canada

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Abduction/Nocturnal Prayer – Intercontinental death conspiracy

Abduction – de éénmansband uit het Verenigd Koninkrijk – staat sinds de release van zijn derde langspeler “All pain as penance” op ons lijstje van bands die we zeker in de gaten moeten houden. A|V besloot een internationale samenzwering aan te gaan met het Canadese Nocturnal Prayer, een duo dat pas sinds 2019 muzikale output produceerde en tot dusver twee demo’s op zijn conto had staan en waarmee de Engelsman een gedeelde interesse in kosmisch nihilimse, dood en wedergeboorte deelt. Of het ligt aan het feit dat de sound van deze Canadezen, vergeleken met de Europese/Amerikaanse black metal blend van Abduction meer orthodox, rauwer, monochromatisch en wars van alle moderniteiten klinkt, weet ik niet, maar feit is dat de vier nummers die Abduction voor zijn rekening neemt productioneel gezien rauwer zijn uitgevallen dan wat we op “All pain as penance” hoorden. Vooral de power is uit de sound en meer bepaald de basdrum weggezogen wat verdomd jammer is, want de link die hierdoor met het geweldige Aosoth gelegd werd, verdwijnt nu als sneeuw voor de zon. Vooral in agressievere nummers als “Mass extinction salvation” of “Astral projection” en het wat meer technische “In ceaseless night” wordt die moddervette sound gemist. Een meer gelaagde en atmosferische song als “Cremation sickness” blijft in deze nieuwe aanpak wel nog overeind, maar algeheel genomen stelt Abduction me hier toch wel wat teleur na de fantastische voorganger. Een dunne en iele productie bevalt het zwartmetaal van Nocturnal Prayer, dat eigenlijk dicht tegen de huidige Portugese scene aanleunt, dan weer wel als gegoten. Op het eerste gehoor heeft deze no-nonsense black weinig om het lijf maar de twee Canadezen weten in “Leading the tumbrels of affliction” toch te verbazen door opera-achtige zang te laten samenvallen met het typische black metal gekrijs. In “Drink the kindled flask of longevity” gaan de heren voor een wat meer swingende black ’n roll aanpak en duikt in de finale heldere, haast dronkemanszang op. “Solar danctums raped by calamity” is het meest traditionele nummer van de drie stuks die we voorgeschoteld krijgen en bevalt me met zijn pakkende hypnotiserende tremolo’s het meest, hoewel de heren het niet kunnen laten om ook hier finaal, vergezeld door atonale akoorden, vocaal uit de bocht te gaan met nietszeggend gebral. Het zijn fratsen die we al kenden van op de demo’s. Hoewel het demomateriaal van deze heren me meer raakte, ligt Nocturnal Prayer me in dit cross-continentale pact wat beter dan Abduction, maar absoluut noodzakelijk is deze split niet.

JOKKE: 76/100 (Abduction: 75/100; Nocturnal Prayer: 77 /100)

Abduction/Nocturnal Prayer – Intercontinental death conspiracy (Inferna Profundus Records 2020)
1. Abduction – Mass extinction salvation
2. Abduction – Astral projection
3. Abduction – Cremation sickness
4. Abduction – In ceaseless night
5. Nocturnal Prayer – Leading the tumbrels of affliction
6. Nocturnal Prayer – Drink the kindled flask of longevity
7. Nocturnal Prayer – Solar danctums raped by calamity

