immortal

Immortal – Northern chaos gods

De afgelopen week zorgde de langverwachte nieuwe langspeler van het Noorse Immortal voor welgekomen verkoeling tijdens de tropische temperaturen die we dagelijks op ons dak kregen. Het was ondertussen weeral negen jaar geleden dat we nog eens nieuw materiaal te horen kregen van deze sons of northern darkness. Zes jaar na het verschijnen van het weinig spectaculaire “All shall fall” kwam het nieuws van het vertrek van Abbath als een donderslag bij heldere hemel. De frontman met iconisch gepainte tronie verzamelde nieuwe muzikanten rond zich en bracht twee jaar geleden onder eigen naam een eerste worp uit. Naar aanleiding daarvan lazen we in de pers dat Demonaz beweerde dat die plaat eigenlijk de nieuwe Immortal-nummers bevatte en Abbath daarmee aan de haal was gegaan. Hierdoor werd ons geduld nog twee jaar langer op de proef gesteld, maar nu is “Northern chaos gods” er eindelijk. Immortal anno 2018 bestaat uit zanger/gitarist Demonaz en diens trouwe drumbeest Horgh die op deze plaat bijgestaan werden door Peter Tägtgren die de basgitaren geselde en de plaat tevens opnam in zijn befaamde Abyss Studio. De titeltrack werd als eerste nummer vrijgegeven en verraste vriend en vijand met haar frostbitten karakter en de ijzige snelheden die de band liet horen. Met het vertrek van Abbath leek het clowneske plaats te hebben gemaakt voor een herwonnen grote portie grimmigheid. Daarna kregen we “Mighty ravendark” (de laatste track op de plaat) als teaser te horen en die liet een compleet ander gezicht van de band zien want daar waar “Northern chaos gods” teruggreep naar het “Battles in the north” en “Blizzard beasts” tijdperk zou deze negen minuten durende mid-tempo track vol Bathory-epiek en ijzige cleane gitaarstukken zo op “At the heart of winter” kunnen staan. Wel moet hierbij vermeld worden dat het nummer reeds vanaf de eerste luisterbeurt heel vertrouwd aanvoelde en er dus wel voor een stuk op veilig werd gespeeld door het herrezen Immortal. De zes andere songs liggen in het verlengde van “Damned in black“, mijn favoriete plaat uit het tijdperk met Horgh op drums, en laten met andere woorden een krachtige en agressieve insteek horen. Het gaspedaal wordt in het openingsnummer, “Into battle ride“, “Grim and dark” en “Blacker of worlds” diep ingedrukt zodat we kunnen genieten van het strakke drumspel van Horgh en de venijnige riffs van Demonaz. “Gates to blashyrkh“, “Called to ice” en “Where mountains rise” zijn beukende songs zonder blasts maar mét krachtige riffs én meebrulrefreinen om je vuisten bij in de lucht te steken. Hoewel Demonaz zijn stemgeluid iets heser en minder scherp klinkt als dat van Abbath, kwijt de Noor zich heel goed van zijn taak. Qua lyrics daarentegen moet hij toch dringend eens een nieuw woordenboek aanschaffen want wat we hier (in nog steeds half zijn gat Engels) te lezen krijgen is bijna klakkeloze recyclage van de vorige platen. Deze kritiek ten zijde lijkt Immortal toch een stukje onsterfelijk te zijn want het vertrek van Abbath blijkt geen doodsteek te zijn. Ondanks het feit dat de songs voorspelbaar zijn en meteen heel vertrouwd klinken, laten ze wel een mooie dwarsdoorsnede van de op-en-top signature Immortal-sound horen en overtreffen ze wat mij betreft zelfs het Abbath-debuut. ’t Is alleen te hopen dat de plaat ook spannend genoeg is om binnen enkele maanden nog op te leggen. De hamvraag die nu rest is of Immortal ook terug live gaat spelen en of Demonaz al dan niet de gitaar ter hand zal nemen wegens zijn tendinitis. A voir.

JOKKE: 90/100

Immortal – Northern chaos gods (Nuclear Blast 2018)
1. Northern chaos gods
2. Into battle ride
3. Gates to blashyrkh
4. Grim and dark
5. Called to ice
6. Where mountains rise
7. Blacker of worlds
8. Mighty ravendark

Craft – White noise and black metal

Het Zweedse Craft neemt sinds het fantastische “Fuck the universe” uit 2005 haar tijd als het op het uitbrengen van platen aankomt (kwaliteit boven kwantiteit weet je wel). Op “Void” dienden we destijds zes jaar te wachten en die plaat stelde allerminst teleur. Plots is daar na zeven jaar nu opnieuw een album getiteld “White noise and black metal” en we kunnen wel stellen dat door het lange wachten de verwachtingen hooggespannen zijn. Via nieuwe broodheer Season Of Mist werden in de aanloop naar de release drie singles vrijgegeven die mij telkens wel konden overtuigen, zij het pas na enkele luisterbeurten. Wat meteen opviel, was dat de sound van de Zweden een pak moderner klonk en dat er ook iets progressiever gemusiceerd werd. Vooral bij “Again” maakte ik me die bedenking want de riffs die we hier te horen krijgen, wijken toch wel af van het gekende Craft-geluid en doen eerder denken aan mid-tempo Inquisition (ook later op de plaat zal deze referentie nog opduiken). Met de fantastische bassist Phil A. Cirone (Hypothermia, ex-Shining) in de gelederen is het misschien niet te verwonderen dat Craft af en toe progressiever uit de hoek komt. Zo laat hij o.a. in het instrumentale “Crimson” en het dynamische “YHVH’s shadow” heel wat mooie basloopjes horen, maar ook het oudgediende gitaarduo Joakim Karlsson en John Doe speelt strak en vuurt enkele knappe riffs op de luisteraar los. Zo bevat het gitaarwerk van “Undone” heel wat moderne Immortal-invloeden en is het nummer enorm dynamisch door de afwisselend rollende en blastende basdrums van sessiedrummer Daniel Moilanen die we kennen van Katatonia, Runemagick en Heavydeath. Opener “The cosmic sphere falls” kent een twee minuten durende groots klinkende instrumentale aanloop maar zodra de salpetervocalen van Nox (Omnizide) invallen, hoor je overduidelijk dat hier Craft aan het werk is. Zoals steeds laat de frontman horen dat hij tot het clubje van beste black metal-zangers behoort. We krijgen meer blastbeats dan gewoonlijk op ons afgevuurd (check het met dissonante elementen flirtende “YHVH’s shadow“) maar middels de rock ’n roll-groove aan het einde van “Tragedy of pointless games” en de mid-tempo uppercut “Darkness falls” grijpt Craft ook terug naar het geluid van “Fuck the universe“. En de misantropie spat er nog steeds vanaf zoals we ondermeer horen in afsluiter “White noise“: “I despise all of you – I’m in some tedious level of hell. Meaningless points dressed in pointless words – Don’t let a lack of ideas hold you back. Let’s pay attention to what other people do, and let them know how it’s offensive to you. Let’s ignore what testimony show, let every dumb idea grow. Your world is not important to me. I couldn’t care any less about you.” Knap dat Craft (subtiel) nieuwe paden bewandelt zonder echter haar kerngeluid te verloochenen. En nu graag snel een vinyl heruitgave van “Terror propaganda” en “Total soulrape“!

JOKKE: 85/100

Craft – White noise and black metal (Season Of Mist 2018)
1. The cosmic sphere falls
2. Again
3. Undone
4. Tragedy of pointless games
5. Darkness falls
6. Crimson
7. YHVH’s shadow
8. White noise

Solbrud – Vemod

Het in 2009 opgerichte Deense Solbrud is een degelijke middenklasser in het atmosferische black metal genre en is met “Vemod” ondertussen aan haar derde langspeler toegekomen. Net zoals op de voorgangers “Solbrud” en “Jærtegn” wordt de traditie van vier lange nummers in ere gehouden: voldoende ruimte voor uitgesponnen epiek, zinderende spanningsbogen, meanderende melancholie en catharsische climaxen met andere woorden. “Det sidste lys” komt echter traag op gang middels een intro die haar doel volledig mist, want in plaats van de luisteraar meteen in de juiste mood te brengen, wordt hier vooral mijn slaapmodus getriggerd. Zodra alle instrumenten invallen horen we een black metal geluid dat wat rauwer is uitgevallen dan in het verleden maar waarin de sporen van jaren ’90 Noorse black overduidelijk aanwezig zijn. Met dertien minuten speeltijd is de openingstrack meteen een hele boterham en het valt me moeilijk om de aandacht er voortdurend bij te houden. Gelukkig bevat het daaropvolgende “Forfald” wel een lading kippenvel opwekkende riffs, want daar staat of valt dit genre toch wel mee. De eerste twee Wolves In The Throne Room platen staan duidelijk in de platenkast van de heren, maar daar malen we hoegenaamd niet om. Een letterlijke vertaling van de titel “Vemod” bestaat er niet echt, maar het woord omschrijft een soort van mijmerend gevoel over het verleden en deze emotie stralen de melodieuze riffs van deze track ook absoluut uit! “Menneskeværk” is met haar zestien-en-een-halve minuut speeltijd de langste track die Solbrud tot hiertoe heeft geschreven en kent een ambient intro en akoestische outro met daartussen natuurlijk het nodige geweld, maar opnieuw kan de rit niet de hele tijd boeien. Nadat de akoestische tonen stilaan wegebben, lijkt het afsluitende “Besat af mørke” een stijlbreuk in te houden door de oi/punk-achtige drumintro (ik dacht even dat ze Immortal’s “Sons of northern darkness” gingen coveren), maar al snel wordt terug naar melodieuze repetitieve en atmosferische black overgeschakeld waar gelukkig terug wat pakkende riffs in te bespeuren vallen en zelfs een heuse solopartij. Ik raad de Denen aan om de songs niet nodeloos te rekken just for the sake of it want het is weinigen gegeven om keer op keer kolossale tracks te schrijven die de aandacht weten vast te houden. Solbrud trekt weldra de hort op met het Zuid-Afrikaanse Wildernessking en doet daarbij ook Antwerpen en Utrecht aan tijdens het laatste weekend van juli. Wie niet met zijn of haar luie reet op één of ander exotisch strand ligt te bakken, raad ik aan om toch eens een kijkje te gaan nemen.

JOKKE: 78/100

Solbrud – Vemod (Vendetta Records 2017)
1. Det sidste lys
2. Forfald
3. Menneskeværk
4. Besat af mørke

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud

Abbath – Abbath

Niets is eeuwigdurend. Lemmy is niet meer en ook Immortal bleek geen eeuwig leven beschoren te zijn. Nu ja, toen Abbath vorig jaar het nieuws naar buiten bracht dat hij Immortal had verlaten, was dat niet alleen een schok voor de (black) metalgemeenschap, maar leek hiermee het doek ook definitief over deze black metal pioniersband gevallen te zijn. Er bleek een serieuze zwartgeverfde haar in de boter te zitten tussen spitsbroeders Abbath en Demonaz Doom Occulta, en het vuil thermisch ondergoed werd buiten gehangen. De eerste werd verweten met een knoert van een alcohol- en drugsprobleem te kampen te hebben. Abbath was het op zijn beurt beu te moeten wachten op Demonaz en Horgh die volgens hem liever op hun luie krent zaten dan een nieuwe album te schrijven en bovendien achter zijn rug een claim hadden gelegd op de bandnaam. Zo lieten de achterblijvers na het vertrek van hun frontman dan ook weten de Noorse fjorden verder te zullen afvaren onder de Immortal vlag. Of dat gerechtvaardigd is, zullen we uitmaken wanneer hun nieuwe album verschijnt. Je kan er immers niet om heen dat Abbath véél meer dan alleen het gecorpsepainte gezicht van Immortal was. Dat een band echter niet altijd staat of valt met wie er achter de microfoon staat, bewezen eerder collega’s Mayhem, Marduk en Gorgoroth ook al. Ondertussen heeft het gelijknamige debuut van Abbath al een hele resem rondjes gedraaid en kan gerust besloten worden dat we blij zijn dat de boomlange Noor terug aan het front is. Hoewel zijn iconische zwart/wit geverfde smoelwerk op de cover van de plaat prijkt, weigert hij alsnog over een soloproject te spreken. Abbath liet zich omringen door bassist King ov Hell, die absoluut geen zittend gat heeft en ook in het verleden reeds deel uitmaakte van I, het soloproject van Abbath. Kanttekening is wel dat King, behalve met Gorgoroth en Sagh, nooit verder dan één album is geraakt met vele van zijn bands/projecten (getuige God Seed, Ov Hell en Jotunspor), dus benieuwd hoe lang het nu zal duren. Op de drumkruk hebben reeds enkele wissels plaatsgevonden. De jonge drumgod Baard Kolstad hield het al na een paar live shows voor bekeken en haalde het grote drugsgebruik (tja) binnen de band als reden aan. Daarna werd de Ier Kevin Foley (Benighted) aangetrokken om onder het pseudoniem Creature, en verscholen achter een masker, de plaat in te trommelen. Vlak voor de op til staande tournee met Behemoth vertrok deze echter ook met de noorderzon en werd zijn positie ingenomen door de Amerikaan Gabe Seeber. U volgt nog? Fijn! Laten we na deze lange intro maar snel overgaan tot de orde van de dag en dat is natuurlijk de veertig minuten muziek die Abbath op ons loslaat. “To war!” trapt het plaatje op een beukende en groovende metalmanier op gang en pas wanneer de uit-de-duizenden herkenbare raspende strot van Abbath invalt krijgt het geheel een extremer (black) kantje. Over het algemeen kan je zeggen dat deze plaat het dichtst aanleunt bij “Damned in black”, de Immortal-plaat uit 2000. De Bathory epiek die de laatste Immortal langspeler “All shall fall” kenmerkte, duikt nog wel op in de midtempo songs “Oceans of wounds”, “Root of the mountain” en “Winter bane“, een nummer dat met zeven minuten speeltijd tevens het langste van de plaat is, maar verder wordt het gaspedaal als vanouds terug regelmatig ingeduwd waardoor “Ashes of the damned” (met subtiel hoorngeschal) en het woest hakkende “Fenrir hunts“ vertrouwd in de oren klinken en de ‘grim and frostbitten’ tijden van “Battles in the north” ook even terug doen herleven. De woorden ‘Count the dead’ van de gelijknamige song worden in het begin precies door de reeds eerder aangehaalde en betreurde Lemmy in hoogsteigen persoon geroepen. Deze afwisselende song is misschien wel de beste van het album. “Abbath” klinkt heel herkenbaar (misschien dat in sommige songs net iets té veel oude riffs herkauwd werden), maar stelt allesbehalve teleur en ik ben dan ook heel benieuwd welke trukendoos Demonaz en Horgh zullen opentrekken om deze plaat op zijn minst te evenaren.

JOKKE: 88/100

Abbath – Abbath (Season of Mist 2016)
1. To war!
2. Winter bane
3. Ashes of the damned
4. Ocean of wounds
5. Count the dead
6. Fenrir hunts
7. Root of the mountain
8. Eternal

Chalice Of Blood – Helig helig helig

Sommige bands opteren meteen voor het uitbrengen van een full album, terwijl anderen het rustiger aan doen en kleinere releases opzetten, die meestal dan ook meer onder de radar blijven. Het Zweedse Chalice Of Blood is zo’n band die sinds haar ontstaan in 2005 al één demo, drie splits (met o.a. het Japanse Arkha Sva en het Portugese Israthoum) en nu dus ook een volwaardige EP op haar conto mag schrijven. Misschien ook maar beter zo. Niet dat we deze EP niet kunnen smaken, integendeel, maar een volledig album zou misschien wat gaan tegenzitten. We krijgen nu een kleine twintig minuten aan Noors/Zweedse black metal voorgeschoteld die, weliswaar niets toevoegt aan ieders platenkast die van dit soort teringherrie houdt, maar desalniettemin mijn buikpluisjes tot een hoopje as verschroeit. De ietwat scherpe sound van de ijskoude thrashy riffs doorklieft mijn trommelvliezen en past deze stijl als gegoten. De productie was in handen van Lars Broddesson (voormalig Marduk drummer) die hier aantoont dat hij meer kan dan trommelen. Liefhebbers van frosty Noors spul à la oude Immortal, Gorgoroth en Taake zullen hier wel plezier aan beleven. Qua thematiek zoeken ze het eerder in de orthodoxe richting, zoals zovelen tegenwoordig. “Helig” betekent in het Zweeds dan ook zoveel als “heilig”, “geheiligd”, gewijd”, “gezegend” of “sacraal”. Voer voor black metal puristen.

JOKKE: 73/100

Chalice Of Blood – Helig helig helig (Daemon Worship Productions 2015)
1. Hoor-paar-kraat
2. Nightside serpent
3. Shemot
4. The communicants
5. Transcend the endless