frankrijk

Dysylumn – Cosmogonie

Het Franse Dysylumn is misschien voor velen nog een goed bewaard geheim, maar de nieuwe ambitieuze derde langspeler “Cosmogonie” zal daar ongetwijfeld verandering in brengen, wand de post-black die het duo Sébastien Besson (zang en snaren en verder actief bij Abyssal Vacuum en Ominous Shrine) en Camille Olivier Faure-Brac (drums en allesdoener bij Y | I | Y) hier anderhalfuur (!) laat horen, kan zeker een breder publiek aanspreken. De muzikale voorbereiding voor dit in drie delen (“Apparition“, “Dispersion” en “Extinction“) opgesplitste verhaal nam twee jaar in beslag en vormt een mooie kers op de taart die ter ere van hun tienjarig bestaan wordt opgediend. De thema’s die Dysylumn op de drie schijfjes (CD of vinyl; aan u de keuze) onderzoekt zijn de creatie van het alles vanuit het onmetelijk niets (blijft een hip thema), de vorming van de oorspronkelijke chaos die beetje bij beetje de concretisering van de elementen vormt en dezelfde elementen die zich verspreiden in een oneindige ruimte totdat ze uitsterven. Ervaring en verkennend werk werden reeds opgedaan op de voorgangers “Conceptarium” (2105) en “Occultation” (2018). “Cosmogonie” laat geen verrassingen horen, maar een verdere fine-tuning van het recept van de heren: spectaculair tremelo riffwerk, dynamische drumpartijen die de gitaarstructuren nauwlettend volgen, tussen rauwe, diepe, heldere en schorre stemgeluiden alternerende zang en breed uitwaaierende gitaarleads die de post-black stempel rechtvaardigen. Hoogtepunten zijn wat mij betreft “Apparition III” dat ons, na zijn wat makke voorganger, wel plots terug bij de les houdt met diens erg aanstekelijke, haast positieve vibes uitstralende melodieën en sterke spanningsopbouw en ook “Dispersion II” weet elke luisterbeurt opnieuw te beklijven met diens door merg en been piercende gitaarleads. Het doomy slepende “Extinction II” zalft onze ziel dan weer na het wat agressievere “Extinction I“. Om ons 81 minuten lang aan de boxen gekluisterd te houden wordt er echter wel wat te weinig afwisseling geboden. Op zich zit elk nummer goed in mekaar, want er is duidelijk over flow, dynamiek en songstructuur nagedacht, maar op dergelijke massieve langspeler had ik verwacht dat Dysylumn toch net wat meer out of the box zou denken. Maar dat is dan ook meteen de enige kanttekening die ik bij “Cosmogonie” maak. Voer voor fans van het bejubelde/verguisde (schrappen wat niet past) Gaerea, Dirge, Ovtrenoir, Neurosis en aanverwanten.

JOKKE: 82/100

Dysylumn – Cosmogonie (Signal Rex 2020)
1. Intro
2. Apparition I
3. Apparition II
4. Apparition III
5. Dispersion I
6. Dispersion II
7. Dispersion III
8. Interlude
9. Extinction I
10. Extinction II
11. Extinction III
12. Outro

