death fetishist

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna

Dat Matron Thorn geen zittend gat heeft en over meer dan 24 uur in een dag lijkt te beschikken, weten we al langer dan vandaag. De Amerikaanse, maar momenteel in Finland residerende, multi-instrumentalist houdt er een twintigtal projecten op na en horen we deze keer opduiken in het IJslandse Ragnarrökur waar hij bas, gitaar en synths voor zijn rekening neemt. De zangers PRJ en SE en drummer Nefarious vervolledigen het plaatje. “Fjöldagröf goðanna“, wat zoveel betekent als “massagraf van de goden” is het eerste wapenfeit van het gezelschap en de vraag die zich stelt is of het zal kunnen wedijveren met het kwaliteitsmateriaal dat we doorgaans uit het afgelegen eiland op ons bord geschoteld krijgen. “Áköllun” maakt meteen duidelijk dat dit geen spek voor ieders bek is, zelfs niet voor de doorwinterde black metal-fanaten. De compleet gestoorde signature sound van Matron Thorn is overduidelijk aanwezig in de anorganisch klinkende sonische terreur die we hier op ons afgevuurd krijgen. Alsof twee zangers die hun diepste zielenroerselen uit hun lijf kotsen nog niet voldoende is, heeft Matron Thorn Kabukimono nog laten oproepen, de zangeres waarmee hij reeds voor Ævangelist, Obscuring Veil en Death Fetishist samenwerkte. Alle bochten waar “Fæðing veraldargleypa” zich in wringt, voelen onnatuurlijk, fysisch en psychisch onmogelijk terwijl verwrongen dissonanten een loopje nemen met je levenslust. Vrolijk wordt je hier niet van. “Lokahellir” is zo geflipt dat het bijwijlen klinkt alsof er drie nummers tegelijk aan het afspelen zijn, maar deze duivelse kakofonie klinkt op haar manier wel intrigerend. De doorsnee metalliefhebber ligt tegen het eind van dit nummer trouwens al uitgeteld in de goot. Tussen de zenuwslopende riffs probeert Matron dan nog frivole basloopjes te plaatsen, djeezes. “Ragnarrökur” ofte het einde der tijden, zo klinkt het hier bijwijlen wel. “Fjöldagröf goðanna” beluisterde ik een eerste keer nadat ik de review van de laatste nieuwe plaat van Kwade Droes had afgewerkt. Op zich kunnen veel van de sonische waanzin beschrijvende zinnen, hier ook van stal gehaald worden want, man, wat een compleet gestoorde ketelmuziek wordt er vandaag de dag wel niet gemaakt! Ragnarrökur overschrijdt daarbij wel mijn grenzen. Alleen geschikt voor wie over een stalen zenuwgestel beschikt.

JOKKE: 65/100

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna (Eigen beheer 2019)
1. Áköllun
2. Fæðing veraldargleypa
3. Lokahellir
4. Sól tér sortna
5. Hverfult hyldýpið

Tchornobog – Tchornobog

Hoewel de bandnaam Tchornobog verwijst naar de Slavische “Zwarte God” draait het bij dit nieuwe project van Markov Soroka (Aureole, Slow) niet om idolatrie maar rond de verschillende metaforen van religie, psychologische wanorde, het begrijpen van het zelfbewustzijn en de betekenisgeving van ons leven. Dit debuut is maar liefst zeven jaar in de maak geweest en gedurende dit lange creatieproces heeft Markov steun gekregen van Svartidauði-drummer Magnús Skúlason en ook Greg Chandler (Esoteric) komt meermaals diep meegrommen op de vier monumentale tracks die samen op maar liefst vijfenzestig minuten speeltijd afklokken. Gedurende dit overrompelende uur komt zowat het hele spectrum aan extreme muziek voorbij geraasd: verstikkende black en dissonante death metal maar ook traag bulderende funeral doom worden tot één misselijkmakend geheel gebald waarin Markov voortdurend worstelt met zijn eigen demonen. Zelfs een tiental luisterbeurten is nog onvoldoende om alle details te ontwaren in dit beklemmende exorcisme. Zo wordt er in het geniale “Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)” gebruik gemaakt van saxofoon, trompet, piano en cello als aanvullend instrumentarium en mijn god, wat wordt er in deze song een beklijvende sinistere sfeer neergezet waarbij met momenten zelfs een klein lichtpuntje doorheen de gitzwarte duisternis lijkt te schijnen! Na een half uur extreme extravaganza kunnen onze reeds-aan-flarden-geblazen-trommelvliezen tijdens deze song even recupereren om daarna terug bloot gesteld te worden aan de zeventien minuten durende grand finale van “Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)”. Deze muzikale maalstroom is natuurlijk niet voor tere zieltjes weggelegd maar liefhebbers van Death Fetishist, Svartidauði, Skáphe of The Ruins Of Beverast kunnen hier simpelweg niet om heen. De visionaire grandeur die Markov met dit album heeft neerzet is immers overweldigend. Natuurlijk ook weeral een welgemeende “chapeau!” voor kwaliteitsleveranciers I, Voidhanger Records en Fallen Empire Records om ons te laten genieten van dit meesterwerk.

JOKKE: 90/100

Tchornobog – Tchornobog (I, Voidhanger Records 2017)
1. The vomiting tchornobog (Slithering gods of cognitive dissonance)
2. Hallucinatory black breath of possession (Mountain-eye amalgamation)
3. Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)
4. Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans