dimmu borgir

Disciples Of The Void – Disciples of the void

We blijven nog even in de Finse flow hangen waar we momenteel inzitten. Disciples Of The Void is een nieuwe band uit het land van de duizend meren en verkiest anoniem (what’s new?) te blijven door zich onder zwarte hoodies te verbergen. Het enige gezicht dat we herkennen is het liefelijke snoetje van drumster Trish Kolsvart (Urarv, Elände en ex-live lid van ondermeer Isvind en Craft). Zo onorigineel de presentatie van de band is, zo onorigineel is ook de gebrachte muziek. De leden ontdekten het black metal-genre midden jaren negentig – toen het volgens hen op haar hoogtepunt was – en willen dat eren. Op zich grappig dat er zo veel nieuwe bands rondlopen die teruggrijpen naar de oude dagen en daar precies qua ontwikkeling zijn blijven hangen. Wie luistert er dan eigenlijk naar de hele mikmak aan nieuwe spelers als vroeger toch alles beter was? Soit, de retro-sound van de Finnen is opgesmukt met de nodige symfonische elementen zonder al té overdadig te zijn. De moderne productie mist echter wat levendigheid waardoor de band nogal generisch klinkt en een eigen karakter ver zoek is. Ook al wil je het warm water niet heruitvinden, een eigen sound blijft toch belangrijk want in een shuffle playlist zou ik de band er met haar dertien-in-een-dozijn-geluid nooit uithalen. Qua uitvoering zit alles wel snor want er wordt strak gemusiceerd en we kunnen de band niet op foutjes betrappen. De riffs duiken slechts af en toe onder het vriespunt (“The apocalypse reign“), en klinken een pak Noorser dan Fins (“Per aspera ad noctum“) met op tijd en stond een black ’n roll-infusie (“Dominion“, “The harvest” en “Choronzon“). In het begin van deze laatste track ontwikkelen de heren en dame plots een andere sound door qua vocale aanpak richting Dimmu’s Shagrath te gaan. Het nummer wordt verder ook met cleane epische gezangen opgesmukt en vormt alzo het perfecte bruggetje naar “Home of the once brave“, een minder voor de hand liggende Bathory-cover met het – al dan niet bewust door Quorthon gepikte – einde van de Metallica-klassieker “For whom the bell tolls“. Wie smult van bands als Obtained Enslavement, Troll, oude Covenant of Darkwoods My Betrothed zal hier wel zijn of haar gading in vinden. Voor mij mist het debuut van Disciples Of The Void wat karakter en is het iets te steriel qua sound.

JOKKE: 70/100

Disciples Of The Void – Disciples of the void (Primitive Reaction 2018)
1. Ad gloriam invictus satana
2. Dominion
3. The apocalypse reign
4. Enter the void
5. Per aspera ad noctum
6. The harvest
7. The heirs of wormwood
8. Choronzon
9. Home of the once brave (Bathory cover)

 

 

Vargrav – Netherstorm

Symfonische black metal klinkt sommigen waarschijnlijk nogal vies in de oren maar back in the days kwamen er onder deze noemer toch enkele klassiekers uit (Limbonic Art’s “Moon in the scorpio“, Gehenna’s “Malice“, Dimmu Borgir’s “Stormblast“, Emperor’s “In the Nightside eclipse“, Ancient’s “The cainian chronicle“, …). Het was pas gedurende de foute Duitse Last Episode jaren dat deze term een wrange nasmaak kreeg door allerlei derderangs bandjes met Mystic Circle op kop. Het was dan ook een tijdje cool om een sticker “no keyboards were used during the recording process” op je album aan te brengen. Toch zijn er bands die in deze stijl nog onderhoudende platen weten afleveren en het Finse Vargrav is één van hen. Debuut “Netherstorm” kan dan ook als een blast from the past doorgaan want dit album katapulteert de luisteraar terug naar de hoogdagen van spannende symfonische black metal waarbij obese synth-lagen een middeleeuwse majestueusheid en grandeur creëren. Natuurlijk zijn er dikke knipogen naar de reeds eerder aangehaalde bands en bij toevoeging Obtained Enslavement en Abigor, maar daar maken we nu eens geen punt van. Zeker als dat krakers oplevert zoals het snelle “Shadowed secrets unmasked” waarin ook met de vocalen geëxperimenteerd wordt. In “Ethereal visions of a monumental” gaat dat zelfs zó ver dat het even lijkt alsof R2-D2 meezingt. “Limbo of abysmal void” klinkt in eerste instantie trager en meeslepender van karakter, maar ontbindt toch ook al snel haar demonen middels ijselijke riffs, blastende drums en grootse keyboardpartijen. Het is het tien minuten overschrijdende “Obidient intolerant ensnared” dat mid-tempogewijs een ode brengt aan de melancholie van lang vervlogen tijden. Als kers bovenop de taart, die uit vijf lange songs en een outro bestaat, krijgen we nog twee bonus tracks voorgeschoteld waarvan “The glory of eternal night” in oude Emperor-stijl een ode vormt aan de nachtelijke magie en “Ancient queen” natuurlijk oorspronkelijk door deze keizers van de symfonische black metal geschreven werd. Deze coversong prijkt op een aparte 7″ die bij de plaat meegeleverd wordt. Ik heb me kostelijk geamuseerd met dit “Netherstorm” en verwacht dat vele nostalgische zielen dat mee met mij zullen doen.

JOKKE: 84/100

Vargrav – Netherstorm (Werewolf Records 2018)
1. Netherstorm
2. Shadowed secrets unmasked
3. Limbo of abysmal void
4. Etherial visions of a monumental
5. Obidient intolerant ensnared
6. Outro
7. The glory of eternal night (bonus)
8. Ancient queen (bonus Emperor cover)

Nightbringer – Terra damnata

“Does size matter?” In het geval van Kyle Spanswick in elk geval niet, want hoewel de Amerikaan klein van gestalte is, weet hij grootse dingen te doen met zijn Nightbringer. Op plaat nummer vijf bestaat het internationale gezelschap naast zanger/gitarist Kyle aka Naas Alcameth (Akhlys, Bestia Arcana) uit de Zweedse zanger ar-Ra’d al-Iblis (o.a. ex-Acrimonious), zanger/gitarist Ophis – je hoort inderdaad drie schreeuwlelijkerd aan het werk – Gitarist VJS (o.a. Adaestuo en Sargeist) – yep, ook drie gitaristen –  de Portugese drummer Menthor (o.a. Enthroned en Lucifyre) en met bassist Norgaath (o.a. Coldborn en Grimfaug) is er tenslotte zelfs een Belgische connectie. Allemaal jongens die het klappen van de zweep kennen en dus niet op een foutje te betrappen zijn. Voorganger “Ego dominus tuus” uit 2014 vond ik het toenmalige hoogtepunt uit de carrière van de band omwille van het lager gehalte aan enerverende tremolo picking leads ten opzichte van het ouder materiaal, wat me dus beter afging. Er werd wel grondig leentjebuur gespeeld bij Dark Funeral (zanglijnen) en in mindere mate Emperor en Dimmu Borgir (het symfonische aspect). Zelf zegt de band op de nieuwkomer terug te keren naar het meer orthodoxe geluid van “Hierophany of the open grave” uit 2011 –  wat ik beaam – maar spijtig genoeg betekent dat ook wel terug een hogere dosis volcontinu high pitched leads waar ik bij momenten onrustig van wordt – maar is dat eerlijk gezegd ook niet de bedoeling van black metal? In opener “As wolves amongs ruins” worden de snerpende leads zo verschroeiend heet als een laser waarmee foute tribal tattoos uitgewist kunnen worden om plaats te ruimen voor één of ander hip occult symbooltje. Naast moeilijker te verteerbare songs staan er ook een heleboel klassenummers op “Terra damnata” zoals “Midnight’s crown” waarbij de wisselwerking tussen de drie vocalisten vuurwerk geeft en “Let silence be his sacred name“, met haar dynamische en expansieve sound waarbij trage partijen afgewisseld worden met hyperspeed blasts die een meditatieve state of mind creëren. Referenties naar Emperor’s barokke “IX equilibrium“-periode zijn nog steeds aanwezig, zoals te horen is in de mid-tempo track “Inheritor of a dying world“. Het trage, slepende maar bombastische “The lamp of inverse light” springt het meest in het alziend oog met haar spoken word-sample, ontleend aan een interview met Julius Evola (Italiaanse filosoof, schilder en esotericus die hier spreekt over The Left Hand Path). In hekkensluiter “Serpent song” laat Nightbringer nog eens horen waarom ze qua complexe, symfonische black metal momenteel zo wat de absolute top in het genre zijn. Op grafisch vlak heeft de Mexicaanse kunstenaar David Herrerias zich weer eens mogen uitleven, want het cover artwork, vol occulte verwijzingen, is erg intrigerend. Deze jongens nemen hun spirituele overtuigingen uitermate serieus, wat bovendien respect afdwingt.

