drone

Óreiða – Óreiða

Na twee demo’s en een split met het Portugese Holocausto Em Chamas achtte Óreiða de tijd rijp voor een volwaardige langspeler. Op basis van het nummer dat deze IJslandse einzelgänger op de split liet horen, verwacht ik best veel van dit debuut. Binnen de immens populaire IJslandse black metal-scene heeft Óreiða haar eigen niche reeds gevonden en laat ze een sound horen die serieus afwijkt van de rest van de scene. Het recept voor de vier nummers, die in totaal op vijfendertig minuten afklokken, is heel minimalistisch: men neme één, maximum twee gitaarriffs die eindeloos lang herhaald worden en het doel hebben om tot in het diepste van de menselijke geest door te dringen. Emoties boven intellect met andere woorden. Door het ontbreken van vocalen zou je Óreiða’s muzikale creaties als een vorm van extreme post-rock kunnen bestempelen, maar toch hoor je ook wel invloeden van een Burzum, Ildjarn of Payasage d’Hiver terug. Ook de geest van drone-acts zoals Coil en Nurse Without Wound en de minimalistische aanpak van Vomir waart doorheen de vier nummers. Met slechts een handvol riffs per nummer in de aanbieding en één drumbeat die genadeloos lang doordendert, is het natuurlijk erop of eronder. Bij de eerste luisterbeurten in de wagen was ik niet echt ondersteboven van de vier nieuwe nummers. Óreiða’s muziek vraagt immers veel aandacht om te absorberen en is niet geschikt om als achtergrondmuziekje op te zetten. Al liggend in de sofa met de lichten gedimd en de ogen gesloten de plaat ondergaan, riep echter een andere beleving op. De stroom aan gelaagde atmosfeer maakt zich zo gestaag van je meester en je merkt toch minieme klank- en kleurschakeringen op in de vier nummers. “Daudi” neigt het meest naar groots klinkende symfonische post-rock, terwijl de riff(s) van “Dagar” en “Draumar” toch duidelijk geworteld zijn in black metal. Het lijkt wel of allerhande details zich als lichtschuwe creaturen in de gitzwarte riffmist verschuilen. Afhankelijk van waar je je op focust, openbaren deze geheimen zich stelselmatig. Zo creëren de dronende geluiden die in “Dagar” uit de dichtgeplamuurde riffmuur opborrelen een illusie van screams die je in de verte hoort, hoewel de songs toch wel écht instrumentaal zijn. “Draumar” valt op door haar repetitieve bezwerende Summoning-achtige toverfluitjes die een middeleeuwse sfeer creëren. Ook “Draugar” ligt in het verengde van dit nummer. Óreiða heeft er goed aan gedaan om haar langspeler met een speelduur van zesendertig minuten aan de korte kant te houden, want anders zou het wel wat te veel van het goede geweest zijn. Geweldige groeiplaat wel.

