klinken wat organischer. De black metal van deze band vertoont tevens wat meer symfonische trekjes vergeleken met de meer ambientachtige zwartmetalen insteek van Lluvia. Maar ook hier geven spoken word samples extra kleur aan de gitzwarte vloedgolven aan vurige riffs, snelle percussie en getergde vocalen en dompelen pakkende melodielijnen je onder in het enigmatische geluidsuniversum dat gecreëerd wordt. Sterk werk en hulde aan Amor Fati voor de grafische vormgeving van deze magnifieke split!

JOKKE: 86/100 (Lluvia: 87/100; Ehecatl: 85/100)

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse (Amor Fati Productions 2020)
1. Lluvia – Destiny
2. Lluvia – Alas (Wings of rebirth)
3. Lluvia – Palisade
4. Lluvia – Blood of the crimson behelit
5. Lluvia – A shattered eclipse
6. Ehecatl – Under the millennium of the hawk
7. Ehecatl – The wrath of the black swordsman
8. Ehecatl – Abyss walker
9. Ehecatl – Sinking through darkness
10. Ehecatl – Outro

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia

Een levenloze, volledig bevroren akker in niemandsland. Het enige licht voorhanden afkomstig uit de allesomvattende kosmos. Een uitzonderlijk desolaat isolement, zelfs voor deze tijden. Enkel in zo’n situatie komt deze plaat pas écht tot zijn recht. “Astrophobia” is voor Arkhtinn de achtste release alweer, waarmee ze de andere bands in het illustere PRAVA Kollektiv ver voorbij lopen. Met deze split tekenen ze ook meteen de eerste keer een samenwerking op met een band die verder niet gelieerd is aan hun collectief: het Amerikaanse Starless Domain. Elks vullen de bands één twintig minuten durende track in die je tot zo ver voorbij het ongewisse van ons melkwegstelsel sleurt dat terug veilig en wel op aarde aankomen een ontastbare illusie lijkt. Enkele bands binnen PRAVA, de projecten onder Nebulae Artifacta, en pakweg Darkspace durven zich in een gelijkaardige wereld begeven, maar weinigen doen het met zoveel flair als bovenstaande. Arkhtinn weet al sedert zijn inceptie in 2013 muziek te schrijven die niet ‘van hier’ lijkt te komen, en op dat elan gaan ze zonder enig teken van vertraging verder. Quasi mechanische drums doen je botten ratelen op een tempo dat de lichtsnelheid ogenschijnlijk weet te evenaren, wilde synthpartijen snijden als meteorologische fenomenen door je systeem en ruwe rythmgitaar begeleidt het hele schouwspel naar de eeuwige verdoemenis. De ontiegelijk hoge en onrustwekkende vocalen zetten de band naar goeie gewoonte nog eens dubbel zo hard apart: deze klanken kunnen toch echt niet uit een organisch wezen komen voortvloeien? Starless Domain heeft een zeer gelijkaardige aanpak van doen, al is “MUSE” mogelijk nog repetitiever en slopender dan splitbroeder “Astrofobi”. Enkele zwarte gaten inducerende oorwormen worden schijnbaar nonchalant maar beslist planmatig opgezet, eindeloos uitgerokken en blijven je tot lang na de dikke 24 minuten die het nummer innemen achternajagen. Instrumenten lijken zomaar in elkaar over te vloeien. Ook hier hoor je vocalen die meteen onder je huid kruipen, en duidelijk van alle menselijkheid ontdaan zijn. Meedogenloos graaft de band verder, door merg en been, en langzamerhand worden de krijsen deel van je psyche. De met ambient doorspekte sound is even angstaanjagend als betoverend, wat onderstaande er opnieuw en opnieuw naar doet teruggrijpen, al is het uit pure verwondering. Rot op, Elon Musk, “Astrophobia” staat lichtjaren verder dan SpaceX. 

Jules: 81/100 (Arkhtinn: 79/100; Starless Domain: 82/100)

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia (Amor Fati Productions 2020) 
1. Arkhtinn – Astrofobi 
2. Starless Domain – MUSE 