JOKKE: 86/100

Nightbringer – Terra damnata (Season Of Mist 2017)
1. As wolves amongst ruins
2. Misrule
3. Midnight’s crown
4. Of the key and crossed bones
5. Let silence be his sacred name
6. Inheritor of a dying world
7. The lamp of inverse light
8. Serpent sun

Shrine Of Insanabilis – Disciples of the void

Uit de grote gapende leegte is weeral een nieuwe ster aan het black metal firmament ontsproten. Buiten het feit dat deze rakkers Duits zijn is er niet veel geweten over deze constellatie. Debuutplaat “Disciples of the void” bevat zes songs (exclusief intro, intermezzo en outro) die getuigenissen vormen van het vurig streven naar Verlichting via ondoorgrondelijke leegte (in het Engels klinkt zo’n promopraatje toch altijd overtuigender vind ik). Het sublieme artwork van Teitan Arts (o.a. Ascension, Svartidauði, Cult Of Fire, Death Karma, Inferno) visualiseert de inhoud van de teksten perfect. Bij de dissonante openingsklanken vrees ik even met de elvendertigste Svartidauði-kloon te maken te hebben, maar die vlieger gaat gelukkig niet op eens de alles ontketende razernij van “Ruina” uit de boxen knalt en je oorschelpen aan frut schiet. De intense drumsalvo’s en lichtjes epileptische gitaarriffs refereren eerder aan Nightbringer, Akhlys of Dark Funeral zonder klakkeloos te kopiëren. Gelukkig heeft het kwartet door dat ze niet voortdurend op lichttempo hoeven te musiceren, want ik vind dat de band op haar sterkste is wanneer de ietwat houterige staccato blasts achterwege blijven en de muziek meer ademruimte krijgt (“Still of this earth”) of in de midtempo regionen groovend te keer gaat (“Acausal paths” of “Acerbus“). De manier waarop de vocalen door de effectenmolen gehaald worden, doet meermaals aan Dimmu’s Shagrath denken (waarbij ik betwijfel of deze band dat als een compliment zal beschouwen). “Invocation” is de absolute luistertip van deze plaat, want in deze song worden alle sterktes van de band gebundeld. De eerste helft bevat pakkende en snijdende tremolo riffs die zich een baan klieven door de drumtornado’s terwijl halverwege de stemming veel grimmiger en duisterder wordt wanneer de drummer op de rem gaat staan. Knoppendraaier Patrick W. Engel verdient trouwens hulde voor de manier waarop de basgitaar haar eigen plekje in het totaalgeluid opeist. Eigenlijk een voor ondergetekende vrij onbekende naam op mix- en producersvlak totdat ik de shitload aan releases eens bekeek die hij reeds voor zijn rekening nam en ik het woord knoppendraaier liever in knoppentovenaar verander (o.a. Katharsis, Wederganger, Sargeist, Dissection, Grave Miasma, Goat Torment, Chaos Invocation, …). En hoewel de mix misschien wat dynamiek mist, knalt het plaatje wel van begin tot einde en past dit perfect bij dit type black metal. Hoewel het merendeel aan bands dat onderdak vindt bij World Terror Committee in dezelfde vijver vist, weet ook dit Shrine Of Insanabilis toch weer te imponeren. Waar blijven ze ze toch vandaan halen?

