burzum

Death Scepter – Spiritual metamorphosis

We kijken nog even over onze schouder terug naar 2020 want “Spiritual metamorphosis“, de tweede langspeler van het Amerikaanse Death Scepter, is simpelweg veel te goed om onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan. Dank trouwens aan Jo van Babylon Doom Cult Records, want het was door zijn veelvuldig loftrompetgeschal dat ik deze release de nodige aandacht gaf. Slechts twee nummers prijken er op “Spiritual metamorphosis“, maar dat zijn dan wel twee kolossale brokken die mooi boven de twintig minuten afklokken. Wie er achter de band schuil gaat moet ik schuldig blijven, maar de scepter des doods zou door twee man duchtig in het rond geslingerd worden. De zwartmetalen klanken van dit duo kan je het best omschrijven met de titel van het debuut, want de twee langgerekte, repetitieve en atmosferische composities wekken een gelukzalige zwarte trance op. De volcontinu doorratelende computergestuurde drums missen hun doel niet en alleen al het proberen tellen van de snaredrumaanslagen werkt hallucinogeen bevorderend. Ze stuwen de grimmige gitaarriffs en subtiel ondersteunende toetsen stug en zonder subtiliteiten voort en de verdorven screams krijsen hun getergde zwartgalligheid over het universum uit. Ik hoor hier Burzumesque repetitiviteit, Ash Boriaanse oerschreeuwen en een wat meer gitzwarte Empyrean Grace-achtige trance in. “The dark night of the soul” kent een iets langere aanloop met macabere ambient, maar eens de drummer op enter duwt, volgt opnieuw een onophoudelijk staccato drumsalvo dat de ruggengraat vormt voor riffs, toetsen en krijsen die qua thema slechts miniem van “Abyssic self hypnosis” lijken af te wijken. Maakt geen ruk uit want wij blijven op deze manier lekker lang in onze benevelde spirituele trance hangen. Na veertien minuten lijkt het echter plots welletjes te zijn geweest en valt de drumcomputer abrupt stil om ons in de nasleep van deze apocalyptische roetsjbaan nog enkele minuten in desolate ambient onder te dompelen. Wie denkt op deze rustgevende klanken rustig te kunnen uitbollen is eraan voor de moeite, want Death Scepter geraakt toch al snel weer terug op kruissnelheid om onze tere ziel volledig murw te beuken. Opnieuw nemen duistere ambientklanken het van de tranceopwekkende black metal over wanneer die volledig uitgeraasd is en deze keer luiden ze wel een berustend en zingevend einde in. Sinds onze eerste date van een tweetal weken geleden, heb ik al veelvuldig opnieuw met “Spiritual metamorphosis” en diens wat rauwere tweelingzus “Black trance” afgesproken. Met verliefde ogen staar ik telkens weer in hun afgrond en deze staart onophoudelijk met een hypnotiserende blik terug.

JOKKE: 85/100

Death Scepter – Spiritual metamorphosis (Altare Productions 2020)
1. Abyssic self hypnosis
2. The dark night of the soul

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul

We schrijven de achtste eeuw na Christus in wat we momenteel als Duitsland kennen. De Irminsul of “al-zuil” was een belangrijk heiligdom voor de Saksen met vermoedelijk grote symbolische betekenis. Het is een grote opgerichte houten stam die volgens de Saksen de gehele wereld ondersteunde en vergeleken kan worden met Yggdrasil uit de Noordse mythologie: de wereldboom die zijn wortels in de onderwereld heeft en met zijn takken het dak van de wereld ondersteunt. In 772 werd de Irminsul door Karel de Grote in zijn oorlog tegen de Saksen verwoest. De in de Verenigde Staten residerende Nederlander Lars Marte vernoemde de tweede EP van zijn éénmansproject Vorstreus naar deze gebeurtenis. Vorig jaar verscheen reeds een self-titled EP. Vorstreus speelt black metal van het rauwe en grauwe soort met een licht depressieve inslag die geënt is op het geluid van second wave black uit de jaren negentig, toen onze vriend waarschijnlijk nog niet geboren was. In “helder water“, een song waarin de open akkoorden een heidens gevoel uitstralen, gooit Lars zijn heldere stem op een verhalende manier in de strijd, wat een schril contrast vormt met zijn raspend Nederlandstalig gekrijs. Vreemd dat het daaropvolgende “Webben” precies een iets krachtigere productie heeft aangemeten gekregen dan de eerste twee nummers. “Voorouderen“, dat met een Burzumesque riff start, klinkt opnieuw wat minder luid en heeft een sound die wat in de verte weggemoffeld lijkt. “Het laatste lied” is met een speelduur van zes minuten het langste nummer op deze EP. Lars wisselt hier rauwe snelle partijen af met slepende trage passages vol verwrongen melodie en ijzingwekkende vervormde screams. Links en rechts horen we op “De vernietiging van Irminsul” wel een paar goede ideeën, maar ze komen nog niet volledig tot hun recht. Als deze jonge knaap nog wat verder blijft schaven en middels nog wat EP’s verder zijn weg zoekt, komt het wel goed.

JOKKE: 70/100

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul (Knekelput 2020)
1. Plaag
2. Helder water
3. Webben
4. Voorouderen
5. Het laaste lied
6. Outro

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills

Malus Votum – Tradition

Tot twee maal toe had ik een déjà entendu tijdens het beluisteren van Malus Votum’s debuutplaat, die pas een decennium na diens oprichting verschijnt. De eerste keer was in “Prince f the culling tide” waar de geest van Burzum subtiel in rondwaart en de tweede keer was tijdens de openingsriff van het afsluitende “Wolf age” die wel héél ontegensprekelijk hard op Emperor’s “Into the infinity of thoughts” lijkt. Nu ja, het labelpraatje gaf de link naar de keizers van het genre al aan met de zin: “Malus Votum offer you the keys to their cosmic creations and times – will you unlock this Tradition?” En daar dit debuutschijfje “Tradition” werd gedoopt is ook een link met Varg’s Burzum niet zo verwonderlijk. Daar deze 34 minuten durende plaat ons eigenlijk best aangenaam verraste, willen we deze twee ietwat copycat momenten gerust met de mantel der liefde bedekken. Het duo achter Malum Votum weet immers heel goed waar het mee bezig is (drummer/bassist/zanger Grond Nefarious en gitarist/zanger Goatlord deden o.a. reeds ervaring op bij Panzergod) en hun traditionele atmosferische black met subtiel toetsenwerk gaat er dan ook in als zoete koek. De meeste USBM die ons deze dagen bereikt, kan in drie categorieën opgedeeld worden: de post-whatever fancy zithoek, de rauwe kelderhoek en de bestiale vergeethoek. Malus Votum leunt het dichtste bij de rauwe scene aan, vooral op vocaal gebied dan, maar de productie overstijgt wel die van lo-fi keldergeluiden en we horen ook geen crappy drumcomputers ratelen. De gitaarsound is vrij warm, hoewel de neergezette atmosfeer wel degelijk als grimmig kan beschreven worden, en bevat een gelaagde melodieusheid waarin heel wat plaats is voor duisternis en drama. Naast de erg pakkende afsluiter springt ook het meer dan tien minuten durende reeds aangehaalde “Prince of the culling tide” er wat mij betreft extra bovenuit. Dit nummer begint met mysterieuze religieuze zang en andere vreemde achtergrondgeluiden zoals koebelpercussie. Eens de versterkers opengaan, volgt in het mid-tempo deel het Burzum visitemomentje maar nadien gaat het tempo de hoogte in. Halfweg volgt een lekkere break die het venijn nog wat aanzwengelt en naar het einde toe krijgen we, nadat het tempo terug de dieperik ingaat, nog een pakkende slepende leadgitaar in onze schoot geworpen. Het tweede golf black metal classicisme druipt van Malus Votum’s debuut af, maar daar we nog steeds enorm opgewonden worden over deze ver vervlogen tijden, zijn we uitermate in onze nopjes met “Tradition“. Beide heren maken op hun bandfoto een handgebaar, waarbij de ene zegt dat ik kan oprotten en de andere zich negatief uitlaat. Ik zou die duim wat mij betreft echter toch maar in de hoogte steken hoor.

