burzum

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis

Mayhem, Darkthrone, Emperor, Burzum, Enslaved, Bathory, Satyricon, Immortal, … zowat alle grote jongens uit de black metal-scene werden reeds geëerd met een tribute. Nu is het de beurt aan het Duitse Katharsis, een minder bekende band voor het grote publiek maar wel één die met haar primitieve, morbide en chaotische old school black een onuitwisbare nadruk heeft nagelaten op tal van bands die dieper in de underground resideren. Het Spaanse Bile Noire en het Duitse No Return namen het initiatief en brengen de compilatie geheel volgens de old school tradities op tape uit. Katharsis werd in 1994 opgericht en vijftien jaar later verscheen met “Fourth reich” diens laatste wapenfeit. De meeste bands die aan het eerbetoon meewerkten plukten songs van de drie langspelers. “666” uit 2000 is vertegenwoordigd met vier songs, “Kruzifixxion” uit 2003 met twee stuks en het (voor velen) magnus opus “VVorldVVithoutEnd” uit 2006 met twee nummers. The Order of Appollyon en Balmog kozen voor nummers van de “Fourth reich” EP (mijn persoonlijke favoriete Katharsis-release) en Délirant en The Reptillian Session gingen voor meer obscuur werk in de vorm van respectievelijk “Shine beyonde” van de split met Black Witchery en “A.R.I.I.O.T.H.“, een uitstekend nummer dat verscheen op Blut & Eisen’s “Tormenting legends II” sampler en mij voorheen onbekend was. Meer dan een uur lang worden de Duitse helden door bekende en minder bekende acts geprezen waarbij geen enkele échte uitschuiver te bespeuren valt. Enkel Balmog’s sound is wat iel en dunnetjes en Nexul neigt voor mij persoonlijk wat te veel richting war metal. De hoogtepunten worden aangebracht door onze landgenoten LVTHN (die eerder ook al “666” coverden) en een solide versie van het sublieme “VVytchdance” neerzetten waarbij de zanger een sterke beurt maakt en het voor mij onbekende Velo Misere dat “Thy horror” uitvoert en hierbij vrij dicht bij het origineel blijft. Hetzelfde geldt voor Black Fucking Cancer en hun bevlogen aanpak van “Shine beyonde”, wat natuurlijk ook gewoon een retevet nummer is. Ook Shrine Of Insanabilis weet de unieke Katharsis-atmosfeer perfect te capteren in haar uitvoering van “Painlike paradise” en The Order of Apollyon voegt een death metal-randje toe aan “Eucharistick funereall“, nog zo’n Katharsis klassieker. Alleen spijtig dat niemand voor “So nail the hearts” koos. Prima compilatie die Katharsis alle eer aandoet!

JOKKE: 82/100

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis (Bile Noire/No Return 2019)
1. Acedia Mundi – 666 (Hohelied Der Wiedererweckung)
2. Veter Daemonaz – Lunar castles (Harvest)
3. Velo Misere – Thy horror
4. Délirant – Shine beyonde
5. Black Fucking Cancer – Kross fyre
6. The Order of Apollyon – Eucharistick funereall
7. Nexul – Raped by demons / Luziferion
8. The Reptilian Session – A.R.I.I.O.T.H.
9. Shrine of Insanabilis – Painlike paradise
10. LVTHN – VVytchdance
11. Balmog – The ris(inn)ing koronation

Óreiða – Óreiða

Na twee demo’s en een split met het Portugese Holocausto Em Chamas achtte Óreiða de tijd rijp voor een volwaardige langspeler. Op basis van het nummer dat deze IJslandse einzelgänger op de split liet horen, verwacht ik best veel van dit debuut. Binnen de immens populaire IJslandse black metal-scene heeft Óreiða haar eigen niche reeds gevonden en laat ze een sound horen die serieus afwijkt van de rest van de scene. Het recept voor de vier nummers, die in totaal op vijfendertig minuten afklokken, is heel minimalistisch: men neme één, maximum twee gitaarriffs die eindeloos lang herhaald worden en het doel hebben om tot in het diepste van de menselijke geest door te dringen. Emoties boven intellect met andere woorden. Door het ontbreken van vocalen zou je Óreiða’s muzikale creaties als een vorm van extreme post-rock kunnen bestempelen, maar toch hoor je ook wel invloeden van een Burzum, Ildjarn of Payasage d’Hiver terug. Ook de geest van drone-acts zoals Coil en Nurse Without Wound en de minimalistische aanpak van Vomir waart doorheen de vier nummers. Met slechts een handvol riffs per nummer in de aanbieding en één drumbeat die genadeloos lang doordendert, is het natuurlijk erop of eronder. Bij de eerste luisterbeurten in de wagen was ik niet echt ondersteboven van de vier nieuwe nummers. Óreiða’s muziek vraagt immers veel aandacht om te absorberen en is niet geschikt om als achtergrondmuziekje op te zetten. Al liggend in de sofa met de lichten gedimd en de ogen gesloten de plaat ondergaan, riep echter een andere beleving op. De stroom aan gelaagde atmosfeer maakt zich zo gestaag van je meester en je merkt toch minieme klank- en kleurschakeringen op in de vier nummers. “Daudi” neigt het meest naar groots klinkende symfonische post-rock, terwijl de riff(s) van “Dagar” en “Draumar” toch duidelijk geworteld zijn in black metal. Het lijkt wel of allerhande details zich als lichtschuwe creaturen in de gitzwarte riffmist verschuilen. Afhankelijk van waar je je op focust, openbaren deze geheimen zich stelselmatig. Zo creëren de dronende geluiden die in “Dagar” uit de dichtgeplamuurde riffmuur opborrelen een illusie van screams die je in de verte hoort, hoewel de songs toch wel écht instrumentaal zijn. “Draumar” valt op door haar repetitieve bezwerende Summoning-achtige toverfluitjes die een middeleeuwse sfeer creëren. Ook “Draugar” ligt in het verengde van dit nummer. Óreiða heeft er goed aan gedaan om haar langspeler met een speelduur van zesendertig minuten aan de korte kant te houden, want anders zou het wel wat te veel van het goede geweest zijn. Geweldige groeiplaat wel.