JOKKE: 85/100

Óreiða – Óreiða (Harvest Of Death 2019)
1. Dagar
2. Draumar
3. Daudi
4. Draugar

Esben And The Witch – Nowhere

Older terrors“, de vorige plaat van het naar een Deens sprookje vernoemde Esben And The Witch was een magistraal pareltje. Ook live wist het trio me omver te blazen met haar pure en ingetogen maar duisternisomarmende performance. Met het nagelnieuwe “Nowhere” breekt een nieuw hoofdstuk aan in de carrière van de Britse, maar vanuit Duitsland opererende band. “The unspoiled” werd als eerste single vrijgegeven en liet een sound horen die verder borduurde op de twee voorgaande platen. De band gaat bij momenten serieus dreunend te werk waarbij de crashende cymbalen en repetitieve drumritmes een storm lijken aan te kondigen, maar verzeilt regelmatig ook in rustigere wateren waarin keyboards subtiel bijdragen aan het mysterieuze gevoel dat de song opwekt. Ook in de bezwerende opener “A desire for light” speelt Esben And The Witch met de tegenstrijdige elementen ‘licht’ en ‘donker’ zoals we dat ondertussen van hen gewend zijn. Het trio gaat op zoek naar een lichtpuntje in de duisternis middels de dronende gitaren van Thomas Fisher, tribalachtige drums van Daniel Copeman en de betoverende zang van Rachel. De electro- en gothicelementen uit het vroeger werk lijken nu wel volledig tot het verleden te behoren. Tweede single “Dull gret” – vernoemd naar het bekende Breughel schilderij – wordt door de bastonen van Rachel in gang gezet waarna haar zang al snel de instrumenten vervoegt en de band middels hoogtes en laagtes in riffs en texturen een post-rock-aanpak in heuse doomstijl aan het nummer geeft. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de hoge uithalen van Rachel me hier lichtjes irriteren. Godslastering, ik weet het. “Golden purifier” is de kortste en meest mellow-track van “Nowhere” waar de drums – op enkele cymbaalklanken op de achtergrond na – achterwege blijven. Een mooie, beklijvende en breekbare song die als een donkere versie van The xx klinkt. In het dromerige en weemoedige “Seclusion” horen we net als in “Golden purifier” subtiele mannenzang die een extra timbre aan de vocale invulling van de nummers geeft. Na deze twee rustigere songs laat het trio in “Darkness (I too am here)” een laatste keer haar unieke mix van pop psychedelia, post-rock, melancholie, doom en post-punk op de luisteraar los. Ten opzichte van de twee voorgaande albums werd subtiel aan die formule gesleuteld. “Nowhere” klinkt immers nóg somberder en donkerder, hoewel “light” het eerste woord is dat in de albumopener gezongen wordt. Met haar rauwe puurheid is “Nowhere” ook directer. De zes songs zijn vrij compact naar Esben And The Witch-normen waarbij er met een speeltijd van minder dan veertig minuten ook minder lange dromerige psyche-pop te bespeuren vallen. “Nowhere” vereiste – zoals elke Esben And The Witch-plaat – de nodige luisterbeurten alvorens haar geheimen volledige prijs te geven. Extra punten tenslotte nog voor de knappe hoesfoto die de muzikale emoties die we op “Nowhere” te horen krijgen perfect capteert.

JOKKE: 85/100

Esben And The Witch – Nowhere (Season Of Mist 2018)
1. A desire for light
2. Dull gret
3. Golden purifier
4. The unspoiled
5. Seclusion
6. Darkness (I too am here)

Essenz – Manes impetus

De afgelopen weken bleek de nieuwe derde langspeler “Manes impetus” van het Duitse Essenz een ware groeiplaat te zijn. Ze vergezelde me op lange autoritten doorheen verdorde landschappen en broeierig hete beton en gaf mondjesmaat haar geheimen prijs. Met de voorgangers “Mundus numen” en “KVIITIIVZ – Beschwörung des Unaussprechlichen” was dat trouwens net hetzelfde. Achter deze Duitse band gaan drie leden schuil die ook in de death metal bands Drowned en Early Death actief zijn en de zanger/bassist is ook live-lid bij The Ruins Of Beverast. Het geluid van Essenz pingpongt heen en weer tussen stuwende death metal en beukende doom met daarover een duister black metal sfeertje gedrapeerd. De meer dan elf minuten durende opener “Peeled & released” is hier meteen een showcase van en bevat lange, repetitieve stukken waarin het tempo vrij hoog ligt voor hun doen. Ook in “Unfolding death” gaat de zweep erop en horen we een trio dat goed op dreef is. De song bevat knap gitaarwerk en enkele hooks die ervoor zorgen dat het nummer goed blijft hangen, alvorens in een vormloze noise- en ambient-massa uit te monden. “Death is always and everywhere” gromt de zanger. Naast de dood behandelt de rest van de plaat thema’s zoals de innerlijke geest, en het oneindige heelal. De trage drumbeat die “Amortal abstract” aftrapt, maakt meteen duidelijk dat met dit nummer het tempo de dieperik intuimelt. De doom die we te verwerken krijgen wordt afgekruid met vervormde vocalen en subtiele elekronische elementen en rond de zesminutengrens breidt een welgekomen versnelling een rockend einde aan de song. “Randlos gebein” klokt opnieuw boven de elf minuten af en is de meest atmosferische song van de plaat getuige het cleane gitaargetokkel, het gefluister en de korte ambientintermezzo’s die tussen de blastpartijen door zijn ingebouwd. En hoewel het einde van deze kolossale track duidelijk loodzware doom uitademt, koos Essenz toch voor meer uptempo werk dan gewoonlijk op dit “Manes impetus“. “Apparitional spheres” is met haar drie minuten de kortste en meest rechttoe rechtaan track en kan me met haar opzwepende karakter wel bekoren. In “Sermon to the ghosts” is het een en al dronende noise en etherische ambient die botviert. Deze abstracte gitzwarte tonen zouden een passend einde kunnen zijn, ware het niet dat de rollende basdrums en zware riffs van “Ecstatic sleep” de afsluitende rol krijgen toebedeeld. Opnieuw een sterke en dynamische plaat van Essenz waarbij er door de band genomen iets zwaarder van jetje wordt gegeven dan wat we van de Duitsers gewend zijn.

