iron bonehead productions

Malakhim – Theion

Na een goed onthaalde demo en EP en de “Hic rugitus cavernarum terribilis” live tape als tussendoortje, verblijdt het Zweedse Malakhim zijn achterban in de vorm van “Theion” met een eerste langspeler. Het album zat zo’n twee maand in onze playlist en het vergde heel wat luisterbeurten alvorens het kwartje deze keer op zijn plaats viel. De melodieën en hooks zitten nu doorgaans wat meer verborgen in het orthodox zwartmetaal – vergelijkingen met landgenoten uit het vervlogen No fashion en Solistitium tijdperk zijn nu minder voor de hand liggend – en er is iets aan de massievere, minder ademende productie en de gitaarsound die grofkorreliger klinkt wat “Theion” wat zwaarder te verteren maakt. Desondanks deze randopmerkingen, bevat opener “There is a beacon” nog steeds alle elementen van de Malakhim sound. Het nummer is opgebouwd rond een aangrijpende en onheilspellende hoofdmelodie die bedoeld is om de luisteraar te begeleiden op een innerlijke reis over de oneindige oceaan van de afgrond en naar de horizon waar de vuurtoren van de tegenstander wenkt en roept, aldus frontman/tekstschrijver E. Ook het opzwepende meebrulstuk “Sanctus! Sanctus!” tekent present. Dat was in het verleden op nummers als “Sworn to Satan’s fire” en “A thousand burning worlds” niet anders. “Merciless angel of pestilence” klinkt ontzettend meedogenloos, incorporeert enkele meer thrashy riffs en heeft zijn naam, gezien de ontwikkelingen van het afgelopen jaar, niet gestolen. Middels “Slither o serpent” laat Malakhim het tempo voor een eerste keer wat zakken en de melodielijn doet me gek genoeg wat denken aan een meer terneergeslagen versie van “Only fools rush in” van Elvis, nadien volgt nog wel een schedelsplijtende solo om terug orde op zaken te stellen. Het eveneens grotendeels in mid-tempo regionen opererende “Chalice of ruin” is de meest mystieke compositie op “Theion” en ademt, mede dankzij E’s veelzijdige zang, het meest een uitgesproken orthodox karakter uit. “His voiceless whisper” start aanvankelijk ook wat trager, maar dat lijkt slechts een schijnmanoeuvre te zijn, want al snel gaat de zweep erop. Het is een aanstekelijk nummer dat ons het ene moment doet meedeinen op melodieuze golven om ons vervolgens kopje onder te duwen in gitzwarte draaikolken. Het compacte “Hammer of Satan” – hoe kan het ook anders – is een hondsbrutaal nummer waarbij de zwaar hakkende drums de nagels genadeloos in Jezus’ armen boren en wiens chaotische solo als een doornenkroon je hoofdhuid aan flarden prikt. Ongetwijfeld een live favoriet in wording! Nu Malakhim duidelijk op dreef is, vertikken de vijf muzikanten om water bij de wijn te doen en middels “The splendour of stillborn stars” leveren ze misschien wel de meest pakkende en overtuigende compositie van “Theion” af: agressie, melodie, dynamiek, opzwepende vocalen, …het zit er allemaal in vervat. Afsluiten doen de Zweden met het titelnummer dat ten opzichte van de twee sublieme voorgangers wat aan kracht inboet en wat meer slepende riffs inzet en zelfs met clean gitaargetokkel en subtiele toetsen zijn laatste adem uitblaast. Met groeiplaat “Theion” onder de arm is Malakhim duidelijk op weg een gevestigde waarde in de Zweedse meloblackscene te worden.

JOKKE: 85/100

Malakhim – Theion (Iron Bonehead Productions 2021)
1. There is a beacon
2. Merciless angel of pestilence
3. Slither o serpent
4. Chalice of ruin
5. His voiceless whisper
6. Hammer of Satan
7. The splendour of stillborn stars
8. Theion

Baxaxaxa – Devoted to HIM

Het niet alleen voor stotteraars uitdagend genaamde Baxaxaxa heeft de smaak blijkbaar te pakken, want ongeveer een jaar na de “The old evil” demo komt het gezelschap al met nieuw materiaal op de proppen, zij het mondjesmaat in de vorm van twee nieuwe nummers op de “Devoted to HIM” EP. Maar we zullen maar niet te veel janken en gewoon blij zijn dat er na een afwezigheid van meer dan 25 jaar überhaupt nog leven zit in Baxaxaxa. Drummer Condemptor is het enig overgebleven oerlid en verzamelde bij de herrijzenis in 2017 een nieuwe line-up die hij tijdens concerten voor zich op het podium van jetje kan zien geven. Met de toetreding van zanger Traumatic, het alias van Iron Bonehead labeleigenaar Patrick Kremer, was Baxaxaxa terug compleet en vorig jaar verscheen dus “The old evil“. “Devoted to HIM” laat geen grote verrassingen horen, want ook nu weer lijkt de tijd voor het kwintet zo’n 30 jaar stil te hebben gestaan. Geen disonnante maalstromen, etherische post-rock melodieën of norsecore hier, maar old school vuiligheid genre Tormentor, Master’s Hammer, Bathory, oude Samael, Root en Mortuary Drape die wars van complexiteit en moderniteit is. De heren schipperen tussen trage, lome riffs, die dikwijls ondersteund worden door sfeervolle keyboards of orgelklanken die een zeker Oostblokgevoel met zich meedragen, en meer uptempo passages, maar snelheidsrecords breken is hier zeer zeker niet de doelstelling, hoewel het tempo gemiddeld genomen wat hoger ligt dan op “The old evil“. Patrick’s krijsstem klinkt tevens wat gepolijster vergeleken met de vorig jaar verschenen demo, maar nog steeds ruw genoeg voor de old school fanatiekelingen onder ons, en deze twee songs laten een wat meer riffgeoriënteerde aanpak horen. Puike EP en hopelijk laat een eerste langspeler, na bijna 30 jaar, nu niet lang meer op zich wachten.

JOKKE: 81/100

Baxaxaxa – Devoted to HIM (Iron Bonehead 2020)
1. Revelation in sin
2. Devoted to HIM

Skáphe – Skáphe³

Oorverdovende, demonische dissonantie. Een barrage van dystrofie veroorzakende drumsalvo’s. Een sfeer die de gruwelijkste stukken poëzie uit de geschiedenis van de mens zou kunnen vergezellen. Muziek die de grenzen opzoekt van wat we als luisteraar aangenaam of beluisterbaar vinden, heeft bij deze redactie toch een opmerkelijk grote plek in het hart veroverd. Het atonale, het ambivalente, het onterende. Songstructuren die uitdagen, die alle aandacht vereisen en zelf dan niet zomaar te behappen zijn. Een blik op het aanbod van deze blog laat ook meteen zien hoezeer 2020 een voedingsbodem is gebleken voor deze extreme vorm van extreme muziek, gezien de vele reviews over uitzonderlijke, muzikaal uitdagende bands. Eén zo’n band is het Amerikaans/IJslandse Skáphe, die met “Skáphe³” meteen aan hun – je raadt het al – derde langspeler toe zijn. De plaat schenkt de luisteraar wat alleen maar als een veertig minuten durende, volledig uit de hand gelopen dimethyltryptamine-trip kan worden omschreven, een grauwe, vleesgeworden manifestatie van een perpetuele en allesverslindende nachtmerrie. Bij het aanbod horen drumpartijen die blijven hameren tot lang nadat de begeleidende riff de illusie creëert uitgeraasd te zijn. Tempoveranderingen die je doen happen naar adem. Gitaarsolo’s die niet melodieus of verfrissend maar enorm benauwend en desoriënterend klinken. Wie al veel naar pakweg Misþyrming heeft geluisterd kan met iets wat verdacht veel op opluchting lijkt zeggen dat de stembanden van Dagur Gíslason, omwille van hun herkenbaarheid, de enige tastbare vorm van soelaas brengen. Hoofdrolspeler van dit verhaal blijft natuurlijk de heimelijk ondoorgrondelijke Alex Poole, verder bekend van nog een tiental andere illustere blackmetalbands, zoals het geniale Chaos Moon – waar hij ter gelegenheid van de auditieve hondsdolheid die “Skáphe³” is, ook drummer Jack Blackburn is gaan ontvreemden. Blackburn raast er met momenten patronen uit die de virtuositeit voorbij gaan, en mag bij deze van onderstaande nooit nog iets anders doen dan drummen met Poole. Die laatste weet zich met Skáphe keer op keer te overtreffen, en ook deze keer is het raak: een sublieme productie en mastering zorgen ervoor dat de ontiegelijk gelaagde en striemende geluidsgolven nog beter tot hun recht komen, zonder daarbij aan corrosieve kracht te verliezen. Het driekoppig gezelschap is ontegensprekelijk geslaagd in hun opzet, wat die ook moge zijn. Dit is dissonante perfectie, een niet te missen plaat voor eender wie zichzelf al eens graag uitdaagt met ‘moeilijke’ muziek, en zonder twijfel één van de sterkste releases van het jaar.

