beherit

Witchcraft/Aske – Dead christ prayer

Het Finse Witchcraft leerde ik kennen dankzij de puike, vorig jaar verschenen split met ons eigenste Perverted Ceremony. Opnieuw ging het duivelse trio een pact met gelijkgestemde verdorven zielen aan, deze keer wel dichter bij huis want de uitverkorene is Aske, een Finse band die er in 1991 al bij was en een vijftal demo’s op de mensheid losliet, maar in 1998 wel een winterslaap van zo’n dikke achttien jaar intuimelde. Onder de niets verbloemende noemer “Dead christ prayer” krijgen we zes volwaardige nummers, een winderig intermezzo en een knisperende intro voorgeschoteld die tezamen op een krappe vijfentwintig minuten afklokken. Witchcraft bijt de spits af en aan de gortige uitwasemingen van het trio is niet te horen dat de band pas in 2013 het levenslicht zag. Witchcraft poept immers proto-black uit die heel schatplichtig is aan Beherit. In “Necrobestiality” komt het bestiale karakter serieus vanachter de hoek piepen, maar veel heeft het allemaal niet om het lijf. En een korte ‘compositie’ als “Demonolatrian war” al helemaal niet. Aske is sinds 2016 terug op dreef en hoewel deze Finnen wél tijdsgenoten zijn van Beherit, klinkt Aske toch net wat anders. Scheller en dunner vooral en een pak minder bestiaal en ook wel hypnotiserend en ietwat psychedelisch (iets wat ik bij Witchcraft ook wel bespeurde op de nummers die ze voor de split met Perverted Ceremony aanleverden, maar hier dus – op opener “Funeral throne of the sadogoats” na – mis). Bezieler Niko Thomasson’s aka Behemoth’s vocalen galmen als een begrafenisbriesje over de repetitieve onderstroom aan riffs en drums en bezorgen brave christenzieltjes wellicht de daver op het lijf. Ietwat vreemde combinatie aan stijlen op deze split, waarbij ondergetekende vooral naar Aske neigt.

JOKKE: 70/100 (Witchcraft: 65/100; Aske: 75/100)

Witchcraft/Aske – Dead christ prayer (Nuclear War Now! Productions 2020)
1. Witchcraft – Funeral throne of the sadogoats
2. Witchcraft – Necrobestiality
3. Witchcraft – Codex gigas
4. Witchcraft – Demonolatrian war
5. Witchcraft – Raid from hell
6. Aske – Intro (From below 21)
7. Aske – Kurnugia
8. Aske – Nuntius (Acip)

Taake/Deathcult – Jaertegn

De gemene delers op “Pakt“, de recent verschenen split van Whoredom Rife en Taake, waren de heren V. Einride en Hoest, waarbij die eerste, naast Whoredom Rife mastermind, ook vellenmepper was in de livebezetting van Gorgoroth met Hoest op zang. Taake komt nu opnieuw op de proppen met een split en deze keer is het Hoest die zich in de doorsnede van beide participanten bevindt. In Taake is hij immers zo goed als alleenheerser en bij Deathcult, de tegenpartij op dit hebbedingetje, beroert hij de bassnaren. Beide Noorse bands leveren voor de gelegenheid één eigen nummer aan en één cover (van Taake zijn we dat ondertussen al gewend). “Slagmark“, de eigen Taake compositie, druipt van het ijskoude Noorse riffwerk met lichte folk-inslag en rockende vibes, een sound waarvoor Hoest en zijn Taake al jaar en dag gekend staan. Akoestische gitaren versterken het winterse gevoel aan de vierminutengrens door de temperatuur nog enkele graden verder onder het vriespunt te brengen. Het is een geslaagde langgerekte brug die naar het meer up-tempo einde stuurt. Nog even meegeven dat Djevel’s Ciekals op deze track als sessiegitarist te horen is en ook zijn raspende strot mee in de strijd gooit. “Ravnajuv” is een eigen interpretatie van het Darkthrone-nummer dat op diens “Total death“-plaat uit 1996 prijkt en verwijst naar de Ravenkloof, een 350 meter diep ravijn in de Noorse provincie Telemark. Dit Noorse instituut wordt te pas en te onpas gecoverd en daar deze Taake-versie erg dicht bij het origineel ligt, is de toegevoegde waarde bijna nihil. Maar in elk geval beter dan de meer gewaagde The Sisters Of Mercy-cover op het reeds aangehaalde “Pakt“. Over naar Deathcult dan op kant B van deze 10 inch. Eens de motor gestart is, krijgen we met “Der Würger” opzwepend Noors zwartmetaal dat niet gek ver verwijderd is van het Taake-geluid. Ook hier schemeren folky invloeden doorheen het grimmige dunne gitaargeluid en stilstaan duurt nooit lang bij dit besmeurde trio. Een heerlijke leadpartij en heldere zang, die voor afwisseling zorgt met de gortdroge screams van gitarst Skagg, luiden het meer dan acht minuten durende nummer uit. Puik werk! Als toetje is er dan nog “Black arts” een reprise van het downtempo Beherit-nummer van op diens genreklassieker “Drawing dawn the moon” uit 1993. Naar analogie met deze vunzige Finnen, is de productie van deze cover ook wat vuiler en smeriger dan het eigen nummer. Leuke split voor wie Taake (gerelateerd) spul verzamelt!

