bütcher

Bütcher – IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes

Ik kom uit een tijd dat platen regelmatig nog gekocht werden door voort te gaan op coole hoesontwerpen, zonder één noot muziek gehoord te hebben. Vooral de covers van onze landgenoot Kris Verwimp spraken destijds tot mijn jeugdige verbeelding. Op papier is het speed/heavy/thrash/black-metalgezelschap Bütcher, niet helemaal mijn ding, maar geïntrigeerd door de cover en de titel van het nagelnieuwe “666 goats carry my chariot” én het feit dat de plaat op het legendarische Osmose Productions verschijnt, werd mijn interesse in mijn landgenoten toch getriggered. We klopten aan bij zanger R. Hellshrieker en gitarist KK Ripper voor een gesprek vol vuur, passie, metal, spikes & leather. (JOKKE)

Dag heren. De releaseshow voor “666 goats carry my chariot” zit erop. Is het dak van Het Bos eraf gegaan?
R Hellshrieker: Dag Jokke. Toch wel! De verwachtingen lagen hooggespannen en dat hadden we zelf mee gecreëerd: veel promotie gemaakt, gezorgd voor een goede vormgeving, een sterke affiche met internationale bands samengesteld en de show exact op de releasedatum gepland. Wanneer dan op voorhand de nieuwe videoclips verschenen, en stuk voor stuk erg goede reviews binnenliepen, ging het plots ook extra snel met de kaartenverkoop. Fans uit verschillende landen waren zelfs vertegenwoordigd, met een uitverkochte zaal tot gevolg en elektriciteit in de lucht. Het publiek had er zin in, wij ook – wij hebben altijd zin om live te spelen – en de energie die we gaven kwam volledig terug. En eindelijk konden we alle nieuwe nummers spelen, die werden erg goed onthaald, en de plaat verkocht waanzinnig. Wij zijn dus tevreden van de release!

KK Ripper: Inderdaad. De videoclip zorgde zelfs voor een zodanige boost in ticketverkoop dat enkele van onze dichtste vrienden voor de verrassing kwamen te staan dat het uitverkocht was. Het feit dat er dan nog danig geTicketswapped (Ticketgeswapped?) moest worden gaf wel aan dat er een zekere belangstelling was opgewekt en dat vleit ons wel. Verder hebben alle bands (Schizophrenia, Aggressive Perfector en Hexecutor, met zelfs een bonusnummer met de heren van Extirpation!) de keet in tweeën gespleten. Buiten een kort technisch euvel (Murphy’s Law, I guess) is ook onze show vlekkeloos verlopen en zijn we nog steeds vollenbak aan ‘t nagenieten!

Sinds jullie wederopstanding in 2014 heb ik jullie nog niet live aan het werk gezien. Maar telkens ik live reviews onder ogen kreeg, werd jullie intense en opzwepende podiumuitstraling geprezen. Komt het nog wel eens voor dat jullie meer dan één extra tandje moeten bijsteken omdat het publiek er als een bende zoutpilaren bijstaat? Zien jullie wat dat betreft verschillen tussen de verschillende landen waar jullie al opgetreden hebben?
R Hellshrieker: Goh, wij zijn zo bezeten van de muziek die we zelf maken – misschien zelfs een beetje verslaafd aan de adrenaline stoot van live spelen – dat een tandje bijsteken nooit echt een optie is, omdat – ongeacht waar en voor wie we spelen – Bütcher altijd tot het gaatje gaat. Als het publiek dan zou kiezen om er als een zak zout bij te staan zou dat jammer zijn, maar extra beleving kunnen we toch nooit meer geven. We treden steeds boven die mentale grens op! Het is vooral fijn om te kunnen zeggen dat het publiek er nooit zo bijstaat. Ook in landen die we voor de eerste keer aandoen krijgen we het vuur aan de lont en ontploft het. Duitsland blijft wel een belangrijke afzetmarkt… ze vreten daar oude metal als ontbijt denk ik. Maar Nederland en Zwitserland waren bijvoorbeeld ook erg succesvol dit jaar. Pitfest (NL) was pure chaos en energie! Muskelrock in Zweden was dan eigenlijk net hetzelfde… Het is op die momenten dat je merkt dat de bandnaam zich verder verspreidt. Dus eigenlijk kunnen we er nog steeds moeilijk een bepaald land op plakken. Waar we wel verder op inzetten is om de show beter en uitgebreider te maken – in de mate van het mogelijke op logistiek gebied, en wat een organisatie toelaat op gebied van brandveiligheid, haha.

