canada

Janvier – Janvier

Van begin tot eind raast een gure en ijskoude wind doorheen de zwartmetalen klanken die we horen op Janvier’s self-titled debuut. Oorspronkelijk kwam het ding via Wolfspell Records uit in de winter van 2017, maar Vendetta Records verspreidt hem nu ook op vinyl. De bandnaam verraadt natuurlijk meteen het hokje waarin de black van multi-instrumentalist Taciturne en zanger Kannibaal kan geplaatst worden. Deze vier songs klinken als een frosty wind die ontsnapt bij het openen van een diepvriezer die dringend van ijsvorming ontdaan dient te worden. De black van het duo uit Québec beweegt zich grotendeels op slow motion tempo voort. Het is pas aan het einde van “A travers la tourmente II” dat de atmosferische, monotone en repetitieve tremolo riffs, simplistische mineurakkoorden en downbeat percussie overgaan naar iets sneller riffwerk en dubbele basspartijen, maar verwacht nog steeds geen blasts of schedelverbrijzelende preciesieriffs. In het begin van “A travers la tourmente III” kiest Taciturne voor hakkend drumwerk en krijgen we old school Noorse invloeden te horen. Na een klein half uurtje gaat de winterse wind liggen, maar we zijn er niet door omvergeblazen, daarvoor zijn de riffs en de uitvoering te middelmatig. De getergde vocalen van Kannibaal krikken de doomy riffs wel naar een hoger niveau, maar de middelmaat ontstijgen gebeurt nog niet op dit debuut. Misschien op de opvolger?

JOKKE: 69/100

Janvier – Janvier (Vendetta Records 2018)
1. Des pas dans la neige
2. A travers la tourmente I
3. A travers la tourmente II
4. A travers la tourmente III

janvier

 

Nachteule – Bergdorf

Het Canadese Nachteule maakt de perfecte soundtrack voor een winters verblijf in een afgelegen berghut. Dit plaatje past met andere woorden perfect bij de komende wintermaanden. De heer Noctis – ook actief bij Alkymist, Calvaire en Maeskyyrn – is met zijn one-man band aan langspeler twee gearriveerd en heeft me met “Bergdorf” positief verrast. Debuut “Vaste inconnu“, dat vorig jaar verscheen, klokte op meer dan een uur speeltijd af. Op “Bergdorf” kiest Noctis voor een meer compacte aanpak en het nieuwe songmateriaal bevat ook meer punch vergeleken met het ouder werk. Verder bevat de melodieuze Frans-Canadese black hier en daar knipogen naar oude Poolse black. Na een traag op gang komende en nietszeggende introductie, voelt de mix van traditionele black en weids uitgesponnen blackgaze-melodieën van “Autour du foyer rouge” als een warm fleece-dekentje aan dat bescherming moet bieden tijdens ijskoude nachten. Het nummer eindigt met droevige akoestische klanken die – vergezeld van het geluid van een knisperend houtvuur –  een contrast vormen met het navolgende “À grand pas” dat een grimmiger geluid laat horen en furieus uit de startblokken schiet. Deze song is epischer van aard en doet soms wat aan Panopticon denken. Het akoestische gegeven wordt in “Les yeux de la forêt” nog verder uitgediept en de grimmige black trekt hier het hardst van leer. In de titeltrack lukt het Nachteule om de betonnen lelijkheid van de Boomsesteenweg die ik tijdens mijn woon-werkverkeer waarneem om te toveren in prachtige, desolate natuurlandschappen. Ik ben fan van dit Nachteule, een band die in de toekomst gerust onderdak zou kunnen vinden bij een label als Prophecy Productions.

JOKKE: 80/100

Nachteule – Bergdorf (Wolfspell Records 2018)
1. L’Aube
2. Autour du foyer rouge
3. À grand pas
4. Les yeux de la forêt
5. Bergdorf

Cantique Lépreux – Paysages polaires

Cantique Lépreux is Frans voor “leproze lofzang” maar thematisch gezien bezingt het Canadese trio op haar tweede langspeler “Paysages polaires” de ijskoude wildernis van haar thuisland. De heren hebben de nodige ervaring in bands zoals Forteresse, Chasse-Galerie, Au-Delà Des Ruines en Mêlée Des Aurores waardoor ik hier eigenlijk best wel wat van verwacht. Het debuut “Cendres célestes” uit 2016 heb ik dan ook maar eens vanonder het ijs opgevist om de vergelijking te kunnen maken of de vooruitgang te zien. Hoewel de zeven nieuwe hypothermische songs nog steeds bulken van de nostalgische gevoelens, somberheid en duistere tragedie is de aanpak op “Paysages polaires” minder direct en mist de sound toch wel wat ijzigheid en scherpte om de frostbitten thematiek écht te voelen. De scherpe randjes zijn volledig van de – nochtans grimmige – sound gevijld waardoor ik geen oorwarmers dien op te zetten wanneer de als-triptiek-opgezette lofzang voor de Noord-Amerikaanse winter halfweg de plaat komt aandraven. Slecht is het allemaal niet want de felle opener “le feu secret“, “Paysages polaires III” en het met solo’s opgesmukte “Hélas…” bevatten best wel wat leuke en effectieve riffs en de Franse taal past goed bij de grimmige atmosfeer. Ik ben echter geen al te grote koukleum waardoor de Canadezen nóg beter hun best zullen moeten doen vooraleer ik mijn chauffageke een paar graden hoger dien te zetten bij het beluisteren van hun werk. Geef mij maar het debuut.