JOKKE: 80/100

Essenz – Manes impetus (Amor Fati productions 2018)
1. Peeled & released
2. Unfolding death
3. Amortal abstract
4. Randlos gebein
5. Apparitional spheres
6. Sermon to the ghosts
7. Ecstatic sleep

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Wolvennest – Void

De debuutplaat van ons eigenste Wolvennest hakte twee jaar geleden fameus op mijn ziel in. Gelijktijdig met het spelen van shows om dit meesterwerk op de bühne te vertolken, werkte deze roedel wolven naarstig aan een opvolger zodat we twee jaar later weeral mogen genieten van het spiksplinternieuwe “Void“. Het mooie aan Wolvennest is dat een allegaartje aan muzikanten uit verschillende “scenes” zoals alternatieve rock, metalcore, black metal en drone, binnen de band een vruchtvolle samenwerking aangaat wat resulteert in een begeesterende mix van krautrock, psychedelica, ambient, drones en stoner die baadt in het mysterieuze aura van black metal. Daar waar het gelijknamige debuut nog samen met enkele leden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand werd geschreven, hebben onze wolven en wolvin de klus nu helemaal zelf geklaard. Nog steeds straalt de muziek middels haar lange instrumentale passages, repetitieve dreunende ritmes en subtiele climaxopbouwen een bedwelmende en trance opwekkende gloed uit. Nieuw ingrediënt zijn de Oosterse invloeden die onder andere in het gitaarwerk van de fantastische opener “Silure” geslopen zijn. Pas vanaf “Ritual lovers” duiken de hypnotiserende ietwat sensuele vocalen van frontvrouw Shazzula op die je langzaamaan de dieperik mee insleuren. Als bovenop de zware onderstroom dan nog een psychedelische solo en de nodige synth-effecten opduiken, wordt de bedwelmende roes alleen maar groter en duurt het nadien ook even alvorens ik terug op deze wereldbol beland en merk dat het tijd is om kant B op te leggen van deze van-een-fantastische-hoes-voorziene dubbelelpee. De titeltrack bevat allerlei spookachtige effecten en Shazzula klinkt hier als een proclamerende heks die een occult ritueel opdraagt dat het einde der tijden lijkt in te leiden. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik dan ook een mysterieus landschap opdoemen waaraan alle kleur en leven zich langzaamaan onttrekt totdat er één grote desolate leegte overblijft. De ondergang van het mensdom is op twaalf minuten in kannen en kruiken. “L’heure noire” is een lichtopvretende symbiose tussen psychedelica en onheilspellende black metal waarbij er zelfs blastbeats in de strijd gegooid worden. De mannelijke vocalen worden hier op gepaste wijze vertolkt door Alexander von Meilenwald die ingewijden zullen kennen van het geniale The Ruins Of Beverast. Net zoals de opener bevat ook “The gates” een oosterse insteek middels Arabische bezweringen die vertolkt worden door Ismail Khalidi en een duister samenspel vormen met de in het Frans vertolkte vrouwelijke zanglijnen. “Void” werd ingeblikt onder het alziend oog van duivel-doet-al Déhà die tevens ook de drums inspeelde en de zeventien minuten durende kolos “La mort” voorzag van piano en vocalen. “Void” is opnieuw een klepper van formaat geworden waarbij elke song haar eigen identiteit heeft en bijdraagt aan dit avontuurlijk en occult muzikaal ritueel dat een blik aan emoties bij de luisteraar weet open te trekken. Straffe bende!

JOKKE: 92/100

Wolvennest – Void (Ván Records 2018)
1. Silure
2. Ritual lovers
3. Void
4. L’Heure noire
5. The gates
6. La mort

Stratosphere – Collaborations I

Voor de tweede keer in de geschiedenis van Addergebroed presenteren we een “re-inter-view”. De eerste maal viel de eer te beurt aan Saille, nu verkiezen we deze mengelvorm van een review en een interview voor de meest recente plaat van Stratosphere. In de reviews van de vorige Stratosphere albums Rise en “Aftermath” werd het woord einzelgänger nog in de mond genomen; voor zijn nieuwe plaat “Collaborations I” deed mastermind Ronald Mariën beroep op bevriende muzikanten uit het drone, ambient en post-rock wereldje. Bij elke song geeft Ronald meer inzicht in de totstandkoming ervan terwijl wij onze gevoelens onder woorden brengen wanneer we ons laten onderdompelen in de verschillende nummers (JOKKE).

Stratosphere Collaborations
(c) Stephan Vercaemer

Breaking down barriers / Revealing the unknown (ft. Ashtoreth)

Ronald: De openingstrack was de eerste improvisatie die Stratosphere aandurfde. Dankzij de steun van Peter Verwimp lukte dit zo goed dat de fundering voor “Collaborations I” gelegd was. Het is een collage van twee improvisatiesessies die leidde tot deze opener.
Addergebroed: Het moet inderdaad gezegd worden dat de sjamanistische ambient- en droneklanken van klankkunstenaar Peter Verwimp (ook actief bij Emptiness) perfect samengaan met wat we van Stratosphere gewend zijn. De duistere klanken ademen een waas van onheilspellend mysterie uit en meermaals lijkt het alsof die gitzwarte walm tot jou spreekt. De toon is gezet voor een aangename luisterervaring die een tijdspanne van één uur overschrijdt.

Within the unintended (ft. Distant Fires Burning)

Ronald: Met minimale elektronische percussie en een gemoduleerde basgitaar legde Gert De Meester de basis voor deze track. Vermits deze al heel sereen was ontstaan, besliste ik deze flow te volgen om zo de meest relaxte track uit “Collaborations I” verder te vervolledigen.
Addergebroed: Distant Fires Burning was mij tot hiertoe onbekend, maar in zijn werk ga ik me zeker verder verdiepen. De subtiel geplaatste basnoten, aanzwellende gitaarlagen en etherische ambient masseren je gehoor en doen je hartslag dalen zodat je dertien minuten lang in een staat van gelukzalige rust terecht komt. Een luistersessie met koptelefoon is tevens aangeraden om de elektronische percussiedetails te ontdekken. Ik ben dan ook helemaal zen na het absorberen van deze relaxerende klanken waarbij mijn gemoedsrust ondertussen in een hangmat heen en weer ligt te wiegen.

Erratic flow (ft. Aidan Baker)

Ronald: Dit nummer bewijst hoe goed een samensmelting van de trage onderliggende flow van Stratosphere en de melodieloze inbreng van Aidan Baker wel kan werken: relaxerend en verontrustend tegelijk, het is mogelijk.
Addergebroed: Ook buiten onze landsgrenzen vond Ronald Mariën gelijkgestemde zielen. Weinigen houden er zo’n naarstig werktempo op na als de Canadees Aidan Baker die al meer dan honderd releases op zijn teller heeft staan en vooral bekend is van Nadja en collaboraties zoals Fear Falls Burning waarin hij samen met Dirk Serries werkte. “Erratic flow” is een song waarin beide heren hun minimalistische aanpak – de ene via gitaar, de andere via ambient – laten samensmelten tot een abstract eindresultaat waarbij een onderhuidse spanning voelbaar is.

La vallée de la Somme (ft. Georgeson)

Ronald: Groot was de verrassing toen Joris De Bolle een pianotrack aanleverde, wat een perfecte opportuniteit bood om de gekende Stratosphere sound te vervolledigen met piano. Misschien het meest toegankelijke nummer op de plaat.
Addergebroed: Het poppy klinkende en op piano uitgevoerde “La vallée de la Somme” is een korter nummer en zou de perfecte soundtrack voor een melancholische film kunnen zijn. Het optimistische karakter van de song laat voor het eerst de nodige hoopvolle klanken horen na een half uur vertoefd te hebben in een lange, serene en meer abstracte duisternis.

Lesum (ft. N63)

Ronald: Dit nummer is een opname van een “one take” live-improvisatie samen met N. Dit is een primeur want nooit eerder durfde ik deze manier van werken aan.
Addergebroed: “La vallée de la Somme” kan eigenlijk als een perfect bruggetje beschouwd worden naar het twaalf minuten innemende “Lesum” waarbij de initiële positieve vibe steeds meer en meer uitmondt in een maalstroom aan donkere klanken die zich een weg baant doorheen een repetitief gitaarpatroon en dronende geluidsgolven. Een geslaagde live-improvisatie!

Thrive (ft. Misantronics)

Ronald: Dat Serge Timmers met woorden kan toveren was al bekend, maar dat hij dit ook met klanken kan, bewijst “Thrive”, waarin synths en elektronische drums een uitdaging vormden, die graag aanvaard werd.
Addergebroed: Middels “Thrive” neemt de plaat opnieuw een wending, zij het deze keer richting elektronische muziek, hoewel nog steeds vrij abstract van aard waardoor dit nummer niet uit de toon valt en volledig in de meanderende flow past. Een interessante kruisbestuiving.

Core (ft. Dirk Serries)

Ronald: Ik was enorm geëerd om wederom een samenwerking te mogen aangaan met Dirk Serries. Ik legde deze keer de basis neer en enkel Dirk Serries kon deze stevige track zo meesterlijk tot “Core” dopen.
Addergebroed: Ronald en Dirk hebben een lange geschiedenis samen waarbij de eerste o.a. geluidsman van dienst is wanneer Dirk het podium opkruipt met één van zijn vele projecten. Het moge duidelijk zijn dat beide heren elkaar goed aanvoelen want we krijgen een beklijvende symbiose aan dronende en transformerende geluidsmassa’s te verwerken die zich ontplooit tot een zinderende apotheose hoewel sonische erupties uitblijven. Samen met de openingstrack – en ontegensprekelijk de twee meest duistere nummers van het geheel – mijn favoriet van de plaat.

Desolation (tour & drums) ft. Karen Willems

Ronald: “Desolation” verscheen op Stratosphere’s vorig album “Rise”. Dit nummer is één van de favoriete live nummers die al geruime tijd op de setlist staat. Ondertussen kreeg de song door deze live ervaring een nieuwe compositie die aangevuld werd door een live drumloop. Niemand minder dan Karen Willems kon deze loop door live drums en haar eigen stijl opwaarderen.
Addergebroed: De eigenzinnige speelstijl van Karen Willems geeft extra cachet en een tribaal karakter aan deze hypnotiserende Stratosphere track. Een absolute meerwaarde!

Until we meet again ft. Jesse Massant

Ronald: Het genie van Black Narcissus contacteerde Stratosphere al een tijdje geleden, en het was zeer snel duidelijk dat beiden op de golflengte zaten. Zijn basistrack was kort maar zo geniaal dat ik er enkel maar mijn gekende sound als ondersteuning moest bijvoegen.
Addergebroed: Op het debuut “Beyond the whispers of common men” van Black Narcissus werd reeds een samenwerking tussen jong en oud aangegaan met een gelijknamige track. De plaat eindigt hoopvol en in de laatste minuten ervan horen we toch nog verrassend een verhalende stem waardoor “Collaborations I” “slechts” voor 99,99% instrumentaal blijkt te zijn.

Kortom, een erg fijne luisterplaat om bij weg te dromen na een hectische werkdag en tevens perfect instapwerk voor de ambient/drone-leek die keer op keer geslaagde collaboraties kan ontdekken tussen gelijkgestemde zielen. Laat deel II maar komen!

Jokke: 85/100

Stratosphere – Collaborations I (Industry 8 2018)
1. Breaking the barriers / Revealing the unknown (ft. Ashtoreth)
2. Within the unintended ft. (Distant Fires Burning)
3. Erratic flow (ft. Aidan Baker)
4. La vallee de la Somme (ft. Georgeson)
5. Thrive (ft. Misantronics)
6. Lesum (ft. N63)
7. Core (ft. Dirk Serries)
8. Desolation (tour&drums) (ft. Karen Willems)
9. Until we meet again (ft. Jesse Massant (Black Narcissus))

Yhdarl – Loss

Via het interessante I, Voidhanger Records viel mijn oog en oor op het nieuwe album “Loss” van het tot dusver voor mij onbekende Yhdarl. Na nader onderzoek bleek deze band het geesteskind te zijn van onze landgenoot Déhà die ook actief is bij onder andere Clouds, Cult Of Erinyes en Ter Ziele. Met Yhdarl heeft de goede man al meer dan vijfentwintig (!) releases bijeen geschreven; van enige luiheid valt hij dus niet te beschuldigen. “Loss” is de achtste langspeler en telt drie kolossale tracks die elk tussen het kwartier en twintig minuten afklokken en een breed spectrum aan extreme muziekstijlen ten gehore brengen. Furieuze black metal partijen gaan hand in hand met dronende doom waarbij haast elke noot in een depressief, suïcidaal sfeertje baadt. De Franse Larvalis Lethæus schreeuwt alsof ze bij elk woord het laatste restje lucht uit haar longen perst en klinkt héél overtuigend. Ook multi-instrumentalist Déhà brult een woordje mee net zoals Old (Drohtnung), Daniel Neagoe (Eye Of Solitude, Clouds) en Dimholt-leden Todor Krasimirov en Yavor Dimov. Dèhà tekende tenslotte ook voor de productie (die staat als een kathedraal van een huis) in zijn eigen HHProductions. In opener “Ignite – Ashes” horen we invloeden terug van Shining (de zwartgalligheid rond de tien minuten grens) en oude Forgotten Tomb (het melodieuze gitaarwerk), twee onbetwiste pioniers voor de depressievelingen onder ons. “Despise – Pity” begint op doom-tempo maar barst na een tweetal minuten op een fantastische manier uit in een verwoestende zwarte kolkende maalstroom aan negativiteit. Er valt heel wat te beleven in deze kolossale track: beklijvende clean vocalen, plechtstatige doomriffs en heel wat zwartmetalen venijn. In “Sources – Nihill” transformeren loodzware beukende doom-partijen gestaag tot zwartgeblakerde bombast wanneer de snelle melo-black door het toevoegen van keyboards een symfonisch karakter krijgt. Op het hoogtepunt komt het geniale Emperor zelfs even vanachter de hoek piepen en de hoge iele screams doen luttele seconden aan Dani Filth denken. De distorted piano-klanken die we aan het einde van de plaat te horen krijgen, doen dan weer aan het Farsot-nummer “Thematik: Trauer” van “III” denken. Na het beluisteren van “Loss” ziet het er niet goed uit voor de mensheid want het laatste sprankeltje hoop dat nog restte is verschwunden als sneeuw voor de zon.

JOKKE: 84/100

Yhdarl – Loss (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ignite – Ashes
2. Despise – Pity
3. Sources – Nihil