JOKKE: 85/100

Óreiða – Óreiða (Harvest Of Death 2019)
1. Dagar
2. Draumar
3. Daudi
4. Draugar

Heaume Mortal – Solstice

Heaume Mortal is een project van de Fransman Guillaume Morlat (o.a. Cowards, Eibon) die bijgestaan wordt door mede-Cowards bandlid Julien Henri op zang en drummer Jordan Bonnet. In de vorm van “Solstice” verschijnt via Les Acteurs de L’Ombre Productions het debuut dat met een speeltijd van een dik uur heel wat te bieden heeft. Op het twee minuten durende raggende “South of no north” na, klokken de andere nummers af op zo’n zeven tot maar liefst dertien minuten. Kort door de bocht gezegd kan Heaume Mortal’s muziek als black/doom bestempeld worden, hoewel er op tijd en stond ook wel een blastbeat de revue passeert. In opener “Yesteryears” vormen die snelheidsuitbarstingen van de drums een mooi contrast met de trage repetitieve riffs. En Julien, die schreeuwt letterlijk de longen uit zijn lijf, maar weet ook dat hij de lange nummers niet moet vol zingen en laat zo voldoende ruimte voor instrumentale spanningsbogen; afsluiter “Mestreguiral” is zelfs volledig instrumentaal. In het iets te langdradige “Oldborn” laat hij horen een gevarieerd klankenpallet uit zijn strot te kunnen persen dat aanvullend werkt op de experimentele twists die de muziek hier Akercoke-gewijs neemt. In de sludgy doompartijen horen we subtiele invloeden van bands als Cult Of Luna, Yob of landgenoten Verdun terug en de song kent een pakkende melodieuze finale met prachtige gitaarleads. “Erblicket die Tochter des Firmament” is dan weer een heuse Burzum cover. Ik had het nummer eerlijk gezegd niet meteen herkend aangezien dit toch wel een zwaardere uitvoering is dan het origineel. Extra punten trouwens om eens een andere song dan “Burzum” of “Jesu død” van de “Filosofem“-plaat onder handen te nemen. Ook in de reeds vermelde instrumentale hekkensluiter duiken invloeden van Burzum op door het desolaat keyboardlijntje dat doorheen het spookachtige ambient-nummer waart. “Tongueless (Part III)” – waar delen I en II te beluisteren zijn is me een raadsel – combineert post-rock grandeur met beukende sludge die overgoten is met een black metal-sausje maar kan opnieuw niet de volle twaalf minuten de aandacht erbij houden. Graag op een volgende plaat wat compacter materiaal pennen, dan komt het helemaal goed met dit Heaume Mortal.

JOKKE: 77/100

Heaume Mortal – Solstice (Les Acteurs de L’Ombre Productions 2019)
1. Yesteryears
2. South of no north
3. Oldborn
4. Erblicket die Tochter des Firmament (Burzum cover)
5. Tongueless (Part III)
6. Mestreguiral

Odious Devotion – Odious devotion

Odious Devotion is een Finse band en haar selftitled album is de eerste publiekelijk gemaakte opname. Daar moeten we het qua info mee doen. Qua muziek valt er echter meer te rapen want dit is van de intro tot aan de outro vijftig minuten lang genieten van black metal met noordelijke inslag, zij het Fins qua origine maar eigenlijk veeleer Noors qua uitvoering. Zo heeft de continu doordenderende blast van het tien minuten durende epos “Morphosis” immers iets Windir-achtigs in zich qua uitgesponnen melodie. Ook in “Pure” hakken de drums er repetitief en onstopbaar op los en geven ze het geheel een militant cryogeen gevoel zonder echter melodieuze en triomfantelijk klinkende gitaarpartijen uit het oog te verliezen. Het hakkerige karakter van de drums maakt in “Obscure dreamworlds” plaats voor soepeler spel hoewel nog steeds extreem eentonig en herhalend, maar effectief. De catchy melodie en aan Windir refererende noten maken echter opnieuw veel goed, maar laat deze referentie nu niet doen denken dat de black van Odious Devotion een pagan of folk insteek heeft, want daarvoor is ie té martial en grimmig klinkend. De extreme klanken van “Obscure dreamworlds” eindigen abrupt (net zoals alle andere songs) om plaats te maken voor het galactisch klinkende en van een pulserende beat en grootse keyboards voorziene intermezzo “Stagnant“. Een onvoorziene wending die ik op basis van de eerste drie raggende songs niet had zien aankomen maar met een speelduur van bijna zeven minuten wel iets te lang uitgerokken wordt. In “Repugnant” blijkt de drummer (of drummachine) zowaar ook andere grooves en ritmes dan ééndimensionaal geram aan te kunnen en de song ontpopt zich tot een uiterst melodieuze en catchy black metal-song vol epische grandeur, heerlijke tremolo-riffs en meezingbare grimmigheid. “Vitsaus” is een Fins woord dat je wel vaker ziet opduiken in Finse black metal songtitels (en er loopt ook een gelijknamige band rond) en betekent zoiets als ‘plaag’. Het is een vlag die de lading van verbeten screams en ijskoude riffs perfect dekt en er duikt ook een intrigerend Burzum-achtig keyboardriedeltje op. De kalmte en rust van het intermezzo worden in de outro hernomen en breien een rustgevend einde aan deze plaat. Wat is dit Odious Devotion me een aangename kennismaking zeg!

JOKKE: 84/100

Odious Devotion – Odious devotion (Wolfspell Records 2018)
1. Intro
2. Morphosis
3. Pure
4. Obscure dreamworlds
5. Stagnant
6. Repugnant
7. Vitsaus
8. Outro

196163

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge

Cosmic Church – Täyttymys

Deze week lekte het nieuws dat het Noorse One Tail One Head de handdoek in de ring gooit maar eerst nog hun debuut full length zal uitbrengen, en een tijdje geleden gaf ook de Zweed achter Panphage er met het magistrale Jord de brui aan. Dit is echter nog niet het einde van de Scandinavische miserie, gezien ook in Finland een meesterlijk project zijn laatste stralen daglicht heeft gezien. Na een dertien jaar durende carrière houdt Luxixul Sumering Auter, meesterbrein achter Cosmic Church, het voor bekeken. Echter sluit ook hij het hoofdstuk in schoonheid af door middel van een allerlaatste langspeler. Albums als “Ylistys” en de “Vigilia” EP vinden al enkele jaren regelmatig de weg naar mijn gehoorgang dus waren de verwachtingen voor zwanenzang “Täyttymys”, een titel die zich passend laat vertalen naar ‘voltrekking’, hooggespannen. Hoewel Cosmic Church van Finse bodem afkomstig is leunt de sound dichter aan bij die van pakweg Blood Red Fog, Kêres en Burzum dan bij de ‘typische’ punky Finse sound, uitgedragen door Horna en aanverwanten. Naast de herkenbare albumhoes met een ‘bosfoto’ waarin de protagonist een rode badjas draagt, brengt “Täyttymys” ons subtiele keyboardlagen bovenop geloopt, bijzonder melodieus gitaarspel (dat vrij helder klinkt en niet verdrinkt in een poel van distortion). Wat de drums betreft moet het allemaal zo ingewikkeld en experimenteel niet zijn en de krijsende vocalen zitten net genoeg weggestopt om niet alle aandacht op te eisen. Ondanks de simpele opzet weet de man opnieuw een zeer eigenzinnig werk uit te brengen waarin een ode aan de eerste werken van Burzum wordt gebracht (zeker “Vangittu” getuigt hiervan), maar waarin meerdere invloeden te bespeuren vallen. Zo pik ik in “Sinetti”, een song waarin het tempo ferm de hoogte in gaat en waarin de spanningsboog naar het eind toe absoluut meesterlijk ineenzit, ook enkele post-vibes op, terwijl “Armolahja” enige folkmelodieën ten berde brengt. Ondanks de verschillende invloeden is de rode draad doorheen dit eind-epos duidelijk voelbaar: mede dankzij de zeer heldere productie waarin elk instrument goed tot zijn recht komt en de keys duidelijk aanwezig maar niet al te overweldigend zijn, zit er een duidelijke flow in het album. Net zoals bij het hiervoor aangehaalde album van Panphage het geval was, is het ook hier duidelijk de bedoeling op play te drukken en je drie kwartier te laten meevoeren, aangezien individuele nummers minder goed op zichzelf staan. Het is zonde om alweer een fantastisch project naar de geschiedenisboeken te verwijzen, maar Cosmic Church valt moeilijk met enige andere band te vergelijken en heeft met “Täyttymys” alvast een indrukwekkend en eigenwijs slotstuk aan zijn discografie toegevoegd.

CAS: 87/100

Cosmic Church – Täyttymys (Eigen beheer, 2018)
1. Aloitus
2. Armolahja
3. Sinetti
4. Huuto
5. Vangittu
6. Alttari
7. Täyttymys