frankrijk

Croc Noir – Mort

De bandnaam klinkt alvast alsof iemand onoplettend met zijn croque monsieur apparaat is omgegaan. Grapje natuurlijk want Croc Noir betekent zoveel als ‘zwarte hoektand’. Echter is deze black metalband niet meteen één van de venijnigste of moordlustigste die er met ontblote hoektanden in de duistere Franse wouden rondwaart. “Mort” is de eerste langspeler van Croc Noir nadat eerder al enkele EP’s en een split met het bevriende Au-Delà volgden. De sound van het kwartet is rauw en melancholisch en neigt qua grimmigheid naar landgenoten als Sacrificia Mortuorum, Sombre Chemin en Winter Funeral. De black metal-klanken die het viertal zeven nummers lang produceert getuigen echter van niet al te veel inspiratie. De grimmige opener “Dans l’abîme” en “Transi d’effroi” kunnen er best wel mee door, maar veel riffs hebben we al eens elders en beter gehoord en in de mid-tempo stukken wordt het net wat té gezapig. De enige manier waarop Croc Noir positief de aandacht weet te trekken is door haar songs op tijd en stond met nostalgische klanken van een accordion te voorzien. Cloporte trekt te pas en te onpas aan zijn trekzak wat een folkloristische touch toevoegt. Ik krijg in nummers als “Des feuilles mortes” en “Tapis dans l’ombre” dan ook meteen zin om te kantklossen of gans te rijden. In “Egérie funeste” wordt duidelijk dat een accordion ook treurige melodieën kan produceren…mooi gedaan. “Seul” is de melancholieke, maar te langdradige afsluiter waarbij enkel clean gitaargetokkel het voor het zeggen heeft. Croc Noir zal niet voor iedereen weggelegd zijn, maar probeert wel origineel uit de hoek te komen. Aan jou om te beslissen of je al dan niet overweg kan met de accordion.

JOKKE: 70/100

Croc Noir – Mort (Wolfspell Records 2018)
1. Dans l’abîme
2. Au seuil du trépas
3. Tapis dans l’ombre
4. Égérie funeste
5. Des feuilles mortes
6. Transi d’effroi
7. Seul

Voidsphere – To await | To expect

Net zoals het coverartwork van het vorig jaar verschenen “To call | To speak” beschrijft de hoes van het nieuwe “To await | To expect” perfect het gevoel dat je krijgt door Voidsphere’s muziek te absorberen: de kosmische black metal wervelwind zuigt je immers als het ware mee in een zwart gat. Net zoals Mahr, Arkhtinn en Hwwauoch maakt Voidsphere deel uit van het Prava Kollektiv en wisselen de bands onderling leden uit. De muziek van het Frans/Amerikaanse Voidsphere leunt dicht aan bij die van Arkhtinn, maar klinkt net iets minder monotoon dan diens nieuwste worp “最初の災害“. De kosmische black schiet – aangedreven door een niet aflatende drumwervelwind – als een raket doorheen de geluidsmuur de ruimte in waarbij de riffs en keyboards een galactische grandeur creëren. In tegenstelling tot Arkthinn is de ambient meer in het geheel verweven en de vocalen vormen een additionele abstracte laag op de achtergrond. Een band als Darkspace is natuurlijk ook nooit veraf. Twee nummers die je veertig minuten lang meevoeren op een intergalactische roetsjbaan. Gewoonweg zalig.

JOKKE: 85/100

Voidsphere – To await | To expect (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1. To await
2. To expect

Sainte Marie des Loups – Sainte Marie des Loups

Het door undergroundliefhebbers gerespecteerde Fallen Empire Records houdt het per eind 2018 voor bekeken, maar dat wist u waarschijnlijk al. Alvorens te ontbinden, laat het Amerikaanse label echter nog enkele releases op de mensheid los waaronder het gelijknamige debuut van Saint Marie des Loups. Het label gaf met Chambre Froide reeds eerder een platform aan een anoniem Frans black metal gezelschap en herhaalt dat met Sainte Marie des Loups opnieuw. De nationaliteit is meteen ook het enige dat er te achterhalen valt, voor de rest moeten we het met de muziek stellen en die klinkt allesbehalve verkeerd. Rauwe, ongecompliceerde black metal vormt een klein halfuur lang de hoofdmoot maar tussen de ruwe klanken door vallen ook spookachtige synths op die soms een middeleeuwse toets (“Insolence“) aan het geheel geven, maar in de break halfweg “Progéniture” eerder de spacey (melk)weg opgaan terwijl ze triomfantelijk klonken in opener “La fin de l’hiver“. Verder wordt er in het grimmige “Sermons sanglants” ook met cleane sacraal aandoende vocalen geëxperimenteerd en bevat “Insolence“, mijn persoonlijke favoriet, bijna koorachtige heldere zang. De midtempo tonen van dit nummer doen me denken aan onze landgenoten Moenen Of Xezbeth, maar in andere songs gaat de zweep er tempogewijs meer op. Sainte Marie des Loups zoekt regelmatig het contrast op tussen haar ongepolijste sound en verdoken melodie, steeds rauw maar toegankelijk genoeg voor ongetrainde oren. Of net niet.