Voidsphere – To sense | To perceive

The Void is niet zo’n statisch gegeven als velen lijken te denken. Integendeel, ze is zelfs een vrij actief iets. Naast roepen, spreken, wachten en verwachten, ademen en simpelweg bestaan voegt ze nog twee bezigheden aan haar palmares toe: voelen en waarnemen. Juist, als deel van de meedogenloze sonische aanval die het ПРАВА Коллектив (ofte Prava Kollektiv, voor zij die geen cyrillisch lezen) afgelopen week op onze trommelvliezen ontketende mag ook Voidsphere niet ontbreken. Het mysterieuze collectief geeft geen geheimen prijs (een interview? Vergeet het jong: ze lossen niks, nada, noppes) maar brengt naar goede gewoonte alle releases op dezelfde dag uit via Amor Fati Productions. Zodoende kunnen we de komende week bijna gaan omdopen naar ‘Prava-week’, en klagen doen we hoegenaamd niet. Gezien ons team recent is uitgebreid, verdelen we de releases netjes onder ons, en vandaag hebben we het dus over “To sense | To perceive”. Zoals gewoonlijk verblijdt Voidsphere ons met twee nummers, die elk op een dikke eenentwintig minuten afklokken en nog net wat meer ademruimte laten dan andere Prava projecten, zoals Pharmakeia. “The void senses” is van meet af aan weer op en top Voidsphere, net zoals de kenmerkende albumhoes: van lang uitgesponnen riffs die laag na laag na laag toevoegen aan de sowieso al bedrukkende sound en het tapijt vormen waartegen de ijle, wat weggedrukte en langgerekte screams (van meerdere vocalisten) zich aftekenen, tot de typische ietwat psychedelische invloeden die halverwege deze kolossale track de kop opsteken en het allesomvattende Niets verder in de verf zetten door middel van vluchtige keyboardaanslagen – ook meteen het enige accent dat ook maar enigszins wat warmte uitstraalt. De schedelsplijtende schreeuw die “The void perceives” op gang trekt, luidt een barrage aan blastbeats in die het wervelende gitaarwerk enkel maar bevreemdender doet overkomen – al haalt dit tweede deel van het diptiek wat vaker de voet van het gaspedaal dan het eerste en rond de zesde minuut krijgen we met de rammende, palm-muted gitaren ook een onverbloemde knipoog richting het geniale Darkspace. Niet dat het al niet duidelijk was waar veel Prava bands de mosterd halen, maar Voidsphere doet het geheel verstikkender en hopelozer klinken dan de Zwitsers. Bij Voidsphere geen overdonderende dissonantie of atonaliteit, maar dat heeft de band ook niet nodig om opnieuw een veertig minuten durende trip neer te poten die de adem zonder moeite uit je longen perst. De ijle sound blijkt na meerdere luisterbeurten ettelijke lagen te bevatten maar dreunt toch als een massief blok graniet je hersenpan in, en resoneert daar nog lang na. Wat vooral fantastisch is, is dat deze nummers dankzij hun lange speelduur de tijd en ruimte krijgen om zich langzaam maar zeker verder te ontplooien, en vooral in de laatste tien minuten blijft de sound zich alsmaar verder ontvouwen. Repetitief is het zeker, maar doorheen de kosmische trip waarbij we steeds verder het zwart gat in worden gesleurd, worden constant elementen toegevoegd of worden licht gevarieerde versies van dezelfde gitaarlijn over elkaar heen gedrapeerd om zo het eindeloze Niets in auditieve vorm over te brengen. Binnen de Addergebroed gelederen werd Voidsphere al vanaf de dag van de release tot onbetwistbare ‘winnaar’ van deze nieuwe lading Prava releases gekroond, en na enkele dagen repeated listens staat dat sentiment nog steeds als een huis overeind. Zoals reeds in de review van To exist | To breatheaangehaald werd is Voidsphere één van die weinige bands waarvan de bandnaam perfect de lading dekt. Grandioos, dit. Hup, allen naar de Amor Fati webshop voor dit kleinood hopeloos uitverkocht raakt!

CAS: 87/100

Voidsphere – To sense | To perceive (Amor Fati Productions 2020)
1. The void senses
2. The void perceives