Nocturnal Departure – Worm moon offerings

Het obscuur orkestje dat we vandaag uitlichten, heet Nocturnal Departure en bracht onlangs een tweede langspeler uit. “Worm moon offerings” doopten ze het geheel van zes songs die live vereeuwigd werden, waardoor de sound die het Canadese kwartet hier neerzet een heel pak ieler, dunner en ruwer klinkt dan de naar rauwe black metal normen vrij goed geproduceerde voorganger “Cathartic black rituals“. De hoorbare mix aan invloeden van oude Darkthrone is nog steeds present, net als de frivole basloopjes maar naar de schaars ingezette dissonante akkoorden, de downtempo Celtic Frost-invloeden en rockende Carpathian Forest wind die we op het debuut hoorden, is het deze keer speuren met een vergrootglas. De scream van zanger/gitarist Funeror gaat regelmatig in overdrive waardoor de man haast als een huilende wolf klinkt. Op zich brengt Nocturnal Departure niets nieuws onder de begrafenismaan, maar toch beleef ik luisterplezier aan “Worm moon offering“, vooral aan het grotendeels slepende en atmosferische “Twilight magnificence” dat deze tweede langspeler (nou ja, 28 minuten?) afsluit. Canada en rauwe underground black zijn dan ook twee begrippen die al langer dan vandaag rijmen, ook hier. Op mijn boodschappenlijstje komt ie echter niet terecht, daarvoor is de concurrentie de dag van vandaag gewoonweg te moordend. Wie echter nooit genoeg krijgt van traditionele old school black van pakweg midden jaren ’90 of zo veel mogelijk Darkhrone worshipping acts wilt verzamelen, kan natuurlijk toeslaan.

JOKKE: 72/100

Nocturnal Departure – Worm moon offerings (Death Kvlt Productions/Les Fleurs du Mal 2020)
1. Embodiment of hatred and suffering
2. Unholy conspirators (One with the goat)
3. Worm moon offerings
4. Ancient mantras
5. Malignant faith
6. Twilight magnificence

Vital Spirit – In the faith that looks through death

En de award voor ontdekking van de maand gaat naar Vital Spirit, een spiksplinternieuwe band waarachter echter twee mannen met heel wat ervaring schuilgaan. Zanger/gitarist/bassist Kyle Tavares (o.a. Seer en live muzikant voor Wormwitch) en drummer Israel Langlais (o.a. Wormwitch) deden muzikale inspiratie voor dit nieuwe project op tijdens de Amerikaanse tourns van Wormwitch in 2018 en 2019 en werden daarbij sterk beïnvloed door de landschappen en geschiedenis. Het fijne aan “In the faith that looks through death” is niet alleen het prachtige hoesontwerp maar ook dat deze EP met een speelduur van slechts 17 minuten in staat is een frisse wind doorheen het black metal landschap te laten waaien, een broeierig hete woestijnwind wel te verstaan want de winderige invloeden van het Wilde Westen zijn alom vertegenwoordigd in de zwartmetalen basis van de vier nummers. Zo lijken de gitaarmelodieën regelrecht uit één of andere jaren ’60 Spaghetti Western film te zijn geplukt. De sfeer die de muziek uitstraalt past dan ook perfect bij thema’s zoals Mayaanse kosmologie en geschiedenis, de rol van Pancho Villa (ook wel de Centaur van het Noorden genoemd) in de Mexicaanse revolutie en Wovoka’s Ghost Dance, een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS. Tekstuele inspiratiebronnen vormen de woorden van Wovoka, Patti Smith, de Mayaanse orakelpriester Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos (Mexicaanse muziekstijl waarin de daden van helden of criminelen bezongen worden) van de Mexicaanse Revolutie. Het verweven van die Spaghetti Western invloeden voelt nergens geforceerd aan maar vloeit op een interessante manier over in de felle black metal van het duo. Vital Spirit’s muziek is als een cocktail aan muzikale invloeden waarin namen als de recent overleden Ennio Morricone, Taake, Earth, Ulver, Marty Robbins, Dissection, Drudkh en Wovenhand hoorbaar zijn. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas” noemen ze het zelf. Écht vernieuwend is het mengen van Americana en Spaghetti Western met black metal niet want een Volahn en andere Black Twilight Circle bands, een Cobalt of Devil With No Name gingen Vital Spirit al voor, maar nog nooit hoorde ik zo’n perfecte blend waarbij kippenvel 17 minuten lang gegarandeerd is. “In the faith that looks through death” is de eerste release op Tavares’ eigen label Hidden Tribe Records. Het wordt een tape waarop ik als een bezetene ga jagen. Vendetta zal de vinylrelease later op het jaar verzorgen. ¡Viva la revolución!