JOKKE: 82/100

Shrine Of Insanabilis – Disciples Of The Void (World Terror Committee 2015)
1. End all
2. Ruina
3. Acausal paths
4. (……….)
5. Invocation
6. Still of this earth
7. Cycles and circles
8. Acerbus
9. Omega

Midnight Odyssey – Shards of silver fade

Een weekje geleden stuitte ik online, vlak voor het slapen gaan, op “Starlight oblivion”, het eerste vrijgegeven nummer van de nieuwe plaat van het tot dan toe voor mij onbekende Midnight Odyssey. Wat er zich de volgende achttien minuten op auditief vlak afspeelde triggerde mijn interesse om de rest van de plaat op te zoeken. Het feit dat “Shards of silver fade” een mastodont van een plaat bleek te zijn die, verspreid over twee schijfjes, meer dan tweeënhalf uur (!!!) duurt, resulteerde bijgevolg tot een korte nachtrust en wallen waarbij de exemplaren van Walter Grootaers in het niets verdwenen. Van een gebrek aan creativiteit kunnen we mastermind Tony Parker bijgevolg ook niet beschuldigen. Van “zijn verhaal beknopt vertellen” of “straight to the point” komen echter wel. Maar ach, dat is ook helemaal de bedoeling niet van de Australische éénmansband Midnight Odyssey, want deze naam staat garant voor uitgesponnen en über atmosferische progressieve en kosmische ambient black metal (een hele mond vol). Maar staat de kwantiteit in dit geval ook gelijk aan constante kwaliteit? Om deze plaat naar waarde te kunnen schatten, moet je een zekere theatraliteit, progressiviteit of avantgarde in je black metal kunnen smaken. Hoewel dat bij mij maar tot op zekere hoogte het geval is, blijf ik toch aan mijn stereo gekluisterd. Collega Filip overleeft de eerste twee minuten zelfs niet zonder over zijn nek te gaan, daar durf ik mijn handen voor in het vuur te steken. Maar dit geheel ter zijde. De plaat trapt af met plechtstatige en epische cleane zang op een dik aangzwollen tapijt van keyboards. Pas na een kwartier nemen de black metal vocalen en grimmige gitaren de overhand. Net op tijd omdat ik juist begon in te dommelen. De black metal die je hier voorgeschoteld krijgt is geen moment agressief maar draait helemaal rond “atmosfeer” en de klinische drums storen hier zelfs niet bij. Op zijn beste en spannendste momenten neigen de klanken naar Summoning, Bal-Sagoth, Limbonic Art of Lunar Aurora. Spijtig genoeg zijn deze pieken te veel ondergesneeuwd in saaie en langdradige platte meug. De rustige stukken hebben evenveel met black metal te maken als McDonalds met gastronomisch eten. Niks, nada, niente. Het is eerder een soort van new of dark wave achtige (think Dead Can Dance of Fields Of The Nephilim) musical die we dan te verteren krijgen…en ik ben niet zo tuk op musicals. De grandeur in “A ghost in gleaming stars” doet zijn werk wel bij mijn armhaartjes en de grunts in “Asleep in the fire” creëren een episch doom momentum om even later op Dimmu-bombast over te schakelen. In een nachtelijke roes en op een hoog volume scoort de plaat wel beter dan op andere momenten geef ik grif toe. Een tijdje geleden kwam van labelgenoot Mare Cognitum een gelijkaardig album uit dat het een pak beter deed bij ondergetekende. Ik raad Tony aan om de volgende keer voor één schijfje te gaan (disc twee is de betere) en meer gefocust en gestroomlijnder te werk te gaan (tien minuten per nummer in plaats van twintig zullen ook wel volstaan om je verhaal te vertellen). De eerste twee nummers van disc twee zouden immers een knappe plaat van veertig minuten opleveren. By far de moeilijkste plaat die ik al heb gereviewed voor Addergebroed. 60/100 voor disc één en 80/100 voor disc twee bepalen de uiteindelijke score.

JOKKE: 70/100

Midnight Odyssey – Shards of silver fade (I, Voidhanger Records 2015)

Disc 1
1. From a frozen wasteland
2. Hunter of the celestial sea
3. Son of phoebus
4. A ghost in gleaming stars

Disc 2
1. Asleep in the fire
2. Starlight oblivion
3. Darker skies once radiant
4. Shards of silver fade

Saille – Eldritch (re-inter-view)

Saille en Addergebroed hebben altijd een speciale band gehad. Het hoe en waarom zoeken jullie zelf maar uit, hieronder gaan we het hebben over hun nieuwe zilverling “Eldritch“. Op de derde plaat van Saille toont de band wederom haar wereldklasse. Samen met keyboardspeler Dries kwam dit re-inter-view tot stand. Bovengenoemde voorzag me van allerlei opmerkingen die misbruikt werden in de review. Lees!