Novae Militiae – Topheth

Topheth” betekent ‘de plaats om te branden’ in het Hebreeuws maar is ook de naam van de plek waar in de Bijbel kinderoffers aan de godheid Moloch werden gebracht en zodus ideale inspiratie voor elke zichzelf serieus nemende blackmetalband. Left hand path-beoefenaars Novae Militiae nemen hun kunst duidelijk wél serieus, maar wat had je verwacht van een band uit het hartje van Parijs, de stad die de Franse scene mee op de kaart zette met kenmerkende furieuze uitbarstingen en verstikkende dissonantie? De Fransozen wensen anoniem te blijven maar gezien de stijl die de band erop nahoudt, lijkt het me sterk dat we hier niet met enkele oudgedienden te maken hebben: zo neigen de grunts wel erg hard naar het stemgeluid van enfant terrible MkM die ook bij Aosoth en Antaeus de boel bijeenkrijst en -brult. Op tweede langspeler “Topheth” krijgen we vier nieuwe nummers als dusdanig, gezien “Faithfully reduced to ashes” en “Affliction of the divine” heropgenomen versies zijn van de nummers die op de eerste EP “Affliction of the divine” prijkten. Het album wordt haast doomy op gang getrokken tot na enkele minuten het gaspedaal ingedrukt wordt en pas terug losgelaten wordt tijdens het eerste ambientintermezzo in de vorm van “The call of Aeshma”. Normaalgezien ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort tussenvoegsels, maar gezien de eerste drie nummers een constante Antaeus-achtige blastbeatbarrage waren, klaag ik niet met een rustpunt om even naar adem te happen. En dat is nodig, want Novae Militiae laat er nadien geen gras meer over groeien want opnieuw wordt het tempo opnieuw ferm de hoogte in gejaagd. Door de soms herhaalde dissonante riffs waait dan weer de wind van Aosoth (en die stinkt naar graflucht), met gitaarwerk dat een nerveus bewegend tapijt weeft dat de donkere en lichtjes hese oerschreeuwen in de verf zet, want de excellente vocale verdiensten eisen hun plek in de schijnwerpers duidelijk op. Zo duidelijk dat ze het speerhoofd vormen van een overrompelende sound die als een stromende chaos op je trommelvliezen blijft inbeuken – op dat vlak een grote stap vooruit tegenover de wat vlakker klinkende voorganger “Gash’khalah”. In “Affliction of the divine” is er nog even tijd om het wat rustiger aan te pakken en toont Novae Militiae ook beangstigend en bedreigend te kunnen klinken zonder de BPM-teller in toeren te jagen. Ook “The tables of revelations” houdt deze aanpak vast en stuwt richting een apocalyptische climax die wordt gevolgd door een laatste donker ambientstuk, de stilte na de storm. Novae Militiae creëerde het ideale toxische muzikale palet dat past bij het alweer voornamelijk rode artwork, dat na te lange blootstelling gegarandeerd nachtmerries verzoorzaakt. Waarom de plaat door Goathorned Productions wordt uitgebracht en de band nog niet bij Norma Evangelium Diaboli is gehuisvest, zal me een raadsel blijven.

CAS: 84/100

Novae Militiae – Topheth (Goathorned Productions 2020)
1. Towards the sitra achra
2. Advent of the prophet
2. Faithfully reduced to ashes
3. The call of aeshma
5. Elevated to him
6. Affliction of the divine
7. The tables of revelations
8. A.R.F.A.

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt

We zijn Moeder Aarde zo stillaan volledig naar de verdoemenis aan het helpen, dat is niets nieuws onder de broeierige zon die meer en meer door het gat in de ozonlaag komt piepen. De mens heeft Moeder Natuur nodig, maar vice versa geldt dat niet. Deze conceptuele split waarvoor het Duitse Friisk en Franse Loth de handen in mekaar slaan, beschrijft hoe het milieu kan herstellen wanneer de mensheid van de kaart geveegd is als gevolg van de cyclus van leven en dood. Het troosteloze artwork van Chris Kiesling van Misanthropic Art sluit hier mooi bij aan. Het Duitse kwintet Friisk opent kant A en kwam hier al eerder aan bod met diens debuut EP “De doden van’t waterkant“. “Kien Kummweer” is een dertien minuten durende compositie met teksten die in het Nederduits neergepend werden. Muzikaal gezien krijgen we tal van kippenvel opwekkende melodieuze leads te horen die over de woeste en snelle atmosferische black metal gedrapeerd zijn. Maar tussen al het geraas door is ook plaats voor akoestische rustpunten en meer doomy atmosfeer alvorens het nummer uitmondt in serene ambient. “Warndt“, het bijna negentien minuten durende werkstuk dat Loth aanlevert, grijpt je niet meteen bij het nekvel. Het duo opteerde ervoor om de sereniteit van het einde van het Friisk-nummer middels strijkers en cleane gitaren nog een dikke drie minuten door te trekken. Maar uiteindelijk gaat ook Loth overstag en volgt atmosferische black die wat progressiever van insteek is. Eens de band op dreef is, is het echter niet rammen en blazen tot aan het gaatje, want compositorisch werd een dynamisch gearrangeerd nummer afgeleverd dat epiek en ingetogen (akoestische) momenten inruilt voor heftige passages met donderend drumwerk en venijnige melodieuze riffs. Multi-instrumentalist Loth musiceert sterk (dat wisten we al van de twee eerder verschenen langspelers) en de krijsen van F.S. gaan door merg en been. Rond de twaalfminutengrens denk je dat het muzikale verhaal erop zit en de aarde in alle rust haar tweede adem kan vinden, maar toch slaat Loth nogmaals furieus toe met een zinderende finale. Of toch niet, want even later valt het muzikale onweer opnieuw stil en volgt ingetogen gemusiceer vergezeld van rustgevende orgeltoetsen. Wie denkt dat de heren toch nog een laatste keer alle registers zullen opentrekken, is er vervolgens aan voor de moeite. Mooi hoe hier niet volgens een verwachtinspatroon gemusiceerd wordt. Geslaagde split van twee bands die blijven groeien en fans van de “cascadian” sound ongetwijfeld zal aanspreken.

JOKKE: 79/100 (Friisk: 78/100; Loth: 80/100)

Friisk/Loth – Kien Kummweer/Warndt (Vendetta Records 2020)
1. Friisk – Kien Kummweer
2. Loth – Warndt

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

Necrowretch – The ones from hell

Naar mijn weten is Frankrijk een land met toch wel wat talent als het op extreme metal aankomt. Een hoop steengoede death en black metal bands van alle strekkingen die vaker weten te verrassen dan teleur te stellen. Vooroordeel of niet, het heeft in elk geval mijn verwachtingen van het voor mij voordien onbekende Necrowretch en hun vierde full length “The Ones from hell” ingekleurd. Dommage…Met een bandnaam als Necrowretch kan je eigenlijk al denken dat de muziek behoorlijk wat old school invloeden zal hebben en jawel, het gaat hier wel degelijk om muziek gehaald uit een met thrash/black/death gevulde, voor Vaderdag in een jaren tachtig basisschool gemaakte, asbak. Snelle, typische gitaarriffs, ambivalente solo’s en wat willekeurig getier worden vergezeld van enthousiaste drums, die er ongelukkigerwijs soms een fractie “naast” zitten. Spitsafbijter “Pure hellfire” vind ik, op enkele lead riedeltjes na, rotzooi. Een muzikale belichaming van waarom ik niet vaak naar dit genre luister. Dit verandert pas lichtjes als we bij het derde nummer en titeltrack “The ones from hell” aankomen. Hier horen we de meer black metal kant van Necrowretch en daar slaagt de band iets beter in om te overtuigen. Het nummer doet me zelfs denken aan vroege Dissection. Er wordt op dit elan niet verder gegaan en de volgende drie tracks zijn wat meer mid-tempo death/thrash. Op bepaalde momenten vind ik het best catchy, maar na heel even verslik me dan toch steeds in de uitvoering, welke naar mijn bescheten mening, niet altijd even geweldig is en sowieso bij elke snellere passage het seizoen van de mist ingaat. De band sluit de plaat met het nummer “Necrowretch” even slecht af als ze begonnen. Het is mijn genre niet per se, dus wil ik niet te hard zijn en een eervolle vermelding geven aan het, om een of andere reden, Chinees aandoende artwork en de gitaarproductie die ok is… maar hoe iemand dit echt spectaculair goed kan vinden is me een raadsel.

Xavier: 68/100

Necrowretch – The ones from hell (Season Of Mist 2020)
1. Pure hellfire
2. Luciferian sovranty
3. The ones from hell
4. Absolute evil
5. Codex obscuritas
6. Darkness supreme
7. Through the black abyss
8. Necrowretch

Amnutseba – Emanatism

Wat we over Amnutseba weten is niet veel. Naast het feit dat het om Parisiens gaat en ze twee demo’s uitbrachten die in 2018 als compilatie door Iron Bonehead Productions zijn uitgebracht, valt er bitter weinig op te spitten, al zou het me niet verwonderen moesten enkele leden ook in Novae Militiae terug te vinden zijn. Nu brengt datzelfde label uiteindelijk een volwaardig debuutalbum uit, dat afklokt op een goeie 36 minuten. Normaalgezien zou ik hier in vraag stellen of de speelduur de titel ‘langspeler’ rechtvaardigt, maar in het geval van Amnutseba moest het niet veel langer geduurd hebben. Wat mijn trommelvliezen teistert is zodanig condens en beklemmend dat mijn luchtwegen zich ook zonder corona vernauwen. “Emanatism” klinkt op en top Frans, en daarmee bedoel ik: vuil en godverdomde dissonant. Invloeden van Deathspell Omega zijn niet te ontkennen, maar dan in een chaotischer versie – denk oude Medico Peste of nieuwere Fides Inversa, maar dan met een hoop ranzigheid over gegoten die we bij Skáphe en Irkallian Oracle terugvinden. Vanuit deze beerput rochelen ook de hier diepe, death metal-aandoende growls op, al houden de Fransozen wat ruimte voor ruwe, pijnlijk klinkende krijsen. Structuur? Niks van aan. Vanaf de eerste noten van opener “Abstinence” krijgen we een constant spervuur aan scherpe dissonanten te verwerken, gelaagd op een meer dan onheilspellende vorm aan slepende black metal, verpakt in een van alle franjes ontdane productie. Hierna trekt het mysterieuze gezelschap het tempo omhoog met “Ungrund”. Amnutseba komt nog experimenteler uit de hoek met “Dislumen”, waar Death Fetishist om de hoek komt piepen maar waarin naar het einde toe ook een soort trap-beat zit verwerkt die ze voor mijn part achterwege mochten laten. Het draagt bij tot de ontmenselijking van de sound, maar voegt muzikaal gezien weinig toe. Afsluiter “Tabula” verwerkt dan weer wat bijbels aandoend gepreek, maar wordt na negen minuten wat langdradig gezien de chaos die het begin van het album kenmerkte hier wat lijkt te verdwijnen. Amnutseba trekt op dit debuutalbum alle registers open om hun verwrongen visie op black metal te uiten, maar net daardoor wordt het soms wat ratatouille aan ideeën. De eerste twee nummers voor intermezzo “.” zijn een nietsontziende maalstroom aan messcherpe riffs en onwezenlijk gekrijs, maar dit momentum wordt niet behouden naar het einde toe. Weliswaar laat het geheel een zeer desoriënterende indruk na, en het moge duidelijk wezen dat dat een compliment is.