JOKKE: 83/100

Malus Votum – Tradition (Lunar Apparitions 2020)
1. The feast on the mountain
2. Prince of the culling tide
3. Ritual of cessation of forms
4. Wolf age

Flail – ᛞᛁᛋᛏᚨᚾᛏ ᚹᚨᚾᛞᛖᚱᛁᛝᛋ (Distant wanderings)

Het Finse Flail houdt niet zo van de allerlaatste modeverschijnselen en zoekt zijn heil liever in maliënkolders, zwaarden, ridderhelmen…en één of ander runenschrift. Ook muzikaal gezien biedt deze nieuwe MLP geen moderne toestanden, maar zwartmetaal met een esoterisch en depressief randje die zich heel langzaam en repetitief vooruit sleept, alsof het héél erg moeilijk en zwaar valt om uit een diep dal vol persoonlijke tragedie te klauteren. De gitaarsound is beter dan op de selftitled EP maar nog steeds aan de dunne, schelle kant (wat echter niet storend is) en de metaalachtige snare-aanslagen snijden door de riffs als een mes door malse hoeveboter. In het tergend trage “Withering despair” is een Burzum niet veraf, vooral door de frivole basloopjes die hypnotiserende toetsen toevoegen aan de korrelige en groezelige onderlaag aan riffs. Net wanneer dit acht minuten durende nummer wat monotoon dreigt te worden, besluit de drummer een extra basdrumpedaal in de strijd te gooien wat iets meer schwung creëert. “Distant wandering” is, ondanks het feit dat dit nummer nog twee minuten langer duurt, net iets dynamischer, maar verwacht nu geen tientallen riffs en breaks. Naast getergde screams gooit Flail eveneens helder gezangen in de strijd die een bezwerende religieuze ondertoon hebben zonder als één of ander occult ritueel te klinken. Ondanks het rauwe karakter van de muziek bevat die ook tonnen atmosfeer, slechts miniem links en rechts door een verdwaalde synthtoets onderstreept. Die ridderuitrusting is dus helemaal niet nodig om ons terug naar middeleeuwse tijden te doen verlangen, de muziek alleen slaagt daar al in. Geslaagde EP voor liefhebbers van uitgesponnen, depressieve, monotone en hypnotiserende black.

JOKKE: 78/100

Flail – ᛞᛁᛋᛏᚨᚾᛏ ᚹᚨᚾᛞᛖᚱᛁᛝᛋ (Distant wanderings) (Gramschap/Ravdvs2020)
1. Distant wandering
2. Withering despair

Faidra – Six voices inside

In het black metal-wereldje lopen heel wat muzikanten rond die zo vol van zichzelf zijn dat ze haast een hele H&M aan merchandising met hun geschilderde tronie op verkopen. Er zijn echter ook muzikanten die de anonimiteit verkiezen en de muziek voor zichzelf willen laten spreken. Het Zweedse Faidra is zo’n band, want de identiteit van de bezieler achter dit project blijft in een dichte mist gehuld, al zou de man al sinds de jaren ’90 in het wereldje meedraaien, zij het in death en folk metal. In februari verscheen het debuut “Six voices inside” via Northern Silence Productions met op de hoes een afbeelding van Bartolomeus, één van de 12 apostelen van Jezus, geschilderd door de Spaanse kunstenaar José de Ribera. Op de langspeler prijken zes nummers die elk op meer dan zes minute afklokken. Toeval? Faidra speelt atmosferische orthodoxe black metal die grotendeels mid-tempo van aard is. Blastbeats komen er enkel in het in mineur opgetrokken “The Judas cradle” kortstondig aan te pas en de kracht ligt ‘em in het hypnotiserende karakter van de repetitieve, soms ietwat monotone ritmes. Tristesse, somberheid en desolate gevoelens druipen van de akkoorden af en doen me hierdoor soms wat aan Katatonia denken toen er nog een pentagram in diens logo stond. In “The depths” is een overduidelijke Noorse inslag hoorbaar in de melodieën. Burzumesque keyboardnoten vallen druppelsgewijs op de rauwe ondergrond en zorgen – samen met de basgitaar – voor de nodige diepte. “Obsequies” gaat op hetzelfde elan verder en maakt halfweg plaats voor toetsen alleenheerserij en een spoken word passage over de komst van de Antichrist. Het slome “Tombs of giants” start met melancholisch klinkend clean gitaargetokkel en sleept zich nadien traag verder. De raspende screams klinken overtuigend en worden bij momenten vergezeld van heldere zang die weliswaar soms net wat naast de toon zit. “Six voices inside” is een knap debuut waarbij ik weinig kanttekeningen kan maken. OK, de muziek is misschien soms wat eentonig, maar daarin ligt volgens mij net de kracht van deze plaat.

JOKKE: 80/100

Faidra – Six voices inside (Northern Silence Productions 2020)
1. A pact amongst wolves
2. The depths
3. Obsequies
4. Tomb of giants
5. The Judas cradle
6. Six voices inside

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust / Nostalgia II: My kingdom

Je hebt van die artiesten die niet stil kunnen zitten. En dan heb je Grimm666, de multi-instrumentalist, van onder andere Kalmankantaja, een project met een discografie die op negen jaar tijd groter is geworden dan mijn mannelijkheid. Ok, slecht voorbeeld, maar de lijst met releases is echt wel lang. Releases van Kalmankantaja, niet van… Hoe dan ook, is het best indrukwekkend om in een enkel jaar tijd meerdere full-lengths te produceren. Zeker als die geen bagger blijken te zijn. Ik heb het zeker al eens geschreven hier dat de Finnen een unieke gave lijken te bezitten om nummers op een geweldige manier te construeren door middel van variaties op een thema en dat is bij dit project niet anders. Alleen liggen de liedjes verspreid over twee albums. “Nostalgia I: Bones and dust” is een trage release die voortkabbelt in een bedding van black, doom en ambient invloeden. Zowel qua sound als riffing doet het meteen denken aan “Filosofem” van Burzum gemengd met sporadische vlagen van Forgotten Tomb, Summoning, Moonsorrow en Swallow the Sun. De melodie blijft grotendeels in hetzelfde motief dat wisselt tussen mineur en majeur, maar ontwikkelt op interessante wijze. Dat gezegd zijnde is het niks voor mensen die zich snel gaan vervelen. Dit zet in op sfeer en niet op spanning. “Nostalgia II: My Kingdom” begint ook traag en met dezelfde invloeden. Geleidelijk aan echter krijgt dit deel wat meer stoom en afwisseling. Af en toe een meer pompende riff, die helaas niet lang genoeg blijft duren of echt ergens heen gaat. In zijn geheel is het echter een voortzetting van “Nostalgia I” en daarom begrijp ik de opsplitsing hier niet echt. Nummertje weglaten en op één schijf pleuren was beter geweest. Is nou niet alsof de man verlegen zit om een uurtje muziek meer of minder. Vandaar ook dat het hier als een enkele release behandeld wordt. De productie is rauw, maar geslaagd. De klankkleur ouderwets en toch hedendaags. Iets wat me steeds vaker opvalt bij metal vandaag. De vocalen zijn wat doods, omdat ze eigenlijk slechts bestaan uit wat klinkt als geprevel in een kristalmicrofoon. Jammer, want de zang is het enige wat heer Grimm666 heeft uitbesteed. Lijkt me dat je zo een fletse prestatie met effecten dan ook meteen zelf kan leveren. De releases zouden deel moeten uitmaken van een reeks tribute materiaal, opgedragen aan de muzes van de componist. En daarom klinken ze inderdaad een beetje anders als de andere werken van Kalmankantaja. Met iets meer epiek, zonder enigszins opbeurend te zijn. Nu heb ik de hele back catalogue nog niet gehoord, dus moet ik het woord van het Internet nemen, want voor mij klinkt het als een natuurlijke evolutie waarbij metal meer achterwege wordt gelaten. Het is indrukwekkend hoeveel sfeervol en degelijk materiaal sommige mensen kunnen blijven scheppen. Iets wat ik bewonder bij dit soort projecten, maar soms moet je echt luidop kunnen zeggen dat minder ook meer kan zijn.Ultieme aanrader voor liefhebbers van sfeervolle black/doom metal die niet snel op hun uurwerk kijken.

Xavier: 81/100

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust (Wolfspell Records 2020)
1. Bones and dust pt. 1
2. Bones and dust pt. 2
3. Bones and dust pt. 3
4. From the night

Kalmankantaja- Nostalgia II: My kingdom (Wolfspell Records 2020)
1. No God, no love
2. Soulless
3. My kingdom pt. 1
4. My kingdom pt. 2

Iffernet – Iffernet

De twee schedels en de dorre tak die op de zwart-witte hoes van Iffernet’s gelijknamige debuut prijken, weten de sfeer op de plaat perfect te capteren. Dit is immers een 41 minuten lang schouwspel vol wanhoop, moedeloosheid, rouw, verdriet, pijn en eenzaamheid waar de geest van Burzum meer dan eens doorheen waait, hoewel de sound van Iffernet wel een pak zwaarder en minder scherp klinkt dan op Varg’s essentiële platen. Iffernet is een Frans duo met leden die tot het La Harelle collectief behoren, een groep gelijkgestemde zielen die actief zijn in o.a. Mòr, Sordide, Telümehtår, The True Malemort en Void Paradigm. Nadat Turia reeds enkele shows met Sordide speelde, trekken de Nederlanders er nu weldra met Iffernet op uit om hun nieuwe plaat aan het Europese publiek voor te stellen. In het geval van Iffernet verscheen het debuut reeds eind vorig jaar via het voor mij onbekende WV Sorcerer Productions, maar Vendetta Records verzorgt de op til zijnde vinylrelease. Breathe Plastic Records denkt dan weer aan de tape liefhebbers. De black van Iffernet is gestript van overtollig vet en de muzikanten weten het interessant te houden door met verschillende tempo’s en gemoedstoestanden te spelen. Zo voelt het up-tempo “The knife and the rope” bijvoorbeeld veel gevaarlijker aan dan het droefgeestige mid-tempo “Crushing void“. Maar de contrasten zijn soms ook binnen één en hetzelfde nummer aanwezig. Zo evolueert “Unconquered suns” van een traag ritme en beheersd riffwerk naar een intense kwelling. Zowel drummer N. als gitarist B. krijsen de ziel uit hun lijf, maar de meest hese van de twee (die we o.a. in het reeds eerder aangehaalde “Crushing void” aan het werk horen) ligt me het minste. Ondanks de variatie die beide muzikanten in de muziek proberen te steken, hebben de zes nummers net wat te weinig om het lijf om in de overvloed aan releases het hoofd boven water te houden. Ik vrees dan ook dat deze release voor mij kopje onder zal gaan zonder ooit nog eens aan het wateroppervlak te verschijnen.

JOKKE: 70/100

Iffernet – Iffernet (WV Sorcerer Productions 2019/Vendetta Records 2020/Breathe Plastic Records 2020)
1. The tales of things to sink
2. Black flood
3. The knife and the rope
4. Crushing void
5. Unconquered suns
6. Far quest for a dead end