darvaza

Funeral Harvest – Funeral harvest

Noorwegen is onlosmakelijk verbonden met black metal, dat zal ik u hopelijk niet moeten uitleggen. Voor een land als Italië is de link met ons favoriete genre net iets minder voor de hand liggend, hoewel er ook in de laars van Europa enkele goede acts als Mortuary Drape of Fides Inversa rondlopen. Dat een samenwerking tussen muzikanten uit beide landen met een toch wel contrasterend klimaat en cultuur toch ook muzikaal vuurwerk kan opleveren, bewees Darvaza reeds in het verleden (waar blijft die langspeler?!). Met Funeral Harvest hebben we opnieuw met een Italo-Noorse band van doen met in de gelederen de Italiaanse zanger/gitarist Lord Nathas (o.a. Ritual Death) en de Noren Ond (drums), Udburd (gitaar) en < (bas en neen dat is geen typfout). Na de “Bunker ritual rehearsal” demo uit 2017 en de “Ostende nobis, domine Sathanas, potentiam tuam.” single die vorig jaar verscheen, maakten de heren nu – in afwachting van een volwaardig debuut – werk van een selftitled EP, die als 10 inch zal verschijnen via Signal Rex. Funeral Harvest beschouwt zijn muziek als een ritueel en dat laat zijn sporen (subtiel) na in de vier nummers. Opener “Nihil sub sole novum” luidt de satanische hoogmis in en bevat sacrale ornamenten zoals koorzang en orgelspel dat door de Nederlander Norðr ingespeeld werd. De titel is Latijn voor ‘Er is niets nieuws onder de zon’ en de Latijnse tekst eert de Dood als het grote mysterie van het menselijk leven: alfa en omega, leven en dood, dood en leven. Muzikaal gezien geldt de titel hier echter ook: degelijk uitgevoerd zwartmetaal dat schippert tussen opzwepende headbangpassages en meebrulrefreinen en eerder hypnotiserende stukken, maar niets wereldschokkends waar we stijl van achterover vallen. “Sacred dagger” verwijst voornamelijk naar satanisme, opoffering, bloed en toewijding aan de innerlijke ziel, als het vuur dat in ieder van ons brandt. Dat vertaalt zich naar venijnige tremoloriffs, robuust, hoekig en ietwat militaristisch hakkend drumwerk en sterke rauwe gevarieerde blackmetalzang. “O.S.N.D.S.P.T.” is het meest recente nummer dat Funeral Harvest schreef en vertrekt vanuit een pure en eenvoudige riff die teruggrijpt naar de ongecompliceerde aanpak van midden jaren ’90. Geluidskunstenaar Norðr voorziet dit nummer van spaarzaam ingezette occulte toeters en bellen. Hekkensluiter “Omega” grijpt thematisch gezien, net als de opener, terug naar Memento Mori en Danse Macabre en focust zich meer specifiek op de zwarte plaag toen de dood alomtegenwoordig was. Dit nummer start met helse en bevlogen tremoloriffs maar laat gaandeweg het tempo zakken en neemt een lugubere vorm aan die zich net als de Dood traag en sluw voortsleept. Funeral Harvest heeft een begeesterende EP afgeleverd waarop vooral de zang en het riffwerk sterk uit de hoek komen.

JOKKE: 80/100

Funeral Harvest – Funeral harvest (Signal Rex 2020)
1. Nihil sub sole novum
2. Sacred dagger
3. O.S.N.D.S.P.T.
4. Omega