KK Ripper: Aangezien mijn collega R Hellshrieker voor elk optreden steevast zijn portie springbonen eet, duurt het meestal niet lang vooraleer we “the head that doesn’t bang” overtuigd hebben. Zoals gezegd, maar voor mij in het bijzonder, was Muskelrock een haast buiten-lichamelijke ervaring: optreden in een metalen kooi waar tijdens de show de metalheads aanhingen te headbangen alsof ze met de zweep gedreven werden. Dat vergeet ik alleszins nooit meer!

Jullie eerste langspeler “Bestial fükkin’ warmachine” verscheen via het Antwerpse Babylon Doom Cult Records. Nu is het echter tijd voor Osmose Productions waarop heel wat legendarische platen van o.a. Marduk, Immortal, Enslaved, Bewitched en Absu verschenen. Is het verschil in kaliber tussen beide labels al voelbaar voor Bütcher?
R Hellshrieker: Het is voelbaar, zeker. Osmose zit nu eenmaal met wereldwijde verdeling, dus zowel qua promotie als beschikbaarheid is het een grote stap voorwaarts. Het album is ook op alle grote streamingplatformen beschikbaar, het was makkelijker om via magazines als Decibel Mag en Deaf Forever promo te lanceren… En die legendarische geschiedenis van het label die je aanhaalt, dat ligt bij heel veel metalheads nog nauw aan het hart. De combinatie Osmose met het artwork van Kris Verwimp schept een bepaald verwachtingspatroon… dixit een heleboel reviews. We kunnen er blijkbaar ook aan voldoen, dus dat maakt het extra mooi om met Bütcher in die stal zitten. Wij durven ons gerust thuis voelen tussen die namen – alles in perspectief geplaatst uiteraard. Hoe meer we samenwerkten met Osmose, hoe beter de communicatie ook werkt… maar niets zal de credits wegnemen hoe Jo en BDC de nek hebben uitgestoken om ons een eerste, o zo belangrijk, platform te geven.

Na de release van jullie debuut langspeler werd er grote kuis gehouden in de line-up waarbij bassist JA Pulsatör, gitarist DB Deströyer en drummer PB Tormentor het voor bekeken hielden. Wat was de reden voor hun vertrek en was het moeilijk om plaatsvervangers te vinden?
R Hellshrieker: Voor KK Ripper en mijzelf was er wellicht een verschil met de anderen op gebied van verwachtingen en hoe wij de band wilden zien evolueren. Dat heel klein beetje bereikt te hebben waar Bütcher nu staat heeft een ongezonde dosis exclusiviteit en toewijding gevraagd. Mentaal én fysiek – persoonlijk durf ik zelfs nog niet eens denken aan de toekomst. Meer willen wij er eigenlijk niet over kwijt, het zou verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. En eigenlijk kunnen we alleen maar blij zijn dat wij uiteindelijk allemaal samen nog een dikke pint kunnen drinken: ik ken die gasten al bijna 20 jaar, en ze hebben allemaal ten volle hun rol gespeeld in het Bütcher verhaal.
Bij het zoeken naar nieuwe leden hadden we één groot geluk. Wij wisten direct wie we erbij wilden, en LV Speedhämmer en AH Wrathchylde stemden meteen toe. Maar het was wel vlak voor de opnames dus drums werden op 1 à 2 weken klaargestoomd en baspartijen werden nog door KK Ripper ingespeeld. Bloed, zweet en metalen tranen heeft het gekost, die plaat!

