frankrijk

Possession/Spite – Passio Christi Part I/(Beyond the) witch’s spell & Possession/Venefixion – Passio Christi II/Necrophagous abandon

De klassieke muziek van Pergolesi, Vivaldi en Allegri en Doug Maxwell’s beiaardmuziek die de twee delen van “Passio Christi“, de nieuwe conceptuele splitreeks van Possession over de laatste uren van Jezus Christus, in- en uitluidt zou mijn grootouders nog wel hebben kunnen bekoren. De chaotische old school zwartgeblakerde metal of death die daartussen uit de speakers knalt, zou ongetwijfeld op minder bijval gerekend mogen hebben. Op één langspeler na (het uit 2017 stammende “Exorkizein“) bestaat Possession’s discografie voornamelijk uit korte releases. Onder de noemer “Passio Christi” verschijnen nu twee splits waarvoor de Belgen gelijkgestemde zielen vonden in het Amerikaanse Spite en, dichter bij huis, de Fransen van Venefixion. Twee namen die ik wel al heb horen waaien, maar écht bekend met hun werk ben ik niet. Opdracht van deze splits om daar verandering in te brengen. Possession trapt beide releases in gang. Doorheen de licht-chaotische extreme metal van de oude stempel waait bij wijlen een bestiaal windje, daar zit een tour met Black Witchery en Nyogthaeblisz ongetwijfeld voor iets tussen. Maar gelukkig worden hypnotiserende melodische leads in “Temptatio“, het felle compacte “Crux immissa” en het wat langere “Stabat mater” niet geweerd. Een door ondergetekende positief ontvangen evolutie. Op ritmisch vlak wisselen militant hakkende drumritmes mid-tempo partijen en swingende blasts af. Spite vervolledigt het eerste deel en de sound van dit eenmansproject bevat veel meer invloeden van pure snerpende black. Opnieuw echter op oude stoel geleest, met heel wat invloeden van een band als Negative Plane, op zich misschien niet zo verwonderlijk als je weet dat meesterbrein Salpsan van diens livebezetting deel uitmaakt. De in 2018 verschenen langspeler “Antimoshiach” moet ik precies toch maar eens opsnollen. De cover van het “Cruel creator” oudje van het Columbiaanse Manitú leunt dichter bij de sound van Possession aan. Voor het tweede deel klopte Possession bij Venefixion aan, een band met een nog vrij bescheiden discografie en een geluid dat zich overduidelijk in het doodsmetalen hoekje afspeelt, tenminste nadat de inluidende pianoklanken van “Egregore” uitgestorven zijn. Het contrast kan amper groter zijn, wanneer de bestiale death van Venefixion gedurende zeven en een halve minuut en verspreid over twee nummers op ons wordt afgevuurd. Flitsende leads klieven doorheen de asgrauwe lucht en zetten elk gebedshuis in vuur en vlam. Twee interessante releases waarbij me enerzijds Possession’s nieuwe insteek met hypnotiserend leadwerk positief bevalt en anderzijds Spite en Venefixion als interessante verder uit te spitten bands getipt worden.

JOKKE: P.C. I: 81/100 (Possession: 82/100 – Spite: 80/100)

Possession/Spite – Passio Christi part I/(Beyond the) witch’s spell (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – INRI
3. Possession – Temptatio
4. Spite – Beyond the witch’s spell
5. Spite – Cruel creator [Manitú cover]

JOKKE: P.C. II: 80/100 (Possession: 83/100 – Venefixion: 77/100)

Possession/Venefixion – Passio Christi part II/Necrophagous abandon (Iron Bonehead productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – Crux immissa
3. Possession – Stabat mater
4. Venefixion – Egregore
5. Venefixion – Necrophagous abandon
6. Venefixion – Ripped from the cross

