frankrijk

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes

Florian Denis aka Ardraos kennen we al een tijdje. De man verwierf vooral faam als (ondertussen ex-) drummer bij Peste Noire op alle releases sinds diens self-titled, en ook op Aorlhacs “L’esprit des vents” hanteerde hij de stokken. Echter heeft dit heerschap ook sinds 2001 een soloproject, waarmee hij recent aan zijn derde langspeler toekwam. Via Debemur Morti Productions verscheen zodus “Hic regnant borbonii manes”, waarop Ardraos bewijst ook een begenadigd gitarist te zijn. Zoals het een nationalist zoals Ardraos zelf betaamt, duikelt het album lyrisch gezien halsoverkop terug de middeleeuwen in, terug naar de tijd toen zijn geboortestreek Auvergne nog Bourbon genoemd werd – vandaar de referentie in de titel die verwijst naar de krochten van de kerkers van de toenmalige adel. Geen nazibedoeningen hier, wel een glorificatie van de tijden van weleer. De melodieuze tremoloriffs volgen elkaar zonder genade op, ondersteund door een belachelijk groot aantal blastbeats. Echter krijgen we hier niet zomaar hersenloos geram want de songs bevatten genoeg variatie en interessante opbouwen om ons een klein uur lang geboeid te houden. Met de intro in de vorm van “Invito funere” worden we ietwat op het verkeerde been gezet: deze bereidt ons absoluut niet voor op het opeenvolgende “Pénitences et sorelages” dat meteen het gaspedaal volop indrukt. Datzelfde gaspedaal wordt doorheen het album met moeite losgelaten, iets wat er normaliter voor zorgt dat mijn interesse na een tijdje nog even onbestaand is als een erectie van Herman Brusselmans. Gelukkig is Ardraos’ gitaarspel gevarieerd en inventief genoeg om mijn koppeke als het ware automatisch doorheen gans het album te doen meeknikken en waarin knipogen naar Sacramentums “Far away from the sun” (een referentie die Ardraos zelf aanhaalt, naast Dissection) en Peste Noires debuut af en toe eens om het hoekje komen piepen. Muzikale duizendpoot die hij is neemt de man ook de zang op zich (anders was het dan ook geen soloproject meer) en deze klinkt scherp, hoog en vooral ziedend. Na voorganger “Offertoire” las ik vaak de kritiek dat mensen de band instrumentaal goed vonden, maar dat de zang hen tegenstond. Op “Hic regnant borbonii manes” wordt het overslaande, ‘scheurende’ stemgeluid achterwege gelaten waardoor de vocalen iets toegankelijker zijn voor de gemiddelde liefhebber van zwart metaal. Hoewel geclaimd wordt dat zijn muziek een medieval kantje zou hebben, hoor ik hier echter bitter weinig van terug of het moeten de akoestische gitaartonen zijn die hier en daar over het album verspreid de kop opsteken. Wat we wel voorgeschoteld krijgen is een uiterst melodieus werk dat fameus blaast ende knalt, en waarvan de productie (die Ardraos ook zelf onder handen nam) absoluut top klinkt. Geen lo-fi toestanden hier, maar een zeer helder gitaartapijt waar de raggende blastbeats en dubbele bassen hun weg doorheen vinden zonder alles te overstemmen. De bas is niet steeds even hoorbaar, maar die volgt dan ook gewoon de drumpatronen en tja, die zijn nu eenmaal belangrijker hier. Iets meer variatie in het tempo had gemogen, maar voor een keer val ik er niet over: Ardraos weet een grimmige, ruwe sfeer neer te poten en doet dit met verve.

CAS: 84/100

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes (Debemur Morti Productions 2019)
1. Invito Funere (Introduction)
2. Pénitences et sorcelages
3. Hic Regnant Borbonii Manes
4. La Chasse Gayère
5. Je vivroie liement
6. Dilaceratio Corporis
7. L’Hoirie de mes ancêstres