KK Ripper: Ik wil nog even benadrukken hoe zeer ik de partijen aan beide kanten van het schisma een warm hart toedraag. Jolle, Polle & Beuk hebben deze beslissing genomen omdat dat op lange termijn het beste ging zijn voor henzelf en voor de band en dat respecteer ik enorm. En Speedhämmer en Wrathchylde stonden onmiddellijk klaar op een moment dat wij zelf niet meer wisten hoe we het gingen moeten bolwerken en hebben ons echt uit de brand geholpen.

Opgeven staat duidelijk niet in jullie woordenboek want wanneer één van de bandleden voor een show verhinderd is, weten jullie steeds stand-ins op te trommelen om toch maar geen show te hoeven cancellen. Dat broederschap met muzikanten van andere bands lijkt me goud waard. Is er trouwens een grote speed/heavy/thrash-scene in België?
R Hellshrieker: Het is ronduit fantastisch dat we kunnen rekenen op een paar steengoede muzikanten om ons verder te helpen. Bütcher levert een engagement en dat betekent de beschikbaarheid van de band wanneer men ons wil boeken – op een plaats waar wij de keuze maken ook te willen spelen, welteverstaan. Je moet dat ook doen om te kunnen groeien. Die beschikbaarheid betekent dat wij soms met een andere drummer of bassist spelen, inderdaad. Ook al kost dat extra moeite om te repeteren, het toont vooral aan hoe ook die klassebakken bezeten zijn van muziek en optreden, en dat met ons willen doen. Wij zijn ongelooflijk dankbaar voor iedereen die met ons op het podium stond, en hoe cheesy het ook klinkt, het voelt als een soort broederschap. Ondertussen is die lijst aanzienlijk: Vincent Verstrepen van Carnation, Andreas Stieglitz van Speed Queen, Rob Martin van Rrrags (zijn vuurdoop is in Hamburg in Maart), Nils Pervé van Incinerate, Kevin de Leener die zijn sporen in Saille, Battalion, Gorath,… verdiende. Op de releaseshow hadden we Max Mayhem van Evil Invaders als tweede gitarist. Dat was alvast een schot in de roos…Ik zou niet zozeer spreken over een speed/heavy/thrash scene per se, maar we hebben steengoede bands in België en het is fijn om deel uit te maken van zo’n talentvolle scene. Carnation, Schizophrenia, Incinerate, Slaughter Messiah, Terrifiant, Possession, Violent Sin, Speed Queen,… Belangrijker is het gevoel van Metal met de grote M dat deze bands delen, dan per se de benoeming van een subgenre.

KK Ripper: Dat laatste vind ik ook zo belangrijk. Ik liep natuurlijk nog niet rond ten tijde van de legendarische affiches van het Heavy Sound-festival te Poperinge, maar ik kan zo mijn ogen uitkijken op het feit dat daar Mercyful Fate, Metallica, Manowar, Motörhead,… allemaal door mekaar stond. Als ik praat met anciens uit die tijd, met verhalen over Candlemass en Morbid Angel op één affiche, en iedereen die op elke band even hard uit z’n dak ging; dat is Metal met de grote M. Wij zijn uiteraard geen band van dat kaliber, maar ik merk dat ik niet de enige ben die hunkert naar die diversiteit. Noem het nostalgie naar een tijd die we zelf niet hebben meegemaakt, maar het overdreven hokjes-denken is niet aan mij besteed, we zijn allemaal hardrockers.