The Great Old Ones – Cosmicism

Als grote horrorfan in het algemeen en Lovecraft in het bijzonder, heb ik traditioneel een zwak voor bands die het literaire genre eer aandoen. En dat doen de heren van The Great Old Ones met deze vierde langspeler, want waar de eerste drie – overigens best goeie – releases voor mij persoonlijk hier en daar iets misten, slaat deze “Cosmicism” op mijn koptelefoon als een nihilistische bom in. Eigenlijk ligt deze nieuwe plaat geheel in dezelfde lijn, en toch lijkt alles net dat tikkeltje samenhangender. We hebben duidelijk te maken met een band die volwassen is geworden in deze donkere, overbeviste wateren. Dat de cosmos blijkbaar bakken sfeer uitblaast, hoor je meteen al bij opener “Cosmic depths” die met een langzame tokkel naadloos overgaat in het strakke “The omniscient” waarin snelle, snijdende riffs afgewisseld worden met mid-tempo gehak en rustige passages. Hetzelfde vergiftigde recept als bij het bijna twaalf minuten durende “A thousand young“. Dat The Great Old Ones ook een potje onheilspellende doom metal kunnen maken, bewijzen ze met afsluiter “Nyarlathotep“, een nummer waar de ene loodzware riff gevolgd wordt door een andere. Het geluid – dankzij Francis Caste van Studio Sainte-Marthe – zit prima en doet bij wijlen denken aan een vollere variant van het laatste Blut Aus Nord-album. Ritme en melodie komen tot hun recht, net als vocalen en ook van de bij wijlen complexe drums gaat niks verloren. Speciale vermelding gaat naar het alweer briljante artwork, dit keer van Jeff Grimal. “Cosmicism” is een sfeervol en toch agressief album dat zich met een perfecte balans weet te onderscheiden. Alles klopt hier en van mijn part is dit een trefzeker kerstgeschenk.

Xavier: 95/100

The Great Old Ones – Cosmicism (Seasons Of Mist 2019)
1. Cosmic depths
2. The omniscient
3. Of dementia
4. Lost Carcosa
5. A thousand young
6. Dreams of the nuclear chaos
7. Nyarlathotep

Hexekration Rites – Desekration manifesto

Black/death is een genre waar ze in Frankrijk alles van weten. In de vorm van Arkhon Infaustus, Temple of Baal, Vorkreist, e.d. lopen er talrijke orkestjes rond die beide extreme metal-varianten in de blender smijten. Hexekration Rites is een nieuwe band in het genre die in 2018 werd opgericht door H.R. en C.S. die besloten dat twee man voldoende is om hun muzikale visie ten berde te brengen (voor live concerten wordt wel extra hulp ingeschakeld). Na een demo die in het jaar van oprichting verscheen, brengt Atavism Records nu de nieuwe EP “Desekration manifesto” van de twee fransozen uit. U kan kiezen uit een CD- of cassetteversie. “Desecration manifesto” schiet na een ritualistische ouverture uit de startblokken om vijf nummers lang chaotische black/death op de luisteraar af te vuren. De sound is vrij dof waardoor het geheel wat punch en power mist. Daar had VK (Vassafor, Temple Nightside, …) tijdens de mastering toch wat meer aandacht aan moeten schenken. Zinderende solo’s scheuren zich een weg doorheen de grotendeels snelle en woeste riffs en drums, maar ook meer melodieuze slepende leads worden niet geweerd. De haatpredikerij gaat er vlot in, maar weet nergens te imponeren. Nog even meegeven dat het artwork van de hand van Panzer Hraesvelg Faust (Heinous) is. Voor de rest is Hexekration Rites een band die vooral door de old school maniakken eens uitgecheckt moet worden. Luistertip is het hieronder geplaatste “Ascension“.

JOKKE: 69/100

Hexekration Rites – Desekration manifesto (Atavism Records 2019)
1. Ouverture
2. The altar of madness
3. Necrotriumph
4. Blazing purification
5. Ascension

Blut Aus Nord – Hallucinogen

Een grammatisch incorrecte Duitse bandnaam voor een Franse groep die steeds iets doet wat je niet verwacht… Blut Aus Nord is voor mij al meer dan vijfentwintig jaar één van de meest intrigerende black metal bands. Het debuut “Ultima thulée” en opvolger “Memoria vetusta I: Fathers of the icy age” brachten melodische black met bakken reverb en klonken bijna even sfeervol als een vroege Emperor. Albums drie tot en met zeven borduurden verder op die sfeer, maar dan met meer dissonantie en een progressieve aanpak. Vanaf “777 SECT(S)” ging het dan weer een modernere richting uit en kregen we veel meer kille “industriële” en “post” invloeden. Een trend die behouden bleef tot… wel… nu. Inmiddels zijn we bij full-album 13, “Hallucinogen“, welk ons op eigentijdse wijze terugvoert naar het begin van Blut Aus Nord. “Hallucinogen” is, met andere woorden, een erg sfeervolle plaat. De muziek houdt het evenwicht tussen melodische en post-black metal. Dit album is meer dan de vorige releases echt één geheel en mikt duidelijk op een complete luisterervaring. Dit hoor je meteen al bij opener “Nomos nebuleam“. Veel herhaling, achtergrond keys en koor, maar wel met dat typische gitaargeluid en die reverb heavy productie. Andere nummers zijn gelijkaardig, maar sommige kennen wat meer leads die flirten met dissonantie zoals “Sybelius” en andere kennen meer mid-tempo riffs zoals bijvoorbeeld afsluiter “Cosma procyiris“. Alles blijft echter wel heel erg mooi elkaar opvolgen, zodat je nooit uit de sfeer van het album raakt. In die zin is het dus inderdaad een geestverruimende ervaring, al vind ik het jammer dat het “trippy” aspect – zoals de album titel suggereert – uitblijft. Er zat op dat vlak gewoon meer in om “Hallucinogen” écht uniek te maken. Wat we nu hebben is namelijk een steengoede cd, maar desondanks eentje die nou niet boven, pakweg, een “Spectral voice from newborn star” van The Lost Sun uit kan torenen. De release werd vergezeld van promoteksten die dit alles als een nieuw begin aanduiden, maar ik hoor toch echt wel aansluiting met die eerste releases en daarom is dit voor mij een vrij logisch gevolg. Zeker als je bekijkt hoeveel oudere bands teruggrijpen naar een meer straightforward aanpak na jaren van experimenteren, is dit niet extreem verrassend. Toch moet je echt wel zeggen dat het indrukwekkend is hoe bandleider Vindsval er zo goed in slaagt om, ondanks de wisselende subgenres, Blut Aus Nord steevast te laten klinken als zichzelf. Fans van het eerste uur en fans van moderne, “posty” black kunnen dit echt blindelings aanschaffen. Anderen kunnen best eerst even luisteren.

Xavier: 90/100

Blut Aus Nord – Hallucinogen (Debemur Morti Productions 2019)
1. Nomos nebuleam
2. Nebeleste
3. Sybelius
4. Anthosmos
5. Mahagma
6. Haallucinählia
7. Cosma procyiris

Belenos – Argoat

Er zijn van die bands die je vergeet tot je plots een promo voor je neus krijgt. Zo ook het bijna 25 jaar oude Franse Belenos. Dat Frankrijk goeie technische metal weet uit te persen, horen we aan Gorod, Dead Season, Gojira, … En ook qua donkere black metal weet de kenner dat onze buren een Metal Merlot kunnen onderscheiden van een Pino Noir – Pino is al angstaanjagend genoeg en behoeft geen extra domme woordspeling. Minder bekend is dat het land ook een paar oerdegelijke pagan bands in de wijnkelder heeft, zoals Himinbjørg or Aes Dana, … En nou net daar is waar Belenos heeft liggen rijpen sinds het vorige album uit 2016. Het nieuwe “Argoat“, als ik me niet vergis full-length studioalbum nummer zeven, is geen nakomertje. Enige originele en vaste lid Loïc Cellier heeft namelijk wel erg zijn best gedaan om een rauwe, moderne sound te creëren. Het staat misschien niet bol van de originele vondsten, “Argoat” dendert door van begin tot einde. Alle nummers zijn goed gespeeld, met zowaar goede cleane zangpartijen, en passen netjes bij elkaar. Ze bevatten voldoende tempo- en melodiewissels om alles interessant te houden, maar niet zoveel dat het onoverzichtelijk gaat worden. Eigenlijk is dit een prachtig voorbeeld van hoe je old school black-pagan metal in de moderne tijd kan brengen, zonder teveel compromissen aan eender welke kant van de tijdslijn. Geen enkel nummer springt er echt uit, maar dat is niet erg, want het hele album loopt vlotjes naar binnen. Mijn complimenten aan de chef.