JOKKE: 69/100

Cantique Lépreux – Paysages polaires (Eisenwald 2018)
1. Le feu secret
2. Les étoiles endeuillées
3. Paysages polaires I
4. Paysages polaires II
5. Paysages polaires III
6. Hélas…
7. Le fléau

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel

Spectral Wound – Infernal decadence

De mysterieuze hoes van Spectral Wound’s tweede plaat “Infernal decadence” wekte meteen mijn interesse. Achter de anonieme figuren, blijken Canadezen schuil te gaan die ook in tal van andere bands actief zijn waarvan er echter geen één bij ondergetekende een belletje doet rinkelen. Om de stijl van Spectral Wound’s black metal te omschrijven zijn geen adjectieven nodig als “post-“, “orthodox“, “occult“, “cascadian“, “avantgarde“, “depressive” en ga zo maar door. Wat deze heren laten horen is een pure distillatie van het genre. Niets nieuws onder de zon, maar dat is ook absoluut niet de bedoeling. Voorzien van een lekker organische sound (merci James Plotkin) knallen de zes songs, waarin de riffs centraal staan, een dik half uur lang uit de speakers. Bangen maar! Of het nu op snel beukwerk (“Slaughter of the medusa“, “La nuit froide de l’oubli” of de geweldige binnenkomer “Woods from which the spirits once so loudly howled“) of tragere nummers (“Imperial thanatosis“) is. Het furieuze, traditionele geluid bevat een aan de Finse scene ontleend gevoel voor melodie, maar leunt ook aan bij andere acts uit de Les Fleurs du Mal-stal. De sappige screams van de energieke frontman Jonah doen bovendien regelmatig aan Pest (ex-Gorgoroth) denken. Spectral Wound draait om zelfontkenning en existentiële angst en is een erkenning en viering van de chaotische, gedegenereerde en ingewikkelde materie van ons ellendige bestaan. “No essence, no transcendence, no Satan or chaos dragon or nature or nation will save you. Deal with it.

JOKKE: 84/100

Spectral Wound – Infernal decadence (Vendetta Records/Les Fleurs du Mal Productions 2018)
1.Woods from which the spirits once so loudly howled
2. Black satanic glamour
3. Slaughter of the medusa
4. Feral gates of flesh
5. La nuit froide de l’oubli
6. Imperial thanatosis

Unreqvited – Stars wept to the sea

Wie anno 2016 af en toe eens door Youtube-comments scrolde kreeg ongetwijfeld lucht van het Canadese Unreqvited. De man achter de band (die schuilgaat onder het pseudoniem 鬼) had toen net “Disquiet” uitgebracht, en vond schaamteloze zelfpromotie op bovengenoemd kanaal precies de beste methode om het nieuws te verspreiden. Deze onorthodoxe promocampagne werd hem echter snel vergeven toen “Disquiet” een pareltje bleek te zijn waarin aangrijpende pianolijnen een bijzonder sfeervolle combinatie met atmosferische black metal en shoegaze vormen. Middels de plotse vrijgave van het nummer “Stardust” en het prachtige artwork van de mij tot nu toe onbekende Saprophial werd “Stars wept to the sea” aangekondigd. “Stardust” liet meteen horen dat Unreqvited vasthield aan de vertrouwde sound maar deze heeft uitgediept. Zo zijn de gitaren op de nieuwe telg iets prominenter aanwezig en wordt iets meer focus gelegd op het black metal aspect in de muziek. Na een lang uitgesponnen intro-track (die voor een keer niet totaal overbodig is) komt dan “Anhedonia”, meteen één van de meest aangrijpende nummers die het album rijk is. Een ietwat slepende, über-melancholische riff wordt ten gepaste tijde doorspekt met piano waarbij de uiterst getormenteerde screams (die bijwijlen wel wat richting het DSBM-genre neigen) nog net die extra touch geven. Unreqvited moet zich de terechte bedenking hebben gemaakt dat veel atmosferische black metal vaak nogal monotoon is, dus werd er beslist om de nodige variatie en tempowisselingen aan te brengen. Ook aan een rustpunt werd gedacht, en het moet gezegd dat de outro met fe-no-me-na-le vrouwelijke zang op het einde van het titelnummer een absolute meerwaarde biedt. Ook “Empyrean” voorziet halverwege het album een moment om even stil te staan met kalmere, ambient aandoende klanken. Niks dan lovende woorden voor Unreqvited hier, en dan zitten we nog maar halfweg het album. “Kurai” implementeert Agalloch-gewijs enkele natuurgeluiden zoals fluitende vogels, om vervolgens te exploderen in een beklijvend nummer dat bijna op een Woods of Desolation-plaat zou hebben gepast. Voor het eerst krijgen we een fikse verhoging van het tempo en zijn er blastbeats en een enorm heldere lead te horen. De rest van het album gaat op dit élan verder, waarbij afsluiter “Soulscape” een perfecte samenvatting is van alles waar Unreqvited voor staat. Dynamisch, melancholisch en fucking goed zijn enkele termen die het album perfect vatten. Met “Stars wept to the sea” levert Unreqvited prachtwerk af dat het ook al steengoede “Disquiet” bijna naar de vergetelheid verwijst. Volgens sommigen is de band niet ‘metal’ genoeg en verdient ze daarom geen plekje in de metalen archieven, maar wat dit album wél verdient is een plek in de collectie van iedereen die het genre een warm hart toedraagt. Unreqvited katapulteert zichzelf in één klap naar het absolute summum van de atmosferische black metal, en brengt ons één van de beste albums die het genre in jaren heeft gezien. Het feit dat het album al iets meer dan een maand uit is en nog steeds quasi dagelijks te horen is in casa Cas zou boekdelen moeten spreken. Als dit pareltje niet in de jaarlijsten verschijnt kap ik ermee, want beter dan dit wordt het niet.

CAS: 95/100

Unreqvited – Stars wept to the sea (Avantgarde Music, 2018)
1. Sora
2. Anhedonia
3. Stardust
4. Kurai
5. Empyrean
6. White Lotus
7. Namida
8. Soulscape

Délétère – De horae leprae

Van de veertiende tot de negentiende eeuw werd Europa veelvuldig geteisterd door de pest. De ziekte die veroorzaakt wordt door de yersinia pestis bacterie nam verscheidene keren zelfs een pandemisch karakter aan. Zo stierf naar schatting één derde van de Europese bevolking tussen 1347 en 1351 aan de gevolgen van de Zwarte Dood. Deze vuile ziekte heeft doorheen de geschiedenis vele kunstenaars geïnspireerd (denk maar aan Gustave Doré of Theodor Kittelsen) en meer recent was dit smerig verschijnsel natuurlijk ook de ideale voedingsbodem voor menig black metal band. Het Canadese Délétère is één van die acts die inspiratie haalt uit de Zwarte Dood getuige hun “Les heures de la peste” album uit 2015 en de “Per aspera ad pestilentiam” EP van vorig jaar. Op het kakelverse “De horae leprae” is dat – u raade het al – niet anders. Ook menig aan deze epidemie gelinkt ongedierte zoals wormen en duizendpoten (zelfs in het bandlogo is er één terug te vinden) komen in het meer dan één uur durende lugubere verhaal aan bod. Wat meteen opvalt wanneer opener “Teredinis lepra” uit de boxen schalt is de uitstekende productie die in schril contrast staat met de vele lo-fi bands in het genre en de grimmige demo’s van de band zelf. Wat ook meteen duidelijk wordt, is dat het Oekraïense Drudkh hoog aangeschreven staat bij het duo Atheos (gitaar en bas) en Thorleïf (zang, drums en keyboards) want die typische Oost-Europese melancholie en dat inherente triomfantelijk gevoel zitten ook diepgeworteld in de muziek van Délétère. Keyboard- en orgeltoetsen zorgen volcontinu voor extra episch gevoel, hoewel de gitaarriffs ook reeds een vette portie melodie en atmosfeer creëren. In een nummer als “Barathra I” wordt het echter al snel iets te dansbaar en daar heb ik de pest aan jongens. Dikwijls lopen lagere en hogere ‘suicidal’ screams synchroon samen en op tijd en stond passeren er cleane gezangen met een een sacraal randje. De krachtige ritmesectie legt het tempo doorgaans hoog maar minpunt is dat er niet zo bijzonder veel afwisseling tussen de nummers onderling is, en een uur daardoor lang duurt. Na enkele luisterbeurten springen het van een catchy melodielijn voorziene “Sagina caedendis” en het met cleane zangkoren opgesmukte “Ichthus os tremoris” er wel bovenuit. Als je puur venijn, vitriool en agressie zoekt in je black metal, laat Délétère je deels op je honger zitten. Is melodieuze black met glorieuze insteek echter je ding, dan zal je je hier absoluut geen pestbuil aan vallen.

JOKKE: 79/100

Délétère – De horae leprae (Sepulchral Productions 2018)
1. Cantus I – Teredinis lepra
2. Cantus II – Sagina caedendis
3. Cantus III – Ichthus os tremoris
4. Cantus IV – Inopia et morbo
5. Cantus V – Figura dysphila
6. Cantus VI – Barathra I
7. Cantus VII – Barathra II
8. Cantus VIII – Atrum lilium
9. Cantus IX – Oratio magna