JOKKE: 85/100

Vital Spirit – In the faith that looks through death (Hidden Tribe Records/Vendetta Records 2020)
1. Heart of sky
2. Centaur
3. Face of the sun
4. Ghost dance

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills

Heresiarch /Antediluvian – Defleshing the serpent infinity

Liefhebbers van zompige death metal in combinatie met chaotische woeste en bestiale black zullen ongetwijfeld wel al van Heresiarch en Antediluvian gehoord hebben. Deze respectievelijk Nieuw-Zeelandse en Canadese bands slaan de handen in mekaar voor een split waarvan het nut me enigszins ontgaat. De helft van de geboden 21 minuten speeltijd wordt immers ingenomen door nietszeggende ambient. Dat zulke intermezzi op een langspeler vol teringherrie als rustpunt ingebouwd worden, begrijp ik, maar moet dat nu echt ook op een korte EP? In plaats van aan de dynamiek bij te dragen, maakt dit het geheel enkel maar meer verknipt. De twee échte composities die Heresiarch aanlevert, klinken zoals deze extreme niche het betaamt: woest en overdonderend en met een schedelsplijtende solo maar er zijn betere bands in het genre zoals Adversarial of Abyssal die je echt mee in een abyssale vortex weten sleuren. Bij Heresiarch blijf ik wat twijfelend over de rand van de dieperik staren. Antediluvian klinkt zowaar nog heftiger en gedesoriënteerder met een drummer die lukraak op al zijn schelen en trommels lijkt te kloppen. Ook hier klieft een gierende solo doorheen de dichtgepakte extreme geluidsbrij en maalstroom aan maniakale vocalen. Extreem is het in elk geval, maar ik krijg het warm nog koud. Beetje magere output ook na vijf jaar wat betreft Antedelivian. Deze gasten kunnen beter, dat bewezen ze in het verleden al op hun twee langspelers en kleinere releases.”Defleshing the serpent infinity” is een totaal overbodige split als je het mij vraagt.

JOKKE: 63/100 (Heresiarch: 66/100: Antediluvian: 60/100)

Heresiarch/Antediluvian – Defleshing the serpent infinity (Iron Bonehead 2020)
1. Heresiarch – Lupine epoch
2. Heresiarch – Excarnation
3. Heresiarch – No sanctuary
4. Antediluvian – Slipstream of Levi
5. Antediluvian – Prelude

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris

Het debuut van Serment was voor Sepulchral Productions een schot in de roos. Met Sombre Héritage lossen ze opnieuw het eerste werk van een nieuwe act uit Quebec, hoewel de bandnaam enigszins bekend in de oren klinkt. Net als Serment is Sombre Héritage composotorisch gezien het werk van één man, in dit geval Exu van Hak-Ed Damm, op drums voor de gelegenheid bijgestaan door Silencer. Deze veteraan van de Canadese black metal scene koos voor dit nieuwe product een vorm van zwartmetaal die het midden houdt tussen enerzijds een ijskoude atmosfeer en riffwerk maar waar anderzijds melancholische leads een warme gloed doorheen laten schijnen. De productie is krachtig en modern maar toch voldoende rauw, waardoor alle gespeelde noten en aangeslagen potten en pannen goed hoorbaar zijn. Het maakt het nog meer genieten van de brok rauwe ongebreidelde emotie die Exu weet te ontketenen. In de ferme openingstrack “Polaris” is het al meteen raak. Wanneer de man dan nog eens zijn heldere koorstem boven haalt, zijn we helemaal verknocht aan zijn gevoel voor melodramatiek. Snelheden variëren van mid- tot up-tempo wat de nummers een goede dynamiek en flow meegeeft. “Nature souillée” klinkt door een meer rock gerichte aanpak wat opener en toegankelijker vergeleken met een rampestamper als “Sombre héritge“, hoewel het venijn ‘em in dit nummer duidelijk in de staart zit. “Déchéance” staat bol van de dynamiek, hoewel de snelle passages soms wat gerushed aanvoelen. De diepe heldere zang zorgt voor een magisch gevoel en het contrast met de verbeten krijsstem van Exu kan niet groter zijn. Ook in “Dissidence” voelt het soms aan alsof er willens nillens snelle passages aanwezig moeten zijn, wat soms wat geforceerd aanvoelt tussen de meer emotioneel geladen tragere stukken. In het afsluitende “Ténèbres” gaat het tempo terug wat naar beneden en wordt er opnieuw wat ‘opener’ gemusiceerd. In het vocaal departement wordt Exu hier bijgestaan door Molag-Venn van Nälzer die ook over een pakkende verhalende heldere stem beschikt. Ondanks enkele kleine bemerkingen – en voeg daar meteen ook maar het ietwat knullige artwork en logo aan toe – is “Alpha ursae minoris” een dijk van een eerste statement. Net als Serment zou dit Sombre Héritage wel eens tot een grote naam in de Canadese scene kunnen uitgroeien!