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

K.F.R. – L’enfer à sa source / Démonologue

Sommigen onder jullie kennen Maxime Taccardi misschien wel. Deze Franse artiest is vooral gekend van de schilderijen die hij met zijn eigen bloed vervaardigt en de vele albumcovers die hij voor o.a. Sarke, Natvre’s, Drowning The Light en Diabolicum creëerde. Zijn meest bizarre, meest duistere en meest verwrongen illustraties brengt hij – Wagners’ Gesamktkunstwerk indachtig – echter ook op muzikale wijze tot leven middels K.F.R. De bandnaam is afgeleid van het Arabische woord “kafir“, wat ongelovig betekent, en in het voorhoofd van Dajjal (de Islamitische antichrist) gekerfd staat. In den beginne produceerde K.F.R. donkere ambient en messcherpe black metal in de lijn van Les Légions Noires wat resulteerde in bijdrages van Meynach (Mütiilation) op de platen “Anti” (2014) en “Ad manifestationem diaboli” (2018) en Vordb van Belketre op “Ø” (2016). Na de trilogie “Anti“, “Nekro” en “Ø” was het even goed geweest voor Taccardi, maar twee jaar later besloot hij de mensheid terug te terroriseren in de vorm van “Ad manifestationem diaboli” en “Par le sang“, twee platen waarop een nerveuze kakofonie aan extreme black metal-klanken geëtaleerd werd. De inspiratie is blijkbaar niet te stoppen, want ook dit jaar laat K.F.R. twee nieuwe platen op de mensheid los die we voor het gemak samen reviewen. Bij “L’enfer à sa source” draait alles om het concept waarbij de hel de incarnatie van het niets is, een terugkeer naar dat wat het leven voorafging. De inkijk die we driekwartier lang in Taccardi’s bizzare psyche krijgen, wordt vertaald in claustrofobische en getormenteerde black die het grootste deel van de tijd tenenkrommende valse gitaarleads en noisy synths bevat. Deze martelelementen mogen dan wel als zout in een open wonde aanvoelen, ik probeer me toch zo snel mogelijk door een gedienstig verpleegsterke te laten helpen om deze gapende sneden te laten dichten. Om het allemaal nóg echter te maken werden de drums met menselijke botten bespeeld. U weze gewaarschuwd!

JOKKE: 55/100

K.F.R. – L’enfer à sa source (Purity Through Fire 2019)
1. L’enfer, c’est toi
2. Le sinueux chemin
3. Simulacre de chair
4. Ne cherche pas à devenir, rien a jamais commencé
5. Anathème de l’envie
6. L’Enfer à sa source

Op “Démonologue” gaat Taccardi nog een stap verder want dit is ongetwijfeld één van de meest geesteszieke dingen die hij ooit voortbracht. De titel verwijst naar een specialist in demonologie maar kan ook opgevat worden als een conversatie of monoloog met jezelf of de demonen die in je lichaam en geest huizen en is gedeeltelijk gebaseerd op de “Dictionnaire infernal” van de Franse occultist Jacques Collin de Plancy. Synths zijn hier grotendeels afwezig en werden vervangen door allerhande koorgezangen. De mix van extreme, hatelijke en verdorven black metal en de verstikkende ambient atmosfeer zal liefhebbers van mainstream black ongetwijfeld de stuipen op het lijf jagen. Taccardi maakt allesbehalve feel good muziek en mikt bij zijn luisteraars op onlust en walging want dat hoort het genre voor hem te doen. Dat kan allemaal wel zijn, maar ook voor mijn geoefende oren is deze teringherrie toch een brug te ver. De muzikale freaks onder ons komen hier misschien wel mee aan hun trekken, maar ik pas.

JOKKE: 60/100

K.F.R. – Démonologue (Purity Through Fire 2019)
1. Invocation
2. Asmodée
3. Azazel
4. Prélude à l’exterminateur
5. Abaddon
6. Lucifer
7. La Chute

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif

Bij de naam Hertogenwald denkt iedere rechtgeaarde black metal-fan natuurlijk meteen aan het slotnummer van Enthroned’s tweede plaat “Towards the skullthrone of Satan” waarop Venom’s Cronos te horen is. De song verwijst naar het Hertogenwoud, een groot Ardens bos in het uiterste oosten van België aan de grens met Duitsland en een “nieuw” black metalcollectief vond het woud wel passend bij hun concept van natuurverering en heidendom. Hertogenwald is een Belgisch-Frans woudlopersclubje waarbij de fransozen Guido Saint Rock (gitaar en synths) en Alrinack (zang, bas- en akoestische gitaar) de samenwerking aangaan met de Waalse drummer S. Nihil die we ook van Nartvind kennen. Hoewel het trio al sinds 2007 operatief is, brengt Medieval Prophecy Records nu pas diens eerste demo “Esprit tellurique primitif” uit. Het woordje “primitief” uit de titel is zeker ook van toepassing op de archaïsche black die we dertig minuten lang op ons afgevuurd krijgen. De sound kraakt en piept en de sfeer is er één van vuiligheid en aardse vergankelijkheid. De gitaarriffs zijn repetitief net zoals de continu doorhakkende drums die na een tijdje wel eentonig worden. Een andere drumbeat op tijd en stond zou de dynamiek zeker ten goede komen jongens! Alrinack zorgt gelukkig wel voor nog wat variatie door hoge screams af te wisselen met dieper gegrom waardoor het lijkt alsof er soms twee verschillende gekeelde speenvarkens te horen zijn. Af en toe gooit hij ook een spoken word stukje in de strijd waarbij opvalt hoe bijtend en agressief dat Frans wel niet klinkt. Links en rechts fleuren een keyboardlijntje of een stukje akoestische gitaar de boel wat op, maar over het algemeen is de sfeer bedrukkend en gitzwart. Wie in de jaren negentig is blijven hangen en een afkeer heeft van vooruitgang zal hier misschien wel plezier aan beleven. Ondanks dat we hier met een eerste demo te maken hebben, had ik toch iets meer verwacht van een band die reeds twaalf jaar actief is. Als luistertip kan ik “Réminiscence” aanbevelen, het beste nummer van de demo.