JOKKE: 83/100 (Taake: 82/100; Deathcult: 84/100)

Taake/Deathcult – Jaertegn (Edged Circle Productions 2020)
1. Taake – Slagmark
2. Taake – Ravnajuv (Darkthrone cover)
3. Deathcult – Der Würger
4. Deathcult – Black arts (Beherit cover)

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet

Het woordje “goatbaphomet” uit de titel van Walpurgia’s eerste demo verraadt meteen wat voor rottend vlees we hier in de kuip hebben: nucleaire apocalyptische war metal voor geitenneukers die woorden als “infernal hails” en “true cult” doorgaans als “infernal hailz” en “true kvlt” schrijven. Deze Griekse band is ontsproten aan het brein van gitaarvernieler Porphyrion (Nergal, Kawir, Cult of Eibon, etc.) die kortelings daarna een bloedpact sloot met vuilbekker Nyogtha Zalon Nazaron (Hate Manifesto, Black Blood Invocation, etc.) en bassist Sadistic Necrofagos (Kawir, Caedes Cruenta, etc.). Voor de opnames van “Altar of the goatbaphomet” werd de Duitser Hyperion (Kawir, Abyssus) als huurling voor het slachtwerk aangetrokken. De demo verscheen in een oplage van 50 handgenummerde exemplaren en het feit dat die in sneltempo van eigenaar veranderd waren, trok het Zweedse Regain Records aan om het onding opnieuw te verspreiden op analoge en digitale dragers. Het powertrio raast er vijf blasfemische nummers in 21 minuten door en eert daarbij het “trve” Helleense geluid hoewel Walpurgia doorgaans een pak bestialer, rauwer, brutaler en aggressiever klinkt. De gitaren zijn laaggestemd en zorgen samen met de diepe onverstaanbare growls voor een regelrechte aanval in de lage regionen. Aan het woord “progressie” hebben deze beeldenstormers het groengespikkeld schijt en nummers als “Anomalistic orgies of the Mephistopheles” en het afsluitende “Desecration ritual” zijn dan ook geschreven zonder compromissen te maken. Vooruit met de geit en slacht ze op het altaar van de Gehoornde die met een goedkeurend alziend oog vanuit het door onze landgenoot Christophe  Szpajdel ontworpen gave logo toekijkt! De organisch klinkende drums hakken er in de snelle passages als een op hol geslagen naaimachine op los en toch bevat bijvoorbeeld de openende titeltrack ook opvallend veel schwung. Het wat langere “Sadistic recrucifixion” kent een dynamische songstructuur terwijl “Rites of the black mass” dan weer een tergend traag repetitief death/doom-nummer is waarbij door de mangel gehaalde heldere proclamerende zang een liturgie verkondigt. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik Walpurgia een pak beter trek dan veel genregenoten. Als oude rukkers als Blasphemy, Beherit of Bestial Warlust uw meug zijn, moet je Walpurgia zeker eens checken.