JOKKE: 78/100

Sainte Marie des Loups – Sainte Marie des Loups (Fallen Empire Records)
1. La fin de l’hiver
2. Progéniture
3. Sermons sanglants
4. Sainte Marie des Loups
5. Insolence
6. Absurdités et blasphémes

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum

Het Noorse Terratur Possessions heeft enkele van haar bands laten gaan, waardoor het nieuwste teken van leven van Prosternator bij Iron Bonehead opduikt. Het debuut “Abyssus abyssum invocat” van dit internationale gezelschap wist ons bij Addergebroed duidelijk te imponeren. Voor deze nieuwe split-release werd een partner in crime gevonden in een ander pan-Europees collectief genaamd Ancient Moon, waarachter individuen uit België, Frankrijk en Zwitserland zouden schuilgaan. Ook Ancient Moon heeft slechts één voorgaande release (“Vvltvre” die in 2015 via Sathanath Records verscheen) die ik dringend eens moet opsnorren, want wat ik hier te horen krijg, klinkt alvast duivels lekker. Ancient Moon leverde slechts één track aan voor deze collaboratie, maar “Hekas hekas este bebeloi” klokt wel meteen op achttien minuten af. In die tijdspanne horen we occulte black metal waarbij een repetitieve, hypnotiserende, ietwat lo-fi zoemende gitaarriff gedurende de eerste zeven minuten de ruggengraat van het nummer vormt, ondersteund door blastende drums en een gevarieerd vocaal klankenpallet waarbij demonische screams en sacraal aandoende cleane zang dikwijls simultaan de mystieke teksten verkondigen. Subtiele keyboards geven tevens een kosmische toets aan het geheel. Net voorbij de negen minuten grens volgt er een stukje dat wat aan mid-tempo Aosoth doet denken om vervolgens naar sacrale koorzang en een mix van ritualistische ambientklanken en black metal over te gaan. Tenslotte worden er tremolo picking riffs bijgehaald om dit epos van een beklijvende apotheose te voorzien. Prosternatur voorziet bijna evenveel minuten speelduur maar deelt haar verhaal wel op in drie afzonderlijke tracks. Hoewel de productie net iets beter en de densiteit voller is, passen beide bands wonderwel perfect bij mekaar. Van de drie mysterieus getitelde songs is het met cleane gitaren ingezette “Zi dingir isatum kanpa!” meer mid-tempo van aard terwijl het trio in de twee andere nummers het tempo opdrijft. Doorheen de razernij van “Ana harrani sa alaktasa la tarat” priemt zich een repetitieve gitaarmelodie en “Usella mituti” klinkt enerzijds lekker agressief en anderzijds creepy door de angstwekkende vocalen en duistere ambientintermezzo’s. Heerlijke split voor al wie kwijlt bij occulte, ritualistische black metal!

JOKKE: 84/100 (Ancient Moon: 82/100 – Prosternatur: 86/100)

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum (Iron Bonehead productions 2018)
1. Ancient Moon – Hekas hekas este bebeloi!
2. Prosternatur – Ana harrani sa alaktasa la tarat
3. Prosternatur – Zi dingir isatum kanpa!
4. Prosternatur – Usella mituti

Yhdarl – Loss

Via het interessante I, Voidhanger Records viel mijn oog en oor op het nieuwe album “Loss” van het tot dusver voor mij onbekende Yhdarl. Na nader onderzoek bleek deze band het geesteskind te zijn van onze landgenoot Déhà die ook actief is bij onder andere Clouds, Cult Of Erinyes en Ter Ziele. Met Yhdarl heeft de goede man al meer dan vijfentwintig (!) releases bijeen geschreven; van enige luiheid valt hij dus niet te beschuldigen. “Loss” is de achtste langspeler en telt drie kolossale tracks die elk tussen het kwartier en twintig minuten afklokken en een breed spectrum aan extreme muziekstijlen ten gehore brengen. Furieuze black metal partijen gaan hand in hand met dronende doom waarbij haast elke noot in een depressief, suïcidaal sfeertje baadt. De Franse Larvalis Lethæus schreeuwt alsof ze bij elk woord het laatste restje lucht uit haar longen perst en klinkt héél overtuigend. Ook multi-instrumentalist Déhà brult een woordje mee net zoals Old (Drohtnung), Daniel Neagoe (Eye Of Solitude, Clouds) en Dimholt-leden Todor Krasimirov en Yavor Dimov. Dèhà tekende tenslotte ook voor de productie (die staat als een kathedraal van een huis) in zijn eigen HHProductions. In opener “Ignite – Ashes” horen we invloeden terug van Shining (de zwartgalligheid rond de tien minuten grens) en oude Forgotten Tomb (het melodieuze gitaarwerk), twee onbetwiste pioniers voor de depressievelingen onder ons. “Despise – Pity” begint op doom-tempo maar barst na een tweetal minuten op een fantastische manier uit in een verwoestende zwarte kolkende maalstroom aan negativiteit. Er valt heel wat te beleven in deze kolossale track: beklijvende clean vocalen, plechtstatige doomriffs en heel wat zwartmetalen venijn. In “Sources – Nihill” transformeren loodzware beukende doom-partijen gestaag tot zwartgeblakerde bombast wanneer de snelle melo-black door het toevoegen van keyboards een symfonisch karakter krijgt. Op het hoogtepunt komt het geniale Emperor zelfs even vanachter de hoek piepen en de hoge iele screams doen luttele seconden aan Dani Filth denken. De distorted piano-klanken die we aan het einde van de plaat te horen krijgen, doen dan weer aan het Farsot-nummer “Thematik: Trauer” van “III” denken. Na het beluisteren van “Loss” ziet het er niet goed uit voor de mensheid want het laatste sprankeltje hoop dat nog restte is verschwunden als sneeuw voor de zon.

JOKKE: 84/100

Yhdarl – Loss (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ignite – Ashes
2. Despise – Pity
3. Sources – Nihil