Ondanks de ingrijpende line-up wissel ligt “666 goats carry my chariot” een kleine tweeënhalf jaar later al in de rekken. Was het een gemakkelijk schrijfproces of wordt het steeds moeilijker om nieuwe nummers te pennen die beter klinken dan het oude werk? En waarom werd er geen tweede gitarist aangetrokken?
KK Ripper: Wel, eerlijk gezegd verliep het schrijfproces zeer natuurlijk en intuïtief. De eerste plaat “Bestial fükkin’ war machine”, was een belangrijke stepping stone naar een identiteit als band. Misschien met momenten wat groen achter de oren of wat onervaren met het analoog opnemen, maar desalniettemin, zeer bepalend voor de richting die we met “666” gingen inslaan. Meer oude heavy metal en black metal invloeden, en niet alleen vanuit de black/thrash maar ook vanuit de meer epische hoek, dat werd de formule. Let wel, “45 RPM metal“, het eerste nummer dat voor deze plaat geschreven is, hebben we al live gebracht bij de release van de vorige plaat, terwijl “Brazen serpent” nog nooit met de voltallige band gespeeld was voor we de studio introkken. R wist dus niet welke lagen leadgitaar etc. op dit nummer gingen komen, want die bestonden alleen nog maar in mijn hoofd. De intro en outro zijn letterlijk op hotel in IJmuiden tot stand gekomen, net als bepaalde solo’s. Ik presteer blijkbaar gewoon beter onder tijdsdruk. Ik moet zeggen dat het nu moeilijker wordt; de plaat is al een jaar ingeblikt en ik heb sindsdien nog niets concreet geschreven. Als ik te veel tijd heb, ga ik alles overdreven analyseren; “dit is te veel volgens de ‘formule’, dat wijkt er te zeer van af”… Nu we met “666 goats” de puntjes op de “i” hebben gezet qua identiteit als band, is er veel druk om het keer op keer waar te maken. Daarmee ook mijn grote bewondering voor het meer recente werk van Darkthrone, die gasten zeiden op een gegeven moment ook “fuck it”. Mijn waslijst aan invloeden wordt alleen maar langer, dus hoe het toekomstige schrijfproces gaat verlopen, dat is voor mij ook nog een raadsel.

I.v.m. een tweede gitarist: let wel, de nummers voor de nieuwe plaat zijn wel geschreven met een tweede gitarist indachtig. ‘Den Beuk’ zat toen immers nog als DB Deströyer in de band; zijn stijl is zeer geënt op death-metal-slaggitaar, dus ik had niet de zotste Iron Maiden-harmonieën voor ogen maar eens ik er alleen voor stond bleek het toch niet zo evident om dat op te vangen. Toch hebben we lang gewacht om een tweede gitarist te zoeken. Ik wou niet zomaar iemand aannemen om voort te kunnen, om dan misschien een paar maanden later in hetzelfde schuitje te zitten. Gelukkig is AH Wrathchylde zijn basspel erg dragend, dus ben ik er toch even mee weggekomen. De connectie tussen gitaristen in een band moet erg goed zijn: Downing & Tipton, Denner & Shermann, Murray & Smith, Robertson & Gorham,… Dat wil ik en niets minder! Met Max zou ik dat 100% zien zitten maar ik ga nog niet te snel uit de biecht spreken; het is belangrijk dat we eerst onze verwachtingen naar elkaar duidelijk maken. Evil Invaders is natuurlijk ook een machine die voor niks en niemand stopt en daar heb ik alle begrip voor.

Het prijsbeest van de nieuwe plaat in ongetwijfeld de ruim negen minuten durende titeltrack die als het ware als jullie persoonlijke “Bohemian rhapsody” bestempeld kan worden. We horen hier elementen van Manowar tot Bathory en van Emperor tot Mercyful Fate in terug. Is dit ondanks het ietwat afwijkende karakter reeds jullie ultieme nummer denk je of zijn er andere songs die de kern van Bütcher beter samenvatten?
KK Ripper: Eerst en vooral, bedankt! Ik zou liegen moest ik zeggen dat ik er niet trots op ben. Maar het is inderdaad sterk afwijkend, wegens zijn wat gedragen sfeer tijdens de verzen, dus daarom denk ik niet dat dit nummer ons definieert. Nee, ik ben meer album-oriënted. De plaat definieert ons in al zijn eclecticisme. Ondanks het feit dat onze invloeden zeer duidelijk zijn en dat je ons moeilijk erg origineel kan noemen, denk ik dat we door de verscheidenheid van invloeden binnen de old skool metal toch een sterke eigen identiteit hebben gecreëerd. En als dit onze “Bohemian rhapsody” is, zou ik toch ook nog een eigen “Tarkus” willen (voor diegenen die uit de lucht komen vallen, check Emerson, Lake & Palmer – “Tarkus“).