JOKKE: 77/100

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet (Regain Records/Helter Skelter 2020)
1. Altar of the goatbaphomet
2. Anomalistic orgies of the mephistopheles
3. Sadistic recrucifixion
4. Rites of the black mass
5. Desecration ritual

Mørketida – Traveler of the untouched voids

Binnen de Finse black metal scene heb je grofweg twee strekkingen: de ene helft borduurt verder op de bestiale proto-black van oervaders Beherit en de andere helft melkt de ijskoude furie van de Satanic Warmaster sound tot in den treure verder uit. Het duo Mørketida daarentegen marcheert naar eigen zeggen eerder over een baan die door acts als Noenum, Vritra en Blood Red Fog geplaveid werd ofte spookachtige zwartmetalen klanken die bulken van de grimmigheid. Twee jaar na debuut “Panphage mysticism” keren de heren terug met een 22 minuten durende EP die gezegend is van een kleurrijke hoes die je eerder op een Suffocation plaat zou verwachten. De overwegend paarse kleur van het ontwerp verwijst naar het eerste nummer “Descent of purple mist“; het moet niet altijd paarse regen zijn, nietwaar? Die eerste langspeler was een typische middenmotor die echter niet de volledige rit kon boeien. Benieuwd of het met een beduidend kortere speelduur wel lukt om de aandacht vast te houden. Mørketida speelt nog steeds overwegend mid-tempo black, maar schakelt af en toe ook over in blasmodus waarbij de orgelklanken uit het verleden door keyboardtoetsen vervangen zijn. In de reeds aangehaalde opener doet dat het oude Gehenna herleven, vooral ook doordat het riffwerk eerder Noors geïnspireerd is. Er zit meer leven in de brouwerij dan op het debuut, vooral door de meer krachtige en dynamische sound van “Traveler of the untouched voids“. Een ander pluspunt is de zang die zich hier ver weg houdt van high pitched screams en eerder uit de diepere regionen opborrelt. Denk aan een Abbath of Dagon (Inquisition). In “Upon the aged heavens“, waarin we ook enkele Enslavediaanse riffs horen, benaderen de vocalen zelfs een Lord Angelslayer (Archgoat). Later in het nummer duiken nog Spaans klinkende gitaren op die dan weer een Helleens black metal sfeertje toevoegen. Doorheen de zeven minuten durende titeltrack huppelen regelmatig frivole toetsen rond maar er wordt ook snedig van jetje gegeven. Ook hier voegen Spaanse gitaren extra cachet toe hoewel ze niet honderd procent juist lijken te zitten qua ritme. Als toetje krijgen we nog een geslaagde coverversie van Immortal’s “Unsilent storms in the north abyss“, de zanger beseft dus wel degelijk dat er parallellen zijn met Abbath’s strot. Al bij al een fijne EP

JOKKE: 78/100

Mørketida – Traveler of the untouched voids (Werwolf Records 2020)
1. Descent of purple mist
2. Upon the aged heavens
3. Traveler of the untouched voids
4. Unsilent storms in the north abyss (Immortal cover)

