Emperor

Digerdöden – Genom dödens svarta törst

Bij het dubbelchecken van mijn eindejaarslijstje voor 2020, bleek dat ik me vergist had over Greve. Diens fantastische debuut “Nordarikets strid” werd begin januari gereviewed, maar de plaat bleek wel degelijk in 2019 wereldkundig gemaakt te zijn. Wacht! Een eindejaarslijst zonder dat er één van de elvendertig bands van de heer Swartadauþuz in prijkt? You must be kidding! En dan kwam daar enkele dagen later plots een herkansing want Digerdöden liet onaangekondigd van zich horen in de vorm van een derde langspeler die de titel “Genom dödens svarta törst” (“Door de zwarte dorst van de dood“) mee kreeg. In een jaar dat geteisterd werd door een wereldwijde pandemie mag natuurlijk geen release ontbreken van een band wiens naam Zweeds is voor de “zwarte dood”. Reeds vanaf de openingstonen van “Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger” hoor je die signature snerpende en ijskoude gitaarsound van onze Zweedse held, maar zijn misantropische blackmetalgeluiden maken ook geregeld plaats voor meer ingetogen, extreem melancholisch klinkende passages en clean gitaargetokkel waarover een doomy DSBM-sausje uitgegoten is. In “Undergångstonernas kotpelare evigt klinga” nemen ze zelfs bijna zes minuten lang de overhand. Dit nummer straalt halfweg de plaat een über depressief aura uit en refereert een beetje aan de landgenoten van Shining, maar kan niet de ganse rit overtuigen. In “Skymf af lifvets bägare… Under gravlyktans dödssken” hoor ik in de doomy stukken knipogen naar de “comeback” plaat van Armagedda, maar je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat zij degene zijn die zich door het enigmatische Ancient Records universum hebben laten beïnvloeden. De epische blackmetalriffs van dit meer dan tien minuten durende epos ademen dan weer “In the nightside eclipse” nostalgie uit, maar keyboards komen er bij Digerdöden niet aan te pas. De basgitaar is echter wel zeer aanwezig en verschaft extra diepte aan de mystiek en authentiek klinkende gitaarriffs. En de getergde vocalen klinken natuurlijk weer op en top schurend en krijsend maar de Zweed schakelt ook regelmatig over op meer verhalende cleane vocalen. Het is niet de eerste keer dat Swartadauþuz zich voor het vellenmeppen door een huurkracht laat instaan en deze keer gaat de eer naar de nobele onbekende Laszlo Juhos die meer in de deathmetal- en metalcorescene actief lijkt te zijn (geweest), maar de taak goed volbrengt. “Genom dödens svarta törst” is niet de beste plaat die Swartadauþuz al uit zijn koker schudde en moet de duimen leggen tegenover het debuut van Greve, waarop een meer majestueus keyboardgedreven blackmetalgeluid te horen was. Ook Digerdöden’s eerste langspeler “Majestätens dunkla håg, i dödens profana ståt” gaat me iets beter af omwille van de snijdende en striemende black die hier nog de overhand had (het tweede ietwat mysterieuze album “Gestalt af smädelsens dolda hord” ken ik niet). Nu klinkt een mindere Swartadauþuz plaat wel nog steeds beter dan een goed album van menig andere band en opener “Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger” of het wat meer traditioneel klinkende “Lifvets förkastade likstank, efvigt följa I lönndom” doen ons zwartgeblakerde hart zeer zeker sneller slaan, maar gaandeweg de rit duiken er naar mijn meug wat te veel suïcidale en depressieve stijlementen op. Dit onderscheidt Digerdöden stilistisch gezien natuurlijk van het gros van de andere Ancient Records bands. Concluderend kan het niet altijd feest en in de eindejaarslijst belanden zijn wat trouwens geen schande is als je al meer dan 60 releases met een vijfentwintigtal bands (en waarschijnlijk nog enkele stuks van geheime projecten) op je muzikale palmares hebt prijken.

JOKKE: 81/100

Digerdöden – Genom dödens svarta törst (New Era Productions 2020)
1. Med eder ruttande lekamen, göd min aldrig sinande hunger
2. Besvärtad af hin-håles smutsvånda
3. Lifvets förkastade likstank, efvigt följa I lönndom
4. Undergångstonernas kotpelare evigt klinga
5. Skymf af lifvets bägare… Under gravlyktans dödssken
6. Bort in I sorgaflödets urådra… Evighetens vilja

Blood Magic – Medieval dark arts

Uit de vier, van verschillende gekleurde en zwaar gexeroxte covers voorziene, demotapes van de meest recente Spiritual Disease batch, heb ik dit Blood Magic geplukt dat met “Medieval dark arts” aan een eerste demo toe is, gelimiteerd tot een karige 50 exemplaren die de kleur geel meekreeg. Dat het duo Charred Remain (zang, gitaar, bas en synths) en Witch Fire (drums) een voorliefde heeft voor middeleeuwse rollenspellen wordt meteen duidelijk uit de nochtans grofkorrelige bandfoto’s: maliënkolders, zwaarden en toortsen, heel de bataclan is aanwezig. De acht nummers die het Amerikaanse tweetal uit zijn hoge hoed tovert, nemen ons een dik half uur mee op een trip doorheen de bergen van Wallachije, een voormalig vorstendom tussen de Zuidelijke Karpaten en de Donau. Het labeltje dat we op Blood Magic kunnen plakken is ongetwijfeld dat van rauwe black metal, maar de productie klinkt bovengemiddeld goed. Geen eendimensionaal geram of hallucinogene repetitiviteit hier, maar dynamisch gecomponeerde nummers met gevarieerd drumwerk en voortreffelijke riffs die een oeroude melodieusheid uitstralen en sporadisch ingezet toetsenwerk dat oorlogsopwekkende klanken produceert die doen herinneren aan de grote veldslagen van weleer. Niet elke track is een volwaardig blackmetalnummer. Zo zijn “Village burns on castle siege” en “War horn blasts in blood moon light” opgetrokken uit zwaar vervormde keyboardklanken en distorted basgitaar waarin de oorlogsdreiging alomtegenwoordig is en de noisey klanken van het afsluitende “Funeral winds across citadel walls” lijken op noodkreten van oorlogsgevangenen die het duo buitgemaakt heeft en in een ondergrondse kerker aan het folteren is. Het prijsbeest op “Medieval dark arts” is ontegensprekelijk het titelnummer dat mid-tempo start en wat weg lijkt te hebben van de aanloop van “Deme quaden thyrane” van Marduk. Plots zet Witch Fire een meer rockende beat in en de gitaren volgen braafjes om even later het tempo nog op te drijven en overstag te gaan naar uptempo gerag. Heel het nummer lang wordt er heen en weer geschakeld tussen verschillende versnellingen en eindigen doet Blood Magic met een melodieuze finale. De heldere zang en op het randje van valse solo in “Secret paths to sorcery” weten dan weer een pak minder te beklijven. De korrel waarmee Charred Remain macabere toverspreuken over zijn vijanden uitstort, lijkt heel hard op Ihsahn’s screams ten tijde van “Wrath of the tyrant” en eigenlijk doet ook het gitaargeluid van een nummer als “Vampyric treaty on burning ash” sterk aan de Emperor demo denken, maar dan met minder prominent aanwezige toetsen. Ook stokoud Pools blackmetalspul kan als referentie dienen. Veelbelovende demo!

JOKKE: 82/100

Blood Magic – Medieval dark arts (Spiritual Disease 2020)
1. Necromantic psychick attak
2. Spell cast on combatant camp
3. Medieval dark arts
4. Village burns on castle siege
5. Vampyric treaty on burning ash
6. War horn blasts in blood moon light
7. Secret paths to sorcery
8. Funeral winds across citadel walls