Om eerlijk te zijn ben ik doorgaans niet zo wild van heavy/speed metal en de bijhorende falsetto uithalen, maar toch vind ik jullie nieuwe plaat én de zang te gek terwijl de voorganger me een pak minder doet. Misschien komt het doordat er iets meer subtiele black metal-invloeden in het nieuwe werk zitten? Wat maakt Bütcher volgens jullie anders dan de concurrentie in het genre?
R Hellshrieker: Net dat wat je aanhaalt. Waar we de mosterd gaan halen is overduidelijk, maar toch trekken we het een pak breder dan andere bands. Het is net dat vermengen van heavy metal, speed metal en black metal waar wij onze eigen niche mee creëren. Ik ben ook helemaal geen falsetto zanger, die scholing en dat talent ontbreek ik. Maar de vocalen zijn een beetje zoals de muziek als het gaat over combineren: het samen gooien van uithalen van Tim Baker, King Diamond, Dan Beehler en dat schoeien op de leest van de twee heren Tom (G. Warrior & Araya), met wat Mille Petrozza, Schmier, Cronos en Tyrant erin. Wellicht dat het daarom toch meer je voorkeur geniet dan wanneer je enkel op de classificatie van Bütcher als speed/heavy metal afgaat?

Bütcher’s sound wordt gesmeed uit heavy, speed, thrash en black metal waarbij de invloeden me ergens begin jaren negentig lijken te stoppen. Zijn er nadien nog platen verschenen die jullie van onschatbare waarde vinden?
R Hellshrieker: Nifelheim met “Devil’s force” (1997). Dat is echt het epitoom van metal voor me. Pentacle met “…Rides the moonstorm” (1998). Kapot gedraaid destijds. Repugnant’s enige full length “Epitome of darkness” uit 2006… Daarnaast op het eerste zicht misschien geen albums van écht onschatbare waarde, al zeker niet eind jaren ’90 en begin van de eeuw, maar uiteraard nog wel krakers. Die eerste albums van The Lord Weird Slough Feg bijvoorbeeld, Desaster, Sabbat (JP) bleef ijzersterk… Kijk, als ik eenmaal begin, ja toch wel hoor… En nog steeds bands die hun sporen al eerder verdienden (“At the heart of winter” van Immortal is een persoonlijke favoriet) en ik blijf verliefd op Maiden’s “Brave new world“. Maar misschien moeten we eerder aanhalen hoe goed albums van Obliteration, Antichrist, Vektor, Deathhammer, Visigoth, Traveler,… vandaag de dag zijn. De scene is eigenlijk opnieuw aangenaam en divers. Underground metal is terug meer opengetrokken en ik hou van events en gezelschap waar death, thrash, heavy, black, doom en glam allemaal door mekaar kunnen.

KK Ripper: “Wizard’s spell” van Black Magic (2014) en “The knightlore” van Vulture’s Vengeance (2019, begot) zijn voor mij van onschatbare waarde. Ik ben natuurlijk ook met 11 jaar leeftijdsverschil de Benjamin van mijn collega maar hoe recent deze platen ook zijn, ze zullen voor mij de tand des tijds met gemak doorstaan. “The knightlore” is nog geen jaar oud maar deze band heeft zo’n ongelofelijk eigen sound en is zodanig vernieuwend binnen een genre met best wel rigide parameters (epic heavy metal) dat ze alle lauweren verdient!