Nubivagant – Roaring eye

Dat we hier fan zijn van Gionata Potenti aka Omega is al lang geen geheim meer. De laatste jaren waren we dan ook zeer te spreken over zijn werk bij onder andere Chaos Invocation, het geniale Hallucinogen van Blut Aus Nord en zijn eigen materiaal met Darvaza en Fides Inversa, en dit zijn dan maar enkele (grote) namen binnen het wereldje waaraan de Italiaan heeft bijgedragen, voornamelijk van achter de drumkit. Potenti’s dag duurt precies achtenveertig in plaats van vierentwintig uur, want tussenin heeft hij ook nog de tijd gevonden om zijn eerste solo-album in elkaar te timmeren, dat nu via Amor Fati het levenslicht ziet. Interessant natuurlijk, want werk van zijn hand is zo goed als altijd synoniem voor oerdegelijke blackmetal. Met Nubivagant, want zo heet het project, slaat hij echter een iets andere weg in. Nog steeds krijgen we naar goede gewoonte retestrak drumwerk, en ook de repetitieve, meeslepende riffs rollen vlotjes uit zijn pols en bevatten zoals gewoonlijk ook een orthodoxe inslag, hoewel die minder uitgesproken is dan bij pakweg een Fides Inversa. “Roaring eye” beslaat een goeie veertig minuten, opgebouwd uit 5 middellange nummers en een intermezzo in de vorm van “Solemn peals”. In tegenstelling tot Potenti’s andere bands wordt het tempo relatief laag en slepend gehouden (behalve op “Crawling the earth” waar we dan toch een hoop blastbeats te horen krijgen), wat de repetitiviteit ten goede komt. De man weet op instrumentaal vlak wel degelijk een meeslepend album neer te poten. Op instrumentaal vlak, that is, want op vocaal gebied gaat het er radicaal anders aan toe dan we van hem gewend zijn. Het ganse werk lang horen we geen enkele scream terug, integendeel: enkel cleane, melodieuze zang bereikt onze trommelvliezen, iets wat hier op Addergebroed zelden het geval is. Dit soort cleane vocalen die meer richting deathrock dan blackmetal neigen zijn naar mijn smaak vaker wel dan niet hit or miss, en in dit geval komt het helaas op dat laatste neer. Potenti’s zang klinkt ondanks een vrij vol geluid redelijk eendimensionaal en weinig gevarieerd, maar is wel ‘verdraagbaar’ (bij gebrek aan een beter woord). Wat echter compleet tenenkrullend is, is het feit dat in opener “Wonders of the invisible earth” zelfs gebruik wordt gemaakt van poppy meezingrefreintjes. Een greep uit het lyrisch aanbod op deze track: “Nananaaana // Nananaananaaa”, en dat terwijl teksten bij zijn andere projecten meestal wel degelijk in elkaar zitten. Heldere zang in blackmetal is sowieso al gewaagd, maar als die dan nog eens worden ingezet om meezingrefreintjes in de nummers te steken haak ik af. Het is pas tijdens het hierboven genoemde “Crawling the earth” dat er wat meer variatie en vooral kracht in de zanglijnen kruipt, wat ervoor zorgt dat dit (in combinatie met meer variatie in tempo) het meest interessante nummer van de plaat is geworden. Ook in afsluiter “The plague of flesh” gaat het tempo weer even de hoogte in en slaat de zangstem om in iets dat het midden houdt tussen cleane zang en geroep en waar eindelijk eens wat oprechte passie vanaf spat. Al bij al klinkt Nubivagant verre van slecht en de productie is naar aloude gewoonte ook weer dik in orde (wat komen die cymbaaltikjes heerlijk door in de mix) maar de ondermaatse en eentonige zang doet voor mij ferme afbreuk aan wat het album had kunnen worden. Meer variatie alstublieft! Onze Jokke lijkt deze aanpak dan wel weer te kunnen smaken en vindt het net verfrissend, dus het zal vooral van persoonlijke smaak afhangen. Mij doet het weinig, maar geef het vooral een kans gezien het album op elk ander vlak wél een zeer degelijk niveau haalt en aanhoudt!

