emptiness

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Stratosphere – Collaborations I

Voor de tweede keer in de geschiedenis van Addergebroed presenteren we een “re-inter-view”. De eerste maal viel de eer te beurt aan Saille, nu verkiezen we deze mengelvorm van een review en een interview voor de meest recente plaat van Stratosphere. In de reviews van de vorige Stratosphere albums Rise en “Aftermath” werd het woord einzelgänger nog in de mond genomen; voor zijn nieuwe plaat “Collaborations I” deed mastermind Ronald Mariën beroep op bevriende muzikanten uit het drone, ambient en post-rock wereldje. Bij elke song geeft Ronald meer inzicht in de totstandkoming ervan terwijl wij onze gevoelens onder woorden brengen wanneer we ons laten onderdompelen in de verschillende nummers (JOKKE).

Stratosphere Collaborations
(c) Stephan Vercaemer

Breaking down barriers / Revealing the unknown (ft. Ashtoreth)

Ronald: De openingstrack was de eerste improvisatie die Stratosphere aandurfde. Dankzij de steun van Peter Verwimp lukte dit zo goed dat de fundering voor “Collaborations I” gelegd was. Het is een collage van twee improvisatiesessies die leidde tot deze opener.
Addergebroed: Het moet inderdaad gezegd worden dat de sjamanistische ambient- en droneklanken van klankkunstenaar Peter Verwimp (ook actief bij Emptiness) perfect samengaan met wat we van Stratosphere gewend zijn. De duistere klanken ademen een waas van onheilspellend mysterie uit en meermaals lijkt het alsof die gitzwarte walm tot jou spreekt. De toon is gezet voor een aangename luisterervaring die een tijdspanne van één uur overschrijdt.

Within the unintended (ft. Distant Fires Burning)

Ronald: Met minimale elektronische percussie en een gemoduleerde basgitaar legde Gert De Meester de basis voor deze track. Vermits deze al heel sereen was ontstaan, besliste ik deze flow te volgen om zo de meest relaxte track uit “Collaborations I” verder te vervolledigen.
Addergebroed: Distant Fires Burning was mij tot hiertoe onbekend, maar in zijn werk ga ik me zeker verder verdiepen. De subtiel geplaatste basnoten, aanzwellende gitaarlagen en etherische ambient masseren je gehoor en doen je hartslag dalen zodat je dertien minuten lang in een staat van gelukzalige rust terecht komt. Een luistersessie met koptelefoon is tevens aangeraden om de elektronische percussiedetails te ontdekken. Ik ben dan ook helemaal zen na het absorberen van deze relaxerende klanken waarbij mijn gemoedsrust ondertussen in een hangmat heen en weer ligt te wiegen.

Erratic flow (ft. Aidan Baker)

Ronald: Dit nummer bewijst hoe goed een samensmelting van de trage onderliggende flow van Stratosphere en de melodieloze inbreng van Aidan Baker wel kan werken: relaxerend en verontrustend tegelijk, het is mogelijk.
Addergebroed: Ook buiten onze landsgrenzen vond Ronald Mariën gelijkgestemde zielen. Weinigen houden er zo’n naarstig werktempo op na als de Canadees Aidan Baker die al meer dan honderd releases op zijn teller heeft staan en vooral bekend is van Nadja en collaboraties zoals Fear Falls Burning waarin hij samen met Dirk Serries werkte. “Erratic flow” is een song waarin beide heren hun minimalistische aanpak – de ene via gitaar, de andere via ambient – laten samensmelten tot een abstract eindresultaat waarbij een onderhuidse spanning voelbaar is.

La vallée de la Somme (ft. Georgeson)

Ronald: Groot was de verrassing toen Joris De Bolle een pianotrack aanleverde, wat een perfecte opportuniteit bood om de gekende Stratosphere sound te vervolledigen met piano. Misschien het meest toegankelijke nummer op de plaat.
Addergebroed: Het poppy klinkende en op piano uitgevoerde “La vallée de la Somme” is een korter nummer en zou de perfecte soundtrack voor een melancholische film kunnen zijn. Het optimistische karakter van de song laat voor het eerst de nodige hoopvolle klanken horen na een half uur vertoefd te hebben in een lange, serene en meer abstracte duisternis.

Lesum (ft. N63)

Ronald: Dit nummer is een opname van een “one take” live-improvisatie samen met N. Dit is een primeur want nooit eerder durfde ik deze manier van werken aan.
Addergebroed: “La vallée de la Somme” kan eigenlijk als een perfect bruggetje beschouwd worden naar het twaalf minuten innemende “Lesum” waarbij de initiële positieve vibe steeds meer en meer uitmondt in een maalstroom aan donkere klanken die zich een weg baant doorheen een repetitief gitaarpatroon en dronende geluidsgolven. Een geslaagde live-improvisatie!

Thrive (ft. Misantronics)

Ronald: Dat Serge Timmers met woorden kan toveren was al bekend, maar dat hij dit ook met klanken kan, bewijst “Thrive”, waarin synths en elektronische drums een uitdaging vormden, die graag aanvaard werd.
Addergebroed: Middels “Thrive” neemt de plaat opnieuw een wending, zij het deze keer richting elektronische muziek, hoewel nog steeds vrij abstract van aard waardoor dit nummer niet uit de toon valt en volledig in de meanderende flow past. Een interessante kruisbestuiving.

Core (ft. Dirk Serries)

Ronald: Ik was enorm geëerd om wederom een samenwerking te mogen aangaan met Dirk Serries. Ik legde deze keer de basis neer en enkel Dirk Serries kon deze stevige track zo meesterlijk tot “Core” dopen.
Addergebroed: Ronald en Dirk hebben een lange geschiedenis samen waarbij de eerste o.a. geluidsman van dienst is wanneer Dirk het podium opkruipt met één van zijn vele projecten. Het moge duidelijk zijn dat beide heren elkaar goed aanvoelen want we krijgen een beklijvende symbiose aan dronende en transformerende geluidsmassa’s te verwerken die zich ontplooit tot een zinderende apotheose hoewel sonische erupties uitblijven. Samen met de openingstrack – en ontegensprekelijk de twee meest duistere nummers van het geheel – mijn favoriet van de plaat.

Desolation (tour & drums) ft. Karen Willems

Ronald: “Desolation” verscheen op Stratosphere’s vorig album “Rise”. Dit nummer is één van de favoriete live nummers die al geruime tijd op de setlist staat. Ondertussen kreeg de song door deze live ervaring een nieuwe compositie die aangevuld werd door een live drumloop. Niemand minder dan Karen Willems kon deze loop door live drums en haar eigen stijl opwaarderen.
Addergebroed: De eigenzinnige speelstijl van Karen Willems geeft extra cachet en een tribaal karakter aan deze hypnotiserende Stratosphere track. Een absolute meerwaarde!

Until we meet again ft. Jesse Massant

Ronald: Het genie van Black Narcissus contacteerde Stratosphere al een tijdje geleden, en het was zeer snel duidelijk dat beiden op de golflengte zaten. Zijn basistrack was kort maar zo geniaal dat ik er enkel maar mijn gekende sound als ondersteuning moest bijvoegen.
Addergebroed: Op het debuut “Beyond the whispers of common men” van Black Narcissus werd reeds een samenwerking tussen jong en oud aangegaan met een gelijknamige track. De plaat eindigt hoopvol en in de laatste minuten ervan horen we toch nog verrassend een verhalende stem waardoor “Collaborations I” “slechts” voor 99,99% instrumentaal blijkt te zijn.

Kortom, een erg fijne luisterplaat om bij weg te dromen na een hectische werkdag en tevens perfect instapwerk voor de ambient/drone-leek die keer op keer geslaagde collaboraties kan ontdekken tussen gelijkgestemde zielen. Laat deel II maar komen!

Jokke: 85/100

Stratosphere – Collaborations I (Industry 8 2018)
1. Breaking the barriers / Revealing the unknown (ft. Ashtoreth)
2. Within the unintended ft. (Distant Fires Burning)
3. Erratic flow (ft. Aidan Baker)
4. La vallee de la Somme (ft. Georgeson)
5. Thrive (ft. Misantronics)
6. Lesum (ft. N63)
7. Core (ft. Dirk Serries)
8. Desolation (tour&drums) (ft. Karen Willems)
9. Until we meet again (ft. Jesse Massant (Black Narcissus))

Emptiness – Not for music

Emptiness, die mannen gaan al een eeuwigheid mee. En het was blijkbaar ook al een eeuwigheid geleden (sorry) dat ik ons Brussels geweld had gehoord. De eigenzinnige death metal ten tijde van “Oblivion” is alles behalve representatief voor wat Emptiness heden ten dage brengt. Het kantje eraf is meer dan ooit vertegenwoordigd en extreme metal wordt quasi achterwege gelaten. “Not for music” is langspeler nummer 5 en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat Emptiness de verzadigde scène nieuw leven kan inblazen. Beangstigend en onheilspellend zijn de kernwoorden die als een rode draad doorheen de plaat lopen. Vreemde gitaarpartijen domineren een synth ondersteund donker sfeertje, als ware de perfecte soundtrack voor een creepy griezelfilm. Een beetje zoals ook Terra Tenebrosa dat kan. Het metalelement verdwijnt soms volledig. “Your skin won’t hide you” en “Ever” klinken erg soft en laatste neigt zelfs naar eighties pop. And I fucking love it! Het geheel wordt aan mekaar gezongen, eerder gefluisterd, door Jeremies sfeervolle (ja, hoe noem je dat) fluistergrunts. Enerzijds geeft dit alles een originele touch, maar anderzijds mist het variatie. “Not for music” is een erg duister en innovatief album. Eentje waarnaar je echt kunt luisteren. Maar hem oneindig keren per dag laten draaien, lukt me niet, daarvoor ligt hij te zwaar op de maag. Seaons of Mist heeft dit alles ook gemerkt en Emptiness onderdak geboden. Sterk bezig!

Flp: 83/100

Emptiness – Not for music (Season of mist 2017)
1. Meat heart
2. It might be
3. Circle girl
4. Your skin won’t hide you
5. Digging the sky
6. Ever
7. Let it fall

Creeping – Revenant

Als een doorwinterde boer, ploeg ik op tijd en stond doorheen de ondergrond van mijn patattenveld en stoot ik daarbij, zoals mijn collega’s uit de westhoek, regelmatig op explosief materiaal, zoals nu het geval is met Creeping. De band uit Nieuw-Zeeland was een voor mij tot nog toe nobele onbekende, maar blijkt eerder reeds een EP, een split met Glorior Belli en twee full albums uitgebracht te hebben. “Revenant”, langspeler nummer drie betreft dus de eerste kennismaking met dit trio. Middels vijf songs krijgen we een half uur lang, smerige en beklemmende doomy black metal met occulte death metal inslag in onze maag gespietst, een variant van de zwartgeblakerde plaag die je helaas pindakaas niet zo vaak tegen komt. Hoewel het gaspedaal wel al eens ingedrukt wordt (“Scythes over my grave”) heeft deze band geen intentie om geflitst te worden aan adembenemende snelheden. “Cold soil” neigt zo zelfs naar vuile sludge. Het ietwat simplistische, maar hypnotiserende en effectieve riffwerk van “Drear” creëert een gevoel van onbehagen dat nog meer versterkt wordt door de in reverb gedompelde black/death grunts. Bands als (een trage) Malthusian, Primitive Man, Forn of Emptiness komen aardig in de buurt van deze obscure kiwi grafdelvers. Leuk plaatje en een aangename kennismaking!

JOKKE: 79/100

Creeping – Revenant (Daemon Worship Productions/Iron Bonehead Productions 2015)

1. Death knell offering
2. Scythes over my grave
3. Cold soil
4. Drear
5. Revenant