Throane – Une balle dans le pied

De Parijzenaar Vincent Petitjean, beter gekend als Dehn Sora, is een artiest die van vele markten thuis is. Muzikaal kan hij zijn ei kwijt met Sembler Deah, Ovtrenoir en Throane. Zijn grafische creaties sierden releases van ondermeer Amenra en Blut Aus Nord en hij had de eer een fenomenale videoclip te mogen maken voor het nummer “Ad arma! Ad arma!” van het onvolprezen Deathspell Omega. Met Throane is deze creatieve geest aan een nieuwe EP toe nadat eerder al twee langspelers verschenen (“Derrière nous, la lumière” uit 2016 en “Plus une main à mordre” uit 2017). Daar waar Sembler Deah gitzwarte elektronische soundscapes schetst en Ovtrenoir (trouwens geen soloproject van Dehn Sora) zich in de sludge/postmetal hoek bevindt, smeedt de Fransman met Throane een geluid uit elementen van blackmetal, donkere ambient, drone en industrial. En natuurlijk gaan muziek en visuele esthetiek daarbij hand in hand. Opnieuw prijkt een zwartwitte foto van een menselijke figuur uit de muzikant zijn dichte omgeving op de cover. Deze keer is het Dehn Sora’s zus die we zien die als verpleegster tewerkgesteld is en daarbij aan heel wat leed wordt blootgesteld en voor de fotogelegenheid het eelt van haar voeten aan het trekken is. De titel van de EP verwijst naar het gezegde ‘zichzelf in de voet schieten’ waarbij je jezelf benadeelt. De EP beslaat één nummer van zo’n dertien minuten, of eerder gezegd twee nummers die één geheel vormen aldus Dehn Sora. Het muzikale spektakel dat zich dertien minuten lang voltrekt bestaat uit hoekige drumritmes die door Throane’s live drummer Julien T. ingespeeld werden. Ten gepaste tijde vallen de industrieel klinkende percussie en militante doomriffs en dissonanten stil waarna gitzwarte ambient en noise de overhand nemen om daarna terug naar de diepste krochten van Dehn’s psyche af te dalen. Het zorgt voor de nodige dynamiek maar komt me ook wat onsamenhangend over. “Une balle dans le pied” klinkt daarentegen wel uitermate verstikkend en er is absoluut geen plaats voor daglicht, zelfs geen subtiel straaltje zonlicht is in staat hier ook maar enige sprankel hoop te laten uitschijnen.

JOKKE: 75/100

Throane – Une balle dans le pied (Debemur Morti Productions 2020)
1. Une balle dans le pied

Gjendød – Motstand / Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde

Het uit Trondheim afkomstige Gjendød is sinds 2015 actief en heeft in die tijd al best een aardig palmares bijeen geschreven bestaande uit twee full-lengths een hele resem demo’s en een split met het fantastische Múspellzheimr. Ik had links en rechts wel al eens wat flarden van het Noorse duo zijn muziek gehoord, maar heb me er nooit echt verder in verdiept. De split met het Deense Múspellzheimr schatte ik echter als een need to have in en besloot dan ook maar Gjendød’s recente “Motstand” EP aan te schaffen. Voor de gemakkelijkheid krijg je hier dus twee reviews aangeboden voor de prijs van één. Laten we van start gaan met de witte 7″ EP waarop drie nummers prijken. De heren K (snaarinstrumenten en synths) en KK (zang en drums) kozen ervoor om “Graver meg opp” middels akoestische gitaren in te zetten waarover drumroffels gestaag aanzwellen totdat het nummer uit de startblokken schiet, waarbij meteen opvalt dat er een heuse rol is weggelegd voor de basgitaar. Het duurt even voordat het blackmetalkrijswerk boven gehaald wordt, maar eens dat het geval is, zijn alle ingrediënten voor een lekkere bak meeslepende, heroïsch klinkende Scandinavische black aanwezig. Het titelnummer is mid-tempo qua opzet maar bevat weeral een lekker stuwende en swingende basgitaar die een absolute meerwaarde is en haar melodielijnen vrolijk doorheen de gure gitaaronderlaag laat dartelen. Subtiele toetsen kleuren dit aanstekelijke nummer verder in alvorens het tempo nog verder de dieperik instuikt en er haast een doomy grafstemming wordt bereikt, om uiteindelijk terug te keren naar het muzikale patroon waarmee “Motstand” ingezet werd. “Frosne fangehull” is een uit duistere ambient, noise en spookachtige synths opgetrokken nummer dat een compleet andere gemoedsinstelling laat horen, want dit is echt wel een deprimerende uitsmijter. “Ferkse lik” wat zoveel betekent als ‘vers lijk’ is het nummer dat het duo aanleverde voor de split. Het komt vanuit de verte langzaam aangewaaid en ontpopt zich tot een mid-tempo song waar de neerslachtigheid en gevoelens in mineur van afspatten. Ook Múspellzheimr start aanvankelijk traag maar gestaag maar zet even later de voet op het gaspedaal. De verstikkende atmosfeer die we van deze Denen gewend zijn is weer volop aanwezig maar de razernij durft ook plaats te maken voor bevreemdende intermezzi vol disonnante gitaren. Het feit dat niet alle instrumenten tegelijkertijd volle gas vooruit gaan, creëert een onbehagelijk spanningsveld en de getergde krijsstem gaat door merg en been. Doorheen het chaotische klankenspectrum weten zich gek genoeg ook nog enkele akoestische gitaarklanken en heldere zangkoren te priemen. Op basis van deze twee releases heeft het Noorse Gjendød me weten prikkelen om ook het ouder materiaal op te snorren. Múspellzheimr bevestigt nogmaals mijn voorliefde voor hun auditieve geweld.