CAS: 77/100

Nubivagant – Roaring eye (Amor Fati Productions 2020)
1. Wonders of the invisible world
2. The furnace of Apollyon
3. One eye upon the grave
4. Crawling the earth
5. Solemn peals
6. The plague of flesh

Over The Voids… – Hadal

De Pool Michał Stępień verscheen onlangs nog op deze blog met Medico Peste’s tweede langspeler “ב :The black bile“. Drie jaar geleden bracht The Fall – dat is zijn pseudoniem – ook een eerste plaat uit met Over The Voids… Van die band verschijnt nu een vervolg dat de titel “Hadal” meekreeg. Het album start in de vorm van het inluidende “The pillar” nog enigszins ingetogen met akoestisch gitaargetokkel en heldere zang, maar eens het boeltje in “One commandment” op gang getrokken wordt, krijgen we zwartgeblakerde metal over ons uitgestort waarin plaats is voor zowel atmosfeer als agressie, voor melodie en dissonantie, voor somberheid en rauwe energie. The Fall zoekt voortdurend het spanningsveld tussen deze verschillende energiestromen op wat resulteert in een dynamisch geheel. De vocale aanpak heeft wat weg van hoe een Wraath bij Darvaza zijn woorden plaatst en uitbraakt. Vooral in een nummer als “Witchfuck“, waarin ik verder ook wat Turia in het hoge riffwerk en Dissection naar het einde toe hoor doorschemeren, leg ik die link. Ongetwijfeld één van de hoogtepunten! Het wat langere “Stone vault astronomers” trekt de Zweedse invloeden van halfweg de jaren ’90 nog verder door in het tremolo gitaarwerk en de heldere zang neemt een groot deel van het verhaal hier voor zijn rekening. “Prodigial” lijkt aanvankelijk wat te veel op het eindthema van de voorafgaande song verder te borduren, maar de groovende break iets verderop verandert het gezicht van dit nummer (al is het kortstondig), alvorens terug volop de kaart van snelle Zweedse meloblack te trekken. Naar het einde toe slaat de atmosfeer nogmaals om doordat heldere koorzang, enkel door subtiele percusie vergezeld, het voor het zeggen heeft. Het interessant getitelde “A tribe with no mythology” klokt net boven de twee minuten af en is een energiek recht-door-zee bommetje met snel hakkend drumwerk en staat in schril contrast met het meer atmosferische “Corridors inside a glacier” dat als eerste song gelost werd. “Hadal” bevat in het vocaal departement een gastbijdrage van Andreas Petterson (Armagedda, Stilla), tevens labelbaas van Nordvis Produktion dat zijn schouders onder Over The Voids… zette. En zo is de cirkel rond, want the Fall drumde Armagedda’s comebackplaat “Svindeldjup ättestup” in. Behalve in de akoestische afsluiter, begeeft The Fall zich quasi nergens op dun ijs want er wordt geen genreafwijkend gedrag vertoond. Desalniettemin is”Hadal” een sterke schijf die – net als de stalagtieten op het cover artwork – druipt van de passie en genegenheid voor het zwarte genre.

JOKKE: 82/100

Over The Voids… – Hadal (Nordvis Produktion/Malignant Voices 2020)
1. The pillar
2. One commandment
3. In the great war of nothing
4. Witchfuck
5. Stone vault astronomers
6. Prodigal king
7. A tribe with no mythology
8. Corridors inside a glacier
9. Thin ice

Fides Inversa – Historia nocturna

Dat Gionata Potenti een wünderkind is hoef ik niet meer te vertellen. Met verdiensten bij onder andere Blut Aus Nord, Chaos Invocation, Darvaza, Enepsigos, Martröð en een verleden bij Acherontas heeft de Italiaan een bijzonder indrukwekkend palmares opgebouwd. In 2006 richtte hij onder het pseudoniem Omega A.D. samen met Void A.D. de entiteit Fides Inversa op, en drie jaar later werd het geniale “Hanc aciem sola retundit virtus (the algolagnia divine)” op de mensheid losgelaten, een album dat hier nog steeds heel regelmatig eens de revue passeert. Ook het prima “Mysterium tremendum et fascinans” (van een originele titel gesproken zeg) en de daaropvolgende “Rites of inverse incarnation” EP wisten onze honger voor orthodoxe black metal (hoe kan het ook anders bij een label als World Terror Committee?) te stillen. Anno 2020 komen de heren terug ten tonele, maar hebben een zeer interessante beslissing genomen: blijkbaar hadden de Italianen nood aan een zuchtje noorderwind dat eerder een wervelstorm is geworden, want niemand minder dan Wraath werd ingelijfd. Dezelfde Wraath die we kennen van ondermeer Darvaza, Behexen, Mare, Ritual Death en One Tail, One Head en die zonder enige twijfel één van de beste frontmannen binnen hedendaagse black metal is en zodus een aanwinst is voor zo goed als elk project waarmee hij in aanraking komt. Ook labeleigenaar Unhold is op de plaat te horen. De niet onbesproken Absurd-zanger speelde de baspartijen in maar zal live niet van de partij zijn. Zoals vanouds speelt Fides Inversa orthodoxe black metal volgens de regels van de kunst, maar het gitaarwerk klinkt gejaagder, opgefokter (“A wanderer’s call and orison”) en triomfantelijker (“I glance you with a touch…”) dan ooit, waarbij op dat laatste nummer de gecombineerde stemmen van Potenti en Wraath het nummer nog eens extra epiek meegeven. Op een nummer als “The Visit” blijkt dat de heren nog steeds goed geluisterd hebben naar “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” en “Paracletus”, maar Fides Inversa heeft gelukkig nog steeds een eigen smoelwerk. Geen klassieke intermezzo’s deze keer, al wordt er wel wat geëxperimenteerd met repetitieve gitaarloopjes en vooral helder ‘roepende’ zang, in “Syzygy” zelfs bijgestaan door hoge vrouwelijke vocalen, en in tegenstelling tot op “Rites of inverse incantation” is dit experiment hier meer dan geslaagd en creëert dit veel variatie op een album dat het voor de rest vooral van hoge tempo’s moet hebben en waar de retestrakke blast beats van Potenti de plek in de schijnwerpers opeisen. Na deze epiek grijpt het energieke “I am the iconoclasm” echter nog eens duidelijk terug naar de begindagen van de band, en komen ook wat thrash-invloeden van om de hoek piepen, wat ik enkel kan toejuichen! Fides Inversa heeft met de huidige line-up enkele knallers van muzikanten in de gelederen, en “Historia nocturna” is zodus opnieuw een zeer degelijk werk geworden dat in tegenstelling tot vorig werk een zeer volle sound heeft meegekregen, nog steeds nét wordt overschaduwd door het monumentale debuut maar voor de rest met kop en schouders boven de twee voorgaande releases uitsteekt.

CAS: 85/100

Fides Inversa – Historia nocturna (World Terror Committee Productions 2020)
1. Intro
2. A wanderer’s call and orison
3. Transcendental lawlessness
4. The visit
5. I glance at you with a touch…
6. Syzygy
7. I am the iconoclasm

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Nefarious Spirit/Void Prayer – Split

Voor deze split moeten we iets dieper de ondergrond induiken dan gewoonlijk. Nefarious Spirit is een Griekse band die naast deze samenwerking slechts één demo op haar palmares heeft staan. De heren Drowned (zang/gitaar/bas) en V. (drums), met een gezamenlijk verleden in het eerder bestiale Impure Worship, pakken het puur en goudeerlijk aan middels drie songs vol tijdloze black zonder moderne franjes. Ook geen typische Helleense zwartmetalen klanken hier, maar grauwe riffs, voor black metal begrippen eerder diepe echoënde vocalen en gedegen mid- en uptempo drumwerk. Het neigt wel wat naar een band als Darvaza, wat absoluut niet verkeerd is natuurlijk. Als laatste exclusieve song, gooit het duo nog een live nummer in de strijd waarop de zang wat meer galmt en het drumwerk wat meer klettert dan op het studiomateriaal. Na drie nummers neemt het uit Bosnië-Herzegovina afkomstige Void Prayer de fakkel over. Deze band heeft al wat meer ervaring met – naast twee demo’s – ook een langspeler, het uit 2017 stammende “Stillbirth from the psychotic void“. Het kwartet behoort trouwens tot the Black Plague cirkel met o.a. Nigrum Ignis Circuli, Deathcircle, Niteris, en Obskuritatem. Ook hier rauwe klanken – zonder kelderproductie overigens – maar met nog meer nadruk op melancholie en atmosfeer en een basgitaar die haast vrolijk doorheen de snedige riffs huppelt. Tussen de twee eigen bijdrages door, herneemt Void Prayer ook het Black Cilice nummer “To become“, dat hier dankzij het ontbreken van een brakke productie, bewijst een sterke compositie te zijn. In het acht minuten durende “Prayers null and void” gaat het er aanvankelijk nóg gemener aan toe met hels krijswerk van drummer O. (tevens spilfiguur in het eerder vermelde clubje) en dissonante riffs, maar in de finale laat deze duivelse demoon middels langdurige slepende leads zien ook zijn meer melodieuze kant niet verloochenen. Hulde voor GoatowaRex voor deze bijzonder fijne split!

JOKKE: 82/100 (Nefarious Spirit: 81/100 – Void Prayer: 83/100)

Nefarious Spirit/Void Prayer – Split (GoatowaRex 2019)
1. Nefarious Spirit – Haunted skulls – Demise of the holy
2. Nefarious Spirit – Destructive impulses
3. Nefarious Spirit – Nefarious spirit (live)
4. Void Prayer – Void seeker
5. Void Prayer – To become (Black Cilice cover)
6. Void Prayer – Prayers null and void

Oculus Vacui – Alkahest

Het is de jongens van Oculus Vacui menens. Het Nederlandse duo heeft een grote interesse voor Luciferiaanse Gnosis en het ‘Left Hand Path’ en koos black metal als vehikel om hun devotie voor het duistere goddelijke vorm te geven. Zangers/gitaristen Neshamah en Void voeren al eens een ritueeltje uit – zoals blijkt uit de vele occulte voorwerpen die op het altaar op de hoes uitgestald zijn – waarbij de Grote Leegte opgezocht en omarmd wordt. Beide heren wijdden er hun debuutplaat aan die de titel “Alkahest” meekreeg wat staat voor een hypothetisch oplosmiddel dat in staat is elke andere stof op te lossen en tot niets te herleiden. “Alkahest” bevat vier monumentale tracks waarvan er drie een speelduur van om en bij het kwartier hebben en die beide muzikanten niet alleen konden realiseren. Voor het inmeppen van de trommels werd immers beroep gedaan op huurdrummer Omega, bekend van o.a. Darvaza, Fides Inversa en talrijke andere bands. Nordvargr (MZ412) verzorgde dan weer de rituele ambient die in de nummers ingebouwd zit. Oculus Vacui’s sound laat zich definiëren als lang uitgesponnen atmosferische black waarvan het repetitieve karakter een zeker hypnotiserend effect beoogt én realiseert. Dit resulteert soms ook in een dromerige, maar verre van zeemzoete, staat en doet me denken aan een band als Manetheren, waarvoor Omega (toevallig?) ook de laatste twee langspelers indrumde. Oculus Vacui’s black metal klinkt organisch, maar iets te dun (waar het ontbreken van een basgitaar waarschijnlijk debet aan is), en kan hierdoor in het USBM-hoekje geduwd worden; denk hierbij aan (een iets minder ruwe versie van) een Fell Voices. De finale van “Formula of regression through the Qliphothic pathways” heeft dan weer heel wat van een Wolves In The Throne Room in zich. Maar ook een Nederlandse collega als Fluisteraars kan als referentiekader aangehaald worden. “Alkahest” is een plaat die je in zijn geheel dient te ondergaan. Grenzen tussen onderlinge nummers vervagen, ondanks de lange intermediaire rustpauzes, en de ijselijke screams worden door de meanderende muziek geabsorbeerd. Fijne eerste kennismaking!

JOKKE: 80/100

Oculus Vacui – Alkahest (Psychedelic Lotus Order/Goatowarex/ Dawnbreed Records 2019)
1. Utilizing the alchemy of transgression to attain the limitless void.
2. Quintessence of the dark divine.
3. Altered states of comatose trance.
4. Formula of regression through the Qliphothic pathways

One Tail One Head – Worlds open worlds collide

Een klein jaar geleden liet One Tail One Head eindelijk een voorproefje horen van haar debuutalbum “World open worlds collide” via de “Firebirds“-single. Ondertussen stuurde de band uit Trondheim de boodschap de wijde wereld in dat het debuut, dat zo’n twaalf jaar na oprichting zou verschijnen, meteen ook haar zwanenzang zal zijn. Vooral op het podium zal dit zooitje ongeregeld gemist worden want ze speelden de concurrentie met hun energieke en dynamische spel toch meermaals naar huis. Het feit dat het kwartet regelmatig op mooie affiches prijkte zonder een écht noemenswaardige release onder de arm te hebben, wekte links en rechts wel wat afgunst op, maar ik denk nu niet dat ze daar ook maar één nacht slaap voor gelaten hebben. Op de tracklist van “Worlds open worlds collide” vinden we zowel meer primitieve, tien jaar oude nummers terug als recenter, meer atmosferisch werk. “Arrival, yet again” moet even op gang komen, maar spreidt na een minuutje de kracht van de band tentoon middels opzwepende black metal, dynamisch drumwerk en een zwaar ronkende bas die een stuwende kracht doorheen de ganse plaat vormt. De titeltrack rockt lekker weg, maar blijkt vooral ook het moment te zijn waarop zanger Afgrundsprofet – die we in andere gedaantes ook tegenkomen bij onder andere Mare, Ritual Death, Whoredom Rife, Darvaza en Behexen – zich vocaal kan uitleven en de meest bizarre keelklanken produceert. Ik heb het al menigmaal gezegd en herhaal het nog een laatste keer: de zwaar getatoeëerde frontman is één van de beste die er momenteel op onze aardkloot rondlopen. “Stellar storms” is met haar zeven minuten een vrij lang nummer naar One Tail One Head-normen en is progressiever van opzet, maar lijkt ook nooit écht ergens naartoe te gaan. Bovendien ben ik geen fan van de main riff die regelmatig terug opduikt, ook al doet ie me soms wat aan Turia denken. Geef me dan maar het prijsbeest “Firebirds” dat hier echter in ingekorte versie terug te vinden is vergeleken met de single-versie van vorig jaar, zonder atmosferisch eindstuk dus. “Rise in red” is een vet nummer in hetzelfde straatje, of zeg maar gerust donker steegje waarin een zekere vijandigheid op de loer ligt en waardoor de geur van dood en verderf waait. Tussen deze twee krakers horen we “Sordid sanctitude“, een instrumentale track die de atmosferische kaart trekt maar me weinig boeit en waarin de basgitaar té prominent aanwezig staat en alzo veel definitie van de gitaar wegneemt. Een euvel dat we meermaals op de plaat tegenkomen. “Passage” is vintage One Tail One Head waarin de basloopjes dan weer Alkerdeelsgewijs positief uit de primitieve riffmuur springen. “Summon surreal surrender” is het langste nummer dat de bende ooit geschreven heeft en mixt donkere energie en duistere atmosfeer op een positieve manier. Concluderend kan gezegd worden dat “Worlds open worlds collide” niet de kopstoot is geworden die ik had verwacht. Hiervoor weet de band niet altijd voldoende te overtuigen in de meer atmosferische stukken en verneukt de sound van de té prominent aanwezige bas de luisterervaring meermaals, ook al is ze één van de sterktes van de band. Wanneer One Tail One Head echter goed op dreef is in de meer rechttoe-rechtaan stukken wordt de energie van haar live performances op plaat geëvenaard.

JOKKE: 80/100

One Tail One Head – Worlds open worlds collide (Terratur Possessions 2018)
1. Certainly not
2. Arrival, yet again
3. Worlds open, worlds collide
4. Stellar storms
5. An utter lack of meaning, Hitherto unbeknownst, suddenly revealed
6. Firebirds
7. Sordid sanctitude
8. Rise in red
9. Passage
10. Summon surreal surrender