Zowat alle metal-clichés passeren de revue bij jullie. Hoe gaan jullie om met kritiek van buitenstaanders die het uiterlijk vertoon als een kinderachtige circusopvoering afdoen?
R Hellshrieker: “WE SPIT ON THOSE WHO POSE AND THRASH WITH ALL THE REST!” Eigenlijk heb ik al goesting om het daarbij te laten, want iemand die onze vertoning als flauw of achterhaald bestempelt, kan je verder niet overtuigen. En ik heb gewoon geen zin om nuance of kadering te geven: iemand snapt nu eenmaal wat we brengen, of snapt het niet. Is dat niet, feel free to move on. Ik hou zelf van een portie theater, en van de beleving die een band aan de dag legt. Wij opereren nu eenmaal in een spectrum dat leeft op kogelriemen, spikes, poses en leer. Heel de band houdt vast aan die traditie, en wie weet evolueert het ooit wel een beetje. Maar waarom ons druk maken in wat iemand anders daarvan vindt? De energie die we zouden steken om dat te verklaren, gebruiken we beter voor een NIEUWE SHOW VOL STAAL, VUUR EN BLOED. Knipoog.

Voor het nummer “Iron bitch” werd een video opgenomen. De live beelden zijn echter niet van een live show afkomstig maar werden in een Trix Studio geschoten. Was het niet vreemd om voor een lege zaal een show te staan geven?
R Hellshrieker: Op zich niet echt…al is het even wennen, want die interactie met het publiek is er niet, en daar leven we wel van. Maar we kennen een beetje onze eigen performance, je weet wat je tijdens een show doet. En de focus was groot die dag want er zit best wel wat druk achter om het tijdig in te blikken… Dus we hebben ons snel genoeg in onze rol kunnen steken.

Met “666 goats carry my chariot” hebben jullie een straffe plaat op zak die waarschijnlijk heel wat deuren voor jullie gaat openen. Het lijkt me alsof jullie zevenjarige break destijds nodig was om nu op het niveau te staan waar jullie staan. Als jullie destijds hadden blijven verder doen was deze plaat er misschien zelfs helemaal nooit geweest. Kunnen jullie je vinden in deze hypothetische stelling?
R Hellshrieker: Ik kan me daar zeker in vinden. Maar ik kan het beter zo verklaren: het is een andere band sinds 2014. We waren in 2007 uitgeblust, en er was ook al helemaal geen plan of visie of ambitie. Bütcher begon als een leuk project om wat afwisseling te brengen tussen alleen maar het death en black metal gebeuren begin jaren 2000… Het lijkt nu misschien wel een break, maar Bütcher stopte gewoon, indertijd. Nooit was er nog het idee om dat terug leven in te blazen, tot een onverwachte (bijzonder leuke) avond in 2014. Maar toen we er terug aan begonnen was dat met KK Ripper, en dat veranderde heel de zaak. Dus buiten de naam en één à twee oude nummers spreken we over een nieuwe band sinds 2014. Ook al begonnen we terug met drie oorspronkelijke leden, ik ben de enigste van toen die nog overschiet. Ik bekijk het ook als een nieuwe band, al is het niet zonder met veel plezier terug te denken aan een aantal topmomenten van de ‘oude’ Bütcher.

Wat mogen we de komende maanden zoal van Bütcher verwachten?
R Hellshrieker: IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes!! Want er komen weer massaal veel shows aan. Eerste keer naar Spanje, Party San Open Air kijken we erg naar uit, x-aantal data in Frankrijk, Nederland en vooral Duitsland liggen weer vast en maken we binnenkort bekend. In eigen land staat Oljst Omploft op de planning, en volgt wellicht nog wel wat. Ons boekingskantoor werkt in ieder geval stevig verder aan een goed gevulde kalender. En natuurlijk… werken aan nieuwe nummers…

Bedankt voor het interview!
Graag gedaan, dank aan Addergebroed voor deze babbel!

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur