darker than black records

Gjendød – Motstand / Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde

Het uit Trondheim afkomstige Gjendød is sinds 2015 actief en heeft in die tijd al best een aardig palmares bijeen geschreven bestaande uit twee full-lengths een hele resem demo’s en een split met het fantastische Múspellzheimr. Ik had links en rechts wel al eens wat flarden van het Noorse duo zijn muziek gehoord, maar heb me er nooit echt verder in verdiept. De split met het Deense Múspellzheimr schatte ik echter als een need to have in en besloot dan ook maar Gjendød’s recente “Motstand” EP aan te schaffen. Voor de gemakkelijkheid krijg je hier dus twee reviews aangeboden voor de prijs van één. Laten we van start gaan met de witte 7″ EP waarop drie nummers prijken. De heren K (snaarinstrumenten en synths) en KK (zang en drums) kozen ervoor om “Graver meg opp” middels akoestische gitaren in te zetten waarover drumroffels gestaag aanzwellen totdat het nummer uit de startblokken schiet, waarbij meteen opvalt dat er een heuse rol is weggelegd voor de basgitaar. Het duurt even voordat het blackmetalkrijswerk boven gehaald wordt, maar eens dat het geval is, zijn alle ingrediënten voor een lekkere bak meeslepende, heroïsch klinkende Scandinavische black aanwezig. Het titelnummer is mid-tempo qua opzet maar bevat weeral een lekker stuwende en swingende basgitaar die een absolute meerwaarde is en haar melodielijnen vrolijk doorheen de gure gitaaronderlaag laat dartelen. Subtiele toetsen kleuren dit aanstekelijke nummer verder in alvorens het tempo nog verder de dieperik instuikt en er haast een doomy grafstemming wordt bereikt, om uiteindelijk terug te keren naar het muzikale patroon waarmee “Motstand” ingezet werd. “Frosne fangehull” is een uit duistere ambient, noise en spookachtige synths opgetrokken nummer dat een compleet andere gemoedsinstelling laat horen, want dit is echt wel een deprimerende uitsmijter. “Ferkse lik” wat zoveel betekent als ‘vers lijk’ is het nummer dat het duo aanleverde voor de split. Het komt vanuit de verte langzaam aangewaaid en ontpopt zich tot een mid-tempo song waar de neerslachtigheid en gevoelens in mineur van afspatten. Ook Múspellzheimr start aanvankelijk traag maar gestaag maar zet even later de voet op het gaspedaal. De verstikkende atmosfeer die we van deze Denen gewend zijn is weer volop aanwezig maar de razernij durft ook plaats te maken voor bevreemdende intermezzi vol disonnante gitaren. Het feit dat niet alle instrumenten tegelijkertijd volle gas vooruit gaan, creëert een onbehagelijk spanningsveld en de getergde krijsstem gaat door merg en been. Doorheen het chaotische klankenspectrum weten zich gek genoeg ook nog enkele akoestische gitaarklanken en heldere zangkoren te priemen. Op basis van deze twee releases heeft het Noorse Gjendød me weten prikkelen om ook het ouder materiaal op te snorren. Múspellzheimr bevestigt nogmaals mijn voorliefde voor hun auditieve geweld.

JOKKE: 81/100

Gjendød – Motstand (Darker Than Black Records 2020)
1. Graver meg opp
2. Motstand
3. Frosne fangehull

JOKKE: 82/100

Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde (Darker Than Black Records 2020)
1. Gjendød – Ferske lik
2. Múspellzheimr – Elde

Grifteskymfning – Svart materia & Bedrövelsens härd

Eind 2018 werd het toen nog ongetitelde “III” op het YouTube-kanaal van Darker Than Black Records geplaatst, en er na enkele dagen weer afgehaald. “Allez kom zeg, zijn toch geen doeningen?” hoor ik Marcel al zeggen en ik had exact dezelfde reactie, want ik keek zo mogelijk nog harder uit naar nieuw Grifteskymfning materiaal dan naar een eventueel tweede seizoen van Willy’s en Marjetten. Dat laatste is helaas van de baan, maar wat dat eerste betreft hebben we meer chance: een jaar na deze escapades wist de man achter het label ons op het ter ziele gegane en beruchte Nuclear War Now!-forum te vertellen dat er niet één, maar twee nieuwe Grifteskymfning albums het licht zouden zien. Ergens in februari werden die dan eindelijk, uit het niets, online gezwierd en het gat dat ik in de lucht sprong was zodanig groot dat ik waarschijnlijk een nieuwe scheur in de ozonlaag heb gereten. Het was namelijk al van 2011 geleden dat Sir N. ons verblijde met materiaal van zijn project dat in het Oud-Zweeds ‘grafschennis’ heet. In die periode is de bezetting wel wat veranderd, want naast Sir N. krijgen we nu Nohr op zang, bas en drums, die we kennen van ondermeer Grav.

Het eerste van deze twee albums heet “Svart materia” en de naam dekt de lading: melodieuze Zweedse black metal (hoe kan het ook anders?) die voornamelijk voortgaat op het élan van Grifteskymfnings eerste full length “Djavulens Böning”. Voor het eerst krijgt Grifteskymfning hier de productie die het verdient: de gitaren klinken messcherp en doen de melodieus uitgesponnen riffs meer dan ooit tot hun recht komen, en de ‘klik klik klik’-drumsound die het debuut kenmerkte (en waar ik in den beginne absoluut niet van moest weten) wordt achterwege gelaten, met uitzondering van het middenstuk in “Et åndsløst kald”, de ‘officiële’ eerste single die begin dit jaar werd vrijgegeven. Nohrs rauwe, krassende stem completeert de ietwat ruwe doch goed geproduceerde sound, maar het is Sir N. die zoals vanouds de show steelt – luister maar naar de laatste paar minuten van het hierboven vernoemde “III” dat uiteindelijk werd omgedoopt tot “Galgerytter”, meteen de beste riff van het album. De rustiger passages die “Djavulens Böning” zo herkenbaar maakten alvorens te ontaarden in een meeslepende tremolo-riff zijn hier ook alomtegenwoordig, zoals in afsluiter “En afslutning” duidelijk is. Interessant is hoe Sir N. duidelijk op het debuut verder borduurt…

Nog interessanter is dat “Bedrövelsens härd”, album nummer twee, zich van het debuut afkeert en de draad oppikt waar de Zweden die in 2011 lieten liggen met de demo “Likpsalm”, die in tegenstelling tot het debuutalbum veel ruiziger was qua klank en waar hoge leadlijnen minder domineerden tegenover de algemene sfeer. Zo ook bij deze nieuwe telg, waarin de leadgitaar iets minder prominent in de mix zit dan op “Svart materia” het geval is. De drumsound is een pak krachtiger en Nohr’s drumspel stuwt opener “Sorte horisonter” meteen aan een ferm tempo vooruit, en zijn vocals klinken getormenteerder en schizofrener terwijl het tempo doorheen het album opvallend hoger ligt dan op de contemporaire tegenhanger. De nadruk ligt hier, net zoals op de demo, meer op sfeerschepping en songwriting dan dat er gefocust wordt op aparte riffs. Het maakt de songs misschien iets minder onderling herkenbaar, maar het album hangt logischer aaneen en ook de bas komt iets meer tot zijn recht. Ondanks het feit dat we het hier over ondergronds Zweeds zwart metaal hebben zit de plaat vol catchy hooks – de meest memorabele in het voornoemde openingsnummer. Ook de ambient intermezzo’s die we in “Likpsalm” terugvinden keren hier terug.

Heeft Sir N. hier dan twee compleet verschillende albums op eenzelfde dag uitgebracht? Nee, alleen liggen beide in lijn met een specifieke oudere release, wat best een interessante denkoefening is als recensent. Hoewel “Bedrövelsens härd” bij mij meer blijft hangen is “Svart materia” ontegensprekelijk ook een brok kwalitatief spul – enkel liggen de accenten anders. Het is maar wat je voorkeuren zijn, maar in elk geval lijkt Sir N. zijn ex-kompaan-ondertussen-rivaal Swartadauþuz hiermee te evenaren qua niveau gezien beide albums belachelijk goed zijn.

CAS: “Svart materia“: 86/100; “Bedrövelsens härd“: 90/100

Grifteskymfning – Svart materia (Darker Than Black Records 2020)
1. Svart materia
2. Et skridt mod intet
3. Galgerytter
4. Et åndsløst kald
5. Urgabets Skrænter
6. En afslutning

Grifteskymfning – Bedrövelsens härd (Darker Than Black Records 2020)
1. Intro  
2. Sorte horisonter
3. Hadstjerne 
4. Lad ondt spire fra dybet  
5. Monster
6. En jagt på vinger  
7. I skyggen af den æreløse strejfer  
8. Bedrövelsens härd