JOKKE: 68/100

Hertogenwald – Esprit tellurique primitif (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Purification (Introduction)
2. L’Haleine du marais
3. L’Œil de l’arbre
4. Anamnèse (Interlude)
5. L’Avertissement du crapaud
6. Réminiscence
7. Le noir chemin de l’Erèbe (Fin)

Lost In Kiev – Persona

Het aantal post-rockbands dat ik nog actief volg is met een Caspian, If These Trees Could Talk, This Will Destroy You en Lost In Kiev ondertussen nog op één hand te tellen. Deze laatste Parijse band is met “Persona” aan haar derde langspeler toe waarvoor een duidelijk doel voorop gesteld werd: kortere en meer directe songs schrijven zonder aan intensiteit in te boeten.
Op “Nuit noire” werd reeds subtiele electronica aan het klankpallet toegevoegd, maar nu gaan de Parijzenaars nog een stapje verder door hun cinematografische postrock met dikke synthlagen en machinale klanken op te smukken. Dit resulteert in een meer poppy sound waarbij de stevige post-metaluithalen nu grotendeels achterwege blijven, een evolutie die ik niet voor de volle 100% toejuich aangezien de band hierdoor ook aan pakkendheid heeft ingeboet. De vernieuwde aanpak gaat wel hand-in-hand met het concept van “Persona” waarbij Lost In Kiev reflecties maakt op de mensheid in een futuristische context waarbij artificiële intelligentie volledig in het dagelijks leven geïmplementeerd is. Door de instrumentale insteek van het genre heeft postrock altijd al een grote affiniteit gehad met het gebruik van spoken word samples, denken we maar aan Mogwai’s “Punk rock“, GY!BE’s “Blaise Bailey Finnegan III” of The Allstar Project’s “Not all a dream“. Lost In Kiev neemt deze traditie echter naar the next level door een omgekeerde soundtrack te creëren waarbij ze zelf een verhaal bij de muziek schrijven in plaats van samples uit films te gebruiken. Tijdens optredens worden de voice-overs gesynchroniseerd met videoprojecties waarbij acteurs te zien zijn die de verschillende stemmen interpreteren. In het “Persona” verhaal komen de fictieve karakters middels negen prozaïsche en suggestieve post-rocknummers tot leven. In “Mindfiles” en het uptempo en bijwijlen dansbare “Lifelooper®” komt de kruisbestuiving tussen de oude en vernieuwde sound mooi samen en de prominente rol van de basgitaar tilt “The incomplete” boven de grote massa aan gelijkaardige post-rocknummers uit. “Thumos” komt gelukkig door diezelfde basgitaar nog eens stevig uit de hoek en mondt in een percussiefinale uit. “Psyche” en afsluiter “Mecasocialis” zijn post-rock volgens het boekje maar zolang het de juiste snaar weet te raken, is de missie geslaagd. Wanneer de synths echter de overhand nemen, willen de haartjes op mijn armen niet altijd uit slaaptoestand te ontwaken. Ik mis door de bravere sound échte climaxen en intensiteit, maar natuurlijk bewonderenswaardig dat Lost In Kiev niet ter plaatse wil blijven trappelen en nieuwe horizonten blijft verkennen.

JOKKE: 75/100

Lost In Kiev – Persona (Dunk! Records 2019)
1. Persona
2. Lifelooper®
3. The incomplete
4. XM3216
5. Pygmalion
6. Mindfiles
7. Psyche
8. Thumos
9. Mecasocialis

Time Lurker/Cepheide – Split

“Tweewerf hoera!” want zowel Time Lurker als Cepheide laten opnieuw van zich horen en in het geval van die laatste is dat vrij verrassend nadat ze er vorig jaar officieel de stekker hadden uitgetrokken. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en voor het eerste teken van leven van de Franse band na diens korte hiatus hebben ze hun bevriende landgenoot Mick van Time Lurker opgetrommeld om zo de krachten te bundelen en een split met nachtmerries als thema te schrijven. Het volwaardig debuut van Time Lurker kreeg destijds een negen van ons toebedeeld, uitermate benieuwd naar dit nieuwe materiaal dus! Thibo van Paramnesia neemt de zang op de twee Time Lurker nummers voor zijn rekening en deed dat deels ook reeds op het debuut. De uitstekende sound van deze twee post-black nummers weet de combinatie van duistere atmosfeer, melancholische gevoelens en tomeloze agressie perfect te capteren. Op zich is dat trucje ondertussen al honderden keren gedaan, maar Time Lurker weet met de ingrediënten wel steeds pakkende songs te componeren die onder je huid kruipen. De sirene-achtige vrouwelijke vocalen die je als een lokstem de onstabiele nacht mee intrekken, hebben bovendien iets betoverends en bedwelmends. De horrortaferelen die zich nadien afspelen, doen je badend in het zweet wakker worden. Kippenvel tot de tweede macht! Ook Cepheide’s platen “Respire” (2016) en “Saudade” (2017) wisten ons te bekoren. Naar goede gewoonte kijken Gaetan en François niet op een minuutje meer of minder zodat hun bijdrage in de vorm van “Lucide” op een kleine twintig minuten aftikt. De post-zwarte creatie van het Parijse duo moet het hebben van lang uitgesponnen passages, ijselijke vocalen, een verstikkende atmosfeer en lange rustpauzes vol ambient en post-rock taferelen waarin de spanningsbogen langzaamaan tot nieuwe crescendo’s opgebouwd worden. Het kolossale nummer bevat heel wat variatie in tegenstelling tot het ouder werk dat veel meer stoelde op herhaling en repetitiviteit. De duisternis die erin vervat zit, verspreidt zich muisstil als een inktvlek in water om je beetje bij beetje te overmeesteren. Wat een grandioos einde ook! Qua productie klinkt Cepheide nu ook écht overdonderend wat maakt dat “Lucide” het beste nummer is dat ze tot op heden hebben geschreven. Deze split is voor beide bands een schot in de roos en zal geen enkele fan van post-black metal onberoerd laten!

JOKKE: 89/100 (Time Lurker: 88/100 – Cepheide: 90/100)

Time Lurker/Cepheide – Split (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Time Lurker – No one is real
2. Time Lurker – Unstable night
3. Cepheide – Lucide

Heaume Mortal – Solstice

Heaume Mortal is een project van de Fransman Guillaume Morlat (o.a. Cowards, Eibon) die bijgestaan wordt door mede-Cowards bandlid Julien Henri op zang en drummer Jordan Bonnet. In de vorm van “Solstice” verschijnt via Les Acteurs de L’Ombre Productions het debuut dat met een speeltijd van een dik uur heel wat te bieden heeft. Op het twee minuten durende raggende “South of no north” na, klokken de andere nummers af op zo’n zeven tot maar liefst dertien minuten. Kort door de bocht gezegd kan Heaume Mortal’s muziek als black/doom bestempeld worden, hoewel er op tijd en stond ook wel een blastbeat de revue passeert. In opener “Yesteryears” vormen die snelheidsuitbarstingen van de drums een mooi contrast met de trage repetitieve riffs. En Julien, die schreeuwt letterlijk de longen uit zijn lijf, maar weet ook dat hij de lange nummers niet moet vol zingen en laat zo voldoende ruimte voor instrumentale spanningsbogen; afsluiter “Mestreguiral” is zelfs volledig instrumentaal. In het iets te langdradige “Oldborn” laat hij horen een gevarieerd klankenpallet uit zijn strot te kunnen persen dat aanvullend werkt op de experimentele twists die de muziek hier Akercoke-gewijs neemt. In de sludgy doompartijen horen we subtiele invloeden van bands als Cult Of Luna, Yob of landgenoten Verdun terug en de song kent een pakkende melodieuze finale met prachtige gitaarleads. “Erblicket die Tochter des Firmament” is dan weer een heuse Burzum cover. Ik had het nummer eerlijk gezegd niet meteen herkend aangezien dit toch wel een zwaardere uitvoering is dan het origineel. Extra punten trouwens om eens een andere song dan “Burzum” of “Jesu død” van de “Filosofem“-plaat onder handen te nemen. Ook in de reeds vermelde instrumentale hekkensluiter duiken invloeden van Burzum op door het desolaat keyboardlijntje dat doorheen het spookachtige ambient-nummer waart. “Tongueless (Part III)” – waar delen I en II te beluisteren zijn is me een raadsel – combineert post-rock grandeur met beukende sludge die overgoten is met een black metal-sausje maar kan opnieuw niet de volle twaalf minuten de aandacht erbij houden. Graag op een volgende plaat wat compacter materiaal pennen, dan komt het helemaal goed met dit Heaume Mortal.

JOKKE: 77/100

Heaume Mortal – Solstice (Les Acteurs de L’Ombre Productions 2019)
1. Yesteryears
2. South of no north
3. Oldborn
4. Erblicket die Tochter des Firmament (Burzum cover)
5. Tongueless (Part III)
6. Mestreguiral