Departure Chandelier – Dripping papal blood

Dripping papal blood” vormt een nieuwe episode in Departure Chandelier’s kijk op het leven van keizer Napoleon die door Nostradamus als antichrist gezien werd. Hoewel ‘nieuw’ misschien een foute woordkeuze is. Het betreft hier namelijk een onuitgebrachte demo die tien jaar geleden – net als de fantastische langspeler “Antichrist rise to power” – opgenomen werd in de band’s toenmalige “The prisoner’s chant…” Studio die gehuisvest was in de catacomben van het oudste kerkhof van New York. Zoals de titel al enigszins prijsgeeft, handelt deze demo inhoudelijk over de complexe en heftige rivaliteit tussen keizer Napoleon en de op het coverontwerp/schilderij van Jacques-Louis David afgebeelde Paus Pius VII, die resulteerde in diens laatste opsluiting. Ondanks zijn onverenigbaarheid met het pausdom, wist Napoleon dat hij nog steeds de symbolische autoriteit van de Kerk nodig had tijdens zijn zelfkroning. Hij benoemde zijn halfoom Joseph Fesch tot kardinaal en na de staatsgreep van 9 november 1799, waarbij Bonaparte de macht greep in revolutionair Frankrijk, gaf Napoleon aan de wrede kardinaal het bevel om de paus te overtuigen om zijn kroning bij te wonen. Later werd Fesch ontdaan van religieuze macht en werd hij uit het bisdom geworpen omdat hij de onverzettelijke houding van Napoleon jegens de Kerk tartte. Fesch stierf in 1839 in Rome, omringd door zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, en na zijn dood geleidelijk geveild werd. Tot dusver wat duiding van het concept; over naar de muziek nu! De twee volwaardige nummers die we tussen de intro en outro aangeboden krijgen, handelen over het samenspel en de driehoeksverhouding tussen Napoleon, de kerk en zijn eigen kunstplunderende familieleden die door nepotisme aan het bisdom zijn aangesteld. Na de mysterieuze en door engelenzang en klokkenspel ook sacraal aandoende openingsklanken van “Corrupt saints of Notre Dame” zorgt het grotendees mid-tempo “Between this world and the next” voor een sombere en treurige begrafenisstemming. Religieus aandoende gezangen mengen zich met de raspende black metal stem die haar kijk op deze historische taferelen weergeeft. Muzikaal gezien is het een vrij repetitief gestript black metal-nummer waarbij de keyboards relatief ondersteunend op de achtergrond blijven. “The one still to come” gooit het over een andere boeg en stuwt het tempo de hoogte in waarbij ook de voor Departure Chandelier typerende retro klinkende jaren ’90 toetsen op de voorgrond treden. Dit is Departure Chandelier ten voeten uit: van nature uit primitief en ongepolijst maar met voldoende karakter door de unieke historische thematiek en de catchy orchestratie. Het trio houdt er met een intro, een traag nummer, een meer uptempo song en een outro min of meer dezelfde aanpak op na als op de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” maar ondanks dat ik deze Napoleontic war black metal met invloeden van Ildjarn, Satanic Warmaster en Beherit heel hard kan smaken, is het betere materiaal toch daar en op de langspeler te vinden. “Dripping papal blood” valt momenteel enkel nog maar digitaal te beluisteren, maar een fysieke release zou in de maak zijn.

JOKKE: 79/100

Departure Chandelier – Dripping papal blood (Eigen beheer 2020)
1. Intro (Corrupt saints of Notre Dame)
2. Between this world and the next
3. The one still to come
4. Outro (Papal blood drips down to the hilt of the Antichrist’s saber)

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Perverted Ceremony/Witchcraft – Nighermancie / Black candle invoker

Schande dat Perverted Ceremony nu pas aan bod komt op dit portaal, want onze landgenoten brachten in 2017 middels hun debuutlangspeler “Sabbat of Behezaël” één van de vuigste en meest perverse Belgische underground black metal-releases in jaren uit. Ook de demo’s en gelijknamige EP blonken uit in old school worship zoals het er begin jaren ’90 aan toe ging. De vier tracks die we hier te horen krijgen, zouden oorspronkelijk als demo uitgebracht worden, maar Morbid Messiah (zang en drum en tevens actief bij Moenen Of Xezbeth) en Baron Cimeterre (gitaar en bas) besloten dat de nummers beter tot hun recht zouden komen op een split. Het duo sloot voor deze gelegenheid een duivels pact met het Finse Witchcraft dat met een tiental demo’s en splits een mooi palmares aan undergroundactiviteit kan voorleggen, maar mij tot dusver onbekend in de oren klonk. Perverted Ceremony opent kant A onder de noemer “Nighermancie” wat middelnederlands is voor ‘zwarte kunsten’ of ‘necromancy‘ in het Engels. Voor de bibliofielen onder ons: het woord komt veelvuldig voor in o.a. “Mariken van Nieumeghen“, een mirakelspel uit de Lage Landen daterend uit het begin van de 16e eeuw dat het verhaal vertelt van Mariken en de duivel Moenen. Qua sound en feel is Perverted Ceremony voer voor fans van de oude Latijns-Amerikaanse scene (Mystifier, Nebiros, Genocidio, Pentagram en Sarcofago) en de Finse oer-black metal-band Beherit natuurlijk. Mid- en up-tempo sinistere black met een vuil basgeluid, spookachtige keyboards, chaotisch/psychedelische solo’s, raggend drumwerk en zwaar door de mangel gehaalde gruntachtige vocalen. De openingsklanken van het titelnummer zou je zelfs haast als psychedelische doom kunnen bestempelen. De onwelriekende graflucht sijpelt in elk geval van deze drie nummers en één intermezzo af. De bandleden van het Finse Witchcraft (om verwarring met de vele gelijknamige bands te voorkomen, spreken ze ook wel van Blasphemous Witchcraft) zijn actief onder de monikers Goat Prayer of Black Baptism (bas en zang), Grotesque Demon of Darkness & Bloodiabolus (drums) en Black Moon Necromancer of Funeral Fornication (gitaar en zang). Infantiel of niet, het moge duidelijk wezen dat deze jongens dwepen met oer-Finse, Braziliaanse en Maleisische bands. De Finnen hebben voor de gelegenheid drie songs van een opnamesessie uit 2017 vanonder de mottenballen gehaald waaronder een alternatieve versie van de titeltrack van de “Diablerie“-demo en nog twee onuitgegeven nummers. Op vocaal vlak gaat het er bij Witchcraft nog een bruine streep vuiler aan toe en ook muzikaal klinkt het hier nog een tikkeltje bestialer, net wat te veel voor mijn meug zelfs. Desondanks hoor ik hier toch ook licht psychedelische trekjes in, waardoor het materiaal van deze Finnen een perfecte aanvulling is op dat van onze landgenoten.

