canada

Departure Chandelier – Antichrist rise to power

Napoleon was niet alleen een bollekesfabrikant maar natuurlijk ook een belangrijk historisch figuur die een enorme impact heeft gehad op Frankrijk qua geopolitieke gevolgen maar ook de “Code Napoléon” beïnvloedt ons leven nog steeds op allerhande vlakken. De notoire ziener Nostradamus bestempelde Napoleon Bonaparte als de eerste van drie antichristen. De tweede was Adolf Hitler en de derde zou rond 2070 een wereldwijde oorlog veroorzaken. U heeft dus nog even tijd om uw tuinhuis te schilderen. De levensloop van de kleine generaal die het van soldaat tot keizer wist te schoppen spreekt nog steeds tot de verbeelding van velen, zo ook voor het Canadese Departure Chandelier. Op de hoes van diens “nieuwe” plaat “Antichrist rise to power” zien we een schilderij waarop Napoleon op zijn sterfbed ligt en wie goed kijkt ziet ook de link naar de bandnaam. De band bestaande uit leden van Akitsa en Ash Pool componeerde zes nummer (plus een intro en outro) ter meerdere eer en glorie van Napoleon en enkele memorabele momenten uit diens leven zoals zijn kroning, ballingschap, zijn veldslagen en overlijden. Écht nieuw is deze plaat echter niet aangezien ze een decennium geleden werd opgenomen, nog voor de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” in 2011 via Tour de Garde werd uitgebracht. In 2017 verscheen ook nog een erg fijne split met Blood Tyrant. Ondanks het feit dat de plaat werd opgenomen in een kelder achter het New York City Marble Cemetery (het oudste kerkhof in New York City), is de sound uitstekend, maar het blijft natuurlijk rauwe black. Invloeden werden gehaald uit Bathory, maar ook uit de sound van enkele klassieke bands zoals Osculum Infame, Bekhira, Chemin de Haine, Cantus Bestiae en Machiavel. Er duikt met andere woorden wel al eens een keyboard op links en rechts. Zo wordt de uiterst simpele maar grimmige openingsriff van “Life escaping through the candle’s smoke” al snel vergezeld van een über catchy keyboardriedeltje dat nog uren doorheen menig hoofd zal spoken. De songs zijn rijk aan melodie en ademen zoals in “Forever faithful to the emperor“, dat ook wel wat aan oude Nachtmystium doet denken, een soort van trots en onverzettelijkheid uit. De riffs kunnen in elke song op één hand geteld worden, zoals in “Catacombs beneath the castle of the marquis” waarin alles draait rond die ene lichtelijk verwrongen riff. Deze less is more-aanpak werkt echter wel daar de nummers niet onnodig lang gerekt worden. Enkel het snellere titelnummer met een op-het-randje-van-het-valse-af inleidende riff overschrijdt de zes minuten grens en doet het zonder keyboard-opsmuk. Dat wordt dan weer meer dan goed gemaakt in het triomfantelijk klinkende “A sacrifice to the Corsica Antichrist” en “Re-establish the black rule of France” alvorens de begrafenisklanken van de outro het einde van Napoleon’s leven inluiden. Blij dat deze schijf ons, na een decennium in de koelkast te hebben gestoken, toch nog bereikt.

JOKKE: 82/100

Departure Chandelier – Antichrist rise to power (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Intro (Napoleon’s sword)
2. Life escaping through the candle’s smoke
3. Forever faithful to the emperor
4. Catacombs beneath the castle of the marquis
5. Departure chandelier
6. A sacrifice to the Corsica Antichrist
7. Re-establish the black rule of France
8. Outro (Exile on the jagged cliffs of Saint Helena)

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal

Al rond snuisterend op de Tour de Garde website, stootte ik op Pagan Hellfire, één van de oudste Canadese black metal-bands die er op deze planeet rondloopt. De naam deed vaag een kerkbelletje rinkelen en blijkt dat deze cultact met “At the resting depths eternal” – naast de nodige demo’s, splits en EP’s – reeds aan haar zesde langspeler toe is in haar 22-jarig bestaan. Vergeleken met het oud spul dat mij destijds ter oren kwam is er echter niet veel veranderd. Deze éénmansband klinkt nog steeds furieus en grimmig en hoewel de band er productiegewijs op vooruit is gegaan, zullen true black metal-fans hun zwarte hartje nog wel kunnen ophalen aan “At the resting depths eternal“. Goed uitgevoerde Canadese black slaagt er immers steeds in om de barre en gure weersomstandigheden van het thuisland te capteren. Ook Pagan Hellfire weet middels haar rauwe screams, dunne gitaarsound en organisch klinkende drums de ijskoude winden, uitgestrekte kustlijn en woest zeeën van Nova Scotia voor de geest te halen. Als je een simpele pizza maakt met enkel tomatensaus als topping, zorg je best dat deze niet te versmaden is. Hetzelfde geldt voor rauwe black en de kwaliteit van diens riffs. Op dat vlak zit het zeker goed bij Pagan Hellfire. In opener “Disappear into sullen night” en halfweg de negen minuten durende titeltrack speelt Incarnatus hypnotiserence snerpende gitaarriffs met een melodische ondertoon die de juiste melancholische en verbitterde snaar weten raken. De main riff in “Ruler’s kingdom ascend” is best catchy en in “Rustling wind of dimensions unreachable” duiken ook betoverende gitaarleads op. Het epische “The mountain pass” doet haar titel dan weer alle eer aan, want je ziet zonder veel extra verbeeldingskracht een monumentaal berglandschap recht voor je opdoemen wanneer je je ogen sluit. De levensloze gitaarklanken van “Loss and timeless spirit” creëren een zekere tristesse die een sereen einde aan deze plaat breien. Aan wie modern klinkende black niet besteed is, raad ik dit authentiek klinkende Pagan Hellfire aan. Ideale (ondergewaardeerde) band ook om op Kerstdag nog eens onder de aandacht te brengen.

JOKKE: 79/100

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal (Tour de Garde 2018)
1. Disappear into sullen night
2. Rustling wind of dimensions unreachable
3. At the resting depths eternal
4. Ruler’s kingdom ascend
5. The mountain pass
6. Loss and timeless spirit

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo

Janvier – Janvier

Van begin tot eind raast een gure en ijskoude wind doorheen de zwartmetalen klanken die we horen op Janvier’s self-titled debuut. Oorspronkelijk kwam het ding via Wolfspell Records uit in de winter van 2017, maar Vendetta Records verspreidt hem nu ook op vinyl. De bandnaam verraadt natuurlijk meteen het hokje waarin de black van multi-instrumentalist Taciturne en zanger Kannibaal kan geplaatst worden. Deze vier songs klinken als een frosty wind die ontsnapt bij het openen van een diepvriezer die dringend van ijsvorming ontdaan dient te worden. De black van het duo uit Québec beweegt zich grotendeels op slow motion tempo voort. Het is pas aan het einde van “A travers la tourmente II” dat de atmosferische, monotone en repetitieve tremolo riffs, simplistische mineurakkoorden en downbeat percussie overgaan naar iets sneller riffwerk en dubbele basspartijen, maar verwacht nog steeds geen blasts of schedelverbrijzelende preciesieriffs. In het begin van “A travers la tourmente III” kiest Taciturne voor hakkend drumwerk en krijgen we old school Noorse invloeden te horen. Na een klein half uurtje gaat de winterse wind liggen, maar we zijn er niet door omvergeblazen, daarvoor zijn de riffs en de uitvoering te middelmatig. De getergde vocalen van Kannibaal krikken de doomy riffs wel naar een hoger niveau, maar de middelmaat ontstijgen gebeurt nog niet op dit debuut. Misschien op de opvolger?

JOKKE: 69/100

Janvier – Janvier (Vendetta Records 2018)
1. Des pas dans la neige
2. A travers la tourmente I
3. A travers la tourmente II
4. A travers la tourmente III

janvier

 

Nachteule – Bergdorf

Het Canadese Nachteule maakt de perfecte soundtrack voor een winters verblijf in een afgelegen berghut. Dit plaatje past met andere woorden perfect bij de komende wintermaanden. De heer Noctis – ook actief bij Alkymist, Calvaire en Maeskyyrn – is met zijn one-man band aan langspeler twee gearriveerd en heeft me met “Bergdorf” positief verrast. Debuut “Vaste inconnu“, dat vorig jaar verscheen, klokte op meer dan een uur speeltijd af. Op “Bergdorf” kiest Noctis voor een meer compacte aanpak en het nieuwe songmateriaal bevat ook meer punch vergeleken met het ouder werk. Verder bevat de melodieuze Frans-Canadese black hier en daar knipogen naar oude Poolse black. Na een traag op gang komende en nietszeggende introductie, voelt de mix van traditionele black en weids uitgesponnen blackgaze-melodieën van “Autour du foyer rouge” als een warm fleece-dekentje aan dat bescherming moet bieden tijdens ijskoude nachten. Het nummer eindigt met droevige akoestische klanken die – vergezeld van het geluid van een knisperend houtvuur –  een contrast vormen met het navolgende “À grand pas” dat een grimmiger geluid laat horen en furieus uit de startblokken schiet. Deze song is epischer van aard en doet soms wat aan Panopticon denken. Het akoestische gegeven wordt in “Les yeux de la forêt” nog verder uitgediept en de grimmige black trekt hier het hardst van leer. In de titeltrack lukt het Nachteule om de betonnen lelijkheid van de Boomsesteenweg die ik tijdens mijn woon-werkverkeer waarneem om te toveren in prachtige, desolate natuurlandschappen. Ik ben fan van dit Nachteule, een band die in de toekomst gerust onderdak zou kunnen vinden bij een label als Prophecy Productions.

JOKKE: 80/100

Nachteule – Bergdorf (Wolfspell Records 2018)
1. L’Aube
2. Autour du foyer rouge
3. À grand pas
4. Les yeux de la forêt
5. Bergdorf

Cantique Lépreux – Paysages polaires

Cantique Lépreux is Frans voor “leproze lofzang” maar thematisch gezien bezingt het Canadese trio op haar tweede langspeler “Paysages polaires” de ijskoude wildernis van haar thuisland. De heren hebben de nodige ervaring in bands zoals Forteresse, Chasse-Galerie, Au-Delà Des Ruines en Mêlée Des Aurores waardoor ik hier eigenlijk best wel wat van verwacht. Het debuut “Cendres célestes” uit 2016 heb ik dan ook maar eens vanonder het ijs opgevist om de vergelijking te kunnen maken of de vooruitgang te zien. Hoewel de zeven nieuwe hypothermische songs nog steeds bulken van de nostalgische gevoelens, somberheid en duistere tragedie is de aanpak op “Paysages polaires” minder direct en mist de sound toch wel wat ijzigheid en scherpte om de frostbitten thematiek écht te voelen. De scherpe randjes zijn volledig van de – nochtans grimmige – sound gevijld waardoor ik geen oorwarmers dien op te zetten wanneer de als-triptiek-opgezette lofzang voor de Noord-Amerikaanse winter halfweg de plaat komt aandraven. Slecht is het allemaal niet want de felle opener “le feu secret“, “Paysages polaires III” en het met solo’s opgesmukte “Hélas…” bevatten best wel wat leuke en effectieve riffs en de Franse taal past goed bij de grimmige atmosfeer. Ik ben echter geen al te grote koukleum waardoor de Canadezen nóg beter hun best zullen moeten doen vooraleer ik mijn chauffageke een paar graden hoger dien te zetten bij het beluisteren van hun werk. Geef mij maar het debuut.

JOKKE: 69/100

Cantique Lépreux – Paysages polaires (Eisenwald 2018)
1. Le feu secret
2. Les étoiles endeuillées
3. Paysages polaires I
4. Paysages polaires II
5. Paysages polaires III
6. Hélas…
7. Le fléau

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel