edged circle productions

Taake/Deathcult – Jaertegn

De gemene delers op “Pakt“, de recent verschenen split van Whoredom Rife en Taake, waren de heren V. Einride en Hoest, waarbij die eerste, naast Whoredom Rife mastermind, ook vellenmepper was in de livebezetting van Gorgoroth met Hoest op zang. Taake komt nu opnieuw op de proppen met een split en deze keer is het Hoest die zich in de doorsnede van beide participanten bevindt. In Taake is hij immers zo goed als alleenheerser en bij Deathcult, de tegenpartij op dit hebbedingetje, beroert hij de bassnaren. Beide Noorse bands leveren voor de gelegenheid één eigen nummer aan en één cover (van Taake zijn we dat ondertussen al gewend). “Slagmark“, de eigen Taake compositie, druipt van het ijskoude Noorse riffwerk met lichte folk-inslag en rockende vibes, een sound waarvoor Hoest en zijn Taake al jaar en dag gekend staan. Akoestische gitaren versterken het winterse gevoel aan de vierminutengrens door de temperatuur nog enkele graden verder onder het vriespunt te brengen. Het is een geslaagde langgerekte brug die naar het meer up-tempo einde stuurt. Nog even meegeven dat Djevel’s Ciekals op deze track als sessiegitarist te horen is en ook zijn raspende strot mee in de strijd gooit. “Ravnajuv” is een eigen interpretatie van het Darkthrone-nummer dat op diens “Total death“-plaat uit 1996 prijkt en verwijst naar de Ravenkloof, een 350 meter diep ravijn in de Noorse provincie Telemark. Dit Noorse instituut wordt te pas en te onpas gecoverd en daar deze Taake-versie erg dicht bij het origineel ligt, is de toegevoegde waarde bijna nihil. Maar in elk geval beter dan de meer gewaagde The Sisters Of Mercy-cover op het reeds aangehaalde “Pakt“. Over naar Deathcult dan op kant B van deze 10 inch. Eens de motor gestart is, krijgen we met “Der Würger” opzwepend Noors zwartmetaal dat niet gek ver verwijderd is van het Taake-geluid. Ook hier schemeren folky invloeden doorheen het grimmige dunne gitaargeluid en stilstaan duurt nooit lang bij dit besmeurde trio. Een heerlijke leadpartij en heldere zang, die voor afwisseling zorgt met de gortdroge screams van gitarst Skagg, luiden het meer dan acht minuten durende nummer uit. Puik werk! Als toetje is er dan nog “Black arts” een reprise van het downtempo Beherit-nummer van op diens genreklassieker “Drawing dawn the moon” uit 1993. Naar analogie met deze vunzige Finnen, is de productie van deze cover ook wat vuiler en smeriger dan het eigen nummer. Leuke split voor wie Taake (gerelateerd) spul verzamelt!

JOKKE: 83/100 (Taake: 82/100; Deathcult: 84/100)

Taake/Deathcult – Jaertegn (Edged Circle Productions 2020)
1. Taake – Slagmark
2. Taake – Ravnajuv (Darkthrone cover)
3. Deathcult – Der Würger
4. Deathcult – Black arts (Beherit cover)

Asagraum – Dawn of infinite fire

Het interview dat ik met Asagraum’s Obscura afnam naar aanleiding van het overweldigende debuut “Potestas magicum diaboli” is de tweede meest gelezen post ooit op deze blog. Om maar te zeggen dat er blijkbaar heel veel interesse is in deze band. En dat is volledig terecht, alleen hoop ik dat het niet louter komt door het feit dat Asagraum 100% vrouwelijk is. Naast bandleidster Obscura bestaat Asagraum officieel nog uit drumster Amber de Buijzer (ex-Sisters Of Suffocation) die de drumstokken overnam van Trish Kolsvart die momenteel een erg zware strijd tegen kanker levert. Op de promofoto’s treffen we echter ook nog live-bassiste Mortifero aan, het gaat hier om de Nederlandse kern van de band. Verder vervolledigen de Zweedse gitariste V-Kaos, de Noorse bassiste Makhashanah en de Zwitserse keyboardspeelster Lady Kaos (Borgne) het live-plaatje nog. De sulfur spatte van de eerste single “Abomination’s altar” af en wakkerde de hoge verwachtingen nog verder aan. Deze worden trouwens volledig ingelost. Obscura’s kenmerkende raspende krijsen brengen de blasfemische boodschappen (een titel als “Hate of Satan’s hammer” liegt er niet om) vol vurige overtuiging en ook muzikaal zet “Dawn of infinite fire” de boel drie kwartier lang in vuur en vlam (wat overigens knap wordt weergegeven in het artwork van de hoes). Venijnige messcherpe riffs en pakkende tremolo’s wisselen meer melodieuze passages en Watain-achtige leads (“Guahaihoque” en “Beyond the black vortex“) af waarbij de erg goed hoorbare baslijnen (dank aan Tore Stjerna’s Necromorbus Studio) voor de compacte lijm zorgen. Amber timmert het geheel vakkundig en met precisiewerk aaneen. Ambitieuze songwriting en een dynamische spel van snelheden zorgen voor voldoende variatie hoewel het tempo doorgaans hoog ligt. De old-school Noors/Zweedse formule wordt met een brandende vitaliteit gebracht die we buiten Scandinavië nog maar zelden te horen krijgen dezer dagen (of het moet door een band als Darkened Nocturn Slaughtercult zijn). Ten opzichte van het debuut is het aantal Nederlandstalige nummers nu verdubbeld. Als de tekst van “Dochters van de zwarte vlam” op Obscura en co slaat, hoop ik de dames alvast niet in het donker tegen te komen. In “Waar ik ben, komt de dood” zet mysterieuze heldere zang de toon voor een waardige afsluiter van deze erg geslaagde tweede langspeler. Ik heb één van de 150 gelimiteerde vinylexemplaren op de kop kunnen tikken waar als surprise nog een 7 inch met twee extra nummers bij zit. “Visions from the serpent’s chalice” wijkt met haar duistere ambient sterk af van de rest van de songs, terwijl “Abyssum abyssus invocat” de verleidelijke vertrouwde duivelse tronie van Asagraum laat zien. Ik kan me inbeelden dat de grotere labels al in de rij staan om Asagraum in te lijven.

JOKKE: 88/100

Asagraum – Dawn of infinite fire (Edged Circle productions 2019)
1. They crawl from the broken circle
2. The lightless inferno
3. Abomination’s altar
4. Guahaihoque
5. Dawn of infinite fire
6. Dochters van de zwarte vlam
7. Beyond the black vortex
8. Hate of Satan’s hammer
9. Waar ik ben, komt de dood