ijsland

Skáphe – Skáphe³

Oorverdovende, demonische dissonantie. Een barrage van dystrofie veroorzakende drumsalvo’s. Een sfeer die de gruwelijkste stukken poëzie uit de geschiedenis van de mens zou kunnen vergezellen. Muziek die de grenzen opzoekt van wat we als luisteraar aangenaam of beluisterbaar vinden, heeft bij deze redactie toch een opmerkelijk grote plek in het hart veroverd. Het atonale, het ambivalente, het onterende. Songstructuren die uitdagen, die alle aandacht vereisen en zelf dan niet zomaar te behappen zijn. Een blik op het aanbod van deze blog laat ook meteen zien hoezeer 2020 een voedingsbodem is gebleken voor deze extreme vorm van extreme muziek, gezien de vele reviews over uitzonderlijke, muzikaal uitdagende bands. Eén zo’n band is het Amerikaans/IJslandse Skáphe, die met “Skáphe³” meteen aan hun – je raadt het al – derde langspeler toe zijn. De plaat schenkt de luisteraar wat alleen maar als een veertig minuten durende, volledig uit de hand gelopen dimethyltryptamine-trip kan worden omschreven, een grauwe, vleesgeworden manifestatie van een perpetuele en allesverslindende nachtmerrie. Bij het aanbod horen drumpartijen die blijven hameren tot lang nadat de begeleidende riff de illusie creëert uitgeraasd te zijn. Tempoveranderingen die je doen happen naar adem. Gitaarsolo’s die niet melodieus of verfrissend maar enorm benauwend en desoriënterend klinken. Wie al veel naar pakweg Misþyrming heeft geluisterd kan met iets wat verdacht veel op opluchting lijkt zeggen dat de stembanden van Dagur Gíslason, omwille van hun herkenbaarheid, de enige tastbare vorm van soelaas brengen. Hoofdrolspeler van dit verhaal blijft natuurlijk de heimelijk ondoorgrondelijke Alex Poole, verder bekend van nog een tiental andere illustere blackmetalbands, zoals het geniale Chaos Moon – waar hij ter gelegenheid van de auditieve hondsdolheid die “Skáphe³” is, ook drummer Jack Blackburn is gaan ontvreemden. Blackburn raast er met momenten patronen uit die de virtuositeit voorbij gaan, en mag bij deze van onderstaande nooit nog iets anders doen dan drummen met Poole. Die laatste weet zich met Skáphe keer op keer te overtreffen, en ook deze keer is het raak: een sublieme productie en mastering zorgen ervoor dat de ontiegelijk gelaagde en striemende geluidsgolven nog beter tot hun recht komen, zonder daarbij aan corrosieve kracht te verliezen. Het driekoppig gezelschap is ontegensprekelijk geslaagd in hun opzet, wat die ook moge zijn. Dit is dissonante perfectie, een niet te missen plaat voor eender wie zichzelf al eens graag uitdaagt met ‘moeilijke’ muziek, en zonder twijfel één van de sterkste releases van het jaar.

JULES: 95/100

Skáphe – Skáphe³ (Mystiskaos & Iron Bonehead 2020)
1. VIII – Beyond earthly understanding
2. IX – The lowest abyss
3. X – Sing lament to thee
4. XI – The ocean of fire
5. XII – Buried in dark earth
6. XIII – The shrill cracks and moan
7. XIV – A spiritual bypass
8. XV – Oblique axis
9. XVI – Glass sarcophagus
10. XVII – Rebirth synthesis