JOKKE: 81/100

Gjendød – Motstand (Darker Than Black Records 2020)
1. Graver meg opp
2. Motstand
3. Frosne fangehull

JOKKE: 82/100

Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde (Darker Than Black Records 2020)
1. Gjendød – Ferske lik
2. Múspellzheimr – Elde

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Paysage d’Hiver – Im Wald

Een reviewproces kan gekke vormen aannemen. Zo was deze recensie voor “Im Wald”, het laatste en langverwachte geesteskind van Paysage d’Hiver, zo goed als geschreven toen ik me deze week genoodzaakt zag domweg van nul opnieuw te beginnen. Deze review komt laat ten tonele, maar ik heb er dan ook al een luisterbeurt of 35 op zitten – goed voor toch wel twee werkweken aan bingelistening. Nu goed, een album van Wintherr geeft natuurlijk niet in één luisterbeurt z’n geheimen prijs, maar twee uur lang is toch wel een ferme brok om te verteren. Oorspronkelijk zou ik zeggen dat het album dat via zijn eigen Kunsthall Produktionen verscheen wel weer een typisch Paysage d’Hiver album was geworden, compleet met ietwat ruizige sound (maar meer doordringbaar dan op bijvoorbeeld de self-titled of pakweg “Schattengang”), gecomplementeerd met heldere en relatief catchy synths (toch een nieuw element). Twee uur lang van deze materie is echter nogal een opgave om door te zitten, ondanks een knaller als “Stimmen im Wald” dat ons een nagenoeg perfecte openingsriff voorschotelt en het magistrale “Kälteschauer” dat de essentie van de band eigenlijk samenvat. “Im Wald” wordt tussen de lijnen door ook gezien als de eerste full-length van het project dat reeds in 1997 het levenslicht zag in de reflectie van de besneeuwde Zwitserse Alpenpassen, maar van een debuut kunnen we hier amper nog spreken na een toch wel uitgebreide discografie. Echter bleef ik van mening dat bijvoorbeeld de zelfgetitelde demo nog net iets meer in z’n mars had, zowel riff- als atmosfeergewijs, maar dat was buiten mijn onverwachtse trip richting de dardennen gerekend. Een eenzame, nachtelijke boswandeling met dit album geeft meteen een compleet andere ervaring en maakt duidelijk dat de titel absoluut de lading dekt. Subtiliteiten die ik in eerste instantie niet eens had opgemerkt doorheen de plaat werden plots heel ruw mijn belevingswereld binnen gestampt: zo zette ik meer dan eens mijn koptelefoon af om na te gaan of dat geluid van krakende takken nu uit de bossen rondom me kwam – ik had al kennisgemaakt met een hertenjong – of dat die enkel uit het album voortkwamen. Optie twee was het geval, want eens het album kortstondig op pauze werd gezet werd ik enkel begroet door doodse stilte. Ook het geluid van de wind zoals in bijvoorbeeld de intro van “Verweilen” had hetzelfde effect. Bevreemdend, impressionant en ietwat verwarrend zijn maar enkele woorden die dit gevoel beschrijven, maar het algemeen sentiment van deze twee uur lang durende (muzikale) wandeling, afwisselend tussen pikdonker bos en de iets helderder Hoge Venen kunnen het best beschreven worden als majestueus. Het uitgestrekte bos en de eindeloze heide resoneren met de repetitiviteit van het gitaarwerk en de zwaar distorted vocalen van Wintherrs laatste werk. Nu, wie zoals doorheen het voorgaande werk wat meer ambientinvloeden had verwacht is eraan voor de moeite, gezien deze twee uur zo goed als volledig door het zwartmetalen spectrum worden ingenomen. Ik klaag hoegenaamd niet. Hoewel het ganse werk in een setting waarin geen complete aandacht aan de muziek kan worden gegeven inderdaad als wat langdradig kan beschouwd worden – een iets kortere speelduur was misschien geen overbodige luxe geweest – biedt de juiste context wel degelijk een fantastische ervaring aan, en laat dat nu exact zijn wat Wintherr met zijn solowerk wil bereiken. De titel van de afsluiter vertaalt zich naar ‘dus het weerkaatst’, en een betere weergave van hoe het album binnen een bepaalde omgeving resoneert kon ik zelf niet geven. Als ik thuis nog Paysage d’Hiver opleg is de kans reëel dat ik voornamelijk teruggrijp naar ouder werk, maar dit “Im Wald” is ontegensprekelijk een brok atmosfeer geworden die verdomd hard aan kan komen, als je er de tijd voor neemt.

CAS: 91/100

Paysage d’Hiver – Im Wald (Kunsthall Produktionen 2020)
1. Im Winterwald
2. Über den Bäumen
3. Schneeglitzern
4. Alt
5. Wurzel
6. Stimmen im Wald
7. Flug
8. Le rêve lucide
9. Eulensang
10. Kälteschauer
11. Verweilen
12. Weiter, immer Weiter
13. So hallt es wieder

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills