engeland

Hecate Enthroned – Embrace of the godless aeon

In de jaren negentig was er een vuile wieg die nogal wat bands inspireerde. Weinig onder hen gingen echter zó overduidelijk de mosterd schrapen van Cradle of Filth-platen als de Britse landgenoten Hecate Enthroned. Ondanks de soms treffende gelijkenissen, slaagde de band erin een eigen geluid uit te dragen dat sneller en rauwer was dan dat van menig andere symfonische black metal-tijdgenoten. In hoeverre dat aan het productiebudget lag, laat ik hier even in het midden. De eerste drie albums werden destijds goed onthaald, maar daarna ging het naar mijn mening een beetje mis voor de heren. Een andere zanger en weinig geslaagde death metal-invloeden vervreemden Hecate Enthroned een beetje van hun fanbasis en na het vierde “Kings of chaos” bleef het dan ook enkele jaren stil. Die stilte hadden ze beter niet doorbroken, want full-length opvolger “Redimus” was weinig meer dan een erg slappe doodsmetalen hap. Een heuse negen jaren later kwam het degelijke “Virulent rapture“. Een album dat sterk deed denken aan de eerste releases, maar waarna het toch weer een hele poos duurde vooraleer Hecate haar troon opnieuw besteeg met “Embrace of the godless aeon“. Het is een stevige plaat geworden waarin de band voor het eerst in bijna twintig jaar laat zien dat ze de verschillende metalen wel degelijk kan combineren tot een leuke legering. Het gitaargeluid klinkt lekker rauw, de drums zijn krachtig en de keys zijn een melodieuze meerwaarde. De screams van nieuwe zanger Joe Stamps passen mooi bij de muziek en de compacte productie. In de overwegend snelle tracks is alles dan wel niet immer even goed hoorbaar, de nummers komen tot hun recht dankzij de eenheid tussen geluid en compositie. Persoonlijk ben ik iets minder gewonnen voor de grunts en de tragere passages, zoals bijvoorbeeld in “Enthrallment“, die naar mijn gevoel niet evenwichtig zijn uitgewerkt. Hoe dan ook vind ik het hun beste plaat in lange tijd en hoop ik dat ze op dit elan kunnen verder gaan. Liefhebbers van meer dan een schaamstreek streepje synth in hun black metal, moeten dit zeker een kans geven.

Xavier: 83/100

Hecate Enthroned – Embrace of the godless aeon (M-Theory Audio 2019)
1. Ascension
2. Revelations in autumn flame
3. Temples that breathe
4. Goddess of dark misfits
5. Whispers of the mountain ossuary
6. Enthrallment
7. Silent conversations with distant stars
8. Erebus and terror

Abduction – All pain as penance

One-man black metal bands, er lopen er veel rond en hoewel er nog steeds veel gruizige slaapkamerprojectjes tussen zitten, is de gemiddelde kwaliteit er de voorbije jaren met rasse schreden op vooruit gegaan. Het Engelse Abduction is er zo één die de vooroordelen over éénmansprojecten de vuilbak in kiepert. Wie naar het nieuwe derde album “All pain as penance” luistert, zou ook niet meteen de bedenking maken dat al wat je hoort uit één en dezelfde koker komt. A|V is de man met het plan maar heeft zich voor deze release vakkundig laten bijstaan door EG als sessiedrummer, een geniale zet want deze vellenmepper tilt de muziek van Abduction naar een hoger niveau. “All pain as penance” is gezegend met een moddervette productie van de hand van de mij onbekende Ian Boult (Stuck on a Name Studios). Zowel de zang – die dieper klinkt dan de erg vervormde vocalen op het vorig jaar verschenen “A crown of curses” – als het militaristisch getinte drumwerk van opener “Infinite ancient hexes” roepen bands als Antaeus en Aosoth voor de geest en in de meer melodieuze passages horen we ook het occult sfeertje, dat bijvoorbeeld een Behexen weet te creëren, doorschemeren. De melodieën zijn erg gelaagd waarbij angstaanjagende riffs gecombineerd worden met ondersteunende atmosferische keyboards terwijl de drums er meestal genadeloos hard op los hameren. In “Ultra terrestrial” roepen de toetsen – u had het al geraden – een bevreemdend buitenaards sfeertje op. “Convulsing at baalbek” is aanvankelijk doordrongen van de snedige tremolo-riffs totdat de gitaren voorbij halfweg een eerder neerslachtig en desolaat Primordial-achtig gevoel neerzetten. Vrij onverwacht dat Abduction ook dit in haar mars heeft. “Embattled” vervult met haar duistere electronica, ambient/noise en creepy zang de perfecte rol van naargeestig rustpunt alvorens “Prayer of electrocution” haar forsbollen mid-tempowijs laat rollen over een aanstekelijk opzwepende riff. “Seven apparitions of suffering” doet het tempo nog verder zakken en laat warempel een sprankeltje hoop horen. Het contrast kan haast niet groter zijn met het hakkend blastfestijn van de venijnige afsluiter “The funeral of cosmic mastery” hoewel A|V naar het einde toe toch ook weer zijn meer atmosferische kant laat zien. Op “All pain as penance” heeft Abduction het bestiale geweld van debuut “To further dreams of failure” weten combineren met het desolate en buitenaardse gevoel van opvolger “A crown of curses“. Een erg sterke plaat die bewijst dat agressie en gevoel absoluut hand in hand kunnen gaan!

JOKKE: 85/100

Abduction – All pain as penance (Inferna Profundis Records 2019)
1. Infinite ancient hexes
2. Ultra terrestrial
3. Convulsing at baalbek
4. Embattled
5. Prayer of electrocution
6. Seven apparitions of suffering
7. The funeral of cosmic mastery

Esben And The Witch – Nowhere

Older terrors“, de vorige plaat van het naar een Deens sprookje vernoemde Esben And The Witch was een magistraal pareltje. Ook live wist het trio me omver te blazen met haar pure en ingetogen maar duisternisomarmende performance. Met het nagelnieuwe “Nowhere” breekt een nieuw hoofdstuk aan in de carrière van de Britse, maar vanuit Duitsland opererende band. “The unspoiled” werd als eerste single vrijgegeven en liet een sound horen die verder borduurde op de twee voorgaande platen. De band gaat bij momenten serieus dreunend te werk waarbij de crashende cymbalen en repetitieve drumritmes een storm lijken aan te kondigen, maar verzeilt regelmatig ook in rustigere wateren waarin keyboards subtiel bijdragen aan het mysterieuze gevoel dat de song opwekt. Ook in de bezwerende opener “A desire for light” speelt Esben And The Witch met de tegenstrijdige elementen ‘licht’ en ‘donker’ zoals we dat ondertussen van hen gewend zijn. Het trio gaat op zoek naar een lichtpuntje in de duisternis middels de dronende gitaren van Thomas Fisher, tribalachtige drums van Daniel Copeman en de betoverende zang van Rachel. De electro- en gothicelementen uit het vroeger werk lijken nu wel volledig tot het verleden te behoren. Tweede single “Dull gret” – vernoemd naar het bekende Breughel schilderij – wordt door de bastonen van Rachel in gang gezet waarna haar zang al snel de instrumenten vervoegt en de band middels hoogtes en laagtes in riffs en texturen een post-rock-aanpak in heuse doomstijl aan het nummer geeft. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de hoge uithalen van Rachel me hier lichtjes irriteren. Godslastering, ik weet het. “Golden purifier” is de kortste en meest mellow-track van “Nowhere” waar de drums – op enkele cymbaalklanken op de achtergrond na – achterwege blijven. Een mooie, beklijvende en breekbare song die als een donkere versie van The xx klinkt. In het dromerige en weemoedige “Seclusion” horen we net als in “Golden purifier” subtiele mannenzang die een extra timbre aan de vocale invulling van de nummers geeft. Na deze twee rustigere songs laat het trio in “Darkness (I too am here)” een laatste keer haar unieke mix van pop psychedelia, post-rock, melancholie, doom en post-punk op de luisteraar los. Ten opzichte van de twee voorgaande albums werd subtiel aan die formule gesleuteld. “Nowhere” klinkt immers nóg somberder en donkerder, hoewel “light” het eerste woord is dat in de albumopener gezongen wordt. Met haar rauwe puurheid is “Nowhere” ook directer. De zes songs zijn vrij compact naar Esben And The Witch-normen waarbij er met een speeltijd van minder dan veertig minuten ook minder lange dromerige psyche-pop te bespeuren vallen. “Nowhere” vereiste – zoals elke Esben And The Witch-plaat – de nodige luisterbeurten alvorens haar geheimen volledige prijs te geven. Extra punten tenslotte nog voor de knappe hoesfoto die de muzikale emoties die we op “Nowhere” te horen krijgen perfect capteert.