The Kryptik – Behold fortress inferno

Beetje vreemd dat The Kryptik zijn nieuwe release “Behold fortress inferno” als een EP bestempelt als je weet dat die met een speelduur van bijna veertig minuten zelfs een tikkeltje langer duurt dan de twee langspelers die de Brazilianen reeds op hun conto hebben (“Through infinity of darkness” uit 2017 en “When the shadows rise” uit 2019). Misschien komt het doordat ze een Mayhemcover hebben moeten toevoegen om aan de speelduur te komen? Daarover later meer. De heren Sinner en Tormentor zijn duidelijk ergens halfweg de jaren negentig in hun muzikale ontwikkeling blijven steken, want The Kryptik eert symfonische blackmetalgrootheden als Emperor, Obtained Enslavement, Abigor en Limbonic Art, maar zal ook liefhebbers van recentere bands als Evilfeast of Vargrav kunnen bekoren. Bij de combinatie “symfonisch” en “Braziliaans” zal u in eerste instantie misschien de wenkbrauwen fronsen, daar we normaliter meer bestiale klanken gewend zijn die uit het Latijns-Amerikaanse land op ons afkomen, maar wie het vorige werk van The Kryptik kent, weet dat het duo best wel kaas heeft gegeten van het componeren van aanstekelijke symfonische blackmetalsongs. Vanaf de begintonen van “Behold fortres inferno” wordt een middeleeuwse citadel aan neo-klassieke symfonische black opgetrokken. De toetsen tieren welig, maar de fundering van snijdende tremolo’s, stuwende drums en ijselijke screams zit stevig in de ondergrond verankerd. “The plagues of the abyss” wordt middels klokkengeluid, mysterieuze samples en het gehuil van wolven ingeleid, waarna hemelse keyboards voortdurend aanzwellen tussen de nocturnale black metal die naar het einde toe wat in snelheid afneemt. Na de twee eerste songs, die beide op meer dan acht minuten afklokken, is het tijd om even adem te happen tijdens het somber klinkende intermezzo “…Of darkness“. Het geeft de tijd om de zwaarden opnieuw te slijpen en aangesterkt door klanken van strijdgewoel begeven we ons terug het slagveld op tussen de marcherende zwarte legioenen. Mavorim zanger Baptist komt de krijgers mee ophitsen en op dit nummer bereikt The Kryptik met veel gratie en grootsheid haar apotheose. De clandestiene mysteries van hun sound geven langzaam hun geheimen prijs wanneer je de kosmische sleutel op de juiste manier weet te gebruiken om de bombastische kryptokronkels te ontcijferen. Terwijl de strijd vervaagt, explodeert ook “Paths from eternity” de kosmos in. De heldere zang die hier opduikt is wel niet om over naar huis te schrijven en vormt een kleine smet op het voor de rest glanzende blazoen. Deze uitstekende EP bevat als toetje nog een getrouwe maar uit mistige synths opgetrokken cover van de Mayhem klassieker “Funeral fog” met een zangbijdrage van Utu’s Necromaniac wiens scream ik minder overtuigend vind, maar Attila’s timbre wel meer benadert dan die van Sinner. The past is alive!

JOKKE: 81/00

The Kryptik – Behold fortress inferno (Purity Through Fire 2020)
1. Behold fortress inferno
2. The plagues of the abyss
3. …Of darkness
4. Black legions march
5. Paths from eternity
6. Funeral fog (Mayhem cover)

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Troll – Tilbake til Trollberg

De trollen onder aanvoering van Nagash zijn terug! De van een exotisch kapsel en bijzonder gave corpsepaint voorziene Noor zullen de meesten kennen van zijn tijd bij Dimmu Borgir of Covenant/The Kovenant, maar het meeste indruk maakte hij wat ons betreft met Troll, de band die hij op veertienjarige leeftijd uit de Noorse grond stampte. De eerste twee releases zijn een absolute must have voor fans van Noorse melodieuze en symfonische blackmetal. We spreken dan over de recent heruitgegeven “Trollstorm over Nidingjuv” EP en de eerste volwaardige langspeler “Drep de kristne” uit 1996. Vanaf het nieuwe millennium verschenen nog drie platen (“The last predators” uit 2000, “Universal” uit 2001 en de come-back “Neo satanic supremacy” uit 2010) die ons door hun generische sound en dito productie echter een stuk minder konden boeien. Na tien jaar radiostilte is er nu plots een nieuwe EP die zelfs een heuse nieuwe langspeler zou voorafgaan. Troll anno 2020 bestaat uit bandaanvoerder Nagash (zang, gitaar), Tlaloc (gitaar), Sturt (basgitaar) en Telal (drums). Wie de bombastische synths uit zijn hoge hoed tovert, weet ik eugenlijk niet. Op deze vier tracks tellende EP staan drie eigen composities aangevuld met een geslaagde cover van het keizerlijke “Towards the pantheon“. Opener “The beast” is een opzwepende, met tal van symfonische elementen voorziene rampestamper met sireneachtige loktoetsen die hun uitwerking niet missen, maar opnieuw werd duidelijk voor een moderne sound gekozen die weinig atmosfeer uitstraalt. Het daaropvolgende hoempapa-achtige “Tilbake til Trollberg” is met zijn dansbare ritme en meezingrefreintjes altijd al een love it or hate it-song geweest. Bij mij hangt het écht van de stemming af, maar voor de meesten is dit wellicht dé hit van Troll. Het nummer prijkte reeds in 2014 op een split met Aeon Winds en de originele versie is op het debuut terug te vinden. Na de Emperor-ode volgt nog een herwerkte versie van het oudje “Når natten endelig er her” – voor mij persoonlijk één van hun beste songs – dat de allereerste EP in gang trapte. Deze keer werd voor een volledige instrumentale en klassiek symfonische aanpak gegaan, die haast even geslaagd klinkt als Emperor’s “Opus a Satana“. Al bij al een leuke EP die toch de interesse naar die nieuwe plaat opwekt. Hopelijk kiezen de trollen wel niet voor een te steriele sound.

JOKKE: 80/100

Troll – Tilbake til Trollberg (Polypus Records 2020)
1. The beast
2. Tilbake til Trollberg
3. Towards the pantheon (Emperor cover)
4. Når natten endelig er her

Despondent Moon – The infernal shadows of winter

Derde langspeler op een half jaar tijd alweer van Despondent Moon, het geesteskind van de Brit Deorc Weg. Als je dan weet dat hij met zijn ander, naar zichzelf vernoemde, dungeon synth soloproject sinds januari 2017 al een twintigtal (digitale & tape) releases heeft uitgebracht, weet je dat zijn inspiratievat bodemloos lijkt. Despondent Moon situeert zich in de symfonische, maar rauwe black metal hoek, maar meet zich een kosmisch karakter aan waar tevens ook ruimte is voor ambient en dungeon synth. Een geluid dat over-en-weer flitst tussen de diepste ondergrondse krochten en het oneindige heelal dus. De drumcomputer raast onverstoord als een bezetene en vormt de hogesnelheidspuls voor de volcontinu pakkende melodieuze leads die de solomuzikant uit zijn gitaar schudt. De salpeter screams en hoge shrieks echoën door tijd en ruimte en geven – ondanks een gebrek aan variatie – een ijselijke dimensie aan zijn black metal. In tegenstelling tot kosmische genre-astronauten als Borgne, Arkhtinn of Darkspace worden de nummers – op de zeven minuten durende afsluiter “The veil of the wintermoon” na – vrij bondig gehouden, maar door het ijzingwekkend hoge tempo gebeurt er bijna zoveel als wat er in een lichtjaar bij een funeral doom band plaats vindt. Het breekpunt tussen het sinistere pianospel in “Shrouded movement by night” en de rauwe monsterriff die de afsluiter vervolgens in gang trapt, bezorgt me keer op keer kippenvel. Vergeleken met de voorgangers “A spectral descent” en “Invoking the freezing mist” heeft “The infernal shadows of winter” productioneel gezien aan kosmische kracht toegenomen. Het symfonische element van Despondent Moon zal fans van oude Emperor ongetwijfeld kunnen bekoren en de snerpende doordreunende gitaarthema’s refereren aan een Nightbringer. In de beklijvende titeltrack valt alles mooi samen. Heerlijk spul!

JOKKE: 82/100

Despondent Moon – The infernal shadows of winter (His Wounds 2020)
1. Majestic chants of the spectral forest
2. Frost beneath the vast light
3. The crystal dagger in the mighty woods
4. Of the black cosmos (pt II)
5. The infernal shadows of winter
6. Ancient coffins amongst the trees
7. Shrouded movement by night
8. The veil of the wintermoon

Malus Votum – Tradition

Tot twee maal toe had ik een déjà entendu tijdens het beluisteren van Malus Votum’s debuutplaat, die pas een decennium na diens oprichting verschijnt. De eerste keer was in “Prince f the culling tide” waar de geest van Burzum subtiel in rondwaart en de tweede keer was tijdens de openingsriff van het afsluitende “Wolf age” die wel héél ontegensprekelijk hard op Emperor’s “Into the infinity of thoughts” lijkt. Nu ja, het labelpraatje gaf de link naar de keizers van het genre al aan met de zin: “Malus Votum offer you the keys to their cosmic creations and times – will you unlock this Tradition?” En daar dit debuutschijfje “Tradition” werd gedoopt is ook een link met Varg’s Burzum niet zo verwonderlijk. Daar deze 34 minuten durende plaat ons eigenlijk best aangenaam verraste, willen we deze twee ietwat copycat momenten gerust met de mantel der liefde bedekken. Het duo achter Malum Votum weet immers heel goed waar het mee bezig is (drummer/bassist/zanger Grond Nefarious en gitarist/zanger Goatlord deden o.a. reeds ervaring op bij Panzergod) en hun traditionele atmosferische black met subtiel toetsenwerk gaat er dan ook in als zoete koek. De meeste USBM die ons deze dagen bereikt, kan in drie categorieën opgedeeld worden: de post-whatever fancy zithoek, de rauwe kelderhoek en de bestiale vergeethoek. Malus Votum leunt het dichtste bij de rauwe scene aan, vooral op vocaal gebied dan, maar de productie overstijgt wel die van lo-fi keldergeluiden en we horen ook geen crappy drumcomputers ratelen. De gitaarsound is vrij warm, hoewel de neergezette atmosfeer wel degelijk als grimmig kan beschreven worden, en bevat een gelaagde melodieusheid waarin heel wat plaats is voor duisternis en drama. Naast de erg pakkende afsluiter springt ook het meer dan tien minuten durende reeds aangehaalde “Prince of the culling tide” er wat mij betreft extra bovenuit. Dit nummer begint met mysterieuze religieuze zang en andere vreemde achtergrondgeluiden zoals koebelpercussie. Eens de versterkers opengaan, volgt in het mid-tempo deel het Burzum visitemomentje maar nadien gaat het tempo de hoogte in. Halfweg volgt een lekkere break die het venijn nog wat aanzwengelt en naar het einde toe krijgen we, nadat het tempo terug de dieperik ingaat, nog een pakkende slepende leadgitaar in onze schoot geworpen. Het tweede golf black metal classicisme druipt van Malus Votum’s debuut af, maar daar we nog steeds enorm opgewonden worden over deze ver vervlogen tijden, zijn we uitermate in onze nopjes met “Tradition“. Beide heren maken op hun bandfoto een handgebaar, waarbij de ene zegt dat ik kan oprotten en de andere zich negatief uitlaat. Ik zou die duim wat mij betreft echter toch maar in de hoogte steken hoor.

JOKKE: 83/100

Malus Votum – Tradition (Lunar Apparitions 2020)
1. The feast on the mountain
2. Prince of the culling tide
3. Ritual of cessation of forms
4. Wolf age

Valdrin – Effigy of nightmares

Effigy of nightmares” is de derde langspeler op rij voor het Amerikaanse Valdrin, een band die al een decennium lang aan de weg timmert en ervoor een kleine drie jaar actief was onder de noemer Dawn Of Wolves. Beide namen zeggen me niets, maar Blood Harvest is blijkbaar al voor de tweede keer overtuigd om hun plaatwerk op de oververzadigde markt te brengen. Inhoudelijk borduurt “Effigy of nightmares” verder op een soort horrorverhaal dat gestart werd op voorganger “Two carrion talismans“. We volgen Nex Animus, de antagonist van de zelf gecreëerde hoofdrolspeler Ausadjur Mythos uit de Orcus onderwereld, die door het nachtmerrieziekenhuis Hosptium Mortis waart, maar wat me verder geen moer interesseert. Het label beveelt deze plaat aan aan liefhebbers van Zweedse black à la Vinterland, Dawn en Sacramentum, maar wij horen vooral het Noorse Ancient ten tijde van “The Cainian chronicle” terug, te meer daar Valdrin toch wel wat gebruik maakt van toetsen en deze minder van belang zijn in de sound van de drie Zweedse referenties. De deuren van het horrorziekenhuis worden middels aanzwellende symfonische horrorklanken inclusief piano, strijkers en een fluisterstem geopend, om pas een goed half uur later terug te sluiten. Wanneer de inluidende klanken erop zitten, verwacht je een uitbarsting, maar “Exsanguination tunnels” start vreemd genoeg opnieuw met een korte intro. Zodra de zwartmetalen klanken prevaleren, hoor ik dus vooral een Ancient doorschemeren zowel qua productie, het toetsenwerk en de ietwat droge screams. Maar qua gitaarmelodieën geef ik toe dat een Zweedse insteek inderdaad niet ontkend worden. Diepe heldere narratieve vocalen beklemtonen des te meer dat er hier een verhaal verteld wordt. Valdrin maakt gretig gebruik van contrasten tussen verschroeiende agressie en atmosferische rust en betoverende melodieën versus brute kracht, maar (zoals bij veel symfonische bands) bevatten de toetsen voor mij persoonlijk soms een te hoog fantasy gehalte. Een nummer als “Red burning candles of hatred” focust gelukkig ook veel op gitaarriffs en daar horen we wel een blauwdruk van het latere Emperor of een Diabolical Masquerade in doorschemeren. In “Serpentine bloodhalls” wordt het roer omgegooid en zorgen betoverende orkestratie, griezelige synths, humeurige akoestische arpeggio’s en een onheilspellende proclamerende stem voor een mijmerend gevoel dat als stilte voor de storm dient die in “Basilisk of light“, een vrij heftig nummer inclusief gitaarsolo, terug uit de speakers knalt. “Down the oubliette Of maelstrom” is met acht en een halve minuut speeltijd de langste compositie van “Effigy of nightmares” en gebruikt die speelduur ook om een dynamisch horrorverhaal neer te zetten waarbij toetsen en gitaarriffs voortdurend met mekaar in de clinch gaan. Voilà, voldoende name dropping in deze review, dus als deze bands je aanspreken of je black metal met een zekere theatrale extravaganza wel smaakt, moet je “Effigy of nightmares” maar eens een luisterbeurt gunnen.

JOKKE: 79/100

Valdrin – Effigy of nightmares (Blood Harvest 2020)
1. Gates of hospice
2. Exsanguination tunnels
3. Red burning candles of hatred
4. Serpentine bloodhalls
5. Basilisk of light
6. Down the oubliette of maelstrom

Serment – Chante, Ô flamme de la liberté

Métal Noir Québécois gaat er bij mij als zoete koek in. Platen van Forteresse, Monarque of Sorcier des Glaces maken ten huize Jokkemans dan ook regelmatig kennis met de naald van de platenspeler. De heer Moribond, gekend van Forteresse en Ephemer, heeft met Serment een nieuw soloproject uit de bevroren Canadese ondergrond gestampt. “Chante, Ô flamme de la liberté” is het eerste teken van leven – de twee instrumentale songs tellende tape die in 2019 via Tour de Garde verscheen even niet meegeteld – en laat na de nietszeggende overbodige ouverture horen dat Serment een kwaliteitsvolle toevoeging voor de Canadese scene betekent. Moribund kan zijn voorliefde voor epiek en grootsheid moeilijk onder stoelen of banken steken, en hoewel ook de parallellen met Forteresse duidelijk hoorbaar zijn, klinkt Serment toch net wat rauwer, maar tegelijkertijd ook symphonischer, want de majestueuze toetsenpartijen draaien hier overuren. Ze nemen de leidende rol over van de gitaarriffs waarbij het voortdurend lijkt alsof een resem engelen uit de hemel komt neergedaald om zich op een extatische wijze te moeien met de gure en grimmige ondertoon aan riffs. En dit terwijl we eigenlijk met een conceptalbum te maken hebben dat de legende vertelt van een pact met de Duivel en de zoektocht naar een verloren erfgoed. De screams klinken verbeten en gaan in “Par-delà collines et rivières” de dialoog met de Duivel aan, de riffs schuren lekker weg, de computergestuurde (?) drums doen niet veel meer dan middels basispatronen het tempo bepalen en de goddelijke keyboards brengen je voortdurend in vervoering met een bijna cathartische ervaring et mhet (o)orgastische “Flamme hivernale” als hoogtepunt. Maar eigenlijk moeten de drie andere volwaardige songs met telkens een gemiddelde speelduur van zo’n acht minuten amper onderdoen voor deze monumentale en cinematografische kraker. Iets over halfweg in “Avant que ne meure la gloire” is een Emperor nooit veraf; het gebeurt wel meer binnen symfonische black dat we echo’s van deze grootheid terughoren. In het uitluidende “Hymne pour la patrie” hebben de dominante toetsen nu écht het alleen bestaansrecht en wordt er een symfonisch einde vol berusting aan dit knappe debuut gebreid totdat de gure wind het overneemt. “Chante, Ô flamme de la liberté” luistert weg als een duistere en epische reis door het hart van de besneeuwde bossen van Quebec die onder een eeuwenoud sneeuwdek begraven liggen. Dikke vette aanrader!

JOKKE: 88/100

Serment – Chante, Ô flamme de la liberté (Sepulchral Productions 2020)
1. Ouverture
2. Sonne, le glas funèbre
3. Par-delà collines et rivières
4. Flamme hivernale
5. Avant que ne meure la gloire
6. Hymne pour la patrie