Xavier: 83/100

Belenos – Argoat (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Karv-den
2. Bleizken
3. Argoat
4. Nozweler
5. Huelgoat
6. Dishualder
7. Duadenn
8. Steuziadur
9. Arvestal

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes

Florian Denis aka Ardraos kennen we al een tijdje. De man verwierf vooral faam als (ondertussen ex-) drummer bij Peste Noire op alle releases sinds diens self-titled, en ook op Aorlhacs “L’esprit des vents” hanteerde hij de stokken. Echter heeft dit heerschap ook sinds 2001 een soloproject, waarmee hij recent aan zijn derde langspeler toekwam. Via Debemur Morti Productions verscheen zodus “Hic regnant borbonii manes”, waarop Ardraos bewijst ook een begenadigd gitarist te zijn. Zoals het een nationalist zoals Ardraos zelf betaamt, duikelt het album lyrisch gezien halsoverkop terug de middeleeuwen in, terug naar de tijd toen zijn geboortestreek Auvergne nog Bourbon genoemd werd – vandaar de referentie in de titel die verwijst naar de krochten van de kerkers van de toenmalige adel. Geen nazibedoeningen hier, wel een glorificatie van de tijden van weleer. De melodieuze tremoloriffs volgen elkaar zonder genade op, ondersteund door een belachelijk groot aantal blastbeats. Echter krijgen we hier niet zomaar hersenloos geram want de songs bevatten genoeg variatie en interessante opbouwen om ons een klein uur lang geboeid te houden. Met de intro in de vorm van “Invito funere” worden we ietwat op het verkeerde been gezet: deze bereidt ons absoluut niet voor op het opeenvolgende “Pénitences et sorelages” dat meteen het gaspedaal volop indrukt. Datzelfde gaspedaal wordt doorheen het album met moeite losgelaten, iets wat er normaliter voor zorgt dat mijn interesse na een tijdje nog even onbestaand is als een erectie van Herman Brusselmans. Gelukkig is Ardraos’ gitaarspel gevarieerd en inventief genoeg om mijn koppeke als het ware automatisch doorheen gans het album te doen meeknikken en waarin knipogen naar Sacramentums “Far away from the sun” (een referentie die Ardraos zelf aanhaalt, naast Dissection) en Peste Noires debuut af en toe eens om het hoekje komen piepen. Muzikale duizendpoot die hij is neemt de man ook de zang op zich (anders was het dan ook geen soloproject meer) en deze klinkt scherp, hoog en vooral ziedend. Na voorganger “Offertoire” las ik vaak de kritiek dat mensen de band instrumentaal goed vonden, maar dat de zang hen tegenstond. Op “Hic regnant borbonii manes” wordt het overslaande, ‘scheurende’ stemgeluid achterwege gelaten waardoor de vocalen iets toegankelijker zijn voor de gemiddelde liefhebber van zwart metaal. Hoewel geclaimd wordt dat zijn muziek een medieval kantje zou hebben, hoor ik hier echter bitter weinig van terug of het moeten de akoestische gitaartonen zijn die hier en daar over het album verspreid de kop opsteken. Wat we wel voorgeschoteld krijgen is een uiterst melodieus werk dat fameus blaast ende knalt, en waarvan de productie (die Ardraos ook zelf onder handen nam) absoluut top klinkt. Geen lo-fi toestanden hier, maar een zeer helder gitaartapijt waar de raggende blastbeats en dubbele bassen hun weg doorheen vinden zonder alles te overstemmen. De bas is niet steeds even hoorbaar, maar die volgt dan ook gewoon de drumpatronen en tja, die zijn nu eenmaal belangrijker hier. Iets meer variatie in het tempo had gemogen, maar voor een keer val ik er niet over: Ardraos weet een grimmige, ruwe sfeer neer te poten en doet dit met verve.

CAS: 84/100

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes (Debemur Morti Productions 2019)
1. Invito Funere (Introduction)
2. Pénitences et sorcelages
3. Hic Regnant Borbonii Manes
4. La Chasse Gayère
5. Je vivroie liement
6. Dilaceratio Corporis
7. L’Hoirie de mes ancêstres

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…