JOKKE: 85/100

Esben And The Witch – Nowhere (Season Of Mist 2018)
1. A desire for light
2. Dull gret
3. Golden purifier
4. The unspoiled
5. Seclusion
6. Darkness (I too am here)

Pa Vesh En/Temple Moon – Split

“Alleen is maar alleen” moeten de anonieme individuen achter de one-man bands Pa Vesh En en Temple Moon gedacht hebben want beide heerschappen slaan de handen in mekaar voor een split. De Wit-Rus die achter Pa Vesh En schuilgaat, wist ons recent nog te bekoren met zijn “A ghost” EP en duikt op zijn kant van de split nog dieper de mist in en prijst totale desolaatheid aan. Ten opzichte van de EP valt er meer melodie te ontwaren in de lo-fi sound, zij het van de miserabele soort, en de songs zijn minder abstract qua structuur. Doorheen de dichte nevel merken we sporadische gesproken vrouwelijke vocalen op die een extra mystiek element toevoegen aan de sound. Toch zou ik nummers als “Damnation and the witch” of “Last episode” ook graag eens willen horen met een iets betere productie. Van het Engelse Temple Moon draai ik de in april van dit jaar verschenen eerste demo nog regelmatig als ik zin heb in traditionele en ultraconservatieve black metal met roots in de jaren ’90. De productie is droger en meer afgelijnd ten opzichte van de Pa Vesh En-nummers en ondanks haar underground karakter zijn de instrumenten beter hoorbaar. Slepende passages worden afgewisseld met sneller werk terwijl de getormenteerde vocalen hun zegje doen. In het riffwerk van “Forgotten spectres carried through“, “Ceremonial decay” en “Maze of decrepit trees” sijpelen overduidelijk Finse invloeden door. Nadat de inleidende tonen van “VI” weggeëbd zijn, wordt ook hier het ijzige karakter van de muziek vormgegeven door een melodieuze inbreng van Finse bodem. Goei underground spul waarbij de voorkeur uitgaat naar Temple Moon.

JOKKE: 77/100 (Pa Vesh En: 74/100 – Temple Moon: 80/100)

Pa Vesh En/Temple Moon – Split (Iron Bonehead 2018)
1. Pa Vesh En – In midnight sickness
2. Pa Vesh En – The murder instinct
3. Pa Vesh En – A moonlight hunger
4. Pa Vesh En – Goat moon chaos
5. Pa Vesh En – Damnation and the witch
6. Pa Vesh En – Last episode
7. Temple Moon – Forgottten spectres carried through
8. Temple Moon – Ceremonial decay
9. Temple Moon – Maze of decrepit trees
10. Temple Moon – VI

Esben And The Witch – Older terrors

Het is mede dankzij de geslaagde gastbijdrage van Rachel Davies op het laatste Ultha album dat mijn aandacht nog eens op het Engelse – maar tegenwoordig vanuit Berlijn opererende – Esben And The Witch gevestigd werd, de band waar deze uitstekende muzikante als zangeres/bassiste het gezicht van vormt. Het wondermooie “A new nature” dateerde alweer van 2014 maar blijkbaar verscheen afgelopen zomer met “Older terrors” een opvolger…via Season Of Mist dan nog wel. Blijkbaar reikt de marketingcampagne van een groot label toch niet altijd even ver…ik bracht mijn zomer dan ook op de godverlaten doch zonovergoten parelwitte stranden van Antwerpen Linkeroever door. Met elk nieuw album dat het trio – naast frontvrouw Rachel aangevuld met Thomas Fisher (gitaar) en Daniel Copeman (drums, electronica) – schrijft, drijven ze verder weg van hun initiële electronic dubstep soundscapes sound waarbij de elektronische elementen meer en meer achterwege blijven ten voordele van een meer rock geörienteerde sound. De koers die op “A new nature” werd ingezet, wordt met andere woorden verder gezet en in de diepte uitgewerkt wat resulteert in vier lange songs die elk de magische tien-minuten-grens overschrijden. Goodbye pop/rock-song approach! En hoewel de songlengtes anders doen vermoeden, met ook een pak minder pure shoegaze. Rachel schittert als frontdame en zuigt alle aandacht naar zich toe middels haar pakkende, onderhuidse-rillingen-veroorzakende zangprestaties. Alleen de manier al waarop de dertien minuten van opener “Sylvan” je adem doen stokken, rechtvaardigen de aanschaf van dit album. Dit is muziek om je ziel aan te verwarmen tijdens de lange, eenzame winteravonden. “The reverist” zalft mijn gehavend hart met haar pakkende zang en grandiose shoegaze vibe. Luisterbeurt na luisterbeurt geven de vier tracks meer van hun geheimen prijs en vallen tussen de verschillende texturen en kleuren – zoals het prairiegevoel dat “Making the heart of a serpent” uitademt – de nodige subtiele details op. “The wolf’s sun” neigt dan weer naar indie-rock, vooral door de ritmische drive van de song om alsnog in een drone-eruptie uit te barsten. Maar ondanks het mozaïekvormige klankenpallet laat Esben And The Witch de songs wel schitteren in hun puurheid. Elke noot op deze plaat is er één die noodzakelijk was om de flow en dynamiek – gaande van een frêle ingetogenheid tot aan een explosieve catharsis en al wat daartussen zit – te capteren. Minder bombastisch vergeleken met hoe collega Chelsea Wolfe de dingen aanpakt, maar minstens even emotioneel overdonderend. Dit moet absoluut ook liefhebbers van Siouxsie and the Banshees, PJ Harvey, Daughter, Portishead, Swans, Mogwai of Lanterns On The Lake kunnen aanspreken. “Older terrors” is de volgende stap in de muzikale zoektocht van Esben And The Witch en klinkt allerminst als de eindbestemming. Begin 2017 trekt het trio erop uit en doen ze onder andere de Gentse Charlatan en Roadburn aan. Ga dat live aanschouwen!

JOKKE: 92/100

Esben And The Witch – Older terrors (Season Of Mist 2016)
1. Sylvan
2. Making the heart of a serpent
3. The wolf’s sun
4. The reverist

Ellorsith/Mannveira – Split

Voor deze split hebben het voor mij onbekende Canadese (of is het Engels?) death metalgezelschap Ellorsith en het IJslandse Mannveira de handen in mekaar geslagen om zevenentwintig minuten sonisch geweld op tape vast te leggen, waarbij beide bands twee tracks voor hun rekening nemen. De Canadezen trekken het zaakje op gang met hun duistere, occult klinkende death metal, waarin bij momenten wat black metal franjes te bespeuren vallen. Dissonante gitaarpartijen en midtempo drumwerk kenmerken “Jerome I”, hoewel er naar het einde nog een spurtje getrokken wordt. “Jerome II” schiet dan weer meteen een pak sneller uit de startblokken met afwisselend bruut zagend en dissonant gitaarwerk, maar weet mij niet over de gehele lijn te overtuigen: de diepe grunts zijn vrij eentonig en voor mij mag dit soort doodsmetaal nog wel iets smeriger en orthodoxer uit de boxen knallen, zoals een Grave Miasma dat overtuigend weet te doen. En de inleidende samples brengen daar niet echt verandering in. Liefhebbers van de band kunnen gerust de eerder opgenomen EP “1959” ook eens opsnorren. De twee nummers die Mannveira ons brengt, liggen in het verlengde van de “Von er eitur” demo uit 2014. Nog steeds kan Mannveira tot op zekere hoogte als het kleine broertje van Svartidauði en Sinmara beschouwd worden, hoewel ze voor een meer directe en eerder rechtlijnige aanpak kiezen en het dissonante op een track als “I augum hans sá ég dauðann” wat naar de achtergrond verdwenen is. Het grotendeels midtempo “Óður til einskis” weet dan weer te verstikken en een beknellend gevoel op te wekken maar heeft ook oog voor de nodige melodie. Bandleider Illugi heeft ondertussen vier extra mankrachten gerekruteerd zodat ze tijdens hun aanstaande tour met Wormlust de buitenlandse podia onveilig kunnen maken. De bassist en beide gitaristen zijn weggeplukt bij stoner/sludge act Naught en drummer Orlygur knuppelt onder andere ook bij Naðra. Achter de studioknoppen zat D.G. ondertussen welbekend van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð. Persoonlijk ligt de black metal van Mannveira me iets beter dan de death metal van Ellorsith, maar dat zou voor jou natuurlijk best wel eens andersom kunnen zijn. Leuke split!

JOKKE: 77/100 (Ellorsith: 74/100 – Mannveira 80/100)

Ellorsith/Mannveira – Split (Dark Descent Records 2016)
1. Ellorsith – Jerome I
2. Ellorsith – Jerome II
3. Mannveira – I augum hans sá ég dauðann
4. Mannveira – Óður til einskis

Bossk – Audio noir

Bossk,… Het doet ons steeds denken aan het haast gelijknamige merk voor boormachines, maar de Engelse band heeft zijn naam ontleent aan een karakter uit Star Wars. Eentje waarvan we nog nooit hebben gehoord om eerlijk te zijn. Haast idem voor de band Bossk, maar zelfs zonder een rits aan albums en uitgebreide tours heeft de band zich toch een opmerkelijke status bezorgd. Sinds 2005 hebben ze een resem mini’s en een split uitgebracht. Bossk stak ook enkele jaren onder de grond om gereïncarneerd te worden in 2012. Dit jaar zag hun allereerste full album “Audio noir” het levenslicht. En jongens, wat een knaller! Deathwish Inc. had dat ook door. En er zijn nog meer parallellen, daar Bossk’s bassist Tom manager is van Converge. Bon. De muziek. Die is goed. Uitstekend zelfs. “Audio noir” is een multigelaagd werkje geworden bestaande uit een bonte mengelmoes van stoner doom (zoals “Heliopause“) en post-rock/metal (zoals “Relancer“). Zie het gerust als een of andere mix tussen The Ocean, Godspeed You! Black Emperor en Cult of Luna. Opgepast: grootspraak! “Audio noir” laat zelfs een Cult of Luna ongeïnspireerd klinken. Het hele schijfje staat bol van de verrassingen (gaande van vreemde delays, tribal drumming, agressieve screams tot dromerige gitaarriedels) zodat de schijf in één ruk uitgeluisterd kan worden. Het poppy psychedelisch startende “Kobe” eindigt in een georchestreerde chaos om nadien weer een andere emotie tevoorschijn te toveren. Alle tracks vloeien ook mooi in elkaar over en nergens valt een leegte. Gelaagde synths werken alles uit tot in de details en ondanks dit veelvoud aan prikkels klinkt “Audio noir” nergens vreemd, vervelend avantgarde of té fel out of the box. Wel durven we stellen dat Bossk apart klinkt en een erg ruim publiek kan en zal aanspreken. Wij zijn overtuigd en we twijfelen er niet aan dat de rest van de wereld snel zal volgen. Voorlopig dé plaat van het jaar.

Flp: 94/100

Bossk – Audio noir (Deathwish Inc. 2016)
1. The reverie
2. Heliopause
3. Relancer
4. Kobe
5. Atom smasher
6. Nadir
7. The reverie II