Vonlaus – Röð slæmra ákvarðana

IJsland en blackmetal…er zijn ondertussen al ellenlange epistels over geschreven, dus ik ga deze keer niet te lang uitweiden over deze combo. Vonlaus is trouwens niet 100% IJslands want twee vijfde van het gezelschap (schreeuwlelijk PRJ en gitarist KW) bezit een Pools paspoort en kennen jullie mogelijks van de band Above Aurora. Vonlaus, wat zoveel betekent als ‘hopeloos’ namen we twee jaar geleden onder de loep naar aanleiding van hun gelijknamige debuuttape en we deden de band toen af als het kleine broertje van een Naðra. Op de nieuwe EP “Röð slæmra ákvarðana” horen we in de song “Gegn mér” een geluid dat toch ook wel wat belangstelling voor een Misþyrming verraadt. PRJ’s strot schuurt en schaaft dat het een lieve lust, gaat regelmatig in overdrive en na elk nummer kan de man mijns inziens best een keelpastille gebruiken. De gitaren klinken snerpend, soms atonaal en doorgaans ietwat schel. Er mag ook al eens een solo geplaceerd worden zoals in opener “Gjaldþrot“, wat trouwens een meerwaarde geeft aan het nummer. Het nummer “Týndur í Reykjavík” (‘verdwaald in Reykjavik’) bevat een heuse postpunkvibe doordat er meeslepende gitaarleads van stal gehaald worden en heeft wel wat weg van het latere Lifelover materiaal. De drummer tenslotte doet wat ie moet doen: voor punch en dynamiek zorgen. Oh ja, de bassist vergeten, maar die is amper hoorbaar in de mix. De titel van de EP laat zich vertalen als ‘een reeks van slechte beslissingen’ en de nummers gaan over allesbehalve jolige onderwerpen zoals bankroet zijn, drankgebruik en overdosissen. Fijne EP met knap artwork van Business for Satan voor liefhebbers van ongepolijst IJslands zwartmetaal met postpunkvibes.

JOKKE: 78/100

Vonlaus – Röð slæmra ákvarðana (Mystískaos 2020)
1. Gjaldþrot
2. Gegn mér
3. Af ólyfjan og drykkju
4. Týndur í Reykjavík

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Illkynja – Sæti sálarinnar

Malignant”, of kwaadaardig, in het Islenska, weet het internet mij te vertellen. De band heeft zijn naam niet gestolen. Illkynja speelt een erg sinistere en onthutsende maar dan toch ook weer herkenbare stijl, in vergelijking met de modale blackmetalband uit IJsland. De gitaarlijnen zijn schel, rauw en corrosief, maar niet koud. De drums klinken zoals we ze horen willen van nog zo’n volledig in mysterie gehulde band uit het dunst bevolkte land in Europa: brutaal, agressief, methodologisch, als een hamer die je hersenpan volleerd tot maalsel dondert. De zanger heeft een heel eigen stemgeluid, waarmee hij perfect als gastheer fungeert om je de poorten van deze introspectieve hel te presenteren. Als geheel slaat de band er verder naadloos in je onder te dompelen in deze tormentueuze verdommenis en de uitgang vlak voor je neus en zonder verpinken in honderd stukken te scheuren. Dat is “Sæti sálarinnar“, ofte “De zetel van de ziel”. Illkynja weet je met hun enorm dissonante geluid te grijpen op nagenoeg elk van de negen tracks op deze LP, maar ze stralen helemaal wanneer er in die wanklanken ruimte wordt gelaten voor langgerekte post-riffs en experimenteren. Auditief gezien ligt dat laatste niet ontiegelijk ver verwijderd van wat onderstaande zo fantastisch vindt aan “The feral wisdom” van Wormlust. Een nummer als “Allt er glatað” springt er meteen uit. Zodra de gitaarlijnen echt de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen tot de verslavende edoch misselijkmakende golven van een pikdonkere en allesomvattende watermassa, wordt het geheel pas echt mooi. Dit zolang de sound niet teveel moet inboeten aan tomeloze gewelddadigheid, maar die blijft op “Sæti Sálarinnar” gelukkig centraal staan. “Pest“, bijvoorbeeld – maar eigenlijk de volledige tweede helft van de plaat – kent geen enkele genade voor de wekere zielen onder ons. ‘Sæti sálarinnar’ zet deze nieuwe band meteen op de kaart. Er zijn momenten waarop je wat verloren loopt doorheen het album. De opbouw herinrichten zou hierbij het verschil hebben kunnen maken, maar er schemert ook wat jeugdig enthousiasme door dat schoonheidsfoutjes in de productie heeft laten gaan. Het geheel is bijtend, grommend en enigmatisch, en het smaakt naar meer. Laat dat het voornaamste zijn om hier te onthouden.

