ijsland

Nexion – Seven oracles

De IJslandse scene is nog steeds springlevend en lijdt dus allesbehalve aan bloedarmoede, want naast reeds gevestigde namen als Svartidauði, Misþyrming, Sinmara, Naðra, Auðn, Wormlust of Rebirth Of Nefast was er dit jaar ook al een nieuwe instroom met platen van meer recente acts als Helfró, Nyrst en dit Nexion. Vier van de vijf leden zijn nog in andere bands actief, maar dat zijn voor een keer eens niet de gangbare namen die iedereen nu wel al kent. Wat meteen opvalt aan “Seven oracles“, de eerste volwaardige langspeler nadat in 2017 al een self titled EP verscheen, is het machtige artwork van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal dat een heus concept verraadt. Op het coverontwerp prijkt een zevenkoppig beest dat verschijnt voor een figuur die een offer brengt in ruil voor wijsheid. Elk hoofd van het beest is zijn eigen orakel, zijn eigen lied of eigen boodschap voor de ontvanger en behandelt de aard van het bestaan ​​vanuit een andere hoek. Voor de opnames van deze conceptplaat trok Nexion naar de Studio Emissary, wat natuurlijk voor een IJslandse band geen verrassing mag wezen. Qua sound past Nexion in het eerder modern klinkend straatje van landgenoten Helfró en Nyrst waarbij er aan de vurige black metal basis ook her en der kleine death metal toetsen toegevoed worden, vooral op vocaal vlak dan. Frontman Jósúa Rood…hé die naam klinkt toch totaal niet IJslands?! Klopt! Deze Amerikaan verkaste naar IJsland voor een academische studie omtrent oud Noordse religieuze geschiedenis. Ik was dus aan het typen dat de frontman over een ferme strot beschikt die niet alleen verschillende toonhoogtes aan extreme metal vocalen produceert, maar ook regelmatig heldere sacrale gezangen ten berde brengt. Een nummer als “Divine wind and holocaust clouds” klink dan ook haast goddelijk, zowel op vocaal als muzikaal niveau. Een andere kracht van Nexion zit hem in de zinderende riffs en leads die door gitaristen Jóhannes Smári Smárason en Óskar Rúnarsson op de luisteraar afgevuurd worden. Een beetje dezelfde aanpak als die van Helfró, maar waar bij die band de Dark Funeral invloeden ontegensprekelijk aanwezig zijn, is het hier moeilijker om één bepaalde band als inspiratiebron aan te duiden. Straf ook hoeveel goede drummers er eigenlijk op dat eiland rond lopen want Sigurður Jakobsson mept het boeltje – grotendeels aan een rotvaart – vakkundig aan mekaar, hoewel het pompende van koortjes en orchestratie voorziene “Sanctum amentiae” halfweg de plaat voor een rustpunt zorgt, ook al is dat heel relatief. De eerste zes nummers klinken reeds allesbehalve misselijkmakend, maar met het meer dan negen minuten durende, meer epische “The last messiah” volgt dan nog het kroonjuweel van “Seven oracles“. De haast op een post-rock achtige manier uitwaaierende gitaarmelodie brengt me keer op keer in hogere sferen. Markeer de zomerzonnewende (20 juni) in uw agenda want dan verschijnt dit pareltje via Avantgarde Music!

JOKKE: 85/100

Nexion – Seven oracles (Avantgarde Music 2020)
1. Seven oracles
2. Revelation of unbeing
3. Divine wind and holocaust clouds
4. Sanctum amentiae
5. Utterances of broken throats
6. The spirit of black breath
7. The last messiah

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Nyrst – Orsök

Net wanneer je denkt ondertussen elke IJslandse black metal band wel te kennen, draaft er weer een nieuwe op. Deze keer hebben we het over Nyrst, een orkestje dat in 2013 in het leven geroepen werd en in 2016 een demo op de mensheid losliet. Daarna werd in alle stilte aan een langspeler gewerkt, maar nu ontwaakt deze slapende vulkaan om “Orsök” uit te spuwen. De prachtige video van de titeltrack waarbij het haast lijkt alsof de bandleden uit de basaltformatie Hálsanefshellir nabij het zwarte zandstrand Reynisfjara gebeeldhouwd werden, deed in elk geval het beste vermoeden. Zoals bij wel meer IJslandse bands het geval is, werd inspiratie gevonden in de ijskoude, geïsoleerde leefomgeving (de bandnaam betekent niet voor niets “noordelijkste”) maar ook oude horrorliteratuur en de grimmige vaderlandse gechiedenis vormden een voedingsbodem voor de teksten. In het knappe cover artwork komt het allemaal samen. En muzikaal gezien horen we hier eens geen dissonant vuurwerk, maar ijs- en ijskoude melodieuze tremeloriffs die de basis vormen van atmosferische black met een epische invulling door ondermeer de theatrale heldere zang die meermaals haar opwachting maakt. Deze dramatiserende vocalen vormen een mooi contrast met de bijtende screams die de drijvende ijsschotsen in het Jökulsárlón gletsjermeer met gemak in twee zouden klieven en doen me wat aan het Nederlandse Ossaert denken. Ook langgerekte melodieuze leads horen bij het recept. Als je een roadtrip doorheen IJsland maakt, raden ze aan om steeds te checken uit welke richting de wind komt aanwaaien zodat je portier niet uit de hengsels vliegt want aangezien er praktisch geen bomen op het eiland staan, waait de wind als een bezetene. Het winderige intermezzo “Athöfn” deed me aan dit goede advies terugdenken en vormt een korte adempauze alvorens het terug menens is en de dynamisch gearrangeede black, met in de finale van afsluiter “Turnar í fjarska” ook heel wat oor voor dramatiek, over ons uitgestort wordt. IJsland blijft keer op keer garant staan voor ijskoude muzikale pareltjes waar je tong steevast aan blijft plakken.

JOKKE: 82/100

Nyrst – Orsök (Dark Essence Records 2020)
1. Æðri verur
2. Orsök
3. Nástirni
4. Athöfn
5. Hvísl hinna holdlausu
6. Turnar í fjarska

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma

Bij IJsland en metal roepen we meteen allemaal black metal natuurlijk. De scene van het hermetisch afgelegen eiland explodeerde nadat Svartidauði in 2012 diens “Flesh cathedral” uitbracht en het thuisland en zowat de rest van onze aardkloot in lichterlaaie zette. Op gebied van death metal bleef het echter oorverdovend stil. Tot nu, want de heren Sturla Viðar (Svartidauði) en Dauðadagur (Misþyrming en Naðra) sloegen de handen in mekaar en presenteren ons in de vorm van Drottinn (afgeleid van het oud-Noorse woord voor “heer, leider”) een nieuw vehikel dat zich richt op het kanaliseren van ouderwetse metal of death. Het duo wordt op drums bijgestaan door Svartidauði vellenmepper Magnús Skúlason en live ook door tweede gitarist Gústaf Evensen (Misþyrming, Naðra); het blijft één grote incestueuze boel natuurlijk. Het eerste teken van leven is de “Í helgum dýrðar ljoma” demotape die in een paar verschillende kleurtjes uitgebracht werd via Terratur Possessions. Ik scoorde een bloedrode. “Af Blóðinu helgast blaðið” schiet furieus uit de startblokken met een heerlijke groove maar laat ook ruimte voor een melodieuze leadpartij. Dauðadagur gooit zelfs toetsen in de strijd, maar Magnús knuppelt er tussendoor ook als een bezetene op los. Het resulteert in een dynamische opener die onder de noemer atmosferische old school death metal gecatalogiseerd kan worden. “Fòrnin og lambið” start vrij chaotisch met een scheurende lead en slaat dan over naar opzwepende en groovende ritmes inclusief meebrulrefreinen, althans als je dat onuitspreekbare IJslandse taaltje onder de knie hebt. Ik moet regelmatig wat aan een Behemoth denken, maar dan zonder de gepolijste productie. “Mahurinnodýrið” lijkt het aanvankelijk wat rustiger te houden, maar dat is louter om ons op het verkeerde been te zetten want al snel beginnen de basdrums te ratelen en de riffs doorheen de lucht te klieven. Toch laten de heren daarna het tempo nog eens zakken waarbij toetsen de death/doom een verheven karakter geven. Onze IJslandse vrienden laten horen ook het spelen van een heerlijke pot death metal absoluut in de vingers te hebben. Benieuwd of Drottinn ook door andere bands navolging zal krijgen. Absolute knaller van een demo!

JOKKE: 86/100

Drottinn – Í helgum dýrðar ljoma (Terratur Possessions 2020)
1. Af Blóðinu helgast blaðið
2. Fòrnin og lambið
3. Mahurinnodýrið

Akatechism/Slidhr – Amongst the lost light of misaligned stars

Het Iers/IJslandse Slidhr keert twee jaar na het verschijnen van diens tweede full length ‘The futile fires of man” terug aan het front middels een 7 inch split die ons tevens doet kennis maken met het Duitse Akatechism. Achter deze band schuilt Shrine Of Insanabilis drummer Serpenth die wordt bijgestaan door zanger/gitarist/Bassist AnV en voor hun eerste teken van leven, de “Dripping flames“-demo, moeten we al naar 2015 terugkeren. In 2016 maakten Slidhr en Shrine Of Insanabilis deel uit van een tour package dat ook nog Acherontas en Sinmara bevatte; het zou me niet verbazen dat het idee voor deze split toen ontstaan is. Akatechism krijgt de eer om het zaakje op gang te trappen en doet dat middels opzwepende zwartmetalen klanken met vocalen die lekker galmen en eerder naar orthodoxe death metal neigen. Het tempo doet meer dan enkel razen en neemt af en toe wat gas terug om zich slepend voort te bewegen. Wanneer de drummer dan toch nog eens volle gas wilt gaan, worden de uitbarstingen vergezeld van heerlijk snijdende tremolo-riffs. Slidhr start nog enigszins ingetogen met eerder doomy black die vergezeld wordt van plechtstatige melodieën en haast engelachtige gezangen. Rond 1:24 wordt er enkele versnellingen hoger geschakeld en worden krachtige zang en een mix van black en atmosferische death metal op ons afgevuurd. Maar ook verderop in deze zes minuten durende compositie wordt nog teruggegrepen naar mid-tempo snelheden en atmosferische randanimatie. Nog even meegeven dat deze split het laatste wapenfeit van bassist Garðar S Jónsson (Almyrkvi en Sinmara) is. Altijd leuk als er bij een split meer gaande is dan het louter samen kletsen van twee bands. Beide nummers zijn niet alleen aan mekaar gewaagd op basis van de geboden kwaliteit maar ook met elkaar verbonden door een cohesie tussen titel, teksten en (verbluffend) artwork. Een 7 inch split die op alle vlakken geslaagd is en een knap staaltje aan samenwerking – mét inachtname van social distancing – laat horen.

JOKKE: 82/100 (Akatechism: 82/100 – Slidhr: 82/100)

Akatechism/Slidr – Amongst the lost light of misaligned stars (Ván Records 2020)
1. Akatechism – Amongst the lost light
2. Slidhr – Of misaligned stars

Hræ – Þar sem skepnur reika

Voor een IJslandse bak teringherrie mag je me altijd wakker maken. Dat weten mijn bevriende muzieknerds ook zodat ik op het bestaan van Hræ werd gewezen, een nieuwe one man band uit het land van ijs en geisers. De illustere muzikant die achter Hræ (‘karkassen’) schuilgaat doet dit onder het pseudoniem I, maar bij nader inzien blijkt het hier om Þórður Indriði Björnsson te gaan, een IJslander die we van Endalok, Guðveiki en Naught kennen. “Þar sem skepnur reika” (‘waar wezens rondlopen’) is de titel die het in eigen beheer uitgebrachte debuut meekreeg en het zwart/rode hoesontwerp – dat een bewerking is van een werk van de Spaanse kunstschilder en graveur Francisco Goya – deed me meteen aan Skáphe denken. Niet zo gek, als je bedenkt dat de Amerikanen van deze Amerikaans/IJslandse alliantie ook met Þórður in Guðveiki spelen. Vanaf de eerste openingstonen die zich in onze maag spitsen, wordt meteen duidelijk dat ook qua sound een Skáphe niet zo gek ver weg lijkt. Het is hier immers één en al dissonantie wat de klok slaat. Verwrongen a-tonale riffs die met mekaar vechten om door dezelfde deur te kunnen, door de mangel gehaalde vocalen en geprogrammeerde drums die bepalen aan welke snelheid deze niet te stuiten brok lava uit de ondergrond spuwt; het zijn de ingrediënten voor een cocktail die bij wijlen zwaar op de maag ligt en voor een rondtollend hoofd zorgt. “Tungur og eiturský” is zo’n negen en een halve minuut durend ongeleid projectiel dat van het kastje naar de muur schiet. In dit experimenteel black metal-avontuur passeren heel wat über coole passages maar evengoed zijn er stukken bij die mij krankjorum maken. Het inbouwen van rustige, maar onheilspellend klinkende intermezzi tussen de kakofonische maalstromen is schatplichtig aan grootmeesters Deathspell Omega, maar hé, deze Fransen waren dan ook pioniers die de blauwdruk voor deze genre-afsplitsing leverden. Het kortere en meer rechtdoor stuwende “Drep” is welgekomen na de haast improvisatie-achtige aanpak van “Lofsöngur hinna rotnu“, hoewel ook hier de grenzen van toonvastheid opgezocht worden. “Hafið yfirþyrmandi” doet hier nog een schepje bovenop en is een hoekige song waar ik het elke keer opnieuw moeilijk mee heb. gelukkig zit de waanzin er na een minuut of drie telkens weer op. Geef me dan maar het trippende “Paradis” dat de plaat dan toch weer knap afsluit. “Þar sem skepnur reika” de eerste keer vlak voor het slapengaan beluisteren was geen meesterzet want deze luistertrip zette de deur wagenwijd open voor een nacht vol angstzweet en ijlende nachtmerries. Origineel is deze aanpak van het zwartgeblakerde genre ondertussen voor geen hol meer, maar voor wie het allemaal niet te rechtlijnig hoeft te zijn, kan Hræ misschien wel een oorsnoepje zijn. De titel van het oorspronkelijk werk dat voor de hoes gebruikt werd heet trouwens niet geheel ontoevallig “Fiero monstruo!” wat zo veel als ‘woest monster’ betekent en de nagel op de kop slaat.

JOKKE: 72/100

Hræ – Þar sem skepnur reika (Eigen beheer 2020)
1. Sköpunarverkið
2. Tungur og eiturský
3. Lofsöngur hinna rotnu
4. Drep
5. Hafið yfirþyrmandi
6. Hryllingurinn
7. Paradís

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna

Dat Matron Thorn geen zittend gat heeft en over meer dan 24 uur in een dag lijkt te beschikken, weten we al langer dan vandaag. De Amerikaanse, maar momenteel in Finland residerende, multi-instrumentalist houdt er een twintigtal projecten op na en horen we deze keer opduiken in het IJslandse Ragnarrökur waar hij bas, gitaar en synths voor zijn rekening neemt. De zangers PRJ en SE en drummer Nefarious vervolledigen het plaatje. “Fjöldagröf goðanna“, wat zoveel betekent als “massagraf van de goden” is het eerste wapenfeit van het gezelschap en de vraag die zich stelt is of het zal kunnen wedijveren met het kwaliteitsmateriaal dat we doorgaans uit het afgelegen eiland op ons bord geschoteld krijgen. “Áköllun” maakt meteen duidelijk dat dit geen spek voor ieders bek is, zelfs niet voor de doorwinterde black metal-fanaten. De compleet gestoorde signature sound van Matron Thorn is overduidelijk aanwezig in de anorganisch klinkende sonische terreur die we hier op ons afgevuurd krijgen. Alsof twee zangers die hun diepste zielenroerselen uit hun lijf kotsen nog niet voldoende is, heeft Matron Thorn Kabukimono nog laten oproepen, de zangeres waarmee hij reeds voor Ævangelist, Obscuring Veil en Death Fetishist samenwerkte. Alle bochten waar “Fæðing veraldargleypa” zich in wringt, voelen onnatuurlijk, fysisch en psychisch onmogelijk terwijl verwrongen dissonanten een loopje nemen met je levenslust. Vrolijk wordt je hier niet van. “Lokahellir” is zo geflipt dat het bijwijlen klinkt alsof er drie nummers tegelijk aan het afspelen zijn, maar deze duivelse kakofonie klinkt op haar manier wel intrigerend. De doorsnee metalliefhebber ligt tegen het eind van dit nummer trouwens al uitgeteld in de goot. Tussen de zenuwslopende riffs probeert Matron dan nog frivole basloopjes te plaatsen, djeezes. “Ragnarrökur” ofte het einde der tijden, zo klinkt het hier bijwijlen wel. “Fjöldagröf goðanna” beluisterde ik een eerste keer nadat ik de review van de laatste nieuwe plaat van Kwade Droes had afgewerkt. Op zich kunnen veel van de sonische waanzin beschrijvende zinnen, hier ook van stal gehaald worden want, man, wat een compleet gestoorde ketelmuziek wordt er vandaag de dag wel niet gemaakt! Ragnarrökur overschrijdt daarbij wel mijn grenzen. Alleen geschikt voor wie over een stalen zenuwgestel beschikt.

JOKKE: 65/100

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna (Eigen beheer 2019)
1. Áköllun
2. Fæðing veraldargleypa
3. Lokahellir
4. Sól tér sortna
5. Hverfult hyldýpið

Vosbúð – Almannagjá

Dat IJsland doorheen het laatste decennium een rechtmatige plaats op de black metalkaart heeft opgeëist, staat buiten kijf. Zo blijven er uit het vulkanisch gesteente bands hun weg naar de oppervlakte graven om hun aszwart metaal over de rest van de aardkloot uit te spuwen. Enter Vosbúð, ontsprongen uit de geest van RL. Debuutalbum “Almannagjá” handelt over de IJslandse natuur en de onherbergzaamheid ervan. Dit vertaalt zich niet in een Svartidauði-achtige muur van dissonantie, maar in een donkere wall of sound waarbij de mysterieuze en sp(r)ookachtige sfeer die het eiland kenmerkt naar voor wordt gedragen. Dissonante noten worden schaarser ingezet dan bij de andere IJslandse collega’s, en de sound (opgenomen en gemastered in Svarthol Studio) klinkt desolaat doch warm. Als een vulkaanuitbarsting wordt “Eldur á ís” (Vuur op ijs, Ned) ingezet waardoor de actieve vulkaan Eyjafjallajökull zijn weg brult – wie zichzelf naar deze vuurspuwer vernoemt is onbekend, maar zou van dichtbij gelinkt zijn aan de rest van de lokale scene. “Fjallið” zoekt de meer mid-tempo regionen op en beschrijft middels episch aandoende, repetitieve riffs het rijzen en dalen van het IJslandse berglandschap waarbij doorheen heldere, slepende leadgitaarpartijen gewerkt wordt richting een heuse apotheose, alsof de wandelaar de top van de berg waarnaar de titel verwijst bereikt. Op deze manier beschrijft elk van de vier tracks die “Almannagjá” rijk is een aspect van het glorieuze landschap waarbij het agressievere en met cleane vocalen en dissonanten doorspekte “Miðnætursól” de middernachtzon bezingt en het titelnummer, de langst uitgesponnen en meest epische track, verwijst naar een kloof in het Þingvellir National Park. Met “Almannagjá” krijgen we door de band genomen een halfuur aan pure nature worship dat ondanks de majestueuze uitgesponnen tracks ook beklemmend aanvoelt. Het kleinood nam ondertussen, ondanks de beperkte speeltijd, al enkele uren van mijn leven in beslag en weet me keer op keer mee te sleuren naar de grandioosheid die IJsland kenmerkt. Een dikke aanrader voor elkeen die goed geproducete black metal weet te waarderen maar waarbij het soms allemaal niet té ingewikkeld moet zijn. Vosbúð bewijst overtuigend dat IJslandse black metal ook goed kan zijn zonder de dissonanten aaneen te moeten rijgen.

CAS: 83/100

Vosbúð – Almannagjá (independent, 2019)
1. Eldur á ís
2. Fjallið
3. Miðnætursól
4. Almannagjá

Andavald – Undir skyggðarhaldi

Na het uiteenvallen van Draugsól, dat met “Volaða land” geen onaardig debuut had uitgebracht, richtten gitarist Maximilian Klimko en drummer Kjartan Harðarson Kaleikr op waarvan diens eersteling ons eerder dit jaar van onze sokken blies. Draugsól zanger Axel Franz Jóhannsson, ook actief bij Mannveira, laat nu van zich horen middels Andavald, een zeskoppige band – zelf spreken ze eerder van een collectief – die al sinds 2011 actief is, maar nu pas met een eerste release naar buiten komt. Zodra de extreme metal na een onheilspellende introductie op ons afgevuurd wordt, kan Andavald haar IJslandse afkomst niet onder stoelen of banken steken, hoewel er op “Undir skyggðarhaldi” toch ook weer een eigen draai gegeven wordt aan de stijlelementen die we van een Svartidauði kennen. Op de intro en outro na, krijgen we drie lange songs te verwerken waarbij een slepend – enkel in de titeltrack wordt het gaspedaal even ingeduwd – repetitief en hypnotiserend geluid neergezet wordt waarbij de bezeten en zwartgalligheid uitbrakende vocalen het geheel compleet maken. Naast Axel Franz Jóhannsson horen we ook Sveinn Alxander Sveinsson zich de longen uit zijn lijf schreeuwen; de dampende adem van beide heren komt bijna voelbaar uit de boxen gestuwd. Dissonantie en melodie gaan een geslaagd huwelijk met mekaar aan waarbij de slepende trance en charismatische zang de sterktes van Andavald zijn. Gastbijdrages zijn van de handen van Kristófer Páll Viðarsson (Vansköpun) en Þórir Óskar Björnsson (Dulvitund, Naught) die o.a. het titelnummer en de inleiding en afsluiting van de plaat van ondersteunende keyboards voorzien. Misþyrming’s D.G. zat achter de knoppen en leverde goed werk af want dit debuut klinkt helder maar rauw genoeg, of net andersom. “Undir skyggðarhaldi” is drie jaar in de maak geweest waarbij alle leden van dit collectief door een financiële, sociale en psychologische hel gingen, maar al het bloed, zweet en tranen heeft zijn vruchten afgeworpen want dit is weeral verdomd lekker IJslands spul. Een een uitmuntende start voor Mystískaos 2.0!

JOKKE: 87/100

Andavald – Undir skyggðarhaldi (Mystískaos 2019)
1. Forspil
2. Afvegaleiðsla
3. Hugklofnun
4. Undir skyggðarhaldi
5. Eftirspil