Saille - promopic1

Emerald
Dries: Dit nummer was voor ons duidelijk de opener wegens de mysterieuze intro. Het nummer bevat ook een mooi overzicht van wat er nog komen zal, handig voor mensen die enkel het eerste nummer van een plaat beluisteren. De piano die werd gebruikt is de prachtige pianola die Reinier ooit op de kop kon tikken, ze staat net genoeg vals om extra sfeer aan het nummer toe te voegen.

De cleane zang die je hoort is de stem van Jonathan, de eerste zanger van Saille, nu de gitarist en medecomponist.

Addergebroed: Dries vat het hier mooi samen allemaal. Naast het mysterieuze aspect knalt “Emerald” ook behoorlijk hard en komen vintage Mortifer (de oude band van Dries en Jonathan) invloeden de kop op duiken. De semi-cleane zang die Dries aanhaalt doet erg Keep of Kalessin aan en nu we toch aan het name-droppen zijn, dient ook Arcturus aangehaald te worden bij bepaalde pianopassages.

Walpurgis
Dries: Het snelste en kortste nummer van de plaat, gewoon even alle registers open. Onze vrouwen Petra Gryson en Niki Dierickx verspreiden ook hun zoetgevooisde klanken over dit nummer.

Qua artwork werkten we samen met Colin van Rain Song design, hij schreef dit neer : “Wanneer Saille me contacteerde over het “Eldritch” artwork, hadden ze een aantal grote lijnen voor me uitgewerkt qua sfeer, toon en natuurlijk ook tekstueel. Buiten dit kreeg ik min of meer carte blanche over de inhoud van het artwork. Ik had enkele ideetjes, en speelde met enkel basis schetsen, om uiteindelijk tot een sterk idee te komen wat de hoes voor het album zou vormen. De band vroeg een duistere illustratie, met horror verwijzingen, dus ik besloot om het werk statisch en groots te maken. In het begin van de samenwerking was er een hint naar een oude bibliotheek en occulte bewakers ervan, dus ik nam dit als startpunt en maakte een grote duistere structuur gebouwd in een grotachtige rotsformatie. Het was belangrijk om de kleurtoon en sfeer duister en mysterieus te houden, met een bijna onopmerkbare figuur aan de ingang van de structuur, interpreteerbaar naar wens. Het extra artwork in het booklet maakte ik in verbinding met de hoes, door in gedachten de omgeving van de structuur te gaan verkennen. Ik wilde dat het artwork niet alleen de muziek weerspiegelde, maar ook de verschillende invloeden die Saille ondergaat en gebruikt, en ik hoop dat ik daar in geslaagd ben“.

Addergebroed: “Walpurgis” is inderdaad de peer op je mule van het album. Deze track zorgt in zijn eentje dat niets meer overeen blijft. Kort maar krachtig blaast het nummer als een orkaan en daar waar Saille in het verleden steevast het gaspedaal indrukte, is “Eldricht” in het algemeen wat trager en sfeervoller. Wat geen negatief punt hoeft te zijn.

The great god Pan
Dries: Onze vrienden van Winterfylleth Simon en Chris zorgden voor de spoken words op dit nummer. Voor het eerst werkten we ook met echte hobo.

Nieuwe drummer Kevin De Leener had ook een grote impact bij het schrijven van de nummers. Zijn input vanuit drumperspectief was groter dan wat we gewoon waren, en deze factoren, nummers gebaseerd op drum en gitaren, vormden een solide basis voor onze melodische black metal. We wilden natuurlijk ook onze beste plaat ooit schrijven, de composities van de vorige platen proberen overstijgen door een verschillende aanpak qua songwriting, en ik vind dat we daarin alvast geslaagd zijn.

Addergebroed: Kevin is gekend om zijn retestrak drumwerk met vele technische tierlantijntjes. Het past Saille perfect. Doch springt “The great god Pan” in het oog door die ene simpele riff met zijn straight forward drumbeat, iets wat Niko van team dramaqueen Shining ook met regelmaat uit zijn al dan niet bekraste polsen schudt.