JOKKE: 83/100

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris (Sepulchral Productions 2020)
1. Polaris
2. Sombre héritage
3. Nature souillée
4. Déchéance
5. Dissidence
6. Ténèbres

Unreqvited – Mosaic II: la déteste et la détresse

Nu we toch even massaal opgesloten zitten is het tijd voor een inhaalbeweging, dus haal ik wat releases van onder het stof die ons alziend oog waren ontglipt, of waar ik tot nu toe nog geen tijd voor heb gehad. Twee jaar geleden haalde het Canadese Unreqvited nog mijn jaarlijst met “Stars wept to the sea”, sindsdien hebben we “Mosaic I: l’amour et l’ardeur” over het hoofd gezien en kwam er begin dit jaar een split met Sylvaine. Op diezelfde dag werd echter ook langspeler nummer vier de wereld in gestuurd, een aansluitend vervolg op nummer drie. Deze timing was geen toeval, want waar de Canadees zelf zei dat de split zijn lichtste materiaal tot op heden was, geldt het omgekeerde voor “Mosaic II: la déteste et la détresse”: dit zou zijn meest zwaarmoedige uitspatting zijn. Zwaarmoedig, niet zwaar, want Unreqvited klinkt nog steeds even etherisch. Op deze laatste telg wordt meer dan ooit geëxperimenteerd met keyboards, waardoor we op het einde van “Wasteland” zelfs op een soort trap-beat worden getrakteerd. Nog steeds fungeren de vocals enkel en alleen als instrument (er worden namelijk geen teksten geschreven), maar gevoelswaarde bevat de muziek des te meer. Zweverige keys en post-rockachtige gitaarlijnen wisselen elkaar constant af (zoals op “Stars wept to the sea” ook al het geval was, alleen wordt dit contrast hier meer uitvergroot) en halfweg krijgen we een rustpunt in de vorm van “Transience I: the ambivalent”, een naar mijn mening overbodige opener van het afsluitend drieluik dat voor twee delen uit ambient bestaat, en waarvan het afsluitende zelfs meer richting distorted noise neigt, niet geheel onverwacht gezien het nummer “Trancience III: the static” heet. Niet mijn kopje thee; want daar waar de naamloze Canadees met de eerste vier tracks bijzonder puike nummers aflevert, verliest hij momentum en gaat hij tijdens het laatste kwartier van het album de mist in. Dat hij hiermee ‘het meest donkere werk’ bedoelde kan ik begrijpen, maar muzikaal biedt het niet bepaald veel meerwaarde, ook omdat het drieluik zo opvallend breekt met wat eraan voorafging. Ondanks dat er dus héél veelbelovend wordt opgebouwd, waarbij “Pale” echt een parel van een nummer is (de solo halfweg is niet minder dan prachtig te noemen), wordt helaas met een sisser afgesloten.

CAS: 76/100

Unreqvited – Mosaic II: la déteste et la détresse (eigen beheer, 2020)
1. Nightfall
2. Wasteland
3. Pale
4. Disorder
5. Transience I: the ambivalent
6. Transience II: the gentle void
7. Trancience III: the static
8. Can’t help falling (bonus track)

Departure Chandelier – Dripping papal blood

Dripping papal blood” vormt een nieuwe episode in Departure Chandelier’s kijk op het leven van keizer Napoleon die door Nostradamus als antichrist gezien werd. Hoewel ‘nieuw’ misschien een foute woordkeuze is. Het betreft hier namelijk een onuitgebrachte demo die tien jaar geleden – net als de fantastische langspeler “Antichrist rise to power” – opgenomen werd in de band’s toenmalige “The prisoner’s chant…” Studio die gehuisvest was in de catacomben van het oudste kerkhof van New York. Zoals de titel al enigszins prijsgeeft, handelt deze demo inhoudelijk over de complexe en heftige rivaliteit tussen keizer Napoleon en de op het coverontwerp/schilderij van Jacques-Louis David afgebeelde Paus Pius VII, die resulteerde in diens laatste opsluiting. Ondanks zijn onverenigbaarheid met het pausdom, wist Napoleon dat hij nog steeds de symbolische autoriteit van de Kerk nodig had tijdens zijn zelfkroning. Hij benoemde zijn halfoom Joseph Fesch tot kardinaal en na de staatsgreep van 9 november 1799, waarbij Bonaparte de macht greep in revolutionair Frankrijk, gaf Napoleon aan de wrede kardinaal het bevel om de paus te overtuigen om zijn kroning bij te wonen. Later werd Fesch ontdaan van religieuze macht en werd hij uit het bisdom geworpen omdat hij de onverzettelijke houding van Napoleon jegens de Kerk tartte. Fesch stierf in 1839 in Rome, omringd door zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, en na zijn dood geleidelijk geveild werd. Tot dusver wat duiding van het concept; over naar de muziek nu! De twee volwaardige nummers die we tussen de intro en outro aangeboden krijgen, handelen over het samenspel en de driehoeksverhouding tussen Napoleon, de kerk en zijn eigen kunstplunderende familieleden die door nepotisme aan het bisdom zijn aangesteld. Na de mysterieuze en door engelenzang en klokkenspel ook sacraal aandoende openingsklanken van “Corrupt saints of Notre Dame” zorgt het grotendees mid-tempo “Between this world and the next” voor een sombere en treurige begrafenisstemming. Religieus aandoende gezangen mengen zich met de raspende black metal stem die haar kijk op deze historische taferelen weergeeft. Muzikaal gezien is het een vrij repetitief gestript black metal-nummer waarbij de keyboards relatief ondersteunend op de achtergrond blijven. “The one still to come” gooit het over een andere boeg en stuwt het tempo de hoogte in waarbij ook de voor Departure Chandelier typerende retro klinkende jaren ’90 toetsen op de voorgrond treden. Dit is Departure Chandelier ten voeten uit: van nature uit primitief en ongepolijst maar met voldoende karakter door de unieke historische thematiek en de catchy orchestratie. Het trio houdt er met een intro, een traag nummer, een meer uptempo song en een outro min of meer dezelfde aanpak op na als op de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” maar ondanks dat ik deze Napoleontic war black metal met invloeden van Ildjarn, Satanic Warmaster en Beherit heel hard kan smaken, is het betere materiaal toch daar en op de langspeler te vinden. “Dripping papal blood” valt momenteel enkel nog maar digitaal te beluisteren, maar een fysieke release zou in de maak zijn.

JOKKE: 79/100

Departure Chandelier – Dripping papal blood (Eigen beheer 2020)
1. Intro (Corrupt saints of Notre Dame)
2. Between this world and the next
3. The one still to come
4. Outro (Papal blood drips down to the hilt of the Antichrist’s saber)