CAS: 78/100

Amnutseba – Emanatism (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Abstinence
2. Ungrund
3. .
4. Dislumen
5. Tabula

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê

Cénotaphe – Monte verità

Eén ieder van ons die al eens een bergvakantie of -trektocht heeft gedaan, zal beamen dat de woeste en adembenemende berglandschappen tot de verbeelding spreken en je als mens heel nietig doen voelen. In het metal-wereldje komen bergtoppen regelmatig terug in cover artwork of songteksten. Zo ook bij het Franse duo Cénotaphe, één van de verborgen pareltjes van de Franse black metal-scene die met hun debuut langspeler “Monte verità” ontegensprekelijk heel wat nieuwe zieltjes gaan winnen, als dat al niet gebeurde middels de uitstekende EP “Empyrée“. De contemplatieve en poëtische Franse teksten verwijzen naar een specifieke berg in het Zwitserse Ascona die begin 19de eeuw tal van outcasts, kunstenaars en intellectuelen aantrok die op zoek waren naar afzondering van de chaotische wereld beneden hen. Het concept is echter allegorisch van aard en vanuit een metafysisch standpunt bekeken waarbij elk nummer de zoektocht naar afzondering en verademing van een individueel persoon vertelt. Eens de top bereikt is liggen de verleidingen en banale routine van de maatschappij en het dagdagelijkse leven echter terug op de loer en geraken de individuen opnieuw verder verwijderd van dat verlichtingsmoment bovenop de berg. In het titelnummer dat de plaat afsluit, krijst Khaosgott (maar dan in het Frans): “The ascent ends, and with it have faded, one by one, paradoxes, components of a body hastily doomed to decay. And now complete, now completed, I could get lost in the permanence of the mirage, staked with obsessions, like so many obstacles, like so many dry sources, through their cracked ground, I can hear the rattle of twilight.” De kracht van Cénotaphe ligt ‘em in de kwaliteiten van multi-instrumentalist Fog die complexe riffs vol stoïcijnse en troosteloze melodieën componeert die het verhaal verder kracht bij zetten. Ook keyboards worden daar waar nodig ingezet om meer diepte te geven aan de verhalende nummers. Het feit dat het duo voor een krachtige productie heeft gekozen, doet de composities perfect tot hun recht komen want een groezelige keldersound had de muziek hier onrecht aangedaan. Dat maakt het genieten van de pakkende tremolo-riffs van opener “Myosis” of het krachtige “Intolérante thébaide“, misschien wel hét hoogtepunt van “Monte verità“. In “Aux cieux antérieurs” dragen heldere koorgezangen bij tot de nodige grandeur alvorens een nieuwe pandoering om de oren te geven middels dynamische blasts en pakkende leads. Khaosgott drijft zijn stembanden in “L’oeuf de mammon” tot het uiterste en laat zien dat hij heel wat gevoel in zijn krijswerk weet te leggen. Het stuwt de nummers nog verder naar een emotionele catharsis met de sacrale wending van de gezangen in “De mon promontoire astral” als prachtig voorbeeld. Hier komt late-Emperor ook stiekem vanachter de hoek piepen. “Ne m’oubliez” zet elke keer weer aan tot het meekelen van de ‘ooh ooh oooh’s’. Dat hoeft trouwens helemaal niet cheesy te zijn, want “Monte verità” is een plaat die onder je huid en in je systeem sluipt en daar heel wat emoties weet los te weken.

JOKKE: 86/100

Cénotaphe – Monte verità (Nuclear War Now! productions 2020)
1. Myosis
2. Aux cieux antérieurs
3. L’oeuf de mammon
4. De mon promontoire astral
5. Intolérante thébaide
6. Ne m’oubliez
7. Emersion
8. Monte Verità