Aklo
Dries: Alle koren, maar vooral deze werden gezamenlijk ingezongen door iedereen binnen Saille. Video’s komen er binnenkort aan. De cleane zang is opnieuw door Jonathan en Niki.

Net zoals de vorige opnamesessies hebben we opnieuw klassieke instrumenten toegevoegd aan de nummers (in plaats van hun midi-klonen). Deze instrumenten opnemen is niet makkelijk, maar zorgt voor een authentiek karakter en helpt om de sfeer die we willen creëren te vervolledigen. Na de opnames hadden we specialist Reinier Schenk in de rangen. Hij bereidde alle nummers voor op de eindmix en -mastering. Klas Blomgren (Zweden) nam dit voor zijn rekening, wij ontdekten hem door zijn uitstekend werk voor Svart, het project van Shining’s bassist Draug.

Addergebroed: “Aklo” begint met loodzware blazers (ja?) alvorens over te gaan tot een midtempo death metalriff. Deze death metalinvloeden komen ook vaker terug dan op beide vorige albums. De zangkoren doen erg Enslaved aan, maar vormen een mooi contrast met de zware onderliggende gitaarlijnen.

Cold war
Dies: Nummer in combinatie van piano-improvisatie en monsterrif van Jonathan. Filmsample komt uit “The Thing“. Er zijn heel veel sessies nodig geweest om correct te fluiten, niet makkelijk in black metal stijl.

Eldritch” verschilt nogal van onze vorige twee albums. We wilden dat de nieuwe nummers meer gitaargeörienteerd waren, met meer pit/edge. Daarom besloten we om onze basiswerkwijze aan te passen. Onze gitaristen Reinier Schenk en Jonathan Vanderwal startten nu met het schrijven van de nummers vanuit een gitaarperspectief, om daarna de keyboards en drums er aan toe te voegen. Op onze twee vorige platen “Ritu” en “Irreversible Decay” werden de nummers net andersom geschreven, vanuit een keyboard-drum perspectief.

Addergebroed: …en dat hoor je. De synths staan ook een beetje meer op de achtergrond in de mix en de gitaarcomposities bevatten meer details en meer soli. “Cold war” komt op gang met een soort melodieuze riff die niet zou misstaan in een outro, maar trekt na enkele minuten alle registers open. Dit nummer doet me het minste. De melodie blijft eindeloos doorgaan en het nummer mist net dat speciale wat ieder nummer laat opvallen op een of andere manier.

Eater of worlds
Dries: Persoonlijk mijn favoriet van de plaat, hopelijk lukt het om van deze een lyric video klaar te krijgen voor de releasedatum, maar we houden ons zoveel mogelijk weg van deadlines de komende tijden, dat werkt niet echt bevorderlijk, deze op “Eldritch” waren redelijk hectisch om te halen. De plaat komt opnieuw uit in een mooie digipak editie, dus besloten we om extra inspanning te doen om het extra interessant te maken. We zijn dan ook heel trots op het booklet, wat quotes bevat van alle schrijvers met toestemming van de auteurs zelf of hun erfgenamen. Zelfs Stephen King gaf z’n toestemming, het nummer “Eater of Worlds” is namelijk gebaseerd op het boek “It“. De quotes worden weergegeven naast de tekst, zodat een vergelijking /inspiratie makkelijk mogelijk is.

Addergebroed: Dries slaat hier de nagel op de kop. Toen “Eldritch” voor het eerst door mijn speakers knalde, gaf “Eater of worlds” me een instant oorgasme. De blazers klinken zeer heroïsch en hun klank is perfect. Ook mijn favoriet!

Red death
Dries: Voor deze plaat hebben we, aangezien Shumcot studio werd opgedoekt, alle opnames zelf voor onze rekening genomen. Ieder nam thuis zelf z’n instrumenten op. Zang en koren werden bij drummer Kevin opgenomen. Dit liep oorspronkelijk vlot, maar we hebben toch beslist om het voor de volgende plaat toch opnieuw allen samen in één studio te gaan doen. De hoeveelheid extra werk om alle files van alle nummers op de correcte plaats te zetten en aan te passen hadden we wat onderschat. Gelukkig waren we net na de release van “Ritu” gestart met het volledige pre-productieproces, waardoor de deadline niet in het gedrang kwam.