JOKKE: 80/100 (Perverted Ceremony: 84/100; Witchcraft: 76/100)

Perverted Ceremony/Witchcraft – Nighermancie / Black candle invoker (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Perverted Ceremony – Nighermancie
2. Perverted Ceremony – In sin with the goat
3. Perverted Ceremony – Light the inverted candles
4. Perverted Ceremony – The 7 liberated arts
5. Witchcraft – Diablerie
6. Witchcraft – Bewitchment at the avernus gate
7. Witchcraft – Seventh sabbath night

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897

In navolging van een overtuigende demo, slaat Dikasterion (vernoemd naar de oud-Griekse juryrechtbank) een jaar later terug met een nieuwe EP. De band is een alliantie tussen muzikanten uit de Belgische underground scene aan weerszijden van de taalgrens. De nieuwe EP bevat, net zoals de demo, een enorm kleurrijke hoes wat in schril contrast staat met het met-rode-bloedspatten-doordrenkte extreme metaal van de heren. Dikasterion speelt een oprechte mix van black/thrash en occulte death metal zoals die in de vroege jaren negentig werd gepleegd door bands als Barathrum (waarvan diens “Warmetal” op de demo gecoverd werd), Archgoat, Beherit en Holy Death. In zeven-en-een-halve-minuut krijgen we twee nummers met een historische inslag op ons afgevuurd. We beginnen in Stavelot in 1597 waarin we lekkere mee headbangbare mid-tempo riffs voorgeschoteld krijgen. Het nummer handelt over de monnik Jean Delvaux die verdacht werd van satanische samenzweringen die dood en ziektes onder de andere monniken van de abdij van Stavelot met zich meebrachten. Zijn hoofd werd hiervoor in 1597 aan het rollen gebracht. Voor het tweede nummer keren we 700 jaar terug de tijd in en verkassen naar Rome waar het er muzikaal gezien nog iets nijdiger aan toe gaat. In januari van dat jaar vond de kadaversynode plaats, een kerkelijk schijnproces waarvoor paus Stefanus VI het lijk van zijn een jaar eerder overleden voorganger Formosus liet opgraven. Hij liet het lichaam, voorzien van pauselijke gewaden, op een troon neerzetten om het te veroordelen wegens meineed, het bewust zoeken van het pausschap en het in de steek laten van zijn bisdom ten gunste van een ander bisdom. Dat moet nigal een zicht geweest zijn! Ik zag de band reeds twee maal live aan het werk en dan gaat het er nog een graad chaotischer aan toe dan op tape. De gitaristen Death Commander en Hanghedief stellen beiden hun strot in dienst van het verkondigen van Dikasterion’s gospels des duivels, wat voor de nodige variatie op vocaal gebied zorgt. Drummer Pz.Kpfw (tevens actief in Possession en Terrifiant) rijgt de old school-riffs middels mid-tot-up-tempo trommelwerk aan mekaar, maar blastbeats komen er niet aan te pas. De bass van Cinis is net iets meer ondergesneeuwd dan op de demo, maar voor de rest geen negatieve commentaar op deze twee songs.