Jules: 78/100

Illkynja – Sæti sálarinnar (Goathorned Productions 2020)
1. Ég er ljósið, eldurinn og upphafið
2. Holdið
3. Allt er glatað
4. Dauðaþögn
5. Sjálfseyðing
6. Sæti Sálarinnar
7. Guðhaus
8. Pest
9. Dýrð í harmleik

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows / From the cursed glades

De undergroundinspectie wees mij op het eerstdaags verschijnen van nieuw werk van Äkth Gánahëth in de vorm van een split met het Amerikaanse Grógaldr. Wie zei u daar? Wel, Äkth Gánahëth is een vrij nieuw éénmansproject van een zekere Adrian Brachmann die verder nog actief is bij Níðstöng, Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth. Deze allesdoener heeft een Duits paspoort, maar is momenteel woonachtig in de hoofdstad van het mooie en mysterieuze IJsland. En die overweldigende omgeving – in combinatie met de lockdown nav COVID-19 – werkte blijkbaar positief op zijn inspiratie- en creatiedrang want in april verscheen reeds het debuut “Crowned in shadows“, die in maart nog voorafgegaan werd door de “From the cursed glades” demo. We brengen beide releases voor het gemak even samen onder de aandacht. De langspeler is opgedragen aan Ōstara, de Germaanse godin van de lente en laat in een klein half uur een geluid horen dat – naar eigen zeggen – geïnspireerd is op de Franse Les Légions Noires, Moonbood en Akitsa. Referenties waar we ons wel in kunnen vinden. “Crowned in shadows” is een top debuut dat met zijn knoestige raspende vocalen, bijwijlen catchy jengelende gitaarmelodieën, hoekige stuwende ritmes, basic drumwerk, triomfantelijke heldere gezangen en sinistere synths uit het volledige spectrum aan ouderwetse black metal invloeden put. En dit alles gegoten in een degelijke undergroundproductie. De demo klinkt als vanzelfsprekend wat scheller maar bevat reeds dezelfde ingrediënten, hoewel het toetsenwerk nóg wat prominenter aanwezig lijkt en een meer heidense en fantasy vibe laat horen. Äkth Gánahëth is een aangename ontdekking. Dat dacht menig échte undergroundfan (en spijtig genoeg eveneens de verachtelijke Discogstrol) blijkbaar ook, want de vinylrelease van de langspeler is al hopeloos uitverkocht.

JOKKE: 82/100

Äkth Gánahëth – Crowned in shadows (Death Kvlt Productions 2020)
1. The gates of hel
2. The battle on Vígríðr
3. Crowned in shadows
4. The night spreads her wings
5. Under the spectral full moon
6. Brimstone and ash
7. Journey through the desert of ice

Äkth Gánahëth – From the cursed glades (Eigen beheer 2020)
1. Summoning rites (Intro)
2. From the cursed glades
3. Black crowns of stone and moss
4. The realms beyond light (Outro)

Nexion – Seven oracles

De IJslandse scene is nog steeds springlevend en lijdt dus allesbehalve aan bloedarmoede, want naast reeds gevestigde namen als Svartidauði, Misþyrming, Sinmara, Naðra, Auðn, Wormlust of Rebirth Of Nefast was er dit jaar ook al een nieuwe instroom met platen van meer recente acts als Helfró, Nyrst en dit Nexion. Vier van de vijf leden zijn nog in andere bands actief, maar dat zijn voor een keer eens niet de gangbare namen die iedereen nu wel al kent. Wat meteen opvalt aan “Seven oracles“, de eerste volwaardige langspeler nadat in 2017 al een self titled EP verscheen, is het machtige artwork van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal dat een heus concept verraadt. Op het coverontwerp prijkt een zevenkoppig beest dat verschijnt voor een figuur die een offer brengt in ruil voor wijsheid. Elk hoofd van het beest is zijn eigen orakel, zijn eigen lied of eigen boodschap voor de ontvanger en behandelt de aard van het bestaan ​​vanuit een andere hoek. Voor de opnames van deze conceptplaat trok Nexion naar de Studio Emissary, wat natuurlijk voor een IJslandse band geen verrassing mag wezen. Qua sound past Nexion in het eerder modern klinkend straatje van landgenoten Helfró en Nyrst waarbij er aan de vurige black metal basis ook her en der kleine death metal toetsen toegevoed worden, vooral op vocaal vlak dan. Frontman Jósúa Rood…hé die naam klinkt toch totaal niet IJslands?! Klopt! Deze Amerikaan verkaste naar IJsland voor een academische studie omtrent oud Noordse religieuze geschiedenis. Ik was dus aan het typen dat de frontman over een ferme strot beschikt die niet alleen verschillende toonhoogtes aan extreme metal vocalen produceert, maar ook regelmatig heldere sacrale gezangen ten berde brengt. Een nummer als “Divine wind and holocaust clouds” klink dan ook haast goddelijk, zowel op vocaal als muzikaal niveau. Een andere kracht van Nexion zit hem in de zinderende riffs en leads die door gitaristen Jóhannes Smári Smárason en Óskar Rúnarsson op de luisteraar afgevuurd worden. Een beetje dezelfde aanpak als die van Helfró, maar waar bij die band de Dark Funeral invloeden ontegensprekelijk aanwezig zijn, is het hier moeilijker om één bepaalde band als inspiratiebron aan te duiden. Straf ook hoeveel goede drummers er eigenlijk op dat eiland rond lopen want Sigurður Jakobsson mept het boeltje – grotendeels aan een rotvaart – vakkundig aan mekaar, hoewel het pompende van koortjes en orchestratie voorziene “Sanctum amentiae” halfweg de plaat voor een rustpunt zorgt, ook al is dat heel relatief. De eerste zes nummers klinken reeds allesbehalve misselijkmakend, maar met het meer dan negen minuten durende, meer epische “The last messiah” volgt dan nog het kroonjuweel van “Seven oracles“. De haast op een post-rock achtige manier uitwaaierende gitaarmelodie brengt me keer op keer in hogere sferen. Markeer de zomerzonnewende (20 juni) in uw agenda want dan verschijnt dit pareltje via Avantgarde Music!