Addergebroed: Gitarist Reinier heeft dit nummer op zijn conto staan en er is bewust geen blastbeat ingestoken. Het langzame en onheilspellende “Red death” kabbelt lekker voorbij. De productie komt ook het best tot zijn recht in de tragere nummers. En dat is zowat het enigste minpuntje van “Eldritch“; de productie. Het mag geweten worden dat ik een aversie heb voor steriele producties, maar dit soort atmosferische metal schreeuwt om een cleane aanpak. Dat begrijp ik. Toch gaat Saille deze keer net iets té ver. Met name de drums klinken zo bewerkt dat heel wat software digitale drums natuurlijker laten klinken dan wat hier voorgeschoteld wordt. Vooral de snaredrum blijkt een dooddoener te zijn. Tijdens snelle passages zuigt hij de rest van het geluid een beetje op. Een productie zoals die van “Nexus polaris” van Covenant zou Saille perfect passen.

Dagon
Dries: Alle teksten van de nummers op “Eldritch” werden geschreven door Sailles zanger Dennie en vinden hun oorsprong in horror literatuur, zowel klassiek, turn-of-the-20th-century als moderne verhalen en boeken. De teksten tonen de ware aard van horror zoals dit opgevat werd in verschillende tijden en vormen. Ze vervolledigen de nummers door er het ontastbare, onaangename en dus de horror aan toe te voegen op een organische manier. We hadden niet de bedoeling om een album te schrijven wat geïnspireerd werd door H.P. Lovecraft, maar zijn invloed is opnieuw opvallend over de gehele plaat en kan niet genegeerd worden. Sterker nog, de bron van elk nummer (behalve “Walpurgis” – gebaseerd op Goethes “Faust“) kan beschouwd worden als proto-, post- of volledig Lovecraftiaans.

Addergebroed: Dennie mag een dikke vette Oscar in ontvangst nemen voor zijn prestaties. Nog nooit, en ik heb Dennie al heel vaak mogen aanhoren, heeft de beste man zo goed geklonken. Zijn screams klinken natuurlijker dan ooit. Agressief en gevarieerd; Attila- geknor, diepere screams, Burzumesque-speenvarkensgekrijs en een heel scala aan cleane gezangen, op “Eldritch” hoor je het allemaal. Op “Ritu” was het van “Iä! Iä! Cthulhu Fhtagn“. Nu weerklinkt “Iä! Dagon“. Voor de die hards: wederom vintage Mortifer invloeden hier!

Carcosa
Dries: Ik ben nog nooit zo tevreden geweest van een plaat als van “Eldritch“, had al een goed gevoel vanaf de eerste basis van de pre-productie. De nummers staan als een huis, en de tegenslagen die we onderweg te verwerken kregen waren makkelijk op te vangen door het vertrouwen in de nummers. Misschien een minpunt is dat we iets te weinig tijd hadden goed over de eindmix na te denken, maar dit is aan de andere kant ook een pluspunt, gewoon op je gevoel afgaan en je brein in z’n hokje laten zitten.

Addergebroed: Saille heeft met “Ritu” al bewezen dat hun skills geen toeval waren. “Eldritch” bevestigt alleen maar. Enerzijds ga je nu een resem zeikerds tegenkomen die zeggen dat Saille steeds uit hetzelfde vaatje put en de nieuweling niks openbaarlijks tevoorschijn tovert. Anderzijds mag wel duidelijk vastgesteld worden dat Saille 3 maal na elkaar wereldklasse albums uitbrengt. Het is weinig bands gegeven. En los daarvan verschilt “Eldritch” wel op enkele subtiele vlakken: minder synths op de voorgrond, een meer dreigendere sfeer, nog meer gevarieerde gezangen en een habbeklats meer death metalinvloeden. Enkel de zwakke drumproductie is een hekelpunt, maar daar zal niet iedereen zich aan storen. Als Carach Angren wereldfaam oogst, mag onze Vlaamse (pardon, met een snuifje Amsterdam) Dimmu Borgir datzelfde doen. That is not dead which can eternal lie!

Flp: 86/100

Saille – Eldritch (Code666 2014)
1. Emerald
2. Walpurgis
3. The great god Pan
4. Aklo
5. Cold war
6. Eater of worlds
7. Red death
8. Dagon
9. Carcosa