frankrijk

Heaume Mortal – Solstice

Heaume Mortal is een project van de Fransman Guillaume Morlat (o.a. Cowards, Eibon) die bijgestaan wordt door mede-Cowards bandlid Julien Henri op zang en drummer Jordan Bonnet. In de vorm van “Solstice” verschijnt via Les Acteurs de L’Ombre Productions het debuut dat met een speeltijd van een dik uur heel wat te bieden heeft. Op het twee minuten durende raggende “South of no north” na, klokken de andere nummers af op zo’n zeven tot maar liefst dertien minuten. Kort door de bocht gezegd kan Heaume Mortal’s muziek als black/doom bestempeld worden, hoewel er op tijd en stond ook wel een blastbeat de revue passeert. In opener “Yesteryears” vormen die snelheidsuitbarstingen van de drums een mooi contrast met de trage repetitieve riffs. En Julien, die schreeuwt letterlijk de longen uit zijn lijf, maar weet ook dat hij de lange nummers niet moet vol zingen en laat zo voldoende ruimte voor instrumentale spanningsbogen; afsluiter “Mestreguiral” is zelfs volledig instrumentaal. In het iets te langdradige “Oldborn” laat hij horen een gevarieerd klankenpallet uit zijn strot te kunnen persen dat aanvullend werkt op de experimentele twists die de muziek hier Akercoke-gewijs neemt. In de sludgy doompartijen horen we subtiele invloeden van bands als Cult Of Luna, Yob of landgenoten Verdun terug en de song kent een pakkende melodieuze finale met prachtige gitaarleads. “Erblicket die Tochter des Firmament” is dan weer een heuse Burzum cover. Ik had het nummer eerlijk gezegd niet meteen herkend aangezien dit toch wel een zwaardere uitvoering is dan het origineel. Extra punten trouwens om eens een andere song dan “Burzum” of “Jesu død” van de “Filosofem“-plaat onder handen te nemen. Ook in de reeds vermelde instrumentale hekkensluiter duiken invloeden van Burzum op door het desolaat keyboardlijntje dat doorheen het spookachtige ambient-nummer waart. “Tongueless (Part III)” – waar delen I en II te beluisteren zijn is me een raadsel – combineert post-rock grandeur met beukende sludge die overgoten is met een black metal-sausje maar kan opnieuw niet de volle twaalf minuten de aandacht erbij houden. Graag op een volgende plaat wat compacter materiaal pennen, dan komt het helemaal goed met dit Heaume Mortal.

JOKKE: 77/100

Heaume Mortal – Solstice (Les Acteurs de L’Ombre Productions 2019)
1. Yesteryears
2. South of no north
3. Oldborn
4. Erblicket die Tochter des Firmament (Burzum cover)
5. Tongueless (Part III)
6. Mestreguiral

Drastus – La croix de sang

Wanneer Norma Evangelium Diaboli iets nieuws uitbrengt, ben ik er altijd als de kippen bij want met bands als o.a. Deathspell Omega, Katharsis, Funeral Mist, Antaeus, Teitanblood en Sorhin hebben ze de crème de la crème van de black metal-scene in hun rangen. Deze keer heeft het label haar schouders gezet onder het tweede album van Drastus, een veredeld éénmansproject waarbij aldoener Drastus zich enkel voor het inmeppen van de drums liet bijstaan door Sad die reeds de vellen geselde bij o.a. Cantus Bestiae, S.V.E.S.T. en Chemin de Haine. De bandnaam deed niet meteen een belletje rinkelen en bij nader onderzoek leek Drastus de voorbije jaren ook niet zo actief te zijn geweest. Op twee EP’s na (“Serpent’s chalice – Materia prima” uit 2009 en “Taphos” uit 2006) moeten we al veertien jaar terug de tijd induiken voor debuut “Roars from the old serpent’s paradise“. Op “La croix de sang” presenteert Drastus ons een geluid dat duidelijk geënt is op haar vaderlandse black metal-scene want invloeden van Antaeus en Aosoth zijn overduidelijk hoorbaar: een radicale en gewelddadige vorm van black metal dus waarbij het spervuur aan vlammende riffs door de ene na de andere blastpartij voortgestuwd wordt. Er zit bij momenten een machinaal en militaristisch kantje aan de muziek zodat de latere Mayhem ook als referentie kan aangehaald worden. De grommende hese screams klinken overtuigend maar laten aanvankelijk weinig afwisseling horen. De muziek op het eerste gehoor ook niet, maar gelukkig wordt er toch de nodige aandacht aan dynamiek geschonken want het bijna negen minuten durende “Crawling fire” verkent tussen de blastsalvo’s ook mysterieuze atmosferische oorden waarbij cleane gezangen een sacrale sfeer creëren. De heldere zang eist in het mid-tempo “The crown of death” een nog grotere rol op en brengt meer variatie in het vocaal klankenpallet. Naar het einde van de plaat toe, komt de nadruk opnieuw meer op agressie te liggen maar de Attila-achtige vocalen in “Occisor” doen het nummer ook in een occulte sfeer baden. “La croix de sang” is een beestige plaat voor liefhebbers van de reeds aangehaalde bands. De invloeden vallen niet te ontkennen, maar Drastus heeft met de gekende ingrediënten toch een erg onderhoudende plaat weten schrijven die het spannendst klinkt wanneer mysterieuze paden bewandeld worden.

JOKKE: 80/100

Drastus – La croix de sang (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Nihil sine polum
2. Ashura
3. Crawling fire
4. The crown of death
5. Hermetic silence
6. Occisor
7. Constrictor Torrents

Cénotaphe – Empyrée

Het Franse Cénotaphe groeit gestaag door als één van de toekomstige vaandeldragers van de Franse black metal-scene. Het duo Fog (alle instrumenten) en Khaosgott (zang) bezit reeds een heus palmares aan obscure nevenactiviteiten en ex-bands en deelde zo onder andere een gezamenlijk lidmaatschap bij Nécropole. Khaosgott is trouwens ook de zanger van het fijne Frozen Graves, een band die de liefhebbers van Finse black niet onbekend in de oren zou mogen klinken. De inspiratie voor de nieuwe tweede EP “Empyrée” werd gevonden in hun voorliefde voor het werk van tal van negentiende eeuwse Franse literaire en artistieke figuren zoals Aloysius Bertrand, Théophile Gautier, Charles Beaudelaire, de schilder Odilon Redon, maar vooral dichter Stéphane Mallarmé. Het voor black metal-begrippen lichte cover artwork is van de hand van de Poolse symbolisme schilder Jacek Malczewski. De zes nummers vormen een hommage aan de oude black metal-idealen maar bevatten een zekere grandioze ondertoon. Wie dieper in de traditionele songstructuren graaft, zal ook de nodige disharmonieën en atonale tweedracht opmerken. Waar nodig zorgen cleane gezangen, keyboards en andere instrumenten voor een epische toets zonder echter te overdrijven. De in het Frans vertolkte teksten bereiken ons op een doorleefde en emotionele wijze middels de hese screams van Khaosgott terwijl Fog er strak op los musiceert. Extra punten trouwens voor de krachtige klinkende sound. De grootste verrassing krijgen we op het einde te horen middels een uitvoering van “End of the world”, waarvan het origineel van de hand van de jaren ’60 Griekse prog pioniers Aphrodite’s Child is, de eerste band van Vangelis. De song is grotendeels instrumentaal en werkt stelselmatig naar een crescendo toe waarbij pianoklanken en tekstloze gezangen het panoramisch klinkende nummer verder inkleuren. Geslaagde cover op een uitermate geslaagde EP!

JOKKE: 85/100

Cénotaphe – Empyrée (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Centaures
2. Au sépuclre des astres
3. Face aux feux d’un soleil porphyré
4. Inanité des noirs mensonges
5. Même mort, il brûle
6. End of the world

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence

Blurr Thrower – Les avatars du vide

Tijdje geleden alweer dat hier nog eens iets van Les Acteurs de l’Ombre Productions passeerde. Hun nieuwste telg heet Blurr Thrower en het betreft hier een éénmansproject. In juli 2018 zag een eerste EP “Les avatars du vide” het digitale levenslicht, maar het Franse label brengt het onding nu ook fysiek uit. Het bestaansrecht van de band wordt gevoed door de angstaanvallen, hallucinaties en het isolement van de Parijzenaar die achter dit creatuur schuilgaat. Hij beschouwt Blurr Thrower in dit geval niet als een cathartische ervaring maar eerder als een neurose. De muzikant zijn psychische stoornis manifesteert zich in de vorm van lang uitgesponnen atmosferische black metal, waarbij de mosterd vooral gehaald werd bij Amerikaanse bands zoals Weakling, Ash Borer en Fell Voices en bij stijl- en landgenoten Paramnesia, Cepheide en Time Lurker. Vermits het vooral rond die eerste bands verdacht lang stil blijft, was een Cascadian style plaatje nog wel eens welgekomen. De occulte thematiek – hoewel ik daar bij het lezen van de Franse teksten niet veel van merkte – is echter niet zo veel voorkomend binnen deze stijl maar ligt dan wel weer in lijn met veel grondleggers en grootheden van de Franse black metal-scene. Ondanks het kalme cleane repetitieve openingsriffje van “Par-delà les aubes” gaan de drums meteen in blast-modus. Hierbij valt wel meteen de nogal dunne, droge en erg kort klinkende snaresound op. Wat meer galm had het drumgeluid meer ruimte gegeven en een upgrade van hi-hats en cymbalen had ook geen kwaad gekund. De gitaar begint rond de 2:30 grens naar de distorted kant over te hellen, wat voor een kolossale track van negentien minuten dus best meevalt als inleidende passage. Doorheen het lange nummer wordt regelmatig afgewisseld tussen introverte passages en uitbarstingen waarbij de blasts en schurende riffs lange tijd hetzelfde patroon aanhouden. Subtiele ondergrondse laagjes – ik ben niet zeker of deze via een keyboard of gitaar opgewekt worden – zorgen voor een hypnotiserend karakter waarover gekwelde vocalen hun angsten bezingen. Iets voorbij de dertien minutengrens en na een passage vol groots klinkende post-rock riffs, gaat Blurr Thrower in overdrive en horen we ook iets van een Turia doorschemeren. Tijdens deze manische ketelherrie klinkt Blurr Thrower op haar best. Na de storm valt de stilte terug in en ben ik verbaasd dat die eerste ellenlange song er toch al opzit. “Silences” moet qua speelduur echter niet onderdoen voor de opener en de titel zet je meteen al op het verkeerde been, want we krijgen à la minute een zwartmetalen pandoering om de oren. De drive zit er goed in en de zoemende riffs wiegen je stilaan in een trance waarbij de vloedpassages zich betrekkelijk weinig terugtrekken. Blurr Thrower is een veelbelovende nieuwe speler in de schemerzone van een genre dat wat op zijn retour is. De substroming een heus tweede leven inblazen is echter nog iets te hoog gegrepen. Daarvoor had de sound nog wel wat rauwer en bijtender moeten zijn. We zullen dus op één van de Amerikaanse vaandeldragers van de “Cascadian” sound – al dan niet woonachtig in deze geografische regio – moeten wachten voor een échte heropleving.

JOKKE: 79/100

Blurr Thrower – Les avatars du vide (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Par-delà les aubes
2. Silences

Croc Noir – Mort

De bandnaam klinkt alvast alsof iemand onoplettend met zijn croque monsieur apparaat is omgegaan. Grapje natuurlijk want Croc Noir betekent zoveel als ‘zwarte hoektand’. Echter is deze black metalband niet meteen één van de venijnigste of moordlustigste die er met ontblote hoektanden in de duistere Franse wouden rondwaart. “Mort” is de eerste langspeler van Croc Noir nadat eerder al enkele EP’s en een split met het bevriende Au-Delà volgden. De sound van het kwartet is rauw en melancholisch en neigt qua grimmigheid naar landgenoten als Sacrificia Mortuorum, Sombre Chemin en Winter Funeral. De black metal-klanken die het viertal zeven nummers lang produceert getuigen echter van niet al te veel inspiratie. De grimmige opener “Dans l’abîme” en “Transi d’effroi” kunnen er best wel mee door, maar veel riffs hebben we al eens elders en beter gehoord en in de mid-tempo stukken wordt het net wat té gezapig. De enige manier waarop Croc Noir positief de aandacht weet te trekken is door haar songs op tijd en stond met nostalgische klanken van een accordion te voorzien. Cloporte trekt te pas en te onpas aan zijn trekzak wat een folkloristische touch toevoegt. Ik krijg in nummers als “Des feuilles mortes” en “Tapis dans l’ombre” dan ook meteen zin om te kantklossen of gans te rijden. In “Egérie funeste” wordt duidelijk dat een accordion ook treurige melodieën kan produceren…mooi gedaan. “Seul” is de melancholieke, maar te langdradige afsluiter waarbij enkel clean gitaargetokkel het voor het zeggen heeft. Croc Noir zal niet voor iedereen weggelegd zijn, maar probeert wel origineel uit de hoek te komen. Aan jou om te beslissen of je al dan niet overweg kan met de accordion.

JOKKE: 70/100

Croc Noir – Mort (Wolfspell Records 2018)
1. Dans l’abîme
2. Au seuil du trépas
3. Tapis dans l’ombre
4. Égérie funeste
5. Des feuilles mortes
6. Transi d’effroi
7. Seul