JULES: 95/100

Skáphe – Skáphe³ (Mystiskaos & Iron Bonehead 2020)
1. VIII – Beyond earthly understanding
2. IX – The lowest abyss
3. X – Sing lament to thee
4. XI – The ocean of fire
5. XII – Buried in dark earth
6. XIII – The shrill cracks and moan
7. XIV – A spiritual bypass
8. XV – Oblique axis
9. XVI – Glass sarcophagus
10. XVII – Rebirth synthesis

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable

Iron Bonehead Productions weet als geen ander muziek op te rakelen die uit de diepste krochten van de menselijke psyche komt vloeien, en maar goed ook. Nieuwste aanwinst is het tweekoppige Bloodsoaked Necrovoid, die opereert vanuit het verder ietwat onbekende metallandschap van Costa Rica. De heren smijten met “Expelled into the unknown depths of the unfathomable” vol overgave hun imposante debuut op tafel. Het resultaat is een van alle auditieve degelijkheid onttrokken misbaksel dat nagenoeg niet valt te verteren – wat tijdens het luisteren meteen die gelukzalige grijns op je gezicht verklaart. De plaat sleurt je op zes nummers doorheen een gapend zwart gat, tot de nok gevuld met slopend zware riffs en een eindeloos dreunende ritmesectie. Het geheel voelt nog logger en corrosiever aan dan de twee voorgaande demo’s uit 2018, die vorig jaar werden samengebracht onder de noemer “The apocryphal paths of the ancient 8th vitriolic transcendence” door Caligari en Blood Harvest. Heel af en toe trekt drummer Jose Maria Arrea het tempo op naar een deathmetalwaardige versnelling, maar de hoofdmoot van “Expelled…” wordt gevuld met drumsalvo’s die doen denken aan de betere funeral doom. De onaardse vocalen galmen als afkomstig van een demonische mutant door je schedel maar blijken dan toch op één of andere manier uit Federico Gutierrez’ keel te ontsnappen – eveneens de gitarist en bassist van de band. De riffs lijken verder geschreven door een neanderthaler die onbewust een klein veld aan gedroogde papaverplanten naar binnen heeft gewerkt, maar dat is dan ook exact hoe we ze willen. Af en toe voert de band ijzige intermezzo’s in die enige rust zouden kunnen bieden, in de realiteit dragen ze alleen maar bij tot de venijnige en misantrope sfeer die Bloodsoaked Necrovoid geheel intentioneel naar voren brengt. “Expelled iunto the unknown depths of the unfathomable” is een ijzersterke plaat met een voor deze stijl perfecte productie en dito artwork – al smaakt ondergetekende de rauwe zwartwitte stijl van het voorgaande werk ook. Voor wie het nog niet duidelijk was; als fan van dit gure sub- van een subgenre kan je met Bloodsoaked Necrovoid alleen maar winnen.

JULES: 81/100

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable (Iron Bonehead – 2020)
1. Dispossessed in an asphyxiating endless darkness
2. Perverted astral intoxication for a death incarnation
3. Viciously consumed by the unfolding unknown
4. Inescapable transferance of profane malignity
5. Existential dismemberment by a transcendental nothingness
6. Traversing the threshold of a treacherous depraved absolute

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Heresiarch /Antediluvian – Defleshing the serpent infinity

Liefhebbers van zompige death metal in combinatie met chaotische woeste en bestiale black zullen ongetwijfeld wel al van Heresiarch en Antediluvian gehoord hebben. Deze respectievelijk Nieuw-Zeelandse en Canadese bands slaan de handen in mekaar voor een split waarvan het nut me enigszins ontgaat. De helft van de geboden 21 minuten speeltijd wordt immers ingenomen door nietszeggende ambient. Dat zulke intermezzi op een langspeler vol teringherrie als rustpunt ingebouwd worden, begrijp ik, maar moet dat nu echt ook op een korte EP? In plaats van aan de dynamiek bij te dragen, maakt dit het geheel enkel maar meer verknipt. De twee échte composities die Heresiarch aanlevert, klinken zoals deze extreme niche het betaamt: woest en overdonderend en met een schedelsplijtende solo maar er zijn betere bands in het genre zoals Adversarial of Abyssal die je echt mee in een abyssale vortex weten sleuren. Bij Heresiarch blijf ik wat twijfelend over de rand van de dieperik staren. Antediluvian klinkt zowaar nog heftiger en gedesoriënteerder met een drummer die lukraak op al zijn schelen en trommels lijkt te kloppen. Ook hier klieft een gierende solo doorheen de dichtgepakte extreme geluidsbrij en maalstroom aan maniakale vocalen. Extreem is het in elk geval, maar ik krijg het warm nog koud. Beetje magere output ook na vijf jaar wat betreft Antedelivian. Deze gasten kunnen beter, dat bewezen ze in het verleden al op hun twee langspelers en kleinere releases.”Defleshing the serpent infinity” is een totaal overbodige split als je het mij vraagt.

JOKKE: 63/100 (Heresiarch: 66/100: Antediluvian: 60/100)

Heresiarch/Antediluvian – Defleshing the serpent infinity (Iron Bonehead 2020)
1. Heresiarch – Lupine epoch
2. Heresiarch – Excarnation
3. Heresiarch – No sanctuary
4. Antediluvian – Slipstream of Levi
5. Antediluvian – Prelude

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns

Dkharmakhaoz is de ietwat vreemde naam van een nieuwe mysterieuze entiteit uit Wit-Rusland. Het duo met blauw-rood geverfde smoelwerken en lederen vesten geeft aan beïnvloed te zijn door de melodieuze bands die ooit deel uitmaakten van de No Fashion stal. Ik denk dan meteen aan Zweedse oudstrijders zoals Dissection, Dark Funeral, Throne Of Ahaz, Lord Belial en consoorten. Ik hoor echter niet meteen een overduidelijke invloed van één van deze namen terug in de zeven nummers die samen “Proclamation ov the black suns” vormgeven, of het moeten de screams zijn die wat aan de strot van Naglfar’s Olivius doen denken, een band die ook perfect in het voorgaande rijtje zou thuishoren. Dit debuut ademt eerder een post-apocalyptische sfeer uit, in de eerste plaats door de moderne sound en industrial-atmosfeer die de gespierde en robuuste laaggestemde riffs en ronkende basgitaar creëren. Het is een sound die ik ook niet meteen aan Iron Bonehead zou linken eerlijk gezegd, maar kijk. De bijwijlen simultane mannelijke en vrouwelijke vocalen in opener “The cycle ov omega” doen me haast geloven dat hier een robot aan het werk is. Leuk effect! Het dynamische “The way with the serpent entwined” werd als promonummer gekozen en vat de gebalde post-moderne sound van Dkharmakhaoz mooi samen. Het logge “Beyond the transcendental lumines” groovet lekker weg met zijn headbangbreaks en doet me zelfs wat aan oude Korn en Rammstein denken, op de black metal-stem na dan. Het titelnummer hakt er daarna met zijn vurige openingsriffs en blastbeats des te harder op in, maar verkent later opnieuw tragere regionen. Spacey keyboards en melodieuze leads vergezellen de beukende mid-tempo riffs en dubbele basroffels en voegen een levitatie-effect toe aan de dichtgeplamuurde geluidsmuur die gevoelens van angst en duisternis opwekt. “Chtonic rites ov fertility” klinkt met zijn progressievere elementen en spacey leadgitaar dan weer als de black metal-variant van het latere werk van ons eigenste In-Quest. Dat geldt ook voor het wat hoekerige, met tal van ambient-interludes, atonale riffs en bevreemdende vrouwenzang doorweven “Ascension“, misschien wel de moeilijkst te behappen brok muziek op “Proclamation ov the black suns“. “Reu nu pert em hru” klinkt toegankelijker dan de vreemde titel doet vermoeden en het is heerlijk meesurfen op de vloedgolven aan beukriffs en rollende basdrums. Avontuurlijke en verfrissende plaat!

JOKKE: 81/100

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The cycle ov omega
2. The way with the serpent entwined
3. Beyond the transcendental lumines
4. Proclamation ov the black suns
5. Chtonic rites ov fertility
6. Ascension
7. Reu nu pert em hru

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

The Rite – Liturgy of the black

De recensie van The Rite’s “The brocken fire” EP sloot ik af met de conclusie dat ik op basis van het gebodene niet zou wakker liggen van een navolgende langspeler. Maar kijk, die opvolger ligt er nu in de vorm van “Liturgy of the black” en passeerde hier wel eens tijdens de vele uren home office tijdens de lockdownperiode. Meteen viel me op dat de mix van klassieke doom en black die het Italiaans/Deense combo hier voorschotelt nu wel beter smaakte. De muzikale uitspattingen van The Rite zijn nog steeds verre van complex, maar het betere en meer pakkende songmateriaal verbloemt de soms eenvoudige opzet en structuur. De riffs van gitarist A.Th (Black Oath) zijn kwalitatiever, de melodieën pakkender, de narratieve stem van Denial Of God’s Ustumallagam klinkt sepulchraler dan ooit en het Hammer Horror-achtige orgel tovert de atmosfeer bij wijlen om tot een spookachtige bedoening. Langere composities als “Necromancy” en “Echoes of past lives” blijven ons nu wel van begin tot eind boeien. Halfweg “Liturgy of the black” maakt de mid-tempo kraker “Famadihanan” het meeste indruk. Het nummer verwijst naar de ‘herbegrafenis’ een funeraire traditie van de Malagassische bevolking in Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, bekend als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders tevoorschijn uit de familiegraven, wikkelen de lijken in verse doeken en herschrijven hun namen op de doek zodat ze altijd zullen worden herinnerd. Vervolgens dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken over hun hoofd dragen en gaan ze om het graf heen voordat ze de lichamen terugbrengen naar het familiegraf. Deze – in onze ogen lugubere – aangelegenheid wordt door The Rite perfect in bezwerende en meeslepende muziek omgezet. Clean gitaargetokkel creëert een funeraire sfeer en de fluisterende vocalen lijken haast van de doden zelf afkomstig te zijn. The Rite weet ons dan ook positief te verrassen met dit debuut.

JOKKE: 79/100

The Rite – Liturgy of the black (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The initiation
2. The black effigy
3. Children of Belial
4. Necromancy
5. Famadihanan
6. The bornless one
7. Echoes of past lives
8. Sinister minister
9. Trespassing the chapel
10. Past lives

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn

De review van Runespell’s derde langspeler “Voice of opprobrium” sloten we af met de opmerking dat elk jaar een plaat uitbrengen misschien wat te veel van het goede is en dat Nightwolf beter wat meer over kwaliteit kan waken dan kwantiteit te laten primeren want in de hedendaagse overvloed aan releases is het sowieso al moeilijk om boven te komen drijven en langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. De Australiër sloeg onze goede raad duidelijk in de wind, want opnieuw laat hij vrij snel na vorig plaatwerk alweer van zich horen, deze keer in de vorm van een split met Forest Mysticism, het eenmansproject van zijn landgenoot D. die we ook kennen van Woods Of Desolation. Maar Runespell bijt de spits af met het tien minuten durende “Wolf woods“. De sound van deze melancholische en hyper melodieuze pagan black ligt sterk in het verlengde van “Voice of opprobrium” met het verschil dat dit nummer ons wel meteen bij ons nekvel grijpt. Wat een bloedmooie melodielijnen krijgen we hier voorgeschoteld! Fans van Agalloch, Gallowbraid of Fen moeten dit zeker eens uitchecken, hoewel Runespell wel zwaarder naar de black metal kant doorneigt. Na het akoestisch intermezzo “Streams of sorrow” volgt het tweede volwaardige nummer “Fated in blood” dat opnieuw op een epische zeven minuten afklokt en langzaam aanzwelt om vervolgens diens warme gloed op ons gezicht te laten schijnen. De droge en korte houtachtige snare-aanslag heeft een EnslavediaansEld“-gevoel en past wel bij deze rurale klanken. Wat Runespell hier laat horen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Forest Mysticism heeft nog geen langspeler op zijn palmares staan, maar de drie nummers die hier in zestien minuten passeren, vormen zo wat de langste muzikale release ooit sinds diens eerste split met Larmes d’Hivers uit 2007. Op zich is Forest Mysticism een geschikte sparringpartner voor Runespell, hoewel diens bosachtige black iets ruwer en minder gepolijst is. Je moet wat meer moeite doen om de verscholen melodielijnen van gitaren en keyboards te ontdekken in de woudmystiek van “Summon“. Ook hier wordt de aanpak gehanteerd van twee volwaardige nummers onderbroken door een instrumentaal intermezzo. Het bijna acht minuten durende “Ancient tides of war” bulkt iets meer van de melodieuze toetsen en gitaarlijnen en is een knappe afsluiter van een geslaagde EP met adembenemend cover artwork.

JOKKE: 80/100 (Runespell: 82/100 – Forest Mysticism: 78/100)

Runespell/Forest Mysticism – Wandering forlorn (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Runespell – Wolf woods
2. Runespell – Streams of sorrow
3. Runespell – Fated in blood
4. Forest Mysticism – Summon
5. Forest Mysticism – Rivers of silver (II)
6. Forest Mysticism – Ancient tides of war