JOKKE: 85/100

Nexion – Seven oracles (Avantgarde Music 2020)
1. Seven oracles
2. Revelation of unbeing
3. Divine wind and holocaust clouds
4. Sanctum amentiae
5. Utterances of broken throats
6. The spirit of black breath
7. The last messiah

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Nyrst – Orsök

Net wanneer je denkt ondertussen elke IJslandse black metal band wel te kennen, draaft er weer een nieuwe op. Deze keer hebben we het over Nyrst, een orkestje dat in 2013 in het leven geroepen werd en in 2016 een demo op de mensheid losliet. Daarna werd in alle stilte aan een langspeler gewerkt, maar nu ontwaakt deze slapende vulkaan om “Orsök” uit te spuwen. De prachtige video van de titeltrack waarbij het haast lijkt alsof de bandleden uit de basaltformatie Hálsanefshellir nabij het zwarte zandstrand Reynisfjara gebeeldhouwd werden, deed in elk geval het beste vermoeden. Zoals bij wel meer IJslandse bands het geval is, werd inspiratie gevonden in de ijskoude, geïsoleerde leefomgeving (de bandnaam betekent niet voor niets “noordelijkste”) maar ook oude horrorliteratuur en de grimmige vaderlandse gechiedenis vormden een voedingsbodem voor de teksten. In het knappe cover artwork komt het allemaal samen. En muzikaal gezien horen we hier eens geen dissonant vuurwerk, maar ijs- en ijskoude melodieuze tremeloriffs die de basis vormen van atmosferische black met een epische invulling door ondermeer de theatrale heldere zang die meermaals haar opwachting maakt. Deze dramatiserende vocalen vormen een mooi contrast met de bijtende screams die de drijvende ijsschotsen in het Jökulsárlón gletsjermeer met gemak in twee zouden klieven en doen me wat aan het Nederlandse Ossaert denken. Ook langgerekte melodieuze leads horen bij het recept. Als je een roadtrip doorheen IJsland maakt, raden ze aan om steeds te checken uit welke richting de wind komt aanwaaien zodat je portier niet uit de hengsels vliegt want aangezien er praktisch geen bomen op het eiland staan, waait de wind als een bezetene. Het winderige intermezzo “Athöfn” deed me aan dit goede advies terugdenken en vormt een korte adempauze alvorens het terug menens is en de dynamisch gearrangeede black, met in de finale van afsluiter “Turnar í fjarska” ook heel wat oor voor dramatiek, over ons uitgestort wordt. IJsland blijft keer op keer garant staan voor ijskoude muzikale pareltjes waar je tong steevast aan blijft plakken.

JOKKE: 82/100

Nyrst – Orsök (Dark Essence Records 2020)
1. Æðri verur
2. Orsök
3. Nástirni
4. Athöfn
5. Hvísl hinna holdlausu
6. Turnar í fjarska

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans