iron bonehead productions

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Heresiarch /Antediluvian – Defleshing the serpent infinity

Liefhebbers van zompige death metal in combinatie met chaotische woeste en bestiale black zullen ongetwijfeld wel al van Heresiarch en Antediluvian gehoord hebben. Deze respectievelijk Nieuw-Zeelandse en Canadese bands slaan de handen in mekaar voor een split waarvan het nut me enigszins ontgaat. De helft van de geboden 21 minuten speeltijd wordt immers ingenomen door nietszeggende ambient. Dat zulke intermezzi op een langspeler vol teringherrie als rustpunt ingebouwd worden, begrijp ik, maar moet dat nu echt ook op een korte EP? In plaats van aan de dynamiek bij te dragen, maakt dit het geheel enkel maar meer verknipt. De twee échte composities die Heresiarch aanlevert, klinken zoals deze extreme niche het betaamt: woest en overdonderend en met een schedelsplijtende solo maar er zijn betere bands in het genre zoals Adversarial of Abyssal die je echt mee in een abyssale vortex weten sleuren. Bij Heresiarch blijf ik wat twijfelend over de rand van de dieperik staren. Antediluvian klinkt zowaar nog heftiger en gedesoriënteerder met een drummer die lukraak op al zijn schelen en trommels lijkt te kloppen. Ook hier klieft een gierende solo doorheen de dichtgepakte extreme geluidsbrij en maalstroom aan maniakale vocalen. Extreem is het in elk geval, maar ik krijg het warm nog koud. Beetje magere output ook na vijf jaar wat betreft Antedelivian. Deze gasten kunnen beter, dat bewezen ze in het verleden al op hun twee langspelers en kleinere releases.”Defleshing the serpent infinity” is een totaal overbodige split als je het mij vraagt.

JOKKE: 63/100 (Heresiarch: 66/100: Antediluvian: 60/100)

Heresiarch/Antediluvian – Defleshing the serpent infinity (Iron Bonehead 2020)
1. Heresiarch – Lupine epoch
2. Heresiarch – Excarnation
3. Heresiarch – No sanctuary
4. Antediluvian – Slipstream of Levi
5. Antediluvian – Prelude

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns

Dkharmakhaoz is de ietwat vreemde naam van een nieuwe mysterieuze entiteit uit Wit-Rusland. Het duo met blauw-rood geverfde smoelwerken en lederen vesten geeft aan beïnvloed te zijn door de melodieuze bands die ooit deel uitmaakten van de No Fashion stal. Ik denk dan meteen aan Zweedse oudstrijders zoals Dissection, Dark Funeral, Throne Of Ahaz, Lord Belial en consoorten. Ik hoor echter niet meteen een overduidelijke invloed van één van deze namen terug in de zeven nummers die samen “Proclamation ov the black suns” vormgeven, of het moeten de screams zijn die wat aan de strot van Naglfar’s Olivius doen denken, een band die ook perfect in het voorgaande rijtje zou thuishoren. Dit debuut ademt eerder een post-apocalyptische sfeer uit, in de eerste plaats door de moderne sound en industrial-atmosfeer die de gespierde en robuuste laaggestemde riffs en ronkende basgitaar creëren. Het is een sound die ik ook niet meteen aan Iron Bonehead zou linken eerlijk gezegd, maar kijk. De bijwijlen simultane mannelijke en vrouwelijke vocalen in opener “The cycle ov omega” doen me haast geloven dat hier een robot aan het werk is. Leuk effect! Het dynamische “The way with the serpent entwined” werd als promonummer gekozen en vat de gebalde post-moderne sound van Dkharmakhaoz mooi samen. Het logge “Beyond the transcendental lumines” groovet lekker weg met zijn headbangbreaks en doet me zelfs wat aan oude Korn en Rammstein denken, op de black metal-stem na dan. Het titelnummer hakt er daarna met zijn vurige openingsriffs en blastbeats des te harder op in, maar verkent later opnieuw tragere regionen. Spacey keyboards en melodieuze leads vergezellen de beukende mid-tempo riffs en dubbele basroffels en voegen een levitatie-effect toe aan de dichtgeplamuurde geluidsmuur die gevoelens van angst en duisternis opwekt. “Chtonic rites ov fertility” klinkt met zijn progressievere elementen en spacey leadgitaar dan weer als de black metal-variant van het latere werk van ons eigenste In-Quest. Dat geldt ook voor het wat hoekerige, met tal van ambient-interludes, atonale riffs en bevreemdende vrouwenzang doorweven “Ascension“, misschien wel de moeilijkst te behappen brok muziek op “Proclamation ov the black suns“. “Reu nu pert em hru” klinkt toegankelijker dan de vreemde titel doet vermoeden en het is heerlijk meesurfen op de vloedgolven aan beukriffs en rollende basdrums. Avontuurlijke en verfrissende plaat!

JOKKE: 81/100

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The cycle ov omega
2. The way with the serpent entwined
3. Beyond the transcendental lumines
4. Proclamation ov the black suns
5. Chtonic rites ov fertility
6. Ascension
7. Reu nu pert em hru

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

The Rite – Liturgy of the black

De recensie van The Rite’s “The brocken fire” EP sloot ik af met de conclusie dat ik op basis van het gebodene niet zou wakker liggen van een navolgende langspeler. Maar kijk, die opvolger ligt er nu in de vorm van “Liturgy of the black” en passeerde hier wel eens tijdens de vele uren home office tijdens de lockdownperiode. Meteen viel me op dat de mix van klassieke doom en black die het Italiaans/Deense combo hier voorschotelt nu wel beter smaakte. De muzikale uitspattingen van The Rite zijn nog steeds verre van complex, maar het betere en meer pakkende songmateriaal verbloemt de soms eenvoudige opzet en structuur. De riffs van gitarist A.Th (Black Oath) zijn kwalitatiever, de melodieën pakkender, de narratieve stem van Denial Of God’s Ustumallagam klinkt sepulchraler dan ooit en het Hammer Horror-achtige orgel tovert de atmosfeer bij wijlen om tot een spookachtige bedoening. Langere composities als “Necromancy” en “Echoes of past lives” blijven ons nu wel van begin tot eind boeien. Halfweg “Liturgy of the black” maakt de mid-tempo kraker “Famadihanan” het meeste indruk. Het nummer verwijst naar de ‘herbegrafenis’ een funeraire traditie van de Malagassische bevolking in Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, bekend als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders tevoorschijn uit de familiegraven, wikkelen de lijken in verse doeken en herschrijven hun namen op de doek zodat ze altijd zullen worden herinnerd. Vervolgens dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken over hun hoofd dragen en gaan ze om het graf heen voordat ze de lichamen terugbrengen naar het familiegraf. Deze – in onze ogen lugubere – aangelegenheid wordt door The Rite perfect in bezwerende en meeslepende muziek omgezet. Clean gitaargetokkel creëert een funeraire sfeer en de fluisterende vocalen lijken haast van de doden zelf afkomstig te zijn. The Rite weet ons dan ook positief te verrassen met dit debuut.

JOKKE: 79/100

The Rite – Liturgy of the black (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The initiation
2. The black effigy
3. Children of Belial
4. Necromancy
5. Famadihanan
6. The bornless one
7. Echoes of past lives
8. Sinister minister
9. Trespassing the chapel
10. Past lives

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn

De review van Runespell’s derde langspeler “Voice of opprobrium” sloten we af met de opmerking dat elk jaar een plaat uitbrengen misschien wat te veel van het goede is en dat Nightwolf beter wat meer over kwaliteit kan waken dan kwantiteit te laten primeren want in de hedendaagse overvloed aan releases is het sowieso al moeilijk om boven te komen drijven en langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. De Australiër sloeg onze goede raad duidelijk in de wind, want opnieuw laat hij vrij snel na vorig plaatwerk alweer van zich horen, deze keer in de vorm van een split met Forest Mysticism, het eenmansproject van zijn landgenoot D. die we ook kennen van Woods Of Desolation. Maar Runespell bijt de spits af met het tien minuten durende “Wolf woods“. De sound van deze melancholische en hyper melodieuze pagan black ligt sterk in het verlengde van “Voice of opprobrium” met het verschil dat dit nummer ons wel meteen bij ons nekvel grijpt. Wat een bloedmooie melodielijnen krijgen we hier voorgeschoteld! Fans van Agalloch, Gallowbraid of Fen moeten dit zeker eens uitchecken, hoewel Runespell wel zwaarder naar de black metal kant doorneigt. Na het akoestisch intermezzo “Streams of sorrow” volgt het tweede volwaardige nummer “Fated in blood” dat opnieuw op een epische zeven minuten afklokt en langzaam aanzwelt om vervolgens diens warme gloed op ons gezicht te laten schijnen. De droge en korte houtachtige snare-aanslag heeft een EnslavediaansEld“-gevoel en past wel bij deze rurale klanken. Wat Runespell hier laat horen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Forest Mysticism heeft nog geen langspeler op zijn palmares staan, maar de drie nummers die hier in zestien minuten passeren, vormen zo wat de langste muzikale release ooit sinds diens eerste split met Larmes d’Hivers uit 2007. Op zich is Forest Mysticism een geschikte sparringpartner voor Runespell, hoewel diens bosachtige black iets ruwer en minder gepolijst is. Je moet wat meer moeite doen om de verscholen melodielijnen van gitaren en keyboards te ontdekken in de woudmystiek van “Summon“. Ook hier wordt de aanpak gehanteerd van twee volwaardige nummers onderbroken door een instrumentaal intermezzo. Het bijna acht minuten durende “Ancient tides of war” bulkt iets meer van de melodieuze toetsen en gitaarlijnen en is een knappe afsluiter van een geslaagde EP met adembenemend cover artwork.

JOKKE: 80/100 (Runespell: 82/100 – Forest Mysticism: 78/100)

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Runespell – Wolf woods
2. Runespell – Streams of sorrow
3. Runespell – Fated in blood
4. Forest Mysticism – Summon
5. Forest Mysticism – Rivers of silver (II)
6. Forest Mysticism – Ancient tides of war

Golden Light – Sacred colour of the source of light

Golden Light is een nieuw project waarin een dame en heer met een ongekende muzikale creatiedrang mekaar treffen. Het muzikale testosteron wordt aangeleverd door Eric Henderson die er tal van bands en projecten op na houdt waarvan Oaks Of Bethel en Njiqahdda een ellenlange discografie kennen. Het vocale oestrogeen ontsproot aan de strot van Meghan Wood die er met één van haar bands, Crown Of Asteria, ook al een waslijst aan releases op heeft zitten. Met Golden Light proberen ze een nieuw licht op het vaak monochrome black metal-genre te laten schijnen. Het resulteerde in “Sacred colour of the source of light” die 33 minuten lang repetitieve, dronende en licht psychedelische zwartmetalen klanken in petto heeft. Doodringend minimalisme en een ondergraven maximalisme gaan een voortdurende strijd met mekaar aan in de – op de opener na – epische composities. Het duo beoogt een soort mystieke trance te creëren, maar vaak mondt het uit in nietszeggend repetitief geneuzel waarin de drums stug blijven voort ratelen wat de atmosfeer vaak niet ten goede komt. Het atmosferische ambient begin van “Dawn of history” heeft wel wat weg van wat Wolves In The Throne Room in dergelijke omstandigheden creëert, maar weet niet te beklijven. De enige track die mij écht weet te bekoren is de twaalf minuten durende afsluiter “Sacred colour of the source of Li” waarbij goddelijk licht uitstralende toetsen met de black metal razernij meevloeien, welgemikte slagen op het china-cymbaal voor accenten in de repetitieve maalstroom zorgen en structuurloze krijsen het universum vullen. Als de andere drie songs van hetzelfde niveau waren geweest, had hier wel een acht in gezeten. Nu belandt dit debuut van Golden Light in de middenmoot.

JOKKE: 73/100

Golden Light – Sacred colour of the source of light (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sceptre of solar idolatry
2. The Western gate
3. Dawn of history
4. Sacred colour of the source of Li

Amnutseba – Emanatism

Wat we over Amnutseba weten is niet veel. Naast het feit dat het om Parisiens gaat en ze twee demo’s uitbrachten die in 2018 als compilatie door Iron Bonehead Productions zijn uitgebracht, valt er bitter weinig op te spitten, al zou het me niet verwonderen moesten enkele leden ook in Novae Militiae terug te vinden zijn. Nu brengt datzelfde label uiteindelijk een volwaardig debuutalbum uit, dat afklokt op een goeie 36 minuten. Normaalgezien zou ik hier in vraag stellen of de speelduur de titel ‘langspeler’ rechtvaardigt, maar in het geval van Amnutseba moest het niet veel langer geduurd hebben. Wat mijn trommelvliezen teistert is zodanig condens en beklemmend dat mijn luchtwegen zich ook zonder corona vernauwen. “Emanatism” klinkt op en top Frans, en daarmee bedoel ik: vuil en godverdomde dissonant. Invloeden van Deathspell Omega zijn niet te ontkennen, maar dan in een chaotischer versie – denk oude Medico Peste of nieuwere Fides Inversa, maar dan met een hoop ranzigheid over gegoten die we bij Skáphe en Irkallian Oracle terugvinden. Vanuit deze beerput rochelen ook de hier diepe, death metal-aandoende growls op, al houden de Fransozen wat ruimte voor ruwe, pijnlijk klinkende krijsen. Structuur? Niks van aan. Vanaf de eerste noten van opener “Abstinence” krijgen we een constant spervuur aan scherpe dissonanten te verwerken, gelaagd op een meer dan onheilspellende vorm aan slepende black metal, verpakt in een van alle franjes ontdane productie. Hierna trekt het mysterieuze gezelschap het tempo omhoog met “Ungrund”. Amnutseba komt nog experimenteler uit de hoek met “Dislumen”, waar Death Fetishist om de hoek komt piepen maar waarin naar het einde toe ook een soort trap-beat zit verwerkt die ze voor mijn part achterwege mochten laten. Het draagt bij tot de ontmenselijking van de sound, maar voegt muzikaal gezien weinig toe. Afsluiter “Tabula” verwerkt dan weer wat bijbels aandoend gepreek, maar wordt na negen minuten wat langdradig gezien de chaos die het begin van het album kenmerkte hier wat lijkt te verdwijnen. Amnutseba trekt op dit debuutalbum alle registers open om hun verwrongen visie op black metal te uiten, maar net daardoor wordt het soms wat ratatouille aan ideeën. De eerste twee nummers voor intermezzo “.” zijn een nietsontziende maalstroom aan messcherpe riffs en onwezenlijk gekrijs, maar dit momentum wordt niet behouden naar het einde toe. Weliswaar laat het geheel een zeer desoriënterende indruk na, en het moge duidelijk wezen dat dat een compliment is.

CAS: 78/100

Amnutseba – Emanatism (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Abstinence
2. Ungrund
3. .
4. Dislumen
5. Tabula

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels

Mories van Gnaw Their Tongues eet en slaapt blijkbaar niet want deze creatieve duizendpoot lijkt meer uren in een dag te hebben dan jij of ik. Met Dodenbezweerder – één van zijn tig projecten waarvoor hij hier samenwerkt met drummer S – zit de Nederlander blijkbaar in een erg creatieve flow want hoewel we recent nog enkele kleinere releases van Dodenbezweerder van een oordeel voorzagen, ligt er weldra een eerste volwaardige langspeler in de rekken van het mortuarium…en dan blijkt dat we zelfs nog de tussenliggende demo “De rook van de pijniging zal opstijgen tot in de eeuwigheid” gemist hebben. Het volwaardige debuut kreeg de welluidende titel “Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels” mee waarvoor Mories de Nederlandstalige literatuurprijs in ontvangst zou mogen nemen. Het is een plaat die 38 minuten lang onwelriekende geuren laat opborrelen die zich omzetten in schurftige uitwasemingen die zich op je longen vastzetten en daar zelfs het coronavirus zouden moeten kleinkrijgen. Verwacht hier geen standaard composities met intro, brug, refrein structuur maar een vormeloze substantie die zich in allerhande bochten gaande van rauwe kelderblack tot horroreske ambient wringt. Ook wanneer het geweld wat stilvalt – zoals in “Opgeslokt door de ontzielde leegte” – wordt een bezwerende atmosfeer neergezet. De galmende feedback, uit het graf oprijzende wanhoopskreten en kletterende drums vormen het muzikaal equivalent van een heuse koortsdroom waarin je onrustige ziel getormenteerd wordt door plaaggeesten als Abruptum, Kwade Droes en Urfaust. Hoewel je soms naargesstige orgelklanken meent te ontwaren, bevestigt Mories dat er bij de creatie van dit monster geen synths aan te pas kwamen. Net zoals het voorgaand materiaal werden de zes nummers ter plaatse geïmproviseerd en opgenomen waarbij er enkel voor de “zang” overdubs aan te pas kwamen. Het moge duidelijk wezen dat deze verstikkende brok ketelherrie aan een negatieve en miserabele trance ontsproten is. Heerlijk! Samen met Mystagogue één van Mories zijn meest interessante en captiverende projecten.

JOKKE: 83/100

Dodenbezweerder – Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels (Iron Bonehead productions 2020)
1. Vrees de toorn van de wezens verscholen achter majestueuze vleugels
2. Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk
3. Opgeslokt door de ontzielde leegte
4. Glimmende zwaarden door de mist van het evangelie
5. Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam
6. Haat in het aangezicht van de verscheurde zielen

Kawir – Adrasteia

Het kan aan onze lijst van labels of een gat in mijn cultuur liggen, maar ik leer vrij veel Griekse metal-bands kennen de laatste tijd. Ook Kawir was me relatief onbekend al zijn ze blijkbaar reeds actief sinds 1993. Het zou gaan om black metal met een folklore inslag, waarbij de teksten op dit album vooral draaien om oud-Griekse mythologie en tragedie. Dit kan je op het gehoor natuurlijk niet meteen herkennen, maar het is wel een leuke info om te hebben als je poogt de lyrics te ontcijferen. “Adrasteia” heeft slechts zes nummers en ik weet niet of dit een goede of slechte zaak is. Van opener “Tydeus” word ik namelijk niet bepaald enthousiast. Een vrij saai cliché folk metal-nummer van bijna zeven minuten is namelijk nou niet iets waarmee ik de spits zou afbijten. Pas tegen het einde van dit nummer en gedurende de volgende twee songs, laten deze Grieken horen dat ze iets meer in hun mars hebben door wat sneller en complexer materiaal op de luisteraar af te vuren. De vierde track “Limniades” is weer een stap terug, terwijl “Colchis” een poging tot folk is die beter in de vergetelheid was gebleven. Afsluiter “Medea” is dan weer een doorsnede van de eerdere nummers met sterkere black metal stukken en zwakkere folk elementen. We horen hier een band met potentieel die zich echter vergaloppeerd aan de “folk elementen” die ze pogen naar voren te brengen. Kawir is namelijk op zijn best bij het aframmelen van melodische black en gaat een beetje de mist in zodra ze een soort “pagan stijl” trachten na te bootsen. Dit is zeker en vast geen slechte release. Sound zit prima, speltechnisch is alles in orde en ook het artwork is mooi. Maar mij kan deze, middelmatige, release helaas niet echt bekoren.

Xavier: 67/100

Kawir – Adrasteia (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Tydeus
2. Atalanti
3. Danaides
4. Limniades
5. Colchis
6. Medea