JOKKE: 80/100

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897 (Amor Fati Productions 2019)
1. Stavelot 1597
2. Rome 897

Serpent Mass – Mass of the serpent

Er is weer heel wat activiteit in de Belgische black metal-scene en daar zijn we bij Addergebroed heel blij mee. In navolging van Medieval Prophecy Records is er nu in de vorm van het Belgisch/Duitse Haunted by Ill Angels-label nog een nieuwe speler bij die diep in de krochten van de vaderlandse ondergrond spit om beloftevolle acts naar boven te halen. De eerste (cassette)release waar het label ons mee verblijdt, is er één van het Gentse Serpent Mass. De aliassen van de bandleden (J. Witchfvkker, J. Deathhammerer en M. Bestial Nekromancer) verraden meteen in welke hoek van het genre we het trio kunnen situeren en ook de allesbehalve subtiele songtitels laten niets aan de verbeelding over. Serpent Mass spuwt zeventien minuten lang een primitieve DIY-black metal sound uit waarin heel wat invloeden van war metal te horen zijn, vooral in een nummer als “Denunciation of Christ, bastard son of a worthless God“. Normaal gezien zijn we niet zo voor deze bestiale klanken te vinden, maar in het geval van Serpent Mass blijf ik toch getriggerd worden door deze barbaarse vuiligheid. Hoewel de nummers geen technische hoogstandjes laten horen, zijn ze toch minder eenvoudig en rechtlijnig dan wat er doorgaans door de vele Blasphemy- en Beherit-worshippers geproduceerd wordt. En ook de vocalen vertonen meer afwisseling dan wat er in deze muzikale niche gangbaar is. Het gebruik van keyboards voegt in “Grand conjuration of the master of the revolted, Lucifer” een sacraal sfeertje toe wat erg gesmaakt wordt. Toffe eerste release van Haunted by Ill Angels en we kunnen weeral op speurtocht gaan naar de identiteit van dit trio.

JOKKE: 75/100

Serpent Mass – Mass of the serpent (Haunted by Ill Angels 2019)
1. Hypnotic invocation / Unholy communion, feed upon the naked bitch
2. Denunciation of Christ, bastard son of a worthless God
3. Midnight’s deathslut
4. Grand conjuration of the master of the revolted, Lucifer

Duivel – Duivel

De in lichterlaaie staande kerk die op de cover van de eerste seven inch van het Nederlandse Duivel prijkt, lijkt wel een profetie te zijn voor het lot dat de Notre Dame een week na de release van dit duivelse kleinood onderging. Het kwintet brengt Dutch black metal the old way. Aan de tronies van de bandleden te zien, hebben we hier niet met een bende jonkies van doen maar met veteranen die het schijt hebben aan elke vorm van vernieuwing in de scene. Geen hipstertoestanden of boomgeknuffel dus, maar vieze en vuile archaïsche black metal-klanken waar echo’s van oude Samael en oer-Finse acts als Beherit of een Impaled Nazarene doorheen waren. P’s basklanken ronken lekker zwaar door en complementeren de simpele maar effectieve riffs van N die weliswaar wel wat te zacht in de mix staan. De keys van K zorgen – waar nodig – voor extra beleving zonder dat we met bombastische of symfonische toestanden te maken hebben. Het tempo bevindt zich grotendeels in de mid-regionen, hoewel drummer D ook de gaspedaal weet staan en de dynamiek dus niet uit het oog verliest. De raspende strot van frontman S scheurt nachtgewaden van wulpse nonnetjes aan flarden terwijl hij zijn Nederlandse teksten uitbraakt: “Ik ben de haat, allesverterend tot er niks meer in de kosmos bestaat!” Ván Records heeft o.a. van Urfaust, Kwade Droes, :Nodfyr:, Svartidauði en King Dude al sterke seven inches uitgebracht. Deze Duivel mag gerust aan het rijtje toegevoegd worden. Weeral een Nederlandse band bij om in de gaten te houden! Fans van Moenen Of Xezbeth en Perverted Ceremony moeten Duivel zeker eens een kans geven.

JOKKE: 83/100

Duivel – Duivel (Ván Records 2019)
1. Schaduw over God’s verdomde oord
2. In ketens & vlammen